CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24019.3 - Woonwagenvisie gemeente Best 2024-2044

Raadsvergadering 18 maart 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24019 - Vaststelling Woonwagenvisie gemeente Best 2024-20449.537 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Woonwagenvisie Gemeente Best 2024-2044

Titel Datum Status Opsteller

Woonwagenvisie gemeente Best 2024-2044 18 maart 2024 Definitief Gemeente Best

Archiefexemplaar van BL24-01017

- Woonwagenvisie gemeente Best 2024-2044

Inhoudsopgave 1.

Inleiding/voorwoord ............................................................................................................................... 2

2.

Samenvatting .......................................................................................................................................... 4

3.

Algemene informatie .............................................................................................................................. 7 3.1 Mensenrechtelijk kader ................................................................................................................................... 7 3.2 Woonwagenbewoners in Best: Sinti en reizigers ............................................................................................. 8 3.3. Wet- en regelgeving........................................................................................................................................ 9

4.

Situatie in Best ...................................................................................................................................... 11 4.1 Huidige stand van zaken ................................................................................................................................ 11 4.2 Woonwagens in de regio ............................................................................................................................... 11 4.3 Woonbehoefteonderzoek 2019...................................................................................................................... 12 4.4 Toewijzingsbeleid ........................................................................................................................................... 14 4.5 Woningmarkt, woningbouwprogramma & volkshuisvestingsprogramma.................................................... 14

5.

Integrale Visie ....................................................................................................................................... 17 5.1 Fysieke (leef-) omgeving ................................................................................................................................ 17 5.2 Zorg en welzijn ............................................................................................................................................... 20 5.3 Inkomen en scholing ...................................................................................................................................... 21 5.4 Criminaliteit en rechtshandhaving ................................................................................................................ 22 5.5 Weerbaarheid ................................................................................................................................................ 24

6. Ambities voor 2044.................................................................................................................................... 25 7. Uitvoering en Participatie .......................................................................................................................... 26

1

1. Inleiding/voorwoord Inleiding Woonwagenbewoners maken al vele decennia deel uit van de Bestse samenleving. Lang voordat de Woonwagenwet van 1968 rondtrekken bijna onmogelijk maakte, verbleven groepen woonwagenbewoners regelmatig in de bossen bij Best. Na 1968 zijn er steeds meer permanente verblijfplaatsen voor woonwagens gekomen, ook in Best. In de buurt van de huidige locatie aan de Terraweg ontstond een concentratie met ongeveer twintig standplaatsen. In 1976 werd dit formeel vastgelegd in het eerste bestemmingsplan met de aanduiding ‘Woonwagencentrum’. Opeenvolgende generaties woonwagenbewoners (Sinti en reizigers) hebben in Best hun plek gevonden. Voor deze mensen, voor wie reizen sterk verbonden is met hun cultuur, is Best hun thuis geworden. Dit ging niet zonder uitdagingen. In het begin was er geen sprake van volledige integratie van de woonwagenbewoners: op de Terraweg waren weinig voorzieningen en infrastructuur, en de kinderen gingen apart van andere kinderen naar school. Tweede woonwagenlocatie ontwikkeld De leefomstandigheden werden uiteindelijk verbeterd: op de Terraweg werden voorzieningen en wegen aangelegd, en er werd een tweede woonwagenlocatie gecreëerd aan de Vogelkers, in de wijk Salderes. In die tijd dacht men dat aparte plekken voor woonwagens niet meer nodig waren.

Lange tijd werd aangemoedigd dat mensen in woonwagens naar reguliere huizen zouden verhuizen. Hoewel de optie om geen woonwagenlocaties in Best te hebben nooit serieus werd overwogen, werd wel gesproken over het verminderen van het aantal beschikbare plekken voor woonwagens. Bescherming van de woonwagencultuur We kijken daar nu anders tegenaan: we realiseren ons dat de cultuur van woonwagenbewoners bescherming verdient. Wat deze cultuur bijzonder maakt, is de sterke verbinding tussen het voortbestaan ervan en de manier van wonen, vooral de nabijheid van familie, wat een onlosmakelijk onderdeel is van zowel de Sinti- als de reizigerscultuur. Deze gedachte is ook vastgelegd in uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Het plan om het aantal standplaatsen te verminderen, is van de baan: we willen juist ruimte creëren voor de woonbehoeften van huidige en toekomstige generaties woonwagenbewoners. Dit betekent een toename van het aantal standplaatsen. Omdat er op de huidige locaties nauwelijks ruimte is, moeten we op zoek naar nieuwe plekken. Dit is een logische zet, gezien de aanzienlijke groei van onze gemeente in de afgelopen jaren en de plannen om de komende decennia veel nieuwe woningen in Best te bouwen. Het is dus niet vreemd om ook ruimte te zoeken om te voldoen aan de (woon)behoeften van woonwagenbewoners.

Behoefte aan meer woonwagenplekken We begrijpen dat er meer plekken nodig zijn voor woonwagens. Dit wordt ook bevestigd door de uitspraak van het Europees Hof en door onderzoek naar de lokale woonbehoefte. De woningcorporaties in onze regio zullen ook meer ruimte geven aan de specifieke cultuur van woonwagenbewoners. In het toewijzingsbeleid voor woonwagens wordt nu meer rekening gehouden met familiebanden. Het betekent echter niet dat er meteen een woonwagen beschikbaar is voor iedereen die dat wil. Dit is vergelijkbaar met mensen die een reguliere

2

woning willen huren; ook voor hen zijn er vaak lange wachttijden. Meer en beter meedoen in de samenleving Deze visie gaat niet alleen over wonen en locaties. We kiezen bewust voor een brede visie waarin ook andere aspecten aan bod komen. Terwijl we ruimte geven aan de eigen cultuur en tradities van woonwagenbewoners, willen we op andere gebieden (zoals zorg, werk, onderwijs, veiligheid) juist dat ze meer en beter meedoen in de samenleving. Op sommige gebieden hebben woonwagenbewoners zelfs een voorsprong. Als gemeente investeren we in het bevorderen van sociale samenhang in buurten, iets wat onder woonwagenbewoners al van nature sterk ontwikkeld is. Wonen in een woonwagen is geen verouderd concept. Met deze visie zetten we een belangrijke stap richting een toekomstbestendig woonwagenbeleid. Best, 18 maart 2024 Stan van der Heijden Wethouder

3

2. Samenvatting Nederland kent een lange historie ten aanzien van woonwagenbeleid. Vanaf 1919 bestond er een Woonwagenwet. Tachtig jaar later is deze wet ingetrokken. In hoofdzaak resulteerde dit in diverse gemeenten in een beleid dat geen recht deed aan de samenleefvorm van de woonwagenbewoners. Dit was in strijd met het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens. Lokale situatie Het lokale (huisvestings)beleid in Best is het afgelopen decennium verre van ideaal geweest. De woonwagenbewoners hebben binnen onze gemeenschap slechts in geringe mate kunnen inbreiden op de Locatie van de Terraweg. Op de Vogelkers is sprake geweest van een herontwikkeling met een lichte uitbreiding van het aantal standplaatsen. Nieuwe inzichten leiden tot het zoeken naar uitbreidingsmogelijkheden op lokaal- en regionaal niveau. Maar ook op maatschappelijk /sociaal niveau moeten slagen gemaakt worden. Deze samenleefvorm is uniek en dat moeten we samen koesteren. Door een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is ook duidelijk geworden dat overheden een inspanningsverplichting hebben. Het recht op huisvesting, het recht op gelijke behandeling, het recht op vrijheid van vestiging en het recht op eerbiediging van de privé, familie- en het gezinsleven, willen we als gemeente graag de komende jaren op een andere en betere manier vormgeven.

