CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24048.18 - Bijlage 3 bij Toelichting - Verkennend bodemonderzoek

Raadsvergadering 10 juni 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24048 - Vaststellen bestemmingsplan Mosselaarweg 5-7-1621.790 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bodem en Bouwstoffen

Verkennend Bodemonderzoek Mosselaarweg 5-7 te Best rapport C222705.005/PHE

datum: opdrachtgever:

6 april 2023 den Pouderoyen B.V., Postbus 83 St. Stevenskerkhof 2 5400 UDEN 6511 AB VZ NIJMEGEN

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en / of openbaar gemaakt zonder schriftelijke toestemming van Archimil BV. Op al onze werkzaamheden zijn de algemene leveringsvoorwaarden van toepassing, zoals gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel te Eindhoven, onder nummer 17159750. Archiefexemplaar van BL24-03719

- Mosselaarweg 5-7-16_toelichting_Bijlage 3 Verkennend bodemonderzoek ten zuiden van d

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

I

VERANTWOORDING

P. Heesakkers Adviseur

Ing. B. van den Bosch Teamleider

Archimil B.V. Koningsplein 18, 5721 GJ Asten, Tel.nr. 0493-671818, Email: info@archimil.nl Rabobank Iban NL70RABO01636.28.580, Kvk nr. 17159750

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

II

SAMENVATTING Voor een verklaring van de gebruikte terminologie met betrekking tot eventuele verontreinigingen verwijzen wij naar de ‘Circulaire Bodemsanering 2013’ en het ‘Besluit bodemkwaliteit’. Op een terrein aan de Mosselaarweg 5-7 te Best is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd zoals voorgeschreven in de Nederlandse norm NEN 5740. De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Best

Adres

Mosselaarweg 5-7 te Best

Kadastraal

Sectie: K

Nr: 4293 en 4294

Coördinaten

X: 153.970

Y: 392.400

Oppervlakte onderzoekslocatie

10.440 m2

Het onderzoek is uitgevoerd op basis van de resultaten van het vooronderzoek van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Op basis van de in het vooronderzoek verzamelde gegevens zijn twee deellocaties onderscheiden. Ter plaatse van het erf van Mosselaarweg 7 is het terrein als heterogeen verdacht beschouwd voor diverse componenten. Ter plaatse van het resterend terrein van Mosselaarweg 5-7 is de locatie als niet-verdacht beschouwd, waarbij in het grondwater diffuus verhoogde gehaltes aan zware metalen aanwezig kunnen zijn. Veld- en laboratoriumwerkzaamheden zijn derhalve uitgevoerd conform de strategieën heterogeen verdacht (VED-HE-NL) en onverdacht (ONV) uit de NEN 5740. Erf Mosselaarweg 7 Uit het onderzoek volgt dat in de bovengrond (veelal onder de bestratingen) een zwakke tot sterke bijmenging met baksteen of puin is aangetroffen. De sterk puinhoudende bovengrond van boring 204 is sterk verontreinigd met PAK en licht verontreinigd met kobalt en minerale olie. De zwak puinhoudende bovengrond is sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, koper, lood, minerale olie en PAK. De zintuiglijk schone bovengrond is licht verontreinigd met minerale olie en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met barium.

Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat de aangetroffen bijmengingen met puin ter plaatse van het erf van Mosselaarweg 7 aanleiding geven tot het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest, conform NEN 5707. Ter plaatse van het erf zijn in de bovengrond eveneens gehaltes aan PAK en zink aangetoond welke aanleiding geven tot een nader onderzoek om de omvang te bepalen. Resterend terrein Mosselaarweg 5-7 Uit het onderzoek volgt dat de bovengrond van het westelijk terrein licht verontreinigd is met PAK. De bovengrond van het oostelijk terrein is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. De zwak kool- en puinhoudende ondergrond van boring 217 is sterk verontreinigd met koper, lood en zink en licht verontreinigd met cadmium, kobalt, molybdeen en nikkel. De resterende ondergrond is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen, barium, koper en/of nikkel. Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

III

Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat de aangetroffen bijmengingen met puin ter plaatse van het erf van Mosselaarweg 7 aanleiding geven tot het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest, conform NEN 5707. Ter plaatse van het erf zijn in de bovengrond eveneens gehaltes aan PAK en zink aangetoond welke aanleiding geven tot een nader onderzoek om de omvang te bepalen. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij op dat het ter plaatse van boring 217 (op het westelijke teeltveld, nabij de Aarleseweg) aangetroffen gehalte aan zware metalen in de ondergrond (1,01,5 m-mv) aanleiding geeft tot een nader onderzoek om de omvang te bepalen. Algemeen Wij achten het vooralsnog niet raadzaam om zonder aanvullend onderzoek of verdere afspraken omtrent de aangetroffen verontreinigingen over te gaan tot aan- of verkoop van de onderzochte locatie. Vooralsnog kan niet worden uitgesloten dat ter plaatse van het erf (zink en PAK’s) en het westelijke teeltveld (zware metalen) sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging (>25 m3 grond verontreinigd tot boven de interventiewaarde). Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

IV

INHOUDSOPGAVE SAMENVATTING 1. INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK ................................................................................ 1 2. VOORONDERZOEK ......................................................................................................................... 3 2.1. GEOGRAFISCHE GEGEVENS.......................................................................................................... 3 2.2. HUIDIG EN VOORMALIG BODEMGEBRUIK ........................................................................................ 3 2.3. MILIEUVERGUNNINGEN .............................................................................................................. 4 2.4. BODEMONDERZOEKEN ............................................................................................................... 5 2.4.1. Bodemonderzoeken omgeving....................................................................................... 7 2.5. TOEKOMSTIG GEBRUIK .............................................................................................................. 7 2.6. BODEMOPBOUW EN (GEO-)HYDROLOGIE ......................................................................................... 7 2.6.1. Algehele bodemkwaliteit .............................................................................................. 8 2.6.2.

PFAS ........................................................................................................................... 8 2.7. CONCLUSIE VOORONDERZOEK ..................................................................................................... 9 3. OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK........................................................................10 3.1. OPZET BODEMONDERZOEK ....................................................................................................... 10 3.2. ANALYSEPAKKETTEN .............................................................................................................. 11 3.3. UITVOERING BODEMONDERZOEK ................................................................................................ 11 4. WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE ........................................................................12 5. RESULTATEN...............................................................................................................................13 5.1. VELDWERK GROND .................................................................................................................. 13 5.2. AANPASSING ONDERZOEKSOPZET .............................................................................................. 13 5.3.

VELDWERK GRONDWATER ........................................................................................................ 13 5.4. ANALYSERESULTATEN ............................................................................................................. 14 5.4.1. Erf Mosselaarweg 7 ................................................................................................... 14 5.4.2. Resterend terrein Mosselaarweg 5-7.......................................................................... 15 6. CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN ...........................................................................................17 TABELLEN ...........................................................................................................................................19 Bijlage 1 ............................................................................................................ overzichtstekening Bijlage 2 .................................................................................................................. vooronderzoek Bijlage 3 ............................................................................................................locatie en boringen Bijlage 4 ........................................................................................................................

boorstaten Bijlage 5 ............................................................................................................. analyseresultaten Bijlage 6 ........................................................................................................................ referenties

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

1.

