24010.16 - Bijlage 2 bij regels - Archeologie programma van eisen, proefsleuvenonderzoek
Tekst van het document
10.3 Kwaliteitsbewaking, toezicht, overleg en evaluatie Het onderzoek dient te worden uitgevoerd conform de KNA 4.1 en het PvE. Alle archeologische veldwerkzaamheden staan onder verantwoordelijkheid van de senior-KNA-archeoloog. Werkzaamheden en/of situaties die afwijken van dit Programma van Eisen dienen eerst te worden voorgelegd aan de deskundige namens de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Relevante wijzigingen tijdens het veldwerk (strategie, methodiek, locatie, etc.) of tijdens uitwerking en conservering worden schriftelijk (per e-mail) aan de opdrachtgever en de deskundige namens de bevoegde overheid voorgelegd en mogen alleen na schriftelijke goedkeuring worden doorgevoerd. Meer- en minderwerk vindt slechts plaats na schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en de deskundige namens de bevoegde overheid. Wanneer er tijdens het veldwerk en/of de uitwerking (onvoorziene) omstandigheden voorkomen en/of beslissingen genomen worden die tot gevolg (kunnen) hebben dat vondstcomplexen, vondsten, materiaalcategorieën e.d. niet compleet en/of niet geconserveerd gedeponeerd worden, is overleg met, en bij
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 27 van 50
(de)selectie, instemming van de depothouder vereist. Waar mogelijk sluit de depothouder zo veel mogelijk aan bij bestaande overlegmomenten tussen uitvoerder, opdrachtgever en deskundige namens de bevoegde overheid. Na afloop van het veldwerk wordt binnen acht weken een evaluatierapport opgesteld, met een overzicht van de aangetroffen grondsporen en vondsten, en wordt indien noodzakelijk een voorstel gedaan voor de uitwerking van de aangetroffen vondstcategorieën en monsters. Na overleg met de opdrachtgever en de deskundige namens de bevoegde overheid en de uitdrukkelijke toestemming van de opdrachtgever wordt vervolgens overgegaan tot de uitwerking hiervan. Het conceptrapport wordt binnen zestien weken na einde van het veldwerk aan de opdrachtgever en de bevoegde overheid gestuurd. Overschrijding van deze termijn door derden (bijvoorbeeld de tijd die nodig is voor natuurwetenschappelijke dateringen of uitwerking van botanische monsters) kan er toe leiden dat deze termijn wordt verlengd. Het verlengen van de termijn gebeurt altijd in overleg met de opdrachtgever en de deskundige namens de bevoegde overheid. Nadat het becommentarieerde conceptrapport is geretourneerd, levert de opdrachtnemer na uiterlijk vier weken het definitieve rapport.
10.4 Overige randvoorwaarden en aanvullende eisen De startdatum van het onderzoek wordt minimaal een week van tevoren bij het bevoegd gezag en de ODZOB gemeld. In alle gevallen waarin dit PvE niet voor ziet, zijn de procesbeschrijvingen en specificaties in de KNA 4.1 van toepassing. Het goedgekeurde PvE dient tijdens het veldwerk op de werklocatie aanwezig te zijn. Dit PvE betreft de eisen die vanwege het archeologisch belang aan het onderzoek worden gesteld. Dit laat onverlet dat wettelijke en andere regelgeving aangaande het uitvoeren van werkzaamheden moet worden gevolgd (o.a. Arbowet).
