24048.23 - Bijlage 8 bij Toelichting - Quickscan Flora en Fauna
Tekst van het document
Quickscan Flora en Fauna
Mosselaarweg 5-7 te Best Archiefexemplaar van BL24-03743
- Mosselaarweg 5-7-16_toelichting_Bijlage 8 Quickscan flora en fauna
Projectgegevens Rapportnummer Datum rapportage Versienummer
: C222705.003.004/PHE : 25 september 2023 : 1
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best
Opdrachtgever
: Pouderoyen B.V., de heer G. Willems Wijchenseweg 102 (2e etage) 6538 SX NIJMEGEN
Contactpersoon Aelmans Milieu Ecologisch medewerker Datum uitvoering veldwerk Opsteller rapportage Handtekening
: de heer P.A.M. Heesakkers : de heer J.G.A. Timmermans : 14 augustus 2023 : mevrouw Y.C. van der Sterren :
Controle rapportage Handtekening
: de heer P.A.M. Heesakkers :
Rapportstatus
: definitief
Aelmans Milieu is een handelsnaam van Archimil B.V. Koningsplein 18 5721 GJ Asten T 0493 671818 milieu@aelmans.com www.aelmans.com/milieu
Op onze dienstverlening zijn de algemene voorwaarden van Archimil B.V. van toepassing die u vindt op www.aelmans.com. Archimil B.V., h.o. Aelmans Milieu, is inschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 17159750. Dit rapport is opgesteld in opdracht, is vertrouwelijk en mag niet worden gedupliceerd of aan derden openbaar worden gemaakt zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever. Alleen aan het volledige originele document kunnen rechten worden ontleend door de opdrachtgever. Derden (met uitzondering van bevoegde gezagen) kunnen geen rechten ontlenen aan dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor schade die direct dan wel indirect voortvloeit uit conclusies, aannames en/of aanbevelingen die vermeld staan in dit rapport. Aelmans Milieu is niet aansprakelijk voor mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van dit rapport zelf neemt.
Sjabloonversie juni 2023
Samenvatting Pouderoyen B.V. heeft, in verband met een beoogde herontwikkeling van drie terreinen, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het perceel Mosselaarweg 5-7 te Best. De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de beoogde ingrepen van invloed kunnen zijn op beschermde soorten en beschermde gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Op basis van de resultaten van de uitgevoerde quickscan kan worden uitgesloten dat de voorgenomen herontwikkeling een negatieve invloed heeft op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. De te behouden woningen zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen en huismussen. Mochten hieraan werkzaamheden zijn voorzien dient een nader soortspecifiek uitgevoerd te worden. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (NNB/ Natura 2000). De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd.
Voor de geplande ingreep blijven alle aanwezige bomen behouden en worden mogelijk de hagen gerooid, welke als schuil- en nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse vogels en gebruikt zullen worden als foerageergebied door kleine marterachtigen. Op basis van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden, indien dit niet mogelijk is dient een broedvogelcheck uitgevoerd te worden. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kunnen de nieuwe woonhuizen meer natuurwaarde bieden.
Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het aanleggen van een groene erfafscheiding bestaande uit inheemse struiken of bomen.
Inhoud 1
Inleiding .............................................................................................................. 1 1.1 Aanleiding ............................................................................................................................... 1 1.2 Doelstelling ............................................................................................................................. 1 1.3 Werkwijze ............................................................................................................................... 1
2
Wettelijk kader ................................................................................................... 3 2.1 Wet natuurbescherming ........................................................................................................ 3 2.2 Zorgplicht ................................................................................................................................ 4 2.3 Gebiedsbescherming .............................................................................................................. 4 2.4 Houtopstanden ....................................................................................................................... 5 2.5 Rijksdienst voor Ondernemend Nederland ............................................................................ 6
3
Plangebied .......................................................................................................... 7 3.1 Plangebied huidig ................................................................................................................... 7 3.2 Geplande ingrepen ................................................................................................................. 7 3.3 Nabij gelegen Natura2000 gebieden ...................................................................................... 8 3.4 Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland ........................................................ 9
4
Quickscan ......................................................................................................... 11 4.1 Locatiebezoek ....................................................................................................................... 11 4.2 Resultaten quickscan ............................................................................................................ 13
5
Toetsing van de bevindingen ............................................................................. 20
6
Conclusies en aanbevelingen ............................................................................. 22
Bijlage 1
Kaartmateriaal
Bijlage 2
Foto’s
Bijlage 3
Gegevens Natuurloket
Bijlage 4
Checklist onderzoek vleermuizen
Bijlage 5
Literatuurlijst
C222705.003.004/PHE
1 Inleiding 1.1
Aanleiding Pouderoyen B.V. heeft, in verband met een beoogde herontwikkeling van drie terreinen, aan Aelmans Milieu opdracht gegeven voor het uitvoeren van een quickscan met betrekking tot het voorkomen van beschermde flora en fauna ter plaatse van het terrein aan de Mosselaarweg 5-7 te Best. De contactpersoon namens de opdrachtgever was de heer G. Willems. De werkzaamheden bij Aelmans Milieu zijn gecoördineerd door de heer P. Heesakkers.
1.2
Doelstelling De quickscan heeft tot doel vast te stellen of de geplande ingrepen van invloed zijn op beschermde soorten en gebieden. In de quickscan wordt de (mogelijke) aanwezigheid beschreven van de in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming (Wnb) opgenomen soorten. Ook wordt er vastgesteld of bij de beoogde werkzaamheden rekening gehouden dient te worden met soorten en gebieden om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Om een overtreding met de Wet natuurbescherming te voorkomen kunnen maatregelen en/of soortgericht onderzoek geadviseerd worden.
1.3
Werkwijze Een quickscan wordt uitgevoerd door het verrichten van een bureauonderzoek en een veldbezoek. Op deze wijze is inzicht verkregen in de aanwezigheid op of nabij de onderzoekslocatie van de te verwachten beschermde soorten en geschikt habitat voor deze soorten. De quickscan is een toets van de ecologische potenties van de onderzoekslocatie en betreft geen volwaardig soort(en) specifiek onderzoek. Er zijn voor de quickscan geen ecologische inventarisaties uitgevoerd naar specifieke soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie beslaat vaak meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar. Tijdens het bureauonderzoek wordt aan de hand van verspreidingsatlassen, andere standaardwerken en op basis van “expert judgement” nagegaan welke beschermde planten- en diersoorten voor kunnen komen op de onderzoekslocatie. Ook zijn provinciale gebiedsbescherming en Natura 2000 gegevens geraadpleegd. Actuele verspreidingsgegevens van flora en fauna uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) zijn opgevraagd. De beoordeling van de verspreidingsgegevens wordt beperkt tot de soorten die binnen een straal van 5 kilometer van de onderzoekslocatie geregistreerd zijn.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
1
C222705.003.004/PHE
Tijdens het veldbezoek is, voor zover mogelijk, de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van de aanwezige habitat. Naast de aanwezige habitat zijn directe en indirecte indicaties betreffende het voorkomen van beschermde soorten opgenomen. Dit geldt voor het aantreffen van een exemplaar, holen, uitwerpselen, vraat-, loop- en veegsporen, prooiresten en andere sporen. Deze waarnemingen zijn meegenomen in de beoordeling.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
2
C222705.003.004/PHE
2 Wettelijk kader 2.1
Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) is gericht op het beschermen en ontwikkelen van de natuur en het behouden en herstellen van de biologische diversiteit. De Wnb deelt soorten in drie beschermingsregimes in: 1. Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn. Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (§3.1 van de wet). 2. Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn. Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd (§3.2 van de wet). 3. Beschermingsregime andere soorten. Dit zijn soorten die genoemd zijn in de bijlage van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers (onderdeel A van de bijlage), hun vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen en vaatplanten (onderdeel B van de bijlage) voorkomend in Nederland (§3.3 van de wet). Onder de Wet natuurbescherming geldt een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodige schade aan dieren en planten te voorkomen.