In deze visie wordt daar richting aan gegeven. Terraweg en Vogelkers In de huidige situatie in Best zijn er twee woonwagenlocaties, te weten aan de Vogelkers en aan de Terraweg. De vernieuwde locatie aan de Vogelkers is op 8 juli 2021 opgeleverd en bestaat nu uit 10 standplaatsen. De locatie aan de Terraweg is enigszins verouderd. De Terraweg kent in totaal 44 standplaatsen (reguliere standplaatsen en kindplaatsen) op basis van het actuele bestemmingsplan. Dit is inclusief twee van de drie te realiseren standplaatsen. Na vaststelling van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan komt het totaal aantal standplaatsen uit op 45. Van de 44 standplaatsen zijn er 6 niet bebouwd. Het betreft 1 reguliere standplaats en 5 kindplaatsen. Van de 44 standplaatsen zijn 11 plaatsen kindplaatsen. Eén van deze kindplaatsen wordt na vaststelling van het in voorbereiding zijnde bestemmingsplan een reguliere standplaats. Op basis van de inschrijvingen zijn 34 standplaatsen bewoond. In de gemeente Best zijn er veel meer woonwagens in verhouding tot het aantal huizen dan in de meeste andere gemeenten in de omgeving van Eindhoven, zowel binnen het Stedelijk Gebied Eindhoven als in de bredere Metropool Regio Eindhoven. Woonbehoefteonderzoek In 2019 voerden we een onderzoek uit onder de woonwagenbewoners en de spijtoptanten.

Hieruit is naar voren gekomen dat er een vraag is naar uitbreiding van het aantal woonwagenstandplaatsen. Net als het recht op een woning hebben woonwagenbewoners recht op een woonwagen binnen een redelijke termijn. In het woningbouw- en het

4

volkshuisvestingsprogramma wordt daarom rekening gehouden met de ontwikkeling van standplaatsen voor woonwagens. Deze visie gaat niet alleen in op de ontwikkeling van standplaatsen maar betreft een integrale visie op vijf thema’s. Deze vijf thema’s worden hierna beschreven. 1. Fysieke leefomgeving Om op de lange termijn voldoende ruimte te kunnen bieden aan de groei van het aantal woonwagenbewoners is het noodzakelijk om extra woonruimte, ofwel nieuwe standplaatsen te realiseren. De woonwagenlocaties Vogelkers en Terraweg bieden hiervoor onvoldoende ruimte. Er zijn diverse scenario’s denkbaar om het aantal standplaatsen uit te breiden. Een nieuwe locatie binnen de gemeente en/of (sub-) regionaal te ontwikkelen. Dit geeft ook de kans en ruimte om de huidige locatie aan de Terraweg aan een herinrichting te onderwerpen. Dit biedt de mogelijkheid om te voldoen aan de eisen van brandveiligheid en het welzijn voor alle bewoners op deze locatie. 2. Zorg en welzijn Het samenwonen in familieverband zorgt ervoor dat woonwagenbewoners voor elkaar zorgen. Deze intensieve vorm van samenwonen gecombineerd met een verminderd vertrouwen in de overheid zorgt voor een beperkt beroep op de zorg en het welzijnswerk.

We zetten in op een maximale participatie van de woonwagenbewoners voor gebruikmaking van de lokale voorzieningen van zorg en het vergroten van het welzijn voor alle woonwagenbewoners 3. Inkomen en scholing Onderwijs- en arbeidsparticipatie is onder woonwagenbewoners van oudsher beperkt. In Best is de onderwijsparticipatie goed maar de arbeidsparticipatie beperkt. In het uitvoeringsprogramma gebaseerd op deze visie wordt ingezet op doorstroom van onderwijs naar arbeid. De afstand tot de arbeidsmarkt moet verkleind worden. Hierbij wordt actief samenwerking gezocht met de woonwagenbewoners en andere belanghebbenden. 4. Criminaliteit en rechtshandhaving Gelet op geconstateerde illegaliteiten in het verleden is ook dit thema opgenomen in deze visie. We zetten in op gelijke rechten, gelijke kansen en gelijke plichten. Criminaliteit, in welke verschijningsvorm dan ook, is niet acceptabel en daar wordt altijd tegen opgetreden. We doen dit in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht en volgens de prioritering van het periodiek vast te stellen beleidsplan VTH. Dit betekent ook dat er samengewerkt wordt met de partners in de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke keten en met de verhuurder woonstichting ‘thuis. 5. Weerbaarheid Het voorgaande betekent dat er op de diverse thema’s met de woonwagenbewoners actief samengewerkt gaat worden ter uitwerking van deze visie.

Dit gebeurt op basis van gelijkwaardige wederkerigheid. Bij agressie in welke vorm dan ook, richting bestuurders of ambtenaren werken we volgens het agressie protocol “Respectvolle dienstverlening doen we samen” en de richtlijn Veilig Publieke Taken volgens het Integraal Veiligheidsplan (IVP) De Kempen.

5

Uitvoeringsprogramma’s Uitwerking van de bovenstaande thema’s vindt plaats in één of meerdere uitvoeringsprogramma’s. Deze worden waar mogelijk opgesteld in samenspraak met de woonwagenbewoners en voor zover nodig met andere belanghebbenden. De uitvoeringsprogramma’s werken toe naar een realisatie van de doelen genoemd in deze visie. Financiën De voorliggende visie is niet voorzien van een financiële paragraaf. Aan de hand van het besluit van de gemeenteraad is het pas in een later stadium mogelijk om een reële financiële onderbouwing op te maken. Dit is mede afhankelijk van de keuzes, die de gemeenteraad maakt omtrent de diverse thema’s. De eventuele financiële en/of personele consequenties worden opgenomen in de uitvoeringsprogramma’s en (ter besluitvorming) voorgelegd aan het college van B&W. De gemeenteraad wordt enerzijds geïnformeerd via raadsinformatiebrieven en anderzijds bij bevoegdheid van de raad ter besluitvorming aan de raad via het college.

6

3. Algemene informatie 3.1 Mensenrechtelijk kader Vanaf 1919 kende Nederland de Woonwagenwet. In deze wet werden voorwaarden gesteld op basis waarvan gemeenten een vergunning kon verlenen. In 1999 werd de Woonwagenwet ingetrokken. Dit leidde ertoe dat gemeenten integraal verantwoordelijk werden voor de huisvesting van woonwagenbewoners. In veel gemeenten resulteerde dit helaas in een uitsterfbeleid. Dit was in strijd met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Daarnaast is het een gegeven dat het aantal standplaatsen voor woonwagenbewoners relatief laag is t.o.v. de sociale huursector voor reguliere bewoning. Het streven is gericht op het perspectief bieden om op een redelijke termijn een standplaats voor een woonwagen te realiseren. Het mensenrechtelijk kader wordt gevormd door een aantal uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en komt op het volgende neer:  De overheid heeft een inspanningsverplichting om te voorzien in adequate huisvesting, waarbij rekening wordt gehouden met de (erkende) specifieke leef- en wooncultuur van woonwagenbewoners;  Het is niet geoorloofd om het aantal standplaatsen af te bouwen of niet uit te breiden, terwijl er sprake is van een duidelijke behoefte vanuit de woonwagenbewoners.

Dat is namelijk in strijd met de AWGB;  De behoefte aan standplaatsen en woonwagens dient te worden geïnventariseerd. Als hieruit een aantoonbare behoefte naar voren komt, moet het woonwagen- en standplaatsenbeleid zodanig vormgegeven dat het voor een woonwagenbewoner binnen afzienbare tijd mogelijk is om voor een standplaats in aanmerking te komen. Het juridische kader voor een woonwagenstandplaats wordt gevormd door de volgende vier grondbeginselen: 1. Recht op huisvesting Het recht op huisvesting is neergelegd in artikel 22 lid 2 van de Grondwet. Hierin staat dat “een bevordering van voldoende woongelegenheid voorwerp van zorg der overheid is”. Dit ziet op het aantal woningen, de kwaliteit, de veiligheid en de betaalbaarheid van de woningen. Het recht op huisvesting geeft echter geen recht op een woonruimte. Het recht op huisvesting betekent dat slechts in noodgevallen een situatie van onvoldoende wooneenheden zou kunnen bestaan. Dit geldt dus ook voor dit woonwagenbeleid. 2. Recht op gelijke behandeling Het recht op een gelijke behandeling houdt in dat woonwagenbewoners gelijkwaardig worden behandeld, waarbij rekening wordt gehouden met hun culturele identiteit. Om die reden heeft het College voor de Rechten van de Mens geoordeeld dat gemeenten dienden te zorgen voor een adequaat woonwagenbeleid, gebaseerd op een behoefteonderzoek.

