CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24016.6 - NIBUD Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

Raadsvergadering 18 maart 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24016 - Rekenkamerrapport "Onderzoek naar het armoedebeleid in Best en de uitvoering daarvan"14.360 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens Sanne Lamers, Corinne van Gaalen, Gitta van den Enden

Archiefexemplaar van BL24-01062

- Minima-effectrapportage NIBUD 2023

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023 De invloed van landelijke en gemeentelijke maatregelen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens

Auteurs Sanne Lamers Corinne van Gaalen Gitta van den Enden

Nibud - september 2023 In opdracht van – Gemeente Best

Voorwoord Het Nibud (Nationaal Instituut voor Budgetvoorlichting) is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk. Ons doel is het voorkomen van geldproblemen. Naast het verzamelen, berekenen en bijhouden van basiscijfers, doet of initieert het Nibud ook onderzoek naar andere aspecten over omgaan met geld. Daarbij spelen gedragsaspecten een belangrijke rol. Daarmee kunnen we snel inspelen op maatschappelijke ontwikkelingen. Het Nibud is gespecialiseerd in het maken van de vertaalslag van de verzamelde data en kennis over de huishoudfinanciën in methodes, materialen en tools. Daarbij wordt voortdurend voeling gehouden met de actualiteit en de praktijk van alledag. We gaan uit van drie niveaus van voorlichting en financiële educatie: direct voor consumenten (via onze websites, (social) media, interactieve tools, voorlichtingsmaterialen en hulpmiddelen en de helpdesk), via onderwijs/educatie door derden en door deskundigheidsbevordering van professionals. Als kenniscentrum vervult het Nibud ook een adviesrol naar derden. Bij dit alles gaat het Nibud uit van een standaardmethode van begroten. Dit resulteert in een reeks voorbeeldbegrotingen met referentiecijfers die zijn gebaseerd op empirisch wetenschappelijk onderzoek. Het Nibud stelt de keuzevrijheid en de eigen verantwoordelijkheid van de huishoudens voorop.

Het Nibud geeft gemeenten meer inzicht in het effect van hun minimabeleid. Door middel van een minima-effectrapportage (MER) helpt het Nibud gemeenten het geld bestemd voor minimabeleid, optimaal te besteden. Deze rapportage is uitgevoerd door het Nibud, in opdracht van de gemeente Best. Met dit onderzoek wil de gemeente Best inzicht krijgen in de effecten van haar minimabeleid.

Utrecht, september 2023

Inhoud

Voorwoord ........................................................................................................... 3 1. 1.1 1.2 1.2.1 1.2.2 1.2.3 1.2.4 1.3

Inleiding ..................................................................................................... 3 Centrale vraag.............................................................................................. 3 Kern minima-effectrapportage ......................................................................... 3 Huishoudtypen ............................................................................................. 3 Inkomensniveaus.......................................................................................... 4 Armoedeval ................................................................................................. 4 Voorbeeldhuur.............................................................................................. 4 Leeswijzer.................................................................................................... 4

2. 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Onderzoeksmethode: begrotingen .............................................................. 5 Inleiding ...................................................................................................... 5 Inkomsten ................................................................................................... 5 Uitgaven: basispakket & sociale participatie ...................................................... 6 Uitgavensoorten ........................................................................................... 6 Voorwaarden aan de begrotingen .................................................................... 7 De begrotingen ............................................................................................ 7

3. 3.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5 3.2.6 3.2.7 3.2.8 3.2.9

Minimabeleid .............................................................................................. 8 Landelijk beleid ............................................................................................ 8 Lokaal minimabeleid.................................................................................... 10 Kwijtscheldingsbeleid .................................................................................. 10 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering ...................................................... 11 Individuele inkomenstoeslag ......................................................................... 11 Meedoen.................................................................................................... 12 Stichting Leergeld ....................................................................................... 12 Witgoed inruilregeling .................................................................................. 13 Individuele bijzondere bijstand ...................................................................... 13 Kinderopvang en peuterspeelzaal ................................................................... 13 Energietoeslag ........................................................................................... 14

4. 4.1 4.1.1 4.1.2 4.2

Resultaten ................................................................................................ 15 Resultaten scenario 1 zonder energietoeslag ................................................... 15 Toelichting resultaat per huishoudtype scenario 1 ............................................ 16 Armoedeval scenario 1 zonder energietoeslag ................................................. 17 Resultaten scenario 2 met energietoeslag....................................................... 19

5. 5.1 5.2

Conclusies en aanbevelingen ..................................................................... 21 Bestedingsruimte en armoedeval .................................................................. 21 Aannames en aanbevelingen ........................................................................ 22

Bijlage 1 | Verantwoording uitgaven .................................................................. 25 Bijlage 2 | Begrotingen zonder energietoeslag................................................... 28 Bijlage 3 | Begrotingen met energietoeslag ....................................................... 37

1. Inleiding 1.1 Centrale vraag Iedere gemeente beschikt over mogelijkheden om invloed uit te oefenen op de financiële positie van inwoners met lage inkomens. Dat kan bijvoorbeeld door het kwijtschelden van gemeentelijke heffingen en/ of door bijzondere bijstand. Het is echter niet direct zichtbaar wat in de praktijk de effecten van die maatregelen zijn op het budget van verschillende groepen huishoudens. De gemeente Best wenst inzicht te krijgen in het samenspel van landelijk en lokaal minimabeleid. De centrale vraag van dit onderzoek luidt: Wat is het effect van landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen in de gemeente Best, uitgaande van het beleid voor 2023? Bekeken wordt welke groepen huishoudens in de gemeente goed zullen profiteren van de verschillende inkomensondersteunende maatregelen en welke groepen minder goed. Ook maakt deze rapportage een eventuele armoedeval inzichtelijk. In de begrotingen worden alle minimaal onvermijdbare uitgaven afgezet tegen verschillende inkomensniveaus. Voor de cijfers en bedragen geldt zoveel mogelijk het prijspeil van januari 2023.

1.2 Kern minima-effectrapportage Om tot een antwoord te komen op de centrale vraag, worden voor een aantal voorbeeldsituaties alle inkomsten geïnventariseerd. Hierbij wordt rekening gehouden met alle landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen. Dit inkomen zal in een begroting worden afgezet tegen de minimale uitgaven waarmee huishoudens met een laag inkomen worden geconfronteerd. De minimale uitgaven zijn gebaseerd op de Nibud methode van budgetteren, aangevuld met lokale tarieven en tegemoetkomingen.

1.2.1 Huishoudtypen In deze minima-effectrapportage wordt voor een aantal huishoudtypen de bestedingsruimte inzichtelijk gemaakt. In overleg met de gemeente Best is een keuze gemaakt voor de volgende voorbeeldsituaties: a. Een alleenstaande onder de AOW-gerechtigde leeftijd; b. Een alleenstaande oudere (AOW-gerechtigd); c. Een eenoudergezin met twee jonge kinderen (3 en 6 jaar); d. Een eenoudergezin met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar); e. Een paar zonder kinderen; f. Een ouder paar (AOW-gerechtigd); g. Een paar met twee jonge kinderen (3 en 6 jaar); h. Een paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar).

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 3

1.2.2 Inkomensniveaus De rapportage laat zien welke effecten de landelijke en gemeentelijke maatregelen hebben op de financiële positie van de huishoudtypen bij verschillende inkomensniveaus. In overleg met de gemeente Best is in dit rapport gekozen om begrotingen op te stellen met de volgende inkomensniveaus: bijstand- of AOW- niveau, 110 procent en 120 procent van de geldende bijstandsnorm.

