24001.9 - Bijlage Notitie Regionale Bekostigingssystematiek (MRE)
Tekst van het document
Doel notitie en essentie van het voorstel Om invulling te geven aan de regionale bijdrage t.b.v. de schaalsprong van de Brainport is in voorliggende notitie een regionale bekostigingssystematiek voor de bereikbaarheid uitgewerkt. Voorliggend voorstel bestaat in essentie uit vier onderdelen: 1. Bereikbaarheidsopgave schaalsprong Brainport a. Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio Eindhoven (MRE) veel harder groeit dan verwacht. In de komende jaren staat de regio voor een enorme opgave: het faciliteren van een schaalsprong en bijkomende vraagstukken. b. Om de groei aan inwoners, woningen en banen in Brainport Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimte-efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. c. De schaalsprong van de regio en de gewenste mobiliteitstransitie vragen om een forse investering. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moet samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare, krachtige samenwerkingspartner met een eenduidige strategie en een regionale bekostigingssystematiek. 2. Opzet regionale bekostigingssystematiek a. Om invulling te geven aan de regionale bijdrage t.b.v.
de schaalsprong van de Brainport is op de schaal van de MRE een regionale bekostigingssystematiek voor de bereikbaarheid uitgewerkt. b. Onderdeel van deze bekostigingssystematiek is het opzetten van respectievelijk een Publiek en een Privaat Bereikbaarheidsfonds Brainport. c. Het Publieke Bereikbaarheidsfonds is bedoeld voor de regiobrede bekostiging van (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen t.b.v. de schaalsprong van de Brainport. Het Private Bereikbaarheidsfonds voor de private bekostiging. d. Het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt bij de MRE ondergebracht. Het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt ondergebracht bij Brainport Development. e. Per regionale bereikbaarheidsmaatregel worden bekostigingsafspraken gemaakt tussen de betrokken partijen. Hierbij worden vijf typen projecten onderscheiden, ieder met een eigen grondslag voor een mogelijke regionale bijdrage. 3. Voorstel voor bekostiging eerste maatregelenpakket a. In het verlengde van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport zijn maatregelen gedefinieerd die de komende periode uitgevoerd moeten worden om de schaalsprong te accommoderen. b. Voor de bekostiging van dit maatregelenpakket zijn in het BO MIRT op 9 november 2022 concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio.
Dit heeft geresulteerd in verdeling waarbij het Rijk 63,5% van de kosten dekt en de regio 36,5% van de kosten dekt. c. Voor wat betreft de regionale bijdrage is afgesproken dat de provincie NoordBrabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE gemeenten elk 1/3 deel van de regionale bijdrage dekken.
100561-3074\JWI\HLE\-1
Archiefexemplaar van BL23-12035
- Notitie Regionale Bekostigingssystematiek MRE
d. In het verlengde hiervan zijn – in lijn met de regionale bekostigingssystematiek – voor dit eerste maatregelenpakket een kostenverdeelsteutel en een cashflowplanning uitgewerkt voor de MRE-gemeenten. 4. Voorstel voor bekostiging toekomstige maatregelen a. Afgesproken is dat het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport zoals vastgesteld door Rijk en Regio in het BO MIRT 2020, en uitwerkingen daarvan zoals het Verstedelijkingsakkoord en de regionale ontwikkelstrategie voor mobiliteit verder geconcretiseerd worden. b. Momenteel wordt conform de afspraken uit het BO MIRT 2022 invulling gegeven aan de opvolging van de afspraken Schaalsprong 2030 zoals onder 3 benoemd. Voor de strategische agenda richting 2040 van de Brainportregio Eindhoven worden aanvullende bereikbaarheidsmaatregelen uitgewerkt voor de gehele MRE. Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Deze maatregelen vormen de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren. c. Deze maatregelen zijn te verdelen in verschillende soorten maatregelen met ieder een eigen bekostigingswijze. Hiervan komen de (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen uit de MRE-brede programmering – analoog aan het eerste maatregelpakket – mogelijk in aanmerking voor cofinanciering door de provincie Noord-Brabant en het Rijk.