7

3. Recht op vrijheid van vestiging Het uitgangspunt is dat in de basis iedereen in Nederland het recht heeft om zich te kunnen vestigen waar hij/zij dat wil. Dit recht op vrije vestiging volgt uit de Huisvestingwet maar ook uit het Internationaal verdrag over burgerrechten en politieke rechten (artikel 12) en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (artikel 2 van het Vierde Protocol). 4. Recht op eerbiediging privé, familie- en gezinsleven Op grond van artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) heeft iedereen het recht op respect voor zijn privéleven, zijn familie- en gezinsleven, zijn woning en zijn correspondentie. Een woonwagen is aan te merken als een ‘woning’ en valt daarmee onder de bescherming van artikel 8 EVRM. Hiervoor is het onder andere bepalend dat de bewoner een ‘voldoende en voortdurende band heeft met een specifieke woonwagen(standplaats)’. Kenmerkend voor de identiteit van woonwagenbewoners is ‘het wonen in een woonwagen waarbij familiebanden in onderlinge verbondenheid een belangrijke rol spelen’. Uit de jurisprudentie van het EHRM blijkt dus dat de overheid een positieve verplichting heeft om de cultuur te beschermen en het woonwagenleven te faciliteren.

Dit betekent dat de gemeente in dit beleid rekening moet houden met de specifieke woonbehoefte van woonwagenbewoners en voorziet in voldoende standplaatsen opdat woonwagenbewoners binnen een redelijk termijn een standplaats kunnen krijgen. Bij het bepalen van het woonwagenbeleid dient een afweging gemaakt te worden tussen de algemene belangen van de gemeente en de belangen van de woonwagenbewoners. Het voorgaande vormde de aanleiding voor het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties om een nieuw Beleidskader gemeentelijke woonwagen- en standplaatsenbeleid op te stellen. In 2018 bood de toenmalige minister mevrouw K. Ollongren het nieuwe beleidskader aan de Nationale Ombudsman Van Zutphen.

3.2 Woonwagenbewoners in Best: Sinti en reizigers De groep woonwagenbewoners in de gemeente Best bestaat uit verschillende subgroepen met ieder zijn eigen gewoonten en achtergrond, namelijk Sinti en reizigers. Woonwagenbewoners en Sinti worden in het kader van de uitspraken van het EHRM omschreven als inwoners die deel uitmaken van een van de culturele groepen waarbij de woonwagen onderdeel is van de culturele identiteit. Om de culturele identiteit nader te duiden zijn een aantal aspecten van belang. Dit is ten eerste de woonvorm. Er moet sprake zijn van het wonen in een woonwagen; in welke verschijningsvorm dan ook. Kort gezegd moet het gaan om een locatie waarbij de wagen op een fundering staat en waarbij de vloer boven het maaiveld ligt. Opgemerkt moet worden dat het EHRM stelt dat ondanks dat de meeste woonwagenbewoners en Sinti niet altijd meer mobiel zijn, dit niet betekent dat er niet meer sprake is van woonwagenbewoners. Het nomadisch karakter blijft bestaan. Het is dus niet meer van belang of de woonwagenbewoner of Sinti op dat moment ook daadwerkelijk in een woonwagen woont. Het gaat erom dat de woonwagen integraal onderdeel uitmaakt van de identiteit.

8

Het tweede aspect van de culturele identiteit betreft de sterke sociale en familiebanden. Woonwagenbewoners wonen, van oudsher, veelal in families bij elkaar op een woonwagenlocatie wonen. Dit betekent dat gemeenten, als daar behoefte aan is, het leven in familieverband moeten faciliteren door voldoende standplaatsen op een woonwagenlocatie beschikbaar te stellen. Het begrip ‘voldoende’ is daarbij niet nader juridisch gedefinieerd, maar moet gelezen worden als het minimumaantal standplaatsen dat nodig is om het traditionele familie- en gemeenschapsleven voort te zetten. Het laatste kenmerkende aspect betreft de trekvrijheid. Deze trekvrijheid verwijst naar het van oorsprong nomadische bestaan van de woonwagenbewoners. Bij het eerste aspect (de woonvorm) las u al dat van een rondtrekkend bestaan binnen de Nederlandse woonwagengemeenschap momenteel niet of nauwelijks sprake is. Dit neemt echter niet weg dat er nog steeds een groep woonwagenbewoners is die nog steeds de wens van trekvrijheid heeft.

3.3. Wet- en regelgeving Na de intrekking van de Woonwagenwet is het wonen in een woonwagen juridisch gelijkgesteld aan het wonen in een woning. Dit brengt rechten en plichten met zich mee voor gemeenten maar ook voor de woonwagenbewoners. Hieronder worden enkele relevante wetten besproken. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling om een uitputtende opsomming te geven. Er is ervoor gekozen om enkele generieke wetten te benoemen die specifiek van toepassing zijn op Ruimte en Wonen. Voor zover noodzakelijk komen in hoofdstuk 5 bij het beschrijven van de integrale visie andere wetten en regelgeving naar voren. Hieronder een korte toelichting per wet. Huisvestingswet 2014 De gemeenten zijn op grond van de Huisvestingswet 2014 primair verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van, en het toezicht op, woonruimteverdeling. De wetgever heeft hierbij als uitgangspunt dat alle burgers gelijk dienen te worden behandeld. NB: ten tijde van het schrijven deze visie is een wijziging van de Huisvestingswet in behandeling bij de Tweede Kamer welke het mogelijk maakt om bij woonruimteverdeling voorrang te geven aan eigen inwoners. Woningwet De Woningwet bevat naast de term ‘standplaats’ ook de specifieke term ‘woonwagen’. Een woonwagen is hier omschreven als ‘zijnde een voor bewoning bestemd gebouw dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst’.

Op grond van de Woningwet heeft de gemeente de taak om te zorgen voor voldoende en passende woonruimte voor haar inwoners. Hierin zijn standplaatsen en woonwagens een erkende woonvorm, net als de ‘reguliere’ woning. Bouwbesluit In het Bouwbesluit 2012 staan de eisen die als voorwaarden gelden voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning voor de activiteit ‘bouwen’. Tegenwoordig is het aantal

9

bouwtechnische voorschriften specifiek voor woonwagens sterk verminderd ten opzichte van vroeger, en waar mogelijk gelijk met de algemene voorschriften voor de andere woonvormen. Een belangrijk aspect is de brandveiligheid. Zowel voor nieuwbouw als bestaande bouw geldt dat er maximaal vier woonwagens en nevenfuncties met een totale gebruiksoppervlakte van maximaal 1.000 m² in een brandcompartiment mogen liggen. Als het gaat om de branddoorslag en brandoverslag zit er veel verschil tussen nieuwbouw en bestaande bouw. Voor nieuwbouw geldt dat de weerstand tegen branddoorslag en -overslag van een brandcompartiment naar (1) een ander brandcompartiment, (2) een vluchtroute (al dan niet besloten) minimaal 60 minuten dient te zijn. Bij bestaande bouw is dat minimaal 20 minuten (ofwel een afstand van minimaal 5 meter). Omgevingswet De Omgevingswet is per 1 januari 2024 in werking getreden. Deze wet heeft als doel om wetten voor de leefomgeving te bundelen en te moderniseren. Hierbij gaat het onder meer om wet- en regelgeving over bouwen, milieu, water, ruimtelijke ordening en natuur. Instrumenten die ingezet kunnen worden op basis van deze wet zijn onder meer de omgevingsvisie, het omgevingsplan en programma’s. Inzet van deze instrumenten kan bijvoorbeeld betekenen dat het gemeentelijk beleid ten aanzien van woonwagens onderdeel wordt van de gemeentelijke Omgevingsvisie.