1.2.3 Armoedeval Het kan voorkomen dat een huishouden met een hoger inkomen, minder overhoudt dan met een lager inkomen, nadat rekening is gehouden met alle noodzakelijke uitgaven. Bijvoorbeeld doordat er geen recht meer is op inkomensondersteunende regelingen. Als een dergelijke armoedeval zich voordoet binnen de gestelde kaders, dan blijkt dat uit de resultaten van dit onderzoek. Hierbij onderscheiden we twee soorten armoedevallen, namelijk een armoedeval bij uitstroom uit een bijstandsuitkering naar betaald werk (werkloosheidsval/uitstroomval) en een armoedeval bij het meer gaan verdienen (doorstroomval). Bij huishoudens boven de AOW-gerechtigde leeftijd wordt officieel niet gesproken van een armoedeval, omdat deze gewoonlijk geen inkomensstijging meemaken. Toch kan er bij hen ook sprake zijn van een geringere vrije bestedingsmogelijkheid bij een hoger inkomen.

1.2.4 Voorbeeldhuur Uit het WoOn-onderzoek (2021) van het CBS komt dat 96 procent van de huishoudens die de bijstandsuitkering als belangrijkste inkomstenbron hebben, in een huurwoning woont. Op basis hiervan gaan we er in deze rapportage vanuit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De huur vormt in de meeste huishoudens de hoogste uitgave op de begroting. De huurprijzen in dit onderzoek zijn vastgesteld in overleg met de gemeente. Deze huren zijn 600 euro voor een- en tweepersoonshuishoudens en 650 euro voor huishoudens met drie of meer personen.

1.3 Leeswijzer Het rapport is als volgt opgebouwd: In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de onderzoeksmethode. Hoofdstuk 3 geeft een toelichting op de landelijke en lokale inkomensondersteunende regelingen. In hoofdstuk 4 worden de resultaten weergegeven: Wat is de bestedingsruimte van de onderzochte huishoudtypen? En wat zijn de effecten van het minimabeleid op de financiële positie van deze huishoudens? Daarbij is eerst beschreven wat de resultaten zijn voor alle huishoudens zonder dat de energietoeslag is doorgerekend. Het tweede deel van dit hoofdstuk bevat de resultaten inclusief de energietoeslag (1.300 euro voor 2023). Zo is inzichtelijk wat het effect is van de energietoeslag op de financiele positie van de voorbeeldhuishoudens in 2023. In hoofdstuk 5 worden de conclusies en aanbevelingen beschreven. In de bijlagen wordt meer informatie gegeven over bronnen van de referentiecijfers en staan de begrotingen per huishoudtype naar inkomen.

4 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

2. Onderzoeksmethode: begrotingen 2.1 Inleiding Om het effect van inkomensondersteunende regelingen op de financiële positie van huishoudens te berekenen, maakt het Nibud gebruik van begrotingen. Uit deze begrotingen zijn de inkomsten en uitgaven van de huishoudens af te lezen. De begrotingen in deze rapportage zijn gemaakt voor verschillende huishoudtypen op verschillende inkomensniveaus. Hierbij gaan we ervan uit dat huishoudens in een huurwoning wonen. De begrotingen zijn voor groepen van huishoudens. De bedragen in de begrotingen zijn gemiddelden; in werkelijkheid zal de financiële situatie van de individuele huishoudens er anders uitzien. De begroting laat dus niet zien in hoeverre een individueel huishouden een sluitende begroting heeft. Bij het opstellen van de begrotingen wordt geen rekening gehouden met schulden, omdat daarover niets algemeens te zeggen valt. Schulden komen echter vaak voor onder huishoudens met lage inkomens. Ook is er geen rekening gehouden met inkomsten of betalingen vanwege alimentatie. Maandbegrotingen Alle begrotingen zijn maandbegrotingen, waarbij de inkomsten en uitgaven zijn omgerekend naar gemiddelde maandbedragen. In de praktijk kunnen er flinke verschillen zijn tussen de maanden van het jaar. Vakantiegeld wordt bijvoorbeeld vaak jaarlijks uitgekeerd, maar wordt in deze rapportage uitgedrukt in een maandelijks bedrag.

Het inkomen is in iedere begroting een vast gegeven.

2.2 Inkomsten In deze rapportage worden op drie inkomensniveaus begrotingen opgesteld voor de betreffende voorbeeldhuishoudens: het minimuminkomen (bijstand/AOW-uitkering), 110 procent en 120 procent van de geldende bijstandsnorm. Met bijstandsniveau wordt in deze rapportage bedoeld de norm op grond van de Participatiewet, artikel 5 lid 1 sub c. Uitgangspunt in deze rapportage is het totaal besteedbaar maandinkomen. Dat inkomen bestaat uit alle inkomsten van het huishouden, zoals netto salarissen, uitkeringen, kortingen op de belasting, landelijke toeslagen (zorgtoeslag, huurtoeslag, kinderopvangtoeslag en kindgebonden budget), kinderbijslag en vakantietoeslag. Voor een alleenstaande ouder geldt dat de alleenstaande ouderkop (van het kind gebonden budget) ook wel ALO-kop genoemd bij het inkomen wordt opgeteld om de 110 procent en verder te bepalen. De inkomensafhankelijke combinatiekorting is onderdeel van het inkomen. De kinderbijslag en het kindgebonden budget (inclusief de alleenstaande ouderkop) komen hier nog bovenop. Hoe de regelingen doorwerken in de begrotingen en wat de invloed is op het inkomen van de verschillende huishoudens is te zien in bijlage 2. In de rapportage wordt verondersteld dat de huishoudens maximaal gebruik maken van alle inkomensondersteunende regelingen die op hen van toepassing zijn, zowel de landelijke als de gemeentelijke.

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 5

2.3 Uitgaven: basispakket & sociale participatie De noodzakelijke uitgaven vullen we in via een basispakket waarvan een pakket voor sociale participatie een onderdeel vormt. Het basispakket bestaat uit uitgaven die voor elk huishouden niet of moeilijk vermijdbaar zijn. In bijlage 1 staan de uitgangspunten en de samenstelling van de pakketten beschreven. Het basispakket inclusief het pakket voor sociale participatie zijn op bepaalde punten verschillend voor de diverse huishoudtypen. Een alleenstaande staat immers voor andere kosten dan bijvoorbeeld een gezin met kinderen. De pakketten bestaan uit vrij goedkope artikelen (niet de allergoedkoopste) die algemeen verkrijgbaar zijn. We houden geen rekening met tweedehands artikelen. Ze zijn vastgesteld in samenwerking met andere deskundigen. Zo bestaat het voedingspakket uit gezonde voeding volgens het Voedingscentrum. Sociale participatie Het pakket voor sociale participatie is opgesteld door het Nibud in samenwerking met het Sociaal Cultureel Planbureau. Het gaat om uitgaven aan contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Sociale participatie wordt als noodzakelijk beschouwd en is in veel gemeenten op de een of andere manier onderdeel van het minimabeleid.

Persoonlijk onvermijdbare uitgaven Naast de noodzakelijke uitgaven van de pakketten zijn er in individuele gevallen persoonlijk moeilijk of niet-vermijdbare uitgaven. Dit zijn uitgaven die voor een bepaald persoon onontkoombaar zijn. Bijvoorbeeld wanneer iemand een speciaal dieet moet volgen. Voor dit soort uitgaven is vaak een tegemoetkoming mogelijk via gemeentelijk beleid. Deze uitgaven worden in dit rapport niet meegenomen. In de begrotingen is ook geen rekening gehouden met kosten voor een huisdier of voor roken. Deze uitgaven worden niet gezien als noodzakelijk. Indien een huishouden hiervoor toch kosten heeft, wordt het saldo op de begroting lager dan in deze rapportage is weergegeven. Mensen die werken maken extra kosten ten opzichte van niet werkenden. Deze kosten zijn meegenomen in het basispakket als aparte post bij een inkomen vanaf 110 procent van het toepasselijk minimum.

