24010.8 - Bijlage 4 bij toelichting - Watertoets Veldweg 6 Best
Tekst van het document
Watertoets ter plaatse van de Veldweg 6 te Best
Pagina 3 van 22
Archiefexemplaar van BL23-15468
- BP Naastenbest en Dijkstraten-zuid, herziening naast Veldweg 4 en 6 Best, (bijlage 4 toelic
Titel
Watertoets ter plaatse van de Veldweg 6 te Best
Opdrachtgever
Initiatiefnemer
Adviesbureau
MILON bv Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel
Pagina 4 van 22
Titel:
Watertoets ter plaatse van de Veldweg 6 te Best
Status:
Definitief
Datum:
7 juni 2022
Opdrachtgever:
Initiatiefnemer
Projectnummer:
20211990
Auteur: Projectleider: Telefoonnummer: E-mail: Website:
Thomas van Engelen Thomas van Engelen 073-5477253 info@milon.nl www.milon.nl
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en/of MILON bv. Op al onze leveringen en diensten zijn de RVOI-2001 en de algemene aanvullende voorwaarden van MILON bv van toepassing. Beide sets algemene voorwaarden zijn te raadplegen en te downloaden via www.milon.nl/algemene-voorwaarden. MILON bv is gecertificeerd conform ISO 9001 en VCA**, voldoet aan niveau 3 op de CO2 prestatieladder en is erkend door het ministerie van IenW voor: ▪ BRL SIKB 1000 “Monsterneming voor partijkeuringen”, protocol 1001, 1002 en 1003; ▪ BRL SIKB 2000 “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek”, protocol 2001, 2002, 2003 en 2018; ▪ BRL SIKB 6000 “Milieukundige begeleiding van (water)bodemsaneringen, ingrepen in de waterbodem en nazorg” en protocol 6001 (processturing en verificatie).
Pagina 5 van 22
Inhoudsopgave 1. Inleiding .............................................................................................................................................. 7 1.1. Opdrachtverlening ............................................................................................................. 7 1.2. Aanleiding ............................................................................................................................. 7 1.3. Doel ......................................................................................................................................... 7 1.4. Betrouwbaarheid ................................................................................................................ 7 2. Onderzoekslocatie .......................................................................................................................... 8 2.1. Locatiegegevens ................................................................................................................. 8 3. Beleid watertoets ............................................................................................................................. 9 3.1. Rijksoverheid ...................................................................................................................... 10 3.2.
Provinciaal beleid ............................................................................................................. 12 3.3. Waterschapsbeleid .......................................................................................................... 13 3.4. Gemeentelijk beleid ........................................................................................................ 15 4. Waterhuishouding ........................................................................................................................ 15 4.1. Geohydrologie ................................................................................................................... 16 4.2 Overige aspecten ............................................................................................................. 17 5. Wateradvies ..................................................................................................................................... 18 5.1 Bevoegd gezag.................................................................................................................. 19 5.2 Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening ............................................. 19 6. Uitgangspunten en randvoorwaarden .................................................................................. 20 7.
Samenvatting en conclusies ...................................................................................................... 22
Bijlage 1. 2. 3.
Topografische overzichtskaart Voorlopige kavelindeling Boorprofielen
Pagina 6 van 22
1.
Inleiding
1.1.
Opdrachtverlening
Op 3 mei 2022 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Veldweg 6 te Best. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden.
1.2.
Aanleiding
De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door het voornemen tot ontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw.
1.3.
Doel
De watertoets heeft als doel om water als ordenend principe een rol te laten spelen bij ruimtelijke plannen en besluiten, door alle relevante waterhuishoudkundige aspecten vroegtijdig te betrekken bij de planvorming.
1.4.
Betrouwbaarheid
Het onderzoek is onafhankelijk uitgevoerd. MILON bv is geen eigenaar van de onderzoekslocatie en financieel niet gelieerd aan de opdrachtgever. Het onderzoek is met de grootst mogelijke nauwkeurigheid en conform de daarvoor opgestelde normen en richtlijnen uitgevoerd. MILON bv acht zich niet aansprakelijk voor eventueel hieruit voortvloeiende (financiële) schade.
Pagina 7 van 22
2.
Onderzoekslocatie
2.1.
Locatiegegevens
De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Best, sectie E, perceelnummer 5418 (gedeeltelijk). De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 1.280 m2. De locatie is in de huidige situatie onbebouwd en in gebruik als tuin. In figuur 1 en 2 zijn overzichtsfoto’s van de onderzoekslocatie weergegeven.
Figuren 1 en 2: Overzichtsfoto’s onderzoekslocatie in de richting van Schrappaardje (links) en in westelijke richting naar de Veldweg (rechts) (Bron: MILON bv) In onderstaande afbeelding wordt een luchtfoto van de onderzoekslocatie getoond.