Hierin wordt de strategische visie van de gemeente op lange termijn bepaald. In het Omgevingsplan kan, in navolging van het bestemmingsplan, worden aangegeven waar bijvoorbeeld woonwagenstandplaatsen zijn toegestaan binnen de gemeente en hoeveel er zijn toegestaan. De huidige bestemmingsplannen (zie hoofdstuk 5) geven daar al richting aan en deze bestemmingsplannen vormen dan ook het uitgangspunt voor een nieuw op te stellen omgevingsplan.

10

4. Situatie in Best 4.1 Huidige stand van zaken Binnen de gemeente Best bestaan twee woonwagenlocaties. Deze zijn gelegen aan de Terraweg en de Vogelkers. Hieronder behandelen we deze afzonderlijk. Terraweg De locatie gelegen aan de Terraweg telde eind 2023 in totaal 44 standplaatsen inclusief elf kindplaatsen. Alle standplaatsen worden verhuurd door woningstichting ‘thuis. Zij zijn volledig eigenaar van de grond. Op deze locatie is een groot aantal woonwagens in eigendom van bewoners. In totaal had ‘thuis in 2019 vier huurwoonwagens welke op deze locatie worden verhuurd. In totaal zijn er elf kindplaatsen, waarvan er eind 2023 vijf kindplaatsen niet zijn bebouwd. De vijf onbewoonde kindplaatsen worden niet bewoond vanwege uitlopende redenen. Dit heeft er meestal mee te maken dat de kindplaatsen gereserveerd zijn voor de kinderen van de hoofdhuurder. Deze vakken staan soms een aantal jaren leeg totdat de kinderen achttien jaar zijn en zelfstandig op de kindplaatsen kunnen gaan wonen. In een aantal gevallen heeft het ook te maken met de ligging van de kindplaats (niet goed toegankelijk) of is de kindplaats in ruimtelijke zin te klein om een woonwagen te plaatsen. Deze kindplaatsen hebben geen eigen voorzieningen en zijn daardoor direct verbonden met het zogeheten ‘hoofdvak’.

Concreet betekent dit dat er op de kindplaatsen geen sanitaire unit aanwezig is (ook wel berging of stal genoemd), voor gebruik van onder andere douche, toilet en wasmachine moeten bewoners van kindplaatsen gebruik maken van voorzieningen op het hoofdvak, deze worden dus gedeeld. Kindplaatsen mogen alleen bewoond worden door (klein)kinderen van bewoners van het hoofdvak. In diverse gevallen is er sprake van oneigenlijk gebruik omdat de kindplaatsen niet gebruikt worden door de kinderen maar door anderen. Dit betreft onder andere door familieleden. In 2023 is een bestemmingsplan vastgesteld voor het ontwikkelen van 3 standplaatsen, waarvan 1 geheel nieuwe. Vogelkers Aan de Vogelkers stonden acht chalets. Deze waren overjaars en aan vervanging toe. Deze chalets zijn gesloopt en daar zijn tien duurzame, toekomstbestendige nieuwbouwchalets voor in de plaats gekomen. De nieuwe chalets zijn ‘all electric’ en dit houdt in dat ze geen gasaansluiting hebben. De apparatuur in de woningen is elektrisch en het dak is voorzien van zonnepanelen waarmee elektriciteit wordt opgewekt. De woningen hebben een levensduur van tenminste vijftig jaar. Alle standplaatsen en chalets zijn in eigendom van woonstichting ‘thuis.

4.2 Woonwagens in de regio In maart 2021 voerde het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties een herhaalmeting Woonwagenstandplaatsen in Nederland uit.1 Uit het onderzoek blijkt dat er in Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Herhaalmeting Woonwagenstandplaatsen in Nederland, Stand van zaken op 1 november 2020, maart 2021. In opdracht uitgevoerd door Companen

1

11

Nederland 8.854 standplaatsen zijn, welke verdeeld zijn over 1.151 woonwagenlocaties. Het totaal van het aantal standplaatsen ligt op 9.927 als de bijzondere standplaatsen ook meegerekend worden. Bijzondere standplaatsen zijn standplaatsen die tijdelijk zijn, versteend of leegstaan. In Nederland heeft 15% van de Nederlandse gemeenten geen standplaatsen op hun grondgebied. Uit het onderzoek blijkt voorts dat het aantal standplaatsen tussen 2018 en 2020 nagenoeg gelijk is gebleven. Opvallend is wel dat 53 gemeenten concrete plannen hebben om de komende jaren nieuwe standplaatsen toe te voegen. Dit gaat om 141 standplaatsen binnen twee jaar en nog eens 136 standplaatsen binnen drie tot zes jaar. Daar bovenop zijn er nog 134 standplaatsen in plannen opgenomen waarvan nog niet bekend is wanneer deze gerealiseerd gaan worden. In het onderzoek is een inventarisatie gemaakt van het aantal standplaatsen per gemeenten. Om een goede vergelijking te kunnen maken zijn deze standplaatsen teruggerekend naar het aantal standplaatsen per 1.000 woningen. In 2021 waren er in Nederland 8.854 standplaatsen ten opzichte van een woningvoorraad van 7.891.786 woningen. Het landelijke gemiddelde ligt daarom op 1,1 standplaats per 1.000 woningen. Voor de gemeente Best ligt dit getal op 3,2.

4.3 Woonbehoefteonderzoek 2019 Het Woonbehoefteonderzoek werd in 2019 uitgevoerd onder woonwagenbewoners en Sinti in de gemeente Best. Hieronder vallen bewoners van de Terraweg, Vogelkers, maar ook spijtoptanten die te bereiken waren via familie die woonachtig zijn op een van de woonwagenlocaties. In totaal heeft 80% aan het onderzoek meegewerkt. In totaal hadden elf spijtoptanten zich gemeld en meegewerkt aan het onderzoek. Deze spijtoptanten zijn inwoners die in een burgerwoning wonen, maar graag zouden willen terugkeren naar een woonwagenlocatie. Resultaten Woonbehoefteonderzoek De actuele (2019) behoefte bestaat uit behoefte van bewoners en spijtoptanten vanaf de leeftijd van achttien jaar. De vertaling van de respondenten naar behoefte aan standplaatsen, leverde het onderstaande beeld op. Uit het Woonbehoefteonderzoek bleek dat de actuele behoefte aan standplaatsen in totaal neerkwam op dertien extra plaatsen. Hierin hadden negen respondenten aangegeven een standplaats op de Terraweg te wensen, drie respondenten wensten een plek op de Vogelkers en een respondent had geen voorkeur van locatie.

12

Verdieping op de actuele vraag op de Terraweg Als dieper wordt ingegaan op de negen respondenten die aangeven op de Terraweg een standplaats te wensen, blijkt het volgende: zes van deze respondenten zijn huidige inwoners van de Terraweg, die momenteel inwonen bij andere familieleden en graag op zichzelf willen wonen. De overige drie respondenten zijn spijtoptanten die momenteel in een reguliere woning verblijven en graag terug naar de Terraweg willen verhuizen. Verdieping op de actuele vraag op de Vogelkers Als dieper wordt ingegaan op de drie respondenten die aangeven een standplaats op de Vogelkers te wensen, blijkt het volgende: twee respondenten zijn spijtoptanten die momenteel in een reguliere woning verblijven en graag naar de Vogelkers zouden verhuizen. De andere respondent woont momenteel op de Terraweg bij familie in en zou graag naar de Vogelkers verhuizen. Verdieping op actuele vraag van overige respondent zonder voorkeur De overige respondent zonder voorkeur bestaat uit een koppel dat momenteel in een reguliere woning bij een ouder inwonen. Zij zouden graag in een woonwagen wonen en hebben geen voorkeur voor de Terraweg of Vogelkers. Naast de cijfermatige uitkomsten hebben bewoners in de gevoerde gesprekken nog een aantal zaken aangestipt. Voor een compleet overzicht wordt verwezen naar het volledige woonbehoefteonderzoek.

