CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

23065.6 - Bijlage bij de Regels Boslaan-Zuid 13

Raadsvergadering 30 oktober 2023, gemeente BestBij agendapunt: 23065 - Vaststellen bestemmingsplan Boslaan-Zuid 137.860 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

BOSLAAN-ZUID 13 Best 30-10-2023

1/2

Archiefexemplaar van BL23-13670

- BoslaanZuid13_20201375_bijlagen regels

DATUM KENMERK

30-10-2023 NL.IMRO.0753.bpBoslaanZuid13-VG01

PROJECT PROJECTLEIDER

Boslaan-Zuid 13 R. Verkooijen

OPDRACHTGEVER Gemeente Best PROJECTNUMMER 20201375 AUTEUR STATUS

2/2

R. Verkooijen Vastgesteld

© RHO ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave Bijlagen regels Bijlage 1

Kwaliteitsverbeteringsplan Boslaan­Zuid 13

Bijlage 2

Besluit hogere waarde

Bijlage 3

Lijst beroep aan huis

Bijlage 4

Lijst kleinschalige bedrijvigheid (niet limitatief)

Bijlage 5

Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 6

Luchtvaartzone Ihcs en invliegfunnel

Bijlage 7

Luchtvaartzone Ils

BIJLAGEN BIJ DE REGELS

Bijlage 1 Kwaliteitsverbeteringsplan Boslaan­Zuid 13

BOSLAAN ZUID 13 KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP GEMEENTE BEST

HART VAN DE OPGAVE PM • Position paper • Stad en ommeland • Leeuwarden 2028 DATUM: 30-3-2022 • Behoefte aan een omgevingsvisie PROJECT: KWALITEITSVERBETERING LANDSCHAP BOSLAAN ZUID 13 BEST die L helpt bij het maken van keuzes PROJECTNUMMER: 20201375 • Bewuste keuze voor die relatief OPDRACHTGEVER: VAN DER VLEUTEN BOUWMATERIALEN korte termijn, mede bepaald door de uitkomsten van het lopende project LF2028 • Panorama 2028 [Herald] Visie op compleetheid van de positionpaper: de aanzet met drie lagen leefomgeving, samenleving, economie en de koppeling met de Global Goals biedt een interessant kader. Ik denk dat het onderdeel economie nog het minst geladen is met waarden en teveel associeert met de ‘oude’ begrippen van verdienen, groei, bereikbaarheid etc.. Leidraad voor de visie zou de waarde kunnen zijn en het onderscheidende in plaats van het op de kaart zetten en place to be mantra. Toerisme is bijvoorbeeld zoiets. Dit is een economische factor ook in de toekomst maar we moeten niet denken in aantallen [met alle problemen van dien] maar in onderscheidend aanbod op basis van waarden [rust, weidsheid, splendid isolation]. Een sterke economie is gebaseerd op een sterke identiteit en daar liggen de kansen voor de toekomst.

VISIE EN OMGEVINGSWET De omgevingsvisie moet op basis van de Omgevingswet uiterlijk in 2025 gereed zijn. De gemeente heeft de ambitie om eerder al een omgevingsvisie op te stellen. Die omgevingsvisie in de eerste aanzet van de beleidscyclus, zoals die door het Rijk aan het instrumentarium van de Omgevingswet ten grondslag is gelegd. De omgevingsvisie heeft in die cyclus een nauwgezette relatie met programma’s en het omgevingsplan. Uiteindelijk

2 TERUG

omvat de beleidscyclus volgens de Omgevingswet het volledig wettelijke instrumentarium in een voortdurende dynamische cyclus die in kan spelen op ontwikkelingen. Inhoudelijk verhoudt de visie zich dan ook nadrukkelijk met de andere instrumenten. Omdat het omgevingsplan voor het hele eiland pas in 2029 klaar hoeft te zijn en er ook nog geen programma’s zijn gemaakt, functioneert de omgevingsvisie op dit moment, nu er nog geen omgevingsplan ligt dat juridische kaders stelt, anders dan straks wanneer alle instrumenten volwaardig functioneren onder de Omgevingswet. De omgevingsvisie die nu voorligt moet duidelijke kaders stellen en koers bepalen als (juridische) basis voor de toetsing van initiatieven, zolang de cyclus nog niet optimaal functioneert. Een deel van die kaders kan straks naar het omgevingsplan, waarna de omgevingsvisie uiteindelijk een meer strategisch abstractieniveau kan krijgen. De omgevingsvisie is daarmee eveneens een dynamisch document, dat binnen de beleidscyclus telkens om aanpassing en actualisatie vraagt aan ontwikkelingen en opgaves die zich voor gaan doen. Er zijn meer zaken die op dit moment nog niet duidelijk zijn of waarin de gemeente nog geen keuzes heeft gemaakt. Vraagstukken die pas bij het opstellen van het omgevingsplan aan de orde komen, zoals beleidsmatige keuzes met betrekking tot o.a.

de regels uit de Bruidsschat (vooral de gemeentelijke milieuregelgeving), de zorgplichten, de regels met betrekking tot de fysieke leefomgeving uit de verschillende gemeentelijke verordeningen, en dergelijke. Onderdelen die op grond van artikel 3.2. en 3.3. van de Omgevingswet deel uit moeten maken van een omgevingsvisie, zoals bedoeld onder de Omgevingswet. Deze omgevingsvisie is om die reden nog niet volledig een omgevingsvisie zoals de Wet die voor zich ziet en zoals die in de toekomst binnen een optimale beleidscyclus moet gaan functioneren in relatie tot hogere regelgeving en het eigen gemeentelijke instrumentarium. Om die reden wordt deze omgevingsvisie gezien als een tussendocument, een eerste stap naar de toekomstige volwaardige omgevingsvisie.

BESTUURLIJKE CONTEXT verder zou ik ook aangeven dat we met de visie aansluiting willen zoeken bij de 9 principes van de Omgevingsvisie van de provincie en tot slot zou ik ook de kamerbrief willen noemen waarbij het Rijk heeft aangegeven de regie te pakken in ieder geval op vier voor Leeuwarden relevante onderdelen, namelijk dat verbindingsverhaal van regio’s (ken jij beter dan ik), een nationaal programma voor het landelijk gebied (met name landbouw), een aanpak van de veenweideproblematiek en een beschouwing van het Nederlandse landschap en de betekenis daarvan. Kortom je zit straks met een sterke regie vanuit het Rijk, daaronder komt een zeer strakke regie vanuit de provincie, dus is de vraag wat er voor de gemeente resteert. Dat vraagt van ons wel de nodige creativiteit, maar ook aandacht voor de rol die Leeuwarden in de processen kan innemen en zo.

LOKALE KLEURING De samenhang van thema’s – wat willen we per beleidsthema bereiken – met gebieden – hoe vindt de vertaling plaats per wijk, dorp of gebied – moet in de omgevingsvisie een goede plek krijgen. Juist voor Leeuwarden is dat ook bijzonder relevant: dragende groenen waterstructuren enerzijds en een veelzijdige stand en diverse dorpen met een eigen kleur en identiteit anderzijds. Een thematische aanpak voor bijvoorbeeld leefbaarheid of duurzaamheid die voor alle wijken en dorpen geldt, is weinig effectief. Er zal een gebiedsgerichte uitwerking nodig zijn die specifieke oplossingsrichtingen kan bieden. De omgevingsvisie zet daarbij vooral in op de meest dynamische gebieden. In het proces brengen wij dat onder door de themaambities te vertalen in een beperkt aantal leidende ambities per gebied. In focusgesprekken maken we daar een gebiedsgerichte uitwerking van.