1

INLEIDING EN DOEL VAN HET ONDERZOEK

In verband met de beoogde verplaatsing van de bedrijfsactiviteiten van de Mosselaarweg 5-7 te Best is door Pouderoyen B.V. schriftelijk opdracht verleend om een verkennend bodemonderzoek op bovengenoemde locatie uit te voeren. Het doel van het onderzoek bestaat uit het verkrijgen van inzicht in de kwaliteit van de grond en het freatische grondwater op het te onderzoeken terrein. Voor de milieuhygiënische verklaring kan dit onderzoek dienen als bewijs voor de kwaliteit van de ontvangende bodem (Regeling bodemkwaliteit artikel 4.3.4) in het kader van het Besluit Bodemkwaliteit. Het onderzoek is uitgevoerd op basis van NEN 5740 [2] conform de BRL2000 met bijhorende protocollen van de Stichting Infrastructuur Kwaliteitsboring Bodemonderzoek [3]. De grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn geanalyseerd op de parameters welke opgenomen zijn in het NEN-pakket of op eventueel verdachte componenten. De analyseresultaten zijn getoetst aan de achtergrond-, streef- en interventiewaarden, zoals vermeld in de Circulaire bodemsanering 2013 [8]. Het rapport is als volgt opgebouwd: Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de verzamelde gegevens van de onderzoekslocatie en/ of de daaromheen liggende percelen, welke tijdens het vooronderzoek naar voren zijn gekomen. De opzet en uitvoering van het onderzoek worden besproken in hoofdstuk 3.

In hoofdstuk 4 wordt het toetsingskader van de resultaten gepresenteerd waarna in hoofdstuk 5 de gevonden resultaten besproken zullen worden. Tot slot worden in hoofdstuk 6 de conclusies besproken en worden enkele aanbevelingen gedaan. De in de tekst aangehaalde literatuurbronnen zijn opgenomen in bijlage 6. Contactpersoon voor de opdrachtgever was de heer G. Willems.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

2

Luchtfoto onderzoekslocatie en omgeving

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

2.

3

VOORONDERZOEK

Het vooronderzoek met betrekking tot het bodemonderzoek is uitgevoerd op het standaardniveau, conform NEN 5725. Het vooronderzoek heeft zich gericht op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Het doel van het vooronderzoek is het verzamelen van relevante informatie over de locatie van het bodemonderzoek, door het opvragen van informatie bij de opdrachtgever, de eigenaar en de gemeente, houden van interviews, uitvoeren van terreininspectie en archiefonderzoek. De te verzamelen informatie heeft betrekking op het voormalige gebruik, het huidige gebruik, het toekomstige gebruik, de bodemopbouw, de geohydrologische situatie en financieel-juridische aspecten. Hiervoor worden de volgende informatiebronnen geraadpleegd: milieuvergunningdossiers, archief bodemonderzoeken, etc. In bijlage 2 is een overzicht weergegeven van deze (geraadpleegde) informatiebronnen en de verkregen informatie. Op basis van de verzamelde informatie wordt het veld- en chemisch onderzoek goed voorbereid en wordt de onderzoekshypothese voor het verkennend of nader bodemonderzoek opgesteld. Ook worden de resultaten van het vooronderzoek gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek. 2.1.

Geografische gegevens De geografische gegevens van de onderzoekslocatie staan weergegeven in het volgende overzicht: Gemeente

Best

Adres

Mosselaarweg 5-7 te Best

Kadastraal

Sectie: K

Nr: 4293 en 4294

Coördinaten

X: 153.970

Y: 392.400

Oppervlakte onderzoekslocatie

10.440 m2

Op de onderzoekslocatie is er voor zover bekend geen sprake van een calamiteit of overtreding van voorschriften in het kader van de Wet Milieubeheer en/of Wet Bodembescherming en/of andere milieuregelgeving. 2.2. Huidig en voormalig bodemgebruik Het onderzoeksterrein aan de Mosselaarweg 5 is in gebruik als woning met siertuin. De verhardingen bestaan uit klinkers. Het erf van Mosselaar 7 is voorzien van een bedrijfswoning met achterliggende een tweetal bedrijfsloodsen. De verhardingen bestaan uit beton, asfalt, klinkers en tegels. Oostelijk en westelijk van het erf zijn teeltvelden aanwezig.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

4

Uit de historische kaarten (bron: http://www.topotijdreis.nl) blijkt dat aan de westzijde van de locatie in 1850 al bebouwing aanwezig was. Aan het begin van de jaren ’80 van de vorige eeuw is de ligging van de Aarleseweg gewijzigd naar de huidige ligging, daarvoor was de weg deels gelegen over de onderzoekslocatie.

omstreeks 1900

omstreeks 1965

omstreeks 1990

omstreeks 2015

Het onderzoeksterrein is voor zover bekend niet opgehoogd met bodemvreemde materialen zoals puin, sintels of gebroken asfalt. Op de onderzoekslocatie zelf hebben voor zover bekend geen olietanks in of op de bodem gelegen. Wel zijn er twee tanks gelegen op het zuidelijk aangrenzend terrein. Er zijn op de locatie zelf geen gegevens bekend omtrent eventuele activiteiten of calamiteiten op de onderzoekslocatie welke geleid kunnen hebben tot een bodemverontreiniging. Bekend is dat in 2020 ter plaatse van de berm ten noorden van het erf van huisnummer 7 een bodemsanering is uitgevoerd, waarbij met PAK verontreinigde grond is afgevoerd. 2.3. Milieuvergunningen Ter plaatse van de onderzoekslocatie zijn voor het telen van groente en aardbeien in het verleden diverse vergunningen verleend, meldingen ingediend en/of controles uitgevoerd. Op 16 december 2022 is door de gemeente Best hierover informatie verstrekt. Voor zover hier potentieel bodembedreigende activiteiten of opmerkingen zijn staan deze in onderstaand overzicht vermeld: 5 oktober 1993 1 januari 1994 15 januari 2005 6 december 2006

Archimil BV

Revisievergunning Wet milieubeheer Besluit akkerbouw open teelt milieubeheer, artikel 8.40 Wet milieubeheer Besluit akkerbouw open teelt milieubeheer, artikel 8.40 Wet milieubeheer Besluit landbouw milieubeheer

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

5

2.4. Bodemonderzoeken Op de locatie zijn in het verleden enkele bodemonderzoeken uitgevoerd. De onderstaande gegevens zijn afkomstig uit het archief en bodeminformatiesysteem van de gemeente Best, omgevingsrapportage en ons eigen archief. Mosselaarweg 5 Verkennend bodemonderzoek, d.d. ?? Uit uitsneden van het bodemsysteem van de gemeente Best en gegevens van de omgevingsrapportage volgt dat in het verleden (moment onbekend) een verkennend bodemonderzoek is uitgevoerd. De bovengrond bleek licht verontreinigd te zijn met PAK’s. Eveneens zijn verhoogde gehaltes EOX aangetoond. De ondergrond bleek niet verontreinigd te zijn met één van de componenten waarop was onderzocht. Het grondwater was licht verontreinigd met cadmium, nikkel en zink. Bron: bodemsysteem gemeente Best Nader bodemonderzoek, d.d. ?? Uit uitsneden van het bodemsysteem van de gemeente Best en gegevens van de omgevingsrapportage volgt dat in het verleden een nader bodemonderzoek is uitgevoerd. De reden van het onderzoek en het moment van uitvoering is onbekend. De bovengrond bleek niet verontreinigd te zijn met zware metalen. Het grondwater was licht verontreinigd met cadmium, chroom, nikkel en zink. Bron: bodemsysteem gemeente Best Mosselaarweg 7 Verkennend bodemonderzoek Mosselaarweg, Ockhuizen grondmechanica B.V., rap.nr. 1.007.988, d.d. 27 mei 1995.

