24030.3 - TOELICHTING Paraplubestemmingsplan geluidzone bedrijventerrein Heide-Breeven
Tekst van het document
PARAPLUBESTEMMINGSPLAN GELUIDZONE BEDRIJVENTERREIN HEIDE/BREEVEN IN BEST Best Bestemmingsplan
1/2
Archiefexemplaar van BL23-17492
- Paraplubestemmingsplan geluidzone bedrijventerrein Heide_Breeven in Best_Toelichting (o
DATUM KENMERK
30-11-2023 NL.IMRO.0753.bpzonebeheer2023-ON01
PROJECT
Paraplubestemmingsplan geluidzone bedrijventerrein Heide/Breeven in Best R. Kerstens
PROJECTLEIDER
OPDRACHTGEVER Gemeente Best PROJECTNUMMER 20231172 AUTEUR STATUS
2/2
R. Kerstens ontwerp
© RHO ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
Inleiding
8
1.1
Aanleiding
8
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
8
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
9
1.4
Leeswijzer
10
Beleidskader
12
Geluid
12
Juridische planbeschrijving
16
3.1
Algemeen
16
3.2
Verbeelding
16
3.3
Regels
16
Economische uitvoerbaarheid
18
Hoofdstuk 2 2.1
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4 Hoofdstuk 5
20
TOELICHTING
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Binnen de gemeentegrenzen van Best liggen twee grootschalige bedrijventerreinen: 't Zand en Heide/Breeven. Om beide terreinen ligt een geluidszone. Die voor 't Zand is gebaseerd op de Wet geluidhinder en die voor Heide en Breeven op gemeentelijk beleid. De geluidszone vormt de ruimtelijke scheiding tussen het bedrijventerrein en de (woon)omgeving. De ligging van de geluidszone is vastgesteld op basis van de aan alle bedrijven gezamenlijk verleende geluidsruimte. De wijze van beheer en bewaking van de geluidszones is opgenomen in het "Zonebeheerplan industrieterreinen 't Zand, Heide en Breeven te Best", dat op 20 december 2011 is vastgesteld. Het beleidsmatige gezoneerde bedrijventerrein Heide/Breeven is nog niet verankerd in de geldende bestemmingsplannen. Mede gelet op de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2024, is het noodzakelijk om de bestemmingsplannen hierop aan te passen. De ontbrekende gebiedsaanduiding 'geluidszone industrie' wordt daarom toegevoegd aan de geldende bestemmingsplannen. Het zonebeheerplan wordt verder gekoppeld aan de regels van de onderliggende bestemmingen op het bedrijventerrein Heide/Breeven Dit plan, in de vorm van een partiële herziening van de bestemmingsplannen, heeft tot doel om de ontbrekende gebiedsaanduiding 'geluidszone industrie' vast te leggen in de geldende bestemmingsplannen.
Door de geluidzone in één overkoepelend parapluplan te borgen in plaats van deels in alle onderliggende bestemmingsplannen, wordt de situatie overzichtelijker en wordt de kans op nieuwe knelpunten in de toekomst aanzienlijk verkleind. Tevens wordt met dit parapluplan het zonebeheerplan aan de regels van de onderliggende bestemmingen op industrieterrein Breeven en Heide gekoppel en wordt daarmee de aanpak en werkwijze van zonebeheer bestendigd.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het bedrijventerrein Heide/Breeven wordt aan de noordzijde begrensd door het Wilhelminakanaal en de woonwijk Batadorp, aan de oostzijde door de spoorweg Eindhoven Boxtel, aan de zuidzijde door de rijksweg A 58 en aan de westzijde door een militair oefenterrein. Het Beatrixkanaal scheidt het bedrijventerrein in twee delen. Om het bedrijventerrein heen ligt een zonegrens, de 50 dB(A)contour. Binnen de contour liggen het militair oefenterrein, delen van het Wilhelminakanaal met aangrenzende groenstroken, een gedeelte van het Beatrixkanaal, een gedeelte van de golfbaan en enkele percelen ten noorden van de A58. De zonegrens vormt het plangebied van het onderhavig bestemmingsplan.