2.1.1 Vrijgestelde soorten
De Wet natuurbescherming maakt invulling van de wet door provincies mogelijk, hiertoe kunnen provincies een eigen invulling geven aan de bescherming van soorten. Dit is voor de provincie Noord-Brabant geregeld in de interim omgevingsverordening Noord-Brabant, geconsolideerd op 21 maart 2023. In de bijlagen van deze verordening zijn soorten opgenomen welke bij ruimtelijke ontwikkeling binnen de provincie zijn vrijgesteld voor de aanvraag van een ontheffing. In onderstaande tabel zijn de vrijgestelde soorten vermeld.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
3
C222705.003.004/PHE
Tabel 1. Provinciaal vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen en bestendig beheer. Soortgroep
Soort
Periode
Soortgroep
Soort
Periode
Amfibieën
Bastaardkikker
Gehele jaar
Zoogdieren
Konijn
Gehele jaar
(middelste groene kikker)
Ondergrondse
Bruine kikker
woelmuis
Gewone pad
Ree
Kleine watersalamander
Rosse woelmuis
Meerkikker Zoogdieren
Aardmuis
Steenmarter
de bebouwde kom
Bosmuis
2.2
Alleen bij schade of overlast binnen
Gehele jaar
Dwergmuis
Tweekleurige
Dwergspitsmuis
bosspitsmuis
Egel
Veldmuis
Gewone bosspitsmuis
Vos
Haas
Wild zwijn
Huisspitsmuis
Woelrat
Gehele jaar
Zorgplicht Onder artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming geldt er een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten en ook gebieden. Volgens de zorgplicht dienen er, in redelijkheid, zo veel mogelijk maatregelen genomen te worden om onnodig doden, verwonden of schade aan dieren, planten en gebieden te voorkomen. Dit geldt in praktijk voornamelijk voor de minder streng beschermde soorten, waarbij onnodig doden, verwonden of beschadigen vermeden dient te worden.
2.3
Gebiedsbescherming Natura 2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. Onder Natura 2000gebieden vallen de gebieden die op grond van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn zijn aangewezen/ aangemeld als essentieel leefgebied voor bepaalde soorten. De Europese Unie heeft deze twee richtlijnen vastgesteld die moeten zorg dragen voor de bescherming van de belangrijkste Europese natuurwaarden: de Vogelrichtlijn uit 1979 en de Habitatrichtlijn uit 1992. Hoewel het om twee afzonderlijke richtlijnen gaat, worden ze vanwege hun overeenkomsten vaak in één adem genoemd. Men spreekt dan over de ‘Vogel- en Habitatrichtlijn’. De Europese Unie heeft alle Vogel- en Habitatrichtlijngebieden ondergebracht in een samenhangend netwerk ‘Natura 2000’. Bij de bescherming van Natura 2000-gebieden staan de habitattypen, habitatrichtlijnsoorten en kwalificerende vogelsoorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden centraal.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
4
C222705.003.004/PHE
De wet biedt verschillende instrumenten om deze instandhoudingsdoelstellingen te realiseren: • Beoordelingsplicht voor plannen, projecten en andere handelingen die kunnen leiden tot (significante) verslechtering of significante verstoring van Natura 2000-gebieden. • Het treffen van instandhoudingsmaatregelen. • Het treffen van passende maatregelen om te voorkomen dat de kwaliteit van habitats verslechterd en/of soorten verstoord worden. Voor projecten en andere handelingen geldt daartoe een vergunningplicht. Het is verboden zonder vergunning een project uit te voeren dat, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of habitats van soorten in dat gebied kan verslechteren of een significant verstorend effect kan hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen (art 2.7 lid 2 Wnb). Wanneer het een project betreft dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor het beheer van een gebied, en dat afzonderlijk of in cumulatie significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied, wordt de vergunning niet verleend totdat uit een passende beoordeling is gebleken dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast (art 2.7 lid 3 onder a en art 2.8 lid 1 Wnb).
Een uitzondering is een project dat een herhaling of voortzetting is van een ander project, of deel uitmaakt van een ander plan, waarvoor al een passende beoordeling is gemaakt en een nieuwe passende beoordeling geen nieuwe gegevens of inzichten op kan leveren (art 2.8 lid 2 Wnb). De vergunning voor een project wordt alleen verleend wanneer zeker is dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zullen worden aangetast en de instandhoudingsdoelstellingen niet in gevaar worden gebracht, dit geldt ook voor externe werking. Hiervan mag alleen worden afgeweken wanneer alternatieve oplossingen voor het project ontbreken en wanneer sprake is van dwingende redenen van groot openbaar belang. Bovendien moet voorafgaande aan het toestaan van een afwijking zeker zijn dat alle schade gecompenseerd wordt (de ADC-toets) (art 2.8 lid 4). Onderdeel van de instandhoudingsmaatregelen is het natuurnetwerk Nederland (NNN). Het NNN is een landelijk samenhangend ecologisch netwerk van gebieden aangewezen door de gedeputeerde staten in hun eigen provincies. De gedeputeerde staten dragen de zorg voor de totstandkoming en instandhouding van dit netwerk.
Het NNN is ten gunste van de instandhoudingsdoelstellingen en het herstel van biotopen en leefgebieden voor alle in de Wet natuurbescherming genoemde soorten die in Nederland in het wild voorkomen, de in Nederland voorkomende typen natuurlijke habitats, (bijlage I Habitatrichtlijn ), en de uitroeiing bedreigde of speciaal gevaar lopende dier- en plantsoorten (artikel 1.5 lid 4 Wnb). Tevens kunnen gedeputeerde staten gebieden aanwijzen die buiten het natuurnetwerk Nederland liggen maar wel van een provinciaal belang zijn vanwege hun natuurwaarde. Deze gebieden worden aangeduid als bijzondere provinciale natuurgebieden.
