CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

24003.29 - Bijlage 20 bij Toelichting - Watertoets

Raadsavond 22 januari 2024, gemeente BestBij agendapunt: 24003 - Vaststelling Bestemmingsplan Heuveleindseweg e.o. Best4.464 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Archiefexemplaar van BL23-16293

- bijlage 16 toelichting_watertoets

-

-

Infiltratie onderzoek Heuveleindseweg (ong.), Best

Infiltratie onderzoek Heuveleindseweg (ong.), Best

Aeres Milieu Projectnummer

: AM21580

Status rapport

: Definitief (versie 1)

Datum

: 24 mei 2022

Opdrachtgever

: Kragten Schoolstraat 8 6049 BN Herten

Opgesteld door

: L. De Graaff, MSc.

Paraaf

:

Gecontroleerd door

: dhr. M. Vrolix bc.

Paraaf

:

Aeres Milieu B.V. Noordhoven 4 6042 NW ROERMOND (t) 0475 – 320 000 e-mail: info@aeres-milieu.nl www.aeres-milieu.nl

Pagina | 2

AM21580

INHOUDSOPGAVE 1.

INLEIDING ...................................................................................................................................................................................................................4

2.

INFILTRATIEONDERZOEK .....................................................................................................................................................................................8

3.

OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN ................................................................................................................... 11

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart Bijlage 2: Situatietekening met boor- en fotostandpunten Bijlage 3: Foto’s plangebied Bijlage 4: Boorprofielen

Pagina | 3

AM21580

1. INLEIDING In opdracht van Kragten heeft Aeres Milieu een infiltratieonderzoek uitgevoerd om de lokale bodemdoorlatendheid vast te stellen. Ter plaatse van het plangebied wil men woningen realiseren. Het plangebied ligt in het zuidwestelijke deel van Best, ten noorden van het Wilhelminakanaal. De locaties zijn grotendeels onverhard. Het westelijk deel van het plangebied was voorheen in gebruik geweest als nertsenfokkerij. Oostelijk is een boomkwekerij aanwezig. De twee locaties worden gescheiden door de Heuveleindseweg. Aan de noordzijde wordt het plangebied begrenst door de Heikantweg en zuidelijk door het Dijkpad. Afbeelding 1 geeft de huidige situatie weer en in bijlage 1 is een topografisch overzicht opgenomen. Adres onderzoekslocatie

: Heuveleindseweg (ong.), Best

Gemeente

: Best

Waterschap

: De Dommel

Kadastrale registratie

: Best, sectie K, nrs. 534, 535, 794, 795, 3300 (ged.), 3301 en 3762 (ged.)

Oppervlakte

: circa 5,9 ha

Peil maaiveld

: 16,7 tot 18,0 m +NAP

Peil grondwater

: 15 m +NAP

Afbeelding 1.: Begrenzing onderzoekslocatie (rood omlijnd). Bron luchtfoto: PDOK-viewer

Pagina | 4

AM21580

Aanleiding De aanleiding voor het infiltratieonderzoek is de voorgenomen herontwikkeling van het gebied en de verplichting tot hemelwaterverwerking bij het aanbrengen van nieuw verhard oppervlak. Om het risico op wateroverlast te vermijden, dient zoveel mogelijk hemelwater lokaal verwerkt te worden, waarbij de voorkeur uitgaat naar infiltratie. Voorts heeft infiltratie een positief effect op het lokale bodemleven en de aanvulling van het grondwaterniveau.

Doel Het doel van deze rapportage is een beschrijving te geven aan de huidige bodemkundige en (geo)hydrologische situatie (bureaustudie) en de lokale bodemdoorlatendheid vast te stellen door middel van meetgegevens uit het veld.

