23072.6a - Beantwoording technische vragen D66 over Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 2025-2027
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen:
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375
U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gem best.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp
raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Marius Ekamp D66 Best Programmabegroting 2024 en meerjarenraming 20252027
Vragen en antwoorden: Vraag 1:
De kosten van heffing en invordering stijgen van 109.000 euro (programmabegroting 2023 pag.37 naar 778.000 euro (programmabegroting 2024). Van 0,73% van de geraamde opbrengsten naar 4,93%. Dit is een verzevenvoudiging van de kosten(!) graag toelichting.
Antwoord 1:
Het betreft hier geen extra lasten, maar een gewijzigde toerekening van de kosten die worden gemaakt in verband met het heffen en invorderen van belastingen. Oorzaak 1: Tot en met 2023 werd op diverse kosten een correctie toegepast voor alle kosten die we maken voor uitvoering van de wet Woz. Dit werd gedaan omdat de wet Woz niet alleen van toepassing is op de heffing van de OZB maar ook van toepassing is voor waterschapslasten (Waterschap de Dommel) en voor de inkomstenbelasting (Belastingdienst). De gemeenten zijn echter verantwoordelijk voor de uitvoering van de wet Woz. Vanaf begroting 2024 is er daarom voor gekozen om de aanwezige formatie vanwege de wet Woz en de formatie voor het heffen en invorderen van belastingen, inclusief de opslag voor overhead toe te rekenen aan heffing en invordering van belastingen. Zo is eenvoudig te volgen, wat het kost om belastingen en leges te kunnen heffen en invorderen. Oorzaak 2: Aanvullend zijn de gestegen vanwege de nieuwe cao afspraken en vanwege overige inflatie.
Vraag 2:
Er zit forse ruimte tussen de kostentoerekening en kostendekkendheid van leges. We verwachten in 2024 in totaal 12.5 miljoen aan lasten waar maar 10.4miljoen aan opbrengsten tegenover staan. Zoals het college aangeeft leveren lege opbrengsten een belangrijke bijdrage aan het sluitend maken en houden van de begroting’ (pag 114 print versie). Met name bij titel 2 leges (milieu/ en RO) zien we dat we als gemeente fors meer kosten maakt dan dat we verwachten te kunnen doorbelasten aan medeoverheden, particulieren en bedrijven. Wat is hier de reden van? Vindt het college dit een wenselijke situatie? Ziet het college mogelijkheden om kosten en opbrengsten en leges meer in balans te brengen? Wat kunnen de gevolgen daarvan zijn?
Antwoord 2:
Het klopt dat de leges overwegend niet kostendekkend zijn. Dit heeft meerdere oorzaken: - soms zijn we verplicht om een tarief van derden te hanteren (met name geldt dit voor de leges burgerzaken); - soms is niet het hoofddoel kostendekkendheid, maar het bevorderen van een bepaalde gedraging. Een te hoog tarief werkt dan averechts of leidt tot onbegrip van derden; - verplichtingen vanuit de Omgevingswet: veel kosten moeten worden gemaakt, maar zijn niet declarabel op basis van de Omgevingswet; - Omgevingswet: onderdelen zijn vergunningsvrij geworden, maar leiden wel tot kosten voor onze gemeente. - Relatie met tarieven van omliggende gemeenten: soms is het niet wenselijk als tarieven regionaal erg ver uiteenlopen. Incidenteel kunnen periodiek de tarieven die wij zelf bepalen worden beoordeeld. Bij de beoordeling spelen naast financiële motieven ook politieke motieven een rol.
Vraag 3:
Wij zouden denken dat het kengetal grondexploitaties afneemt door verkoop. Waarom neemt het kengetal toe van 11,6% (begroot 2023) naar 15% (begroot 2024)? 1
Beantwoording technische vragen Antwoord 3:
De gegevens met betrekking tot de grexen voor de primitieve begroting 2023 zijn ontleend aan de MPG 2022. Het kengetal 11,6% heeft hier dan ook betrekking op. Jaarlijks vindt actualisatie van de meerjarenprognoses grexen plaats. De MPG 2023 staat als basis van de begrote cijfers met betrekking tot de grondexploitaties in de begroting 2024 e.v. Dit resulteert in een kengetal van 15%. De mutatie in de boekwaarde van de grexen als grondslag voor de berekening van de kengetallen is de resultante van de mutatie van de volgende factoren: kosten, opbrengsten en verliesvoorziening. Als voorbeeld: in de jaarschijf 2024 van de begroting 2023 (basis MPG 2022) was € 13,7 mln aan verkoopopbrengsten begroot. In de jaarschijf 2024 van de begroting 2024 (basis MPG 2023) is € 7,9 mln aan verkoopopbrengsten begroot. Dit heeft invloed op de boekwaarde van de grexen zoals deze worden gebruikt bij de berekening van de kengetallen.