Figuur 3 en 4: Ligging onderzoekslocatie (Bron: Google Maps)
Pagina 8 van 22
Overig terrein en omgeving De onderzoekslocatie ligt aan de rand van de bebouwde kom van Best in de buurt Dijkstraten. De locatie ligt ten oosten van de Veldweg en ten westen van de nieuwe straat Schrappaardje. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name woonhuizen met siertuin. Voormalig gebruik Volgens historisch topografisch kaartmateriaal is de onderzoekslocatie vanaf circa 1900 grotendeels in gebruik geweest als groen/tuin of braakliggend. Op dit moment is de locatie in gebruik als tuin en begroeid met gras. Ten oosten van de locatie is ten tijde van het opstellen van deze watertoets een woonwijk in aanbouw.
2.2. Ruimtelijk plan of voornemen De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door het voornemen tot ontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. De voorlopige kavelindeling is weergegeven in figuur 5 en in zijn geheel toegevoegd als bijlage 2.
Figuur 5: Voorlopige kavelindeling (bron: Janssen de Jong Projectontwikkeling) In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Gekeken naar het woningtype en de kavels is ingeschat dat circa 30% van de uitgeefbare grond in de toekomst verhard zal zijn. Tabel 1. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa)
Bebouwing
-
287
+287
Verharding
-
Onverhard
1.280
126 (inrit en parkeerplaatsen) 260 (30% van overig terrein) 607 (70% van overig terrein)
Totaal plangebied
1.280
1.280
+386 -673
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 673 m2. Pagina 9 van 22
-/-
3.
Beleid watertoets
De wetgeving en het beleidskader spelen een belangrijke rol in het doorlopen van de watertoetsprocedure. Uit de beleidsstukken van de overheden blijkt welke eisen en wensen ze hebben en welk belang ze hebben bij een goed beheersbaar watersysteem.
3.1.
Rijksoverheid
Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, waarmee een achttal wetten is samengevoegd tot één wet. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet richt zich op de zorg voor waterkeringen, waterkwantiteit, waterkwaliteit en waterfuncties (zoals de drinkwatervoorziening). De wet biedt de basis voor het stellen van normen ten aanzien van deze onderwerpen. Verder bevat de wet regelingen voor het beheer van water. Een belangrijk gevolg van de Waterwet is dat de huidige vergunningstelsels uit de afzonderlijke waterbeheerwetten worden gebundeld. Dit resulteert in één vergunning, de Watervergunning. Minstens zo belangrijk is dat zoveel mogelijk activiteiten onder algemene regels vallen. In de regel komt dit neer op een meldingsplicht in plaats van een vergunningenprocedure. Niet alles is in algemene regels vast te leggen en voor deze activiteiten in, op, onder of over watersystemen is er de watervergunning. De Wet gemeentelijke watertaken is onderdeel van de Waterwet.
In deze Wet heeft de gemeente de zorgplicht gekregen voor: • Het doelmatig inzamelen en verwerken van overtollig afvloeiend hemelwater; • Het doelmatig nemen van maatregelen in openbaar gebied om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. In de Wet milieubeheer is de derde zorgplicht voor de gemeente opgenomen. De gemeente dient zorg te dragen voor het inzamelen transporteren van stedelijk afvalwater.
Pagina 10 van 22
Wet ruimtelijke ordening en de watertoets De watertoets is per 1 november 2003 wettelijk verplicht (en vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening). De watertoets betekent dat ruimtelijke plannen (waaronder bestemmingsplannen) die vanaf deze datum ter inzage worden gelegd, voorzien moeten zijn van een waterparagraaf. Ruimtelijke plannen van de initiatiefnemer (bijv. gemeente of projectontwikkelaar) worden overlegd met de waterbeheerder. In de waterparagraaf geeft de initiatiefnemer aan welke afwegingen in het plan ten aanzien van water zijn gemaakt. Het is een toelichting op het doorlopen proces en maakt de besluitvorming ten aanzien van water transparant. In geval van locatiekeuzes en bij herinrichting van bestaand bebouwd gebied geeft de initiatiefnemer expliciet aan welke rol de kosten en risico's van verdroging, verzilting, overstroming en overlast hebben gespeeld bij de besluitvorming. De waterparagraaf grijpt zichtbaar terug op de afsprakennotitie en het wateradvies. Nationaal Waterprogramma 2022-2027 Het programma geeft een overzicht van de ontwikkelingen binnen het waterdomein en legt nieuw ontwikkeld beleid vast voor de periode 2022-2027 om te komen tot een duurzaam waterbeheer. Het Nationaal Waterprogramma richt zich op schoon, veilig en voldoende water dat klimaatadaptief en toekomstbestendig is.
