24048.30 - Bijlage 15 bij Toelichting - Aanvulling landschapsplan
Tekst van het document
VERSTERKING COULISSENLANDSCHAP AARLESCHE ERVEN LANDSCHAPSPLAN MET AANVULLENDE LANDSCHAPSELEMENTEN 12 APRIL 2024
PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.
Archiefexemplaar van BL24-03736
- Mosselaarweg 5-7-16_toelichting_Bijlage 15 Aanvulling landschapsplan versterking coulissenlandschap
PRIKKELENDE LANDSCHAPSONTWERPEN.
COLOFON
INHOUDSOPGAVE
Titel document:
1
VERSTERKING COULISSENLANDSCHAP AARLESCHE ERVEN Datum: 12 april 2024
Status: Landschapsplan aanvullend Document: Enkelzijdig A4 liggend Opdrachtgever: Gemeente Best Postbus 50 5680 AB Best
Auteur/Adviseur: VAN DOOREN LANDSCHAP Derpt 15, 4576 VW Vorstenbosch T 06-26949922
2
E info@vandoorenlandschap.nl
inleiding 1.1 1.2 1.3
Aanleiding Locatie Leeswijzer
2 Aanvullende elementen 2.1 2.2 2.3 2.4
Bedrijfsvoering Blauwe dooradering Groene dooradering Beplanting
Bijlage I - Fase 2 aanvullende elementen Bijlage II - Steenuil op de Aarlesche Erven
3 3 4 4 6 6 7 8 10
1 INLEIDING 1.1
Aanleiding
In opdracht van gemeente Best is een uilenmitigatieplan opgesteld voor de woningbouwontwikkeling Aarlesche Erven ten noorden van de kern Best. Hiervoor is een gebiedsplan opgesteld, om het landschap ten noorden van de uitbreiding te versterken met diverse landschapselementen. Deze versterking van de groen-/blauwe dooradering is op dit moment in uitvoering. Plangebied mitigatie plan
De versterking van het landschap
Noord-Brabant. De zienswijzen vormen
gebeurt voornamelijk op gronden van
aanleiding om het landschapsplan
twee lokale ondernemers. Daarnaast
aan het adres Mosselaarweg 16 en het
zijn deze ondernemers voornemens
achterliggende landschap aan te passen.
samen te werken en ieder op hun eigen erf een nieuwe bedrijfsvoering
De provincie vindt het coulissen-
op te bouwen. Ook hiervoor wordt een
landschap rondom de Aarlesche Erven
bestemmingsplanprocedure doorlopen,
onvoldoende uitgewerkt. De intentie is
waarbij de landschappelijke inpassing
om verdwenen landschapselementen
een onderdeel is.
als bosjes, hagen, houtwallen, solitaire
Mosselaarweg
Plangebied Aarlesche Erven
bomen en berm- en akkerranden terug De locatie Mosselaarweg 16 (één van de
te brengen en om op enkele passende
ondernemers) heeft als ontwerp-be-
plekken nieuwe landschapselementen
stemmingsplan ter inzage gelegen
te realiseren.
(be stemmingsplan Mos selaar weg
3
5-7-16). Op het ontwerp zijn zienswijzen
Het bedrijf aan de Mosselaarweg 16
ingediend door onder andere
heeft ruimte nodig voor teeltonder-
Waterschap De Dommel en Provincie
steunende voorzieningen. De toevoeging
Aanduiding plangebied op topografische ondergrond met kadastrale ondergrond in paars (Aarlesche erven) en oranje (mitigatieplangebied steenuilen) (bron PDOK.nl)
van nieuwe landschapselementen staat
De ruimtelijke analyse van het gebied,
volgens de provincie niet genoeg in
inclusief de afweging voor de inrichting
verhouding tot de teeltondersteunende
van het gebied volgens de eerdere
voorziening. Het landschapsplan bij
r app or t ag e blijf t in st and . D eze
dit bestemmingsplan zou (nóg) meer
wordt niet herhaald in de aanvullende
gericht moeten zijn op het versterken
rapportage, maar kan worden geraad-
van ecologische en landschappelijke
pleegd in het eerste rapport.
waarden, zodat de gebiedskenmerken onderdeel uitmaken van het gehele bedrijf.
