23077.6 - Advies auditcommissie bij financiële verordening 2023 en nota reserves en voorzieningen 2023
Tekst van het document
Geachte raadsleden, Op 27 november heeft de auditcommissie de financiële verordening 2023 en de nota reserves en voorzieningen 2023 (vanaf nu verordening 2023) besproken. De verordening 2023 bevat een aantal technische wijzigingen ten opzichte van de financiële verordening Best 2022 (vanaf nu verordening 2022). Naar de mening van de auditcommissie gaat het bij artikel 5.3 en artikel 5.4 ook om een politieke afweging. Hierom heeft de auditcommissie besloten het stuk als een B-stuk te agenderen voor de raadsvergadering. De auditcommissie adviseert positief over de technische wijzigingen, dat wil zeggen alle wijzigingen m.u.v. artikel 5.3 en artikel 5.4. In artikel 5.3 en artikel 5.4 wordt het mandaat van het college verruimd ten opzichte van de bestaande verordening. Dit zien we ook als een politieke afweging voor de Raad waarover de auditcommissie geen stemadvies geeft. De auditcommissie adviseert de raad echter wel om een helder mandaat af te spreken tussen Raad en college en stelt daarom een verduidelijking voor in artikel 5.3 via een amendement. Advies auditcommissie Uit de concept verordening 2023 blijkt niet of incidentele of structurele exploitatielasten worden bedoeld. In tegenstelling tot de duidelijke formulering in de verordening Best 2022, waar expliciet wordt vermeld dat het om incidentele exploitatielasten gaat.
Daarom wordt de Raad geadviseerd om het bijgevoegde amendement aan te nemen, waarmee in de verordening 2023 duidelijk wordt gemaakt dat het om incidentele exploitatielasten gaat. Onderaan dit advies vindt u aanvullende informatie als achtergrond bij artikel 5.3 en 5.4. Met vriendelijke groet, Marius Ekamp (Voorzitter) Hans Berkers Niels Govers Alex le Mat Wat stelt het college van B&W voor te veranderen in artikel 5.3 en 5.4 van de financiële verordening? In de financiële verordening (financiële verordening Best 2022) regelt artikel 5.3 dat het college zonder voorafgaande autorisatie van de raad verplichtingen kan aangaan voor niet in de begroting opgenomen incidentele exploitatielasten. Artikel 5.4 behandelt vergelijkbaar de investeringskredieten. De financiële verordening wijzigt: - De in artikel 5.3 opgenomen incidenteel € 50.000,- naar € 100.000,-, zonder aanduiding of het gaat om incidentele of structurele exploitatielasten. - De in artikel 5.4 opgenomen € 100.000,- naar € 250.000,Wat betekent het mandaat in artikel 5.3 en 5.4 in de praktijk? Primair geldt dat de raad bepaalt waaraan geld mag worden uitgegeven. Dit volgt uit artikel 189 van de Gemeentewet. Het college toetst bij besluitvorming aan dit artikel en streeft altijd naar de koninklijke weg: eerst budget aanvragen bij de gemeenteraad, daarna pas verplichtingen aangaan. -1-
In uitzonderingssituaties kunnen er echter omstandigheden zijn, waardoor het college snel moet handelen en vooraf verplichtingen aan moet gaan. Om dit te kunnen doen zijn mandaten op grond van lid 3 (exploitatielasten) en 4 (investeringen) opgenomen in de financiële verordening. Bij het toepassen van één van deze mandaten, beoordeelt het college zelfstandig of een verplichting wordt aangegaan vooruitlopend op een raadsbesluit. Het gebruik maken van de mandaten onder lid 3 en 4 ontslaat het college niet van de verplichting om op grond van artikel 189 van de Gemeentewet budget te vragen bij de raad. Ook bij het zelfstandig aangaan van verplichtingen door het college, worden budgetten vastgesteld door de gemeenteraad. Er volgt bij het gebruik maken van de mandaten onder 3 en 4 altijd een moment waarop budgetten door de raad worden vastgesteld. Zo nodig kan de raad het college vragen om verantwoording af te leggen, als gebruik gemaakt is van één van bovenstaande mandaten.
-2-