INHOUD 1. Locatie en initiatief

4

2. Historie

6

3. Natuurnetwerk Brabant

7

4. Huidige situatie

8

5. Gemeentelijk beleid 5.1 Landschapsinvesteringsregeling 2019 gemeente Best

9

5.2 Structuurvisie buitengebied

10

6. Bestemmingsplan

12

7. Kwaliteitsverbeterplan

13

8. Investering landschap

19

1. DE LOCATIE EN INITIATIEF

Scouting Best

A2

Best

4

Plangebied

Van der Vleuten bouwmaterialen is gevestigd aan de Boslaan Zuid 13 in het buitengebied van Best. De ligging van de A2 zorgt ervoor dat er een duidelijke splitsing is in binnen- en buitengebied. Ten zuiden van de Rijksweg ligt de bebouwde kom en ten noorden van de Rijksweg ligt het buitengebied met de daarbij behorende natuur. In de bestaande situatie is het plangebied vrijwel geheel in gebruik ten behoeve van het bedrijf. Uitzondering is de noordhoek van het perceel. Deze gronden zijn ingericht als groen/bosgebied. De aanwezige bebouwing is vervallen en niet meer in gebruik en zal dan ook gesaneerd worden. Het is noodzakelijk om binnen de bedrijfsbestemming de bouwmaterialen droog en overzichtelijk te stallen. De bedrijfsbebouwing is dan ook noodzakelijk om de continuïteit van het bedrijf te kunnen waarborgen. De initiatiefnemer is voornemens om de huidige situatie grotendeels vast te leggen in het bestemmingsplan. In dat kader wordt ook verzocht om de maximale oppervlakte aan bedrijfsbebouwing te vergroten en de gewenste oppervlakte, inclusief de kleine uitbreidingen die in de toekomst gepland staan, mogelijk te maken. Deze wijziging van het bestemmingsplan zorgt voor compenserende maatregelen; versterken van de kwaliteit van het landschap.

5

Een deel van het perceel zal dus worden omgevormd naar bos. Daarbij is het belangrijk dat rekening wordt gehouden met het naastliggende natuurgebied. Dit bos maakt deel uit van de NNB (Natuurnetwerk Brabant). In dit document is de kwaliteitsverbetering weergegeven. Door het toevoegen, versterken en/of het herstellen van landschapselementen wordt bijgedragen aan de huidige landschapsstructuur. Bij het opstellen van dit document is rekening gehouden met het Landschapsinvesteringsregeling 2019 van de gemeente Best.

2. HISTORIE

• • • •

anno

anno

anno

- 1980 -

- 1990 -

- 2020 -

Best kent veel akkerbouwgronden; Heide in de directe omgeving locatie; De Rijksweg doorkruist het landschap; Aan de zuidwestzijde van de A2 ontstaan kleine wijken.

•

• •

Wadi tbv watercompensatie 6

De akkerbouw in de huidige bebouwde kom is verdwenen en er is plaats gemaakt voor uitgebreide woonwijken met veel groen; De voormalige A2 zorgt voor een tweedeling van wonen en natuur. Ten zuiden van de bebouwde kom vind verdere uitbreiding van de bestaande bedrijvigheid (BATA) plaats.

• •

Ter hoogte van het bedrijventerrein is de A2 verlegd; Bospercelen hebben plaats gemaakt voor agrarische ontwikkeling.

3. NATUURNETWERK BRABANT Het Natuurnetwerk Brabant is onderdeel van de beschermde natuurgebieden in Nederland. Onder het netwerk vallen bestaande en nieuwe natuurgebieden die door de ecologische verbindingszone (EVZ) met elkaar verbonden zijn. Het is belangrijk dat veel natuurgebieden met elkaar in verbinding staan. Dieren moeten zich kunnen verplaatsen om voldoende voedsel te kunnen vinden en schuilplaatsen te creëren. Rondom de locatie van Van der Vleuten ligt het Natuurnetwerk Brabant. De natuur rondom het plangebied bestaat vooral uit ‘Droog bos met productie’. Het bos bestaat veelal van oorsprong uit aangeplante bosopstanden van den, eik, beuk, lariks en fijnspar. De voedselarme delen worden gedomineerd door de eik, beuk en den.

7

Natuurnetwerk Brabant

4. HUIDIGE SITUATIE

Op het huidige terrein zijn de dode/zwakke bomen verwijderd.

8

De vervallen bouwwerken worden gesaneerd waardoor er ruimte ontstaat voor kwaliteitsverbetering.

De huidige rand van het perceel is in goede staat en vormt dan ook een goede basis voor de kwaliteitsverbetering van het landschap. Oude resten van bebouwing worden verwijderd.

5. GEMEENTELIJK BELEID 5.1 LANDSCHAPSINVESTERINGSREGELING 2019 GEMEENTE BEST De impact van de ontwikkeling heeft invloed op de natuur. Hoe groot deze impact is, wordt bepaald door de volgende aspecten: • De omvang van de ontwikkeling • De vraag of er sprake is van nieuw ruimtebeslag of dat er gebruik wordt gemaakt van bestaande bebouwing • De aard van de locatie en de omgeving • De aard van de ontwikkeling en de mogelijk hinder voor de omgeving • De “gewenstheid” van de ontwikkeling met betrekking tot een beleidswens De ontwikkeling aan de Boslaan zuid valt onder ‘categorie 3’ van het Landschapsinvesteringsregeling. Dat wil zeggen dat de ontwikkeling ruimtelijk inpasbaar is, maar dat deze een beduidende invloed heeft op de omgeving. Daarbij gaat het bijvoorbeeld om ontwikkelingen waarbij vergroting van de vigerende bouwmassa/-oppervlakte, vergroting van het vigerende bestemminsvlak en/of bestemmingswijziging aan de orde is. (Bron: landschapsinvesteringsplan 2019) Er kan op verschillende manieren geïnvesteerd worden in kwaliteitsverbetering van het landschap. 1. Aanleg of herstel van de natuur ter versterking van de landschapsstructuur. Afhankelijk van de locatie van de investering kan mede aan de hand van STIKA bepaald worden welke ingreep gewenst is en wat de bijbehorende kosten zijn.

9

2. Voorzieningen ten behoeve van extensief recreatief medegebruik. De aanleg van recreatieve voorzieningen wordt als onderdeel van de kwaliteitsverbetering van het landschap gezien. Voorbeelden zijn openbaar te gebruiken bankjes, wandelpaden en/of fietspaden. 3. Cultuurhistorie en archeologie. Het is mogelijk om te investeren in cultuurhistorische waardevolle gebouwen, elementen of terreinen. 4. Sloop van gebouwen, stallen, kassen en verhardingen. Het verwijderen van overbodige landschappelijk storende bebouwing en het verwijderen van verharding in het buitengebied vormt een belangrijke bijdrage aan de kwaliteit van het landelijke gebied. 5. Klassieke bijdrage aan de NNB en EVZ’s. Kwaliteitsverbetering kan betrekking hebben op het realiseren van delen van de Natuurnetwerk Brabant en van ecologische verbindingszones. Hierbij wordt veelal agrarische cultuurgrond omgezet in natuur- en of bosbestemming. 6. Maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie. Maatregelen ten behoeve van klimaatadaptatie kunnen leiden tot verbetering van de aanwezige potentiele kwaliteiten van bodem, water, natuur en landschap.