In de bovengrond worden PAK en EOX boven de streefwaarde aangetroffen. In de ondergrond worden geen verontreinigingen aangetroffen. In het grondwater wordt in peilbuis B05 nikkel en zink boven de streefwaarde aangetroffen. In het grondwater uit peilbuis B24 worden cadmium, nikkel en zink boven de streefwaarde aangetoond. Nulsituatie onderzoek, Agro-Milieu B.V., rap.nr. 15.690, d.d. 28 januari 1999. In de bovengrond zijn geen van de onderzochte parameters in verhoogde mate aangetoond. In het grondwater zijn op deellocatie A, chroom, nikkel, zink en cadmium licht verhoogd aangetoond. In het grondwater op deellocatie B is zink matig verhoogd aangetoond. Bron: bodemsysteem gemeente Best

Archimil BV

huidige onderzoekslocatie

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

6

huidige onderzoekslocatie

Verkennend- en aanvullend bodemonderzoek, Lankelma Geotechniek Zuid B.V., rap.nr. 61485, d.d. 15 mei 2007. De sterke verontreiniging in de grond met zink is aangetroffen in de boringen B32, B34, B110, B111, B113 en B114. Uit het onderzoek blijkt dat de grond in de omliggende boringen slechts licht verontreinigd is met PAK en zware metalen. In het grondwater worden enkel lichte verhogingen met zware metalen aangetoond. Geconcludeerd is dat sprake was van een spot van verontreiniging (<25 m3) welke na de sloop van de stal gesaneerd diende te worden. Voor zover bekend heeft nog geen sanering plaatsgevonden. Bron: bodemsysteem gemeente Best & Lankelma 2021 Opmerking: Door het ontbreken van een tekening is de ligging van de genoemde boringen bij ons onbekend. Aangezien de onderzoekslocatie zuidelijk van onderhavige onderzoekslocatie is gelegen en geconcludeerd is dat sprake zou zijn van een spot kan worden aangenomen dat deze zich niet ter plaatse van de huidige onderzoekslocatie bevind. Verkennend bodemonderzoek, Lankelma Geotechniek Zuid, rap.nr. 2101849, d.d. 2 augustus 2021 In 2021 is door Lankelma wederom dezelfde locatie onderhuidige onderzoekslocatie zocht. Uit de rapportage volgt dat een terrein als verdacht voor zink is beschouwd (boringen 101 t/m 109).

Ter plaatse van deze boringen zijn tot een maximale diepte van 1 m-mv sporen tot zwakke bijmengingen met baksteen waargenomen. De bovengrond is plaatselijk licht verontreinigd met PAK en/of zink. In de grondmonsters B103-1 en B103-2 (zie rode pijl) is analytisch een sterk verhoogd gehalte met zink aangetoond. De verontreiniging heeft een diepte van 100 centimeter, daarna is sprake van een licht verhoogd gehalte, en bevindt zich over een oppervlakte van circa 10 m². Het volume wordt huidige onderzoekslocatie geschat op 10 m³. Dit houdt in dat er geen sprake zal zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Het resterend terrein is als onverdacht beschouwd. Ter plaatse zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehalten aangetoond. In het grondwater is een licht verhoogd gehalte met barium en nikkel aangetoond. In mengmonster ASBMM01 (0–0,2 m-mv), drupzone onder de asbesthoudende daken, is een licht verhoogd gehalte aan asbest aangetoond (2,40 mg/kg d.s.). In mengmonster ASBMM01 (0,2–0,5 m-mv) is eveneens een licht verhoogd gehalte aan asbest aangetoond (0,49 mg/kg d.s.). De gehalten overschrijden de detectiegrens, doch liggen ruim onder de triggerwaarde voor nader onderzoek, van 50 mg/kgds. Op basis hiervan is geen nader onderzoek naar asbest noodzakelijk geacht.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

7

2.4.1. Bodemonderzoeken omgeving In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Mosselaarweg 14 Verkennend bodemonderzoek, Lankelma, d.d. 19 mei 2009 In 2009 is een grootschalig verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Uit de uitsnedes van het bodemsysteem van de gemeente Best volgt dat de boven- en ondergrond destijds niet verontreinigd was. Het grondwater was licht verontreinigd met koper, nikkel en/of barium. In het grondwater van peilbuis 8 (ligging onbekend) was eveneens een marginale verhoging met naftaleen aangetoond. Mosselaarweg ong. (percelen K 40 en 3648 (ged.) Verkennend bodemonderzoek, Archimil, rapport C222705.004, d.d. 24 maart 2023 Recent is ter plaatse van de in gebruik zijnde weilanden een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De boven- en ondergrond van de locatie is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen, xylenen (gehaltes kleiner dan 1% van de interventiewaarde) en barium. 2.5. Toekomstig gebruik Beoogd is om de agrarische bedrijfslocaties (Mosselaarweg 5 en Mosselaarweg 7) te amoveren. Beide (bedrijfs)woningen worden omgezet naar een burgerwoning (inclusief splitsing van de voormalige bedrijfswoning/ langgevel boerderij aan de Mosselaarweg 7) alsmede toevoeging van twee Ruimte-voorRuimte woningen (één tussen nr.

5 en 7; en één ten westen van nr. 7). Het resterend gedeelte van het voormalige agrarisch bouwvlak en de huidige teeltondersteunende voorzieningen worden herbestemd naar de reguliere agrarische gebiedsbestemming ‘Agrarisch’. 2.6. Bodemopbouw en (geo-)hydrologie Het te onderzoeken terrein heeft een hoogteligging tussen de 12,8 (oostzijde) en 13,6 m + N.A.P. (westzijde). De opbouw van de ondergrond is schematisch weergegeven in figuur A.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

8

Figuur A: opbouw ondergrond. Formatie van Boxtel Formatie van Sterksel Formatie van Stramproy

Zwak siltig fijn tot matig grof zand Grof zand en grind Uiteenlopende korrelgroottes, met plaatselijke leem, grind en kleilagen

De freatische grondwaterspiegel bevindt zich op circa 1,2 m-mv. De stromingsrichting van het freatische grondwater is richting de afwaterende watergangen gericht. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is globaal noordelijk gericht (zie uitsnede). Voorgenoemde geohydrologische gegevens zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland [6]. 2.6.1. Algehele bodemkwaliteit De gemeente Best maakt gebruik van een goedgekeurde bodemkwaliteitskaart en bodembeheerplan (d.d. 19 maart 2020) waarin diffuus verhoogde achtergrondgehalten aan verontreiniging zijn vastgelegd. De locatie is gelegen in de zone Buitengebied. De bovengrond van onverdachte locaties in deze zone is gemiddeld genomen licht verontreinigd met PCB’s en PAK’s en voldoet gemiddeld genomen aan de Achtergrondwaarden. De gemeente Best maakt gebruik van een goedgekeurde bodemfunctieklassenkaart (december 2019). Hierin heeft de locatie de functie Wonen (erven in het buitengebied) toegekend gekregen. Van de regio zuidoost Brabant, noord- en midden Limburg is bekend dat er zich verhoogde achtergrondwaarden aan zware metalen in het grondwater manifesteren. Deze zijn enerzijds toe te schrijven aan uitloging uit deze verhardingen van zinkassen en depositie van zware metalen door het productieproces van deze zinkassen. Wanneer dit het geval is op een locatie zal de stof zink overheersen.

