23051.9a - Beantwoording technische vragen D66 over Masterplan Stationsomgeving
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen:
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375
U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gem best.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp Vragen en antwoorden:
Vraag 1:
Antwoord 1:
Vraag 2: Antwoord 2:
Vraag 3: Antwoord 3:
raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Sjoerd Vrijburg, D66 D66 Best Masterplan stationsomgeving
In het Goudappel rapport (p. 35) wordt onderbouwd waarom aanvankelijk met max. 9 parkeerplaatsen voor deelmobiliteit kan volstaan met mogelijkheid om later op te schalen. Er wordt o.i. deugdelijk gemotiveerd waarom dit aantal deelauto’s bij appartementen toereikend is. Hoe kijkt het college tegen een verlaging van 30 naar 9 aan? Kan de analyse van Goudappel ook meegenomen worden bij de uitwerking van het actieplan duurzame mobiliteit voor heel Best? Bij de verdere uitwerking kan gekozen worden voor een groeimodel. Waarbij in eerste instantie wordt volstaan met de aanleg van 9 deelplaatsen, welke – indien nodig- kunnen ‘groeien’ naar 30 plaatsen. De analyse wordt meegenomen bij het actieplan duurzame mobiliteit. Waarom wordt enkel de parkeervoorziening van scenario 3a en 3b doorgerekend door Kwirkey? Omdat dit openbaar toegankelijke parkeervoorzieningen zijn op terrein van Gemeente (scenario 3a) danwel ontwikkelaar (scenario 3b) waar een exploitant voor dient te worden gevonden. De parkeeroplossing voor NS en bezoekers in Scenario 2a en 2b vinden plaats op terrein van NS. Daarmee zit ook de regie en exploitatie bij NS. Overzicht bouwstenen en scenario’s (Gloudemans) kunnen wij qua bedragen voor het auto parkeren niet rijmen met het Kwirkey rapport. De bouwstenen betreffen de realisatie-investeringen. Hier zijn geen kosten van inrichting, beheer, afschrijving, onderhoud e.d.
in opgenomen. Niettemin hebben we deze vraag teruggekoppeld aan Gloudemans Aanvulling 7-9-2023: De bouwstenen betreffen de investeringen in bouw- en aanleg. Hier zijn geen exploitatiekosten van inrichting, beheer, afschrijving, onderhoud e.d. in opgenomen. In het Kwirkey rapport is ingegaan op twee scenario’s (scenario 3a en scenario 3b). Dit rapport gaat over de haalbaarheid van de parkeergarage in die twee scenario’s en betreft investeringskosten en exploitatiekosten/exploitatieopbrengsten. Het rapport gaat over de stichtingskosten uit van € 18.000 tot € 20.000 per parkeerplaats en raamt in scenario 3b de stichtingskosten op € 18.000 per parkeerplaats. Gloudemans is, vanuit haar kennis en ervaring, in het bouwstenenoverzicht voor scenario 3a uitgegaan van € 19.250 per parkeerplaats en in scenario 3b uitgegaan van € 16.500 per parkeerplaats. In een volgende fase zullen de stichtingskosten nader worden onderzocht, afgestemd op basis van marktgegevens en aansluiten bij de voorziene wijze van uitvoering van het autoparkeren.
Vraag 4:
Antwoord 4:
In het Kwirkey rapport wordt bij de doorrekening van scenario 3b een onrendabele top becijferd van 5,7mio op basis van ‘stichtingskosten 8.1mio. - 12 a 14x de mogelijke huur van 185k op jaarbasis’. Kunt u toelichten waarom op deze manier de onrendabele top wordt berekend? De onrendabele top is toch afhankelijk van de rendementseis van de financier over de gehele levensduur? De gehanteerde rekenmethode is de reguliere methode die door beleggers in parkeergarages wordt gehanteerd. Hierin is rekening gehouden met opbrengsten, 1
Beantwoording technische vragen
Vraag 5:
Antwoord 5:
Vraag 6:
Antwoord 6:
kosten, levensduur en rendementseis. De 12 a 14 keer die genoemd wordt is terug te redeneren naar een rendementseis tussen de 7% en 8,5%. Bestaat bij scenario 3b ook de mogelijkheid om als gemeente de parkeergarage geheel zelf te investeren en te financieren? Volgens onze financiële verordening schrijven wij een parkeergebouw in max 50 jaren af. Met de door Kwirkey becijferde potentiële huuropbrengst van gemiddeld 185k per jaar zijn de potentiële opbrengsten voldoende om de jaarlijkse kapitaallasten van de investering op te vangen. De gemeente hanteert een langere afschrijvingstermijn, dan commerciële beleggers in parkeergarages. En de gemeente hanteert ook een lagere rente dan commerciële beleggers. De rekenmethode van de gemeente is daarmee veel gunstiger. Dus als de gemeente de parkeergarage wil en kan financieren, dan is dat financieel gezien zeer wenselijk voor de haalbaarheid. Maar let op: de jaarlijkse opbrengsten moeten niet alleen de kapitaallasten dekken, maar ook de jaarlijkse exploitatiekosten, zoals (grootschalig) onderhoud, beheer, energie, inrichting e.d. Komt er ook een verkeerskundige analyse op onder meer veiligheid? In het rapport weging scenario’s wordt bijv. gesteld dat scenario 1a vraagstukken rondom veiligheid met zich mee brengt door de positie van het fietsparkeren. We zouden verkeer(veiligheid) graag in beeld hebben voor onze afweging.
Zie rapport Goudappel, het heeft hierop getoetst.
Vraag 7:
Wat zijn de voor- en nadelen van het fietsparkeren van scenario 3a. Deze wordt in de ambitiegids niet toegelicht.
