23070.5 - Advies OCBB
Tekst van het document
ADVIES op het bezwaarschrift van E.J.T. Clement en H.J. Brugman namens Stichting Boomgaard zonder Hoogbouw (hierna: bezwaarmaker), gericht tegen het besluit van de gemeenteraad van 3 april 2023 tot vaststelling van de Nota van Uitgangspunten voor het plangebied De Boomgaard.
BESTREDEN BESLUIT Met het besluit van 3 april 2023 (hierna: “het bestreden besluit”) heeft de gemeenteraad besloten de Nota van Uitgangspunten voor het plangebied De Boomgaard (gewijzigd) vast te stellen.
BEZWAARSCHRIFT Met een brief van 15 mei 2023, gericht aan het college van burgemeester en wethouders (hierna: “het college”), heeft bezwaarmaker tegen het bestreden besluit bezwaar gemaakt. Op 12 september 2023 heeft het college het bezwaarschrift op grond van artikel 6:15 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar de gemeenteraad voor (verdere) behandeling en bezwaarmaker hierover geïnformeerd.
OVERWEGINGEN Feiten en omstandigheden 1.1. Binnen het bestaand stedelijk gebied van Best ligt – omsloten door de wegen Zomereik, Oranjestraat en Bosseweg/Oude Rijksweg en De Wilg – de locatie De Boomgaard. Ontwikkelaar Mastade heeft de percelen en het voormalige ABAB-kantoor aan de Bosseweg 45 (nu in gebruik voor logies t.b.v. arbeidsmigranten) verworven. Het plan De Boomgaard bestaat eruit om op deze percelen en aangrenzende percelen een integraal woningbouwplan te realiseren. De gemeente acht woningbouw op deze plek voorstelbaar. 1.2. Op 5 maart 2021 heeft Mastade een principeverzoek ingediend. Naar aanleiding hiervan is besloten de haalbaarheid van dit verzoek verder te onderzoeken. Sinds medio 2021 is de gemeente dan ook in gesprek met Mastade. De gesprekken hebben geleid tot ondertekening van een intentieovereenkomst, waarmee het college heeft verklaard mee te werken aan het verzoek van Mastade om de haalbaarheid van de ontwikkeling De Boomgaard te onderzoeken. 1.3. Na ondertekening van de intentieovereenkomst heeft Mastade haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd, de stedenbouwkundige studie verricht en zijn zij het participatietraject gestart. In dezelfde periode hebben vakdisciplines van de gemeente de ambities en stedenbouwkundige studie ambtelijk beoordeeld.
Vanwege de complexiteit van de ontwikkeling, de in het participatietraject vastgestelde onrust in de omgeving van de ontwikkeling en de in het kader van de bij dit traject noodzakelijke zorgvuldigheid, heeft de gemeente het wenselijk geacht om als tussenstap voorafgaand aan de verdere planontwikkeling een Nota van Uitgangspunten voor het plangebied De Boomgaard op te stellen. 1.4. Met het bestreden besluit heeft de gemeenteraad besloten de Nota van Uitgangspunten voor het plangebied De Boomgaard (gewijzigd) vast te stellen. Hiertegen is door bezwaarmaker een bezwaarschrift ingediend. IN23-02254/
*IN23-02254* Onafhankelijke commissie voor de behandeling van bezwaarschriften, Postbus 50, 5680 AB BEST Pagina 1 van 3
Wet- en regelgeving 2. De commissie gaat uit van de wet- en regelgeving zoals opgenomen in de bijlage bij dit advies. Deze bijlage maakt deel uit van het advies. Beoordeling commissie 3. De eerste vraag die de commissie dient te beantwoorden is of het bestreden besluit aangemerkt kan worden als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. De commissie beantwoordt deze vraag ontkennend. Dit leidt ertoe dat het bezwaar (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard dient te worden. Hiertoe wordt als volgt overwogen. 3.1. Ingevolge artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wordt onder een besluit verstaan "een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling". Uit rechtspraak volgt dat er sprake is van een "rechtshandeling" in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Awb wanneer er een verandering optreedt in iemands bestaande rechten, verplichtingen of bevoegdheden of wanneer het bestaan van rechten, verplichtingen, bevoegdheden bindend wordt vastgesteld (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:7115). 3.2. In de toelichting op de Awb (kamerstukken II, 1988/89, 21 221, nr.