Per maatregel zullen – met de regionale bekostigingssystematiek als handvat – bekostigingsafspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen. In de voorliggende notitie zijn deze onderdelen verder uitgewerkt.
100561-3074\JWI\HLE\-2
1. Bereikbaarheidsopgave schaalsprong Brainport a. Faciliteren schaalsprong Brainport Eindhoven heeft zich de voorbije jaren ontwikkeld tot één van de krachtigste motoren van de Nederlandse economie. De kennisintensieve maakindustrie én het feit dat het in de Brainport regio goed wonen, werken en leven is, zorgt voor een forse groei. Recent werd duidelijk dat de Metropoolregio Eindhoven (MRE) veel harder groeit dan verwacht. Er is versneld actie nodig om te voorkomen dat de groei stagneert en de regio vastloopt. Wil Brainport Eindhoven zijn aantrekkingskracht behouden en versterken, is substantiële verbetering nodig van de agglomeratiekracht, de connectiviteit en het vestigingsklimaat. De groei genereert kansen, maar betekent ook een toename van mobiliteit en toenemende druk op de woningmarkt, op de leefbaarheid en op de leefkwaliteit. In de komende jaren staat de regio voor een enorme opgave: het faciliteren van een schaalsprong en bijkomende vraagstukken. Dit vraagt op korte termijn om investeringen in extra woningen, in extra werklocaties en in een duurzaam mobiliteitssysteem. De huidige prognoses en afspraken gaan uit van circa 100.000 woningen in de periode tot 2040. De extra arbeidsplaatsen en extra woningen resulteren in meer verplaatsingen van, naar en binnen de MRE.
b. Mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk In het verlengde van deze opgave hebben Rijk en regio de voorbije periode het MIRT1onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport2 uitgevoerd. Bovendien zijn voor het Stedelijk Gebied Eindhoven (SGE) de groei en de bijbehorende randvoorwaarden vastgelegd in een verstedelijkingsakkoord. Ook voor de andere subregio’s van de Metropoolregio Eindhoven (MRE) worden de beoogde verstedelijking en bereikbaarheid momenteel uitgewerkt in een regionale ontwikkelstrategie. Met deze uitwerkingen is er voor de gehele MRE inzichtelijk wat de schaalsprong vraagt op het vlak van bereikbaarheid. Om de groei aan inwoners, woningen en banen in Brainport Eindhoven op te vangen is een mobiliteitstransitie onvermijdelijk en noodzakelijk. De mobiliteitstransitie is erop gericht om ruimte-efficiënte, schone en actieve vormen van mobiliteit te stimuleren. Een mobiliteitssysteem dat meer inzet op OV- en deelconcepten, fietsen, lopen en smart mobility. Daarmee reduceren we de emissie van CO2, stikstof, fijnstof en geluid en creëren we een aantrekkelijke leefomgeving. Inzet is om het dragende HOV-netwerk uit te breiden. De hoofdstructuur in de MRE wordt op logische plekken in het netwerk voorzien van goed bereikbare multimodale hubs. Op deze hubs wordt keuzevrijheid en de uitwisseling tussen verschillende vormen van vervoer gefaciliteerd.
Hubs vormen belangrijke schakels in het multimodale netwerk; goed bereikbaar voor auto’s vanaf het hoofdwegennet, ontsloten voor OV en de fiets en voorzien van een aanbod aan deelmobiliteit. Extra uitbreiding van het wegennet is mogelijk als het niet anders kan.
