CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24048.25 - Bijlage 10 bij Toelichting - Quickscan Externe Veiligheid

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24048 - Vaststellen bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-162.910 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Opdrachtgever: Projectnr: Datum:

Archiefexemplaar van BL24-03745

Pouderoyen Tonnaer POU035-0001 21 november 2022

- Mosselaarweg 5-7-16_toelichting_Bijlage 10 Quickscan externe veiligheid

Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:

Pouderoyen Tonnaer POU035-0001 20221121-POU035-RAP-EV 1.0 Definitief 21 november 2022

Opsteller: CBR

T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl

-+C0CBR+-

Verificatie: PC

-+R0PC+-

Validatie: PC

© 2022 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.

-+V0PC+-

INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4 2.5

Inleiding ................................................................................................................................................................... 5 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 5 Gemeentelijke beleidsvisie ........................................................................................................................................... 6 Transport over waterwegen .......................................................................................................................................... 6 Transport over wegen.................................................................................................................................................. 7 Transport over het spoor .............................................................................................................................................. 8

3.1 3.2 3.3

Inleiding ................................................................................................................................................................... 9 Wettelijk kader .......................................................................................................................................................... 9 Inventarisatie lokale buisleidingen ................................................................................................................................. 9

4.1 4.2 4.3

Inleiding ................................................................................................................................................................. 11 Wettelijk kader ........................................................................................................................................................ 11 Inventarisatie relevante inrichtingen ............................................................................................................................. 11

3

1

INLEIDING In opdracht van Pouderoyen Tonnaer is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van nieuwbouw aan de Mosselaarweg 5-7 en 18 te Best. Het project betreft een tweetal agrarische bedrijfslocaties (Mosselweg 5-7), die worden omgezet naar een burgerwoning (inclusief splitsing van een van de voormalige bedrijfswoningen) alsmede de toevoeging van 2 Ruimte voor Ruimte woningen en de verplaatsing van het agrarisch bedrijf naar een nieuwe locatie ten oosten van Mosselaarweg 18. In verband met de realisatie van het plan wordt een ruimtelijk procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is externe veiligheid een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden. De globale ligging van het plangebied (rode arcering) is in de onderstaande afbeelding weergegeven.

Afbeelding 1

Globale ligging plangebied (bron: Opentopo)

In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.

4

2

TRANSPORTASSEN

2.1

Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.

2.2

Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden. Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen.

De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 1% letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden. In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 1 weergegeven.

5

Tabel 1

Invloedsgebied per stofcategorie Stofcategorie Weg, water Spoor LF1 LF2 C3 LT1 D3 LT2 LT3 D4 LT4 GF1 GF2 GF3 A GT2 GT3 B2 GT4 B3 GT5 B3

2.2.1

Invloedsgebied 1% letaliteitsafstand (m) Spoor Weg Water 45 35 35 45 35 375 730 600 880 880 >4.000 >4.000 n.v.t. n.v.t. n.v.t. 40 n.v.t. 280 65 460 355 90 245 n.v.t. 995 560 1.070 >4.000 >4.000 n.v.t. >4.000 >4.000 n.v.t.

Gemeentelijke beleidsvisie De gemeente Best heeft een eigen beleidsvisie externe veiligheid1. In de beleidsvisie wordt ingegaan op de wijze waarop de gemeente Best omgaat ten aanzien van de besluitvorming, zodat de gemeente haar burgers een veilige leefomgeving kan bieden. De gemeente Best kiest voor een gebiedsgerichte aanpak. De omgeving van het plangebied valt te typeren als gemengd gebied. Hier geldt het volgende voor: Beperkt kwetsbare objecten, waarvoor richtwaarden gelden in plaats van grenswaarden, mogen in nieuwe situaties binnen de PR 10-6-contour van een bedrijf of transportas liggen, mits hiervoor gewichtige redenen zijn. In de risicobenadering worden de volgende onderwerpen onderzocht. 1. identificatie van de risico’s; 2. risicoanalyse; 3. toetsing van de risico’s aan normen; 4. risicoreductie en aspecten van zelfredzaamheid en hulpverlening. Voor bestaande situaties geldt het stand-still principe. Het groepsrisico mag niet toenemen. In geval van gewichtige redenen mag die aangevuld worden tot aan de OWI. Daar waar van toepassing, zal nader op de beleidsvisie ingegaan worden.

2.3

Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op basis van de afstanden die in tabel 1 zijn genoemd, blijkt dat het maximale invloedsgebied van gevaarlijke stoffen die over water vervoerd worden, 1.070 meter bedraagt (GT3-stoffen). Binnen een afstand van 1.070 meter liggen geen waterwegen waar structureel transport van gevaarlijke stoffen over plaatsvindt.

1 Beleidsvisie externe veiligheid gemeente Best, d.d. 16 juli 2009

6

De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen over water vormen geen belemmeringen voor de planvorming, uit het oogpunt van externe veiligheid.

2.4

Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. De mogelijk relevante wegen in de nabijheid van het plangebied zijn weergegeven in afbeelding 3. Het betreft de volgende wegen: - A2 - A58

Afbeelding 2

Globale ligging plangebied ten opzichte van wegen (bron: PDOK)

A2 De rijksweg A2 (wegvakken B62) ligt op een afstand van circa 1,2 kilometer ten oosten van het plangebied. Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. De A2 heeft geen PR 10-6-risicocontour en ook geen plasbrandaandachtsgebied (PAG)2. Deze aspecten vormen geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt.