5.2 STRUCTUURVISIE BUITENGEBIED Het plangebied aan de Boslaan Zuid 13 ligt op de grens van het Kampenlandschap en de heide (ontginningen). Het heidegebied rondom het plangebied is een relatief hooggelegen heideterrein op stuifzandruggen. De zandruggen zijn begroeid met droge heide en vliegdennen. Het landschap heeft een besloten karakter door de aanwezige bossen. In de bosgebieden ligt een aantal nieuwe open heideterreinen met vennen. Het agrarische-recreatief landschap, ten noorden en ten oosten van het plangebied, ligt grotendeels op een vlakke dekzandrug. In de ondergrond zijn enkeerd- en laarpodzolgronden aanwezig. In het verleden had dit landschap kleine akkers en graslanden omzoomd door houtsingels en houtwallen. Als gevolg van schaalvergroting in de landbouw is deze verkaveling nog beperkt aanwezig. In de visie van de gemeente is aangegeven dat landschap, natuurwaarden en de ondergrond met de waterhuishouding een natuurlijk kapitaal is. Ruimtelijke ontwikkelingen zonder investering in de omgeving zijn niet meer aan de orde. Het uitbreiden van bestaande of toekennen van nieuwe functies dient gepaard te gaan met kwaliteitsverbetering van het landschap. Als leidraad verwijst de gemeente naar de ‘Landschapsinvesteringsregeling Best’. Landschapseenheden Best 10

Zoals op de kaart op deze pagina te zien, ligt de locatie van Van der Vleuten in het Heide- en bosgebied. Het productiebos van de Nieuwe Heide wordt getransformeerd naar een afwisselend bos- en heidegebied, met open vennen en open plekken. Het gebied wordt veelvuldig gebruikt door wandelaars, trimmers, fietsers en ruiters. Door de kap van naaldbomen vindt minder dan voorheen verdamping plaats, zodat het waterpeil in de vennen op gewenst niveau is. Verdroging van de vennen wordt hiermee voorkomen. Verschillende dieren en planten profiteren van de levendige natuur.

Structuurvisie buitengebied 11

6. BESTEMMINGSPLAN Plangebied Plangrens an

sla

Bo -Z

Enkelbestemmingen

uid

1,7 - 2,5 meter breed

11

B-1

Bedrijf - 1

BO

Bos

WR-A5

Dubbelbestemmingen L-W

Leiding - Water

WR-A5

Waarde - Archeologie 5 (gebied met een middelhoge archeologische verwachting)

Gebiedsaanduidingen luchtvaartverkeerzone - ihcs en invliegfunnel luchtvaartverkeerzone - ils uid -Z an sla Bo

13

overige zone - beperkingen veehouderij

BO baa nla an

overige zone - natuur netwerk brabant vrijwaringszone - radar

BO WR-A5

Functieaanduidingen

Sch

iet

4719m2

(sb-hb)

specifieke vorm van bedrijf - handelsbedrijf bouwmaterialen

Bouwvlakken

B-1

1091m2

bouwvlak

uid

-Z

an

sla

Bo

(sb-hb)

13

iet baa Sch

an nla baa Sch

iet

id Zu n-

a sla

Bo

nla

an

WR-A5

6,4 meter breed s Bo

0

laa

70

Zu

nid Bo

iet baa Sch

uid

-Z

nla

an

an

sla

2,5 meter breed

L-W 0

70

Bestemmingsplan 12

Bestaande situatie

7. KWALITEITSVERBETERINGSPLAN Door de ontwikkeling, het wijzigen van het bestemmingsplan, is natuurcompensatie vereist. Op het noordwestelijke deel van het terrein zal kwaliteitsverbetering plaatsvinden. Door het toevoegen en het versterken van landschapselementen wordt er bijgedragen aan de huidige landschapsstructuur. Uit de analyse is gebleken dat het omliggende bos onder het Natuurnetwerk Brabant valt. Dit bos bestaat uit zowel loof- als naaldbomen zoals den, eik, beuk, lariks en fijnspar. De omliggende bossen zijn met elkaar verbonden zodat dieren zich kunnen verplaatsen, voedsel kunnen vinden en een schuilplaats kunnen creëren. Op de locatie waar kwaliteitsverbetering plaatsvindt, zijn dode en zieke bomen verwijderd. De bebouwing die er staat is vervallen en wordt verwijderd. Vanaf het terrein van Van Vleuten is het bosperceel aan de zuidoostzijde toegankelijk. Aan deze zijde ligt een talud dat in stand gehouden blijft en zo ook het zicht op het terrein ontneemt. Vanuit het omringende bos is en blijft het perceel van Van Vleuten toegankelijk voor reeën en kleine zoogdieren.

NNB (naald en loof)

Locatie boscompensatie

Huidige naaldbomen; behouden

Huidig talud

Huidige greppel

A2

13

Huidige sloot afwatering parkeerterrein

Huidig groen Het huidige groen wordt zoveel mogelijk gehandhaafd. De exoten zoals coniferen en laurierkers worden verwijderd en maken plaats voor inheemse boom- en struiksoorten. Naaldbomen worden door loofbomen vervangen. Enkel de hoge coniferen aan de zuidwestzijde van het perceel blijven behouden, de ecologische waarden van deze oude bomen zijn hoog. De huidige inheemse bomen en struiken worden gehandhaafd. Hier vallen de wintergroene hulst en taxushaag ook onder. Er zal maatwerk in het veld plaatsvinden zodat goede en gezonde bomen niet zomaar verdwijnen. In de huidige situatie ligt er achter de grote loods een greppel. Deze greppel blijft in stand, wordt uitgebreid en wordt ingezet voor het opvangen van hemelwater van het terrein. Het parkeerterrein wordt in de huidige situatie afgewaterd in de aangrenzende sloot. Bij de ontwikkeling blijft deze sloot in stand. Nieuw groen Op het perceel wordt de bosstructuur versterkt door het toevoegen van inheemse loofbomen. Door het toevoegen van deze soorten zal het naastgelegen bos versterkt worden. Aan de noordoostzijde van het perceel loopt een wandelpad. Om het bedrijf en de bijbehorende bebouwing uit het zicht te ontnemen, wordt er aan de noordzijde ook een talud aangeplant en wordt het hekwerk begroeid met klimop en kamperfoelie.

14

Het talud wordt zo aangelegd dat de behouden bomen niet in de problemen komen. De hoogte van het talud zal maximaal 3 meter worden, vergelijkbaar met het huidige talud aan de zuidzijde. Watercompensatie Voor de ontwikkelingen in de toekomst en om de waterhuishouding van het gebied op peil te houden, wordt een wadi aangelegd. De huidige sloten op het perceel fungeren in de huidige situatie ook al als waterberging. De wadi zorgt ervoor dat het regenwater opgeslagen wordt en gebruikt kan worden in tijden van droogte. Het plangebied ligt op de dekzandgronden, dat betekent dat de wadi niet altijd gevuld is met water. Inheemse vegetatie (natte heide vegetatie) zal zich hier vestigen waardoor de biodiversiteit in het gebied extra versterkt wordt. Aan de rand bij de wadi wordt struweel toegepast met soorten als kornoelje, hazelaar, sleedoorn, kardinaalsmuts. Bomen zoals de tamme kastanje, walnoot en lindes worden aan de rand geplant zodat deze bomen genoeg vocht en ruimte hebben om een volwaardige boom te worden. Door open ruimtes te creëren ontstaat er een mooie, geleidelijke overgang naar het open gebied bij de wadi. De wadi is vanuit het bos toegankelijk voor diverse diersoorten, die als er water staat, als drinkpoel kan fungeren. De oppervlakte van de wadi is 900m2 in totaal. Met een aflopend talud en een maximale diepte van 1 meter is de capaciteit van de wadi 675m3.