2.4 Uitgavensoorten In alle begrotingen onderscheidt het Nibud de volgende soorten uitgaven: Vaste lasten. Dit zijn periodiek terugkerende uitgaven, waarbij het bedrag veelal elke periode hetzelfde is. Vaak is er een contract afgesloten voor deze uitgaven. Reserveringsuitgaven. Dit zijn uitgaven die niet iedere maand terugkomen. De bedragen voor de verschillende reserveringsuitgaven zou een huishouden in principe maandelijks opzij moeten zetten om deze onregelmatige uitgaven direct te kunnen betalen. Huishoudelijke uitgaven. Dit zijn regelmatig terugkerende uitgaven, waarvan het bedrag per keer (per aankoopbeurt) verschilt. Sociale Participatie: Uitgaven die een huishouden wat vrijer kan invullen. In deze rapportage vallen daaronder: contributies en abonnementen, bezoek ontvangen en op bezoek gaan, vakantie/uitgaan en recreatief vervoer. Lokale tarieven In deze rapportage wordt gerekend met minimale bedragen die huishoudens nodig hebben om deze uitgaven te kunnen betalen. Voor de uitgaven is waar mogelijk uitgegaan van

6 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

lokale tarieven. Voorbeelden hiervan zijn de tarieven voor gemeentelijke heffingen, de premie van de collectieve zorgverzekering en de kosten van de peuterspeelzaal. Minimabeleid Als er inkomensondersteunende maatregelen zijn die een vergoeding vormen voor bepaalde uitgavenposten, dan is hier rekening mee gehouden in de begrotingen. De regelingen staan beschreven in het volgende hoofdstuk. Zo zijn alle meer generieke lokale minimaregelingen meegenomen in de berekeningen. Dit geldt niet voor de individuele bijzondere bijstand, omdat daarvoor geldt dat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

2.5 Voorwaarden aan de begrotingen In het onderzoek rekenen we met voorbeeldhuishoudens en met minimale bedragen. Om voor deze huishoudens berekeningen te kunnen maken moet het Nibud uitgaan van drie belangrijke voorwaarden. Het is raadzaam om rekening te houden met het feit dat die voorwaarden in de praktijk niet altijd opgaan en huishoudens daarbij hulp nodig hebben. 1. Zeer goed met geld kunnen omgaan Een goed overzicht van alle inkomsten en uitgaven is noodzakelijk. Alleen dan kan er voldoende geld opzij worden gezet om onregelmatige uitgaven te kunnen doen. Een gebrek aan goed overzicht kan vaak confronterend zijn en moeilijk te doorbreken. 2. Alle inkomensondersteuning aanvragen Toeslagen en tegemoetkomingen beslaan vaak een groot deel van het totale inkomstenplaatje. Het is daarom voor huishoudens belangrijk om te weten op welke inkomensondersteuning men recht heeft en hoe en waar deze moet worden aangevraagd. Het tijdig doorgeven van gegevens is hierbij belangrijk. En daarmee dus ook een actieve houding. 3. Geen grote persoonlijk onvermijdbare uitgaven hebben Hoge persoonlijk onvermijdbare uitgaven zoals afbetalingen, zorgkosten of een hoge huur, kunnen het moeilijk of onmogelijk maken om een sluitende begroting op te stellen. Als de uitgaven niet omlaag gebracht kunnen worden, dan resteert er niks anders dan om te bezuinigen op overige uitgaven.

In het geval van de begrotingen met minimale uitgaven, zoals ze in dit rapport zijn opgesteld, ontstaat het gevaar dat er ook bezuinigd wordt op noodzakelijke uitgaven. Dit kan er toe leiden dat er totaal geen reserves meer zijn om tegenslagen op te kunnen vangen, dat rekeningen niet meer betaald worden waardoor schulden ontstaan of dat gezondheidsbedreigende omstandigheden ontstaan. Deze voorwaarden zijn voor een deel te vangen in competenties voor goed financieel beheer. Het gaat hierbij niet alleen om vaardigheden, maar ook om gedragsaspecten. Daarom is inkomensondersteuning alleen niet voldoende. Het is ook belangrijk om ondersteuning op het gebied van het aanleren van vaardigheden te bieden, aangevuld met ondersteuning die rekening houdt met min of meer individuele gedragsaspecten.

2.6 De begrotingen Volgens de methodiek die hierboven staat beschreven, worden de begrotingen opgesteld. Deze begrotingen staan in bijlage 2.

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 7

3. Minimabeleid In dit hoofdstuk worden diverse landelijke en gemeentelijke regelingen voor inkomensondersteuning van minima beschreven. Alleen de regelingen die in de berekeningen zijn meegenomen komen in dit hoofdstuk aan bod. Paragraaf 3.1 beschrijft de landelijke regelingen; in paragraaf 3.2 komen de lokale inkomensondersteunende regelingen aan bod.

3.1 Landelijk beleid Bij het opstellen van de begrotingen worden de landelijke uitkeringen, de landelijke heffingskortingen, de landelijke toeslagen en de kinderbijslag in de berekeningen opgenomen. In 2023 zijn er op dit terrein een aantal belangrijke onderdelen aangepast die van invloed zijn op de financiële positie van huishoudens met een laag inkomen. Het belastingtarief in de eerste belastingschijf is gedaald en bijna alle heffingskortingen zijn sterk gestegen. Ook de huurtoeslag, de zorgtoeslag, de kinderbijslag en het kindgebonden budget zijn omhoog gegaan. Specifiek gaat het om de volgende veranderingen per 1 januari 2023: Tarief eerste belastingschijf daalt en heffingskortingen stijgen (sterk) De toeslagen stijgen (sterk) Minimumloon en uitkeringen stijgen Aftrekposten nadeliger voor hoogste inkomens (en minder nadelig voor de laagste inkomens) en zzp’ers Landelijke heffingskortingen Heffingskortingen zijn kortingen op de belasting. Hiermee wil de overheid bepaalde groepen ondersteunen. Denk aan ouders, ouderen en gehandicapten. Door de heffingskorting betalen zij minder belasting. Er zijn verschillende heffingskortingen: Algemene heffingskorting: voor iedereen boven de 18 die inkomstenbelasting betaalt, ook als men niet werkt. Arbeidskorting: voor iedereen die betaald werk doet, ook als men daarnaast nog gedeeltelijk een uitkering ontvangt.

Inkomensafhankelijke combinatiekorting: voor werkende ouders met kinderen jonger dan 12 jaar. Deze wordt toegekend aan de alleenstaande ouders of aan de minst verdienende fiscale partner. Ouderenkorting en alleenstaande ouderenkorting: voor AOW-gerechtigden.

Tabel 1: Tabel landelijke heffingskortingen in bedragen per jaar

Algemene heffingskorting

Onder AOW leeftijd Vanaf AOW leeftijd

Arbeidskorting

Inkomensafhankelijke combinatiekorting Ouderenkorting Alleenstaande ouderenkorting Algemene heffingskorting

8 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

2022 € 2.888 € 1.494 € 4.260 € 2.534

2023 € 3.070 € 1.583 € 5.052 € 2.694

€ 1.726 € 449 € 2.888

€ 1.835 € 478 € 3.070

Landelijke toeslagen Toeslagen zijn bijdragen van de overheid om tegemoet te komen in de kosten voor de zorgverzekering, huur of kind(eren). Of een huishouden recht heeft op bepaalde toeslagen, is afhankelijk van een aantal factoren (bijvoorbeeld inkomen). De volgende toeslagen (2023) zijn van belang voor de voorbeeldhuishoudens: Zorgtoeslag Zorgtoeslag is een bijdrage van de overheid voor de kosten van de zorgverzekering. Iemand kan aanspraak maken op zorgtoeslag vanaf 18 jaar. Dit geldt voor zowel alleenstaanden als stellen. Naast de inkomensgrens is er ook een vermogensgrens voor de zorgtoeslag. Hoe lager het inkomen, hoe meer toeslag iemand ontvangt. Tabel 2: Zorgtoeslag bedragen

Zorgtoeslag Inkomensgrens alleenstaand Inkomensgrens paar Vermogensgrens alleenstaand Vermogensgrens paar Maximaal maandbedrag alleenstaand Maximaal maandbedrag paar