Vraag 4:
In de meerjarenraming past u een indexatie van 4% toe op de OZB vanaf 2026. Toch zien we dat de belastingcapaciteit daalt van 104% (2024) naar 99,9% (2025), 99,1% (2026) en 98,3% (2027). Hoe kan de belastingcapaciteit in de toekomst toenemen als in de begroting is meegenomen dat de belasting met meer dan de inflatie wordt verhoogd?
Antwoord 4:
Volgens de paragraaf weerstandsvermogen is het % voor 2024 100,7% De capaciteit kan toenemen omdat het bedrag in de noemer een gevolg is van landelijke ontwikkelingen. Als de landelijke lastendruk een andere trend vertoont, dan kan het kengetal anders bewegen dan verwacht mag worden.
Vraag 5:
Graag ontvangen wij uitleg bij de toename van de risico’s op personeel van 702.000 naar 1.370.000.
Antwoord 5:
Jaarlijks vindt actualisatie van dit risico plaats met de op dat moment geldende risico’s. Tussentijds worden beheersmaatregelen getroffen om deze risico’s te minimaliseren.
Vraag 6:
Het risico ‘informatievoorziening ten behoeve van de bedrijfsvoering ‘ is berekend op 15,2miljoen maximaal risico. Zijn er maatregelen om dit risico te beheersen of te verzekeren? Graag toelichting op hoe dit risico
Antwoord 6:
Ja er zijn maatregelen genomen om dit risico te beheersen. Zo hebben wij verzekeringen afgesloten op het gebied van elektronica, panden/opstal, inventaris, werkmaterieel en het wagenpark.
Vraag 7:
Risico prijzen ‘prijzen stijgen meer dan begroot’. Kunnen effecten van prijsontwikkeling in de bijstellingen van de begroting (via P&C cyclus) worden verwerkt zodat dit risico uit de risico paragraaf kan worden gehaald? Prijzen kunnen bovendien ook minder stijgen dan begroot.
Antwoord 7:
De gehanteerde prijsindex in de begroting bedraagt 3,7% in het jaar 2024. In de jaren 2025 tot en met 2025 wordt rekening gehouden met een jaarlijkse prijsindex van 2,4%. (zie https://best.begroting-2024.nl/p12980/financiele-uitgangspunten) Daarnaast bestaat het risico dat de gehanteerde prijsindex onvoldoende is, dit wordt meegenomen in de risicobepaling ‘prijzen stijgen meer dan begroot’ Het is dus niet wenselijk om risico’s op voorhand als budget mee te nemen in de begroting.
Vraag 8:
Risicoparagraaf Risico vastgoed. “Risico verhoogd van 3.2miljoen naar 4 miljoen als gevolg van vertraging samen gaan en wensen op gebied van onderwijshuisvesting”. Kan dit risico gedurende de P&C cyclus worden verwerkt door de geraamde investeringen naar achteren te schuiven in tijd en de geraamde investeringen te verhogen met prijsontwikkeling zodat de Raad een integraal beeld krijgt van de verwachtte kosten van reeds opgenomen ambities in de meerjarenraming en dit risico vervolgens uit de risico paragraaf kan?
Antwoord 8:
Nee dit is niet wenselijk omdat je de begroting dan onnodig belast vanwege onzekere kosten. In de begroting houden we rekening met het minimale onderhoud van het gemeentehuis. Doordat we maar het minimale onderhoud begroten bestaat het risico dat door technische en functionele veroudering extra kosten gemaakt moeten worden.
Vraag 9:
Wij worden graag meegenomen in de organisatieontwikkeling o.a. de strategiekaart gemeente Best” (Pag. 142).
Antwoord 9:
Onze organisatieontwikkeling, die invulling geeft aan de vastgestelde en met u gedeelde visie op Dienstverlening, betreft de ontwikkeling van een nieuwe organisatiestructuur en cultuur. Onder de noemer project Vitalisering krijgt dit momenteel vorm en inhoud. Begin 2
Beantwoording technische vragen 2023 heeft de ambtelijke organisatie de strategiekaart herijkt. In de strategiekaart 20232026 staat de vertaling van de bestuurlijke prioriteiten naar wat dat voor de organisatie betekent. We benoemden 3 principes van waaruit we samen werken: vakmanschap, vertrouwen en verbinding. De organisatiestructuur en -cultuur wordt vanuit deze principes ontwikkeld. Vraag 10:
Personeelskosten. U geeft aan dat het in toenemende mate moeilijk tot zeer moeilijk is om aan personeel te komen. Nemen we in onze begroting op voorhand al een afslag op de totale lasten van 7.3 FTE aan formatie per 1000 inwoners? Wij zouden denken dat in deze arbeidsmarkt we nooit volledig bezet zijn.
