24049.4 - Was-wordt lijst Verordening leerlingenvervoer 2024
Tekst van het document
De verordening leerlingenvervoer Gemeente Best 2024
Was § 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder; aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus of bustaxi; afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra; commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel; ondersteuningsplan: 1 voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2 voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 17a,
zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs;
opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel17a, lid 10a, van de Wet op het voortgezet onderwijs; openbaar vervoer: voor een ieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto;
Wordt § 1 Algemene bepalingen Artikel 1. Begripsomschrijving In deze verordening wordt verstaan onder; aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, taxibus of bustaxi; afstand: afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg; begeleider: ouder of persoon die door de ouders wordt ingezet om de leerling tijdens het vervoer te begeleiden; commissie van onderzoek: commissie als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de Wet op de expertisecentra; commissie voor de begeleiding: commissie als bedoeld in artikel 40b van de Wet op de expertisecentra; eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig of fiets; inkomen: inkomensgegeven als bedoeld in artikel 21, aanhef en onder e, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, in het peiljaar, bedoeld in artikel 4, zevende lid, van de Wet op het primair onderwijs; leerling: leerling van een school als bedoeld in dit artikel; ondersteuningsplan: (1) voor het primair onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 18a, zevende tot en met tiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of (2) voor het voortgezet onderwijs: ondersteuningsplan als bedoeld in artikel 2.27, zeven tot en met het elfde lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020; opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 2.27 lid 12, van de Wet
voortgezet onderwijs 2020; openbaar vervoer: voor eenieder openstaand personenvervoer per bus, trein, metro, tram, veerdienst of auto; opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer;
Pagina 1 van 21
Archiefexemplaar van BL24-03754
- was-wordt verordening leerlingenvervoer 2024_definitief
opstapplaats: plaats aangewezen door het college, vanaf waar de leerling gebruik kan maken van het vervoer; ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling; regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 10g van de Wet op het voortgezet onderwijs; reguliere schooltijden: schooltijd tussen 8:00 uur en 17:00 uur; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: 1. voor het primair onderwijs:
samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; of 2. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 17a, tweede en zestiende lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs; school: 1. basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2. school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; of 3. school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding; toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;
ouders: ouders, voogden of verzorgers van de leerling; regionale verwijzingscommissie: commissie als bedoeld in artikel 2.30 van de Wet voortgezet onderwijs 2020; reguliere schooltijden: schooltijd tussen 8:00 uur en 17:00 uur; reistijd: totale tijdsduur die ligt tussen het verlaten van de woning en de aanvang van de schooldag volgens de schoolgids, minus maximaal 10 minuten, indien en voor zover de leerling het schoolgebouw met bijbehorend terrein gewoonlijk eerder bereikt dan de schoolgids aangeeft, dan wel de totale tijdsduur die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij de woning, plus een eventuele wachttijd voor het openbaar vervoer of maximaal 10 minuten bij gebruikmaking van aangepast vervoer; samenwerkingsverband: 1. voor het primair onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a, tweede en vijftiende lid, van de Wet op het primair onderwijs; 2. voor het voortgezet onderwijs: samenwerkingsverband als bedoeld in artikel2.47, tweede en zestiende lid, van de Wet voortgezet onderwijs 2020. school: 1. basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; 2. school voor speciaal onderwijs of speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra; 3.
school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020. stage: praktische leertijd bij de beroepsopleiding; toegankelijke school: school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting, dan wel de openbare school dan wel school voor speciaal onderwijs; vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning dan wel de opstapplaats en de school dat plaatsvindt in aansluiting op het begin en einde van de schooldag volgens de
Pagina 2 van 21
vervoersvoorziening: 1. bekostiging van de goedkoopst mogelijke
wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; of 3. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider;
woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.
Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt , betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende de reis naar en van school berust bij de ouder(s). 5. Indien begeleiding van een leerling vereist is wordt deze geboden door de ouder(s). Wanneer het onmogelijk is voor de ouder(s) in begeleiding te voorzien is het aan de ouder(s) om op andere wijze in de begeleiding te (laten) voorzien, bijvoorbeeld door inschakeling van
schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt; vervoersvoorziening: 1. bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider; 2. aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen; 3. gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider. woning: plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft.