c. Stevige regionale samenwerking randvoorwaardelijk voor bijdrage partners De MRE functioneert als ‘daily urban system’; één regio waarin dagelijks de belangrijkste woon- en werkverplaatsingen plaatsvinden. Verplaatsingen houden niet op bij de grens van een gemeente. De gehele regio heeft baat bij verbeteringen in het (boven)regionale mobiliteitssyteem. Daarmee is mobiliteit een regionale opgave die vraagt om een regionale
1 De Rijksoverheid wil de bereikbaarheid, veiligheid en ruimtelijke inrichting van Nederland bevorderen. Rijksprojecten en – programma’s hiervoor staan in het Meerjarenprogramma Infrastructuur Ruimte en Transport (MIRT). 2
MIRT onderzoek Brainportregio Eindhoven (smartwayz.nl)
100561-3074\JWI\HLE\-3
aanpak. In het verlengde werkt de MRE samen aan het bepalen en realiseren van mobiliteitsambities en opgaven. De schaalsprong van de regio en de gewenste mobiliteitstransitie vragen om een forse investering. Op basis van de uitkomsten van het MIRT-onderzoek zijn er tijdens het BO-MIRT in 2022 afspraken gemaakt tussen het Rijk, de provincie en de regio over een eerste maatregelenpakket (zie deel 3 van deze notitie). In aanvulling op dit eerste pakket wordt momenteel een aanvullend maatregelenpakket uitgewerkt voor de gehele MRE in het kader van de schaalsprong van de Brainport (zie deel 4 van deze notitie). Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Dit vormt de basis voor de programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren. Om de benodigde maatregelen gefinancierd te krijgen, zal de MRE intensief moet samenwerken met het Rijk, de provincie Noord-Brabant en het bedrijfsleven. De regio heeft deze partners niet alleen nodig om het in november 2022 overeengekomen pakket aan mobiliteitsmaatregelen te kunnen financieren, maar ook voor de financiering van toekomstige maatregelen. Ervaring leert dat een krachtige regionale samenwerking, de kans op een bijdrage van partners vergroot.
Dit vraagt dat de MRE zich opstelt als betrouwbare samenwerkingspartner met een eenduidig geluid, een gezamenlijke strategie en een regionale bekostigingssystematiek. Deze regionale bekostigingssystematiek is in voorliggende notitie uitgewerkt. Zo wordt het geheel veel meer dan de som der delen.
2. Opzet regionale bekostigingssystematiek a. Bekostiging maatregelen Als onderdeel van de pakketafspraken worden afspraken gemaakt tussen Rijk en regio over de bekostiging van maatregelen. Bovendien worden voor het regionale aandeel in de Metropoolregio Eindhoven (MRE) bekostigingsafspraken gemaakt tussen de provincie NoordBrabant, Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) en de MRE-gemeenten. Voor de maatregelen wordt steeds een verdeelsleutel bepaald tussen de betrokken partijen. Om te komen tot een verdeelsleutel tussen de betrokken partijen worden vijf type projecten onderscheiden (zie tabel 1). Elk type project kent een eigen grondslag voor de (regionale) bijdrage. Daarbij is overigens alleen bij projecten met een Rijksbelang sprake van een Rijksbijdrage. Daar waar het om een bijdrage van gemeenten en/of de provincie gaat, zullen respectievelijk de gemeenteraden en provinciale staten moeten instemmen met de financiële afspraken.
Tabel 1. Grondslag bijdrage naar type project.
b. Bereikbaarheidsfonds Brainport Naast de eigen bijdrage van de uitvoerende partij (doorgaans de gemeente op wiens grondgebied het project wordt gerealiseerd), een projectspecifieke bijdrage van de provincie of een projectspecifieke Rijksbijdrage, kan er ook sprake zijn van een regiobrede bijdrage. De
100561-3074\JWI\HLE\-4
regiobrede bijdragen van MRE-gemeenten3 lopen via een Publiek Bereikbaarheidsfonds. De bijdragen van Brainportpartners lopen via een Privaat Bereikbaarheidsfonds Brainport. Vanuit deze fondsen vindt respectievelijk de regiobrede publieke en private cofinanciering van projecten plaats. De projectspecifieke, route-gebonden of locatie-gebonden bijdrage van gemeenten en de provincie gaan rechtstreeks naar het betreffende project. Deze bijdragen lopen dus niet via het Bereikbaarheidsfonds. Ook de Rijksbijdrage gaat rechtstreeks naar de projecten.
c. Governance Bereikbaarheidsfonds Brainport Het Bereikbaarheidsfonds Brainport bestaat uit een publiek deel en een privaat deel (zie figuur 1).