Onderzoek Aeres Milieu B.V. werkt voor de opdrachtgever als onafhankelijk onderzoek- en adviesbureau, en heeft geen binding met de onderzoekslocatie. Het onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden zoals onder andere opgenomen in de Leidraad riolering, module C2510. Totdat hiervoor vastgestelde protocollen en richtlijnen worden opgesteld, is daar waar mogelijk aangesloten aan algemene kwaliteitseisen en geldende normen zoals deze voor o.a. bodemonderzoek gelden. Voorts is een infiltratieonderzoek een momentopname van enkele willekeurig verspreide meetlocaties, waardoor een zo goed mogelijk beeld van de geohydrologische situatie wordt verkregen. Het is mogelijk dat lokale afwijkingen in de samenstelling van de bodem voorkomen. Het gevolg kan zijn dat resultaten van het infiltratieonderzoek binnen het plangebied onderling (sterk) verschillen. Derhalve is Aeres Milieu niet verantwoordelijk voor eventuele (vervolg)schade door onvoldoende gedimensioneerde voorzieningen.

Plangebied Voor de nieuwbouw van woningen is voldoende drooglegging benodigd om het risico op grondwateroverlast in de toekomst te beperken. Hierbij is o.a. de bestaande hoogteligging van belang. Het westelijke deel (de voormalige nertsenfokkerij) ligt hoger in het landschap met een hoogteligging van circa 17,5 tot 18,0 m +NAP zuidelijk. Het oostelijke deel kent meer hoogteverschil. Het maaiveld nabij de bestaande woningen aan de Heuveleindseweg ligt op circa 17,4 m +NAP. Oostelijk hiervan ligt het maaiveld lager richting de sloten op de perceelsgrenzen (ca. 16,7 m +NAP). Het maaiveld is in oostelijke richting oplopend naar twee hogere gelegen terreindelen (ca. 17,6 m +NAP). Afbeelding 1 geeft de genoemde hoogteverschillen visueel weer. Binnen of nabij het plangebied zijn geen grondwatermeetgegevens beschikbaar bij het Dino-loket. Bij het uitvoeren van het veldwerk is de grondwaterstand aangetroffen op ca. 2,2 m-mv overeenkomstig met ca. 14,4 en 14,9 m +NAP.

Pagina | 5

AM21580

16,8

17,6 16,7

17,5 17 16,6 17,5

17,7

17,9 18,1

Afbeelding 1: Hoogtekaart plangebied en omgeving met aanduiding ligging (bron: AHN Nederland)

Aangetroffen bodemprofiel bij veldwerk Het plangebied ligt in het centrale dekzandlandschap in de Roerdalslenk en binnen een zone van hoger gelegen dekzandwelvingen. Het noordelijk en oostelijk deel maakt deel uit van het bouwlandveld Heuvel Eind de centrale en zuidelijke delen maakten tot ver in de 20e eeuw deel uit van de onontgonnen heidegronden van de Bestse Heide. De aanwezige veldpodzolgronden in het plangebied betreffen goede ontwaterde gronden (GWT VI) bestaande uit een leemarm en zwak lemig fijn zand. Op het Actueel Hoogtebestand Nederland is te zien dat het plangebied op een overgangszone ligt van hogere landduinen via de dekzandwelvingen naar de lager gelegen verspoelde dekzanden, ten noorden van het plangebied. De opbouw van de bodem is vastgesteld door middel van profielboringen. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4 met de locaties van de boorpunten op een situatietekening in bijlage 2. De top van de bodem wordt gevormd door een pakket zwak tot matig humeus, matig siltig, matig fijn zand. De dikte van dit toppakket varieert sterk van circa 30 tot 180 centimeter. Gemiddeld heeft dit pakket een dikte van circa 105 centimeter. Hieronder volgt met een scherpe overgang de natuurlijke ondergrond. De natuurlijke ondergrond bestaat uit matig tot zwak siltig, matig fijn zand (geelbeige tot beigegrijs) welke overgaat op een sterk zandig leem.