Belangrijke punten uit het nationaal waterprogramma zijn: • Eerst vasthouden, dan bergen en dan pas afvoeren; • Hemelwater zo veel mogelijk afkoppelen, mits schoon (anders eerst zuiveren); • Uitbreiding van verhard oppervlak zo veel mogelijk compenseren met hectares oppervlaktewater. Met deze punten zal rekening gehouden worden bij de uitvoering van de plannen. Nationaal Bestuursakkoord Water Met het NBW-Actueel (2008) onderstrepen het Rijk, het Interprovinciaal Overleg, de Unie van Waterschappen en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten de gezamenlijke opgave om het watersysteem op zo kort mogelijke termijn en tegen de laagste maatschappelijke kosten op orde te brengen en te houden. Samenwerken is de rode draad van het geactualiseerde Nationaal Bestuursakkoord. Een actualisatie van het Nationaal Bestuursakkoord Water (NBW) uit 2003 komt voort uit de invoering van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW), de noodzaak tot het aanscherping van een aantal begrippen en het beschikbaar komen van nieuwe klimaatscenario's. Ook is een nieuwe fase aangebroken in het samenwerkingsproces, waarbij het zwaartepunt verschuift van planvorming naar uitvoering. Het NBW is een uitwerking van de uitvoering van waterbeleid 21e eeuw (WB21) en de KRW. De belangrijkste doelen en taken zijn: • het teveel (overlast) of tekort (onderlast) aan water aanpakken; • verbetering van de waterkwaliteit.
Pagina 11 van 22
3.2.
Provinciaal beleid
Regionaal Water en Bodem Programma Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 (RWP) is de strategische basis voor het Brabantse water- en bodembeleid en -beheer voor de korte en de lange termijn, rekening houdend met Europese, landelijke, provinciale en regionale doelen, duurzaamheid en klimaatveranderingen. Het Regionaal Water en Bodem Programma 2022–2027 integreert de milieu- en de wateropgave. Doel van dit nieuwe RWP is: een klimaatadaptief Brabant met veilig, schoon en voldoende water en een vitale bodem. Deze opgaven zijn ook van belang voor vrijwel alle andere provinciale opgaven: wonen en werken, infrastructuur en mobiliteit, landbouw en voedsel, natuur en biodiversiteit, erfgoed, een concurrerende en duurzame economie, en de energietransitie. De ambitie van het RWP luidt: ‘Brabant heeft in 2050 een klimaatbestendig en veerkrachtig water- en bodemsysteem en is bestand tegen extremen’. Om deze ambitie te bereiken werkt het RWP 5 beleidsopgaven uit: 1. Voldoende water (o.a. Europese KRW-doelen); 2. Schoon water (o.a. Europese KRW-doelen); 3. Waterveiligheid; 4. Vitale bodem; 5. Klimaatadaptatie Interim Omgevingsverordening De Interim Omgevingsverordening vervangt onder meer de Verordening ruimte, Verordening water en Provinciale milieuverordening.
In de Interim Omgevingsverordening staan regels waarmee een gemeente rekening moet houden bij het ontwikkelen van bestemmingsplannen. Zo zijn er de waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden in opgenomen en worden gebieden aangewezen als reserveringsgebied voor waterberging. Deze gebieden worden ingezet om wateroverlast uit regionale watersystemen (beken, waterlopen) tegen te gaan. Voorts zijn normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Ook zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen. Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen worden beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning. Verordening water Noord-Brabant In de Provinciale verordening water Noord-Brabant heeft de provincie normen opgenomen voor regionale waterkeringen, wateroverlast, de beoordeling van de waterveiligheid, afspraken over het beheer van wateren, waterwegen en waterkeringen, peilbesluiten en planvorming. Provinciale milieuverordening Noord-Brabant (PMV) In de Provinciale milieuverordening Noord-Brabant 2010 (PMV) zijn milieuregels opgenomen die het drinkwater moeten beschermen.
Het grondwater rond de Brabantse drinkwaterwinningen wordt beschermd met speciale zones, waarbinnen bepaalde activiteiten beperkt of niet zijn toegestaan zonder vergunning.
Pagina 12 van 22
3.3.
Waterschapsbeleid
Waterbeheerprogramma: Water als basis voor een toekomstbestendige leefomgeving (2022-2027) Het water- en bodemsysteem is onontbeerlijk voor een gezonde en leefbare ruimtelijke inrichting van Noord-Brabant. Meer dan ooit is het belangrijk om rekening te houden met het concept van de lagenbenadering om een toekomstbestendige leefomgeving te waarborgen. Door klimaatverandering en ruimtelijke druk, staat immers de veerkracht van het water en bodemsysteem onder druk. De lagenbenadering beschrijft de ruimte in drie lagen. De eerste laag bestaat uit de fysieke ondergrond, het water- en bodemsysteem. De tweede laag bevat netwerken van infrastructuur met onder meer wegen, spoorlijnen en waterwegen. Tot slot de derde laag met de menselijke activiteiten zoals wonen, werken en recreëren en de fysieke neerslag daarvan. Ruimtelijke planning en gebiedsontwikkeling is een proces waarin continu keuzes worden gemaakt. De lagenbenadering helpt in dit keuze- en afwegingsproces en dient als kwaliteitskader voor alle (ruimtelijke) plannen. Elke laag draagt bij aan de ontwikkeling. De lagenbenadering betekent wel dat een onderliggende laag voorwaarden stelt aan andere lagen. Zeker vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling zijn veerkracht en omkeerbaarheid van ingrepen belangrijke gegevenheden.