1.2
Locatie
Het plangebied van de Aarle sche Er ven en het mitigatieplangebied
Daarom is gekeken naar aanvullende
bevinden zich in agrarisch gebied in
landschapselementen op de locaties
het buurtschap Aarle (gemeente Best,
van beide grondeigenaren. Binnen de
provincie Noord-Brabant). Aarle ligt
toekomstige bedrijfsvoering is gekeken
ten noordwesten van Best en bestaat
naar welke mogelijkheden er geboden
uit enkele straten met boerderijen.
kunnen worden naar een versterking
Verder bestaat het voornamelijk uit
van de groen-/blauwe dooradering.
weilanden en akkers. Best ligt ten
Daarbij is ook rekening gehouden met
noordwesten van Eindhoven en aan de
de toekomstige bedrijfsvoering en het
zuid-, oost- en noordzijde ingeklemd
onderhoud van de landschapselementen
tussen de snelwegen A58, A50 en A2. Ten
en bestaande A- en B-watergangen.
zuidwesten en noordoosten van Best liggen bossen.
Dit heeft geresulteerd in aanvullende landschapselementen op het bestaande plan ‘Steenuil op de Aarlesche Erven’ van Van Dooren Landschap van 16 maart 2023. Aangezien de uitvoering en financiering van dit plan reeds is geregeld willen we niet aan dit plan tornen. De ‘extra’ toevoeging van landschapselementen wordt apart behandeld in deze rapportage. Het oorspronkelijke plan is bijgevoegd als Bijlage I van deze
4
rapportage.
1.3
Leeswijzer
Ho ofd st uk 2 bie dt inz icht in de aanvullende landschapselementen naast de reeds voorgestelde elementen uit ‘Steenuil op de Aarlesche Erven’ van 16 maart 2023 .
AANVULLENDE ELEMENTEN
2 AANVULLENDE ELEMENTEN 2.1
Bedrijfsvoering
vormen ze een meerwaarde voor de
Ruimte voor nieuwe landschappelijke
lokale biodiversiteit en cultuurhistorisch
elementen kan op plekken, die geen
landschap en dient het als stedelijk
directe belemmering vormen voor
uitloopgebied. Er wordt aangesloten op
de bedrijfsvoering en het onderhoud
het bestaand wandelpad en verbijzon-
aan bestaande watergangen (A- en
deringen toegevoegd.
B-watergangen). De agrarische gronden binnen het plangebied (van de twee
Naast deze nieuwe landschapsele-
grondeigenaren) wordt beteeld voor
menten zijn op diverse overhoeken
verschillende doeleinden. Onderstaand
binnen het plangebied nieuwe
een kort overzicht:
landschapselementen voorgesteld, om
1.
Teelt aardbei in volle grond
de kleinschaligheid van het landschap
2.
Teelt aardbei op stellage
door middel van groenstructuren
3.
Teelt aardbei in pot
te versterken. Dit doen we op twee
4.
Kersenteelt
manieren:
5.
Teelt vaste planten
1.
A anleg en her prof iler ing v an ondiepe zaksloten (blauwe dooradering)
Binnen het plan ‘ St e enuil op de Aarlesche Erven’ van 16 maart 2023
2.
A anleg v an nieuwe opgaande
zijn diverse kavelranden ingericht met
landschapselementen (groene
kenmerkende landschapselementen,
dooradering).
die een meerwaarde vormen voor het leefgebied van de steenuil. Daarnaast
6
Globale indeling van de gewassen binnen plangebied
2.2
Blauwe dooradering
Het huidige watersysteem mag niet zwaarder worden belast door het regenwater wat op daken en verharding valt. Veel van dit regenwater (3.000m3) wordt opgevangen in een silo op het erf en hergebruikt voor het bewateren van gewassen. Naast de silo is er een infiltratiesysteem noodzakelijk voor het overtollige regenwater. Door middel van een systeem van zaksloten wordt ruimte geboden aan voldoende waterinfiltratie (312m3). Er wordt 1.300m aan zaksloten gerealiseerd, die met elkaar in verbinding staan. Daar waar paden, verharding of zandpad ligt, wordt een duiker gelegd (minimaal doorsnede 30cm). De zaksloten in dit gebied liggen boven de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG) (ca. 0,5m onder maaiveld), waardoor het regenwater ter plaatse van de sloten kan infiltreren. Tussen de watergangen van het waterschap (A- en B-watergangen) en de zaksloten van de initiatiefnemer wordt een overstort gemaakt. Hierdoor wordt nauwelijks tot geen regenwater vanaf Mosselaarweg 16 op het regionaal systeem geloosd. Deze wateropgave is gekoppeld aan de bestemmingswijziging van Mosselaarweg 16. Daarnaast is er een opmerking gemaakt over de flauwe oever naast de A-watergang door Waterschap de Dommel. Ook hier zullen aanpassingen doorgevoerd worden in de reeds aangelegde situatie.