Nieuwe situatie na kwaliteitsverbetering

De wadi zal niet direct in verbinding staan met het afwatersysteem van het parkeerterrein. Het parkeerterrein wordt afgewaterd op de huidige sloot langs de rand van het parkeerterrein. Met een lengte van circa 135 meter, een diepte van 50 centimeter en een breedte van 80 centimeter en rekeninghoudende met het talud, bedraagt de waterberging circa 40m3.

Wadi t.b.v watercompensatie

Opslag e.d. Van der Vleuten

Aan de noordoostzijde van het terrein ligt een sloot met een lengte van 170 meter en een breedte van gemiddeld 2 meter. Rekening houdend met het talud, is de capaciteit van de sloot 255 m3. Deze sloot wordt in de huidige situatie al ingezet voor de afwatering van het terrein. Door een wadi met een oppervlakte van 260m2 en een diepte van gemiddeld 0.5 meter toe te voegen, wordt de capaciteit vergroot met 130m3. De totale waterbergingscapaciteit binnen het plangebied bedraagt dan circa 1100 m3 De bestaande sloot heeft een capaciteit van 340m3. Met het uitbreiden van de bergingscapaciteit wordt de capaciteit met 192m3 vergroot. Oppervlakte

Inhoud

Wadi bosgedeelte

900m2

675m3

Sloot parkeerterrein

108m2

40m3

Sloot noordoostzijde

600m2

385m3

Huidige sloot Toegevoegde wadi

340m2 260m2

255 m3 130 m3

1608m2

1100m3

Totaal

Versterken bosstructuur

Groenstructuur versterken door middel van struweel

Uitbreiding sloot d.m.v wadi

Talud

Hekwerk doortrekken of roosters monteren voor klimplanten

Bomen De bomen die aangeplant worden zijn inheemse loofbomen die ook in het omliggende bos te vinden zijn. De bomen worden voor 50% aangeplant in bosplantsoen en 50% als veren. De soorten die aangeplant worden zijn: - Ruwe berk (20%) - Beuk (20%) - Tamme kastanje (langs de wadi) (5%) - Walnoot (langs de wadi) (5%) - Winterlinde (langs de wadi) (5%) - Inheemse vogelkers (5%) - Boswilg (20%) - Zomereik (20%) De bomen die worden aangeplant in bosplantsoen hebben een onderlinge afstand van 1,5 - 2 meter. Bomen in veren hebben een onderlinge plantafstand van 3 meter. De bomen worden in wildverband en handmatig aangeplant om zorgvuldig met de te behouden bomen om te kunnen gaan. Op de afbeelding hiernaast is weergegeven hoeveel bomen er per 100m2 worden aangeplant en hoe het bos zich ontwikkeld heeft na 10-15 jaar. Bij de bomen wordt onderscheid gemaakt tussen bosplantsoen (donkergroen) en bomen die aangeplant worden als veren (licht groen). De onderlinge afstand is mede bepalend voor het eindresultaat. In 100m2 worden circa 61 bomen handmatig aangeplant. Na 10-15 jaar zijn enkele bomen weg geconcurreerd waardoor de hoeveelheid bomen is afgenomen.

16

Door de wadi en de bewuste open delen zal langs de wadi 61 bomen per 100m2 in het hele bos niet altijd haalbaar zijn. Het uiteindelijke resultaat zorgt ervoor dat het perceel een dicht bladerdak heeft maar ook voldoende zonlicht krijgt voor ontwikkeling van de biodiversiteit. Struweel De wintergroene hulst en de taxushaag blijven gehandhaafd. Op de grondwal worden diverse soorten toegevoegd zoals: - Sleedoorn - Kornoelje - Gewone vogelkers - Hazelaar (onderaan i.v.m vocht)

Nieuwe bomen

Struweel

Aan de noordoostzijde wordt de huidige groenstrook versterkt met een strook struweel. Soorten die toegepast worden komen overeen met het struweel langs de wadi: - Kornoelje (25%) - Hazelaar (25%) - Sleedoorn (25%) - Kardinaalsmuts (25%) Natuurinclusief Er zullen nestkasten geplaatst worden aan de bestaande gevels. Deze nestkasten verschillen in oriëntatie. Zo ontstaat er een diversiteit aan omstandigheden en dit bevorderd de diversiteit van soorten. Voor uilen zal 1 uilenkast geplaatst worden. Deze kast is zuidoost georiënteerd en kan zowel aan de loods als in het bos opgehangen worden. Om kleine soorten niet te verjagen worden verspreid over het terrein vogelhuisjes opgehangen. Kleine soorten 17

Talud

Huidige bomen

Nieuw struweel

zoals de zwarte roodstaart, bonte vliegenvanger en verschillende soorten mezen kunnen een schuilplaats vinden in een divers aanbod van vogelkasten. Waaronder mezenkasten, halfholenbroeders en boomkruiperkasten. In totaal worden er 10 kasten opgehangen, verdeeld over het gehele perceel. Voor vleermuizen worden 3 kasten aan de gevels gemonteerd en 1 kast in het bos. De kasten aan de gevel zijn geschikt voor gebouwbewonende soorten. De kast in het bos is geschikt voor boombewonende soorten en wordt gemonteerd aan een boom. De vleermuiskasten hangen langs de vleermuisroute. Blinde muur Aan de Schietbaanlaan, ten zuidoosten van het plangebied, is de blinde muur van de loods zichtbaar. De bomen die langs de laan staan zijn van de gemeente en blijven behouden. Om de muur meer landschappelijk in te passen, wordt het hekwerk doorgetrokken of worden er rooster aan de gevel gemonteerd. Langs het hekwerk/roosters kunnen klimplanten groeien zoals de bosrank, clematis en de kamperfoelie. Deze klimplanten zorgen ervoor dat de dichtheid van de groenstructuur toeneemt en het zicht op de muur afneemt. De klimplanten bevorderen de biodiversiteit door bijen en vlinders te voorzien van nectar. Zonder hekwerk/rooster groeien deze planten niet.

Het bosplantsoen heeft geen beheer nodig. Uiteindelijk ontstaat er een gevarieerd bos waar concurrentie ervoor zorgt dat enkele bomen verdwijnen. Oud hout wordt niet verwijderd, maar zal in het bosgedeelte blijven liggen. Kleine insecten kunnen hier voedsel en een schuilplaats vinden. Rondom de wadi is beheer wel van belang. Deze zone moet enigszins open blijven om zo de beplanting aan de oeverrand voldoende zonlicht te geven. Het stuk bos wordt hier na de eerste 7 jaar uitgedund. Vervolgens gebeurd dit om de 10 jaar. De tamme kastanje, walnoot en de linde worden hiervoor uitgesloten. 1 Keer per jaar zal de wadi gemaaid worden en wordt het maaisel afgevoerd. De watergang op het terrein wordt jaarlijks gemaaid met de klepelmaaier.

