24029.3 - TOELICHTING Bestemmingsplan Kapelweg 18 Best
Tekst van het document
4.10 Straling, kabels en leidingen Straling Het beleid voor elektromagnetische velden is opgenomen in het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4), de Toekomstagenda Milieu en de beleidsnota Nuchter Omgaan met Risico's, beslissen met gevoel voor onzekerheden (2004). Het ministerie van Infrastructuur en milieu heeft het beleid voor bovengrondse hoogspanningslijnen uitgewerkt in een advies van oktober 2005. Dit advies is verder toegelicht in een brief van november 2008. Dit houdt in dat er bij nieuwbouwplannen of het realiseren van nieuwe hoogspanningslijnen voorkomen dient te worden dat er gevoelige bestemmingen terecht komen in een zone waar het magnetische veld gemiddeld over een jaar hoger is dan de norm van 0,4 microtesla. Dit is in onderhavige situatie niet het geval. Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een hoogspanningslijn. Bovendien is geen sprake van een in het kader van elektromagnetische velden gevoelige functie (een gebouw waar meer dan 14 uur per dag wordt verbleven) en geldt in onderhavige situatie dat alleen volwassenen1 gebruik maken van het planvoornemen (bedrijfsfunctie). Uit voorgaande blijkt dat straling vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Kabels en leidingen In de vigerende situatie – dan wel het ontwerpbestemmingsplan buitengebied best 2021 waarin het plangebied was opgenomen - zijn in het plangebied geen kabels en leidingen beschermd.
Uit aanvullende informatie blijkt dat in het plangebied ook geen kabels en leidingen zijn gelegen die via het bestemmingsplan moeten worden beschermd. Conclusie met betrekking tot het initiatief Het aspect straling, kabels en leidingen vormt geen belemmering voor het initiatief. 4.11 Vliegveld 4.11.1 Obstakelvrije zones Op grond van het Luchthavenbesluit Eindhoven ligt rond Vliegbasis Eindhoven (Eindhoven Airport) een beperkingengebied, waar beperkingen gelden voor het oprichten van bebouwing en/of het 1 Uit onderzoek blijkt dat de langdurig verblijf (meer dan 14 uur per dag) binnen een zone waar 0,4 microtesla aan de orde is effect kan hebben op de gezondheid van kinderen tot 14 jaar.
47
Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024
gebruik van de gronden. Het beperkingengebied bestaat uit zones met bouwhoogtebeperkingen (ten behoeve van de veiligheid van het vliegverkeer en de ongestoorde werking van radarapparatuur), zones waar beperkingen gelden vanwege luchtvaartverkeerslawaai en een zone waar beperkingen gelden voor bestemmingen met een vogelaantrekkende werking. De maximaal toelaatbare bouwhoogtes en de ligging en omvang van de gebieden met een bouwhoogtebeperking worden bepaald door de ligging van de start- en landingsbaan en berusten op internationaal vastgelegde afspraken. Het is voor de vliegveiligheid van belang dat binnen de obstakelvrije vlakken de maximaal toelaatbare hoogtes niet worden overschreden. De obstakelvrije vlakken worden gevormd door de funnel en de Inner Horizontal and Conical Surface (IHCS). Funnel De funnel is opgebouwd uit een obstakelvrije rechthoek (strook) rond de start- en landingsbaan met aansluitend twee zijvlakken, waarvan de hoogte oploopt tot 45 m. De toegestane bouwhoogte geldt ten opzichte van de hoogte van de landingsdrempel - in het geval van Vliegbasis Eindhoven 22,4 m + NAP. In het gebied van de funnel mogen geen objecten worden opgericht die hoger zijn dan de maximaal toelaatbare hoogte.