2.4
Houtopstanden Conform hoofdstuk 4 van de Wnb is een kapmelding verplicht bij de kap van ten minste 10 are of meer dan 20 bomen buiten de door de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom. Indien dit het geval is wordt de kapmelding ingediend bij de provincie.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
5
C222705.003.004/PHE
Artikel 4.2 van de Wet natuurbescherming verplicht een 1-op-1 compensatie, beter bekend als de herplantplicht, binnen 3 jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand op dezelfde grond. Kap van bos en bomen in beschermde natuurgebieden als onderdeel van het NNN dienen mogelijk extra gecompenseerd te worden conform provinciale beleidsregels. Dunningswerkzaamheden in het kader van natuurbeheer of boskap ten behoeve van realisatie van instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied zijn in beginsel vrijgesteld van herplantplicht, maar dienen wel gemeld te worden. De wet houtopstanden heeft geen betrekking op: • fruitbomen in boomgaarden en bijbehorende windschermen, • lijnvormige beplantingen van wilgen of populieren bij wegen, waterwegen of landbouwgronden, • naaldbomenproductie voor “Kerstbomen” die niet ouder zijn dan twintig jaar. • houtopstanden op erven en tuinen • boomkwekerijen • houtproductie van populier, wilg, es of els aangeplant na 2013 en welke eens per 10 jaar geoogst wordt. De desbetreffende kapwerkzaamheden hoeven daarom niet gemeld worden in het kader van de Wnb. Overigens is het mogelijk dat de provincie een kapverbod instelt, bijvoorbeeld ten behoeve van bescherming van natuur- en landschapswaarden, voor de duur van telkens maximaal 5 jaar per besluit.
2.5
Rijksdienst voor Ondernemend Nederland Ecologisch onderzoek valt niet onder een erkenningsregeling, er worden echter wel randvoorwaarden gesteld aan de competenties van de personen die het veldwerk uitvoeren. Door het RVO is een omschrijving opgesteld van een ecologisch deskundige. Een ecologische deskundige is iemand die ecologisch advies geeft of werkzaamheden begeleidt op het gebied van habitats en soorten. Hij of zij heeft schriftelijk voldoende aantoonbare ervaring en specifieke ecologische kennis om ecologisch onderzoek te kunnen doen. Hij of zij: • (her)kent de functionaliteit van leefgebieden van beschermde soorten; • heeft kennis van de algemeen erkende onderzoeksmethoden; • kan ecologische werkprotocollen uitwerken; • kan specifieke maatregelen begeleiden. De heer J.G.A. Timmermans voldoet aan de bovengenoemde voorwaarden.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
6
C222705.003.004/PHE
3 Plangebied 3.1
Plangebied huidig De onderzoekslocatie betreft drie deellocaties. Alle deellocaties staan kadastraal bekend als gemeente Best, sectie K. De deellocatie Mosselaarweg 5 staat kadastraal bekend onder het nummers 1821. De deellocatie Mosselaarweg 7 staat kadastraal bekend onder de nummers 3926 (ged.), 4293 en 4294. De deellocatie ten noordwesten van Mosselaarweg 7 staat kadastraal bekend onder de nummers 40 en 3648 (ged.). De situering van de onderzoekslocatie in de regio is weergegeven in bijlage 1. De onderzoekslocatie is gelegen in buitengebied van Best. De directe omgeving van de locatie bestaat uit: -
3.2
Noordzijde: agrarische percelen met daarachter bossen Oostzijde: agrarische percelen met daarachter een woonwijk Zuidzijde: agrarische percelen met daarachter woonwijken Westzijde: agrarische percelen
Geplande ingrepen De locatie betreft drie deellocaties. Aan de Mosselaarweg 5 (gele contour) zal de bestemming van de locatie wijzigen van agrarisch naar wonen. Hier zijn hier geen ingrepen voorzien.
Figuur 1: luchtfoto van de locatie, met de verschillende deellocaties.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
7
C222705.003.004/PHE
Aan de Mosselaarweg 7, inclusief de aangrenzende teeltvelden links en rechts, (blauwe contour) zal de bestemming van het noordelijke worden gewijzigd van agrarisch naar wonen. De bedrijfsbebouwing wordt gesloopt en de woning blijft behouden. Ter plaatse van de teeltvelden zijn twee ruimte-voor-ruimte woningen voorzien. De bomen op het terrein blijven hier behouden. De hagen zullen mogelijk wel worden gerooid. De noordwestelijk gelegen poel blijft behouden. Tussen de huisnummers 18 en 14A is een maïsakker aanwezig. Beoogd is om op dit terrein een nieuwe bedrijfswoning (9) en loods (10) te bouwen voor de aardbeienteelt. Ook zal op de locatie een steenuilenkast worden geplaatst (ter compensatie voor een zuidelijk aan de locatie gaande ontwikkeling).
Figuur 2: uitsnede inrichtingsschets (versie november 2021).
3.3
Nabij gelegen Natura2000 gebieden Circa 6,7 kilometer ten noordwesten en circa 9 kilometer ten zuidwesten van de onderzoekslocatie zijn respectievelijk de Kampina & Oisterwijkse Vennen en Kampenland-West gelegen, welke zijn aangewezen als Natura 2000 gebied (figuur 3). Gezien de afstand van de activiteit worden geen nadelige effecten op het natuurgebied verwacht. De ingreep leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie in het Natura2000 gebied. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aeriusberekening kunnen worden uitgevoerd.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
8
C222705.003.004/PHE
Kampina & Oisterwijkse Vennen
Kampenland-West Figuur 3: nabij gelegen Natura2000 gebieden.
3.4
Provinciaal natuurbeleid & Natuur Netwerk Nederland De locatie valt niet binnen de natuurbeheergebieden van de Provincie Noord-Brabant of binnen het Natuurnetwerk Brabant (figuur 4). Circa 721 meter ten noorden van de onderzoekslocatie zijn gebieden gelegen welke zijn aangewezen als kruiden- en faunarijk grasland (N12.02), haagbeukenen essenbos (N14.03) en vochtig bos met productie (N16.04). Circa 670 meter en 1,8 kilometer ten noordoosten van de onderzoekslocatie zijn gebieden gelegen welke respectievelijk zijn aangewezen als vochtig bos met productie (N16.04) en haagbeuken- en essenbos (N14.03). Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden als gevolg van de ingreep geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
9
C222705.003.004/PHE
Figuur 4: nabij gelegen beheertypen & Natuurnetwerk Brabant (NNB).
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
10
C222705.003.004/PHE
4 Quickscan 4.1
Locatiebezoek Het veldbezoek is uitgevoerd door de heer J.G.A. Timmermans. De weersomstandigheden zijn opgenomen in tabel 2. In bijlage 2 zijn foto’s van het locatiebezoek opgenomen. Tabel 2. Datum + tijd
Bewolking
Neerslag
Wind
Temperatuur
Opmerkingen
14-08-2023,
Licht
geen
ZW 2 BFT
23 °C
Mosselaarweg 5 + 7
11.45-14.45
bewolkt
22-08-2023,
Geen
geen
W 2 BFT
24 °C
Mosselaarweg 7 + akker
12.00-16.45
Ten tijde van het locatiebezoek is geconstateerd dat op de onderzoekslocatie sprake is van drie deellocaties (figuur 5).
3
1 2
Figuur 5: luchtfoto van de onderzoekslocatie met de deellocaties Mosselaarweg 5 (1), Mosselaarweg 7 (2) en een akker ten noordwesten van Mosselaarweg 7 (3).