Beheer

18

Blinde muur aan de Schietbaanlaan

8. INVESTERING LANDSCHAP Door bos en struweel toe te voegen aan het perceel, wordt er geïnvesteerd in natuur- en landschapselementen en worden er maatregelen genomen ten behoeve van klimaatadaptatie. De kwaliteit van het landschap, de bodem, het water en de biodiversiteit zal fors toenemen door de ontwikkeling van natuur. In het landschapsinvesteringsregeling van de gemeente Best zijn diverse soorten opgenomen die vallen in de regeling. Deze soorten zijn toegepast in het nieuwe stuk natuur:

niet bewerkt. Het bodemleven zal toenemen waardoor de bodemstructuur verbeterd wordt. Het regenwater wordt opgevangen in de wadi’s. Doordat de grond droog is zullen de wadi’s niet altijd vol met water staan maar in de droge periodes zal natte heide

- Ruwe berk - Hazelaar - Beuk - Wilde kamperfoelie - Inheemse vogelkers - Sleedoorn - Zomereik - Boswilg - Winterlinde Onder het rijtje van cultuurhistorische bomen en struiken staan de tamme kastanje en de walnoot benoemd. De diversiteit aan beplanting zorgt ervoor dat de toekomstwaarden betreft biodiversiteit fors zal toenemen. Het nieuwe bos wordt een rustige omgeving waar veel kleine zoogdieren en vogels hun leefgebied kunnen uitbreiden. Dode takken worden niet verwijderd en de bodem wordt 19

Gebied aangegeven voor klimaatadaptatie Waterschap (Bron: stimuleringsregeling Landschap)

vegetatie zich hier vestigen. In de nieuwe situatie zal het perceel hierdoor veel klimaatadaptiever zijn dan in de bestaande situatie. Er is meer capaciteit om regenwater op te vangen, ook bij hevige regenval. Bovendien zullen daken daar waar mogelijk groen worden ingericht. Bij vervanging van daken gelden groene daken ook als voorwaarde. Tot slot zullen binnen het plangebied aan de bestaande gevels en aan de randen van het perceel nestkasten worden geplaatst. Hierbij kan gedacht worden aan schuilplaatsen voor de zwarte roodstaart, bonte vliegenvanger en verschillende soorten mezen. Deze soorten maken veel gebruik van specifieke ecosystemen en biotopen. Biotopen zoals boomholtes en halve holtes zijn in Nederland schaars omdat deze van nature alleen in de oudere bossystemen voorkomen. Door het plaatsen van nestkasten wordt de mogelijkheid tot nestelen voor deze soorten mogelijk gemaakt in de jongere bossen.

Halfholenbroeder nestkast

Voor de uil komt er een uilenkast op het perceel, deze zal zuidoost georiënteerd worden zodat de omstandigheden voor de uil optimaal zijn. Voor verschillende soorten vleermuizen (bouwbewonende en boombewonende) zullen kasten opgehangen worden. Deze kasten hangen zowel aan de gevel als in het bos.

Uilenkast 20

Bijlage 2 Besluit hogere waarde

VERHOGEN STANDAARDWAARDE GELUID Besluitdatum Besluitnummer Documentnummer Zaaknummer

19 april 2023 B2023-00000047 D2023-00002024 Z2023-00000270

ONTWERPBESLUIT Onderwerp Beslissing van burgemeester en wethouders van Best op uw verzoek voor het verhogen van de toelaatbare geluidsbelasting. Deze aanvraag heeft betrekking op Boslaan-Zuid 13, 5681BL Best. Op 30 maart 2023 ontvingen wij uw verzoek. Besluit Burgemeester en wethouders van Best besluiten: 1. de hogere waarden vast te stellen die in onderstaande tabel zijn opgenomen; Hogere waarden als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van rijksweg A2 Waarneempunt (wnp)

Aantal woningen waarop wnp betrekking heeft

Waarneemhoogte in m

Geluidbelasting in dB inclusief aftrek art. 110g Wgh Vóór maatregelen

Na evt. maatregelen (=verzochte hogere waarde)

3

1

5

53

53

1

1

5

Dove gevel

--

2

1

5

Dove gevel

--

2. dat de volgende (gestempelde) documenten en bijlagen deel uitmaken van dit besluit: • Aanvraagaanvraag-hogere-waarde-wet-geluidshinder, d.d. 30 maart 2023 • Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai, kenmerk 20201375PD, d.d. 6 maart 2023 opgesteld door RHO Adviseurs • BIJLAGE 1 Situatietekening • BIJLAGE 2 Afwegingen • BJILAGE 3 Cumulatieve geluidbelasting 3. aan dit besluit de volgende voorwaarden te verbinden: • u zorgt voor voldoende gevelisolatie zodat het binnenniveau niet hoger is dan 33 dB (overeenkomstig NEN-norm 5077). De toets aan het binnenniveau voert u uit op basis van de cumulatieve geluidbelasting op de gevel. Daarbij mag de aftrek uit artikel 110g van de Wet geluidhinder niet worden toegepast; • u zorgt er voor dat de gevels zoals opgenomen in bijlage 1 en vermeld in het akoestisch onderzoek uitgevoerd worden als dove gevel en als zodanig in stand blijven; • u realiseert voor de woning ten minste een geluidluwe zijde met een geluidbelasting van maximaal 48 dB en een geluidluwe buitenruimte. Dit is inclusief een aftrek overeenkomstig artikel 110g van de Wet geluidhinder; • u maakt de verblijfsruimten zoveel mogelijk aan de geluidsluwe of aan de minst geluidbelaste zijde. Aan de meest belaste zijde komen geen verblijfsruimten. Alleen als overwegingen op basis van stedebouw of volkshuisvesting zich hiertegen verzetten mag u hiervan afwijken;

Pagina 1 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

• op de bouwtekeningen voor de omgevingsvergunning geeft u duidelijk aan op welke manier u zorgt dat de woning(en) voldoen aan het bovenstaande. • bij de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen van de woning(en) voegt u een berekening. De berekening toont de geluidreductie aan van de geluidwerende voorzieningen van de uitwendige constructie. Deze berekening voert u uit volgens NEN 5077. In de verblijfsruimten van de woning(en) mag het geluidniveau niet hoger zijn dan 33 dB. Zienswijzen Als u het niet eens bent met ons voorgenomen besluit, laat het ons dan weten. U heeft hiervoor zes weken de tijd vanaf de datum van deze bekendmaking. U kunt uw schriftelijke zienswijze sturen naar burgemeester en wethouders van Best, Postbus 50, 5680 AB Best. Mondeling uw zienswijze geven kan ook. U kunt hiervoor een afspraak maken met de behandelend ambtenaar, tel. 14-0499. Alleen als u op tijd zienswijzen indient, kunt u tegen het definitieve besluit in beroep gaan. Best, 19 april 2023 Namens burgemeester en wethouders

Monique van Merriënboer medewerker Vergunningen & Omgevingskwaliteit

Pagina 2 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

BIJLAGE 1 SITUATIETEKENING Figuur waarneempunten

Figuur toetspunt hogere waarde en dove gevel

Dove gevels (gevels zonder te openen delen) Te verlenen hogere warde

Pagina 3 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

BIJLAGE 2 AFWEGINGEN Inleiding Burgemeester en wethouders van Best hebben het voornemen om voor een locatie in Best het bestemmingsplan te wijzigen. Het gaat om een woning op het adres Boslaan-Zuid 13, 5681BL Best binnen het bestemmingsplan Buitengebied 2006/buitengebied 2021. Deze ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan. Om het initiatief juridisch en planologisch mogelijk te maken wordt voor de locatie een bestemmingsplan opgesteld. De huidige bestemming van het gebied is vastgelegd in het bestemmingsplan Buitengebied 2006/buitengebied 2021, vastgesteld op 23 september 2008/ 26 september 2022. Voor het plangebied geldt op dit moment de bestemming: Bedrijf. We hebben onderzocht of we voor deze locatie een hogere geluidsgrenswaarde als gevolg van wegverkeerslawaai kunnen verlenen. Coördinatie met de Wet ruimtelijke ordening Het (ontwerp)besluit op basis van de Wet geluidhinder en het bestemmingsplan Boslaan-Zuid 13 worden gelijktijdig ter inzage gelegd. Beoordelingskader In de Wet geluidhinder staan grenswaarden voor de geluidsbelasting door weg- en railverkeerslawaai. De Wet geluidhinder maakt daarbij onderscheid tussen een voorkeurswaarde en een maximale waarde. Een geluidsbelasting lager dan of gelijk aan de voorkeurswaarde is goed. Een geluidsbelasting hoger dan de maximale waarde is niet toegestaan.