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
Hoofdstuk 11
pagina 28 van 50
Wijzigingen ten opzichte van het vastgestelde PvE
11.1 Wijzigingen tijdens het veldwerk Wijzigingen ten opzichte van dit PvE kunnen alleen plaatsvinden met de goedkeuring van de deskundige namens de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Deze zaken worden schriftelijk vastgelegd in de onderzoeksdocumentatie, in het evaluatierapport en eindrapport vermeld en onderbouwd. In het geval dat er belangrijke vondsten of fenomenen worden aangetroffen, wordt direct contact opgenomen met de opdrachtgever, de depothouder en de deskundige namens de bevoegde overheid om de vervolgstrategie af te stemmen. Deze partijen dienen ten tijde van het onderzoek dan ook bereikbaar te zijn voor eventueel noodzakelijk overleg. Vanwege de relatief kleine omvang van het plangebied kan het nuttig zijn om direct na de fase van het proefsleuvenonderzoek een doorstart te maken naar een archeologische opgraving. Dit dient afgestemd te worden met de opdrachtgever en de deskundige namens de bevoegde overheid.
11.2 Belangrijke wijzigingen Onderstaande belangrijke wijzigingen worden te allen tijde aantoonbaar voorgelegd aan de opdrachtgever en de deskundige namens de bevoegde overheid: •
Wijzigingen van de gehanteerde onderzoeksmethode
•
Wijzigingen van de fysieke en/of technische omstandigheden
•
Wijzigingen als gevolg van bijzondere, onvoorziene en/of onverwachte hoeveelheden van vondsten, materiaalcategorieën die deponering en conservering van vondstcomplexen significant beïnvloeden, worden tevens aan de depothouder voorgelegd
11.3 Procedure van wijziging na de evaluatiefase van het veldwerk Eventuele wijzigingen tijdens de uitwerking en conservering vinden plaats in samenspraak met de deskundige namens de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Deze worden schriftelijk vastgelegd. Indien deze wijzigingen van invloed zijn op de offerte, wordt een aangepaste offerte aan de opdrachtgever voorgelegd. Eventuele wijzigingen m.b.t. conservering vinden tevens plaats in samenspraak met de depothouder.
11.4 Procedure van wijziging tijdens uitwerking en conservering Eventuele wijzigingen tijdens de uitwerking en conservering vinden plaats in samenspraak met de deskundige namens de bevoegde overheid en de opdrachtgever. Deze worden schriftelijk vastgelegd. Indien deze wijzigingen van invloed zijn op de omvang van de opdracht, wordt een aangepaste offerte aan de opdrachtgever voorgelegd. Eventuele wijzigingen m.b.t. conservering vinden tevens plaats in samenspraak met de depothouder.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
Hoofdstuk 12
pagina 29 van 50
Literatuur
Alterra. 2014. ‘Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, digitale en landsdekkende versie’. Wageningen. Arts, N., A. Huijbers, K. Leenders, J. Schotten, H. Stoepker, F. Thews en A. Verhoeven. 2007. ‘De Middeleeuwen en Vroegmoderne tijd in ZuidNederland’. In Nationale Onderzoeksagenda Archeologie 1.0. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Berkvens, R. 2010. ‘Ondersteboven. Archeologie in Best. Toelichting op de archeologiekaart.’ SRE Milieudienst. ———. 2019. ‘Programma van Eisen Opgraven Plangebied Dijkstraten te Best, gemeente Best’. 1. PvE 2019. Eindhoven. Carmiggelt, A. en P. J. W. M. Schulten. 2002. ‘Veldhandleiding Archeologie, Archeologie Leidraad 1’. Zoetermeer: College voor Archeologische Kwaliteit. CCvD. 2006. ‘Leidraad KNA Eerste Hulp bij Kwetsbaar vondstmateriaal’. Centraal College van Deskundigen. CROW. 2018. ‘Werken in en met verontreinigde bodem. Richtlijn voor veilig, zorgvuldig en risico- gestuurd werken’. CROW publicatie 400. CROW. Dijk, van, X. C. C. 2002. ‘Plangebied Dijkstraten Zuid, Gemeente Best, Een inventariserend archeologisch onderzoek.’ RAAP-rapport 832. Weesp. Gerritsen, F., P. Jongste en L. Theunissen. 2005. ‘De late prehistorie in noord-, oost- en zuid-nederland en het rivierengebied’. In Nationale Onderzoeksagenda Archeologie 1.0. Groenewoudt, B., M. Groothedde en H. van der Velde. 2006.