Mosselaarweg 5 De deellocatie Mosselaarweg 5 betreft een (bedrijfs)woning met siertuin en boomgaard. De woning heeft bakstenengevels met een spouw en een schuin dak met dakpannen. Ook zijn twee uit bakstenen opgetrokken schoorstenen aanwezig. De dakpannen van de woning sluiten nauw op elkaar aan, echter sluiten de loodslabben bij de schoorstenen niet nauw aan. Tussen de dakpannen en de boeiboorden aan de kopse gevels zijn openingen aanwezig. Ook sluiten de boeiborden niet goed (meer) aan met de kopse gevels.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
11
C222705.003.004/PHE
Ten oosten van de voordeur van de woning zijn tevens open stootvoegen aanwezig. Op deze deellocatie zijn huismussen waargenomen welke vermoedelijk broeden in de (bedrijfs)woning. Ook zijn nabij de woning braakballen gevonden van de torenvalk of steenuil. De siertuin is deels bestraat en bestaat verder hoofdzakelijk uit kort gemaaid gras met borders van struiken. Ten zuiden van de (bedrijfs)woning zijn een zwembad en trampoline gesitueerd. Aan de noordzijde van de deellocatie is een rij met leilindes aangeplant en ligt een sloot. Langs de oostzijde staan beukenbomen. Nabij de zuidoostelijke hoek en ten zuidwesten van de woning staan notenbomen. Aan de oostkant van de deellocatie is een boomgaard aanwezig met peren-, pruimen-, en appelbomen. Ten noorden en oosten van deze boomgaard ligt een sloot. In de zuidwestelijke hoek van de boomgaard is een kippenren gesitueerd. Op de oprit van deze deellocatie zijn (steen)marterfecaliën aangetroffen. Mosselaarweg 7 De deellocatie Mosselaarweg 7 betreft een erf met (bedrijfs)woning en twee bedrijfsloodsen. Ook zijn de teeltvelden ten oosten en westen onderdeel van de locatie. De (bedrijfs)woning betreft een langgevelboerderij met wolfsdak en een schoorsteen. Het dak is bovenaan bekleed met stro en onderaan met dakpannen. De dakpannen van de woning sluiten op enkele plekken niet (meer) goed aan.
Ook bij de schoorsteen en nabij de dakgoot zijn openingen aanwezig. De woning heeft bakstenen gevels met een spouw. In zuidwestelijke kopse gevel nabij de grond zijn open stootvoegen aanwezig. Het erf is vrijwel volledig bestraat, op een siertuin ten noorden van de (bedrijfs)woning na. Aan de straatkant nabij de siertuin staat een es. De oostelijke bedrijfsloods heeft een bakstenen gevel en is steens gemetseld. Het dak bestaat uit asbestplaten en vanbinnen is op de meeste plaatsen dakbeschot aangebracht. Het dak en gevels sluiten op enkele plekken niet (meer) goed aan. Tussen het dak en de gevel zijn openingen aanwezig. Aan de oostzijde van de loods zijn (schuif)deuren aanwezig welke tijdens het veldbezoek open stonden. In deze loods is een duivennest gevonden en is ook een vogelnest (merel) aangetroffen op het armatuur van één van de lampen. De westelijke bedrijfsloods bestaat uit enkelzijdige golfplaten muren met eveneens een dak bestaande uit asbestplaten. Ook hier is vanbinnen dakbeschot aangebracht. De daktrim en gevel sluiten hier niet (meer) goed aan. Ten noordwesten van de loods groeit een notenboom. In en rondom de westelijke bedrijfsloods zijn geen sporen van dieren aangetroffen (fecaliën, prooiresten, haren, veren ed.). De teeltvelden ten oosten en westen waren ten tijde van het veldbezoek in gebruik voor de aardbeienteelt.
Tussen het oostelijke teeltveld en het erf van deellocatie Mosselaarweg 7 staat een coniferenhaag. Aan de noordzijde van het oostelijke teeltveld groeit een beukenhaag. Op het oostelijke teeltveld zijn geen sporen van dieren aangetroffen (fecaliën, prooiresten, haren, veren ed.). Aan de noordzijde van het westelijke teeltveld is een klein bosje met bomen aanwezig. Hier groeien soorten als haagbeuk, hazelaar, es, sequoia, wilg en zomereik. Ook is hier een ondiepe poel aanwezig. In de zomereik hangt een steenuilenkast.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
12
C222705.003.004/PHE
Noordelijke akker De deellocatie ten noordwesten van Mosselaarweg 7 betreft een maisakker waar ten tijde van het veldbezoek het mais hoog gegroeid was. Aan de zuidzijde van deze deellocatie staat een bomenrij van essen en ten oosten groeien wilgenbomen. Langs de zuidzijde en aan de noordzijde aangrenzend aan de deellocatie liggen sloten. Op deze deellocatie zijn geen sporen van dieren aangetroffen (fecaliën, prooiresten, haren, veren ed.).
4.2
Resultaten quickscan In de volgende paragrafen wordt beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie zijn waargenomen of waarvan sporen zijn aangetroffen. Ook wordt op basis van het aanwezige biotoop en de inventarisatiegegevens uit de regio beschreven welke soorten binnen de onderzoekslocatie potentieel voorkomen. Voor de (potentieel) aanwezige soorten wordt waar mogelijk beschreven of de onderzoekslocatie rust- en verblijfplaatsen, foerageergebied en migratieroutes biedt. Ook worden de effecten van de voorgenomen ingrepen op de (potentieel) aanwezige soorten beschreven. De inventarisatiegegevens vanuit de omgeving zijn opgevraagd via quickscanhulp.nl (bijlage 3), dat door de NDFF is opgesteld en door, indien aanwezig, provinciale databanken.
4.2.1 Amfibieën
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de alpenwatersalamander, bastaardkikker (middelste groene kikker), boomkikker, bruine kikker, gewone pad, heikikker, kamsalamander, kleine watersalamander, poelkikker en rugstreeppad zijn waargenomen. Van de door de NDFF geregistreerde soorten zijn de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander in Noord-Brabant vrijgestelde soorten bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het (incidenteel) voorkomen van deze soorten is niet uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De aanwezige poel kan gebruikt worden als voortplantingswater. Door het ontbreken van geschikt voortplantingswater en habitat in en nabij de onderzoekslocatie is het voorkomen van de alpenwatersalamander, boomkikker, heikikker, kamsalamander, poelkikker, rugstreeppad en andere beschermde amfibieën binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. De rugstreeppad staat bekend als een echte pioniersoort, omdat ze een voorkeur heeft voor primaire stadia in de ecologische successie. Veel ingrepen van de mens kunnen als zodanig worden aangemerkt, van bouwterreinen tot afgravingen en net gegraven poelen en sloten, waardoor geschikte habitats ontstaan. Tijdens de geplande werkzaamheden dienen tijdelijke plassen en poelen te worden voorkomen, om te voorkomen dat de rugstreeppad in deze tijdelijke plassen eieren kan afzetten.