Met het Waterbeheerprogramma 2022-2027 start Waterschap De Dommel met de ‘watertransitie’; op weg naar een toekomstbestendige waterhuishouding. Uiterlijk in 2050 is de waterhuishouding in het hele beheergebied toekomstbestendig. Dit betekent een waterhuishouding die in een goede waterkwaliteit voorziet. En een waterhuishouding die robuust, wendbaar en in balans is met de omgeving. Zowel in het bebouwde als het landelijke gebied en van de beekdalen tot en met de hoge zandruggen. Het grond- en oppervlaktewatersysteem kan de grotere weersextremen opvangen door maximaal gebruik te maken van de dempende sponswerking van de bodem/ondergrond en de natuurlijke hoogteverschillen voor het vasthouden van water. Het waterschap hanteert drie principes die inhoudelijke sturing geven aan de watertransitie: • Elke druppel vasthouden en infiltreren waar deze valt • Functies passen zich aan het bodem- en watersysteem aan • Wat schoon is moet schoon blijven Het waterschap, nog meer dan voorheen, aanpassen aan de veranderende leefomgeving en op zoek gaan naar nieuwe oplossingen en antwoorden. Juist de voor Midden-Brabant zo karakteristieke verwevenheid van bebouwing, landbouw en natuur is een kans om de wateropgaven slim in te passen. Dit vereist een integrale, gebiedsgerichte aanpak samen met alle partijen.
Een gebiedsgerichte aanpak is alleen succesvol als naast de wateropgaven ook de opgaven vanuit natuur, stikstof, economie, landbouwtransitie, energietransitie, biodiversiteit, mobiliteit en woningbouw onderdeel van de aanpak zijn. Niet sectoraal, maar integraal. Alleen dan gaat het waterschap oplossingen vinden voor een leefbaar Midden-Brabant met een duurzaam en toekomstbestendig watersysteem dat goed is voor inwoners, bedrijven, landbouw en natuur. De grote uitdaging zit hem vooral in de vraag hoe het waterschap dit gaan bereiken. Meer dan voorheen gaat het waterschap daarbij: ▪ van beekdalgericht naar gebiedsgericht; onze aandacht gaat naast het beekdal ook uit naar de flanken, de hoge zandruggen en bebouwd gebied. ▪ van sectoraal naar integraal; samen met overheden en gebiedspartners maken zij keuzes over meerdere opgaven in een gebied. ▪ van water afvoeren naar elke druppel telt; maximaal water conserveren, minder grondwater gebruiken en slimmer sturen.
Pagina 13 van 22
Keur Waterschap Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel 2015 De waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel hebben nieuwe waterregels vastgesteld. De Keur kent gebods- en verbodsbepalingen die erop gericht zijn watergangen te beschermen. Zo is het in bepaalde gevallen verboden om zonder vergunning water te lozen of te onttrekken aan oppervlaktewater. Ook legt de Keur in sommige gevallen aan burgers een onderhoudsverplichting op. Daarnaast mag men zonder Keurontheffing geen activiteiten ontplooien of bouwwerken plaatsen die het onderhoud aan watergangen kunnen belemmeren. Dit betekent dat voor bepaalde activiteiten nabij watergangen of met mogelijke invloed op watergangen een ontheffing bij het waterschap moet worden gevraagd. De Keur van het waterschap is enkel van toepassing wanneer direct wordt geloosd naar een oppervlaktelichaam in beheer en eigendom van het waterschap. De Keur is een verordening waarin staat wat wel en niet mag rond watergangen, dijken en grondwater. Voor veel zaken hoeven burgers en bedrijven geen vergunning meer aan te vragen. Een melding aan het waterschap volstaat. Alle ingrepen welke een grote impact hebben op belangrijke watergangen en keringen blijven vergunningplichtig. Vanaf 1 maart 2015 geldt de nieuwe keur in de drie waterschappen.
Het doel van de regels is om de wateraanvoer en waterafvoer te waarborgen, Noord-Brabant te beschermen tegen overstromingen en de gevolgen van droogte te beperken. In de Keur is een Algemene Regel is een gevoeligheidsfactor opgenomen. Afhankelijk van kenmerken van het beïnvloedingsgebied wordt een gevoeligheidsfactor toegepast. Naarmate de gevoeligheid van een gebied of oppervlaktewatersysteem voor de gevolgen van piekafvoeren lager is, is minder compensatie nodig. Er worden drie waarden voor de gevoeligheidsfactor gehanteerd: ¼, ½ en 1. Het is gezien het globale karakter van de toets niet zinvol hier meer detail in aan te brengen. Welke gevoeligheidsfactor van toepassing is, kan worden afgelezen van de Kaart Algemene Regel afvoer regenwater door verhard oppervlak 2015 (De gevoeligheidsfactoren worden alleen bij de Algemene Regel toegepast. Bij de toepassing van de Beleidsregel (vergunningen) wordt niet gewerkt met een gevoeligheidsfactor maar wordt maatwerk geleverd om de retentie-eis te bepalen.). Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater. De drie Brabantse waterschappen, Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt.
Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. De beleidsterm ‘hydrologisch neutraal’ heeft dan ook vooral betrekking op het zo veel mogelijk (binnen de ontwikkeling) neutraliseren van de negatieve hydrologische gevolgen van (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen in ruimte en tijd. De ontwikkeling mag geen hydrologische achteruitgang aan de randen van het plangebied ten opzichte van de referentiesituatie tot gevolg hebben: • Er is geen (onvertraagd) toename van de waterafvoer op de rand van het plangebied; • Er mogen geen veranderingen van oppervlaktewaterstanden optreden op de grens van het plangebied en daarbuiten (tenzij veranderingen gewenst zijn); • Er mag geen overlast optreden door extreme neerslag gebeurtenissen. De voorkeursvolgorde bij het nemen van maatregelen tegen wateroverlast gaan uit van het principe water vasthouden dan wel hergebruiken, water bergen en als laatste pas water afvoeren. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er Pagina 14 van 22
relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd. De grenswaarde in de algemene regels voor het compenseren van nieuw verhard oppervlak is aangepast van 2.000 m 2 naar 500 m2.
3.4.
Gemeentelijk beleid
Bij de uitvoering van haar watertaken dient de gemeente Best zich te houden aan de wettelijke kaders en beleidslijnen. De manier waarop de gemeente Best invulling geeft aan deze kaders en beleidslijnen vraagt om een beleidsmatige verankering. Binnen het water- en rioleringsplan (WRP) wordt de reeds ingeslagen weg voortgezet waarbij in het bijzonder in zal worden gezet op de thema’s; klimaatadaptatie, waterbeleving/natuur, maatschappelijke ontwikkeling en samenwerking met onze waterpartners. Het WRP is een beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. Door middel van het WRP legt de gemeente vast wat zij wil bereiken en wat de rol van inwoners en bedrijven is ten aanzien van afval-, hemel-, en grondwater. Het WRP vervult hiermee vier hoofdfuncties: 1. Kader gemeentelijke zorgplichten overzicht beleidskeuzes ten aanzien van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater. 2. Interne afstemming met andere vakdisciplines binnen de gemeentelijke organisatie. 3. Externe afstemming met de waterpartners en de relatie met inwoners en bedrijven. 4. Continuïteit en voortgangsbewaking vanwege de relatief lange levensduur van stedelijke water voorzieningen is een lange termijn aanpak essentieel (begroting en evaluatie).
De onderstaande aandachtspunten benoemd: • Verdere integratie vGRP en Waterplan; • Klimaatadaptatie; • Kennisoverdracht en kwetsbaarheid; • Waterbeleving en Natuur; • Maatschappelijke ontwikkelingen; • Samenwerking met de waterpartners en maatschappelijke organisaties. Op basis van het wettelijke kader en de voorgaande speerpunten zijn onderstaande prestatie indicatoren voor het stedelijke waterbeheer in de gemeente Best gesteld: 1. Bescherming volksgezondheid; 2. Voorkomen van belasting van het milieu; 3. Voorkomen wateroverlast; 4. Voorkomen grondwateroverlast; 5. Zorg dragen voor voldoende buffering en afvoermogelijkheden.
Pagina 15 van 22
4.
Waterhuishouding
Om de waterbelangen in een zo vroeg mogelijk stadium in beeld te hebben heeft het waterschap de Watertoets ontwikkeld. In het kader van het watertoetsproces worden hierbij de relevante en beschikbare wateraspecten bekeken.
4.1.
Geohydrologie
Globale hoogteligging De onderzoekslocatie heeft een globale hoogteligging van 15,4 m+NAP. Op figuur 6 is te zien dat er nagenoeg geen hoogteverschil aanwezig is.