Figuur 1. Governance Regionaal Bereikbaarheidsfonds Brainport.
Het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt bij de MRE ondergebracht. Het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt bij Brainport Development ondergebracht. Voor wat betreft het Publieke Bereikbaarheidsfonds geldt dat de bestuurlijke coördinatie via de MRE loopt. De geografische schaal van de MRE komt overeen met het gebied waar de bereikbaarheidsmaatregelen landen. De MRE is bovendien een bestaande gemeenschappelijke regeling van de 21 gemeenten die betrokken zijn bij regiobrede projecten en financiering. Het beheer van een Regionaal Bereikbaarheidsfonds is een taak die past binnen de bevoegdheden van de Gemeenschappelijke Regeling MRE (GR MRE). Het MRE is een bestaand openbaar lichaam met rechtspersoonlijkheid. Daarnaast is bestuurlijk de wens uitgesproken de bestaande governancestructuur op het gebied van mobiliteit te
Dit betreft de regiobrede bijdrage aan de hubs ad €6,6 miljoen (3e kolom tabel 3) en aan de multimodale knoop ad €23 miljoen (laatste kolom tabel 3). Dit is exclusief de locatie gebonden bijdrage van de gemeente Eindhoven aan de multimodale knoop ad €44,5 miljoen die rechtstreeks wordt bijgedragen.
3
100561-3074\JWI\HLE\-5
vereenvoudigen. Dit impliceert ook dat voor nieuwe ontwikkelingen – zoals het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport – zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van bestaande bestuurlijke en organisatorische structuren. Het onderbrengen van het Publieke Bereikbaarheidsfonds Brainport bij MRE past daarin. Dit kan door middel van een in te richten bestuurscommissie zoals voorzien in artikel 22 van de GR MRE, respectievelijk artikel 25 van de wet Gemeenschappelijke Regelingen. In deze bestuurscommissie kunnen één of meerdere bestuurders vanuit de MRE-gemeenten zorgdragen voor de bestuurlijke coördinatie (en verantwoording). De wijze waarop de provincie Noord-Brabant participeert is nog onderwerp van gesprek. Afhankelijk van de bestuurlijke keuze kan dit direct of meer indirect. Dat geldt dan ook voor het al dan niet zitting nemen in de bestuurscommissie. De omvang en samenstelling van het fonds vraagt bovendien om een professionele administratieve organisatie in de vorm van fondsbeheer. Het fondsbeheer van het publieke Bereikbaarheidsfonds wordt binnen de MRE onder gebracht. De MRE heeft een goed trackrecord om zaken onafhankelijk te coördineren. Door de juiste expertise aan trekken wordt de uitvoeringskracht van de MRE en de beheersbaarheid van het fonds goed geborgd.
De administratieve organisatie zou ook gebruikt kunnen worden voor de organisatie en coördinatie van vergelijkbare fondsen die in de MRE moeten worden ingericht. Het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport wordt georganiseerd en bestuurd vanuit de onafhankelijke economische ontwikkelorganisatie Brainport Development NV. Daarbij wordt – naar analogie van het Regiofonds Brainport – gekozen voor het onderbrengen van het fonds in een speciale fondsentiteit (besloten vennootschap). De op te richten Bereikbaarheids BV is een 100% dochteronderneming van Brainport Development NV. Er wordt een gezamenlijke coördinatie ingericht bestaande uit een vertegenwoordiging van het publieke en private fonds. Deze publiek-private coördinatie ontvangt bekostigingsaanvragen vanuit de diverse projecten en zet deze uit bij beide fondsen. De formele toekenning van middelen aan projecten vindt – in onderlinge afstemming – rechtstreeks plaats vanuit respectievelijk het publieke en het private fonds. De publiek-private coördinatie draagt periodiek zorg voor voortgangsrapportages over de verschillende projecten. Eens per jaar en/of wanneer daar aanleiding toe is vindt bestuurlijke afstemming plaats tussen het bestuur van het Publieke en het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport. Hier worden de voortgang van de projecten en eventuele knelpunten besproken.