4.2.2 Dag-, nachtvlinders
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bruine eikenpage, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder en teunisbloempijlstaart zijn waargenomen.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
13
C222705.003.004/PHE
Door het ontbreken van geschikte waardplanten op de locatie of zijn directe omgeving is geen sprake van essentieel leefgebied en zullen de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op de grote vos, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, teunisbloempijlstaart genoemde soorten. De grote weerschijnvlinder komt voor in vochtige oudere loofbossen met open plekken erin. Vaak zijn het structuurrijke bossen uit verschillende boomsoorten met beekdalen en paden met brede bermen. Op de vliegplaatsen groeien wilgen op beschutte plaatsen in de halfschaduw en staan enkele grotere, markante bomen. Als waardplanten dienen verschillende wilgensoorten (Salix) met de voorkeur voor boswilg. De vlinders zitten graag bij poelen op de weg en op de mest van andere dieren. Op de locatie zijn, op zonnige locaties, enkele wilgen aanwezig. Ook is er een kleine poel aanwezig. Door het ontbreken van een vochtig loofbos en dieren wordt de grote weerschijnvlinder echter niet verwacht op de locatie. De bruine eikenpage komt voor op de zandgronden. In het binnenland vliegt hij bij bosranden, in jonge eikenaanplant en open loofbossen. In geschikte bosranden zijn doorgaans oudere eiken, voldoende eikenopslag, kreupelhout en braamstruwelen te vinden. Verder komt de soort voor bij open, lichte plekken of kapvlakten met lage en/of jonge eiken, vaak met een ondergroei van bramen.
Op korte afstand zijn doorgaans plaatsen aanwezig waar veel nectar gevonden kan worden. Op de onderzoekslocatie zijn eikenbomen aanwezig, echter ontbreken hier de verschillende groeistadia van de eiken. Hierdoor is er geen sprake van essentieel leefgebied en zullen de geplande activiteiten geen negatief effect hebben op de bruine eikenpage. 4.2.3 Kevers
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de vermiljoenkever is waargenomen. De biotoop van de vermiljoenkever wordt gevormd door vochtige bossen, houtwallen en lanen met bomen en dikke takken die recent zijn doodgegaan. Ook meer solitaire of opgestapelde boomstammen kunnen gekoloniseerd worden. De larve van de kever leeft twee jaar achter de schors van vers dode bomen of takken en ook de volwassen kever leeft het grootste deel van zijn leven achter schors. Populier is in Nederland de absolute favoriete boom voor de soort, echter worden ook de andere loofboomsoorten en zelfs enkele naaldboomsoorten bewoond. Op de onderzoekslocatie zijn geen populieren aanwezig. Ook zijn hier geen recent afgestorven bomen of (gestapelde) boomstammen aangetroffen. Hierdoor is de soort uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Door het ontbreken van oude of holle bomen met veel dood hout of de aanwezigheid van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van andere beschermde kevers binnen het plangebied eveneens uit te sluiten. 4.2.4 Libellen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de beekrombout, bosbeekjuffer en gevlekte witsnuitlibel zijn waargenomen.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
14
C222705.003.004/PHE
Door het ontbreken van (helder) stromend open water op of in de nabijheid van de locatie (<25 meter) is het voorkomen van beschermde libellen binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.5 Reptielen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de hazelworm en levendbarende hagedis zijn waargenomen. De habitat van de hazelworm bestaat uit vochtige, begroeide omgevingen met een strooisellaag waarin het dier kan schuilen en jagen. De hazelworm is voornamelijk te vinden in bossen op open plekken, bosranden en houtwallen. Ook in door de mens aangepaste omgevingen kan de hazelworm zich handhaven, zoals houtwallen, (spoor)wegbermen en tuinen. In meer agrarisch georiënteerde landschappen is de hagedis te vinden in de overgangen van het landschap en hoekjes van het terrein die niet omgeploegd worden. Een belangrijke voorwaarde is de aanwezigheid van schuilplaatsen, zoals houtstapels of dichte bodemvegetatie. Door het ontbreken van houtstapels en dichte bodemvegetatie is de hazelworm uit te sluiten op de onderzoekslocatie. De levendbarende hagedis heeft heide en hoogveen als voorkeurshabitat. De levendbarende hagedis is een vochtminnende soort die in de genoemde landschapstypen veel wordt aangetroffen op oevers en vochtige terreindelen. Door het ontbreken van dergelijk habitat op de locatie en in zijn omgeving is het voorkomen van de levendbarende hagedis binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.6 Vaatplanten
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de stijve wolfsmelk is waargenomen. Stijve wolfsmelk staat op open, zonnige tot licht beschaduwde, vochtige, kalkrijke, stikstofrijke, matig voedselrijke, weinig of niet bemeste klei-, en mergelbodems, vaak op stenige plaatsen. Ze groeit in akkers, langs boszomen, op kapvlakten, op slootkanten en dijken, bij heggen en in bermen. Aangezien sprake is van een kalkarme locatie waar bemesting plaatsvind is het voorkomen van stijve wolfsmelk op de onderzoekslocatie uit te sluiten. Gelet op het gebruik van de locatie en zijn omgeving worden eveneens geen andere beschermde vaatplanten verwacht. Op of direct nabij de onderzoekslocatie zijn geen monumentale bomen bekend. 4.2.7 Vissen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde vissen zijn waargenomen. Door het ontbreken van geschikt jaarrond waterhoudend oppervlaktewater is het voorkomen van beschermde vissoorten binnen de onderzoekslocatie uit te sluiten.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
15
C222705.003.004/PHE
4.2.8 Vleermuizen
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis zijn waargenomen. De gewone dwergvleermuis en laatvlieger zijn gebonden aan gebouwen. De gewone grootoorvleermuis en rosse vleermuis kunnen zowel in bomen als in gebouwen worden aangetroffen. De beoordeling van de onderzoekslocatie is uitgevoerd met behulp van de checklist van het vleermuis protocol 2021 (Bijlage 4). Op de onderzoekslocatie zijn dikke bomen en opgaande gewassen aanwezig. In deze gewassen en bomen zijn holten of scheuren aangetroffen die kunnen dienen als verblijfsplaats voor vleermuizen. Echter worden deze opgaande gewassen en bomen niet gerooid, waardoor potentiële verblijfsplaatsen niet verloren zullen gaan. Ook is direct nabij deze bomen geen bebouwing beoogd. Hierdoor zijn negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op verblijfsplaatsen van boombewonende vleermuissoorten uit te sluiten op de onderzoekslocatie. Wel dient voorkomen te worden dat in de nachtelijke uren lampen op deze bomen gericht worden, hierdoor zouden in- en uitvliegende en foeragerende vleermuizen verstoord kunnen worden. De bebouwing op de deellocaties Mosselaarweg 5 en 7 bieden mogelijk geschikte verblijfsplaatsen voor gebouwbewonende vleermuissoorten.
De woning op de deellocatie Mosselaarweg 5 heeft voor vleermuizen geschikte openingen bij de loodslabben van de schoorstenen. Ook aan de kopse gevels zijn tussen de dakpannen en boeienboorden én tussen de boeiborden en gevels geschikte openingen aanwezig waar vleermuizen tussen kunnen kruipen. Ten oosten van de voordeur van de woning zijn tevens open stootvoegen aanwezig waardoor vleermuizen mogelijk de spouw in kunnen kruipen. Hierdoor zijn potentiële verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen hier niet uit te sluiten. Echter zal de woning behouden blijven waardoor er geen sprake is van negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten. De (bedrijfs)woning op de deellocatie Mosselaarweg 7 heeft dakpannen welke op enkele plaatsen niet meer aansluiten waardoor vleermuizen hieronder kunnen kruipen. Ook zijn hier bij de schoorsteen en nabij de dakgoot openingen aanwezig waar vleermuizen achter kunnen kruipen. De open stootvoegen in zuidwestelijke kopse gevel zijn te dicht bij de grond gelegen om een geschikte aanvliegroute voor vleermuizen te bieden. De bedrijfswoning op deze deellocatie biedt mogelijk geschikte verblijfsplaatsen voor vleermuizen.