Enkele noemenswaardige opmerkingen nemen we hier kort op. Ten eerste hebben twee respondenten aangegeven graag een stap te willen maken van een kindplaats naar een eigen volwaardige standplaats. Tevens is dat een groot aantal respondenten niet gebonden is aan een woonwagen maar ook in een andere woonvorm te willen wonen, zoals bijvoorbeeld een chalet, mits deze wel op een woonwagenlocatie staan. Wellicht in aansluiting hierop maken veel respondenten zich zorgen om de brandveiligheid. Als laatste komt naar voren dat veel respondenten een eerlijke kans voor de jongeren willen; een eerlijke kans op een eigen plekje om een eigen leven te leiden en een gezin te stichten. Hier komt ook bij dat men gezien wil worden als een volwaardig lid van de Bestse samenleving. Stigmatisering en vooroordelen zorgen ervoor dat zij geen eerlijke kans krijgen.

13

Zij erkennen dat er criminaliteit is, maar (net als in een gewone wijk) distantieert een groot deel van de bewoners zich hiervan.

4.4 Toewijzingsbeleid Tot voor kort werkte ‘thuis met een wachtlijst voor een standplaats. Deze wachtlijst is jarenlang gegroeid maar is ook niet actueel gehouden. Het werken met een wachtlijst correspondeert niet met het mensenrechtelijk kader. Door ‘thuis is daarom nieuw toewijzingsbeleid opgesteld. Het hiervoor gestelde ligt ook ten grondslag aan het toewijzingsbeleid. Dit betekent dat de uitgangspunten zijn:  Wonen in familieverband;  Toewijzen op basis van het afstammingsbeginsel;  Transparante toewijzing. Het bovenstaande resulteert in een transparant toewijzingsbeleid. Hieronder een verkorte weergave van het beleid. Bij overlijden van een huurder wordt de standplaats, onder voorwaarden, vergeven aan de erfgenamen van de huurder. Als er geen sprake is van overlijden en er is toch sprake van een vrijkomende standplaats dan geldt de volgende volgorde van toewijzing: 1. Inwonende kinderen 2. Uitwonende kinderen 3. Inwonende kleinkinderen 4. Uitwonende kleinkinderen 5. Ouders 6. Broers/zussen 7. Ooms/tantes 8. Neven/nichten 9. Spijtoptanten 10. Overig In het laatste geval – overig – treedt ‘thuis in overleg met een afvaardiging van de huidige bewoners van de locatie. In goed overleg wordt in dat geval bepaald aan wie de vrijkomende standplaats/woonwagenwoning wordt toegewezen. Hierbij geldt dat ‘thuis uiteindelijk het besluit neemt.

Een redelijke termijn De uitspraak van het EHRM stelt dat er sprake moet zijn van toewijzing van een standplaats en/of woonwagen binnen een redelijke termijn. Wat verstaan moet worden onder een redelijke termijn is echter niet gedefinieerd. Dit volgt ook niet uit de Rijksinformatie ten aanzien van woonwagens of uit de landelijke jurisprudentie. We sluiten aan op de wachttijd die in Best geldt voor een sociale huurwoning.

4.5 Woningmarkt, woningbouwprogramma & volkshuisvestingsprogramma Woningmarkt De economische crisis heeft geleid tot stagnatie op de woningmarkt en tot een veranderende kijk op het wonen door burgers en professionals. De vraag naar woningen in Nederland is groot: tot 2040 is naar schatting een miljoen extra woningen nodig. Vanwege de goede ligging

14

van Best (snelwegen, vliegveld en spoor zijn dichtbij) is de inschatting gerechtvaardigd dat de groei ook in Best zal doorzetten. Het CBS voorziet voor de regio Eindhoven zelfs de grootste groei in Best, namelijk 11,9% (2017). In Best is de vraag of uitbreiding moet plaatsvinden aan de rand van het dorp of dat juist ingezet moet worden op inbreiding (voorlopig) beantwoord met het, in de afgelopen jaren, fors schrappen van ontwikkellocaties. De grootste opgave voor de toekomst is niet bouwen maar transformeren, renoveren en het ontwikkelen van nieuwe concepten die de schaarse beschikbare ruimte slim gebruiken. Transformeren is ook het levensloopbestendig maken van bestaande woonruimte. De huidige woningbouwnood en de ontwikkelingen op dit vlak zorgen ervoor dat er niet voor iedereen direct een passende sociale huurwoning beschikbaar is en ook niet op korte termijn zal zijn. Voor een reguliere sociale huurwoning geldt op dit moment een gemiddelde wachttijd van 7,6 jaar.2 In de regio betrof de gemiddelde wachttijd 7,7 jaar. Woningbouwprogramma Tot 2040 gaat de gemeente Best het woningbestand uitbreiden met 4.100 woningen. Deze woningbouw vindt vooral plaats in Steegsche velden, Dijkstraten, Aarlesche Erven en door particuliere initiatieven (vaak inbreidingslocaties). Uitleglocatie Aarlesche Erven is de grootste ontwikkeling.

Hier worden in fasen ongeveer 880 woningen gerealiseerd. In de bestaande woonwijken worden kwalitatieve toevoegingen (woningen, groen of voorzieningen) gedaan die tegemoetkomen aan de vraag die passen bij het karakter van de wijk. Bij de bouw van woningen moet er ook sprake zijn van een gezonde mix van huur- en koop en een differentiatie van woningtypen en -vormen. In de uitwerking van deze visie wordt onderzocht of aan deze woningtypen en -vormen ook woonwagens kunnen worden toegevoegd. Volkshuisvestingsprogramma Een woonvisie is een beleidsdocument van een gemeente waarin het beleid op het gebied van de hele woningmarkt of een deel daarvan is uitgewerkt. Het woonbeleid van de gemeente Best maakt een aantal keuzes op het vlak van de volkshuisvesting voor de komende jaren. Het is een strategisch document, maar daarom nog geen statisch document. Bij grote veranderingen op de woningmarkt wordt het beleid bijgesteld. Gemeente Best actualiseert de woonvisie uit 2017 en stelt in maart 2024 een volkshuisvestingsprogramma vast. Met het volkshuisvestingsprogramma sluit de gemeente Best aan op het huidige beleid en behoeften en wensen vanuit de samenleving. Daarnaast is het doel van de gemeente om meer focus aan te brengen op hoe de opgaven en uitdagingen binnen het thema wonen worden aangepakt. Onderdeel van dit volkshuisvestingsprogramma wordt ook het bouwen voor andere doelgroepen.

Ook het bouwen voor woonwagenbewoners maakt hier onderdeel van uit.

2

Woonruimteverdeling 2022

15

In het volkshuisvestingsprogramma wordt daarom meer duidelijkheid gegeven over de ambitie van de gemeente op dit vlak. De vaststelling van het volkshuisvestingsprogramma staat geagendeerd voor maart 2024.

16

5. Integrale Visie

In de voorgaande hoofdstukken is invulling gegeven aan begrippen, flankerend beleid en het mensenrechtelijk kader. Dit vormt de basis voor de integrale visie. Deze visie omvat vijf thema’s, te weten: fysieke leefomgeving, zorg en welzijn, scholing en inkomen, criminaliteit en rechtshandhaving en als laatste weerbaarheid. Deze onderwerpen worden in dit hoofdstuk in afzonderlijke paragrafen behandeld.