De bomen en het struweel naast de watergang zullen 5m uit de rand van de watergang worden geplaatst, zodat onderhoud met de kraan en kiepkar aan de watergang mogelijk blijft. Daarnaast is door middel van een principeprofiel een voorstel uitgewerkt van de natuurvriendelijke oever. Er wordt een nat-/draszone gerealiseerd, waarbij de bodem ter hoogte van de GHG komt te liggen (-0,3m beneden maaiveld). Het talud is 1:3.
Versterking lokaal watersysteem
7
2.3
Groene dooradering
Visie
2. 2.
Binnen de bestaande gebiedsvisie is naar ruimte gezocht om de kleinschalige cultuurhistorische waarde te versterken. Binnen het plangebied liggen overhoeken. Deze overhoeken (driehoekige vormen aangeduid met 1.) bieden ruimte voor de aanleg van opgaand groen in de vorm van bosjes. Hierdoor sluit dit aan bij de bestaande bosjes aan het oude zand-/wandelpad vanaf de Mosselaarweg naar de Broekstraat. Daarnaast zien we kansen om op gronden Mosselaarweg 10 nieuwe groenstructuren te maken langs kavelgrenzen en bestaande watergangen (geen A-of B-watergang). Deze zijn aangeduid met een 2.
2. 1. 1.
Referentie bosje
8
Bestaande gebiedsvisie versterkt met nieuwe elementen 1. en 2.
Voorstel Het bosje kent een opbouw van kruidenrand - zoom-mantel-bos. Hierdoor biedt het ruimte voor diverse diersoorten en heeft de agrariër minder kans op ‘overkokende’ bossages. Daarnaast wordt op diverse kavelgrenzen struweelsingels aangebracht. De haag bestaat uit diverse soorten beplanting, maar voor meer dan 50% uit doorndragende struiken, zoals meidoorn en sleedoorn. De meidoorn is hier overigens toegestaan, aangezien het buiten ‘bufferzone bacterievuur’ is gelegen.
Referentie struweelhaag
9
Voorstel aanvullende elementen
2.4
Beplanting
In het beplantingsplan worden de nieuwe aan te leggen benoemd, beschreven en gemaatvoerd. Daarnaast wordt een beschrijving gegeven van het beheer van het element.
BOSJE Mosselaarweg 16: 2.600 en 2.100m2 - 2.180 stuks bosplantsoen Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element •
Het bosje kent een zoomopbouw, zoals hiernaast afgebeeld. Onderstaand een beschrijving per strook:
Open veld •
3m brede strook rondom inzaaien met een bloemrijk mengsel (1.290m2)
Zoom en mantel •
4m brede zoom en mantel inplanten met onderstaand 2- tot 3-jarig bosplantsoen (1.100st):
5%
Corylus avellana (Hazelaar)
20%
Rhamnus frangula (Vuilboom)
15%
Ilex aquifolium (Hulst)
20%
Viburnum opulus (Gelderse roos)
10%
Cornus mas (Gele kornoelje)
10%
Sambucus nigra (Vlier)
10%
Ribes rubrum (Aalbes)
10%
Ribes nigrum (Zwarte bes)
•
Aanpassing van bovenstaande soorten mogelijk, mits streekeigen en meerwaarde biedt voor de biodiversiteit.
•
Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter in kruisverband.
10
Schema opbouw bos
Gesloten bos •
Bos inplanten met onderstaand 2- tot 3-jarig bosplantsoen (1.080 st):
15%
Acer campestre (Veldesdoorn)
15%
Corylus avellana (Hazelaar)
15%
Rhamnus frangula (Vuilboom)
5%
Prunus avium (Zoete kers)
5%
Sorbus aucuparia (Lijsterbes)
15%
Ilex aquifolium (Hulst)
15%
Viburnum opulus (Gelderse roos)
10%
Cornus mas (Gele kornoelje)
5%
Quercus robur (Eik)
•
biodiversiteit. Plantverband van minimaal 1,25 m x 1,25 meter in kruisverband. Beheervoorschriften •
Overhangende takken kunnen gedurende het gehele jaar worden teruggesnoeid.
•
Inrichtingseisen bij aanleg nieuw element •
Snoeihout mag op stapels of rillen in het element
soorten:
•
versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.
25%
Cornus mas (Gele kornoelje)
25%
Acer campestre (Veldesdoorn)
10%
Prunus spinosa (Sleedoorn)
40%
Crataegus monogyna (Meidoorn) Aanpassing van bovenstaande soorten mogelijk, mits streekeigen en meerwaarde biedt voor de biodiversiteit.
•
Het betreft een tweerijig element.
•
Plantafstand: 4 stuks per meter
Beheervoorschriften •
Snoeiwerkzaamheden worden verricht in de periode tussen 1 oktober en 14 maart.