Echter zal de woning behouden blijven en zijn er geen werkzaamheden aan de dakconstructie voorzien, waardoor er geen sprake zijn zal van negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op verblijfsplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten. Bij de bedrijfsloodsen op de deellocatie Mosselaarweg 7 ontbreekt een spouw waardoor de gevels geen geschikte locatie zijn voor verblijfsplaatsen van vleermuizen. Ook zijn hier geen dakpannen waar vleermuizen onder kunnen kruipen, echter zijn tussen de gevels en het asbestplaten dak openingen aanwezig. Hierdoor kunnen vleermuizen op de plaatsen met dakbeschot tussen het dak en het dakbeschot kruipen. Van golfplaten is echter bekend dat deze door de weersomstandigheden snel opwarmen en afkoelen, waardoor geen sprake is van een geschikt microklimaat en het voorkomen van verblijfplaatsen voor vleermuizen kan worden uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
16
C222705.003.004/PHE
De dikke bomen en opgaande gewassen op de onderzoekslocatie kunnen onderdeel zijn van een lijnvormig element (migratie-route). Echter zullen de bomen en gewassen behouden blijven waardoor er geen sprake zal zijn van een negatieve invloed op vliegroutes, mits er tijdens en na de voorgenomen werkzaamheden geen kunstmatig licht op gericht wordt. De onderzoekslocatie (met name de teeltvelden) wordt mogelijk als foerageergebied gebruikt door vleermuizen. Echter zijn in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voldoende soortgelijke of geschiktere gebieden aanwezig en zullen er noordelijk van de Mosselaarweg, ter plaatse van huidig maïs en/of grasland (wat door de lage dichtheid aan insecten geen essentieel foerageergebied is voor vleermuizen), nieuwe teeltvelden voor de aardbeienteelt worden aangelegd. Daarbij blijven de bomen op de onderzoekslocatie behouden. Hierdoor is essentieel foerageergebied voor vleermuizen op de onderzoekslocatie uit te sluiten. 4.2.9 Vogels
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, wespendief en zwarte wouw zijn waargenomen. Van de genoemde soorten zijn de gierzwaluw, de huismus, kerkuil en de steenuil voor hun nest gebonden aan gebouwen. De gierzwaluw komt in dorpen en steden voor. Deze soort nestelt graag onder scheefliggende dakpannen. Ook moet de uitvliegopening minimaal 3 meter hoog zitten. De (bedrijfs)woningen op de deellocaties Mosselaarweg 5 en 7 bieden mogelijk geschikte verblijfsplaatsen voor gierzwaluwen. Echter zullen de woningen behouden blijven waardoor er geen sprake is van negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op verblijfsplaatsen van gierzwaluwen. De bedrijfsloodsen hebben geen dakpannen waar gierzwaluwen onder kunnen kruipen. Ook is het dak niet schuin of hoog genoeg voor geschikte uitvliegopeningen voor deze soort. Mogelijk is de nok van het dak bij de kopse gevels een geschikte verblijfsplaats voor gierzwaluwen. Echter zijn hier bij de oostelijke loods aan de noordzijde en bij de westelijke loods aan de zuidzijde objecten die de uitvliegopening blokkeren. Hierdoor kunnen verblijfsplaatsen van de gierzwaluw worden uitgesloten in de bedrijfsloodsen.
De huismus broedt graag in kolonieverband onder de dakpannen van huizen. De huismus gebruikt zijn nest gedurende het gehele jaar. Op de deellocatie Mosselaarweg 5 zijn huismussen waargenomen. Deze huismussen broeden vermoedelijk in de (bedrijfs)woning. Echter zal de woning behouden blijven waardoor er geen sprake is van negatieve effecten van de voorgenomen werkzaamheden op verblijfsplaatsen van de huismus. De woning op de deellocatie Mosselaarweg 7 biedt mogelijk eveneens geschikte verblijfsplaatsen voor huismussen. Echter blijft ook deze woning behouden, waardoor er geen potentiële verblijfsplaatsen verdwijnen. Wel dient rondom de woning schuilgelegenheid (groenblijvende) struiken) aanwezig te blijven. De bedrijfsloodsen zijn gedekt met asbestplaten. Door de golfvormige constructie zijn boven de enkelsteense muren openingen aanwezig. Op de balkenconstructies zijn echter geen nesten van de huismus waargenomen. Ook zijn tijdens het veldbezoek en tijdens eerdere bezoeken op de locatie (bodemonderzoek) geen huismussen waargenomen in en direct rondom de bedrijfsloodsen. Op basis hiervan kunnen verblijfplaatsen in de bedrijfsloodsen worden uitgesloten.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
17
C222705.003.004/PHE
De kerkuil en steenuil nestelen graag in grote open gebouwen zoals bijvoorbeeld schuren. Vaak maken ze een nest in een wat afgesloten ruimte. Doordat de (bedrijfs)woningen goed zijn afgesloten en net zijn afgewerkt, zijn er geen geschikte openingen aanwezig. Hierdoor zijn uilen uit te sluiten binnen de (bedrijfs)woningen op deellocaties Mosselaarweg 5 en 7. Wel zijn nabij de woning van Mosselaarweg 5 braakballen waargenomen, welke vermoedelijk van torenvalk zullen zijn. Ook zou de braakbal van de steenuil kunnen zijn. Beide soorten foerageren op en rondom de erven. De bedrijfsloodsen van Mosselaarweg 7 zijn niet goed afgesloten waardoor geschikte openingen voor uilen aanwezig zijn. Echter zijn de loodsen nog in gebruik en zijn er geen sporen van uilen (braakballen of fecaliën) of sporen van (oude) nesten aangetroffen, waardoor verblijfplaatsen voor uilen hierin kunnen worden uitgesloten. Aan de noordzijde van Mosselaarweg 5 is een vermoedelijk ongebruikte steenuilenkast aanwezig. In een zomereik, nabij de poel en ten westen van het erf van Mosselaarweg 7, is eveneens een steenuilenkast aanwezig. Door de aanwezigheid van gelijkwaardige of geschiktere foerageergebieden in de omgeving is essentieel foerageergebied voor deze soorten op de onderzoekslocatie uit te sluiten.