3, blz-38-39 (MvT) is te lezen dat het gebruik van het woord "rechtshandeling" in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb duidelijk maakt dat het moet gaan om een besluit dat gericht is op rechtsgevolgen, waarmee gedoeld is op externe rechtsgevolgen. Er kan immers slechts gesproken worden van een rechtshandeling van een bestuursorgaan wanneer uit die handeling rechtsgevolgen ontstaan in de verhouding van het bestuursorgaan tot een of meer anderen. 3.3. In tegenstelling tot bezwaarmaker is de commissie van mening dat het bestreden besluit tot vaststelling van de Nota van Uitgangspunten door de gemeenteraad niet is gericht op rechtsgevolgen. Hoewel bezwaarmaker in zijn bezwaarschrift betoogt dat het besluit van de gemeenteraad rechtsgevolgen heeft omdat deze erop is gericht een bevoegdheid, recht of verplichting, voor een of meer anderen te doen ontstaan of teniet te doen, dan wel een juridische status van een persoon of zaak te doen vaststellen, ontbreekt een verdere adequate onderbouwing. Naar mening van de commissie betreft de Nota van Uitgangspunten een kaderstellend document dat richtlijnen bevat. Het biedt een kader, formuleert uitgangspunten en randvoorwaarden en geeft daardoor slechts richting aan de woningbouwontwikkeling binnen het plangebied.
Dit met – zo begrijpt de commissie – het doel helderheid te bieden voor zowel de ontwikkelaar als omwonenden en eventuele andere stakeholders. Met deze Nota van Uitgangspunten treedt er geen verandering op in bestaande rechten, verplichtingen of bevoegdheden en evenmin wordt het bestaan van rechten, verplichtingen, bevoegdheden bindend vastgesteld. 3.4. Aangezien de Nota van Uitgangspunten niet is gericht op rechtsgevolgen zoals door de wetgever is bedoeld, kan het bestreden besluit tot vaststelling van deze nota niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb worden beschouwd. Het bezwaar dient om die reden – gelet op artikel 8:1, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, van de Awb – (kennelijk) niet-ontvankelijk verklaard te worden. De commissie komt dan ook niet meer toe aan een inhoudelijke beoordeling met betrekking tot de overige bezwaargronden. 3.5. Wellicht ten overvloede merkt de commissie nog het volgende op. De Nota van Uitgangspunten is opgesteld als tussenstap voorafgaand aan de verdere planontwikkeling. Voor het mogelijk maken van een woningbouwontwikkeling op het plangebied dient er – zoals ook blijkt uit de Nota van Uitgangspunten – een planologische procedure doorlopen te worden.
Tegen een ontwerp bestemmings- of omgevingsplan kunnen zienswijzen worden ingediend en tegen het besluit tot vaststelling van een (herziene) bestemmings- of omgevingsplan kan beroep worden ingesteld. Hetgeen bezwaarmaker op inhoud naar voren heeft gebracht IN23-02254/
*IN23-02254* Onafhankelijke commissie voor de behandeling van bezwaarschriften, Postbus 50, 5680 AB BEST Pagina 2 van 3
kan hij later in deze zienswijze- en eventuele daaropvolgende beroepsprocedure naar voren brengen. Van het ontnemen van rechtsbescherming – zoals bezwaarmaker in zijn bezwaarschrift naar voren heeft gebracht – is dan ook geen sprake.
HOORZITTING Aangezien sprake is van een kennelijk niet-ontvankelijk bezwaar heeft de voorzitter van de commissie op grond van artikel 7:3 van de Awb afgezien van het houden van een hoorzitting.
ADVIES De commissie adviseert het de gemeenteraad om het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk te verklaren.
Best, 12 september 2023
Dhr. Mr. A. Diermans Voorzitter
Eefje Lochtman Secretaris
BIJLAGE: WET- EN REGELGEVING Algemene wet bestuursrecht Algemene wet bestuursrecht Artikel 1:3, eerste lid 1. Onder besluit wordt verstaan: een schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling. Artikel 7:1, eerste lid 1. Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken, tenzij: a. het besluit in bezwaar of in administratief beroep is genomen, b. het besluit aan goedkeuring is onderworpen, c. het besluit een goedkeuring of een weigering daarvan inhoudt, d. het besluit is voorbereid met toepassing van afdeling 3.4, e. het besluit is genomen op basis van een uitspraak waarin de bestuursrechter met toepassing van artikel 8:72, vierde lid, onderdeel a, heeft bepaald dat afdeling 3.4 geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft, f. het beroep zich richt tegen het niet tijdig nemen van een besluit, g. het besluit is genomen op grond van een voorschrift als genoemd in de bij deze wet behorende Regeling rechtstreeks beroep dan wel het besluit anderszins in die regeling is omschreven. Artikel 8:1 Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. IN23-02254/
*IN23-02254* Onafhankelijke commissie voor de behandeling van bezwaarschriften, Postbus 50, 5680 AB BEST Pagina 3 van 3