8/41
Plangebied geluidzone industrieterrein Heide en Breeven
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
In het onderstaande overzicht zijn de geldende bestemmingsplannen opgenomen die, geheel of deels, binnen het plangebied van kracht zijn. type plan
naam
identificatienummer NL.IMRO.0753.
vaststellingsdat um
Bestemmingsplan
Wilhelminadorp 2010
bpWilhdorp2010VG01
12072010
Bestemmingsplan Bedrijventerreinen Best 't Zand, Breeven bpBedrijventer2010VG02 en Heide
04022013
Bestemmingsplan Heuveleind, Heivelden en De Zessprong
bpheuvelheizesVG01
27052013
Bestemmingsplan Koekoekbos, Villawijk en omgeving
bpkoekoekvillagolfVA01
27052013
Bestemmingsplan Bochtverbreding 'WilhelminakanaalBeatrixkanaal
bpBochtverbrkanaalVG01
10072014
Bestemmingsplan Batadorp
bpBatadorpeoVG01
30112015
Bestemmingsplan Parkeernormen en archeologie
bpparapluVG01
06022017
Bestemmingsplan Veenpluis 46, Best
bpVeenpluis4en6
21092020
Bestemmingsplan Ondergrondse 150kV Tilburg Noord Best, bp150KVtilburgbestVG01 gemeente Best
14122020
Wijzigingsplan
wpVeenpluis4en6VG01
20122022
Bestemmingsplan locaties de Maas en I.B.C.weg
BPDeMaasIBCwegVG01
03042023
Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021
bpBuitengebiedVG01
26092023
9/41
Veenpluis 46, Best
1.4
Leeswijzer
Deze toelichting bestaat uit vijf hoofdstukken. Na deze inleiding volgt hoofdstuk 2 waarin een beschrijving van het beleid is opgenomen. Hoofdstuk 3 bevat de juridische vormgeving. Hoofdstuk 4 gaat in op de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 5 gaat ten slotte in op de gevolgde procedure, inclusief een paragraaf over de maatschappelijke uitvoerbaarheid.
10/41
11/41
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Geluid
2.1.1
Normstelling: Wet geluidhinder
Vaststelling geluidszone industrielawaai in het verleden Op grond van de Wet geluidhinder en onderdeel D van Bijlage I Bor dient een geluidszone te worden vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd of zich kunnen vestigen die 'in belangrijke mate geluidshinder kunnen veroorzaken'. Dergelijke inrichtingen worden in de volksmond ook wel 'grote lawaaimakers' genoemd. Het bedrijventerrein Heide/Breeven is niet gezoneerd op basis van artikel 40 van de Wet geluidhinder. Op dit bedrijventerrein zijn geen 'grote lawaaimakers' toegestaan. Wel heeft de gemeente beleidsmatig een geluidszone voor dit bedrijventerrein vastgesteld. Een beleidsmatig gezoneerd industrieterrein is dus een grootschalig industrieterrein zonder "grote lawaaimakers" waarvoor door het bevoegd gezag, teneinde beperkingen te stellen aan de door bedrijven veroorzaakte gecumuleerde geluidsbelasting, naar analogie van het wettelijk gezoneerd industrieterrein beleidsmatig een geluidszone is vastgesteld. Grenswaarden Buiten een geluidszone mag de geluidsbelasting als gevolg van het betreffende industrieterrein – dat wil zeggen van alle bedrijven cumulatief niet meer bedragen dan 50 dB(A). Binnen de geluidszone zijn woonbestemmingen en andere geluidsgevoelige bestemmingen slechts aanvaardbaar indien de geluidsbelasting aan de gevel aan de wettelijke grenswaarden voldoet.