Artikel 2. De door het college noodzakelijk te achten vervoersvoorziening 1. Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening. 2. Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op de vervoersvoorziening vervallen. 3. De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen. 4. De verantwoordelijkheid voor het gedrag van de leerling gedurende de reis naar en van school berust bij de ouder(s). 5. Indien begeleiding van een leerling vereist is wordt deze geboden door de ouder(s). Wanneer het onmogelijk is voor de ouder(s) in begeleiding te voorzien is het aan de ouder(s) om op andere wijze in de begeleiding te (laten) voorzien, bijvoorbeeld door inschakeling van
Pagina 3 van 21
familie, buren of vrijwilligers. Wanneer het voor een ouder onmogelijk is ook hierin op andere wijze te voorzien kan de ouder het college, met redenen omkleed en met aantoonbare en onderbouwde argumenten, vragen om in de begeleiding te voorzien. 6. Het college kan opstapplaatsen vaststellen. 7. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.
familie, buren of vrijwilligers. Wanneer het voor een ouder onmogelijk is ook hierin op andere wijze te voorzien kan de ouder het college, met redenen omkleed en met aantoonbare en onderbouwde argumenten, vragen om in de begeleiding te voorzien. 6. Het college kan opstapplaatsen vaststellen. 7. Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de vervoersvoorziening op aanvraag verstrekt aan de leerling.
Artikel 3. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening naar eerstgenoemde school als
Artikel 3. Vervoersvoorziening naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder of gelijke kosten met zich mee zou brengen en de ouders met het vervoer naar die school schriftelijk instemmen. 2. Indien ouders een vervoersvoorziening aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan een andere school van dezelfde onderwijssoort, ontstaat slechts aanspraak op een vervoersvoorziening wanneer is voldaan aan de volgende voorwaarden: a. aan het college is door de ouders genoegzaam aangetoond wat de specifieke en noodzakelijke onderwijskundige onderwijsbehoefte van de leerling is; b. aan het college is door de ouders voldoende aangetoond dat de dichtstbijzijnde school waarop de leerling is aangewezen niet toegankelijk is vanwege het niet kunnen bieden van het noodzakelijke specifieke onderwijsaanbod.
door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen. 3. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag van een vervoersvoorziening het ondersteuningsplan, zoals dat is vastgesteld door het samenwerkingsverband na overleg met het college.
Geen artikel over opgenomen
Artikel 4. Afstandsgrens 1. Een vervoersvoorziening wordt toegekend als de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde
Pagina 4 van 21
toegankelijke school voor: a. basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; b. speciale basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer; of c. speciaal onderwijs meer bedraagt dan zes kilometer. 2. In afwijking van het eerste lid wordt geen afstandsgrens gehanteerd wanneer aan college genoegzaam is aangetoond dat het een gehandicapte betreft. Zo nodig kan het college hierover advies vragen aan een onafhankelijk medisch deskundige. De deskundige betrekt in zijn advies de mogelijkheden van de gehandicapte leerling om zelfstandig, al dan niet met begeleiding, met de fiets of het openbaar vervoer te reizen. Artikel 4. Vervoersvoorziening naar stage 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor het bezoeken van een stage, indien er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening. Er dient hiervoor een afzonderlijke aanvraag te worden ingediend. 2. De vervoersvoorziening voor een stage wordt slechts toegekend indien er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage dient onderdeel te zijn van het onderwijsprogramma; b. de stagetijden sluiten aan op de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één adres; d. de maximale reistijd binnen de gemeentegrens 30 minuten is en 60 minuten buiten de gemeentegrens.
3. Als de maximale reistijd de grens zoals genoemd in lid 2 sub d overschrijdt, dient de aanvrager te motiveren waarom deze stageplaats gekozen wordt.