Deze leemlaag is aangetroffen op circa 120-200 centimeter onder maaiveld. Dit komt overeen met circa 15,4 tot 16,9 meter +NAP. Afbeelding 2 geeft visueel het aangetroffen profiel van boorpunt D weer. Pagina | 6

AM21580

In relatie met het Dinoloket bestaat de natuurlijke ondergrond uit dekzandafzettingen van het Laagpakket van Wierden veelal afgezet op een leemlaag van het Laagpakket van Liempde. De laagpakketten zijn onderdeel van de Formatie van Boxtel. Bij de uitvoering van het veldwerk is het grondwater aangetroffen van 1,2-2 m-mv. Begin maart is ook veel water op maaiveld waargenomen. Ter plaatse is naar verwachting sprake van enige slempvorming door de siltige, humeuze toplaag. Op basis van gekende grondwaterdata bij de provincie en het dinoloket is ter plaatse van het plangebied een hogere grondwaterstand in de natte winterperiode van ca. 0,6 m-mv te verwachten.

Afbeelding 2: Boorprofiel van boorpunt D uitgelegd van linksboven naar rechtsonder.

Pagina | 7

AM21580

2. INFILTRATIEONDERZOEK Het infiltreren van hemelwater heeft bij ontwikkelingen altijd de voorkeur. Door praktijkervaringen is vastgesteld dat een infiltratiesnelheid van ca. 0,4 meter per dag vereist is voor het succesvol toepassen van een infiltratievoorziening. Bij een lagere doorlatendheid kunnen reducerende omstandigheden optreden in de onverzadigde zone, die een ongunstige invloed hebben op het verwerkingsvermogen van een voorziening. De doorlatendheid van een bodem is afhankelijk van vele factoren, onder meer poriëngrootte, de continuïteit van de poriën, de poriënvorm en -hoeveelheid en de diepte tot de grondwaterstand. De poriëngrootte en de verdeling ervan hangen in de eerste plaats van de bodemsoort en de bodemstructuur af. Bovendien is de doorlatendheid afhankelijk van de verzadigingsgraad, en kan ze beïnvloed worden door micro-organismen. Hieruit kan worden afgeleid dat de infiltratiesnelheid van de ondergrond geen constante waarde heeft, maar van plaats tot plaats varieert, waarbij zelfs op vrij kleine schaal belangrijke verschillen kunnen optreden. In de hydrogeologische literatuur worden diverse waarden gegeven voor de infiltratiesnelheid van diverse afzettingen en sedimenten, zie tabel 1 [Stichting Rioned C2510]. Materiaal

k [m/d]

klei

0,01 - 10-8

klei, zand en grind mengsels

0,01 – 0,001

silt, löss

1 - 10-4

silt, klei en mengsels van zand, silt en klei

0,1 - 10-4

fijn zand

2 – 0,02

middelfijn tot middelgrof zand

43 – 0,09

grof zand

400 – 0,09

Tabel 1: Waarden voor de doorlatendheid van diverse afzettingen, uit de hydrogeologische literatuur.

Als eenheid is gekozen voor m/d, hoewel in de literatuur ook mm/h (landbouw) en m/s (hydrogeologie) worden gehanteerd. De eenheid m/d sluit aan bij wat in Nederland gebruikelijk is en leidt bovendien tot overzichtelijke getallen. Opgemerkt wordt dat men in de hydrogeologie vooral is geïnteresseerd in de horizontale doorlatendheid, terwijl voor de infiltratiesnelheid meestal juist de verticale doorlatendheid van belang is. In het algemeen is de horizontale doorlatendheid een factor 5 – 15 groter dan de verticale. Door de verzamelde gegevens uit de bureaustudie te combineren met een serie meetgegevens kan een uitspraak worden gedaan over de k-waarde van de bodem op de onderzoekslocatie. Binnen het onderzoeksgebied worden veldmetingen uitgevoerd in de onverzadigde en verzadigde zone. De gebruikte meetmethoden worden reeds decennia lang toegepast en zijn uitvoerig gedocumenteerd. De doorlatendheid onder de grondwaterstand is bepaald door de ‘hooghoudtmethode’ en boven de grondwaterstand door middel van de “Porchettest”.