Alhoewel met onderhavig bestemmingsplan geen bouwhoogtes mogelijk worden gemaakt boven de normen van de funnel, is volledigheidshalve ten behoeve van de signaleringsfunctie, conform de modelregels een gebiedsaanduiding voor de funnel in het plan opgenomen. IHCS Het obstakelbeheergebied van de IHCS sluit aan op de funnel. De IHCS bestaat uit een horizontaal vlak, dat gelegen is op een hoogte van 65 m + NAP, met aansluitend daarop een conisch vlak, waarvan de hoogte oploopt met een helling van 5% tot een hoogte van 166 m +NAP. Het plangebied ligt binnen het obstakelbeheergebied van de IHCS. Alhoewel met onderhavig bestemmingsplan geen bouwhoogtes mogelijk worden gemaakt boven de normen van de IHCS, is volledigheidshalve ten behoeve van de signaleringsfunctie, conform de modelregels een gebiedsaanduiding voor de IHCS in het plan opgenomen. Conclusie met betrekking tot het plangebied Via dit bestemmingsplan worden geen nieuwe objecten met bouwhoogten toegestaan die belemmerend zijn voor het vliegveld. In verband met de IHCS en funnel is vanwege de signaleringsfunctie conform de modelregels de gebiedsaanduiding ‘luchtvaartverkeerszone – ihcs en invliegfunnel’ in dit bestemmingsplan opgenomen. 4.11.2 Radarverstoringsgebied Als gevolg van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is de gemeente Best gelegen onder het radarverstoringsgebied van een vliegveld.
Deze zone is vastgelegd om te voorkomen dat hoge gebouwen en/of bouwwerken het functioneren van de radar van het vliegveld verstoren. Voor het plangebied geldt in dit kader een hoogtebeperking voor het oprichten van gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde hoger dan 90 m boven NAP. Conclusie met betrekking tot het plangebied Via dit bestemmingsplan worden geen nieuwe objecten met bouwhoogten toegestaan die belemmerend zijn voor het radarverstoringsgebied. In verband met het radarverstoringsgebied is vanwege de signaleringsfunctie conform de modelregels de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – rader’ in dit bestemmingsplan opgenomen.
48
Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024
4.12 Milieueffectrapportage In artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) staat dat gemotiveerd dient te worden hoe rekening is gehouden met diverse ruimtelijke belangen. In artikel 3.1.6, lid 5 van het Bro wordt verwezen naar enkele milieuaspecten die in de toelichting terug dienen te komen. Daarbij wordt ook verwezen naar de milieueffectrapportage (m.e.r.). Dit is een wettelijk instrument dat als doel heeft milieuaspecten volwaardig te betrekken in de ruimtelijke afweging die gemaakt wordt bij ruimtelijke plannen en besluiten. Er zijn in beginsel drie afzonderlijke situaties die kunnen leiden tot een m.e.r.plicht: a. Er is een passende beoordeling nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; b. Het bestemmingplan is genoemd in kolom 3 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportrage; c.
Het bestemmingplan is genoemd in kolom 4 van een activiteit of geval genoemd in onderdeel C of D van de bijlage van he Besluit milieueffectrapportage.
Ook als een project onder de drempelwaarde uit lijst D valt, kan een project belangrijke nadelige gevolgen hebben, als het bijvoorbeeld in of nabij een gevoelig natuurgebied ligt. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de D-lijst en die beneden de drempelwaarden vallen, moet dan ook een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Beoordeling initiatief In dit geval is geen passende beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming nodig. Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is, dient bepaald te worden (1) of de ontwikkeling de drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, (2) of de ontwikkeling in een gevoelig gebied ligt en (3) of er belangrijke milieugevolgen zijn. 1. Drempelwaarden Besluit m.e.r. Het initiatief voorziet in de toevoeging van circa 3.750 m2 bedrijventerrein. Voor dergelijke activiteiten is activiteit D 11.3 uit de bijlage van het Besluit m.e.r. relevant. Het gaat daarbij om de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein. Hiervoor is een milieueffectrapportage verplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 75 hectare of meer. Het initiatief valt ver onder de drempelwaarde van 75 hectare. 2.
Ligging binnen een gevoelig gebied In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een 'gevoelig gebied'. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Onderhavige locatie is niet gelegen binnen een 'gevoelig gebied' zoals gedefinieerd in het Besluit m.e.r. In de hoofdstukken 3, 4 en 5 van deze toelichting is reeds aangegeven dat het plan gelet op de aard, omvang en ligging geen negatieve effecten heeft ten opzichte van dergelijke gevoelige gebieden. 3. Belangrijke milieugevolgen Via een m.e.r.-aanmeldnotitie is voor het planvoornemen afgewogen of sprake is van belangrijke milieugevolgen. Hieruit blijkt dat hiervan geen sprake is. Het college van burgemeester en wethouders heeft op basis van deze m.e.r.-aanmeldnotitie besloten dat het niet nodig is om voor het planvoornemen een m.e.r.-procedure te doorlopen. Het besluit is gelijktijdig met het ontwerp van dit bestemmingsplan ter visie gelegd. Conclusie met betrekking tot het initiatief Gelet op de hierboven beschreven beoordeling is het niet nodig een m.e.r.-beoordeling uit te voeren.