Artikel 5. Vervoervoorziening naar stage 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor het bezoeken van een stage indien er al aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening. 2. De vervoersvoorziening voor een stage wordt slechts toegekend indien er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de stage dient onderdeel te zijn van het onderwijsprogramma; b. de stagetijden sluiten aan op de reguliere schooltijden; c. de stage vindt plaats op één adres; d. het stageadres is gelegen op de route van de woning dan wel de opstapplaats naar de school. Als wordt aangetoond dat dit niet mogelijk is, dan kan het stageadres gelegen zijn binnen een door het college te bepalen maximale straal van de woning of de school; e. de maximale reistijd binnen de gemeentegrens 30 minuten is en 60 minuten buiten de gemeentegrens. 3. Indien de vervoersvoorziening niet voldoet aan het afstandscriterium, zoals vermeld onder 2d dient hiervoor een afzonderlijke aanvraag te worden ingediend.
Pagina 5 van 21
4. Een vervoersvoorziening wordt slechts toegekend over de afstand tussen de woning van de leerling dan wel de opstapplaats en het dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke stageadres.
Artikel 5. Vervoersvoorziening van en naar opvangadres 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer tussen school en een opvangadres vóór en/of na schooltijd, anders dan het woonadres. 2. Het vervoer van of naar een opvangadres komt in de plaats van het vervoer vanaf school naar het woonadres en/of van het woonadres naar school. Indien wordt gekozen voor vervoer naar of van het opvangadres, dan zijn de ouders verantwoordelijk voor het vervoer tussen opvangadres en woonadres. Hiervoor kan geen aanvullende vervoersvoorziening worden aangevraagd. 3. De vervoersvoorziening van en naar het opvangadres wordt slechts toegekend indien er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de leerling bezoekt een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs; b. de leerling heeft een vervoersvoorziening voor aangepast vervoer; c. het betreft maximaal twee opvangadressen per schooljaar, waarbij geldt maximaal één extra adres vóór schooltijd en één extra adres na schooltijd; d. het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere begin- of eindtijd van de school volgens de schoolgids; e. de leerling bezoekt het opvangadres op vaste dagen en tijden; f. op de locatie is iemand aanwezig die de verantwoordelijkheid draagt voor de leerling vanaf het moment dat de leerling het vervoer verlaat; g.
de maximale individuele reistijd van de leerling mag niet meer zijn dan 30 minuten binnen de gemeentegrens en 60 minuten buiten de gemeentegrens; h. het betreft een toekenning voor maximaal één schooljaar.
Artikel 6. Vervoersvoorziening van en naar opvangadres 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor het vervoer tussen school en een opvangadres vóór en/of na schooltijd, anders dan het woonadres. 2. Het vervoer van of naar een opvangadres komt in de plaats van het vervoer vanaf school naar het woonadres en/of van het woonadres naar school. Indien wordt gekozen voor vervoer naar of van het opvangadres, dan zijn de ouders verantwoordelijk voor het vervoer tussen opvangadres en woonadres. Hiervoor kan geen aanvullende vervoersvoorziening worden aangevraagd. 3. De vervoersvoorziening van en naar het opvangadres wordt slechts toegekend indien er wordt voldaan aan de volgende voorwaarden: a. de leerling bezoekt een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor speciaal onderwijs; b. de leerling heeft een vervoersvoorziening voor aangepast vervoer; c. het betreft maximaal twee opvangadressen per schooljaar, waarbij geldt maximaal één extra adres vóór schooltijd en één extra adres na schooltijd; d. het vervoer vindt plaats in aansluiting op de reguliere beginof eindtijd van de school volgens de schoolgids; e. de leerling bezoekt het opvangadres op vaste dagen en tijden; f. op de locatie is iemand aanwezig die de verantwoordelijkheid draagt voor de leerling vanaf het moment dat de leerling het vervoer verlaat; g.
de maximale individuele reistijd van de leerling mag niet meer zijn dan 30 minuten binnen de gemeentegrens en 60 minuten buiten de gemeentegrens;
Pagina 6 van 21
4. Indien het vervoer naar het opvangadres leidt tot individueel vervoer of om andere redenen leidt tot hogere kosten dan vervoer naar het woonadres behoudt het college zich het recht voor om geen vervoersvoorziening toe te kennen voor het vervoer naar het opvangadres.
h. het betreft een toekenning voor maximaal één schooljaar. 4. Indien het vervoer naar het opvangadres leidt tot individueel vervoer of om andere redenen leidt tot hogere kosten dan vervoer naar het woonadres behoudt het college zich het recht voor om geen vervoersvoorziening toe te kennen voor het vervoer naar het opvangadres.