Pagina | 8

AM21580

Voor de metingen in de verzadigde zone wordt gebruik gemaakt van de hooghoudtmethode. De methode wordt reeds decennia lang toegepast en is uitvoerig gedocumenteerd. Afhankelijk van de toe/afstroming tijdens het veldwerk wordt gekozen voor een pompproef of Slugtest. De werkwijze is als volgt: In de te onderzoeken bodemlaag wordt een peilbuisfilter geplaatst en met filtergrind omstort. Voor deze test wordt allereerst de grondwaterstand in rust (beginniveau) gemeten in een peilbuis. Vervolgens wordt constant een hoeveelheid water aan het filter onttrokken of toegevoegd. Bij een constant waterniveau wordt het pompdebiet bepaald. Indien de peilbuis bij de onttrekking wordt leeggezogen, wordt gemeten in hoeveel tijd de grondwaterstand zich herstelt tot het beginniveau. Door middel van een zogenaamde ‘diver’ en handmatig wordt de tijd en de waterhoogte op geregelde tijdstippen gemeten. Door deze metingen kan de doorlatendheid van de verzadigde ondergrond worden berekend. Het resultaat geeft een aanduiding van de horizontale infiltratiesnelheid in de verzadigde zone en in mindere mate van de verticale infiltratiesnelheid. Uit de meetgegevens kan de doorlatendheid van de bodemlaag worden berekend.

Afbeelding 2: Principetekening Slugtest

Voor de berekening van de doorlatendheid van de bodem wordt in deze studie het software pakket Superslug Versie 3.2 gebruikt. Om de doorlatendheid van de onverzadigde bodem te meter wordt gebruik gemaakt

van

de

zogenaamde

“Porchettest”,

ook

wel

omgekeerde

boorgatmethode genoemd (Afb. 3). Bij deze methode wordt in een, niet verbuisd, boorgat constant water gepompt en gemeten tot het waterpeil in het boorgat stabiel is. Vervolgens wordt het debiet bepaald waarmee het water in het boorgat gepompt wordt. Bij een te laag pompdebiet wordt met behulp van een druksensor (diver) gemeten met welke snelheid het waterpeil in de buis daalt. Hieruit kan de doorlatendheid worden berekend. De keuze voor het type test is afhankelijk van de bodemsamenstelling en de visueel zichtbare snelheid waarmee het water in de bodem infiltreert. Afbeelding 3: Principetekening Porchettest

Uitvoering veldwerk Op 4, 17 en 24 maart 2022 zijn op negen locaties verspreidt binnen het plangebied infiltratiemetingen uitgevoerd. Op vijf van deze locaties is de infiltratiesnelheid van de onverzadigde zone gemeten door middel van de porchettest. Op vier locaties zijn slugtesten uitgevoerd om de doorlatendheid van de verzadigde zone te meten. De peilbuisfilters (lengte 1 meter; ∅ 32 mm)

zijn met filtergrind (deeltjesgrootte 1-1,6 mm) omstort. De globale doorsnede van een meetpunt is circa 0,1 meter. De gemiddelde meetduur per meting bedraagt 20 minuten. Een tekening met de foto-, boor- en meetlocaties zijn opgenomen in bijlage 3. De boorprofielbeschrijvingen zijn opgenomen in bijlage 4.

Pagina | 9

AM21580

Resultaten De resultaten van de porchettesten (onverzadigde zone) worden weergegeven in tabel 2 en de resultaten van de slugtesten (verzadigde zone) in tabel 3. Meetpunt

Berekende horizontale infiltratiesnelheid [m/d]

Diepte [m-mv.]

04

2,89 / 2,18

0,65

A

2,04 / 1,99

0,65

B

2,05 / 1,81

0,65

C

1,06 / 0,97

0,65

E

1,20

0,45

Tabel 2: Meetresultaat porchettest

Meetpunt

Berekende infiltratiesnelheid [m/d]

Diepte filtertraject [m-mv.]