‘De Romeinse tijd, Middeleeuwen en vroegmoderne tijd in het Midden- en Oost-Nederlands zandgebied’. In Nationale Onderzoeksagenda Archeologie 1.0. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. van den Heuvel, W. J. H. 2013. ‘Verkennend Bodemonderzoek Veldweg te Best’. Oirschot. Maas, G. J., W. M. van der Meij, S. P. J. van Delft en A. H. Heidema. 2019. ‘Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart Nederland 1:50.000 (2019), achtergronddocument bij het landsdekkende digitale bestand’. Wageningen: Wageningen Environmental Research. http://legendageomorfologie.wur.nl/. van der Mark, R. en E. H. Boshoven. 2009. ‘Best, Plangebied Dijkstraten, Inventariserend Veldonderzoek door middel van proefsleuven’. BAACrapport A-07.447. ’s Hertogenbosch. Mientjes, A. C. 2018. ‘Evaluatierapport proefsleuvenonderzoek Veldweg-Ringweg te Best, gemeente Best’. Econsultancy-rapport 4835.007. Swalmen. Moesker, T. P. en M. F. P. Dijkstra. 2015. ‘Wonen op de flank, Archeologie van de IJzertijd en de Nieuwe tijd in het plangebied Best-Dijkstraten’. Diachron publicatie 55. Amsterdam. Mostert, M. 2021. ‘Best-Dijkstraten Sporen uit de ijzertijd en bewoning uit de volle middeleeuwen Archeologisch onderzoek’. BAAC Rapport A-19.0069. ’s Gravenhage: BAAC BV. Rensink, E., H. J. T. Weerts, M. Kosian, H. Feiken en B. I. Smit. 2015. ‘Archeologische Landschappenkaart van Nederland. Methodiek en kaartbeeld’.
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. https://doi.org/10.17026/dans-xf6-ywnd.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 30 van 50
SIKB. 2018. ‘BRL 4000: Beoordelingsrichtlijn Archeologie, versie 4.1’. SIKB. https://www.sikb.nl/doc/BRL4000/BRL%20SIKB%204000%20Archeologie %20versie%204_1.pdf.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 31 van 50
Bijlage 1: Lijst met te verwachten aantallen Onderzoek
Verwachting Bronstijd-Nieuwe tijd
Omvang (160 m2)
Verwachte aantal m2 160 m²
Vondstcategorie
Verwachte aantallen (N)
Aardewerk
10
Bouwmateriaal
2
Metaal (ferro)
2
Metaal (non-ferro)
0
Slakmateriaal
0
Vuursteen
0
Overig natuursteen
2
Glas
2
Menselijk botmateriaal onverbrand
0
Menselijk botmateriaal verbrand
0
Dierlijk botmateriaal onverbrand
5
Dierlijk botmateriaal verbrand
0
Visresten
0
Schelpen
0
Hout
0
Houtskool(monsters)
0
Textiel
0
Leer
0
Submoderne materialen
2
Monstername
Verwachte aantallen (N)
Algemeen biologisch monster (ABM)
1
Algemeen zeefmonster (AZM)
1
Pollen, diatomeeën en andere microfossielen
0
Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek
0
Monsters voor micromorfologisch onderzoek
0
Monsters voor luminiscentiedatering (OSL)
0
Monsters voor koolstofdatering (14C)
0
DNA
0
Dendrochronologisch monster
0
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 32 van 50
Bijlage 2: Overzicht te raadplegen specialisten/specialismen Vondstcategorie
Raadplegen bij PvA
Raadplegen bij veldwerk
Raadplegen bij uitwerking
Aardewerk
nee
nee
ja*
Bouwmateriaal
nee
nee
ja*
Metaal (ferro)
nee
nee
ja*
Metaal (non-ferro)
nee
nee
ja*
Slakmateriaal
nee
nee
ja*
Vuursteen
nee
ja*
ja*
Overig natuursteen
nee
nee
ja*
Glas
nee
nee
ja*
Menselijk botmateriaal onverbrand
nee
ja*
ja*
Menselijk botmateriaal verbrand
nee
ja*
ja*
Dierlijk botmateriaal onverbrand
nee
nee
ja*
Dierlijk botmateriaal verbrand
nee
nee
ja*
Visresten
nee
nee
ja*
Schelpen
nee
nee
ja*
Hout
nee
nee
ja*
Houtskool(monsters)
nee
nee
ja*
Textiel
nee
nee
ja*
Leer
nee
nee
ja*