15,5 m
15,4 m
15,6 m
15,4 m 15,4 m
15,4 m
Figuur 6. Hoogteverschil onderzoekslocatie (bron: Ahn) Regionale bodemopbouw De gegevens van de bodemopbouw zijn verkregen van DINOloket (uitgifte portaal van TNO, Geologische Dienst Nederland). Vanaf maaiveld tot circa 29,1 m-mv bestaat de bodem uit de formatie van Boxtel (zand, zeer fijn tot zeer grof, lokaal kleiig, grindig of humeus; leem, lokaal zandig, lokaal humeus; klei,
Pagina 16 van 22
siltig tot zandig; veen, klei). Hieronder is de formatie van Sterksel (zand, matig fijn tot uiterst grof, lokaal grindig; grind, lokaal zandig; klei, lokaal siltig tot zandig) aanwezig. Geohydrologie Naar opgave van de provincie Noord-Brabant ligt het onderzoeksgebied niet in een grondwaterbeschermingsgebied. Op de onderzoekslocatie wordt voor zover bekend geen grondwater onttrokken. Het aanwezig zijn van ongeregistreerde onttrekkingen in de directe omgeving is niet bekend en wordt derhalve niet uitgesloten. Kwel en infiltratie In de Digitale Wateratlas is te herleiden dat er op de locatie sprake is van enige wegzijging (0,1-0,5 mm/dag). Oppervlaktewater in de omgeving Uit de vastgestelde legger is af te lezen dat de locatie nabij A-watergang DO110_HO03b (ten westen van de Ringweg) en (voormalige) B-watergang OWL40594_HO1 (ten noorden van de onderzoekslocatie) is gelegen. Zie hiervoor ook de onderstaande uitsneden van de Vastgestelde Legger Waterstaatswerken 2021 Waterschap De Dommel in figuur 7 en 8.
Figuur 7 en 8. Ligging onderzoekslocatie (Bron: Vastgestelde Legger Oppervlaktewater Waterschap De Dommel)
Regenwater en overige neerslag Het plangebied is gelegen in het noordelijke deel van Best. Hemelwater dat op de onderzoekslocatie valt, infiltreert in het onverharde terreindeel. Voor zover bekend is er doorgaans geen sprake van wateroverlast op of in de omgeving van de onderzoekslocatie. Gemiddelde grondwaterstand De gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) wordt aangegeven in de Klimaateffectatlas op 1,5-2,0 mmv. de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) wordt aangegeven op >2,0 m-mv.
4.2
Overige aspecten
Afvalwater Binnen het plangebied komt in de huidige situatie geen afvalwater vrij. Voor de toekomstige bebouwing zal nieuwe riolering aangelegd moeten worden. Pagina 17 van 22
Bodemkwaliteit Op 11 mei 2022 heeft MILON bv een bodemonderzoek uitgevoerd op de onderzoekslocatie. Uit het uitgevoerde bodemonderzoek kan het volgende worden geconcludeerd: Zintuiglijk zijn geen bodemvreemde bijmengingen waargenomen of waarnemingen gedaan die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de boven- en ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond. In het grondwater is barium licht verhoogd aangetoond. Door de aangetoonde licht verhoogde bariumconcentratie in het grondwater dient de hypothese formeel verworpen te worden. Echter, omdat het naar alle waarschijnlijkheid een verhoogde achtergrondconcentratie betreft wordt de hypothese alsnog aangenomen. Het onderzoek heeft geleid tot een goed beeld van de bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Er is ten hoogste een licht verhoogde waarde aangetoond. Aanvullend of nader bodemonderzoek is niet noodzakelijk. Op basis van de onderzoeksresultaten zien wij geen belemmeringen voor de voorgenomen bouwplannen. Om een indruk te geven van de lokale grondopbouw zijn de boorprofielen uit het onderzoek opgenomen als bijlage 3.
Pagina 18 van 22
5.
Wateradvies
5.1
Bevoegd gezag
Volgens het beleid van waterschap De Dommel dient, in bepaalde gevallen, de benodigde compensatie te worden berekend.
5.2
Dimensionering infiltratie of bergingsvoorziening
De watertoets wordt uitgevoerd in verband met de voorgenomen woningbouw op de onderzoekslocatie. In de toekomstige situatie zal de verhardingssituatie veranderen. De hemelwatervoorziening dient dan ook aangepast te worden aan de nieuwe inrichting. In de hemelwatervoorziening wordt het hemelwater afkomstig van het terrein geborgen. Tabel 2. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa) +287
Bebouwing
-
287
Verharding
-
Onverhard
1.280
126 (inrit en parkeerplaatsen) 260 (30% van overig terrein) 607 (70% van overig terrein)
Totaal plangebied
1.280
1.280
+386 -673 -/-
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 673 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 40 m3 (673 m2 x 0,06 x 1). Gezien de ruimtelijke indeling van de percelen zal er in de toekomstige situatie voldoende ruimte beschikbaar zijn om invulling te geven aan de bergingseis. Gedacht kan worden aan het graven van bijvoorbeeld een wadi, vijver of greppel. Door het aanleggen van bijvoorbeeld een van de bovengenoemde voorzieningen wordt invulling gegeven aan de bergingseis van het waterschap en hydrologisch neutraal ontwikkelt.
Pagina 19 van 22
6.