2022

2023

€ 30.998 € 40.944 € 120.020 € 151.767 € 111 € 121

€ 38.520 € 48.224 € 127.582 € 161.329 € 154 € 265

Huurtoeslag Huurtoeslag is een bijdrage van de overheid in de huurkosten. Huurders van een zelfstandige huurwoning kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. De hoogte van de huurtoeslag is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, de huishoudsamenstelling en de huur. Vanaf 1 januari 2020 kent de huurtoeslag geen inkomensgrenzen meer, maar wordt de huurtoeslag inkomensafhankelijk afgebouwd. De vermogensgrens voor de huurtoeslag is per persoon. Huishoudens krijgen boven de minimale basishuur1 volledige huurtoeslag tot een bepaalde huur. Vanaf deze huur wordt 65 procent vergoed. Alleenstaanden of ouderen/hulpbehoevenden krijgen daarnaast nog hierboven tot de hoogste huurgrens nog 40 procent vergoed. Tabel 3: Huurtoeslag bedragen

Huurtoeslag Vermogensgrens per persoon Huurgrens volledige huurtoeslag Huurgrens 65% huurtoeslag 1p en 2p Huurgrens 65% huurtoeslag 3p of meer Huurgrens 40%

2022

2023

€ 31.747 € 442,46 €633,25 € 678,66 € 763,47

€ 33.748 € 452,20 € 647,19 € 693,60 € 808,06

Kinderopvangtoeslag Kinderopvangtoeslag is een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang. De kinderopvangtoeslag is geregeld in de Wet Kinderopvang. De wet geldt voor dagopvang voor kinderen van 0 tot 4 jaar en buitenschoolse opvang voor basisschoolkinderen. Maar ook voor opvang door ouderparticipatiecrèches of gastouders via een gastouderbureau en _______________ 1

De minimale basishuur is inkomensafhankelijk en bedraagt voor huishoudens op minimumniveau 225,54 euro. (Voor AOW-gerechtigden is dit voor eenpersoonshuishoudens 223,72 euro en voor meerpersoonshuishoudens 221,91 euro). Bij een hoger inkomen wordt de basishuur hoger.

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 9

voor de peuterspeelzaal. Informele opvang door familie of kennissen valt hier niet onder. Om voor kinderopvangtoeslag in aanmerking te komen moet de instelling zijn aangemeld bij het Landelijk Register Kinderopvang. Ook moeten, in het geval van paren, beide ouders werken, tenzij er een re-integratietraject wordt gevolgd. Tabel 4: Kinderopvangtoeslag bedragen per uur

Kinderopvangtoeslag Maximale vergoeding dagopvang Maximale vergoeding buitenschoolse opvang

2022 € 8,50 € 7,31

2023 € 9,12 € 7,85

Kindgebonden budget Elk huishouden met kinderen jonger dan 18 jaar komt in aanmerking voor het kindgebonden budget. Dit is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage in de kosten van kinderen. Voorwaarde is dat iemand zijn of haar kind ‘in belangrijke mate onderhoudt’. Er geldt een inkomensgrens. Na de inkomensgrens wordt de hoogte van het bedrag geleidelijk afgebouwd. Het bedrag aan kindgebonden budget is afhankelijk van het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. Alleenstaande ouders ontvangen meer dan paren. Het kindgebonden budget voor het tweede kind is lager dan voor het eerste kind en vanaf het derde kind eveneens lager dan voor het tweede kind. Vanaf 12 jaar is het kindgebonden budget hoger. Tabel 5: Kindgebondenbudget

Kindgebondenbudget Inkomensgrens alleenstaande Inkomensgrens paar Alleenstaande ouder kop

2022

2023

€ 22.356 € 39.596 € 273,75

€ 25.070 € 43.397 € 320,67

Kinderbijslag Een ouder heeft recht op kinderbijslag voor eigen kinderen en stiefkinderen tot 18 jaar en soms voor pleegkinderen tot 16 jaar. Kinderbijslag wordt eenmaal per kwartaal uitgekeerd. De bedragen worden in het geval van meerdere kinderen bij elkaar opgeteld. De bedragen voor kinderbijslag zijn afhankelijk van de leeftijd van het kind en onafhankelijk van het inkomen. Tabel 6: Kinderbijslag per kwartaal

Kinderbijslag 0 – 6 jaar 6 – 12 jaar 12 – 18 jaar

2022

2023

€ 249,31 € 302,74 € 356,16

€ 269,76 € 327,56 € 385,37

3.2 Lokaal minimabeleid Naast de landelijke inkomensondersteunende maatregelen heeft de gemeente Best voor huishoudens met een laag inkomen ook een lokaal minimabeleid. De regelingen die worden opgenomen in de begrotingen komen in de volgende paragrafen aan bod.

3.2.1 Kwijtscheldingsbeleid In de gemeente Best kan kwijtschelding worden aangevraagd voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. De kwijtscheldingsnorm bedraagt 100 procent van de geldende

10 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

bijstandsnorm. Dat wil zeggen dat, afhankelijk van het vermogen, huishoudens met een inkomen rond het sociaal minimum in principe geen gemeentelijke heffingen hoeven te betalen. Bij een inkomen hierboven wordt wel betalingscapaciteit verondersteld. De beleidsvrijheid ten aanzien van het kwijtscheldingsbeleid wordt bepaald door landelijke regelgeving. Hierbij wordt aan gemeenten de mogelijkheid geboden om rekening te houden met de kosten voor kinderopvang en om voor AOW’ers uit te gaan van de netto AOW in plaats van de bijstandsbedragen voor AOW-gerechtigden. De gemeente Best maakt gebruik van de mogelijkheid om uit te gaan van de verhoogde norm voor AOW’ers en houdt ook rekening met de kosten voor kinderopvang bij de bepaling van de betalingscapaciteit. Bij het waterschap de Dommel is kwijtschelding mogelijk voor de zuiveringsheffing en de watersysteemheffing ingezetenen. Bij de berekening van de kwijtschelding hanteert het waterschap de norm van 95 procent van de bijstandsnorm. Voor AOW-gerechtigden wordt een verruiming toegepast. Voor hen geldt de norm op 100 procent van de voor hen geldende bijstandsnorm. De kwijtschelding van de gemeentelijke heffingen en het waterschap wordt apart berekend.

3.2.2 Collectieve (aanvullende) zorgverzekering Het verzekeren tegen ziektekosten is voor iedereen wettelijk verplicht. Daarom biedt de gemeente Best inwoners met een laag inkomen een collectieve zorgverzekering aan bij zorgverzekeraar VGZ of CZ. De gemeente levert een bijdrage in de premie. Om voor deelname aan de collectieve zorgverkering in aanmerking te komen, hanteert de gemeente Best een inkomensgrens van 120 procent van de geldende bijstandsnorm. De vermogensgrens zoals genoemd in de Participatiewet is van toepassing. In de gemeente Best maken de meeste inwoners gebruik de pakketten ‘CZ gemeente Extra’ en ‘VGZ Compleet’. Voor dit rapport werken we met het gemiddelde van deze twee premies. Dit is verrekend in de post “zorgverzekering”. Ook rekenen we met een bedrag voor de reservering van het eigen risico. De zorgtoeslag die huishoudens ontvangen is in de begrotingen opgenomen bij de inkomsten. Tabel 7: Kosten collectieve zorgverzekering per maand

CZ gemeente Extra

VGZ Compleet

Basisverzekering Aanvullende verzekering

€ 138,25 € 48,05

€ 141,95 € 52,75

Gemeentelijke bijdrage Kosten minima

-/- € 24,00 € 162,30

-/- € 26,00 € 168,70

3.2.3 Individuele inkomenstoeslag De individuele inkomenstoeslag in de gemeente Best is bedoeld voor inwoners vanaf 21 jaar tot de AOW-gerechtigde leeftijd die weinig zicht hebben op extra inkomen in de toekomst.

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 11

Hierbij mag het inkomen in de afgelopen 24 hele kalendermaanden niet hoger zijn geweest dan 110 procent van de toepasselijke bijstandsnorm en het vermogen niet hoger dan het wettelijk vrij te laten vermogen. De hoogte van de IIT bedraagt: 400 euro voor een alleenstaande; 500 euro voor een alleenstaande ouder; 600 euro voor paren. Bij de resultaten van deze rapportage worden de saldi van huishoudens die recht hebben op de individuele inkomenstoeslag apart gepresenteerd, omdat niet elke inwoner van Best met een laag inkomen hiervoor in aanmerking komt.