De maximale ontheffingswaarde voor woningen binnen de bebouwde kom is 63 dB. Een geluidsbelasting tussen de voorkeurswaarde en de maximale waarde mogen we toestaan na een afwegingsproces. Dit afwegingsproces hebben we vastgelegd in de procedure “Vaststelling hogere waarde voor geluid”. Het vaststellen van een hogere waarde toetsen we aan de Wet geluidhinder. Ook toetsen we aan het ‘Gemeentelijke ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure ingevolge de Wet geluidhinder’. Dat is vastgesteld op 4 maart 2008 en noemen we verder steeds de beleidsregel. Een hogere waarde is alleen mogelijk als er niet genoeg maatregelen kunnen worden genomen om de geluidsbelasting te verlagen. Dit kan het geval zijn als maatregelen niet genoeg effect hebben. Ook kan het zijn dat maatregelen op bezwaren stuiten op het gebied van stedebouw, verkeer, landschap of financiën. Daarnaast wordt de geluidsbelasting op de gevels van verblijfsruimten beoordeeld. Ook wordt gekeken of er sprake is van gecumuleerde geluidsbelasting. Dit betekent dat we de geluidbelasting afkomstig van verschillende bronnen (bijvoorbeeld wegverkeer en railverkeer) bij elkaar optellen. Beoordeling geluidsniveau Er is een akoestisch onderzoek uitgevoerd door RHO Adviseurs, met kenmerk 20201375PD, d.d. 6 maart 2023.

Uit dit onderzoek blijkt dat de geluidsbelasting op de gevels van de woning(en) als gevolg van het verkeer op de rijksweg A2 voor een aantal gevels hoger is dan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor een woning langs een rijksweg. Deze gevels worden als dove gevel uitgevoerd en kunnen daarmee van toetsing aan de wet geluidhinder achterwege blijven. Voor de westgevel is de geluidbelasting maximaal 53 dB. Het is dus mogelijk om hiervoor een hogere geluidsgrenswaarde vast te stellen.

Pagina 4 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

De andere wegen in de omgeving hebben geen geluidszone danwel een zeer lage geluidbelasting vanwege de lage intensiteiten (Boslaan-Zuid). Deze weg laten we daarom buiten beschouwing. Nader onderzoek en een afweging van maatregelen zijn daarom alleen nodig voor het wegverkeer over de Rijksweg A2. Onderzoek naar de maatregelen We onderzoeken maatregelen altijd in een bepaalde volgorde. We kijken eerst of er maatregelen mogelijk zijn aan de bron. Dit betekent dat we het soort wegverharding bekijken of de toepassing van raildempers op het spoor. Daarna kijken we naar overdrachtsmaatregelen, zoals geluidsschermen. Pas als laatste kijken we naar isolatiemaatregelen bij woningen. We beoordelen de maatregelen aan de hand van een aantal criteria. Er zijn vier hoofdcriteria. Die hebben tot doel de overschrijdingen van de voorkeursgrenswaarde zo klein mogelijk te houden. Daarnaast gelden er vijf subcriteria en nog twee aanvullende criteria uit het gemeentelijk beleid. Bronmaatregelen Er zijn een aantal maatregelen aan de bron denkbaar. De eerste mogelijkheid zou het beperken van de verkeersomvang, het wijzigen van de snelheid of van de samenstelling van het verkeer kunnen zijn. Deze maatregelen zijn alleen mogelijk als de functie van de weg wordt gewijzigd. De A2 is een belangrijke stroomweg met een verbindende functie voor het verkeer.

Het is voor de bereikbaarheid belangrijk deze functie te handhaven. Bronmaatregelen zijn om verkeers- en vervoerskundige redenen dan ook niet gewenst. Een andere maatregel aan de bron is het toepassen van een andere wegdekverharding. De A2 is reeds voorzien van een ZOAB-verharding met een geluidreducerende werking. Deze maatregel is dan ook geen optie. Overdrachtsmaatregelen De tweede vorm van maatregelen die genomen kunnen worden zijn maatregelen in het overdrachtsgebied. De geluidbelasting kan gereduceerd worden door toepassing van geluidschermen. Het realiseren van een geluidscherm langs de A2 wordt als niet doelmatig beoordeeld. Er zou een scherm van zeer grote lengte en hoogte gerealiseerd moeten worden om de geluidbelasting op deze woning te beperken, gezien de relatief grote afstand tot de woning. Bovendien is het financieel niet doelmatig vanwege de ene woning waar het om gaat. Maatregelen bij de ontvanger De geluidbelasting is op meerdere gevels hoger dan de maximale ontheffingswaarde. Het toepassen van dove gevels is in deze situatie noodzakelijk. Voor de gezondheid van bewoners willen we dat alle woningen tenminste één kant hebben met weinig geluid. Deze maatregelen zijn daarom als voorwaarde aan dit besluit verbonden. Hoofdcriterium 1 Stedenbouwkundige overwegingen Er is aangetoond dat woningbouw op deze plek noodzakelijk is.

Het is niet mogelijk om de bebouwing op een andere manier te plaatsen. Hoofdcriterium 2 Landschappelijke overwegingen We hebben bekeken of geluidreducerende voorzieningen bijvoorbeeld een waardevol open landschap doorsnijden, grondwaterstromen beïnvloeden of flora en fauna belemmeren. Dat is hier niet het geval. Hoofdcriterium 3 Verkeerskundige overwegingen Het verlagen van de aantallen voertuigen en/of het aanpassen van de snelheid is voor de Rijksweg A2 niet mogelijk vanwege de functie van deze weg. Een maatregel zoals het verlagen van het aantal voertuigen op een weg zal op een andere weg een verhoging van het aantal voertuigen veroorzaken. Hoofdcriterium 4 Financiële overwegingen Pagina 5 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

Bron- en overdrachtsmaatregelen brengen kosten met zich mee. Dit is niet altijd een argument om de voorkeursgrenswaarde te verhogen. Wel moet er een afweging gemaakt worden tussen de hoogte van de kosten en het effect van de maatregelen. Zo is een geluidsscherm eerder financieel haalbaar als er veel geluidsgevoelige gebouwen bij het plan betrokken zijn. Hetzelfde geldt ook voor geluidreducerende maatregelen bij de bron. Bij slechts weinig geluidsgevoelige gebouwen zal de maatregel minder snel doelmatig zijn en zullen de kosten van de gevelisolatie lager zijn dan de bron- en overdrachtsmaatregelen. In dit geval is het treffen van maatregelen aan de bron of in de overdrachtssfeer niet doelmatig. Subcriteria Het bouwplan moet voldoen aan tenminste één van de subcriteria. Alleen dan kan een hogere geluidsgrenswaarde worden verleend. Voor wegverkeerslawaai in een binnenstedelijke situatie zijn dit de subcriteria: a. opname in een stads- of dorpsvernieuwingsplan; b. door de gekozen plaats of bouwvorm schermt het bouwwerk andere woningen, geluidgevoelige gebouwen of geluidgevoelige objecten af, waardoor die een lagere geluidsbelasting krijgen; c. het bouwwerk is nodig op die plek vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid; d. het vervangen van bestaande bebouwing; e.