2

Het plasbrandaandachtsgebied is een gebied als bedoeld in het Besluit externe veiligheid transportroutes. Dit is een gebied van 30 m parallel aan weerszijden van bepaalde transportroutes waarover grote hoeveelheden zeer brandbare vloeistoffen worden vervoerd.

7

Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A2, ter hoogte van het plangebied stofcategoriën LF1, LF2, LT1, LT2, GF3 en GT3 worden getransporteerd. Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van deze stoffen. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de A2 vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. A58 De rijksweg A58 (wegvak B141) ligt op een afstand van circa 3,2 kilometer ten zuiden van het plangebied. Deze weg is eveneens opgenomen in het Basisnet weg. De A58 heeft een PR 10-6-risicocontour van 18 meter en een PAG. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen deze aspecten geen aandachtspunt voor de planvorming. Aangezien het plan op meer dan 200 meter van de voornoemde rijksweg is gelegen, is de hoogte van het groepsrisico geen aandachtspunt. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat (juni 2019) blijkt dat over de A58, ter hoogte van het plangebied LF1, LF2, LT1, LT2, GT3, GT4, GF1, GF2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen (GT4). De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (toxisch scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

2.5

Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan, binnen een straal van 4 km rondom het plangebied. Op circa 300 meter van het plangebied ligt het spoortraject “Boxtel Eindhoven” (route 12). Dit spoortraject is opgenomen in het Basisnet spoor. Uit Bijlage II Tabel Basisnet spoor van de Regeling basisnet, heeft deze spoorlijn een PR 10-6-risicocontour van 6 meter en een PAG. Gezien de ruimtelijke scheiding vormen deze aspecten geen aandachtspunt voor de planvorming. Ook de hoogte van het groepsrisico vormt geen belemmering aangezien het plan op meer dan 200 meter van het spoortraject is gelegen. Op basis van de voornoemde bijlage blijkt dat ter hoogte van het plangebied stofcategorieën A, B2, C3 en D3 worden getransporteerd. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van brandbare gassen (A), toxische vloeistoffen (B2) en toxische gassen (D3). De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (BLEVE en toxisch scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.

8

3

BUISLEIDINGEN

3.1

Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging, diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.

3.2

Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat binnen de 10-6-risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.

3.3

Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Uit de signaleringskaart blijkt dat binnen een afstand van 580 meter van het plangebied een DPO-leiding aanwezig is. In afbeelding 3 is de ligging van deze leiding ten opzichten van het plangebied weergegeven.

9

Afbeelding 3

Ligging van plangebied t.o.v. transportleiding (bron: Signaleringskaart)

In de onderstaande tabel is de relevante informatie van deze buisleidingen samengevat. Tabel 2

Eigenschappen buisleiding

Buisleiding

Diameter

Druk

1% letaal

Afstand tot plan

DPO

7 inch

80 bar

30 meter

280 meter

Uit bovenstaande tabel blijkt dat het plangebied niet binnen de 1% letaal grens ligt van deze buisleiding. Het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormt geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

10

4

EXTERNE VEILIGHEID INRICHTINGEN

4.1

Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan ook rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.

4.2

Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit. Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet worden overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning.

De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.

4.3

Inventarisatie relevante inrichtingen Met behulp van de signaleringskaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende afbeelding is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.

11

Afbeelding 4

Ligging plangebied t.o.v. inrichtingen (bron: Signaleringskaart)

Uit bovenstaande afbeelding blijkt dat het plangebied niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de nabijheid is gelegen. Geconcludeerd kan worden dat de risico’s als gevolg van inrichtingen geen belemmering vormen voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde.

12

5

CONCLUSIE In opdracht van Pouderoyen Tonnaer is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van nieuwbouw aan de Mosselaarweg 5-7 en 18 te Best. Het project betreft een tweetal agrarische bedrijfslocaties (Mosselweg 5-7), die worden omgezet naar een burgerwoning (inclusief splitsing van een van de voormalige bedrijfswoningen) alsmede de toevoeging van 2 Ruimte voor Ruimte woningen en de verplaatsing van het agrarisch bedrijf naar een nieuwe locatie ten oosten van Mosselaarweg 18. In verband met de realisatie van het plan wordt een ruimtelijk procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is externe veiligheid een van de milieuaspecten die beschouwd moet worden. Transport over het water Het plangebied ligt niet binnen een invloedsgebied van een waterweg waarover structureel transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het water vormen geen belemmering voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Transport over de weg De rijksweg A58 (wegvak B141) ligt op een afstand van circa 3,2 kilometer ten zuiden van het plangebied. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van toxische vloeistoffen (GT4).

De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over de weg (toxisch scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Transport over het spoor Op circa 300 meter van het plangebied ligt het spoortraject “Boxtel Eindhoven” (route 12). Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van brandbare gassen (A), toxische vloeistoffen (B2) en toxische gassen (D3). De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over het spoor (BLEVE en toxisch scenario) moeten worden meegenomen in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Buisleidingen Het plangebied ligt niet binnen het invloedsgebied van een buisleiding, waardoor het transport van gevaarlijke stoffen door buisleiding geen belemmering vormt voor de planvorming. Een verantwoordingsplicht is niet aan de orde. Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De risico’s als gevolg van inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor de planvorming waardoor een verantwoordingsplicht niet aan de orde is.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14203424/1