3.2.4 Meedoen Voor alle inwoners met een inkomen niet hoger dan 110 procent van de bijstandsnorm heeft de gemeente een bedrag beschikbaar voor deelname aan maatschappelijke, educatieve, sportieve of culturele activiteiten die beogen een sociaal isolement te voorkomen of te doorbreken. Deze activiteitenbijdrage is 200 euro per persoon per jaar en wordt verstrekt door middel van eenmalige uitbetaling. We verrekenen de vergoeding met de post “sociale participatie”.

3.2.5 Stichting Leergeld Stichting Leergeld Best is een vrijwilligersorganisatie die ondersteuning biedt aan gezinnen met kinderen van 0 tot 18 jaar met een besteedbaar inkomen van 120 procent van het bijstandsniveau. Vanuit de stichting wordt gekeken naar het daadwerkelijk te besteden inkomen. Huishoudens met een hoger inkomen, met bijvoorbeeld hoge woonlasten of schulden, kunnen hierdoor ook in aanmerking komen voor een bijdrage. De Stichting biedt vergoedingen voor activiteiten op het gebied van school, sport, cultuur en welzijn. De bijdragen worden rechtstreeks aan de school, club of vereniging betaald. In de begroting nemen we de volgende posten op waarin de vergoeding van Stichting Leergeld is verwerkt: Schoolspullen zoals gymkleding, etui, schriften, woordenboeken, schooltas of laptop. In de begrotingen hebben wij hiermee rekening gehouden door bij de post “onderwijs” de vrijwillige ouderbijdrage voor kinderen op het basisonderwijs op nul te zetten (gemiddeld bedraagt die 10 euro per maand). Voor kinderen op het voortgezet onderwijs gaan we uit van een extra vergoeding van 100 euro per jaar voor schoolgeld. De bijdrage voor een laptop wordt ook verrekend met de post “onderwijs”, waarin ook een component zit voor ICT-benodigdheden. Fiets. Er is een vergoeding mogelijk voor de aanschaf van een fiets. Deze vergoeding is in de begroting verrekend met de post “vervoer”.

Contributie sport en cultuur. Stichting Leergeld biedt kinderen een vergoeding voor sportieve of culturele activiteiten. De vergoeding hebben we verrekend met het onderdeel contributies en abonnementen in het pakket voor sociale participatie (zie bijlage 1). Hierbij gaan we uit van een bedrag van 12,50 euro per maand voor kinderen van 4 tot 12 jaar en 18,50 euro voor personen vanaf 12 jaar. Deze bedragen worden in de begroting op nul euro gezet voor huishoudens die aan de criteria van de regeling voldoen. Kleding. Huishoudens met kinderen kunnen een verwijzing krijgen voor de kledingbank in Eindhoven. In de begrotingen verrekenen we dit met de post

12 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

“kleding”. Omdat we ervan uitgaan dat niet alle kleding via de kledingbank kan worden verkregen, hebben we deze post voor de betreffende gezinnen gehalveerd. Zwemles. In de begrotingen gaan we uit van het lidmaatschap van één vereniging. Dit bedrag is uit de begrotingen gehaald (zie hierboven). De bijdrage voor zwemlessen is daarom niet in de begrotingen verrekend. Het is wel mogelijk dat via Stichting Leergeld vergoed te krijgen.

3.2.6 Witgoed inruilregeling Huishoudens van de gemeente Best die in de schuldhulpverlening zitten en/of die recht hebben op energietoeslag kunnen in aanmerking komen voor de inruilregeling witgoed. De regeling loopt tot en met 31 december 2023. Per adres wordt maximaal 600 euro uitgekeerd. Dit bedrag kan ingezet worden voor koelkasten, vriezers of wasmachines. Enkel witgoed dat ouder is dan 10 jaar of kapot is, mag vervangen worden. Deze regeling is echter afhankelijk is van de persoonlijke situatie van huishoudens en betreft een maximumbedrag. Er kan geen algemene uitspraak gedaan worden over het individuele gebruik van deze regeling; deze past niet in de standaard maandbegrotingen. Daarom wordt deze niet meegenomen in de begrotingen van dit rapport, maar wordt deze voor de volledigheid wel besproken.

3.2.7 Individuele bijzondere bijstand De gemeente Best verstrekt voor bijzondere en/of buitengewone noodzakelijke kosten individuele bijzondere bijstand. De draagkracht betreft 100 procent van het vermogen voor zover die meer bedraagt dan het op grond van de wet vrijgelaten vermogen, en 35 procent van de inkomsten voor zover die meer bedragen van 110 procent van de volgens de normen in de Participatiewet bestaanskosten. De individuele bijzondere bijstand wordt in dit onderzoek niet meegenomen omdat deze sterk afhankelijk is van de persoonlijke situatie.

3.2.8 Kinderopvang en peuterspeelzaal Kinderopvang Op grond van de Wet kinderopvang kunnen ouders van kinderen tot 12 jaar een tegemoetkoming toegekend krijgen voor de kosten van kinderopvang, de kinderopvangtoeslag. Vervolgens resteert een eigen bijdrage voor deze kosten. Ouders die een uitkering van de gemeente ontvangen en deelnemen aan een re-integratietraject of parttime werkende ouders met een aanvullende bijstandsuitkering kunnen een (gedeeltelijke) vergoeding van de eigen bijdrage krijgen. In deze rapportage gaan we niet uit van een van bovengenoemde situaties. Alleenstaande ouders met een inkomen boven bijstandsniveau zullen enkele dagen per week werken en gebruik maken van de kinderdagopvang voor het kind van 3 jaar en buitenschoolse opvang voor het kind van 6 jaar. Bij 110 procent van het minimum inkomen wordt gerekend met 20 uur kinderdagopvang per week en 8 uur buitenschoolse opvang. Bij een inkomen op 120 procent wordt uitgegaan van 30 uur kinderdagopvang en 12 uur buitenschoolse opvang per week. De kosten zijn opgenomen in de post “kinderopvang” en de vergoeding bij inkomen onder de post “kinderopvangtoeslag”.

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 13

Peuterspeelzaal Voor enkele huishoudsituaties geldt dat er geen gebruik wordt gemaakt van kinderopvang, maar gaan we wel uit van peuterspeelzaalbezoek. De jonge kinderen die nog niet naar school gaan komen zo wel in contact met andere kinderen en leren participeren. Dit geldt voor de volgende voorbeeldsituaties in dit onderzoek: • Een alleenstaande ouder met een bijstandsuitkering, waarbij we in dit onderzoek uitgaan dat er geen arbeidsmarktgericht traject wordt gevolgd. • Paren met jonge kinderen waarbij we ervan uitgaan dat één van beide partners werkt. In de gemeente Best worden de kosten van de peuterspeelzaal voor 5 uur per week (maximaal 40 weken per jaar) vergoed volgens de regels die ook voor de kinderopvangtoeslag gelden. Dit nemen we mee in het onderzoek. De kosten zijn opgenomen in de post “kinderopvang” en de vergoeding bij inkomen onder de post “kinderopvangtoeslag”.

3.2.9 Energietoeslag Vorig jaar zijn de gemiddelde huishoudelijke kosten van energie sterk gestegen. Voor huishoudens met een inkomen op of net boven het sociaal minimum konden en kunnen gemeenten een energietoeslag uitkeren in 2022 en 2023. Het Rijk heeft middelen ter beschikking gesteld en gemeenten kunnen zelf invulling geven aan de hoogte van het bedrag en de inkomensgrens. Als richtlijn geldt een bedrag van 1.300 euro en een inkomensgrens van 120 procent van het sociaal minimum. De gemeente Best verstrekt de energietoeslag in 2023 waarschijnlijk in oktober. Ze hanteren het bedrag van 1.300 euro op jaarbasis en een inkomensgrens van 120 procent van geldende bijstands- of AOW norm. In de berekeningen is deze toeslag als tweede scenario doorgerekend. Het eerste scenario is de situatie per juni 2023 waarin de energietoeslag nog niet was uitgekeerd. Voor het verstrekken van deze energietoeslag wordt gebruik gemaakt van het instrument “categoriale bijzondere bijstand”. De gemeente kan aan huishoudens die aan de voorwaarden voldoen een energietoeslag toekennen, zonder te controleren of de energiekosten van die inwoners daadwerkelijk sterk gestegen zijn en of die inwoners over voldoende middelen (vermogen) beschikken om de energierekening te kunnen betalen.