Ook binnen de geluidszone geldt voor (nieuwe) woningen een wettelijke voorkeursgrenswaarde van 50 dB(A). In bepaalde gevallen is de vaststelling van een hogere grenswaarde tot 55 dB(A) mogelijk. In enkele gevallen zijn zelfs hogere waarden tot 60 dB(A) mogelijk. Voor inrichtingen op een bedrijventerrein geldt 55 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de woningen op het bedrijventerrein conform het Activiteitenbesluit milieubeheer (art. 2.17 lid c). Aanpassing geluidszone industrielawaai Op grond van de Wet geluidhinder kan een geluidszone alleen worden aangepast door de vaststelling van een bestemmingsplan waarin de gewijzigde zone is opgenomen. Als gevolg van de zonewijziging mogen geen gebieden buiten de zone komen te liggen waar de geluidsbelasting meer dan 50 dB(A) bedraagt. Tevens dienen bij aanpassing van de geluidszone de geldende grenswaarden bij woningen (en andere geluidsgevoelige bestemmingen) conform de Wet geluidhinder in acht te worden genomen.
12/41
2.1.2 Wat is een geluidzone? De geluidzone is het gebied tussen de grens van het industrieterrein en de zonegrens. Buiten de zonegrens mag de door alle bedrijven die op het industrieterrein zijn gevestigd gezamenlijk veroorzaakte geluidbelasting niet hoger zijn dan 50dB(A) etmaalwaarde. De zone is dus het gebied, behalve het industrieterrein zelf, waarbinnen vanwege dat industrieterrein een geluidbelasting mag heersen van 50 dB(A) etmaalwaarde of meer. Deze eis is vastgelegd in de Wgh en gekoppeld aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en de Wabo. Deze werkwijze wordt op een analoge wijze toegepast voor Heide/Breeven. Gevolg hiervan is, dat zowel bij het toetsen van een initiatief aan het vigerend bestemmingsplan, als bij het verlenen van omgevingsvergunningen rekening wordt gehouden met de geluidzone die om het industrieterrein is gelegen. Het doel van de zone is het vormen van een buffer, een ruimtelijke scheiding tussen industriële activiteiten en woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen, zoals ziekenhuizen en onderwijsgebouwen. De keuze van de ligging van de zone is gebaseerd op een afweging tussen de ruimte voor de industrie en de ruimte voor geluidgevoelige objecten. De geluidzone zelf vormt hierbij een aandachtsgebied voor geluid, waar niet zondermeer woningen (en andere geluidgevoelige objecten) mogen worden gebouwd.
De geluidzone voorkomt enerzijds dat woonbebouwing oprukt in de richting van bedrijven. Anderzijds geven de geluidzone en de daarbinnen vastgestelde grenswaarden de akoestische grenzen aan waaraan bedrijven op het industrieterrein zich dienen te houden. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor een bedrijf op dit bedrijventerrein moet het bevoegd gezag de grenswaarden binnen de geluidzone in acht nemen. Dit wordt ook wel het toetsen aan een geluidzone genoemd. Deze toets is verplicht voor alle bedrijven op het industrieterrein die vallen binnen het toepassingsgebied van de Wabo. Dus ook de geluidbelasting vanwege nietvergunningplichtige bedrijven (zogenaamde AMvBbedrijven: bedrijven die sinds 1 januari 2008 onder het Activiteitenbesluit vallen) wordt betrokken bij de toets aan de grenswaarden binnen de geluidzone. 2.1.3 Zonebeheerplan In 2011 is het zonebeheerplan voor de industrieterreinen 't Zand, Heide en Breeven opgesteld als instrument om een duurzaam zonebeheer uit te kunnen voeren. Deze maakt als Bijlage 1 onderdeel uit van deze toelichting. Bij dit zonebeheer wordt rekening gehouden met de norm van 50 dB(A) op de zonegrens (= grens van de geluidszone) en de normen die in het verleden voor woningen binnen de geluidszone zijn vastgesteld.