Antwoord 10:
Uw laatste constatering is juist. Het bezettingspercentage (bezette formatie) was over 2021 94,9%. Over 2022 was dit 93,4%. Onder gunstige arbeidsmarktomstandigheden ligt dit percentage hoger. We verwachten dat het de komende jaren lastig blijft om (sommige) vacatures te vervullen. Om het werk, zoals in de begroting opgenomen, toch te realiseren huren we meer in. Het inhuurpercentage is de afgelopen jaren ook gestegen (18,8% in 2021 en 22,4% in 2022). Deze percentages komen overeen met die van referentiegemeenten. De kosten voor inhuur worden (deels) gedekt uit beschikbare vacatureruimte.
Vraag 11:
A: Onderschrijft het college dat we enorme langjarige opgaven hebben op het gebied van mobiliteit? Zo ja: waarom wordt de ambtelijke capaciteit voor een verkeerskundige én een beleidsmedewerker mobiliteit dan maar voor twee jaren uitgebreid (voorstel 17 en 18 nieuw beleid)? B: Is het gezien de langjarige opgaven niet wenselijk om juist op dit dossier structurele borging te hebben met dus vaste medewerkers? C: Wij vermoeden dat deze medewerker bezig zal zijn met de vele projecten en dekking (deels) op derden kan worden verhaald omdat door de inzet van deze medewerkers projecten verder komen. Kan deze denklijn kloppen?
Antwoord 11:
Dit is een politiek getinte vraag die ons inziens niet onder de technische vragen thuis hoort, maar in de raadsvergadering in de discussie over de begroting aan de orde zou kunnen komen.
Vraag 12:
Het financieel resultaat van WSD is al twee jaar op rij uiterst positief. 2021 +2,7miljoen batig. 2022 maar liefst 2,9miljoen batig. De solvabiliteit is ook goed Eigen vermogen/vreemd vermogen ultimo 2021 29,4 miljoen ev ten opzichte van 8,2 miljoen vv. lezen wij in de begroting. Wat zijn de plannen van WSD voor de inzet van de beschikbare middelen?
Antwoord 12:
De begroting 2024 valt binnen de kaders van het meerjarige koersdocument van de WSD en bouwt voort op het bestuurlijk geaccordeerde Stimulusprogramma. De (meerjaren)begroting 2025-2027 is sluitend. Het weerstandsvermogen is op peil en kan dienen als buffer om onvoorziene tegenslagen op te vangen. Een mooie prestatie in een moeilijke en onzekere tijd. Zo heeft het college in afstemming met de gemeenteraad per brief van 5 juni 2023 gereageerd op de jaarstukken van WSD. In de koersnota is bepaald dat bij WSD wordt toegewerkt naar een bezetting van 2.100 personen uit de doelgroep (Wsw en Participatiewet) in 2025. Op basis hiervan kan WSD dan beschikken over een sluitende exploitatie. Momenteel zit WSD op ruim 1.900 personen in dienst, dus er is nog een flinke opgave. Met het Stimulusprogramma zijn diverse financiële voorzieningen getroffen om mensen uit de doelgroep makkelijker aan het werk te helpen. Daar maken wij als gemeente ook gebruik van. Ook speelt dat de rijksoverheid onvoldoende middelen beschikbaar stelt voor de arbeidsplaatsen van mensen uit de Participatiewet. Deze tekorten moeten worden aangevuld uit de middelen van WSD. Zo zet WSD dus op verstandige wijze de beschikbare middelen in.
Vraag 13:
In de financiële foto wordt rekening gehouden met investeringen in het jaar 2026 zo maken wij op uit de 1.5miljoen negatieve rentelasten in 2027. Met hoeveel € investeringen wordt al rekening gehouden in 2026 met deze financiële foto? Zitten daar al investeringen bij die nog niet in de meerjarenraming zijn verwerkt? Graag toelichting op de ontwikkeling van deze post in de financiële foto.
3
Beantwoording technische vragen Antwoord 13:
Het is niet mogelijk om de negatieve rentelasten in 2027 uitsluitend te koppelen aan investeringen die in 2026 plaatsvinden. Gewerkt wordt met totaalfinanciering. In een notendop wordt onze toekomstige financieringsbehoefte als volgt bepaald: In de financieringsparagraaf is een liquiditeitsprognose opgenomen. Hierin zijn operationele, financiële en investeringskasstromen verwerkt die worden verwacht op basis van de voorliggende begroting in de tijd uitgezet. Anders gezegd: met de in de begroting opgenomen posten is rekening gehouden bij het berekening van de financieringslasten.
Vraag 14:
Waarom is de mutatie loon- en prijsbijstellingen zo negatief vanaf 2027? Is in deze post de Rijkskorting op het gemeentefonds zoals de opschalingskorting (volledig) verwerkt?