Artikel 6. Vervoersvoorziening voor hoogbegaafdheid 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor vervoer van een hoogbegaafde leerling als de dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool (nog) geen passend aanbod heeft voor de hoogbegaafde leerling en de leerling verder moet reizen naar een voor hem eerstvolgende dichtstbijzijnde toegankelijke school die wel een passend aanbod kan bieden. 2. De hoogbegaafdheid van de leerling moet op basis van een intelligentieonderzoek worden gestaafd en er dient vanuit de dichtstbijzijnde toegankelijke school een toelichting te worden gegeven waarom er geen passend aanbod is voor de desbetreffende leerling. Het samenwerkingsverband wordt hierbij ingeschakeld.
Artikel 7. Vervoersvoorziening voor hoogbegaafdheid 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor vervoer van een hoogbegaafde leerling als de dichtstbijzijnde basisschool (nog) geen passend aanbod heeft voor de hoogbegaafde leerling en de leerling verder moet reizen naar een voor hem eerst volgende dichtstbijzijnde toegankelijke school die wel een passend aanbod kan bieden. 2. De hoogbegaafdheid van de leerling moet op basis van een intelligentie-onderzoek worden gestaafd en er dient vanuit de dichtstbijzijnde toegankelijke school een toelichting te worden gegeven waarom er geen passend aanbod is voor de desbetreffende leerling. Het samenwerkingsverband kan hierbij worden ingeschakeld.
Artikel 7. Vervoersvoorziening tijdelijke beperking 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor vervoer van een leerling met een tijdelijke beperking die langer duurt dan 3 maanden. 2. Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening als bedoeld in het eerste lid van dit artikel dient een medische verklaring van een specialist te worden overlegd. 3. De vervoersvoorziening wordt toegekend voor de duur van het herstel en/of revalidatie. Als de noodzaak voor het vervoer eindigt, heeft de leerling geen recht meer op vervoer.
Artikel 8. Vervoersvoorziening tijdelijke beperking 1. Op verzoek kan een vervoersvoorziening worden toegekend voor vervoer van een leerling met een tijdelijke beperking die langer duurt dan 3 maanden. 2. Om in aanmerking te komen voor een vervoersvoorziening als bedoeld in het eerste lid van dit artikel dient een medische verklaring van een specialist te worden overlegd. 3. De vervoersvoorziening wordt toegekend voor de duur van het herstel en/of revalidatie. Als de noodzaak voor het vervoer eindigt, heeft de leerling geen recht meer op vervoer.
Pagina 7 van 21
Artikel 8. Toekenning vervoersvoorziening 1. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 2. Het college kent een vervoersvoorziening toe voor één of meerdere schooljaren. 3. Het college kan aan de toekenning van een vervoervoorziening nadere voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld welke verband houden met de veiligheid van de leerling.
Artikel 9. Toekenning vervoersvoorziening 1. Het college bepaalt bij de toekenning van de vervoersvoorziening de wijze en het tijdstip van de verstrekking dan wel de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de toegekende vervoersvoorziening. 2. Het college kent een vervoersvoorziening toe voor één of meerdere schooljaren. 3. Het college kan aan de toekenning van een vervoervoorziening nadere voorwaarden verbinden, bijvoorbeeld welke verband houden met de veiligheid van de leerling.