Submoderne materialen
nee
nee
ja*
Algemeen biologisch monster (ABM)
nee
nee
ja*
Algemeen zeefmonster (AZM)
nee
nee
ja*
Pollen, diatomeeën en andere microfossielen
nee
nee
ja*
Monsters voor anorganisch chemisch onderzoek
nee
nee
ja*
Monsters voor micromorfologisch onderzoek
nee
nee
ja*
Monsters voor luminescentiedatering (OSL)
nee
nee
ja*
Monsters voor koolstofdatering (14C)
nee
nee
ja*
DNA
nee
ja*
ja*
Dendrochronologisch monster
nee
nee
ja*
Monstername
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 33 van 50
* Afhankelijk van vondsten in het veld.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 34 van 50
Bijlage 3: Figuren
Figuur 1: Locatie van het plangebied op een actuele luchtfoto.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 35 van 50
Figuur 2: Locatie van het plangebied op een actuele topografische kaart
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 36 van 50
Figuur 3: Locatie van het plangebied en de geplande woningen.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 37 van 50
Figuur 4: Locatie van het plangebied (rode cirkel) op de archeologische Beleidskaart van de gemeente Best (Berkvens 2010)
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 38 van 50
4572356100
Figuur 5: Archeologische terreinen, vondstlocaties en zaken uit ARCHIS.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 39 van 50
Figuur 6: Detail van fig. 5.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 40 van 50
Figuur 7: Projectkaart van het project Dijkstraten. Het plangebied bevindt zich in het zuidwesten van het projectgebied en is aangegeven met de groene lijnen bij de pijl. Het groengele gebied (B) is in 2019 opgegraven. Het oranje gebied (III) is vrijgegeven na het proefsleuvenonderzoek. Uit: Moesker en Dijkstra 2015.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 41 van 50
Figuur 8: Allesporenkaart van de opgraving uit 2010 (Moesker en Dijkstra 2015). Het plangebied ligt net linksonder buiten het kaartbeeld.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 42 van 50
Figuur 9: Locatie van het plangebied op de Hoogte-reliëfkaart gebaseerd op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN).
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 43 van 50
Figuur 10: Hoogte-reliëfkaart detail. Hoogtewaarden in meters ten opzichte van N.A.P.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 44 van 50
Figuur 11: Geomorfologische kaart (Maas e.a. 2019).
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 45 van 50
Figuur 12: Locatie van het plangebied op de digitale Bodemkaart van Nederland (Alterra 2014)
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 46 van 50
Figuur 13: Locatie van het plangebied op de kadastrale minuutkaart uit 1817.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 47 van 50
Figuur 14: Locatie van het plangebied op de topografische kaart van 1963.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 48 van 50
Figuur 15: Locatie van het plangebied op de topografische kaart van 1972.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 49 van 50
Figuur 16: Hulpkaart uit 1975 van het kadastrale perceel 5040 uit sectie E van de kadastrale gemeente Best. De locatie van het plangebied is aangegeven met de rode lijn.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6
Bureau voor Archeologie
pagina 50 van 50
Figuur 17: Kaart met de geplande proefsleuven.
Programma van Eisen
Best Veldweg 6