Een andere bron van verontreiniging met zware metalen in het grondwater zijn de chemische processen die optreden wanneer anaeroob grondwater opkwelt. Doordat in de bodem ijzerhoudende lagen aanwezig zijn kunnen zware metalen in oplossing gaan en in het grondwater terechtkomen. Over het algemeen zijn arseen en nikkel overheersende componenten wanneer deze situatie zich voordoet. 2.6.2. PFAS In het rapport “Aanwezigheid PFAS in Nederland Deelrapport B Verdachte locaties” 2 is een overzicht opgenomen van potentiële risico-locaties voor het voorkomen van PFAS-verbindingen. Voor de locatie is, voor zover bekend, geen sprake van een bronlocatie. Opgemerkt wordt dat op basis van recente gegevens de bovengrond van een groot deel van Nederland mogelijk in lichte mate verontreinigd is met PFAS-verbindingen1 en dat uitspoeling naar de ondergrond kan plaatsvinden. Door het ministerie is een Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

9

geactualiseerd handelingskader PFAS opgesteld (versie 13 december 2021) voor hergebruik van PFAS houdende grond en baggerspecie, waarbij een achtergrondwaarde van 1,9 µg/kgds (PFOA) danwel 1,4 µg/kgds (overige PFAS) is vastgesteld 3. De gezamenlijke omgevingsdiensten in Brabant maken gebruik van een Bodemkwaliteitskaart voor PFAS (d.d. 28 oktober 2020) 4. Aangezien de berekende P80 waarden lager zijn dan de landelijke maximale toepassingswaarden voor Landbouw/ Natuur, hebben de samenwerkende omgevingsdiensten ervoor gekozen om aan te sluiten bij de normen uit het geactualiseerde Tijdelijk Handelingskader van 2 juli 2020. 2.7. Conclusie vooronderzoek Het vooronderzoek heeft zich gericht zich op de onderzoekslocatie en de direct aanliggende percelen vanaf de grens van het onderzoeksgebied tot aan 25 meter buiten het onderzoeksgebied. Op basis van bovenstaande gegevens wordt ter plaatse van de bedrijfslocatie aan de Mosselaarweg 7 (± 2500 m²) uitgegaan van een grotendeels heterogeen verdachte locatie. Onderzoek zal derhalve ter plaatse van dit gedeelte dient te worden uitgevoerd volgens de strategie VED-HE-NL uit NEN 5740. Voor het resterend terreingedeelte kan worden uitgegaan van een onverdachte locatie (± 7500 m²). Onderzoek dient te worden uitgevoerd volgens de strategie onverdacht (ONV-NL) uit NEN 5740.

Op basis van de historische informatie is er vooralsnog geen aanleiding om een overschrijding van de normen uit het Geactualiseerd handelingskader voor PFAS te verwachten. 1

https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/grond-bagger/handelingskader-pfas/handelingskader/ https://www.expertisecentrumpfas.nl/images/Handelingskader/DDT219-1-18-008.228-rapd-Voorkomen_PFAS_in_Nederland__deelrapport_B_Verdachte_locaties_-_definitief.pdf 3 https://www.rijksoverheid.nl/binaries/rijksoverheid/documenten/rapporten/2021/12/13/2021335279-1-geactualiseerde-versiehandelingskader-pfas/2021335279-1-geactualiseerde-versie-handelingskader-pfas.pdf 4 http://bodemloket.odbn.nl/images/20201028_0462683.100_bodemkwaliteitskaart_pfas_noord-brabant_def_rev0.0gecomprimeerd.pdf 2

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

3.

10

OPZET EN UITVOERING VAN HET ONDERZOEK

3.1. Opzet bodemonderzoek Het veldwerk zal onafhankelijk van de opdrachtgever worden uitgevoerd conform de eisen van BRL SIKB 2000 (Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek) en de daarbij horende protocollen. Van elke 50 cm bodemlaag of van iedere bodemlaag afzonderlijk worden representatieve monsters genomen. De boringen worden gelijkmatig over de te onderzoeken locatie verdeeld volgens een systematisch patroon. Per boring wordt de samenstelling van de bodem vastgelegd. Het grondwater wordt minimaal één week na plaatsing van de peilbuizen bemonsterd. Hierbij worden in het veld de temperatuur, pH en geleidbaarheid gemeten. In bijlage 3 is een situatieschets opgenomen waarin de plaatsen van de boringen en de peilbuizen zijn aangegeven. Op de locatie kunnen twee deellocaties worden onderscheiden. Per te onderscheiden terreindeel worden onderstaande boringen en peilbuizen geplaatst: Bedrijfslocatie aan de Mosselaarweg 7 (± 2500 m²) Ter plaatse van de bedrijfslocatie aan de Mosselaarweg 7 (± 2500 m²) worden, in lijn met de strategie heterogeen verdacht (VED-HE-NL) uit de NEN 5740, verspreid over de onderzoekslocatie onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen Boring tot 0,5 m 11

En boring tot grondwater 1) 2

Aantal te analyseren (meng)monsters. En boring met peilbuis 1

Grond Verdachte bovengrond 3

Grondwater Ondergrond

0

1

1) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.