Artikel 9. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3. De aanvraag moet ten minste 8 weken voorafgaand aan de ingangsdatum van de voorziening worden aangevraagd. 4. Indien de aanvraag onjuist of onvolledig is ingediend, wordt de aanvraag opgeschort. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de aanvraag aan te vullen. 5. Indien binnen deze gestelde termijn van twee weken geen volledig te beoordelen aanvraag is ontvangen, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld, tenzij de ouder heeft aangegeven meer tijd voor de aanvraag nodig te hebben. In dat geval wordt de aanvraag aangehouden gedurende in overleg met ouders nader te bepalen termijn. 6. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 7. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis.
Artikel 10. Aanvraagprocedure 1. Een aanvraag voor een vervoersvoorziening wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens. 2. Indien dit voor een juiste beoordeling van de aanvraag noodzakelijk is, kan het college de ouders verzoeken aanvullende gegevens te verstrekken. 3. De aanvraag moet ten minste 8 weken voorafgaand aan de ingangsdatum van de voorziening worden aangevraagd. 4. Indien de aanvraag onjuist of onvolledig is ingediend, wordt de aanvraag opgeschort. De aanvrager wordt in de gelegenheid gesteld om binnen twee weken de aanvraag aan te vullen. 5. Indien binnen deze gestelde termijn van twee weken geen volledig te beoordelen aanvraag is ontvangen, wordt de aanvraag buiten behandeling gesteld, tenzij de ouder heeft aangegeven meer tijd voor de aanvraag nodig te hebben. In dat geval wordt de aanvraag aangehouden gedurende in overleg met ouders nader te bepalen termijn. 6. Het college besluit over de aanvraag binnen acht weken na ontvangst van alle benodigde gegevens. 7. Het college kan het in het vorige lid bedoelde besluit met ten hoogste vier weken verdagen. Het stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. 8. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze:
Pagina 8 van 21
8. Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend geldt deze: a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
a. wanneer het een bekostiging betreft, met ingang van de door de ouders verzochte datum, met dien verstande dat de datum niet ligt vóór de datum van ontvangst van de aanvraag; b. wanneer het aanbieding van aangepast vervoer betreft, met ingang van een datum die zo mogelijk aansluit bij de door de ouders verzochte datum.
Artikel 10. Algemene weigeringsgronden Er wordt in ieder geval geen vervoersvoorziening toegekend: 1. ten behoeve van incidenteel vervoer buiten schooltijden dan wel tijdens structureel afwijkende schooltijden die niet zijn aangekondigd in de schoolgids; 2. naar een andere locatie dan woning, opvangadres, opstapplaats, school of stageplaats.
Artikel 11. Algemene weigeringsgronden Er wordt in ieder geval geen vervoersvoorziening toegekend: 1. ten behoeve van incidenteel vervoer buiten schooltijden dan wel tijdens structureel afwijkende schooltijden die niet zijn aangekondigd in de schoolgids; 2. naar een andere locatie dan woning, opvangadres, opstapplaats, school of stageplaats.
Artikel 11. Doorgeven van wijzigingen 1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college. 2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders. 4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Artikel 12. Doorgeven van wijzigingen 1. De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de toegekende vervoersvoorziening, onder vermelding van de datum van wijziging, onverwijld schriftelijk mede te delen aan het college. 2. Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de toegekende vervoersvoorziening, vervalt de aanspraak daarop en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. 3. Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte een vervoersvoorziening is verstrekt, vervalt de aanspraak op de vervoersvoorziening terstond en kent het college al dan niet opnieuw een vervoersvoorziening toe. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders. 4. Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuw verstrekte vervoersvoorziening.
Pagina 9 van 21
Artikel 12. Intrekking vervoersvoorziening 1. De vervoersvoorziening kan worden ingetrokken indien de bij de aanvraag
verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest. 2. De vervoersvoorziening kan worden ingetrokken indien tussentijdse wijzigingen niet of niet tijdig worden doorgegeven en deze wijzigingen van invloed zijn op de toekenning van de voorziening.