d. Afspraken en spelregels Een robuuste en toekomstbestendige werking van de financiering van respectievelijk het Publieke en het Private Bereikbaarheidsfonds Brainport vraagt om een robuust afspraken- en spelregelkader. In het verlengde onderscheiden we een drietal overeenkomsten om de werking van de Bereikbaarheidsfondsen Brainport goed te verankeren: 1. Voor het Publieke Bereikbaarheidsfonds: Een Samenwerkingsovereenkomst Publiek Bereikbaarheidsfonds Brainport (hierna SOK) tussen de publieke partijen. 2. Voor het Private Bereikbaarheidsfonds BV: Partnerovereenkomsten tussen de betreffende Brainportpartner en het Bereikbaarheidsfonds BV. 100561-3074\JWI\HLE\-6
3. Subsidiebeschikking voor de afzonderlijke projecten die een beroep doen op financiering vanuit de fondsen. Voor wat betreft het publieke fonds worden de afspraken over de werking van het fonds vastgelegd in een Samenwerkingsovereenkomst Bereikbaarheidsfonds Brainport (hierna SOK). Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de publieke partijen die een bijdrage leveren aan het Publieke Bereikbaarheidsfonds. In deze SOK worden afspraken vastgelegd over de werkwijze van het fonds, over de organisatie (inclusief capaciteit, rol- en taakverdeling) en over de governance (inclusief overlegstructuur en escalatie). Ook worden in de SOK afspraken vastgelegd over de financiering van het fonds, over indexatie, over BTW, over de verdeling van de gelden over projecten, over handelswijze bij uitnutting van beschikbare middelen en/of wat te doen met eventuele overschotten. En over (eventueel) toe en uittreden van partijen, over geschillen en over duur/opheffing van het fonds. Voor wat betreft het private Bereikbaarheidsfonds BV worden afspraken over de werking van het fonds en de bijdrage van Brainportpartners (bedrijven, campussen, kennisinstellingen) vastgelegd in separate Partnerovereenkomsten tussen de betreffende Brainportpartner en het Bereikbaarheidsfonds BV.
Deze partnerovereenkomsten zullen voor wat betreft de inhoud grote gelijkenis vertonen met de samenwerkingsovereenkomst tussen publieke partijen. Tegelijkertijd bieden de afzonderlijke Partnerovereenkomsten de ruimte om de voorwaarden en condities van de Brainportpartners separaat en specifiek vast te leggen. Daarnaast zullen de voorwaarden voor de afzonderlijke projecten die aanspraak kunnen maken op de fondsen, worden vastgelegd in separate Subsidiebeschikkingen. In de Subsidiebeschikking zullen spelregels worden vastgelegd over de wijze van toekenning van middelen, over indexatie en over BTW. Ook worden in de Subsidiebeschikking afspraken vastgelegd over verantwoording richting de fondsen en over de handelswijze bij afwijkingen t.o.v. de oorspronkelijke raming en/of de planning.
3. Voorstel bekostiging eerste maatregelenpakket a. Bekostigingsafspraak Rijk – Regio In het verlengde van het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport is een eerste pakket aan maatregelen gedefinieerd dat de komende periode uitgevoerd moet worden om de schaalsprong te accommoderen. Dit maatregelpakket (zie tabel 2) resulteert in een investering van € 1.570 mrd (incl. BTW, prijspeil 2022). Voor dit overeengekomen maatregelenpakket was de inzet dat het Rijk circa 2/3 en de regio circa 1/3 van de kosten van het pakket dekt. Voor het regionale aandeel was de insteek om 1/9 deel van het totale bedrag te dekken vanuit de provincie Noord-Brabant, 1/9 deel vanuit het bedrijfsleven en 1/9 deel vanuit de MRE gemeenten (gezamenlijk dus 1/3 deel van het totaal). Voor toekomstige maatregelenpakketten zal steeds opnieuw een verdeelsteutel moeten worden bepaald tussen betrokken partijen.