5.1 Fysieke (leef-) omgeving De twee bestaande locaties, Terraweg en Vogelkers, zijn zeer verschillend. Hieronder een korte beschrijving van de locaties. Hierna leest u de visie voor de locaties. Vogelkers De locatie Vogelkers is gelegen aan de rand van de wijk Salderes. De locatie is recentelijk in zijn geheel opnieuw opgericht. De bestaande bebouwing is gesloopt en er staan nu 10 nieuwbouwchalets. Daarbij is het bestaande aantal chalets met twee uitgebreid. Verdere uitbreiding van de locatie is niet meer mogelijk. Terraweg De locatie Terraweg ligt in het zuidoosten van de gemeente Best. De locatie kent een aantal fysieke grenzen. Ten oosten van de locatie ligt de rijksweg A2 en ten noorden ligt naast de Terraweg ook het Wilhelminakanaal. Aan de overige zijden wordt de locatie begrenst door bos (Ecologische Hoofdstructuur). Er is sprake van een solitaire ligging. Dit wil zeggen dat de locatie, in tegenstelling tot de Vogelkers, geen directe aansluiting heeft bij een woonwijk. De ingesloten ligging betekent ook dat de locatie geen uitbreidingsmogelijkheden heeft. Voor zover uitbreiding van het aantal standplaatsen mogelijk is, kan dit alleen door herschikking van woonwagens op de locatie. In de huidige indeling zijn kindplaatsen aanwezig welke gerealiseerd zijn/worden bij de woonwagens van de ouders.

Deze kindplaatsen zijn, zoals eerder aangegeven, afhankelijk van de voorzieningen van de ‘ouderplekken’, zoals bijvoorbeeld sanitair en riolering. De locatie is planologisch gelegen in het bestemmingsplan ‘Woonwagenlocatie Terraweg’. Dit bestemmingsplan is in 2016 vastgesteld door de gemeenteraad. Visie Er is sprake van twee duidelijk van elkaar afwijkende locaties. De Vogelkers is recentelijk in zijn geheel vernieuwd. De Terraweg is daarentegen al jaren aanwezig. In de visie hieronder worden de locaties niet afzonderlijk benoemd, tenzij daar aanleiding toe is. Als eerste moet geconcludeerd worden dat het huidige aantal standplaatsen in de gemeente Best geconsolideerd is. Er is beperkt sprake van uitbreiding van standplaatsen. Weliswaar zijn op de Vogelkers recentelijk twee standplaatsen (nieuwbouwchalets) toegevoegd en op de Terraweg is het toevoegen van drie standplaatsen in voorbereiding, maar omdat bij deze laatste locatie sprake is het van het in ere herstellen van twee standplaatsen is er effectief maar sprake van uitbreiding van deze locatie met één nieuwe standplaats. Vestiging van familieleden (kinderen of eerste graad familie) in de (nabije) toekomst blijft daarmee beperkt

17

mogelijk. Naleving van het Europees mensenrechtelijk kader (zie hoofdstuk 3) is daarmee nagenoeg niet haalbaar. Door bewoning van de nu nog onbewoonde kindplaatsen op de Terraweg wordt dit deels ondervangen maar hieronder wordt aangegeven waarom de huidige invulling van het mensenrechtelijk kader door het realiseren van kindplaatsen niet wenselijk is. Het mensenrechtelijk kader en onze eigen volkshuisvestelijke opgave maken dat we moeten zoeken naar ontwikkelingsmogelijkheden op nieuwe locaties. De huidige locaties bieden immers onvoldoende mogelijkheden om recht te kunnen doen aan het mensenrechtelijk kader en onze volkshuisvestelijke opgave. Dit betekent dat er lokaal en/of (sub-) regionaal gezocht moet worden naar nieuwe locaties. Hierdoor ontstaan een vijftal scenario’s welke hieronder worden beschreven. Scenario’s: 1. Realiseren van 3 standplaatsen op de Terraweg, geen kindplaatsen omvormen, geen herinrichting en geen impuls brandveiligheid; 2. Realiseren van 3 standplaatsen op de Terraweg, enkele kindplaatsen omvormen tot volwaardige standplaatsen en impuls brandveiligheid; 3. Realiseren van 3 standplaatsen op de Terraweg en een gedeeltelijke herinrichting op de huidige locatie (waarbij brandveiligheid enigszins wordt verbeterd, maar de beheersbaarheid en zichtbaarheid een punt blijven; 4.

Realiseren van 3 standplaatsen op de Terraweg en daaropvolgend een gedeeltelijke herinrichting op de huidige locatie en separate nieuwe ontwikkeling op een andere locatie die we vooralsnog zoeken in het ‘Gebiedsgericht programma buitengebied’ binnen Best en/of een locatie buiten Best. De bereikbaarheid en brandveiligheid wordt stevig verbeterd door de herinrichting op locatie met een praktische verkaveling; 5. Volledige herinrichting op een andere locatie in een lange termijn traject (woonwagenvisie 10-20 jaar). Uitplaatsing naar locatie(s) elders om ook de integratie, beheersbaarheid en zichtbaarheid aan te pakken. Gelet op de wensen van de woonwagenbewoners om in aanmerking te komen voor extra woonruimte op een nieuwe locatie en een gedeeltelijke herinrichting van de locatie aan de Terraweg lijkt scenario 4 het meest reële scenario. Als we de scenario’s grofweg afwegen tegen de gestelde eisen in deze visie lijkt op voorhand ook scenario 4 het scenario met de beste mogelijkheden voor uitbreiding van het aantal standplaatsen. Verdere uitwerking van de scenario’s en afweging van de verschillende scenario’s vindt in de uitwerking van de visie plaats. De uiteindelijke besluitvorming vindt plaats in de gemeenteraad. Hieronder leest u verdere overwegingen om te kiezen voor scenario 4.

In deze visie zijn een aantal principes leidend voor de toekomst van de woonwagenbewoners in onze gemeente. Ten eerste moeten alle locaties veilig zijn. Dit betekent dat alle locaties brandveilig moeten zijn. Ten tweede is bestaanszekerheid een leidend principe. Dit is de zekerheid dat men in levensonderhoud en levenspatroon kan voorzien. En met name deze laatste is in dit kader belangrijk.

18

De huidige kindplaatsen maken immers onderdeel uit van de standplaats van de ouders. Zoals eerder opgemerkt is er geen sprake van eigen voorzieningen. Er is dan ook geen sprake van een eigen zelfstandige standplaats. Dit draagt niet bij aan de bestaanszekerheid van de kinderen. Dat op grond van het mensenrechtelijk kader deze standplaats voor de kinderen zich ‘moet’ bevinden in de nabijheid van de ouders betekent niet dat er niet sprake moet zijn van een zelfstandige standplaats. Net als in de reguliere woonmarkt moeten kinderen de mogelijkheid hebben om een eigen woning te verwerven. Een eigen standplaats met eigen voorzieningen creëert ook eigen verantwoordelijkheid; op eigen benen staan! Maar ook om andere redenen heeft dit voordelen. De eerste betreft het feit dat de huidige manier van het realiseren van kindplaatsen de brandveiligheid, voor zover deze nu al op orde is, in het geding brengt. De compartimentering komt daarmee in het geding en daarmee wordt de kans op brandoverslag vergroot. Ten tweede geeft het creëren van volledige standplaatsen in plaats van kindplaatsen ook de mogelijkheid om een marktconforme huur te vragen zodat ook een goed beheer en onderhoud van de locatie kan plaatsvinden. Als laatste betekent dit ook dat iedere woonwagen (inclusief standplaats) op grond van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen (BAG) een afzonderlijk BAG-object wordt3.

Dit maakt het bijvoorbeeld mogelijk om ook afzonderlijke huisadressen te realiseren en in de Basisregistratie Personen de bewoners op de locatie in te schrijven. Realisatie van scenario 4 betekent naast het bovenstaande dat, in navolging van de Vogelkers, bestaande en nieuwe locaties verduurzaamd kunnen worden. Dit betekent dat er voldaan wordt aan de BENG (Bijna-Energie-Neutrale-Gebouwen) eisen. In aanloop naar de harmonisatie van de planologische regelgeving als gevolg van de Omgevingswet is het aan te bevelen om ook de regels met betrekking tot de woonwagenlocaties waar mogelijk gelijk te trekken. In een nieuw op te stellen omgevingsplan kunnen de verschillende regels geharmoniseerd worden.

Artikel 2 lid 2 van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen luidt: “De basisregistratie adressen en gebouwen is een registratie van gegevens over de in de gemeente bestaande: a. Panden, verblijfsobjecten, standplaatsen, ligplaatsen, woonplaatsen, openbare ruimten en nummeraanduidingen.”