Resterend terrein Mosselaarweg 5-7 (± 7500 m²) Op het resteren terrein aan de Mosselaarweg 5-7 (± 7500 m²) worden, in lijn met de strategie onverdacht (ONV) uit de NEN 5740, verspreid over de onderzoekslocatie onderstaand aantal boringen en peilbuizen geplaatst. Aantal boringen Boring tot 0,5 m 13

En boring tot grondwater 2) 4

Aantal te analyseren (meng)monsters. En boring met peilbuis 2

Grond Bovengrond 3

Grondwater Ondergrond

2

2

2) Indien de grondwaterspiegel zich ondieper dan 1,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 1,0 m. Indien de grondwaterspiegel zich dieper dan 2,0 m beneden het maaiveld bevindt, geldt een boordiepte van 2,0 m.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

11

3.2. Analysepakketten De toegepaste NEN-pakketten bestaan uit: Grond: standaardpakket grond: Droge stof, Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale Olie (GC) (C10 - C40), PAK (10 VROM), PCB (7) Grondwater: standaardpakket grondwater: Metalen (Ba,Cd,Co,Cu,Hg,Mo,Ni,Pb,Zn), Minerale olie (GC), Aromaten (BTEXN), Styreen, VOCl (11), Vinylchloride, 1,1 Dichlooretheen, 1,1-Dichloorpropaan, 1,2-Dichloorpropaan, 1,3-Dichloorpropaan, Bromoform

Ter bepaling van de achtergrond- en interventiewaarden worden grond(meng)monsters onderzocht op het gehalte aan lutum en organisch stof. 3.3. Uitvoering bodemonderzoek De veldwerkzaamheden worden uitgevoerd volgens de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4]. De activiteiten bestaan uit: 1. het uitvoeren van een globale locatie-inspectie; 2. het verrichten van de boringen en 3. het plaatsen van de peilbuizen; 4. het bemonsteren van de grond en het grondwater; 5. visueel en organoleptisch onderzoek van de monsters. De grondboringen worden voor zover mogelijk met handkracht uitgevoerd waarbij gebruik wordt gemaakt van een ongelakte Edelmanboor met een diameters van 6 tot 12 cm. Er wordt voor zover mogelijk geen werkwater gebruikt. Na elke boring wordt het boormateriaal met leidingwater schoongemaakt. Voor het plaatsen van de peilbuizen wordt geboord tot circa 1,5 meter beneden de freatische grondwaterspiegel. Het materiaal van de buis is slagvast P.V.C.. Het geperforeerde gedeelte wordt omgeven door een gewassen, paraffinevrije filterkous en gegloeid en gezeefd filtergrind. Het niet-geperforeerde gedeelte wordt met de oorspronkelijke grond omstort. Het boorgat wordt afgedicht met een laag zwelklei van ca. 50 cm. De chemische analyses van de grond- en grondwatermonsters worden uitgevoerd door een AS3000 geaccrediteerd laboratorium.

Hierbij wordt gebruik gemaakt van de voorbehandelings-, opwerkings-, en analysemethoden zoals beschreven in de NEN-normen en de protocollen van de Stichting Infra Kwaliteitsborging Bodemonderzoek [4].

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

4.

12

WIJZE VAN BEOORDELEN EN INTERPRETATIE

Bij de beoordeling en interpretatie van de resultaten is gebruik gemaakt van de circulaire bodemsanering 2013. Deze circulaire definieert streefwaarden, achtergrondwaarden, interventiewaarden en tussenwaarden voor de beoordeling van de concentratieniveaus van diverse verontreinigingen in grond en grondwater. In onderstaand overzicht worden deze toegelicht: - de Achtergrondwaarde (grond) of Streefwaarde (grondwater) geeft het niveau aan waarbij, volgens de huidige inzichten, sprake is van een duurzame bodemkwaliteit. In geval er curatief gehandeld moet worden, geeft deze waarde het niveau aan dat bereikt moet worden om de functionele eigenschappen die de bodem voor mens, dier of plant heeft, volledig te herstellen; - de interventiewaarde (I) geeft het niveau aan waarbij de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant, ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. Bij gehalten boven deze waarde is normaliter sprake van een ernstige verontreiniging en zal moeten worden bekeken of sanering urgent is; - de tussenwaarde (T = [S + I] / 2) bevindt zich op de helft tussen de streef- en interventiewaarde. Boven deze waarde is in ieder geval, en onder deze waarde afhankelijk van bepaalde factoren zoals bodemtype, een nader onderzoek gewenst. Deze waarden zijn afhankelijk van de grondsoort.

Op basis van het lutum en het organische stofgehalte van de onderzochte grond, wordt een correctie uitgevoerd op de waarden zoals die voor een standaardbodem (lutum= 25% en humus= 10%) zijn vastgesteld. Om de mate van verontreiniging weer te geven wordt in dit rapport de onderstaande terminologie gebruikt: - niet verontreinigd concentratie lager dan of gelijk aan de achtergrondwaarde; - licht verontreinigd concentratie hoger dan de achtergrondwaarde, maar lager dan of gelijk aan de tussenwaarde; - matig verontreinigd concentratie hoger dan de tussenwaarde, maar lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; - sterk verontreinigd concentratie hoger dan de interventiewaarde. Specifiek voor verontreinigingen met zware metalen ten gevolge van zinkassen in projectgebied de Kempen zijn in de Regeling Uniforme Saneringen terugsaneerwaarden vastgesteld voor wonen met moestuin (ABdKM) en wonen met siertuin (ABdK-S). Deze normen zijn verruimd ten opzichte van de algemene terugsaneerwaarden zoals deze eerder in de bodemgebruikswaarden waren vastgelegd en die sinds 1 oktober 2008 zijn vervangen door de achtergrondwaarden (AW), maximale waarden voor wonen (MWW) en maximale waarden voor industrie (MWI) uit het besluit bodemkwaliteit. Voor asbest is alleen een interventiewaarde vastgesteld, er is geen achtergrondwaarde vastgesteld.

De interventiewaarde voor vaste bodem ligt op 100 mg/kgds (concentratie serpentijn plus 10 x concentratie amfibool). De interventiewaarde is gelijk aan de hergebruikswaarde voor asbest in puin.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

5.

13

RESULTATEN

5.1. Veldwerk grond De grondmonsters zijn in de periode van 9 tot 13 maart 2023, onafhankelijk van de opdrachtgever, genomen door de heer J. Timmermans (erkend monsternemer SIKB 2001), daarbij geassisteerd door de heren B. Schoenmakers en F. Voss. Voor een beschrijving van de opgeboorde grond ter plaatse wordt verwezen naar de boorstaten (bijlage 4). Bij geen van de monsters is een verdachte en/ of afwijkende geur waargenomen. In de bovengrond van het erf (nummers 201 t/m 214) zijn plaatselijk, veelal onder de beton- en asfaltverharding, bijmengingen met baksteen en/of puin aangetroffen. Ter plaatse van het resterend terrein is alleen bij boring 217 (westelijk van het erf) in de bodemlagen van een 0,5-1,5 m-mv een bijmenging met puin en/of houtskool waargenomen. De waarnemingen zijn weergegeven in onderstaande tabel. Boring 202 204 205 206 207 208 210 211 217

Traject (m -mv) 0,00 - 0,50 0,07 - 0,20 0,04 - 0,50 0,11 - 0,25 0,09 - 0,13 0,21 - 0,24 0,10 - 0,40 0,14 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,50

Waargenomen bijzonderheden sporen baksteen sterk puinhoudend, gestaakt op massieve laag. zwak puinhoudend zwak baksteenhoudend uiterst puinhoudend, matig asfalthoudend, gestaakt op massieve laag. zwak puinhoudend, gestaakt op massieve laag. sterk baksteenhoudend, gestaakt op harde laag. zwak baksteenhoudend matig houtskoolhoudend zwak houtskoolhoudend, zwak puinhoudend

De aangetroffen bijmengingen met puin kunnen niet zondermeer als onverdacht voor asbest worden beschouwd. Zintuiglijk zijn geen bijmengingen met asbest aangetroffen in of op de bodem, echter is geen onderzoek naar asbest conform NEN 5707 uitgevoerd. 5.2. Aanpassing onderzoeksopzet Op basis van de zintuiglijke waarnemingen zijn een aantal van de meest verdachte grondmonsters afzonderlijk onderzocht. Van de overige grondmonsters zijn, op basis van zintuiglijke waarnemingen, enkele mengmonsters samengesteld. Voor het overige is er geen noodzaak tot aanpassing van de geplande onderzoeksopzet gebleken. 5.3. Veldwerk grondwater De peilbuizen zijn op 9 maart 2023 geplaatst en voorgepompt. Het grondwater is op 29 maart 2023 nogmaals voorgepompt en vervolgens bemonsterd door de heer B. Schoenmakers (erkend monsternemer SIKB 2002). De in het veld bepaalde gegevens met betrekking tot het grondwater staan vermeld in het volgende overzicht:

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

14

Peilbuis nr.