het opvullen van een open plaats tussen aanwezige bebouwing; In deze situatie wordt voldaan aan de subcriteria onder c en d. Aanvullend criterium 1 Geluidsluwe buitenruimte/geluidsluwe zijde In het geluidbeleid van de Gemeente Best staat als voorwaarde voor een ontheffing dat één kant per wooneenheid geluidluw moet zijn. Voor het opleggen van een hogere waarde hoger dan 53 dB, (inclusief aftrek) geldt nog een extra voorwaarde. In die gevallen moet één van de buitenruimten van de woning een gecumuleerde geluidsbelasting hebben van maximaal L den 48: (inclusief aftrek). Uit het onderzoek blijkt dat het mogelijk is om aan deze voorwaarde te voldoen. Aanvullend criterium 2 Indeling verblijfsruimten Bij een ontheffing van meer dan Lden 53 dB van wegverkeerslawaai (incl. aftrek ex artikel 110g Wet geluidhinder) geldt ook het volgende: de verblijfsruimten moeten zoveel mogelijk (maar minimaal 1 ruimte) aan de minst geluidbelaste zijde gemaakt worden. Aan de meest belaste zijde mogen geen verblijfsruimten gemaakt worden. Alleen in bijzondere gevallen mag dit wel, als er belangrijke redenen voor zijn op het gebied van stedenbouw of volkshuisvesting. In dit geval is de geluidsbelasting op de gevels van de woning(en) hoger dan 53 dB (inclusief aftrek). Uw aanvraag voor een omgevingsvergunning beoordelen wij op dit criterium.

De woning(en) moeten voldoen aan de minimale geluidweringseis voor de uitwendige scheidingsconstructies van verblijfsgebieden c.q. -ruimten uit het Bouwbesluit. Bij uw aanvraag voor een omgevingsvergunning vragen wij een onderzoek naar de toe te passen gevelmaterialen. Conclusie Het is nodig om een ontheffing te verlenen van de voorkeursgrenswaarde. Er zijn geen aanvullende bronmaatregelen of overdrachtsmaatregelen mogelijk. Ook aan de subcriteria wordt voldaan. Wel moet de gevel van de woning(en) geïsoleerd worden, zodat een binnenniveau van 33 dB gehaald wordt. Wetten en regels Voor dit besluit hebben wij de volgende wetten en regels gebruikt: 1. artikel 110a van de Wet geluidhinder voor het vaststellen van een hogere geluidsgrenswaarde; 2. artikel 3.3, lid 1 en 2 van het Bouwbesluit voor het binnenniveau voor verblijfs- en slaapruimten; 3. artikel 110 g van de Wet geluidhinder voor de aftrek bij metingen en berekeningen; 4. paragraaf 3:2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 110c van de Wet geluidhinder voor de procedure; Pagina 6 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

5. artikel 145 van de Wet geluidhinder voor de coördinatie met de procedure voor het bestemmingsplan of de projectomgevingsvergunning; 6. artikel 83 van de Wet geluidhinder voor het vaststellen van een hogere geluidsgrenswaarde voor wegverkeerslawaai bij het bouwen van nieuwe woningen of de aanleg van een nieuwe weg; 7. artikel 85 van de Wet geluidhinder voor het vaststellen van een hogere geluidsgrenswaarde voor wegverkeerslawaai voor geluidgevoelige gebouwen of terreinen; 8. artikel 100a van de Wet geluidhinder voor het vaststellen van een hogere geluidsgrenswaarde voor wegverkeerslawaai voor bestaande woningen binnen een zone van een te reconstrueren weg; Door het vaststellen van een hogere grenswaarde voldoet u niet automatisch aan alle wettelijke verplichtingen. Ook in onder andere de Woningwet, de Bouwverordening en het bestemmingsplan staan regels waaraan u moet voldoen.

Pagina 7 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

BIJLAGE 3 CUMULATIEVE GELUIDBELASTING ZONDER AFTREK

Pagina 8 van 9

Z2023-00000270 – D2023-00002024

Hogere waarden als gevolg van wegverkeerslawaai afkomstig van Rijksweg A2 Waarneempunt (wnp)

1 2 3

Rijksdriehoekscoördinaten X

Y

156784,48

391121,6

Aantal woningen waaarop wnp betrekking heeft

Waarneemhoogte in m

Geluidbelasting in dB inclusief aftrek art. 110g Wgh Vóór Na evt. maatregelen maatregelen (=verzochte hogere waarde)

1 1 1

5 5 5

Dove gevel Dove gevel 53

Pagina 9 van 9

--53

Bijlage 3 Lijst beroep aan huis

Bijlage bij de regels van een bestemmingsplan: Lijst van aan huis verbonden beroepen (niet limitatief) Advocaat Accountant Acupuncturist Alternatieve genezer Architect Arts Belastingconsulent Bloemschikker Dierenarts Diëtiste Fysiotherapeut Fotograaf Gerechtsdeurwaarder Goud- en zilversmid Grafisch ontwerper Hoedenmaker Hypotheekadviseur Instrumentenmaker Juridisch adviseur Kaarsenmaker Kunstenaar Lijstenmaker Logopedist Makelaar Mondhygiëne Naaister Notaris Oefentherapeut Orthopedagoog Orthodontist Psycholoog / Psychiater Procureur Raadgevend adviseur Stedenbouwkundige Tandarts Tolk / vertaler Tuin- en landschapsarchitect Verloskundige Webdesigner

38

Bijlage 4 Lijst kleinschalige bedrijvigheid (niet limitatief)

Bijlage bij de regels van een bestemmingsplan: Lijst kleinschalige bedrijvigheid (niet limitatief) Autorijschool zonder instructielokaal Begrafenisonderneming (niet zijnde een mortuarium) Binderij Computerservice en informatietechnologie Elektricien Fietsenmaker Glazenwasser Internetwinkel (zonder bezoekmogelijkheid voor het publiek) Kantoor Kapsalon Klompenmaker Koeriersdienst Lesgevend beroep Loodgieter Makelaar Manicure Meubelmaker Meubelstoffering Metselaar Nagelstudio Pedicure Reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek / radio’s / tv’s / horloges / klokken etc.) Schoonheidsspecialist Schoorsteenveger Schilder Stukadoor Timmerman Traiteur

39

Bijlage 5 Lijst van Bedrijfsactiviteiten

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

10821 10821 1083 1102 t/m 1104 13 16 16102 16102 162 162902 17 58 1814 1814 23

3 - cacao- en chocoladefabrieken vervaardigen van chocoladewerken met p.o. <= 200 m² 6 - suikerwerkfabrieken zonder suiker branden: p.o. <= 200 m² 0 Koffiebranderijen en theepakkerijen: Vervaardiging van wijn, cider e.d. - HOUTINDUSTRIE EN VERVAARDIGING ARTIKELEN VAN HOUT, RIET, KURK E.D. 0 Houtconserveringsbedrijven: 2 - met zoutoplossingen 1 Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige artikelen van hout, p.o. < 200 m2 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken - UITGEVERIJEN, DRUKKERIJEN EN REPRODUKTIE VAN OPGENOMEN MEDIA A Grafische afwerking B Binderijen -