3

19

5.2 Zorg en welzijn De Woonwagenwet van 1957 maakte het rondtrekken vrijwel onmogelijk en beoogde een concentratie van woonwagenbewoners op grote locaties voor woonwagenbewoners. Het doel was het welzijn van de woonwagenbewoners te bevorderen en hen als aparte groep met eigen voorzieningen te helpen en te verheffen. Landelijk zijn er destijds zo’n 50 regionale woonwagenkampen/locaties met een beperkt aantal trekkersplaatsen en eigen voorzieningen gepland. Deze centra lagen meestal op afgelegen plaatsen aan de rand van de grote steden. Het concentreren van woonwagens is nog steeds gebruikelijk. Dit is mede ingegeven door het in familieverband samenwonen. Het samenwonen in familieverband zorgt ervoor dat meerdere generaties samenwonen en ook voor elkaar zorgen. Zoals eerder opgemerkt maakt het mensenrechtelijk kader en het daarop gebaseerde toewijzingsbeleid het mogelijk dat deze traditie wordt voortgezet. Deze samenleefvorm met de vanzelfsprekende zorg voor elkaar, maar ook het verminderd vertrouwen in de overheid binnen deze bevolkingsgroep, zorgt ervoor dat er in ieder geval landelijk minder beroep wordt gedaan op de zorg. Opvallend is dat Sinti en Reizigers in Nederland hun gezondheid beoordelen als slechter dan Nederlanders in het algemeen. Sinti en Reizigers leven doorgaans korter dan de algemene bevolking in Nederland.

De levensverwachting van Sinti- en reizigersvrouwen is 8,3 jaar korter dan voor Nederlandse vrouwen in het algemeen. Sinti- en reizigersmannen leven gemiddeld 12,5 jaar korter dan mannen in Nederland in het algemeen.4 Op het gebied van zorg en welzijn is het een vereiste om samen met de woonwagenbewoners een slag te maken. Na het raadsbesluit van de woonwagenvisie wordt hier nader uitvoering aan gegeven in het uitvoeringsplan van het thema zorg en welzijn. Er is bewust voor gekozen om dit niet als gemeentelijke overheid solitair al te bedenken. Visie De gemeente is samen met de bewoners en in samenwerking met woonstichting ‘thuis aan zet op het terrein van zorg en welzijn, zodat bewoners die daar recht op hebben, actief gebruik weten te maken van voorzieningen op het terrein van gezondheidszorg en welzijn. In de uitwerking van deze visie wordt onderzoek gedaan naar voorlichting en participatie op het gebied van zorg en welzijn. Hierbij wordt rekening gehouden met c.q. actief aandacht besteedt aan de culturele samenlevingsvorm van woonwagenbewoners.

Roma, Sinti en Reizigers in Nederland, Belangrijkste resultaten van het FRA-onderzoek in Nederland 2019, European Union Agency for Fundamental Rights.

4

20

5.3 Inkomen en scholing In de afgelopen decennia is er veel veranderd in de regelgeving over woonwagenbewoners. Historisch gezien is vooral de in 1999 afgeschafte Woonwagenwet bepalend geweest. Zoals in de vorige paragraaf ook al opgemerkt, introduceerde de Woonwagenwet in 1957 een concentratiebeleid. De woonwagenbevolking werd geconcentreerd op regionale centra met eigen voorzieningen op het terrein van wonen, werken, welzijn, recreatie en onderwijs. Alle voorzieningen werden dus geconcentreerd op één locatie. Het concentreren van woonwagenbewoners versterkte de gesloten cultuur, de afstand tot de samenleving en daarmee ook de afstand tot het reguliere onderwijs. In 1968 is de Woonwagenwet herzien en werd er gestreefd naar kleinschalige locaties. Dit is een voorbeeld van een ontwikkeling die niet positief heeft uitgewerkt op de onderwijsparticipatie. Zoals gezegd is het bovenstaande slechts een voorbeeld. Uit onderzoek blijkt dat er meerdere redenen zijn.5 Tot en met het schooljaar 2005/2006 werden kinderen van woonwagenbewoners standaard aangemerkt als achterstandsleerlingen.6 Door de jaren heen is er wel een kentering te zien en is de onderwijsparticipatie beter geworden. De onderwijsparticipatie van de kinderen van de woonwagenbewoners in de gemeente Best is goed. De afstand tot de arbeidsmarkt blijft groot.

De arbeidsparticipatie (Roma en Sinti; 55%) ligt nog altijd aanzienlijk lager dan die van de algemene bevolking in Nederland (80%). 7 Van alle onderzochte groepen hebben Sinti en Reizigers in Nederland het vaakst betaald werk. Dat er sprake is van traditionele rolpatronen blijkt ook op het moment dat deze cijfers verder uitgediept worden. Slechts 35% van de Sinti en Reizigersvrouwen heeft betaald werk. Er kunnen verschillende redenen worden aangewezen waarom de arbeidsparticipatie laag is. Deze visie leent zich er niet voor om deze redenen te bespreken. Van belang is wel dat de lijn van onderwijsparticipatie doorgezet wordt naar een goede arbeidsparticipatie. Iedereen moet een goede en eerlijke kans krijgen op de arbeidsmarkt. Visie De onderwijsparticipatie op dit moment is goed in Best. De arbeidsparticipatie is echter nog niet op vergelijkbaar niveau dan wel op vergelijkbaar niveau van de algemene bevolking van Nederland. Belangrijk is daarom om in te zetten op doorzetting van de trend van onderwijsparticipatie zodat ook de arbeidsparticipatie wordt vergroot.

Een wereld te winnen. Onderwijs aan woonwagen en zigeunerkinderen, Seuren, W en Simons, J, 2003 https://www.cbs.nl/nl-nl/onze-diensten/methoden/begrippen/achterstandsleerling 7 Roma, Sinti en Reizigers in Nederland, Belangrijkste resultaten van het FRA-onderzoek in Nederland 2019, European Union Agency for Fundamental Rights.

5

6

21

5.4 Criminaliteit en rechtshandhaving In deze paragraaf gaan we nader in op de toezicht en handhaving op de regels door de overheid. Hierbij wordt direct opgemerkt dat artikel 1 van de Grondwet voorop staat. Artikel 1 luidt: “Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.” In de hoofdstukken las u al dat woonwagenbewoners op grond van het Europees mensenrechtelijk kader een beschermde status hebben. Onderdeel van de culturele identiteit is het wonen in woonwagens en het wonen in de directe nabijheid van familie. Eerder in deze visie zijn wij daarom ingegaan op gelijke rechten en gelijke kansen. In dit hoofdstuk gaan we nader in op gelijke plichten. Criminaliteit Naast de mooie kanten van de woonwagencultuur is er in voorkomende gevallen ook regelmatig sprake van het feit dat woonwagenbewoners in verband worden gebracht met criminaliteit. In een aantal gevallen is er ook sprake van georganiseerde (druggerelateerde) criminaliteit.

Bij een onderzoek van dertig gevallen van georganiseerde misdaad die de politie in 2018 heeft onderzocht, bleek in een derde van de zaken (allemaal druggerelateerd) minstens één betrokkene afkomstig te zijn van een woonwagenkamp.8 Uit dit onderzoek blijkt ook dat er vaak sprake is van recidive. Hiermee mag niet de conclusie worden getrokken dat alle woonwagenbewoners zich inlaten met criminele activiteiten. Ook de bewoners van de woonwagenlocaties in Best ervaren een bepaalde mate van stigmatisering. Zij hebben dit aangegeven in het woonbehoefteonderzoek. Concluderend moet daarom gesteld worden dat het belangrijk is om als overheid op te treden tegen die personen die zich bezighouden met criminele activiteiten. De overige bewoners moeten daar geen enkele hinder van ondervinden. Verder is het van essentieel belang om als overheid juist te investeren om perspectief te bieden aan woonwagenbewoners om de keuzemogelijkheid voor legaliteit te vergroten en illegaliteit effectief te bestrijden. Zorgelijk is de conclusie dat inbedding in de woonwagencultuur ervoor kan zorgen dat de directe omgeving van de criminele woonwagenbewoner niet optreedt of zelfs beïnvloed wordt. Dit zorgpunt wordt groter in het licht van het mensenrechtelijk kader waarin bepaald is dat woonwagenbewoners als familie dicht bij elkaar wensen te wonen.