Antwoord 14:
Bij het opstellen van de begroting en meerjarenbegroting hanteren wij een periode van 4 jaar. Uitgangspunt bij de financiële foto bij de kaderbrief 2024 is dat het saldo 2027 gelijk is aan het saldo 2026 zoals deze bij de meerjarenbegroting 2024-2026 is opgesteld. De correctie voor loon- en prijsstijgingen 2027 is daarom een cumulatie van de extra loon- en prijsstijgingen gedurende de jaren 2024 tot en met 2026 en de daarbij horende loon- en prijsstijging voor het jaar 2027. Deze loon- en prijsstellingen staan los van de opschalingskorting binnen het gemeentefonds.
Vraag 15:
Hoe is de ombuigingspopgave van de hervormingsagenda ad. 643 miljoen landelijk na 2025 verwerkt in onze begroting? Komt deze in het slechtste geval nog bovenop het verwacht tekort vanaf 2026 als de Rijksbezuinigingen niet haalbaar of niet realistisch blijken te zijn? Achtergrond zie ook: B2023214 - VNG over Bijzondere ledenbrief over Rijksbegroting 2024 en de gevolgen voor gemeenten (notubiz.nl)
Antwoord 15:
Het principeakkoord Hervormingsagenda vermeldt dat vanaf 2025 in aanvulling op de huidige hervormingsagenda extra beleidsmaatregelen in de jeugdzorg genomen worden. Voor de jaren 2025 en 2026 gaat het om een besparing landelijk van 500 miljoen en vanaf 20274 gaat het structureel om een besparing landelijk van 511 miljoen. Voor de jaren 2026 en verder moeten gemeenten rekening houden met de voorgenomen besparingen en in de begroting voor Jeugdzorg een lagere raming opnemen voor de uitgaven (budgetneutraal verwerken). De provincieel toezichthouder heeft toestemming gegeven om een stelpost op te nemen voor de nog te ontvangen rijksbijdrage jeugdzorg van 100% van het gemeentelijk aandeel. Hierbij wordt uitgegaan dat het rijksbesparingen haalbaar zijn.
Vraag 16:
Waarom is er een taakstelling van 114.000 euro opgenomen (volgnummer 45) op taken waarvan B&W inschat dat deze structureel van aard zijn? Dit draagt niet bij aan het zichtbaar maken van het reëel tekort van 2027 (oproep VNG)
Antwoord 16:
Volgnummer 45, beleidsmedewerker RO betreft structurele nieuwe formatie, waarbij vanaf 2027 een taakstelling wordt opgenomen (besparingen op andere formatie). Deze post is daarmee reëel inzichtelijk gemaakt.
Vraag 17:
Met welk bedrag zou de begroting 2024 geamendeerd moeten worden om de Bestse bijdrage aan de MRE voor mobiliteit volledig op te nemen? Is dat 1.3miljoen zoals een aantal keren genoemd of maar 0,5miljoen (namelijk de 4.8miljoen die beschikbaar is gesteld door de Raad in oktober ’22 22058_2 - Concept raadsbesluit KTM Randweg A2 Eindhoven (notubiz.nl) ten opzichte van de 5.3 miljoen zoals te vinden op pag. 10 van de notitie regionale bekostigingssystematiek mobiliteit) B2023172_-_Bijlage_2_-
_Notitie_Regionale_Bekostigingssystematiek_MRE (notubiz.nl) Antwoord 17:
Dat is inderdaad het bedrag van € 1,3 miljoen.
Vraag 18:
Graag ontvangen wij ook van bestaand beleid een overzicht van openstaande (vervangings)investeringen/kredieten.
Antwoord 18:
Abusievelijk was de geactualiseerde lijst bestaand beleid niet opgenomen de bijlagen bij de begroting. Inmiddels is deze lijst toegevoegd.
Vraag 19: Antwoord 19: Vraag 20: 4
Beantwoording technische vragen Antwoord 20: Vraag 21: Antwoord 21: Vraag 22: Antwoord 22: Vraag 23: Antwoord 23: Vraag 24: Antwoord 24: Vraag 25: Antwoord 25: Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets. *Als u vóór woensdag 12:00 mailt, spant het college zich in om voor de raadsvergadering of raadsavond uw vraag te beantwoorden.
Artikel uit het Reglement van Orde gemeenteraad Best 2020: Artikel 3.36 – Technische vragen 1.
2.
3.
Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de gevolgen van een besluit. Technische vragen moeten ingediend worden bij de griffie. Dit kan tot uiterlijk woensdag voor 12.00 uur, voorafgaand aan de dag van de raadsavond waarop het onderwerp geagendeerd staat. Het college spant zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vóór 15.00 uur van de dag van de vergadering of raadsavond te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
5