Artikel 13. Ontzegging vervoersvoorziening 1. Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of op een andere wijze de orde in het vervoersmiddel verstoort of de veiligheid van de inzittenden van het vervoersmiddel in gevaar brengt. 2. Alvorens over te gaan tot een ontzegging worden de volgende stappen ondernomen: a. indien er sprake is van één klacht of meerdere klachten dan wel aanhoudende klachten maakt de vervoerder melding van de klachten bij de gemeente Best en wordt er een onderzoek gestart;
Artikel 13. Intrekking vervoersvoorziening 1. De vervoersvoorziening kan worden ingetrokken indien: a. niet of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden en verplichtingen gesteld bij of krachtens deze verordening; b. de bij de aanvraag verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing zou zijn genomen als bij de beoordeling van de aanvraag de juiste omstandigheden volledig bekend waren geweest; c. de verstrekte vervoersvoorziening niet meer de meest passende vervoersvoorziening is; d. sprake is van onaanvaardbaar wangedrag door de leerling gedurende het verblijf in het aangepaste vervoer; e. Het vervoeren van de leerling leidt tot onveilige situatie in het aangepaste vervoer. 2. De vervoersvoorziening kan worden ingetrokken indien tussentijdse wijzigingen niet of niet tijdig worden doorgegeven en deze wijzigingen van invloed zijn op de toekenning van de voorziening.
Artikel 14. Ontzegging vervoersvoorziening 1. Het college kan een leerling aan wie een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer is verstrekt, tijdelijk of voor de rest van het schooljaar de toegang tot dit vervoer ontzeggen indien bij herhaling is gebleken dat de leerling door agressief gedrag of op een andere wijze de orde in het vervoersmiddel verstoort of de veiligheid van de inzittenden van het vervoersmiddel in gevaar brengt. 2. Alvorens over te gaan tot een ontzegging worden de volgende stappen ondernomen: a. indien er sprake is van één klacht of meerdere klachten dan wel aanhoudende klachten maakt de vervoerder melding van de klachten bij de gemeente Best en wordt er een onderzoek gestart;
Pagina 10 van 21
b. in het kader van het onderzoek als bedoeld onder a zal de gemeente in gesprek gaan met de vervoerder, de chauffeur, ouders en/of school; c. indien uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van verwijtbaar gedrag van de leerling volgt er een eerste waarschuwingsbrief aan de ouders of de leerling in geval deze meerderjarig en handelingsbekwaam is; d. indien het verwijtbaar gedrag aanhoudt, volgt er een tweede waarschuwingsbrief. Voorts zorgt het college in deze fase voor een extra zitplaats in de taxi om begeleiding van de leerling door één van de ouders of begeleider mogelijk te maken. De kosten voor een begeleider zijn voor rekening van de ouders; e. indien de klachten en het verwijtbaar gedrag na ontvangst van de tweede waarschuwingsbrief alsnog aanhouden, kan per direct een schorsing volgen voor een periode van een volle schoolweek; f. indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan na de eerste waarschuwingsbrief aan de ouders, per direct schorsing volgen voor een periode van een volle schoolweek. In dat geval ontvangen ouders geen tweede waarschuwingsbrief; g. indien na schorsing het aangepast vervoer wordt hervat en de klachten en het verwijtbaar gedrag houden aan kan de leerling worden uitgesloten van het vervoer met een minimum van 3 maanden (exclusief vakanties) en maximaal tot het einde van het schooljaar; h.