Filterstelling (m-mv)

Datum

Gw-stand (m-mv)

pH

Ec (µS/cm)

Troebelheid (FTU)

Opmerkingen

201.1.1

3,20 – 4,20

29-03-2023

1,1

6.35

759

101

geen

215.1.1

2,30 – 3,30

29-03-2023

1,4

6.31

995

270

troebel

216.1.1

2,15 – 3,15

29-03-2023

1,0

6.63

774

820

troebel

Wanneer een watermonster troebel is (> 10 FTU), dus losgespoelde gronddeeltjes bevat, is er een kans dat er gronddeeltjes worden geanalyseerd in plaats van het grondwater. (An)organische stoffen (die zich hebben gehecht aan de gronddeeltjes) kunnen daardoor de analyseresultaten beïnvloeden.

5.4. Analyseresultaten De resultaten van de analyses van de grond(meng)monsters en het grondwatermonster zijn weergegeven in de tabellen. Tevens zijn de analyserapporten opgenomen in bijlage 5. 5.4.1. Erf Mosselaarweg 7 Grondmonsters Van de grondmonsters van de meest verdachte bodemlaag (bovengrond) zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen en conform de strategie heterogeen verdacht uit de NEN 5740 drie mengmonsters, van maximaal vier deelmonsters, samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Mengmonster

Monsters (cm-mv)

bg1 (sterk puinhoudend)

204 (7-20)

bg2 (humeus, zint. schoon) bg3 (zwak puin)

201 (15-50) 203 (20-45) 209 (0-50) 212 (0-50) 202 (0-50) 205 (4-50) 206 (11-25) 211 (14-50)

Analyseresultaat (meetwaarde, mg/kgds) PAK (88) >I Minerale olie (420) >MWI & <I Kobalt (44) >MWW PAK (18), min.olie (96) >MWW

Bodemkwaliteit

Zink (570) >I Koper (48), PAK (13), min.olie (130) >MWW Cadmium, lood >AW

Sterk verontreinigd

Sterk verontreinigd

Klasse Industrie

Uit de resultaten volgt dat ter plaatse van het erf sprake is van een verhoogd gehalte PAK’s. Bij boring 204 (voor de woning) is sprake van een overschrijding van de interventiewaarde. Ervaring leert dat het verhoogde gehalte minerale olie gerelateerd is aan het verhoogde gehalte PAK’s. Eveneens is in het mengmonster van de puinhoudende monsters sprake van een sterk verhoogd gehalte zink. Aangezien in de overige (meng)monsters geen verhoogde gehaltes zink zijn waargenomen zal deze zich vermoedelijk concentreren in één of meerdere van de grondmonsters van waaruit het mengmonster is samengesteld. Wij adviseren dit te laten verifiëren door het afzonderlijk laten onderzoeken van de deelmonsters op het gehalte aan zware metalen (ABdK-pakket). Voor het overige is sprake van licht verhoogde gehaltes en wordt aanvullend onderzoek niet noodzakelijk geacht.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

15

Grondwater Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 201.1.1

Filtertraject (m-mv) 3,20 – 4,20

Analyseresultaat Barium >Streefwaarde

De lichte verhoging met barium kan worden beschouwd als een diffuus verhoogd gehalte. Een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen wordt ter plaatse niet noodzakelijk geacht. 5.4.2. Resterend terrein Mosselaarweg 5-7 Grondmonsters Van de grondmonsters zijn op basis van zintuiglijke waarnemingen vijf grond(meng)monsters samengesteld welke zijn onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grond. Mengmonster

Monsters (cm-mv)

bg1 (oost)

215 (0-50) 218 (0-50) 219 (0-50) 220 (0-50) 221 (0-50) 222 (0-50) 223 (0-45) 224 (0-50) 226 (7-50) 227 (0-50) 216 (0-50) 229 (0-50) 230 (0-50) 231 (0-50) 232 (0-50) 233 (0-50) 226 (7-50) 215 (50-100) 216 (50-100) 217 (50-100) 218 (50-100) 219 (50-100) 220 (50-100) 217 (100-150)

bg2 (west) bg3 (zand) og1

og2 (zwak puin- en houtskool)

Analyseresultaat (meetwaarde, mg/kgds) <AW

Bodemkwaliteit

PAK (3) >AW

Klasse Wonen

<AW <AW

Achtergrondwaarden Achtergrondwaarden

Koper (200), lood (410), zink (980) >I Cadmium, nikkel >MWW Kobalt, molybdeen, PCB >AW

Sterk verontreinigd

Achtergrondwaarden

Uit de resultaten volgt dat de bovengrond van het westelijk terrein licht verontreinigd is met PAK’s. Ter plaatse van boring 217 (nabij de Aarleseweg en een aanwezige poel) is in de ondergrond (1-1,5 m-mv) een puin- en koolhoudende laag waargenomen, welke licht tot sterk verontreinigd is met zware metalen. Voor het overige zijn in de boven- en ondergrond geen verhoogde gehaltes aangetoond. De aangetroffen gehaltes aan koper, lood en zink bij boring 217 geven aanleiding tot een nader onderzoek, om de omvang te bepalen. Aannemelijk is dat er een relatie ligt met het voormalige erf of de voormalige ligging van de Aarleseweg, waarvan de ligging begin jaren ’80 van de vorige eeuw is gewijzigd naar de huidige ligging (zie ook paragraaf 2.2).

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

16

Grondwater Het grondwater is onderzocht op de componenten uit het standaardpakket voor grondwater. In onderstaande tabel zijn de getoetste resultaten weergegeven. Peilbuis 215.1.1 216.1.1

Filtertraject (m-mv) 2,30 – 3,30 2,15 – 3,15

Analyseresultaat Barium, nikkel >Streefwaarde Koper, nikkel, naftaleen >Streefwaarde

De lichte verhogingen met zware metalen kunnen worden beschouwd als diffuus verhoogde gehalten. De herkomst van de lichte verhoging met naftaleen is onduidelijk. Ter plaatse van en in de omgeving van boring 216 zijn geen activiteiten bekend of waarnemingen gedaan welke de verhoging zouden kunnen verklaren. Niet uitgesloten kan worden dat gezien de lage concentratie mogelijk er bij de analyse een verstoring is opgetreden. Gelet op de beperkte overschrijding van de streefwaarde achten wij een nader onderzoek of het treffen van sanerende maatregelen niet noodzakelijk.