Voor scenario 2 is in de begrotingen de gehele energietoeslag voor 2023 (namelijk 1.300 euro) verrekend naar maandbedrag en verwerkt in de post “ lokale tegemoetkomingen”.

14 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

4. Resultaten Dit hoofdstuk bevat de resultaten van de berekeningen naar het effect van landelijke en lokale inkomensondersteuning op de begroting van huishoudens. De begrotingen zelf waarin alle uitgaven en inkomsten staan, zijn gepresenteerd in bijlage 2. De tabellen hieronder zijn het resultaat van deze begroting (inkomsten minus uitgaven) en geven het beeld weer wat het huishouden overhoudt of te kort komt als alle uitgaven zijn gedaan. Deze resultaten kunnen positieve of negatieve waarden opleveren, het huishouden houdt geld over of komt geld te kort. Als het huishouden te maken heeft met een tekort op de maandbegroting dan is dit in rood weergegeven. Tabel 8a bevat de vrije bestedingsruimte of het tekort als het huishouden geen recht heeft op de Individuele inkomenstoeslag. In tabel 9 is deze toeslag wel meegerekend voor de huishoudens die aan de voorwaarden voldoen.

4.1 Resultaten scenario 1 zonder energietoeslag Op het moment van berekenen was in de gemeente Best de energietoeslag nog niet uitgekeerd. De onderstaande tabellen en uitleg zijn gebaseerd op de berekeningen zonder energietoeslag. In paragraaf 4.2 staan de resultaten waarbij de energietoeslag wel is meegenomen. Tabel 8: Vrije bestedingsruimte scenario 1, in euro’s per maand

100 %

110 %

120 %

01. Alleenstaande tot AOW-leeftijd

44

48

147

02. Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

270

313

377

03. Alleenstaande met 2 jonge kinderen

368

370

380

04. Alleenstaande met 2 oudere kinderen

128

137

222

05. Paar zonder kinderen

18

61

146

06. Paar vanaf AOW-leeftijd

269

316

372

07. Paar met 2 jonge kinderen

69

113

195

08. Paar met 2 oudere kinderen

-162

-119

-35

Tabel 9: Vrije bestedingsruimte scenario 1 inclusief IIT, in euro’s per maand 100 %

110 %

120 %

01. Alleenstaande tot AOW-leeftijd

77

81

147

02. Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

270

313

377

03. Alleenstaande met 2 jonge kinderen

410

412

380

04. Alleenstaande met 2 oudere kinderen

170

179

222

05. Paar zonder kinderen

68

111

146

06. Paar vanaf AOW-leeftijd

269

316

372

07. Paar met 2 jonge kinderen

119

163

195

08. Paar met 2 oudere kinderen

-112

-69

-35

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 15

4.1.1 Toelichting resultaat per huishoudtype scenario 1 a. Alleenstaande tot AOW-leeftijd In Best heeft een alleenstaande met een inkomen op bijstandsniveau een positief saldo van 44 euro nadat alle uitgaven uit het basispakket inclusief die aan sociale participatie zijn voldaan. De vrije bestedingsruimte loopt op naar 147 euro per maand bij het inkomen op 120 procent van het sociaal minimum. Als deze alleenstaande recht heeft op Individuele Inkomenstoeslag is de vrije bestedingsruimte op bijstandsniveau en bij het inkomen 33 euro per maand ruimer. Voor dit huishoudtype geldt dat op de twee laagste onderzochte inkomensniveaus de vrije ruimte niet groot is. Heeft het huishouden een financiële tegenslag of een meer structurele persoonlijk onvermijdbare uitgave (zoals een energie-onzuinige woning, kosten voor afbetaling etc) dan bestaat het risico op betaalproblemen. Voor dit huishouden is de IIT een noodzakelijke aanvulling. b. Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd De oudere alleenstaande heeft meer vrije bestedingsruimte dan de jongere alleenstaande. Zij houden, na bekostiging van de uitgaven uit het basispakket inclusief sociale participatie, 270 euro over als zij alleen een AOW-uitkering hebben. Op 120 procent is de bestedingsruimte 377 euro.

Oudere huishoudens hebben meer bestedingsruimte, omdat de AOW-norm hoger is dan de bijstandsnorm, terwijl de uitgaven niet vergelijkbaar hoger zijn. Ouderen kunnen echter met extra persoonlijk onvermijdbare uitgaven te maken hebben zoals zorgkosten. Die zijn in dit voorbeeldhuishouden niet meegenomen. Als deze niet hoger zijn dan 270 euro per maand treedt er geen tekort op. c. Alleenstaande met twee jonge kinderen (3 en 6 jaar) De alleenstaande met twee jonge kinderen kan ook met de maandelijkse inkomsten alle minimale uitgaven uit het basispakket inclusief die aan sociale participatie bekostigen. Mits aan alle voorwaarden is voldaan, zie paragraaf 2.5. De landelijke vergoedingen als de kinderopvangtoeslag, de lokale regelingen zoals de gesubsidieerde peuterspeelzaal, de collectieve zorgverzekering, de Meedoenregeling en de vergoeding vanuit Stichting Leergeld zorgen voor voldoende ruimte op de begroting voor dit huishouden. Op bijstandsniveau houdt dit huishoudtype 368 euro vrij te besteden over; dit is 380 euro op 120 procent. Wanneer een eenoudergezin op bijstandsniveau ook recht heeft op de IIT, dan is het vrij besteedbare budget 410 euro. d. Alleenstaande met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Het eenoudergezin met twee oudere kinderen houdt minder over dan het eenoudergezin met jonge kinderen: 128 euro op bijstandsniveau.

En als dit eenoudergezin recht heeft op de IIT dan is de bestedingsruimte op bijstandsniveau 170 euro. Dat het eenoudergezin met twee oudere kinderen minder bestedingsruimte heeft dan het eenoudergezin met jonge kinderen, heeft te maken met het feit dat de kosten voor oudere kinderen over het algemeen hoger zijn dan voor jonge kinderen. Dit geldt bijvoorbeeld voor voeding, kleding en schoolkosten. De hogere kinderbijslag en het hogere kindgebonden budget kunnen dit verschil niet compenseren. e. Paar zonder kinderen tot AOW-leeftijd Het paar zonder kinderen heeft nauwelijks voldoende bestedingsruimte om zowel de uitgaven uit het basispakket als de kosten voor sociale participatie te betalen. Op bijstandsniveau is er een bestedingsruimte van 18 euro en 68 euro als er sprake is van recht op IIT. Het saldo op 120 procent van de norm is voor dit huishouden 146 euro.

16 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

De vrije bestedingsruimte is lager dan de alleenstaande (tot de AOW-leeftijd) heeft. Het paar moet de kosten van twee volwassenen dragen, terwijl de hogere bijstandsnorm voor een paar niet voldoende is om deze extra kosten op te vangen. Het risico op betalingsproblemen of bezuinigen op de basisuitgaven is bij dit huishoudtype aanwezig omdat de vrije ruimte erg beperkt is. Het huishouden moet heel goed met geld omgaan (zie ook paragraaf 2.5). f. Paar zonder kinderen vanaf AOW-leeftijd Bij het oudere paar vanaf AOW-leeftijd is hetzelfde te zien als bij de alleenstaande oudere. Het inkomen ten opzichte van het vergelijkbare huishouden met de leeftijd onder de AOWgrens is ruimer. Op AOW-niveau is een positief saldo van ruim 250 euro meer dan bij het jongere paar. Het saldo van het oudere paar is vergelijkbaar met de alleenstaande oudere. Het gezamenlijk AOW-inkomen is voldoende om de uitgaven van een persoon extra te kunnen dekken. g. Paar met twee jonge kinderen (3 en 6 jaar) Paren met twee jonge kinderen houden op bijstandsniveau 69 euro over als de uitgaven uit het basispakket en de uitgaven voor sociale participatie zijn bekostigd. Deze vrije bestedingsruimte is wel hoger dan van het paar zonder kinderen, hoewel het paar te maken heeft met zowel de extra kosten van een volwassene als met de kosten van jonge kinderen te maken.