Het zonebeheerplan geeft voor de bestaande en nieuwe bedrijven en het bevoegd gezag inzicht in de maximaal vergunbare hoeveelheid geluid die mogelijk is. Dit is eveneens als uitgangspunt genomen bij het uitgevoerde akoestisch onderzoek en de aanpassingen aan de geluidszone.
13/41
2.1.4 Situatie bedrijventerrein Heide en Breeven Omdat destijds is geconstateerd dat op de beleidsmatig vastgestelde zonegrens van het industrieterrein Heide en Breeven de ten hoogste toegestane geluidsbelasting plaatselijk werd overschreden, is besloten om de ligging van de geluidszone te wijzigen bij het vaststellen van het Zonebeheerplan in 2011. De geluidszone van Heide is in westelijke richting uitgebreid en van Breeven in noordoostelijke richting. Aan de noordzijde van het industrieterrein Heide en Breeven is deze in overeenstemming met plangrens van bestemmingplan Batadorp en voor Wilhelminadorp en Heuveleind is deze gehandhaafd. Aan de zuidzijde valt de zone samen met rijksweg A58/A2. Binnen de geluidzone zijn geen woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen of terreinen gesitueerd. Om die reden is besloten dat toetsing van de gecumuleerde geluidsbelasting op de zone in principe alleen nog maar plaatsvindt ter bescherming van woongebieden ter plaatse van de in 1993 vastgelegde discrete zonebewakingspunten op de noordelijke zonegrens en nieuwe oostelijke zonegrens en dat de geluidszone aan de zuid en westzijde van Heide en Breeven wordt vrijgelaten, hetgeen betekent dat hier in de toekomst geen toetsing zal plaatsvinden.
De op het industrieterrein gevestigde bedrijven krijgen hiermee ontwikkelingsruimte in gebieden waar geen woningen aanwezig zijn zoals het gebied ten zuiden van Heide en Breeven c.q. rijksweg A58/A2, ten westen van Heide en ten noordoosten van Breeven.
2.1.5 Borging geluidzone en zonebeheerplan in bestemmingsplannen Het bedrijventerrein Heide/Breeven is beleidsmatig gezoneerd. Hiervoor is een beleidsregel vastgesteld op 20 december 2011. Met het onderhavige bestemmingsplan worden regels en voorwaarden toegevoegd, waarmee de rechtskracht van de geluidzone wordt vergroot. Wel heeft de gemeente beleidsmatig een geluidszone voor deze terreinen vastgesteld. Deze beleidsmatige geluidszone heeft een andere status dan de wettelijke geluidszone van industrieterrein 't Zand'. De geluidzone van beide industrieterreinen loopt behalve over het industrieterrein, ook over het plangebied van omliggende bestemmingsplannen. Uit een inventarisatie blijkt dat geluidzone van beide industrieterreinen niet in alle onderliggende bestemmingsplannen geborgd is. In een aantal bestemmingsplannen is de geluidzone niet geborgd in de verbeelding (plantekening). Met dit parapluplan wordt de geluidzone in één overkoepelend plan vastgelegd. Hiermee wordt ook voorkomen dat bij herziening van onderliggende bestemmingsplannen het opnieuw opnemen van de geluidzone over het hoofd gezien wordt.
Om ervoor te zorgen dat ook in de toekomst wordt voldaan aan de norm van 50 dB(A) op de zonegrens (= grens van de geluidszone) en de normen die in het verleden voor woningen binnen de geluidszone zijn vastgesteld heeft de gemeente voor alle bedrijventerreinen een zonebeheerplan opgesteld. Met dit parapluplan wordt dit zonebeheerplan aan de regels van de onderliggende bestemmingen op bedrijventerrein Heide/Breeven gekoppeld.
14/41
15/41
Hoofdstuk 3 3.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Voor het bestemmingsplan is gebruik gemaakt van de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Dit bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar vormt niettemin een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting van dit bestemmingsplan geeft een weergave van de beweegredenen en de beleidsuitgangspunten die aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. Ook is de toelichting van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing van het bestemmingsplan.