100561-3074\JWI\HLE\-7
Figuur 2. Samen investeren vanuit een Regionaal Bereikbaarheidsfonds Brainport
Tijdens het Bestuurlijk Overleg (BO) Leefomgeving op 21 juni 2022 en het BO-MIRT op 9 november 2022 zijn per opgave concrete afspraken gemaakt tussen het Rijk en de regio. Daarbij ging het over de omvang van de Rijksbijdrage en het deel waarvoor de regio aan de lat staat (zie tabel 2). Hier is – op basis van de nadere uitwerking van de maatregelen – uiteindelijk een verdeling uitgekomen waarbij het Rijk 63,5% van de kosten dekt en de regio 36,5% van de kosten dekt. Voor de opgave ‘Hoofd- en onderliggend wegennet’ geldt dat dit wel onderdeel is van het afgesproken pakket, maar dat hiervoor nog geen investeringsraming bekend is en om die reden ook geen verdelingsafspraak is gemaakt. Er is afgesproken tussen Rijk en regio dat hierover uiterlijk in het BO-MIRT van 2024 nadere afspraken worden gemaakt.
Tabel 2. Kostenverdeling Rijk-regio per opgave
b. Regionale kostenverdeelsleutel MRE gemeenten Op basis van de regionale bekostigingssystematiek (zie ook paragraaf 1b van deze notitie) is de regionale verdeelsleutel bepaald voor de opgaven uit het maatregelenpakket t.b.v. de schaalsprong van de Brainport (tabel 2) waarover tussen Rijk en regio afspraken zijn gemaakt. De ‘spoorse opgave’ en de ‘A58 Eindhoven – Tilburg’ zijn Rijksprojecten. Deze projecten 100561-3074\JWI\HLE\-8
worden in zijn geheel door het Rijk bekostigd. Over het hoofd- en onderliggend wegennet dienen nog nadere afspraken te worden gemaakt tussen het Rijk en de regio. De overige projecten zijn gecategoriseerd op basis van tabel 1 (zie paragraaf 1b). De bijdrage van de MRE-gemeenten aan het maatregelenpakket bedraagt €191 mln incl. BTW en €157,8 mln excl. BTW. In tabel 3 is e.e.a. vertaald in een regionale verdeelsleutel. In de eerste kolom is de totale bijdrage per gemeente weergegeven. Vervolgens is deze uitgesplitst naar de verschillende opgaven. In bijlage 1 is de verdeling per opgave nader uitgewerkt en toegelicht.
Tabel 3. Regionale kostenverdeling per opgave.
c. Cashflow bijdrage MRE gemeenten
De bijdrage van de MRE-gemeenten is over een periode van 10 jaar – tussen 2024 en 2034 – uitgesmeerd. De bijdrage per jaar voor een opgave is afhankelijk van de (financiële) planning van de opgave. In bijlage 2 zijn de bedragen per opgave per jaar weergeven. In onderstaande tabel 4 is opgenomen wat dit voor bijdrage per jaar betekent voor de afzonderlijke gemeenten. In bijlage 3 zijn uitgebreide cashflowoverzichten per maatregel opgenomen. Zoals beschreven in paragraaf 1c van deze notitie komen alleen regiobrede gemeentelijke bijdragen in het Regionale Bereikbaarheidsfonds terecht. De overige gemeentelijke bijdrage gaan direct naar een project in de betreffende gemeente. Dat geldt dus ook voor onderstaand cashflowoverzicht.
100561-3074\JWI\HLE\-9
Tabel 4. Bijdrage per jaar per gemeente.