Voor de overige vogelsoorten, met een jaarrond beschermd nest, zijn binnen de onderzoekslocatie geen nestmogelijkheden aanwezig of sporen (veren, krijtstrepen of braakballen) aangetroffen. De onderzoekslocatie wordt mogelijk als foerageergebied gebruikt door deze soorten. Echter zijn in de directe omgeving van de onderzoekslocatie voldoende soortgelijke of geschiktere gebieden aanwezig. Hierdoor is essentieel foerageergebied voor deze soorten op de onderzoekslocatie uit te sluiten. In de gegevens van de NDFF zijn eveneens diverse categorie 5 soorten opgenomen (oa. blauwe reiger, boomklever, ekster, mezen, spechten en spreeuw). Gelet op het gebruik van de onderzoekslocatie zijn in de bomen en struiken nesten van algemene vogelsoorten als mezen, merels, ekster en dergelijke te verwachten. Ook zijn in de bedrijfsloodsen op deellocatie Mosselaarweg 7 twee vogelnesten aangetroffen (duif en merel). Dit zijn algemene soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen. Voor deze soorten is het aanvragen van een ontheffing niet noodzakelijk indien vergelijkbaar habitat beschikbaar is, wat op de huidige onderzoeklocatie het geval is.
Wel dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden. Indien dit niet mogelijk is zal er een broedvogelcheck uitgevoerd moeten worden. 4.2.10 Weekdieren
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie geen beschermde weekdieren zijn waargenomen. Door het ontbreken van heldere, schone wateren met waterplanten is het voorkomen van beschermde weekdieren op de onderzoekslocatie uit te sluiten.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
18
C222705.003.004/PHE
4.2.11 sOverig zoogdieren
Uit de gegevens van de NDFF blijkt dat op en in de omgeving van de onderzoekslocatie de bever, bosmuis, bunzing, damhert das, dwergmuis, dwergspitsmuis, edelhert, eekhoorn, egel, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, steenmarter, veldmuis, vos, wezel en woelrat zijn waargenomen. Voor diverse van deze soorten geldt binnen de provincie Noord-Brabant een vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkelingen. Deze soorten zijn onderstreept en weergegeven in tabel 1 (paragraaf 2.1). Van deze soorten is het incidenteel voorkomen van de muizen, egel, haas, konijn en ree niet uit te sluiten op de onderzoekslocaties. Gezien de habitat op de onderzoekslocatie en zijn directe omgeving kan (essentieel) leefgebied van de bever, damhert, das, edelhert, eekhoorn en vos worden uitgesloten. Als rust- en verblijfplaats voor marterachtigen (bunzing, hermelijn, steenmarter en wezel) worden holen, hout- en steenstapels, hooi- en strobalen en open schuurtjes, stallen, kelders en hooizolders aangemerkt. Waarbij deze goed geïsoleerd/beschut moeten zijn om onderkoeling te voorkomen. Bij de keuze voor een locatie voor de rustplaatsen is het van belang dat de in- en de uitgang van de rustplaats dekking biedt en in verbinding staat met lijnvormige groene elementen zodat de rustplaats veilig kan worden bereikt. De foerageergebieden zijn hoofdzakelijk struwelen, bosranden en groene oevers.
Op de oprit van de deellocatie Mosselaarweg 5 zijn (steen)marterfecaliën aangetroffen. Echter zijn in de te slopen gebouwen geen potentiële nest- of schuilplaatsen aangetroffen. Ook zijn elders op het terrein geen potentiële verblijfplaatsen waargenomen. Wel zal het terrein, met name de hagen en andere groenstroken, deel uit maken van het foerageerterrein. Aangezien het terreingebruik van Mosselaarweg 5 ongewijzigd blijft en het bedrijfsterrein (aardbeienkwekerij) op korte afstand wordt verplaatst blijft het plangebied geschikt als foerageergebied en zal de beoogde herinrichting geen negatief effect hebben op kleine marterachtigen.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
19
C222705.003.004/PHE
5 Toetsing van de bevindingen Op de onderzoekslocatie zullen sloop en bouwwerkzaamheden worden gerealiseerd. Voor de geplande ingreep zullen alle aanwezige bomen behouden blijven en worden de hagen mogelijk gerooid. Deze bomen en struiken kunnen tijdens het broedseizoen gebruikt worden door algemene (niet-jaarrond beschermde) vogelsoorten. Door de geplande ingreep kunnen deze nesten verstoord worden. De werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden, indien dit niet mogelijk is dient een broedvogelcheck uitgevoerd te worden. In de bomen zijn gaten of holen aanwezig en zijn voor vleermuizen derhalve geschikt als verblijfplaats. De bomen maken onderdeel uit van een lijnvormig element. In de bedrijfsloodsen zijn nesten van een duif en merel aanwezig, derhalve dient ook de sloop buiten het broedseizoen te worden uitgevoerd of dient vooraf een broedvogelcheck te worden uitgevoerd. Zoals beschreven in hoofdstuk 4 kunnen er op de onderzoekslocatie soorten voorkomen die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming (Wnb). Een gedeelte van deze soorten, waaronder algemene vogelsoorten of provinciaal vrijgestelde soorten, ondervinden geen negatieve invloed van de beoogde werkzaamheden. Bij naleving van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) is er voor deze soorten geen sprake van een overtreding van de Wnb.
Echter zijn er ook soorten die door de beoogde werkzaamheden (potentieel) wel een negatief effect/impact kunnen ondervinden. In tabel 3 is vermeld voor welke soorten aanvullende maatregelen en/of soort specifiek onderzoek noodzakelijk is om een overtreding van de Wnb te voorkomen. Tabel 3 Toetsing van de effecten van de werkzaamheden op (potentiele) aanwezige soorten conform de Wnb. Soort Vleermuizen
Belang
(Potentiele)
locatie*
overtreding Wnb
A
Artikel 3.5
NO/zorgplicht
Benodigde inspanning
-
Meerdere veldbezoeken tussen (half) april en (half) oktober
Huismus
B
Artikel 3.1
-
2 veldbezoeken tussen 1 april en 15 mei of 3 veldbezoeken tussen 10 maart en 20 juni
Marterachtigen
C
Artikel 3.10
-
-
*Toelichting: A. Onder de daken en plaatselijk ook in de muren van de woningen van Mosselaarweg 5 en 7 zijn potentieel geschikte verblijfsplaatsen voor vleermuizen aanwezig. Ook zijn in enkele dikke bomen spleten en gaten aanwezig welke zouden kunnen dienen als verblijfplaats. Aangezien beide woningen behouden blijven en er geen werkzaamheden aan de dakconstructies zijn voorzien en de bomen behouden zullen blijven heeft de beoogde ontwikkeling geen negatief effect. Indien er alsnog werkzaamheden aan de dakconstructie zijn voorzien dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd. Indien (dikke) bomen gekapt moeten worden dient te worden vastgesteld of in deze bomen verblijfplaatsen aanwezig zijn.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
20
C222705.003.004/PHE
B. De te behouden woningen bieden geschikte verblijfsplaatsen voor de huismus. Aangezien er geen werkzaamheden aan de dakconstructies zijn voorzien heeft de beoogde ontwikkeling geen negatief effect op potentiële verblijfplaatsen. Indien er alsnog werkzaamheden aan de dakconstructie zijn voorzien dient een nader onderzoek te worden uitgevoerd. Omdat de huismus de hagen rondom de woningen gebruikt als schuilgelegenheid dient tenminste een deel van de hagen behouden te blijven of dienen nabij de woning vervangende hagen te worden aangeplant. C. De erven van Mosselaarweg 5 en 7, met name de groenstroken, maken deel uit van het foerageergebied van marterachtigen. In de te slopen bebouwing en rondom zijn geen potentiële nestplaatsen waargenomen. Aangezien het terreingebruik van Mosselaarweg 5 ongewijzigd blijft en het bedrijfsterrein (aardbeienkwekerij) op korte afstand wordt verplaatst blijft het plangebied geschikt als foerageergebied. Ook maken marterachtingen gebruik van een grootschalig foerageerterrein, waardoor de beoogde herinrichting geen negatief effect zal hebben op kleine marterachtigen.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
21
C222705.003.004/PHE
6 Conclusies en aanbevelingen Op basis van de quickscan die is uitgevoerd ter plaatse van het perceel Mosselaarweg 5-7 te Best kan worden uitgesloten dat de voorgenomen sloop- en bouwwerkzaamheden een negatieve invloed hebben op beschermde soorten vanuit de Wet natuurbescherming. De te behouden woningen zijn potentieel geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen en huismussen. Mochten hieraan werkzaamheden zijn voorzien dient een nader soortspecifiek uitgevoerd te worden. Gezien de afstand en de aard van de ingreep worden geen negatieve effecten verwacht op de meest nabijgelegen natuurgebieden (NNB/ Natura 2000). De ruimtelijke ontwikkeling leidt vermoedelijk niet tot een toename van de stikstofdepositie op de naburige Natura 2000 gebieden. Om te bepalen of dit het geval is zou een Aerius-berekening kunnen worden uitgevoerd. Voor de geplande ingreep blijven alle aanwezige bomen behouden en worden mogelijk de hagen gerooid, welke als schuil- en nestgelegenheid kunnen dienen voor diverse vogels en gebruikt zullen worden als foerageergebied door kleine marterachtigen. Op basis van artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming (Wnb) is het verboden om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.