05

0,26 / 0,23

2,8-3,8

17

0,50 / 0,41

2,3-3,3

46

0,35 / 0,23

2,8-3,8

F

0,24 / 0,23

1,55-2,55

Tabel 3: Meetresultaat slugtest

Conclusie Uit de resultaten van het infiltratieonderzoek kan worden geconcludeerd dat er een matig horizontale infiltratiesnelheid aanwezig is in de onverzadigde zone (1-2 meter per dag). De metingen zijn uitgevoerd in een zwak siltig, matig humeus, matig fijne zandlaag. De doorlatendheid van de onderzochte toplaag laat horizontale verspreiding uit een hemelwatervoorziening toe. Bij meetlocaties 05, 46 en F is een slechte infiltratiesnelheid gemeten in de verzadigde zone. Meetpunt 17 vertoont een matige infiltratiesnelheid. Hiervoor is in het bodemprofiel geen aanwijsbare reden aanwezig. De metingen in de verzadigde zone zijn uitgevoerd in een sterk zandige leemlaag waardoor de doorstroming belemmerd wordt. De vastgestelde infiltratiesnelheden in de bodem komen overeen met de verwachte doorlatendheid voor een matig fijn, matig siltige zandbodem en sterk zandig leem zoals deze beschreven staat in de literatuur. Op basis van de meetresultaten wordt geadviseerd om geen absolute infiltratievoorzieningen aan te leggen. Bij de herontwikkeling dient derhalve rekening gehouden te worden met een slechte verticale infiltratiesnelheid in de (on)verzadigde zone. De aanwezige fijn zandige bodem op de leemlaag beperkt de doorstroomsnelheid naar diepere bodemlagen.

Met de matige tot slechte bodemdoorlatendheid en hogere grondwaterstanden in natte periodes dient rekening gehouden te worden bij een toekomstige planontwikkeling. Binnen het plangebied is het mogelijk om een redelijk functionerende infiltratievoorziening aan te leggen in de toplaag. Hierbij kan worden gedacht aan bijvoorbeeld een wadi, infiltratiekratten of greppels. De uiteindelijke afmetingen zijn afhankelijk van de benodigde capaciteit en de gekozen voorziening. Bij het ontwerpen van de voorziening dient uitsluitend gerekend te worden met de horizontale infiltratiesnelheid. Pagina | 10

AM21580

3. OVERIGE AANDACHTSPUNTEN EN RANDVOORWAARDEN Niet aankoppelen staat voor het gescheiden houden van hemelwater- en afvalwaterafvoer zodat een duurzaam watersysteem ontstaat. Daarbij moet men rekening houden met de waterhuishouding, de inrichting van de openbare ruimte, de milieuhygiënische gevolgen en de zorg voor de volksgezondheid en welzijn. Bij het voldoen aan de milieuhygiënische randvoorwaarden (dubo-materialen etc.) kan de afgekoppelde afstromende neerslag rechtstreeks via (mol)goten, lijnafwatering of ander traditioneel afvoermateriaal naar een aan te leggen voorziening stromen om in de bodem te infiltreren. Wel moeten in de afvoersystemen voorzieningen worden gerealiseerd die blad, zand e.d., die verstoppingen kunnen veroorzaken, achterhouden. Deze voorzieningen moeten goed bereikbaar blijven ten behoeve van het reinigen en het onderhoud. Regelmatig onderhoud van de aanvoerzijde van de voorzieningen zal noodzakelijk zijn om te garanderen dat de systemen blijven functioneren. Ook moet de (nood)overloop regelmatig worden onderhouden. Ondergrondse voorzieningen dienen altijd voorzien te zijn van een goed bereikbare blad- en zandvanger en/of ontluchtingspunt/overloop. Toe te passen duurzame materialen: •

Hellende daken: dakpannen van natuurlijk, beton of keramisch materiaal of bekleed met (EPDM) rubber.

•

Dakgoten en afvoerpijpen; PVC/PP/PE/ staal, aluminium, bij voorkeur ook geen gecoate materialen i.v.m. verwering.

•

Ontsluitingspaden / wegen / terrassen; voorzien van natuurlijk of niet-uitloogbare materialen zoals keramische of betonproducten.