Foto van de onderzoekslocatie – d.d. 10 maart 2023

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

6.

17

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

Het onderzoek heeft betrekking op het terrein gelegen aan de Mosselaarweg 5-7 te Best. Het doel van een verkennend bodemonderzoek is door een relatief geringe inspanning een inzicht te verkrijgen van de bodemgesteldheid. Uit het onderzoek kunnen de volgende conclusies worden getrokken: Erf Mosselaarweg 7 1. In de bovengrond (veelal onder de bestratingen) is een zwakke tot sterke bijmenging met baksteen of puin aangetroffen. 2. De sterk puinhoudende grond uit de bovenlaag (0,07-0,20 m-mv) is sterk verontreinigd met PAK’s (4,4x I-waarde) en licht verontreinigd met kobalt en minerale olie. 3. Het mengmonster van de zwak puinhoudende grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) is sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met cadmium, koper, lood, minerale olie en PAK’s. 4. Het mengmonster van de zintuiglijk schone grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) is licht verontreinigd met minerale olie en PAK’s. 5. Het grondwater is licht verontreinigd met barium. 6. De hypothese heterogeen verdachte locatie kan worden aangenomen op basis van de onderzoeksresultaten. Resterend terrein Mosselaarweg 5-7 7. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het westelijk terrein is licht verontreinigd met PAK. De grond uit de bovenlaag (0-0,5 m-mv) van het oostelijk terrein is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. 8.

De zwak kool- en puinhoudende grond uit de onderlaag (1-1,5 m-mv) is sterk verontreinigd met koper, lood en zink en licht verontreinigd met cadmium, kobalt, molybdeen en nikkel. 9. De resterende grond uit de onderlaag (0,5-1 m-mv) is niet verontreinigd met één van de componenten waarop is onderzocht. 10. Het grondwater is licht verontreinigd met naftaleen, barium, koper en/of nikkel. 11. De hypothese niet-verdachte locatie, met diffuus verhoogde gehalte aan zware metalen in het grondwater, kan voor het oostelijk deel van de locatie worden aangenomen en dient voor de boven- en ondergrond en het grondwater van het westelijke deel te worden verworpen op basis van de onderzoeksresultaten. Naar aanleiding van bovenstaande conclusies merken wij het volgende op: 1.

2. 3.

Archimil BV

Wij achten het vooralsnog niet raadzaam om zonder aanvullend onderzoek of verdere afspraken omtrent de aangetroffen verontreinigingen over te gaan tot aan- of verkoop van de onderzochte locatie. De aangetroffen bijmengingen met puin ter plaatse van het erf van Mosselaarweg 7 geven aanleiding tot het uitvoeren van een verkennend onderzoek naar asbest, conform NEN 5707. Het ter plaatse van het erf aangetroffen gehalte aan PAK in de bovengrond van boring 204 (voorzijde van de boerderij) en het aangetroffen gehalte aan zink in het mengmonster van de zwak puinhoudende bovengrond geven aanleiding tot een nader onderzoek om de omvang te bepalen.

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

4.

5.

6.

7.

8.

Archimil BV

18

Wij adviseren om de grondmonsters van het mengmonster afzonderlijk te laten onderzoeken op het gehalte aan zink, om te bepalen of de verontreiniging zich concentreert in één van de vier monsters van waaruit het mengmonster is samengesteld. Het ter plaatse van boring 217 (nabij de Aarleseweg) aangetroffen gehalte aan koper, lood en zink in de ondergrond (1,0-1,5 m-mv) geeft aanleiding tot een nader onderzoek om de omvang te bepalen. Vooralsnog kan niet worden uitgesloten dat ter plaatse van het erf (zink en PAK’s) en het westelijke teeltveld (zware metalen) sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging (>25 m3 grond verontreinigd tot boven de interventiewaarde). De overig aangetroffen lichte verontreinigingen in de bovengrond vormen geen aanleiding tot het instellen van een nader onderzoek conform de Circulaire Bodemsanering [8]. De aanwezigheid van bovengenoemde componenten vormt, gezien de concentraties, vanuit milieuhygiënisch oogpunt, geen bezwaar; Gelet op de aangetroffen concentraties in het grondwater is het uitvoeren van een nader onderzoek naar de herkomst hiernaar niet noodzakelijk. Aangezien direct contact met het grondwater niet te verwachten is blijft het risico uit oogpunt van volksgezondheid en milieuhygiëne beperkt.

Indien, bijvoorbeeld bij bouwactiviteiten, grond vrijkomt die op een andere locatie zal worden hergebruikt dan dient bepaald te worden wat de kwaliteit is in het kader van het besluit bodemkwaliteit.

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

6 april 2023 rapportnummer: C222705.005/PHE

19

TABELLEN

Archimil BV voert zijn bodemonderzoeken zorgvuldig en volgens de geldende normen uit. Elk bodemonderzoek is echter gebaseerd op een beperkt aantal grondboringen: ten opzichte van het totale bodemvolume is slechts een klein deel (chemisch) onderzocht. Het is dus mogelijk dat plaatselijk afwijkingen in de bodem voorkomen, of dat zich verontreinigende stoffen in de bodem bevinden die niet met dit onderzoek naar voren zijn gekomen. Een bodemonderzoek is een momentopname en heeft een beperkte geldigheid: na monstername kan immers een nieuwe verontreiniging geïntroduceerd zijn, terwijl een mobiele verontreiniging zich misschien verplaatst. Archimil BV acht zich dan ook niet aansprakelijk voor hieruit voortvloeiende schade of gevolgen van welke aard dan ook.

Archimil BV

Afdeling Bodem en Bouwstoffen

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C222705 Vbo Mosselaarweg Best

Analyse

Eenheid

09-03-2023 2023038479 14-03-2023 23-03-2023

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)

1

GSSD

Analytico-nr

Monster

1

13525474

204 (7-20)

Eindoordeel:

83,4 1,5 98 4,1

83,4 1,5

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

43 <0,20 44 9,7 <0,050 <1,5 12 12 45

132 0,2335 125,8 18,71 0,0486 1,05 29,79 18,18 96,48

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88 210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

<3,0 9,3 120 160 84 47 420 Zie bijl.

35

190

190

500

5000

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

0,5

1,5

6,8

40

40

4,1

<=AW Industrie <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

10,5 46,5 600 800 420 235 2100 Niet toepasbaar

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0035 0,0245

0,56 25 2,5 <0,050 14 13 5,7 11 7,2 9,1 88

0,56 25 2,5 0,035 14 13 5,7 11 7,2 9,1 88,09 Nooit toepasbaar

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

GSSD

RG Eis

1,5 4,1

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C222705 Vbo Mosselaarweg Best

Analyse

Eenheid

09-03-2023 2023038479 14-03-2023 23-03-2023

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)

2

GSSD

Analytico-nr

Monster

2

13525475

201 (15-50) 203 (20-45) 209 (0-50) 212 (0-50)

Eindoordeel:

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

84,3 3,2 97 2,7

84,3 3,2

<20 0,27 <3,0 9,7 <0,050 <1,5 7 18 47

49,89 0,436 6,858 18,83 0,0492 1,05 19,29 27,37 104,6

<3,0 <5,0 10 42 28 12 96 Zie bijl.