•
Na het snoeien heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter en een breedte van tenminste 0,8 meter;
•
Na het vlechten heeft de haag een hoogte van tenminste 1,00 meter en een breedte van tenminste
verwerkt worden voor zover het de stoven die opnieuw uit moeten lopen niet schaadt. Als snoeihout
Aanplant 2- en/of 3-jarig inheems bosplantsoen in groepsverband (3 stuks bij elkaar) met de volgende
Het element wordt voor maximaal 80% beheerd als bos met opgaande bomen.
•
Mosselaarweg 10: 670 meter – 2.680stuks
Aanpassing van bovenstaande soorten mogelijk, mits streekeigen en meerwaarde biedt voor de
•
STRUWEELHAAG
0,5 meter •
Het snoeien kan gecombineerd worden met het vlechten van de haag.
•
Het snoeihout moet afgevoerd worden. Als snoeihout versnipperd wordt mogen de snippers niet verwerkt worden in het element.
11
BIJLAGE I -
FASE 2 AANVULLENDE ELEMENTEN
Eigendom Mosselaarweg 16
Eigendom Mosselaarweg 10
KOPTEKST PAGINA PAST 1 OP TWEE REGELS Inleiding: Id et es ad qui cum quibus et fuga. Ut eatempero mi, te mos si volest quo cuptaturi natur atus delibus quid modia pro blam rem eatur autemqui corem hicae parunt acest, offictin eni dolestrum hicilit ecaborerum inus ad quatemqui utas sam nim sapicietus, occulparci qui aborepro molupta tuscipsunt, quis pro int. Bodytekst: Soluptatiunt doluptium
coris velit in posam doluptius molum
voluptatur adi ut voluptatem. Nam
Margetekst: Pa as
eos re comniaerchic te non reriberi abo.
ium quas ut lab iliquas vendenis et atiis
qui dero quos reprora tincienis aut fn
deleste ndaepelis velitae
Les autates aut assinciti cus demquid
arum fuga. Bitata dignim que sequodit
nusam sum essitiisci doluptam aut aut
ipsandit, sinimol landaepudit lia doluptin
por sam quod eatibus dictatem aliqui
alicide secerib uscimperum eos exerfere
Viduciu mquosto
neces et rem que pra dolutem. Lant pero
quatemquis ipsum idemodisque sam
conseditisto et voluptatas cus.
doluptatque sequi
event officiet aliquasit volorum fugit qui
endebis et eostium est audi occus
quia quatia coruptur as doluptur, sincid
simolut voluptiur?
es atentis et magnatur si dolut atem
iliqui sapel ipitatur?
doloreprae ea quidess
L ib u s . X im qu a e . C at io mint ur e
inversp errunt reperia culluptiis quiatin
peleceatis alignit atiunt od modigen
usapicid mo maximin
KOPJE
disquo vid molut eatento blaborro te
placeaquam lacea
Ebissiti diorio dolut labo. Nam, quam
quis expliqu undame nonse perchillo
Minciiscias dolore laut vollaniste ped
quiatemodit eatemquo beat quos si
quis vitatus sinvere vel et venderuntur,
simod mo molo quia que
quis et et mos nus, auda ventust, si de
odigendit ommolup tassit ut exceptat
odias qui bea dolecti usanimusanis sus
offictur, volor se quam,
pera dolecepellut quia voloreria il mi,
facipis dolorep udaesci umentem
cupta ium aut voloresed mostionsequo
aut veles volupit fugitia
qui te natus vollorpos et et vellabo.
volorum incitecto eos et et lat lab in
con peruntus.
Nestius, tempor mos eiciut quaes rest,
nonsernatur, cus cus dolestiorpor accus,
Andipiet laccusandame alicimintion
aspiciis eum, to voloremped molores
tet ventiun diatas nonsed et oditate
comnit asincti isquam re liati dolorem
tiissit qui dit ellende rnatia qui cusdam,
cullenihil evendia dempore ctendit
rerunt que millantis rere nest ipient lam
ullam, sequisi molorum quosant iuntis
atibus ipsam volupta tempedi antent.
lam et ut volorit erum sum exerit parum
quataspe nem dolorum ut et.
rereres tisquam dollam volent erit, sitis
13
reicill anihillignis molori
hitatempore, tempore perehendant
eate mod eate nis sequibus eaquatecto
Andanto volorum vero mod mi, quaspel
temquistiis es sus.
enienisquis derspit quis evel maion
Lut velibusant rem est ea verspel expliqui
parcidis aliquae rendand andigent
verumquos aligenesciam harum volor simpor
nem non