4. Voorstel bekostiging toekomstige maatregelen a. Aanvullend maatregelenpakket gehele regio In aanvulling op het overeengekomen maatregelenpakket voor de schaalsprong van de Brainport (onderdeel 2 van deze notitie) wordt momenteel gewerkt aan een aanvullend maatregelpakket voor de gehele MRE. Voor de verschillende deelregio’s in de MRE worden de beoogde verstedelijking en bereikbaarheid uitgewerkt in een regionale ontwikkelstrategie. Met deze uitwerkingen, het MIRT-onderzoek Verstedelijking en Bereikbaarheid Brainport en het Verstedelijkingsakkoord is er voor de gehele MRE inzichtelijk wat de schaalsprong vraagt op het vlak van bereikbaarheid in opvolging van de afspraken van het BO MIRT 2022. Deze uitwerkingen zijn of worden vertaald in maatregelen: concrete (boven) regionale bereikbaarheidsprojecten om de schaalsprong te accommoderen. Streven is om deze maatregelen voor het BO-MIRT in het najaar van 2023 op te leveren. Deze maatregelen vormen de basis voor een MRE-brede programmering op het gebied van mobiliteit voor de komende jaren.
b. Aanvullend maatregelenpakket gehele regio Deze maatregelen zijn te verdelen in verschillende soorten maatregelen met ieder een eigen bekostigingswijze. Hiervan komen de (boven)regionale bereikbaarheidsmaatregelen uit de MRE-brede programmering – analoog aan het eerste maatregelpakket – mogelijk in aanmerking voor cofinanciering door de provincie Noord-Brabant en het Rijk. Elke maatregel wordt nader uitgewerkt en financieel geraamd. Vervolgens zullen per maatregel bekostigingsafspraken worden gemaakt tussen de betrokken partijen. De regionale bekostigingssystematiek zoals uitgewerkt in deze notitie, dient hierbij als handvat.
100561-3074\JWI\HLE\-10
Bijlage 1 – Toelichting kostenverdeling per maatregel De bedragen uit het KTM-pakket zijn prijspeil 2021, de bedragen van de overige maatregelen zijn prijspeil 2022. Korte termijn maatregelenpakket mobiliteitstransitie Voor het Korte termijn maatregelenpakket (KTM-pakket) mobiliteitstransitie zijn reeds afspraken gemaakt. Het uitgangspunt van de verdeling is 25% Rijk, 25% provincie NoordBrabant, 25% MRE-gemeenten en 25% Brainportpartners. Dit resulteert in een bijdrage van de MRE-gemeenten van € 38,25 mln excl. BTW. Voor het KTM-pakket is reeds een kostenverdeelsleutel overeengekomen met gemeenten. Zij dragen de kosten voor de hubs en de fietspaden. Voor de hubs geldt een regiobrede bijdrage (naar rato inwonersaantal) van MRE-gemeenten. Voor de fietspaden is de bijdrage routegebonden. Deze afspraken zijn gemaakt vanuit het KTM-pakket mobiliteitstransitie als onderdeel van Smartwayz.nl (zie ook memo voorstel financiering KTM Randweg). Afspraken zijn en/of worden vastgesteld door de afzonderlijke gemeenteraden. Versnellingsopgave Fellenoord/ Knoop XL Eindhoven De Versnellingsopgave Fellenoord/ Knoop XL Eindhoven is een locatie gebonden project. In het verlengde wordt de regionale bijdrage volledig gedragen door de gemeente Eindhoven en de provincie Noord-Brabant. Beide dragen zij 50% van de regionale bijdrage. Dit vraagt om een bijdrage van €16 mln ex.