Uitgangspunten en randvoorwaarden
Hierna worden de overige uitgangspunten aangegeven voor de infiltratie- of bergingsvoorziening. Wateroverlast Om wateroverlast op de locatie en de omgeving te voorkomen moet men rekening houden met: ▪ het afstromende hemelwater wordt zoveel mogelijk oppervlakkig (bovengronds) naar de infiltratie- of bergingsvoorziening afgevoerd; ▪ wateroverlast ter plaatse van de toekomstige bebouwing wordt mede voorkomen door een drempelhoogte van enkele decimeters boven maaiveld. Hemelwater zal zo in geen geval de panden instromen; ▪ indien wenselijk dient een overstortvoorziening naar het riool of oppervlaktewater opgenomen te worden om overlast te voorkomen tijdens extreem weer. Milieuhygiënische voorwaarden Om neerslag die van de daken en overige verharde oppervlakken afstroomt te mogen infiltreren/bergen, dient onder meer aan de volgende voorwaarden te worden voldaan: ▪ vereist is de toepassing van niet-uitloogbare bouwmaterialen als kunststoffen en geen zink, lood, koper of asfalt. Staal, aluminium en zink voorzien van een duurzame coating kan wel worden toegepast. Hierbij ontstaan geen verhoogde concentraties verontreinigende stoffen (DuBomaatregelen); ▪ neerslag van (afgekoppelde) verhardingen zoals opritten en/of terrassen bij woningen mag niet verontreinigd zijn met chemische bestrijdingsmiddelen, olie, agressieve reinigingsmiddelen of andere verontreinigende stoffen.
Bij de communicatie met de toekomstige bewoners van het plangebied moet duidelijk worden gewezen op de risico’s van het toepassen van chemicaliën en dergelijke, en de gevolgen van het niet naleven van deze regels; ▪ het is nooit toegestaan afvalwater in de bodem te infiltreren of via infiltratievoorzieningen in de bodem te lozen. Onderhoud en vervuiling Om de werking van de infiltratie- of bergingsvoorziening in stand te houden dient men rekening te houden met: ▪ regelmatig onderhoud van de aanvoer- en afvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren; ▪ het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Het is niet wenselijk tijdens gladheid door bevriezing of sneeuwval zout en dergelijke gladheidbestrijdingsmiddelen op de bestrating en parkeerplaatsen e.d. toe te passen. Een alternatief kan zand zijn; ▪ Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat bv.
het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool (DWA-riool) moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd. ▪ het is aan te bevelen de kwaliteit van de te lozen neerslag (in de loop van de tijd) te monitoren. Pagina 20 van 22
Communicatie Het is belangrijk om een grote betrokkenheid van de (aanstaande) gebruikers/eigenaren op te bouwen ten aanzien van de waterhuishouding en het milieu. Zo zal uitgelegd moeten worden waarom geen auto’s mogen worden gewassen op de parkeerplaatsen (ook privé plaatsen), geen chemische onkruidbestrijdingsmiddelen mogen worden toegepast en geen zout gebruikt wordt bij gladheidbestrijding et cetera. Ook het in stand houden en onderhoud van de voorzieningen zijn essentiële aandachtspunten, in het bijzonder voor de eigenaren/gebruikers van het plangebied. Een en ander zal in een zo vroeg mogelijk stadium met de eigenaren/gebruikers moeten worden besproken. Ook de juridische aspecten van afkoppelen en wat erbij komt kijken, moeten helder naar eigenaren en gebruikers worden gecommuniceerd en op schrift worden gesteld. Verantwoordelijkheden moeten vooraf worden vastgelegd.
Pagina 21 van 22
7.
Samenvatting en conclusies
Op 3 mei 2022 heeft MILON bv te Veghel schriftelijk opdracht gekregen van de initiatiefnemer, voor het uitvoeren van een watertoets. De onderzoekslocatie is gelegen ter plaatse van de Veldweg 6 te Best. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Onderzoekslocatie De onderzoekslocatie is kadastraal bekend als gemeente Best, sectie E, perceelnummer 5418 (gedeeltelijk). De oppervlakte van de gehele locatie bedraagt circa 1.280 m2. De locatie is in de huidige situatie onbebouwd en in gebruik als tuin. De onderzoekslocatie ligt aan de rand van de bebouwde kom van Best in de buurt Dijkstraten. De locatie ligt ten oosten van de Veldweg en ten westen van de nieuwe straat Schrappaardje. De omgeving wordt rondom gekenmerkt door met name woonhuizen met siertuin. Ten oosten van de locatie is een woonwijk in aanbouw. Watertoets De aanleiding voor het uitvoeren van de watertoets wordt gevormd door het voornemen tot ontwikkeling van de locatie ten behoeve van woningbouw. In onderstaande tabel is weergegeven hoe de verhardingssituatie er in de huidige en toekomstige situatie uitziet. Tabel 3. verhardingssituatie huidige en toekomstige situatie Huidige m2 (circa)