49
Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024
Hoofdstuk 5
5.1
Toelichting op de regels
Algemeen
Het bestemmingsplan bevat regels die het juridisch instrumentarium geven voor het regelen van het gebruik van de gronden en opstallen én bepalingen over de toelaatbaarheid van bebouwing. Het bestemmingsplan kan worden verbeeld op papier, en gaat vergezeld van deze toelichting. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen deel uit van het bestemmingsplan. Wel heeft zij een belangrijke functie bij de onderbouwing van het plan. De Wet ruimtelijke ordening biedt zowel de mogelijkheid om een globaal bestemmingsplan te maken als de mogelijkheid van een gedetailleerd bestemmingsplan. In het bestemmingsplan “Kapelweg 18 Best” is gekozen voor een globale regeling, omdat de exacte indeling van het plangebied nog niet bekend is. De regels bestaan uit vier hoofdstukken. Dit zijn de inleidende regels (artikelen 1 en 2), de bestemmingsregels (artikelen 3 en 4), de algemene regels (artikelen 6 tot en met 11) en de overgangs- en slotregels (de artikelen 12 en 13). Bij de regels horen vier bijlagen. In de volgende paragraaf worden de diverse artikelen uit de regels en de bijlage toegelicht. 5.2
Regels
Hoofdstuk 1: Inleidende regels Artikel 1: Begrippen In dit artikel worden de in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard om verschillen in interpretatie te voorkomen. Artikel 2: Wijze van meten Dit artikel geeft aan op welke manier het meten van in de regels genoemde begrippen moet plaatsvinden. Hoofdstuk 2: Bestemmingsregels De in dit hoofdstuk geregelde bestemmingen zijn achtereenvolgens: Artikel 3: Bedrijf De regels in dit artikel regelen dat het plangebied voor een aannemersbedrijf in serres en kozijnen is toegestaan en bedrijven in milieucategorie 2 gebruikt kan worden. Ook zijn bijbehorende voorzieningen toegelaten zoals parkeervoorzieningen en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Verder zijn in dit artikel bouwregels opgenomen. Artikel 4: Waarde – Archeologie 4 In het plangebied zijn mogelijk nog archeologische waarden aanwezig. Het gaat om een hoge archeologische verwachting, welke via deze dubbelbestemming worden beschermd. Bij grondwerkzaamheden ter plaatse van esdekken dieper dan 50 centimeter en groter dan 500 m2 aan oppervlakte is archeologisch onderzoek vereist. Hoofdstuk 3: Algemene regels
50
Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024
Dit hoofdstuk geeft een aantal gebruikelijke algemene regels. Het betreft achtereenvolgens: Artikel 5: Anti-dubbeltelregel Artikel 6: Algemene bouwregels Artikel 7: Algemene gebruiksregels Artikel 8: Algemene aanduidingsregels Artikel 9: Algemene afwijkingsregels Artikel 10: Algemene wijzigingsregels Artikel 11: Overige regels Hoofdstuk 4: Overgangs- en slotregels Artikel 12: Overgangsrecht Dit artikel regelt het overgangsrecht voor bebouwing en gebruik van gronden en bouwwerken. Artikel 13: Slotregel Dit artikel regelt de formele titel waaronder het bestemmingsplan kan worden aangehaald. • • • • •
Bijlage 1: geluidemissie bedrijvigheid Kapelweg 18; Bijlage 2: lijst beroep aan huis; Bijlage 3: lijst kleinschalige bedrijvigheid; Bijlage 4: luchtvaartzone Ihcs en invliegfunnel; Bijlage 5: staat van bedrijfsactiviteiten.
51
Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024
Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid In de Wet ruimtelijke ordening (artikel 6.12) wordt voorgeschreven dat tegelijk met het vaststellen van een bestemmingsplan een exploitatieplan vastgesteld moet worden voor het plangebied of delen ervan, tenzij: -
het kostenverhaal anderszins verzekerd is;
-
er geen noodzaak tot het stellen van locatie-eisen of eisen aan type woningbouw is;
-
er geen noodzaak is voor het bepalen van een tijdvak of fasering.