Dit komt doordat de landelijke toeslagen (kinderbijslag en kindgebonden budget) en meerdere regelingen vanuit het gemeentelijke minimabeleid de extra kosten van de twee jonge kinderen ruim compenseren. We gaan er daarbij vanuit dat het dit huishouden alle regelingen aanvraagt en inzet. h. Paar met twee oudere kinderen (14 en 16 jaar) Paren met twee oudere kinderen hebben verreweg de minste bestedingsruimte van alle onderzochte huishoudens. Op bijstandsniveau komen deze huishoudens maandelijks 162 euro tekort. Ook de werkende huishoudens met een inkomen op 120 procent van de geldende bijstandsnorm kunnen nog niet alle minimale uitgaven bekostigen, ze komen 35 euro te kort. De IIT levert ook geen positief saldo op voor dit huishouden. Dit huishouden moet de kosten van twee volwassenen dragen en daar boven op de kosten voor twee oudere kinderen. Al eerder is genoemd dat de kosten van oudere kinderen hoger zijn dan die van jonge kinderen en dat de hogere bijstandsnorm voor een paar veelal niet voldoende is om de kosten van twee volwassenen op te vangen. De combinatie van twee volwassenen en twee oudere kinderen kan tot flinke tekorten op de begroting leiden. Belangrijk om op te merken is dat we in de berekeningen geen zakgeld hebben meegenomen. Het zakgeld voor oudere kinderen bedraagt gemiddeld 22,50 euro per kind per maand.

Ouders kunnen hiervoor kiezen maar kunnen ook stimuleren dat hun kind een bijbaantje gaat zoeken om zelf wat geld te verdienen.

4.1.2 Armoedeval scenario 1 zonder energietoeslag Voor elk huishoudtype zijn verschillende inkomensniveaus doorgerekend. Naast het minimuminkomen zijn inkomens op 110 en 120 procent van het de geldende bijstandsnorm gespecificeerd. Soms leidt een hoger inkomen tot een beperktere bestedingsmogelijkheid. Dit komt doordat landelijke en gemeentelijke inkomensondersteunende maatregelen, zoals huurtoeslag en kindregelingen, er niet op voorhand toe leiden dat een huishouden meer te besteden heeft bij een hoger inkomen.

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 17

Deze armoedeval wordt ook wel doorstroomval genoemd. Een andere situatie ontstaat wanneer huishoudens vanuit een uitkering uitstromen naar betaald werk. Deze armoedeval wordt ook wel de uitstroomval genoemd. Op dat moment nemen de kosten door werk toe en komen rechten op diverse inkomensondersteunende regelingen (gedeeltelijk) te vervallen. In de volgende figuur is in één oogopslag te zien welke huishoudtypen te maken hebben met een uit- of doorstroomval. Idealiter zie je over de hele linie een stijgende lijn. Dat betekent dat een hoger inkomen ook leidt tot een hoger besteedbaar inkomen.

Figuur 1: Ontwikkeling saldo naar inkomensniveaus zonder energietoeslag (excl. IIT)

In de gemeente Best zien we bij geen van de onderzochte voorbeeldhuishoudens een armoedeval optreden. De alleenstaande met twee jonge kinderen heeft echter nauwelijks

18 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

met een toename van vrije bestedingsruimte te maken terwijl het inkomen wel toeneemt. Ze hebben 2 euro meer te besteden bij het inkomen op 110 procent ten opzichte van de bijstandsnorm. Werken loont nauwelijks voor dit huishouden in deze situatie. De alleenstaande ouders met een bijstandsuitkering hebben geen kosten voor de kinderopvang en hebben geen andere werkgerelateerde kosten. De extra inkomsten bij 110 procent ten opzichte van de bijstandsnorm zijn nauwelijks hoger dan dat de uitgaven toenemen. Ook bij het inkomen op 120 procent is de bestedingsruimte niet evenredig toegenomen. Individuele inkomenstoeslag en armoedeval De IIT zorgt voor meer inkomen dan als het huishouden hierop geen recht heeft. Wanneer het inkomen hoger is dan de grens van 110 procent komen deze extra inkomsten te vervallen. We zien dat dit alleen bij de alleenstaande met jonge kinderen tot een armoedeval leidt, bij een inkomen op 120 procent waarbij geen recht is op de IIT is de vrije bestedingsruimte lager dan bij het inkomen op 110 procent van de norm, inclusief IIT. De andere huishoudtypen hebben niet te maken met een dergelijke armoedeval.

4.2 Resultaten scenario 2 met energietoeslag Voor de voorbeeldhuishoudens die daarop recht hebben is de energietoeslag meegenomen en verrekend op maandbasis (op basis van 12 maanden). De tabellen met resultaten zoals in paragraaf 4.1 zien er inclusief energietoeslag als volgt uit (ook weer opgesplitst naar zowel exclusief als inclusief Individuele Inkomenstoeslag). Tabel 10: Vrije bestedingsruimte scenario 2, in euro’s per maand

100 %

110 %

120 %

01. Alleenstaande tot AOW-leeftijd

152

156

255

02. Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

378

421

485

03. Alleenstaande met 2 jonge kinderen

476

478

488

04. Alleenstaande met 2 oudere kinderen

236

245

330

05. Paar zonder kinderen

126

169

254

06. Paar vanaf AOW-leeftijd

377

424

480

07. Paar met 2 jonge kinderen

177

221

303

08. Paar met 2 oudere kinderen

-54

-11

73

100 %

110 %

120 %

01. Alleenstaande tot AOW-leeftijd

185

189

255

02. Alleenstaande vanaf AOW-leeftijd

378

421

485

03. Alleenstaande met 2 jonge kinderen

518

520

488

04. Alleenstaande met 2 oudere kinderen

278

287

330

05. Paar zonder kinderen

176

219

254

06. Paar vanaf AOW-leeftijd

377

424

480

07. Paar met 2 jonge kinderen

227

271

303

08. Paar met 2 oudere kinderen

-4

39

73

Tabel 11: Vrije bestedingsruimte scenario 2 inclusief IIT in euro’s per maand

Te zien is dat alle huishoudens bij alle inkomens duidelijk meer te besteden hebben. Per maand gaat het om een bedrag van 108 euro. Bijna alle van de onderzochte huishoudens

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 19

heeft een vrije bestedingsruimte die hoger is dan 100 euro per maand. Een duidelijke uitzondering hierop zijn de paren met oudere kinderen. Voor paren met oudere kinderen geldt dat van de tekorten die voor kwamen in scenario 1 (de situatie dat de energietoeslag nog niet was uitgekeerd) die van 120 procent is verdwenen. Dit tekort is gecompenseerd door het ruime bedrag van de energietoeslag. Heeft het paar met oudere kinderen recht op de IIT dan resteert alleen nog een maandelijks tekort op bijstandsniveau van 4 euro. Armoedeval scenario 2 met energietoeslag Doordat bij alle situaties het inkomen in gelijke mate toeneemt is over de hele linie voor de armoedeval een vergelijkbare conclusie als in paragraaf 4.1.2 te maken. Met als gevolg dat de lijnen en de hellingshoeken gelijk zijn maar iets hoger in de figuren liggen. Figuur 2: Ontwikkeling saldo naar inkomensniveaus met energietoeslag (excl. IIT)

20 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

5. Conclusies en aanbevelingen Dit hoofdstuk beschrijft, naar aanleiding van de resultaten in de vorige hoofdstukken, de conclusies. Daarnaast worden er verschillende adviezen gegeven voor de aanpassing van regelingen in het kader van minimabeleid van de gemeente Best.