Indien onvoldoende aandacht wordt gegeven aan het ontwerp en dimensionering, kan wateroverlast ontstaan. Het moet te allen tijde worden voorkomen dat wateroverlast bij bebouwing en bij derden ontstaat. Het gebruik en het overlopen van de hemelwatervoorziening mag niet leiden tot schade aan in de nabijheid liggende percelen, gewassen en opstallen. Schade, direct en/ of indirect, die eventueel ontstaat is en blijft voor rekening van de ontwikkelaar/eigenaar van het plangebied. In geen geval mag de afvalwaterriolering op een infiltratie- en/of bergingsvoorziening worden aangesloten. Op de afgekoppelde “buitenverhardingen” mogen geen handelingen worden uitgevoerd die vervuiling van het oppervlak veroorzaken. Wil men toch buitenactiviteiten verrichten waarbij vervuiling van verhard oppervlak ontstaat b.v. het reinigen van voertuigen of het schoonmaken van onderdelen, dan moet het gedeelte waar deze activiteit(en) plaatsvindt voorzien worden van de juiste bodembeschermende maatregelen (Nederlandse Richtlijn voor Bodembescherming). Dit betekent dat het vrijkomende afvalwater al dan niet via een olie/benzine-afscheider of andere noodzakelijke (reiniging)voorziening naar het afvalwaterriool moet worden getransporteerd of geloosd, en niet in de bodem mag worden geïnfiltreerd of op oppervlaktewater worden geloosd.

Het is onwenselijk chemische bestrijdingsmiddelen toe te passen of agressieve reinigingsmiddelen te gebruiken op de verharde oppervlakken. Daarnaast is toepassing van gladheidsbestrijding middels zout minder wenselijk geacht. Bij toepassing kunnen deze stoffen met het hemelwater afstromen naar de bodem of het oppervlaktewater en deze nadelig beïnvloeden. Indien toepassing noodzakelijk blijkt, wordt geadviseerd dit zo effectief mogelijk te doen. Pagina | 11

AM21580

Bijlage 1: Topografische overzichtskaart

AM21580

AM21580

Bijlage 2: Situatietekening fotostandplaatsen

AM21580

met

boor-

en

153401

153426

153451

153476

153501

153526

153551

153576

153601

153626

153651

153676

153701

153726

153751

153776

153801

153826

153851

153876

153901

153926

390000 389975 389950 389925 389900 389875 389850 389825 389800 389775 389750 389725

389725

389750

389775

389800

389825

389850

389875

389900

389925

389950

389975

390000

390025

153376

390025

153351

Boorpuntenkaart (A3) 389700

389700

Legenda

AM21580 Best Heuveleindseweg

Plangebied Foto's

389675

153901

153926

peilbuis infiltratieboring Achtergrond: OpenTopo (Map5)

153351

153376

153401

153426

153451

153476

153501

153526

153551

153576

153601

153626

153651

153676

153701

153726

153751

153776

153801

153826

153851

153876

389650

N v1.0_5-4-2022_LdG

389650

389675

Schaal

Boringen Profielboring

Bijlage 3: Foto’s plangebied

AM21580

AM21580

Foto 1

Foto 2

Foto 3

Foto 4

Foto 5

Foto 6

AM21580

Foto 7

Foto 8

Foto 9

Foto 10

Foto 11

Foto 12

AM21580

Foto 13

Foto 14

Foto 15

Foto 16

Foto 17

Foto 18

AM21580

Foto 19

Foto 20

Foto 21

Foto 22

Foto 23

Foto 24

AM21580

Foto 25

Foto 26

Foto 27

Foto 28

Foto 5

Foto 6

Bijlage 4: Boorprofielen

AM21580

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei

geur

Grind, siltig

Klei, zwak siltig

Grind, zwak zandig

Klei, matig siltig

geen geur zwakke geur matige geur sterke geur

Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10 Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

>10000

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

monsters geroerd monster

Zand, uiterst siltig

overige toevoegingen zwak humeus

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

ongeroerd monster volumering

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

Gemiddeld laagste grondwaterstand slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

getekend volgens NEN 5104

Boring:

03

Boring: 0

0

akker

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50

04 akker Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

50 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

2 100 3 150 4 200

200

Boring:

05

Boring: 0

0

akker

50

0

0

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

08

50

100

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

2

60

Zand, zeer fijn, zwak siltig, grijsoranje, Edelmanboor

2 100

110

Leem, zwak zandig, zwak roesthoudend, Edelmanboor

3 150

3 140

Leem, sterk zandig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor

150 4

200

akker

4 200

200

200

Leem, zwak zandig, sporen roest, lichtgrijs, Edelmanboor 250

300

350 380

Projectnaam: Heuveleindseweg te Best Projectcode: AM21580

Opdrachtgever: Kragten

getekend volgens NEN 5104

Boring:

15

Boring: 0 5

0

berm

Zand, matig fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

50 2

90

4

110

5 150

150 6

200

200

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50

50

Leem, sterk zandig, matig roesthoudend, licht grijsoranje, Edelmanboor

2 100

Zand, matig fijn, zwak siltig, bruinoranje, Edelmanboor Leem, zwak zandig, sterk roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor Leem, zwak zandig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor

gras Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

70

3 100

0

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

17

3 150 4 200

200

Leem, zwak zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 250

250

Leem, zwak zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor 300 330

Boring:

22

Boring: 0

0

akker

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

25 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Omgewerkte grond, brokken licht beige zand

1 50

2

akker

2 100

100

100

100 Zand, matig fijn, matig siltig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor

3 150

150

150

150 Leem, sterk zandig, blauwgrijs, Edelmanboor

4 200

200

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

3

Leem, sterk zandig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor

4 200

200

Leem, sterk zandig, matig roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor 250

250

Leem, sterk zandig, licht beigegrijs, Edelmanboor 300

350

350

Boring:

29

Boring: 0

0

akker

50

50 2

100

100

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

32

50

Zand, matig fijn, matig siltig, beigeoranje, Edelmanboor

2 100

100

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

3

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1 50

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor, Omgewerkte grond, brokken oranjebeige zand

120

3 150

Zand, matig fijn, matig siltig, donker grijsoranje, Edelmanboor Leem, sterk zandig, zwak roesthoudend, blauwgrijs, Edelmanboor

150 4

akker

4 190

200

200

Zand, matig fijn, matig siltig, sporen roest, neutraal oranjebeige,

200

200

Projectnaam: Heuveleindseweg teEdelmanboor Best Projectcode: AM21580

Opdrachtgever: Kragten

getekend volgens NEN 5104

Boring:

37

Boring: 0

0

akker

50

50

50

100

100

2 90 100

100 Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

3 150

150

3 140

150 Leem, sterk zandig, lichtgrijs, Edelmanboor

4 200

200

Boring: 0

50

50

akker

30

Leem, sterk zandig, sporen roest, bruingrijs, Edelmanboor

2

50

100

0

1

60

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor

2

50

0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

1

100

110

4

140

Leem, sterk zandig, matig roesthoudend, grijsoranje, Edelmanboor

4 200

150

150

200

Leem, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor

Leem, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor 250

Leem, sterk zandig, zwak roesthoudend, lichtgrijs, Edelmanboor Zand, zeer fijn, sterk siltig, licht oranjegrijs, Edelmanboor

5 200

210

Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, zwak siltig, licht oranjegrijs, Edelmanboor

3

3 150

Zand, matig fijn, matig siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

200

200

tuin

Zand, matig fijn, zwak siltig, oranjebeige, Edelmanboor

Zand, matig fijn, matig siltig, licht beigeoranje, Edelmanboor

4

46

0

akker Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

Zand, matig fijn, matig siltig, geelbeige, Edelmanboor

2

Boring:

0

0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donker grijsbruin, Edelmanboor

1

40

250

250

Leem, sterk zandig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 300

300

300

Leem, sterk zandig, neutraalgrijs, Edelmanboor 350

350 380

Boring: 0

380

A

Boring: 0

akker

0

B 0

Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor 50

akker Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

50 65

65

Projectnaam: Heuveleindseweg te Best Projectcode: AM21580

Opdrachtgever: Kragten

getekend volgens NEN 5104

Boring:

C

Boring: 0

0

akker

0

D 0

Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkerbruin, Edelmanboor

40

50

Zand, zeer fijn, zwak siltig, lichtgrijs, Edelmanboor

50 65

100

150

190

Leem, sterk zandig, matig roesthoudend, neutraalgrijs, Edelmanboor

200

250 275

300

Boring: 0

50

300

Zand, zeer fijn, zwak siltig, neutraalgrijs, Edelmanboor, Slechte toestroming grondwater

E 0

40 50

braak Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, brokken wortels, donkerbruin, Edelmanboor Zand, zeer fijn, matig siltig, licht geelgrijs, Edelmanboor

Projectnaam: Heuveleindseweg te Best Projectcode: AM21580

Opdrachtgever: Kragten

42 33

87

16

2

44

65 bk

35

46 53

48

i

enhe

el

Denn

euv

efh

Zwe SPT

Kuilt jesh ei

50

67 37 52

85

SPT

hei

tjes

Kuil

6C

SPT

bk

39

54

51

69

56 SPT

SPT

De i

he

en

nn

10

1 41

8

71

3

83 Duin hei

49

bk

73 SPT

vel sheu Wen

43 5 2

l

euve

19

Wildh

75

K

2-4

45 7

47

bk

81

17 bk

SPT SPT

bk

4

21

9

23 bk

15

11 79

13

vel heu Wild

6 SPT

25

bk

1 SPT

27

13

eind

oor

77

Sch

11 3

Wild

20 SPT

heu vel

6D

5 eg

antw

Heik

9 29

31

7 SPT

9

7

bk

33

1-3

8 11

13

17

15

7A bk

SPT

SPT

Zaa

SPT

iheu

SPT

velp

SPT

ad SPT

SPT

landschapspark

25

SPT

10

(natuur en recreatie)

rio

8

8

6

el euv Vli

egh

ind vele Heu

23

10

6

2

4

(natuur en recreatie)

4

l uve she

l

Vla

uve

fhe

Tre

4 1

3

eg

antw

Heik

12

1 21 vel sheu Wen

Hei

14

6 bk

Zaa

2

3

iheu velp

bk

ad

u ghe Vlie

3

5 16

7

2

12

5

g ewe inds vele Heu

g

we kant

bk

landschapspark

Vlieg

heuv

el

rio

2 7

9

vel

14

4

18

4

9 1

20

6

bk

3

6

8

8

5

bk

10

7

11

5

el

euv

okh

Sto

10 el euv

9

rfh

Tu

2 5

11 19

12

vel

heu

euw

Sne

euw

Sne

17

4

he

7

3

13

15 9

CPO

bk

6 1

15

13

vel

sheu

Wen

rhe

14

Sie

uv

el

11

eg

antw

Heik

Vli

egh

euv

el

2

8

uve

ihe

Zaa

uve He

lpa d

SPT

bk

4

9 1

l

uve

khe

Raa

12

20

SPT

g

ewe

inds

vele

Heu

SPT

3

1

5

6

SPT

10 10

dse

7

3 12

heu Rijp

SPT

vel

lein

n

ere

k par

we

8

8

14

5

g

el euv akh

Ra

en

11

6

din rei

10 bk

olk

g v

rio

16

in stu

7

18

4

b

20

12

4

9

uit

13

bk

Sier

heu

vel

20

1 bk

11

Rijp

heu

vel

6

14

bk

3

bk

3

5

5

13

8

2 15

7

4

Pra

alh

euv

el

9

7

9

6

11 10

11

13

9

8

Rijp

heu

vel

7

bk

15 5

10

17

3

3

12 1

1 19

3

12

hobbyweide

14

21

sheu

Wen 14 Roshe uvel

vel

16

5

23

7

bk

12 16

25

14

18

9

euvel

27

Praalh

11

20

29

Dijkpad

13 22

heuv

el

20

Nest

18 16

15

31

Praalheu

vel 33

bk

24

17

26

Seinheuvel 19 39

37

35 SPT

SPT

bk

23

Praalheu

vel

21

SPT SPT

vel

19

Ontwikkeling Heuveleindseweg_Best

Wensheu

SPT

17

15

SPT

Schetsontwerp RVR004 | 8 maart 2022 schaal 1:2000

1:2000

0

20

40

60

80

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13678592/1