indien de veiligheid van de inzittenden en de chauffeur ernstig in het geding is dan wel zich andere omstandigheden voordoen waardoor voortzetting van het aangepast vervoer ten opzichte van de inzittenden en de chauffeur niet aanvaardbaar is, kunnen de stappen onder c t/m e worden overgeslagen en kan er afhankelijk van de ernst van het verwijtbaar gedrag direct worden overgegaan tot schorsing
b. in het kader van het onderzoek als bedoeld onder a zal de gemeente in gesprek gaan met de vervoerder, de chauffeur, ouders en/ of school; c. indien uit het onderzoek blijkt dat er sprake is van verwijtbaar gedrag van de leerling volgt er een eerste waarschuwingsbrief aan de ouders; d. indien het verwijtbaar gedrag aanhoudt, volgt er een tweede waarschuwingsbrief. Voorts zorgt het college in deze fase voor een extra zitplaats in de taxi om begeleiding van de leerling door één van de ouders of begeleider mogelijk te maken. De kosten voor een begeleider zijn voor rekening van de ouders; e. indien de klachten en het verwijtbaar gedrag na ontvangst van de tweede waarschuwingsbrief alsnog aanhouden, kan per direct een schorsing volgen voor een periode van een volle schoolweek; f. indien de omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan na de eerste waarschuwingsbrief aan de ouders, per direct schorsing volgen voor een periode van een volle schoolweek. In dat geval ontvangen ouders geen tweede waarschuwingsbrief; g. indien na schorsing het aangepast vervoer wordt hervat en de klachten en het verwijtbaar gedrag houden aan kan de leerling worden uitgesloten van het vervoer met een minimum van 3 maanden (exclusief vakanties) en maximaal tot het einde van het schooljaar; h.
indien de veiligheid van de inzittenden en de chauffeur ernstig in het geding is dan wel zich andere omstandigheden voordoen waardoor voortzetting van het aangepast vervoer ten opzichte van de inzittenden en de chauffeur niet aanvaardbaar is, kunnen de stappen onder c t/m e worden overgeslagen en kan er afhankelijk van de ernst van het verwijtbaar gedrag direct worden overgegaan tot schorsing van een volle week dan wel uitsluiting met een minimum van 3 maanden en maximaal tot het einde van het schooljaar.
Pagina 11 van 21
van een volle week dan wel uitsluiting met een minimum van 3 maanden en maximaal tot het einde van het schooljaar. 3. Bij een uitsluiting van het vervoer als bedoeld onder g en h van dit artikel zal de vervoersvoorziening schriftelijk worden ingetrokken. Artikel 14. Peildatum leeftijd leerling 1. Voor het toekennen van een vervoersvoorziening is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft. 2. Wanneer een leerling op de peildatum elf jaar of ouder is wordt hij geacht zonder begeleiding per fiets en/of per bus of trein te kunnen reizen. Artikel 15. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht, dan wel als eigen bijdrage in rekening gebracht.
3. Bij een uitsluiting van het vervoer als bedoeld onder g en h van dit artikel zal de vervoersvoorziening op grond van artikel 13 van deze Verordening schriftelijk worden ingetrokken.
§ 2 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs Artikel 16. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of b. een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs volgen. 3. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en:
§ 2 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs Artikel 17. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor primair onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een basisschool of speciale school voor basisonderwijs als bedoeld in de Wet op het primair onderwijs; of b. een school voor speciaal onderwijs of een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Deze paragraaf is niet van toepassing op leerlingen van scholen voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs die voortgezet onderwijs volgen. 3. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt een vervoersvoorziening verstrekt over de afstand tussen de woning dan wel de opstapplaats en:
Artikel 15. Peildatum leeftijd leerling 1. Voor het toekennen van een vervoersvoorziening is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de voorziening betrekking heeft. 2. Wanneer een leerling op de peildatum elf jaar of ouder is wordt hij geacht zonder begeleiding per fiets en/of per bus of trein te kunnen reizen. Artikel 16. Andere vergoedingen De aanspraak op een toelage, voor zover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten, wordt op een bekostiging in mindering gebracht.
Pagina 12 van 21
a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a. 4. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoer)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
a. de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of b. een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a. 4. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoer)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 17. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km bedraagt. 2. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets.
Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 17 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes km bedraagt. 2. Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in het eerste lid en de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets. 3. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding van €0,10.
Artikel 18. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 16 bezoekt bekostiging op basis van de
Artikel 19. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer of vervoer per fiets ten behoeve van een begeleider 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 17 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van
Pagina 13 van 21
kosten van het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 17 en de leerling jonger dan elf jaar is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of b. de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
het openbaar vervoer of vervoer per fiets van de leerling en een begeleider indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 18 en de leerling jonger dan elf jaar is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken, of b. de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.