3.2
Verbeelding
Op de verbeelding is de omvang van het plangebied aangeduid. In dit geval gaat het om de gronden waarop de gebiedsaanduiding 'geluidzone industrie 2' van toepassing is. Omdat er twee geluidszones zijn. Eén rond het wettelijk gezoneerde industrieterrein 't Zand en de tweede rond het beleidsmatig gezoneerde bedrijventerrein 'Heide/Breeven' wordt gewerkt met verschillende gebiedsaanduidingen, om dit onderscheid duidelijk te maken. Daarnaast is voor het gezoneerd terrein ook als aanduiding opgenomen, namelijk 'gezoneerd industrieterrein 2'. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van de digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart).
3.3
Regels
De regels zijn onderverdeeld in drie hoofdstukken: y Inleidende regels. y Algemene regels. y Overgangs en slotregels. 3.3.1 Inleidende regels In artikel 1 in hoofdstuk 1 zijn enkele begrippen opgenomen. De begripsbepalingen zijn in alfabetische volgorde opgesomd en dienen als referentiekader voor de overige regels. In artikel 2 is de 'wijze van meten' opgenomen. In artikel 3 worden de bestemmingsplannen opgesomd waar dit plan op ziet.
16/41
3.3.2 Bestemmingsregels In artikel 4 tot en met 8 in Hoofdstuk 2 wordt de relatie met de onder artikel 2 opgesomde bestemmingsplannen vastgelegd en wordt aangegeven op welke wijze deze worden aangepast en herzien. Het plan legt als het ware een laag over deze bestemmingsplannen en bestaat uitsluitend uit aanvullende regels met betrekking tot het zonebeheerplan. 3.3.3 Algemene regels Artikel 9 gaat in op de antidubbeltelregel uit het Besluit ruimtelijke ordening. In artikel 10 is de algemene aanduidingsregel voor 'geluidzone industrie 2' opgenomen welke toegevoegd wordt in de van toepassing verklaarde bestemmingsplannen. 3.3.4 Overgangs en slotregels Hoofdstuk 3 omvat de 'Overgangs en slotregels', zoals deze twee artikelen zijn opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening met de verplichting deze over te nemen in het bestemmingsplan. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan deze parapluherziening worden aangehaald.
17/41
Hoofdstuk 4
Economische uitvoerbaarheid
Onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van bestemmingsplannen heeft in het algemeen betrekking op nieuwe ontwikkelingen waarvoor bestemmingswijzigingen nodig zijn en die door de gemeente worden gerealiseerd. De financiële uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan wordt gewaarborgd doordat de ambtelijke kosten die nodig zijn voor de vervaardiging van het bestemmingsplan worden gedekt uit de algemene middelen van de gemeente Best. Het bestemmingsplan bevat geen bouwtitel die voldoet aan de genoemde criteria in artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Om deze reden is er geen sprake van wettelijk verplicht kostenverhaal en is het niet nodig een exploitatieplan vast te stellen als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, Wro.
18/41
19/41
Hoofdstuk 5
Maatschappelijke betrokkenheid
Het bestemmingsplan ziet op de doorvertaling van het gemeentelijk geluidbeleid zoals is vastgelegd in het zonebeheerplan naar het bestemmingsplan. Hiermee wordt de rechtskracht van dit beleid verbeterd en kan de huidige werkwijze ten aanzien van het zonebeheer ook na de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden voortgezet. Gelet op de aard van de bestemmingsplanherziening is in deze situatie afgezien van het vooroverleg met provincie en waterschap zoals bedoeld in artikel 3.1.1. van het Besluit ruimtelijke ordening. Het parapluplan wordt gedurende zes weken als ontwerp ter inzage gelegd. Tijdens deze periode heeft een ieder de mogelijkheid om zienswijzen naar voren te brengen. Eventuele zienswijze worden later verwerkt in het voorliggend bestemmingsplan.
20/41
21/41