Toekomstig m2 (circa)
Verschil m2 (circa) +287
Bebouwing
-
287
Verharding
-
Onverhard
1.280
126 (inrit en parkeerplaatsen) 260 (30% van overig terrein) 607 (70% van overig terrein)
Totaal plangebied
1.280
1.280
+386 -673 -/-
De ontwikkeling op de locatie heeft, zoals blijkt uit de tabel, tot gevolg dat het verhard oppervlak toeneemt met circa 673 m2. Gezien er nieuwbouw gerealiseerd gaat worden stelt het bevoegd gezag dat dit op hydrologisch neutrale manier ontwikkeld dient te worden en er eveneens compenserende voorzieningen dienen te worden gerealiseerd. Voor het toekomstige verhard oppervlak wordt de vereiste compensatie berekend door het toekomstige verhard oppervlak (m2) te vermenigvuldigen met een waterschijf van 60 mm (0,06 m) en met de plaatselijke gevoeligheidsfactor (1). Daaruit volgt de omvang van de vereiste compensatie in kubieke meters (m3). De benodigde compensatie bedraagt 40 m3 (673 m2 x 0,06 x 1). Gezien de ruimtelijke indeling van de percelen zal er in de toekomstige situatie voldoende ruimte beschikbaar zijn om invulling te geven aan de bergingseis. Gedacht kan worden aan het graven van bijvoorbeeld een wadi, vijver of greppel. Door het aanleggen van bijvoorbeeld een van de bovengenoemde voorzieningen wordt invulling gegeven aan de bergingseis van het waterschap en hydrologisch neutraal ontwikkelt. Pagina 22 van 22
Bijlagen
Bijlage 1
Topografische overzichtskaart met ligging onderzoekslocatie
Deze kaart is noordgericht
Ligging onderzoekslocatie
Bijlage 2
5140
Veldw
2813
451
22
eg
Bijlage 1: tekening "Verkochte", d.d. 18-05-2011
24
5225 5226 5227 5139
5228
5229 5160
18
16
14
5249 514 Ve ldw
5248
eg
5167 5247
5246 10
5245 8
5168 6550 m2
5107
5035 78
76A
74
76
4209
eg
1025
tsew
cho
Oirs
687 686
18
1026 16
14
1029
938
924 56
58
54
922
790
6160
926
927
57
984
929 972 973 8
ip
59
2
nd va
20 m
10
6228 1610
928
ar
isp
u Kr
51 53
il Ph
40
0m
49
g
e kw
9
36 38
62456244 6243 2 6246 4 6247 6 6248 8 6249 10 6253 6251625014 12 6252 16 6254 6260 6255 18 6256 1611 6257 1612 1613
923
23
g we om 2 tbo
5589
1028
1027
60
hu
4613
77A 79
690
688
Sc
5588
77B
691 684
67
20
5081 5137
5038
77
689
63
5037
57 57A
59
65
5275
5203
60
61
5185 80 82
5189
62
68
5034 84
88
8
5209
5212 5334 64 5210 66
5064
5187
51
5169
4
g
5036
56
521
dwe
5041
4
Veldweg
Ringweg
Vel
5165
5123
6
3
5335
5211
4204 2500 m2
5148
5164
420
5258
100 m
er tr
Voor een eensluidend uittreksel, EINDHOVEN, 7 juni 2010 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Schaal 1:2000
s es
25
Deze kaart is noordgericht Perceelnummer Huisnummer Kadastrale grens Voorlopige grens Bebouwing Overige topografie
Go
12345
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
BEST E 5164
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 3
Projectnaam:
Veldweg 6
Plaatsnaam:
Best
Projectcode:
20221521
Projectleider:
Onno Schel
Pagina:
1 van 2
Boring 01
Boring 02
Datum: 11-5-2022 Veldwerker:
Datum: 11-5-2022
Wesley Deenen
Veldwerker: 0
0
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
Wesley Deenen
gras
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, neutraalbruin, Edelmanboor
1
50
2
2
60
Zand, matig fijn, zwak siltig, neutraalbeige, Edelmanboor
3
100
100
100
Klei, uiterst siltig, resten roest, neutraal oranjegrijs, Edelmanboor
3 120
Zand, matig fijn, zwak siltig, donkerbruin, Edelmanboor 150
4
4
150
150
Klei, uiterst siltig, sporen roest, neutraalgrijs, Edelmanboor
5 5 200
200 210
Klei, uiterst siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
250
280
Klei, sterk siltig, matig humeus, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
300
350
400
400
Zand, zeer fijn, matig siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor
450
gras
450
200
Projectnaam:
Veldweg 6
Plaatsnaam:
Best
Projectcode:
20221521
Projectleider:
Onno Schel
Pagina:
2 van 2
Boring 03
Boring 04
Datum: 11-5-2022 Veldwerker:
Datum: 11-5-2022
Wesley Deenen
Veldwerker: 0
0
50
Datum: 11-5-2022
Wesley Deenen
Veldwerker: 0
0
0
0
50
50
Wesley Deenen
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
Boring 07
Boring 08
Datum: 11-5-2022
Datum: 11-5-2022
Wesley Deenen
Veldwerker: 0
0
50
Wesley Deenen
gras
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
50
Boring 06
Datum: 11-5-2022
Veldwerker:
gras Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
Boring 05
Veldwerker:
0
0
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
Wesley Deenen
gras
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor
1
50
gras
50