In artikel 6.2.1 Bro worden de bouwplannen aangewezen waarvoor de gemeenteraad een exploitatieplan moet vaststellen. Het planvoornemen waarop onderhavige toelichting betrekking heeft betreft een 'bouwplan' conform artikel 6.2.1 Bro. Er moet met die reden, mits het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, een exploitatieplan vastgesteld worden. In onderhavige situatie zijn de kosten via een anterieure overeenkomst anderszins verzekerd. Het vaststellen van een exploitatieplan is daarom niet nodig. 6.2 Overleg en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.2.1 Omgevingsdialoog De initiatiefnemer heeft de omgeving op de hoogte gesteld van zijn planvoornemen. Van de omgevingsdialoog is een verslag gemaakt. Het verslag is bijgevoegd bij deze toelichting (bijlage 8). 6.2.2 Vooroverleg Artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat ‘het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg pleegt met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn’.
Ter uitvoering daarvan zijn de in dat artikel genoemde instanties in de gelegenheid gesteld om te reageren op het ontwerpbestemmingsplan, dat – in verband met de inwerkingtreding van de Omgevingswet - gelijk oploopt met de formele terinzagelegging ervan. De vooroverlegpartners zijn hier voorafgaand aan/ bij de terinzagelegging van op de hoogte gesteld. Aanvullend hierop is met de provincie Noord-Brabant voorafgaand aan de formele aanbieding voor vooroverleg meermaals mondeling vooroverleg gevoerd. 6.2.3 Inspraak De gemeente is wettelijk niet verplicht om een voorontwerpbestemmingsplan te maken en daar een inspraakprocedure voor te volgen. Het gemeentelijke beleid voor de toepassing van inspraak bij ruimtelijke plannen biedt de mogelijkheid om gemotiveerd af te zien van inspraak. In dit geval is een omgevingsdialoog gevoerd, waardoor de terinzagelegging van een voorontwerpbestemmingsplan overgeslagen is. De gemeente heeft dan ook geen voorontwerpbestemmingsplan gemaakt en dus ook geen inspraakprocedure gevolgd. 6.2.4 Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft op grond van de Wet ruimtelijke ordening en de Algemene wet bestuursrecht met ingang van 20 december 2023 voor iedereen gedurende 6 weken ter inzage. Tegelijkertijd is het plan elektronisch beschikbaar gesteld via de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl.
Burgemeester en wethouders hebben de terinzagelegging vooraf meegedeeld in het plaatselijke blad, in het Gemeenteblad en op de gemeentelijke website. Het ontwerpbestemmingsplan is ook toegezonden aan de relevante wettelijke vooroverlegpartners, in dit
52
Toelichting "Kapelweg 18, Best", 6 mei 2024
geval Waterschap De Dommel en Provincie Noord-Brabant. Tijdens de ter inzagelegging kon iedereen zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan bij de gemeenteraad naar voren brengen. In die periode is één zienswijze ontvangen van Waterschap De Dommel. Deze zienswijze is beantwoord via de Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Kapelweg 18 Best. De zienswijze heeft geleid tot aanpassingen aan de toelichting van het bestemmingsplan. Daarnaast zijn ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan ook ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Via het ontwerpbestemmingsplan ‘Kapelweg 18 Best’ is namelijk bekend gemaakt dat ter hoogte van het plangebied ook kaarten van de omgevingsverordening Noord-Brabant worden gewijzigd. Op de verbeelding en in de regels van het ontwerpbestemmingsplan zijn daarvoor de volgende aanduidingen opgenomen: - Overige zone – in interim omgevingsverordening te verwijderen gemengd landelijk gebied; - Overige zone – in interim omgevingsverordening te verwijderen landelijk gebied; - Overige zone – in interim omgevingsverordening te verwijderen verstedelijking afweegbaar; - Overige zone – in interim omgevingsverordening toe te voegen concentratiegebied; - Overige zone – in interim omgevingsverordening toe te voegen stedelijk gebied.
Deze aanduidingen hoeven alleen in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen te worden en niet in het vast te stellen bestemmingsplan. Met die reden zijn deze aanduidingen op de verbeelding en de verwijzing ernaar in de regels in het vast te stellen bestemmingsplan verwijderd. In deze toelichting is dit bij de beschrijving en motivering van het provinciale beleid toegelicht. De aanpassingen van het vastgestelde bestemmingsplan ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan zijn beschreven in de Nota van Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Kapelweg 18 Best welke als bijlage 9 bij deze toelichting is gevoegd.
53