5.1 Bestedingsruimte en armoedeval In de gemeente Best kunnen bijna alle onderzochte huishoudens de maandbegroting rond krijgen, ook wanneer rekening wordt gehouden met kosten voor sociale participatie. Dit is opvallend gelet op de sterk gestegen prijzen het afgelopen jaar. De landelijke lastenverlichting die is doorgevoerd in 2023 (zie paragraaf 3.1) doet hier zijn werk in combinatie met het gemeentelijke minimabeleid. Dat geldt mogelijk niet voor huishoudens met hogere kosten dan waar we in dit onderzoek rekening mee hebben gehouden. Bijvoorbeeld huishoudens met een combinatie van een hogere huur en een onzuinige woning. Zij worden extra geraakt door de hoge energieprijzen terwijl de compensatie voor hen niet veel hoger is dan voor huishoudens met een energiezuinige woning. Daarnaast moet in het oog gehouden worden dat een aantal regelingen, die in dit onderzoek zijn meegenomen, tijdelijk van aard zijn. De stijging van het kindgebonden budget is niet structureel en mogelijk die van de zorgtoeslag niet. Het vooruitzicht voor huishoudens met een laag inkomen is daarom nog met de nodige onzekerheid omgeven. Het zijn juist de huishoudens met een laag inkomen die het meest afhankelijk van deze toeslagen en ondersteuningen. Vaak gecombineerd met het gegeven dat aanvragers vooraf een inschatting moeten maken van hun jaarinkomen en zelf wijzigingen daarover moeten doorgeven.

Veel mensen vinden dit lastig en vergeten dit, met alle financiële gevolgen van dien. Tenslotte blijft er grote onzekerheid over het verloop van alle prijzen dit en komend jaar. Weten waar je financieel aan toe bent, is nodig om te kunnen begroten en uit te kunnen rekenen hoeveel budget er is voor andere uitgavenposten. Hogere inkomens hebben meer ruimte in hun begroting om te kunnen schuiven met uitgavenposten en hebben vaker een buffer om op terug te vallen. Iets wat huishoudens met een laag inkomen vaker niet hebben. Welke huishoudens hebben het moeilijk? Paren met twee oudere kinderen kunnen zonder energietoeslag op geen van de drie onderzochte inkomensniveaus de basisuitgaven, inclusief sociale participatie, bekostigen, ook niet als zij recht hebben op de Individuele Inkomenstoeslag. De belangrijkste oorzaak van dit tekort ligt in het feit dat paren de kosten voor twee volwassenen moeten dragen. Ter vergelijking, een eenoudergezin ontvangt 70 procent van de norm voor een paar plus de alleenstaande ouderkop vanuit het kindgebonden budget, wat samen neerkomt op ongeveer 90 procent van de norm. De extra inkomsten voor paren (van ongeveer 10 procent) ten opzichte van het eenoudergezin wegen vaak niet op tegen de kosten voor een extra volwassene aan bijvoorbeeld voeding, kleding en de zorgverzekering. Daarnaast drukken met name oudere kinderen sterk op de begroting.

Deze kosten worden niet volledig gecompenseerd door (leeftijdsafhankelijke) kindgebonden toeslagen.

Minima-effectrapportage gemeente Best 2023| 21

Bovengenoemde factoren vinden hun oorsprong in het Rijksbeleid. Gemeenten kunnen via het eigen beleid de gevolgen hiervan repareren. De gemeente Best heeft al een aantal goede beleidskeuzes gemaakt om de bestedingsruimte voor paren met kinderen te verruimen, zoals de collectieve zorgverzekering, de Meedoenregeling en de vergoedingen vanuit Stichting Leergeld. Dit geldt zeker voor alle regelingen alsook de energietoeslag wordt meegenomen. In scenario 2 (inclusief energietoeslag) hebben paren met oudere kinderen alleen nog een tekort op bijstandsniveau. Op de andere inkomensniveaus kan dit huishouden de minimale begroting rond krijgen mits aan alle drie de voorwaarden wordt voldaan. Armoedeval In de gemeente Best heeft alleen de alleenstaande met twee jonge kinderen te maken met een situatie die vergelijkbaar is met een armoedeval. Het saldo neemt nauwelijks toe met de stijging van het inkomen, het huishoudens heeft bij 110 procent 2 euro meer te besteden dan op bijstandsniveau. Werken bij dit inkomen loont voor dit huishouden nauwelijks. De extra inkomsten wegen niet op tegen de kosten van de kinderopvang en de werkgerelateerde kosten waarmee dit huishouden te maken heeft. Dit huishouden heeft duidelijke voordeel van een uitstroompremie.

5.2 Aannames en aanbevelingen De berekening van de bestedingsruimte van de voorbeeldhuishoudens in dit onderzoek is gebaseerd op een drietal voorwaarden. 1. Men moet zeer goed met geld kunnen omgaan; 2. Men moet alle inkomensondersteuning aanvragen waar men recht op heeft; 3. Men moet niet of zeer beperkt te maken hebben met persoonlijk onvermijdbare uitgaven. Dit geldt voor bijvoorbeeld huishoudens met een hogere huur dan hier opgenomen, en voor mensen met een noodgedwongen hogere energierekening, bijvoorbeeld omdat er sprake is van een slecht geïsoleerde woning. De conclusies van dit rapport moeten met die voorwaarden in het achterhoofd geïnterpreteerd worden. Kijkend naar de voorwaarden kan gesteld worden dat er heel veel verwacht wordt van huishoudens met een laag inkomen. Het gaat dus eigenlijk om de meest ideale situatie. Het Nibud adviseert de gemeente Best om actief de betreffende huishoudens te (blijven) helpen om aan deze drie voorwaarden te kunnen voldoen. Om het voor huishoudens makkelijker te maken om aan de drie voorwaarden van dit onderzoek te kunnen voldoen volgen hieronder een aantal aanbevelingen. Stimuleer goed financieel beheer Om rond te kunnen komen van een minimuminkomen is een goed financieel beheer van het huishouden noodzakelijk. Men reserveert om zo nodig grote uitgaven te kunnen doen voor de vervanging van de inboedel.

We gaan ervan uit dat het huishouden niet leent, zodat er niet nog extra kosten van rente en aflossing bijkomen. Veel huishoudens die van een minimum inkomen moeten rondkomen, voeren een goed financieel beheer, maar een deel ook niet. Voor deze huishoudens is het aan te bevelen cursussen, begeleiding of budgetcoaching te organiseren, het liefst in samenwerking met lokale organisaties. Verminder niet-gebruik regelingen De financiële positie van de onderzochte voorbeeldhuishoudens in Best is over het algemeen goed als alle regelingen waarop men recht heeft ook worden aangevraagd!

22 | Minima-effectrapportage gemeente Best 2023

Uit diverse onderzoeken2 blijkt echter dat dit niet altijd gebeurt en dat er een behoorlijke mate van niet-gebruik is. Voor de groep die niet alle regelingen gebruikt waarop recht is, geldt dat de bestedingsruimte in deze rapportage lager is. Het Nibud adviseert dan ook in het beleid sterk de nadruk te leggen op het verminderen van niet-gebruik. Bijvoorbeeld door gerichte communicatie te stimuleren met hulp van verschillende lokale organisaties, waaronder ook die in de gezondheidzorg. En zorg voor eenvoudige procedures met betrekking tot toekenning, bijvoorbeeld door aanvragen te combineren. Het niet-gebruik is vooral groot onder werkenden. Dat versterkt de armoedeval. In de handreiking Het beter bereiken van werkende armen3 staan suggesties om het nietgebruik van voorzieningen door werkenden tegen te gaan. Help energielasten verlagen Wonen in een huis met een slecht energielabel veroorzaakt persoonlijk onvermijdbare uitgaven. De afgelopen periode zijn de energielasten sterk gestegen. Het kabinet heeft de gevolgen voor huishoudens gedempt met het prijsplafond op de energietarieven en de tijdelijke energietoeslag. Het Nibud adviseert om voor huishoudens met een hoger inkomen, die vanwege de hoge energieprijzen moeite hebben met rondkomen, de mogelijkheid van bijzondere bijstand open te houden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13884354/1