Dit kader zorgt indirect voor een gunstige omstandigheid voor het ontwikkelen van criminele activiteiten. Juist hierom is het noodzakelijk om direct, duidelijk en eenduidig op te treden als integrale overheid tegen overtredingen, zowel bestuursrechtelijk, strafrechtelijk en ook privaatrechtelijk.

8 Kruisbergen, E.W., Roks, R.A., Kleemans, E.R., Kouwenberg, R.F. (medew.), Knol, D. (medew.), Nabi, S.S. (medew.), Fiorito, T. (medew.), Leukfeldt, E.R. (medew.), Ruitenburg, T. van (medew.), Georganiseerde criminaliteit in Nederland: daders, verwevenheid en opsporing: Rapportage in het kader van de vijfde ronde van de Monitor Georganiseerde Criminaliteit, WODC, Erasmus Universiteit Rotterdam - Erasmus School of Law, Vrije Universiteit Amsterdam, Den Haag 2019

22

Overtredingen Een vraag die direct opborrelt is: “Is elke overtreding een criminele activiteit en welke interventie hoort daarbij?”. Of elke overtreding een criminele activiteit is, is op voorhand geen antwoord op te geven. Dit is afhankelijk van de situatie. Maar nog belangrijker is of er sprake moet zijn van een criminele activiteit om op te kunnen treden. In het bestuursrecht spreken we over overtredingen. Een voorbeeld hiervan is het bouwen zonder verplichte omgevingsvergunning. In dat geval is er sprake van het overtreden van de regels van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hoewel hier sprake is van een overtreding hoeft hierbij niet direct sprake te zijn van een criminele activiteit. Dit wordt anders als er sprake is van terugkerend gedrag waardoor er sprake is van een structurele ontwrichting en het marchanderen met de geldende wet- en regelgeving. Hoe de overheid optreedt is dus afhankelijk van de omstandigheden van de situatie, de overtreding en het gedrag van de overtreder. Afhankelijk van het samenspel van factoren wordt er gekozen voor passende interventie. Dit gebeurt op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht. 9 Hierin is in de interventiematrix opgenomen welke bij elke overtreding een passende interventie biedt.

In de Beleidsplan VTH Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving 2021-2025 is aangegeven dat de gemeente Best ook op grond van de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht handelt.10 Buiten het gangbare bestuursrechtelijk instrumentarium (last onder dwangsom, last onder bestuursdwang en bestuurlijke boete) verdient het aanbeveling om in de uitwerking van deze visie ook de mogelijkheid te onderzoeken van andere mogelijkheden die de wet biedt zoals bijvoorbeeld de Wet aanpak woonoverlast. Visie We zetten in op gelijke rechten, gelijke kansen en gelijke plichten. In Best wordt opgetreden bij geconstateerde illegaliteiten volgens de geldende wet- en regelgeving. Criminaliteit, in welke verschijningsvorm dan ook, wordt niet geaccepteerd en daar wordt altijd tegen opgetreden. We doen dit in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht en volgens de prioritering van het periodiek vast te stellen beleidsplan VTH. Dit betekent ook dat we samenwerken met de partners in de bestuursrechtelijke, strafrechtelijke keten en met de verhuurder woonstichting ‘thuis.

Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO), 12 oktober 2022. Beleidsplan VTH Vergunningverlening, toezicht en handhaving 2021-2025, geldend vanaf 25-4-2023. Hierin wordt in paragraaf 5.5 verwezen naar de Landelijke Handhavingsstrategie. Dit betreft wel de verouderde versie maar dit heeft geen gevolg voor de interventiematrix.

9

10

23

5.5 Weerbaarheid Intimidatie en bedreiging In het verleden is er niet altijd het gewenste vertrouwen geweest tussen de overheid en de bewoners van de woonwagenlocaties. De afgelopen jaren zijn bestuurders, ambtenaren en medewerkers van samenwerkende organisaties met enige regelmaat intimiderend aangesproken en in sommige gevallen heeft dit zelfs geleid tot bedreigingen. Fysiek geweld of de dreiging daarmee en verbaal geweld wordt nooit getolereerd. Hiervan wordt dan ook altijd aangifte gedaan. Bij stelselmatige overlast en bedreigingen treedt de gemeente in overleg met de verhuurder, woonstichting ‘thuis. Fysiek geweld of het bedreigen van medewerkers van gemeente, ‘thuis of omwonenden wordt gezien als een ernstige handeling in strijd met het goed huurder schap, als bedoeld in artikel 7:213 van het Burgerlijk Wetboek.11 Dit kan leiden tot een gerechtelijke procedure tot ontbinding van de huurovereenkomst en het ontruimen van het gehuurde. Ditzelfde geldt voor fysiek geweld, de dreiging daarmee of verbaal geweld. Net als in andere gevallen in de gemeente hanteren we hierbij de Landelijke handhavingsstrategie en werken we samen met onze partners in de bestuursrechtelijke en strafrechtelijke keten. We werken daarnaast actief samen met de verhuurder, woonstichting ‘thuis, zodat ook privaatrechtelijk de mogelijkheden tot optreden bekeken worden.

Bij, fysiek of verbaal geweld kiezen we in gezamenlijkheid met onze partners voor een passende interventie. Visie Zoals uit de vorige paragrafen blijkt werken we samen op diverse gebieden ter uitwerking van deze visie. Dit doen we samen met de woonwagenbewoners. Communicatie vindt daarbij plaats op basis van gelijkwaardige wederkerigheid. Bij agressie, in welke vorm dan ook, richting bestuurders of ambtenaren werken we volgens het protocol Veilig Publieke Taken.

Artikel 7:213 BW; “De huurder is verplicht zich ten aanzien van het gebruik van de gehuurde zaak als een goed verhuurder te gedragen”.

11

24

6. Ambities voor 2044 In de komende decennia tot 2044 willen we als gemeente Best toewerken naar een situatie waarbij de samenleefvorm van woonwagenbewoners op de eerdergenoemde thema’s op een harmonieuze wijze onderdeel uitmaakt van de samenleving. Concreet betekent dat in 2044:  De gemeente Best beschikt over voldoende veilige standplaatsen met duurzame woonwagens waarbij het mogelijk is voor kinderen of eerste graad familieleden om in elkaars nabijheid te wonen. Om te kunnen voldoen aan het mensenrechtelijk kader, zoals eerder beargumenteerd, is het noodzakelijk dat er al enige tijd een nieuwe locatie wordt bewoond in Best en/of in de SEG/MRE gemeenten. 

De bestaanszekerheid wordt verbeterd door kindplaatsen om te bouwen naar volwaardige standplaatsen. Dit biedt ook meer woonzekerheid en is aldus van belang/wenselijk voor elke woonwagenbewoner.

De woonwagenlocaties netjes, verzorgd en veilig zijn. De bestemming en de feitelijke situatie komen met elkaar overeen. Op de Terraweg heeft een herstructurering van de locatie plaatsgevonden. Aan het reguliere woningbouwprogramma is in het kader van bouwen voor bijzondere doelgroepen ook de realisatie van standplaatsen opgenomen. Hiermee wordt dan ook invulling gegeven aan het wonen in de directe nabijheid van elkaar. In het omgevingsplan heeft er een harmonisatie van regels plaatsgevonden. Woonwagens worden hierin specifiek benoemd waarbij er een directe relatie is gelegd met de gebruikers en diens rechten. Voor de overige regels is aangesloten bij de actueel geldende regels voor andere woonvormen; denk hierbij bijvoorbeeld aan de regels met betrekking tot beroep/bedrijf-aan-huis.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13883935/1