Werkzaamheden dienen buiten het broedseizoen (15 maart - 1 augustus) uitgevoerd te worden, indien dit niet mogelijk is dient een broedvogelcheck uitgevoerd te worden. Gezien er op de onderzoekslocatie vrijgestelde en/of algemene soorten voor kunnen komen dient men zich aan de zorgplicht te houden. Geadviseerd wordt om een ecologisch werkprotocol aan te houden. Door bijvoorbeeld één werkrichting vast te leggen kunnen dieren wegvluchten van de werkzaamheden. De vluchtrichting moet wel naar een realistisch vluchtgebied leiden. Door tijdens de ontwerpfase te denken aan “natuurinclusief” bouwen kan de nieuwe bebouwing meer natuurwaarde bieden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld ingebouwde nestkasten voor vleermuizen of huismussen en gierzwaluwen, maar ook aan het aanleggen van een groene erfafscheiding bestaande uit inheemse struiken of bomen.
Quickscan Flora en Fauna Mosselaarweg 5-7 te Best Aelmans Milieu
22
Bijlage 1 Kaartmateriaal
Koningsplein 18 5721 GJ Asten T: 0493-671818 https://www.archimil.nl
Opdrachtgever Onderwerp Locatie Projectnummer Datum Getekend
Pouderoyen Locatie Quickscan F & F Mosselaarweg Best C222705.003 11-7-2023 Tekeningnr: BJA
Schaal
1: 1000
001 Formaat
A3
Bijlage 2 Foto’s
Foto 1 Overzichtsfoto van de (bedrijfs)woning op de deellocatie Mosselaarweg 5
Foto 2 Braakbal van een torenvalk of steenuil nabij de (bedrijfs)woning op de deellocatie Mosselaarweg 5
Foto 3 Fecaliën van de (steen)marter op de oprit van de (bedrijfs)woning op de deellocatie Mosselaarweg 5
Foto 4
Foto 5 De (bedrijfs)woning op de deellocatie Mosselaarweg 7
Foto 6 De oostelijke bedrijfsloods met rechts schuinachter de westelijke loods op de deellocatie Mosselaarweg 7
De kippenren in de zuidwestelijke hoek van de boomgaard ten oosten van deellocatie Mosselaarweg 5.
Foto 7 Vogelnest op de armatuur van een lamp in de oostelijke bedrijfsloods
Foto 8 Duivennest in de oostelijke bedrijfsloods
Foto 9 Overzichtsfoto van één van de teeltvelden met aardbeien.
Foto 10 De steenuil kast in de zomereik aan de noordzijde van het westelijke teeltveld 7
Bijlage 3 Gegevens Natuurloket
Project
: C222705.003 Mosselaarweg
Referentie : C222705.003 Datum
: 11 juli 2023
Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF. Bekende verspreiding van soorten ten opzichte van het plangebied - leveringuit de NDFF.disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld-)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 11 juli 2023' Op de volgende pagina's vindt u de lijst met soorten en afstanden ten opzichte van hetplangebied dat deze soorten zijn waargenomen. Een toelichting op deze lijst is te vinden op: www.quickscanhulp.nl. Mocht u vragen hebben dan kunt u contact opnemen met de helpdesk van HetNatuurloket: E-mail: serviceteamndff@natuurloket.nl Telefoon: 0800 2356333
Disclaimer De Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) is de meest omvangrijkelandelijke informatiebron van verspreidingsgegevens en bevat betrouwbarewaarnemingen van planten en dieren in een bepaald gebied. Het systeem is inopbouw, nieuwe gegevens worden met regelmaat toegevoegd. Alle gegevens in deNDFF zijn gevalideerd. Nader (veld)onderzoek kan noodzakelijk zijn omaanwezigheid van een soort te bevestigen of uit te sluiten. Hoewel het Natuurloket en Regelink Ecologie & Landschap hun uiterste best doen voor het correct weergeven van de data op quickscanhulp.nl kunnen zij niet aansprakelijk gesteld worden voor enige fouten of het gebruik van de data. Copyright vermelden bij verwijzen of citeren naar deze levering: '© NDFF - quickscanhulp.nl 11 juli 2023'
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Bastaardkikker
Amfibieën
wnb-andere
0 - 1 km
Blauwe reiger
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Boerenzwaluw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Boomklever
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Boomkruiper
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Bosbeekjuffer
Libellen
wnb-andere
0 - 1 km
Bruine kikker
Amfibieën
wnb-andere
0 - 1 km
Buizerd
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Eekhoorn
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Egel
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Ekster
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Naam
Groep
Beschermingsregime
Afstand
Gierzwaluw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Groene kikker (Onb.)
Amfibieën
wnb-andere
0 - 1 km
Groene specht
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Grote bonte specht
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Haas
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Huismus
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Huiszwaluw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
IJsvogel
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Kamsalamander
Amfibieën
wnb-hrl
0 - 1 km
Kleine bonte specht
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Kleine watersalamander
Amfibieën
wnb-andere
0 - 1 km
Koolmees
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Ooievaar
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Pimpelmees
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Ree
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Roek
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Slechtvalk
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Sperwer
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Spreeuw
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Steenmarter
Zoogdieren
wnb-andere
0 - 1 km
Steenuil
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Teunisbloempijlstaart
Nachtvlinders
wnb-hrl
0 - 1 km
Torenvalk
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Zwarte kraai
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Zwarte roodstaart
Vogels
jaarrond nest
0 - 1 km
Alpenwatersalamander