Artikel 19. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 17 bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 18 of 19 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50 % of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 18 of 19 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 19 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of
Artikel 20. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 17 bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 18 of 19 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50 % of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in de artikelen 18 of 19 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 19 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische
Pagina 14 van 21
d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken. 2. Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer. 3. Bij verstrekking van een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer kan het college als voorwaarde stellen dat de ouder(s) de leerling deel laten nemen aan een leerproject voor het gebruik van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets.
handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken. 2. Bij verstrekking van een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer kan het college als voorwaarde stellen dat de ouder(s) de leerling deel laten nemen aan een leerproject voor het gebruik van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets. 3. Indien begeleiding in het aangepast vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepast vervoer.
Artikel 20. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; of b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de algemeen gebruikelijke
Artikel 21. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; of b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto bedraagt het belastingvrije bedrag per kilometer, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto bedraagt het belastingvrije bedrag per kilometer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.
belastingvrije kilometervergoeding, behoudens het bepaalde in het vierde lid. Aan de ouders die meer dan één leerling zelf vervoeren, dan wel laten
Pagina 15 van 21
vervoeren, kan het college een kilometervergoeding per te vervoeren leerling toekennen, afgeleid van de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding.
Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van een leerling bekostiging van het college ontvangen, verstrekt het college geen bekostiging.
4. Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
5. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de algemeen gebruikelijke belastingvrije kilometervergoeding. § 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs Artikel 23. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet op het voortgezet onderwijs; of b. een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. 2. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoer)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
§ 3 Bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs Artikel 22. Algemene bepalingen omtrent het vervoer van leerlingen van scholen voor voortgezet onderwijs 1. In deze paragraaf wordt verstaan onder school: a. een school voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de Wet voortgezet onderwijs 2020; of b. een school voor speciaal en voortgezet speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in de Wet op de expertisecentra. Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele (vervoer)adviezen van deskundigen die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.
Artikel 24. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 23 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, indien de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke,
Artikel 23. Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding en vervoer per fiets 1. Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 24 bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer van de leerling en een begeleider, indien de leerling door een structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische
Pagina 16 van 21
zintuiglijke of psychische handicap niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. 3. In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zoals bedoeld in het eerste lid, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
beperking niet zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik kan maken. 2. Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking. 3. In afwijking van de bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, zoals bedoeld in het eerste lid, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets.
Artikel 25. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 23 bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 24 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50 % of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 24 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 24 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of
Artikel 24. Vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer 1. Het college verstrekt een vervoersvoorziening in de vorm van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school zoals bedoeld onder artikel 24 bezoekt, indien: a. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50 % of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht; b. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets; c. aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat begeleiding van de leerling door henzelf of anderen onmogelijk is dan wel tot ernstige benadeling van het gezin zal leiden en een andere oplossing niet mogelijk is; of d. de leerling, naar het oordeel van het college, gelet op zijn structurele lichamelijke, verstandelijke, zintuiglijke of psychische handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding – van openbaar vervoer gebruik te maken.
Pagina 17 van 21
psychische handicap niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken. 3. Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer. 4. Bij de toekenning van een verstrekking of een bekostiging voor het vervoer kan het college als voorwaarde stellen dat de ouders de leerling laten deelnemen aan een leerproject voor het gebruik van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets.
2. Indien begeleiding in het aangepaste vervoer vereist is, vergoedt het college geen andere kosten dan de vervoerskosten welke verbonden zijn aan de begeleiding van de leerling in het aangepaste vervoer. 3. Bij de toekenning van een verstrekking of een bekostiging voor het vervoer kan het college als voorwaarde stellen dat de ouders de leerling laten deelnemen aan een leerproject voor het gebruik van het openbaar vervoer of het vervoer per fiets.
Artikel 26. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4.
Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.
Artikel 25. Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer 1. Indien aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren. 2. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren: a. een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid; b. een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, bedraagt het belastingvrije bedrag per kilometer, indien aanspraak zou bestaan op een voorziening in de vorm van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 3. Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid. 4. Aan de ouders die een of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.