6,563 10,94 31,25 131,3 87,5 37,5 300

Industrie

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0021 0,0153

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 1,7 0,4 5,2 2 2,3 1,2 2,1 1,3 1,6 18

0,035 1,7 0,4 5,2 2 2,3 1,2 2,1 1,3 1,6 17,84

Industrie

0,5

1,5

6,8

40

40

2,7

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd

Klasse industrie

GSSD

RG Eis

3,2 2,7

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C222705 Vbo Mosselaarweg Best

Analyse

Eenheid

09-03-2023 2023038479 14-03-2023 23-03-2023

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses Droge stof % (m/m) Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) % (m/m) ds Metalen Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds mg/kg ds Koper (Cu) mg/kg ds Kwik (Hg) Molybdeen (Mo) mg/kg ds Nikkel (Ni) mg/kg ds Lood (Pb) mg/kg ds Zink (Zn) mg/kg ds Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Chromatogram olie (GC) Polychloorbifenylen, PCB mg/kg ds PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK mg/kg ds Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7)

3

GSSD

Analytico-nr

Monster

3

13525476

202 (0-50) 205 (4-50) 206 (11-25) 211 (14-50)

Eindoordeel:

84,6 2,6 97 3,6

Gestandaardiseerd gehalte Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Wonen

Industrie

IW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88 210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

84,6 2,6 3,6

44 0,51 4,3 48 <0,050 <1,5 6,7 82 570

142,1 Wonen 0,8344 <=AW 12,87 92,31 Industrie <=AW 0,0487 1,05 <=AW 17,24 <=AW 124 Wonen 1233 Nooit toepasbaar

<3,0 5,4 20 54 31 14 130 Zie bijl.

8,077 20,77 76,92 207,7 119,2 53,85 500

Industrie

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0026 0,0188

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 0,69 0,28 3,7 1,7 1,5 0,96 1,8 1,3 1,1 13

0,035 0,69 0,28 3,7 1,7 1,5 0,96 1,8 1,3 1,1 13,06

Industrie

0,5

1,5

6,8

40

40

Gebruikte afkortingen AW

AW

Uitgevoerd

Niet Toepasbaar > Interventiewaarde

GSSD

RG Eis

2,6 3,6

Legenda Nr.

Oordeel

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C222705 Vbo Mosselaarweg Best

Analyse

Eenheid

09-03-2023 2023038479 14-03-2023 23-03-2023

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds mg/kg ds Nikkel (Ni) Lood (Pb) mg/kg ds mg/kg ds Zink (Zn) Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

4

GSSD

Oordeel

RG Eis

AW

Wonen

Industrie

IW

0,6 15 40 0,15 1,5 35 50 140

1,2 35 54 0,83 88

<=AW

20 0,2 3 5 0,05 1,5 4 10 20

210 200

4,3 190 190 4,8 190 100 530 720

920 13 190 190 36 190 100 530 720

2,3 2,8 Uitgevoerd 84,6 2,3 98 2,8

84,6 2,3

<20 0,21 <3,0 8,3 <0,050 <1,5 <4,0 14 36

49,32 0,3523 6,789 16,54 0,0495 1,05 7,656 21,6 81,49

<3,0 <5,0 <5,0 13 8,5 <6,0 <35

9,13 15,22 15,22 56,52 36,96 18,26 106,5

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

0,003 0,003 0,003 0,003 0,003 0,003 0,003 0,0213

<=AW

0,0049

0,02

0,04

0,5

1

<0,050 <0,050 <0,050 0,088 <0,050 0,063 <0,050 <0,050 <0,050 0,054 0,45

0,035 0,035 0,035 0,088 0,035 0,063 0,035 0,035 0,035 0,054 0,45

<=AW

0,5

1,5

6,8

40

40

2,8

<=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW <=AW

Legenda Nr.

Analytico-nr

Monster

4

13525477

215 (0-50) 218 (0-50) 219 (0-50) 220 (0-50) 221 (0-50) 222 (0-50) 223 (0-45) 224 (0-50) 226 (7-50) 2

Eindoordeel:

Altijd toepasbaar

Gebruikte afkortingen GSSD

Gestandaardiseerd gehalte

AW

Achtergrondwaarde

<= AW

kleiner dan of gelijk aan Achtergrondwaarde

RG Eis

Vereiste rapportagegrens

IW

Interventiewaarde

Deze toetsing is uitgevoerd met behulp van BoToVa. Zie voor info: http://www.rwsleefomgeving.nl/onderwerpen/bodem-ondergrond/bbk/instrumenten/botova/

BoToVa T1 Beoordeling kwaliteit van grond en bagger bij toepassing op of in de landbodem Projectnummer Projectnaam Ordernummer Datum monstername Monsternemer Certificaatnummer Startdatum Rapportagedatum

C222705 Vbo Mosselaarweg Best

Analyse

Eenheid

09-03-2023 2023038479 14-03-2023 23-03-2023

Bodemtype correctie Organische stof Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Voorbehandeling Cryogeen malen Bodemkundige analyses % (m/m) Droge stof % (m/m) ds Organische stof % (m/m) ds Gloeirest % (m/m) ds Korrelgrootte < 2 µm (Lutum) Metalen mg/kg ds Barium (Ba) mg/kg ds Cadmium (Cd) mg/kg ds Kobalt (Co) mg/kg ds Koper (Cu) Kwik (Hg) mg/kg ds Molybdeen (Mo) mg/kg ds mg/kg ds Nikkel (Ni) Lood (Pb) mg/kg ds mg/kg ds Zink (Zn) Minerale olie mg/kg ds Minerale olie (C10-C12) mg/kg ds Minerale olie (C12-C16) mg/kg ds Minerale olie (C16-C21) mg/kg ds Minerale olie (C21-C30) mg/kg ds Minerale olie (C30-C35) mg/kg ds Minerale olie (C35-C40) mg/kg ds Minerale olie totaal (C10-C40) Polychloorbifenylen, PCB PCB 28 mg/kg ds PCB 52 mg/kg ds PCB 101 mg/kg ds PCB 118 mg/kg ds PCB 138 mg/kg ds PCB 153 mg/kg ds PCB 180 mg/kg ds PCB (som 7) (factor 0,7) mg/kg ds Polycyclische Aromatische Koolwaterstoffen, PAK Naftaleen mg/kg ds Fenanthreen mg/kg ds Anthraceen mg/kg ds Fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)anthraceen mg/kg ds Chryseen mg/kg ds Benzo(k)fluorantheen mg/kg ds Benzo(a)pyreen mg/kg ds Benzo(ghi)peryleen mg/kg ds Indeno(123-cd)pyreen mg/kg ds PAK VROM (10) (factor 0,7) mg/kg ds

5

GSSD

Oordeel

6,176 10,29 10,29 44,12 21,76 12,35 72,06

<=AW

35

190

190

500

5000

<0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 <0,0010 0,0049

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14203437/1