BTW voor de gemeente Eindhoven4. HOV4/ De Run/ High Tech Campus Eindhoven De maatregel HOV4/ De Run/ High Tech Campus is een route gebonden project. De regionale verdeelsleutel wordt gebaseerd op het deel van het traject dat in respectievelijk de gemeente Eindhoven (80%) en de gemeente Veldhoven (20%) ligt. De maatregel HOV4/ De Run/ High Tech Campus vraagt om een bijdrage van de provincie Noord-Brabant van € 36,2 mln excl. BTW, van de MRE-gemeenten van € 36,1 mln excl. BTW en van de Brainportpartners van € 41,7 mln excl. BTW. Het uitgangspunt is gehanteerd dat de Provincie en Gemeenten 50/50 bijdragen. Op basis van de verdeling 80-20 betekent dit dat gemeente Eindhoven € 28,9 mln excl. BTW bijdraagt aan deze maatregel en de gemeente Veldhoven € 7,2 mln excl. BTW. Multimodale Knoop/ Station Eindhoven Centraal De maatregel Multimodale Knoop/ Station Eindhoven Centraal is – met haar ligging in Eindhoven – een locatie gebonden project. Tegelijkertijd heeft de multimodale knoop een regiobrede functie. De verdeelsleutel voor de MRE-gemeenten voor deze maatregel is 2/3 locatie gebonden (gemeente Eindhoven) en 1/3 regiobreed (MRE-gemeenten). De regiobrede bijdrage van de MRE-gemeenten is gebaseerd op een geïndexeerde eerdere reservering in
4
De bijdrage van Eindhoven en Provincie Noord-Brabant aan gebiedsontwikkeling Fellenoord is relatief onzeker doordat deze direct afhankelijk is van de uitkomst van de business case gebiedsontwikkeling Fellenoord incl. de uitvoering openbare ruimte. Het regionale publieke tekort was in de voorbereiding op BO MIRT ’22 vastgeklikt op € 39 mln (zie: tabel 2). In de actualisatie naar januari ’23 is dit tekort naar beneden bijgesteld naar € 26 mln met daar bovenop een risicoreservering van € 30 mln. De totaal gereserveerde regionale publieke dekking bedraagt daarmee € 56 mln per januari ‘23. Deze actualisatie is niet verwerkt in deze notitie om aan te sluiten bij de bedragen van BOL ’22 en BO MIRT ’22 dat optelt tot € 1,57 mld (tabel 2) waarop ook de bijdrage van het Rijk is bepaald. Zie ook: Raadsvoorstel Eindhoven 24/1/23 & Statenvoorstel Provincie Noord-Brabant 3/2/23
100561-3074\JWI\HLE\-11
het kader van ZO Bereikbaar.5 De maatregel Multimodale Knoop/ Station Eindhoven Centraal vraagt om een bijdrage van de provincie Noord-Brabant van € 67,5 mln excl. BTW, van de MRE-gemeenten van € 67,5 mln excl. BTW en van de Brainportpartners van € 78 mln excl. BTW. De bijdrage van de MRE-gemeenten bestaat uit een bijdrage van de gemeente Eindhoven van € 44,5 mln excl. BTW en een bijdrage van de andere MRE-gemeenten van € 23 mln excl. BTW.
5
In 2016 is in het kader van ZO Bereikbaar €20 miljoen gereserveerd voor het project ‘Aanpak Busstation Neckerspoel en Station Eindhoven Centraal Station’ (rapport Brainport Duurzaam Slim Verbonden van 15 juli 2016).
100561-3074\JWI\HLE\-12
Bijlage 2 – Gemeentelijke bijdrage per maatregel per jaar In tabel 2.1 is de cashflow opgenomen per opgave per jaar.
Tabel 2.1. Cashflow per opgave per jaar
100561-3074\JWI\HLE\-13
Bijlage 3 – Uitgebreide cashflowoverzichten naar maatregel en per gemeente In tabel 3.1 t/m tabel 3.5 zijn per maatregel de verschillende cashflows weergeven per
gemeente. Tabel 3.1. Cashflow KTM-pakket Hubs
Tabel 3.2. Cashflow KTM-pakket Fietsroutes
100561-3074\JWI\HLE\-14
Tabel 3.3. Cashflow Versnellingsopgave Fellenoord/ Knoop XL Eindhoven
Tabel 3.4. Cashflow HOV4/ De Run/ High Tech Campus Eindhoven
100561-3074\JWI\HLE\-15
Tabel 3.5. Cashflow Multimodale Knoop/ Station Eindhoven Centraal
100561-3074\JWI\HLE\-16