26 261 2615 262, 263 262, 263

23 231 231 232, 234 232, 234

28 281

25, 31 251, 331

- VERVAARDIGING VAN GLAS, AARDEWERK, CEMENT-, KALK- EN GIPSPRODUKTEN 0 Glasfabrieken: Glasbewerkingsbedrijven 0 Aardewerkfabrieken: 1 - vermogen elektrische ovens totaal < 40 kW VERVAARD. EN REPARATIE VAN PRODUKTEN VAN METAAL (EXCL. - MACH./TRANSPORTMIDD.) 0 Constructiewerkplaatsen

1 1 1 1 1

50

3.1

1 G

1

0

30

2

1 G

1

30 C

10

30

2

1 G

1

10 10

30 30

10 10

30 30

2 2

1 G 1 G

1 1

10

0

30 C

0

30

2

1 G

1

10 0 10

30 30 10

50 50 30

10 0 0

50 50 30

3.1 3.1 2

2 G 1 G 1 G

1 1 1

0 30

0 0

10 30

0 0

10 30

1 2

1 G 2 G

1 1

10

30

50

10

50

3.1

1 G

1

10

10

30

10

30

2

1 G

1

30 30 30 30 30

10 10 10 10 10

50 30 50 30 30 C

10 10 10 10 0

50 30 50 30 30

10

10

50

0

10

0

30

30

10

30 30

D

LUCHT

VISUEEL

1584 1584 1586 1593 t/m 1595 17 20 2010.2 2010.2 203, 204, 205 205 21 22 2223 2223 26

VERKEER

2 0 1 0 0

CATEGORIE

021, 022, 024 10, 11 10, 11 1052 1071 1071 1081 10821

2 G 1 G 2 G 1 G 1 G

GROOTSTE AFSTAND

020 15 15 1552 1581 1581 1583 1584

-

3.1 2 3.1 2 2

GEVAAR

01 016 016 016 016 016 0162 02 02

GELUID

0 1 2 3 4

LANDBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. DE LANDBOUW Dienstverlening t.b.v. de landbouw: - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o. > 500 m² - algemeen (o.a. loonbedrijven): b.o.<= 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. > 500 m² - plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven: b.o. <= 500 m² KI-stations

01 014 014 014 014 014 0142 02 02

STOF

-

INDICES

GEUR

-

AFSTANDEN IN METERS

BODEM

OMSCHRIJVING

SBI-2008

nummer

SBI-1993

BOSBOUW EN DIENSTVERLENING T.B.V. BOSBOUW Bosbouwbedrijven VERVAARDIGING VAN VOEDINGSMIDDELEN EN DRANKEN - consumptie-ijsfabrieken: p.o. <= 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen: - v.c. < 7500 kg meel/week, bij gebruik van charge-ovens Suikerfabrieken: Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk:

B

L

Bijlage 1 Richtafstandenlijsten

VERKEER

VISUEEL

1 G

1

D

3.1

1 G

2

D

1 2 2 3.1 3.1 2 3.1

1 P 1 G 2 G 2 G 2 G 1 P 2 G

1 1 2 2 2 1 2

30

2

1 G

1

50 30 50 50 50

3.1 2 3.1 3.1 3.1

2 G 2 G 2 G 2 G 2 G

2 1 1 1 1

10

30

2

1 G

1

30 30

0 10

30 30

2 2

1 G 2 G

1 2

0

30 C

10

30

2

1 G/P

1

0

0

30 C

10

30

2

2 G

1

0 0

0 0

30 C 10 C

0 0

30 10

2 1

2 P 1 P

1 1

0 0

0 0

0 C 0 C

10 10

10 10

1 1

1 P 1 P

2 2

30 0

10 0

30 10

30 0

30 10

2 1

1 P 1 P

1 1

30

50

10

30

30

50

10

50

0 30 30 30 30 0 30

10 10 10 10 10 30 10

10 10 30 50 50 30 50

0 10 10 30 30 0 30

10 30 30 50 50 30 50

0

10

30

10

30 10 50 30 10

30 10 0 10 0

50 30 30 30 30

30 0 0 50 50

0

10

30

0 10

10 10

10

R

R R

R

B

B

B

LUCHT

CATEGORIE 3.1

30

BODEM

GROOTSTE AFSTAND 50

GEVAAR

1a - gesloten gebouw, p.o. < 200 m2 0 Tank- en reservoirbouwbedrijven: B1 Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen e.d., p.o. < 200 m2 - VERVAARDIGING VAN MEUBELS EN OVERIGE GOEDEREN N.E.G. 2 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m2 Fabricage van munten, sieraden e.d. Muziekinstrumentenfabrieken Sportartikelenfabrieken Speelgoedartikelenfabrieken Sociale werkvoorziening Vervaardiging van overige goederen n.e.g. - BOUWNIJVERHEID 3 - aannemersbedrijven met werkplaats: b.o.< 1000 m² - GROOTHANDEL EN HANDELSBEMIDDELING 0 Grth in akkerbouwprodukten en veevoeders Grth in bloemen en planten Grth in huiden, vellen en leder Grth in ruwe tabak, groenten, fruit en consumptie-aardappelen Grth in vlees, vleeswaren, zuivelprodukten, eieren, spijsoliën 0 Grth in hout en bouwmaterialen: 2 - algemeen: b.o. <= 2000 m² 4 zand en grind: 6 - algemeen: b.o. <= 200 m² Grth in overige intermediaire goederen - LOGIES-, MAALTIJDEN- EN DRANKENVERSTREKKING Cateringbedrijven - DIENSTVERLENING T.B.V. HET VERVOER B Opslaggebouwen (verhuur opslagruimte) - POST EN TELECOMMUNICATIE Post- en koeriersdiensten A Telecommunicatiebedrijven B0 zendinstallaties: B2 - FM en TV B3 - GSM en UMTS-steunzenders (indien bouwvergunningplichtig) - SPEUR- EN ONTWIKKELINGSWERK Natuurwetenschappelijk speur- en ontwikkelingswerk Maatschappij- en geesteswetenschappelijk onderzoek

INDICES

GELUID

251, 331 2529, 3311 255, 331 31 9524 321 322 323 324 32991 32999 41, 42, 43 41, 42, 43 46 4621 4622 4624 46217, 4631 4632, 4633 4673 4673 46735 46735 4676 55 562 52 52109 53 531, 532 61 61 61 61 72 721 722

AFSTANDEN IN METERS

STOF

281 2821 284 36 361 362 363 364 365 3663.1 3663.2 45 45 51 5121 5122 5124 5125, 5131 5132, 5133 5153 5153 5153.4 5153.4 5156 55 5552 63 6312 64 641 642 642 642 642 73 731 732

OMSCHRIJVING

GEUR

SBI-2008

nummer

SBI-1993

Bijlage 6 Luchtvaartzone Ihcs en invliegfunnel

170 165 165 166 160 155 150 145 140 135 130 125

170

160

165

155

160 150

155 145

150 140 135 130

165 160

125 120 115 110 105 100 95 90 85 80 75 70 65

65

65

60

60 55

55 50

35

60 55

45

45

50

40

40

65

50

45

35 40

plangebied in relatie tot obstakelbeheergebied - ihcs en invliegfunnel

schaal: 1:40.000

155 150

Bijlage 7 Luchtvaartzone Ils

90.3 80.3 70.3 60.3 50.3 40.3 30.3 20.3

plangebied in relatie tot obstakelbeheergebied - ils

schaal: 1:40.000

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13314468/1