Antwoord 7:
Voor deze locatie geldt in feite hetzelfde als bij 2b en 3b. Voordeel: Deze locatie ligt goed ontsloten op de omliggende fietspaden en wegen.
Vraag 8:
Antwoord 8:
(Goudappel) Scenario 2a, 2b, 3a en 3b voorzien niet in een route voor hulpdiensten spoorstraat – hoofdstraat. Kan dat een showstopper zijn voor deze scenario’s? Waarom kunnen de hulpdiensten niet via Stationstraat naar Hoofdstraat (met extra doorgang)? Nee, geen showstopper. Bij elk scenario zullen we de bereikbaarheid voor hulpdiensten dienen te waarborgen. Bij de verdere uitwerking is dit een belangrijk punt van aandacht.
Vraag 9:
(Ambitiegids, p.14) is er een verkeerskundig antwoord op de zorg van Bestenaren dat alle verkeer (voor woningen en treinreizigers) via de zuidzijde komt? Hoe wordt gezorgd dat de inwoners uit de noordelijke wijken en Oirschot/St.Oedenrode de “omweg” gaan nemen?
Antwoord 9:
Aan de zuidzijde ligt de Stationsstraat, een gebiedsontsluitingsweg. Deze heeft voldoende capaciteit om te functioneren als verkeersontsluiting voor auto’s. De auto forenzen die nu via de noordzijde het station bereiken, zullen straks via de Ringweg moeten rijden. Het zal om enige gewenning vragen. Mogelijkerwijs kunnen we dit via communicatie en bewegwijzering ondersteunen. Wij hebben het idee dat een hoop van de problemen van scenario’s 2a,2b,3a en 3b rondom het busverkeer zoals het verkeer door de Rembrandtlaan, opheffen van halte centrum van lijn 9 en route voor hulpdiensten van scenario kunnen worden opgelost met een vrijliggende busbaan (e.v.t. met een paaltje/slagboom). Kan dit verkend worden en op welke manier is dit inpasbaar? Deze verkenning is gedaan en is ook inpasbaar. In het uiteindelijke adviesmodel komen we hierop terug. (Ambitiegids p. 13] Dubbelgebruik van parkeerplaatsen verlaagt de behoefte aan parkeerplaatsen (855 volgens p.10 en 792 volgens Goudappel p. 28) naar 528 parkeerplaatsen (en volgens Kwirkey (p.2) naar 522). Waarom wordt één gezamenlijke parkeervoorziening niet überhaupt als voorkeursoptie overgenomen? Wij hadden dat namelijk verwacht in het rapport weging scenario’s als centrale conclusie op basis van rapporten Kwirkey en Gloudemans?
Vraag 10:
Antwoord 10: Vraag 11:
2
Beantwoording technische vragen Antwoord 11:
Er is nog geen voorkeursoptie cq adviesscenario aan u voorgelegd. Dit zal plaatsvinden na het collegebesluit van 29-08
Vraag 12:
(Kwirkey, p.11) “Zonder betaald parkeren in de omgeving is geen exploitatie van een parkeergarage mogelijk”. In de ambitiegids wordt regulering óók als mogelijkheid open gehouden. “Het parkeren in de stationsomgeving moet in alle varianten gereguleerd worden om bijvoorbeeld langparkeerders van Eindhoven Airport te weren”(Ambitiegids pag. 10). Waarom spreken deze rapporten elkaar tegen? Ze spreken elkaar niet tegen: in het rapport van Kwirkey wordt betaald parkeren (als vorm van gereguleerd parkeren) in de omgeving als voorwaarde gesteld voor de exploitatie van de parkeergarage. Dat zal een belegger als voorwaarde stellen om er zeker van te zijn dat er voldoende parkeerders zijn die ook betalen voor het parkeren in de garage. Maar doordat het aantal parkeerplaatsen in de stationsomgeving in de toekomst wordt beperkt ten opzichte van het huidige aantal, zal het invoeren van parkeerregulering sowieso noodzakelijk zijn. Welke vorm zal nog worden onderzocht (Ambitiegids p.10) “Het parkeren moet in alle varianten gereguleerd worden”. Dus ook in scenario 1a en 1b? Wordt dan reguleren met blauwe zone en parkeervergunningen bedoeld? Reguleren van parkeren kan op verschillende manieren; betaald parkeren, vergunningen, blauwe zone, vervoersbewijs NS.
Zitten in het Financieel overzicht scenario’s (Gloudemans) bij het onderdeel Auto parkeren de investeringskosten van alle parkeerplaatsen (dus ook NS)? Bijv. is de 3,3 milj. in scenario 2a voor de NS parkeergarage plus de bewonersparkeergarage? Scenario 2a gaat uit van een parkeergarage voor alleen de forenzen van NS en een beperkt medegebruik door de bezoekers van de nieuwe woningen. (200 parkeerplaatsen). De scenario’s 2b en 3a gaan uit van een garage met 260 parkeerplaatsen voor de forenzen van NS en voor al de bezoekers van de nieuwe woningen. Ook hierover plegen wij nog overleg met Gloudemans.
Antwoord 12:
Vraag 13:
Antwoord 13: Vraag 14:
Antwoord 14:
Aanvulling d.d. 7-9-2023: Scenario 2a gaat uit van een gebouwde parkeervoorziening voor de forenzen van NS en een beperkt medegebruik door de bezoekers van het voorziene woningbouwprogramma. De scenario’s 2b en 3a gaan uit van een gebouwde parkeervoorziening voor de forenzen van NS en voor alle bezoekers van het voorziene woningbouwprogramma. Vraag 15: Antwoord 15: Vraag 16:
Antwoord 16:
(Ambitiegids, p. 8) Waarom ontbreekt de fietsoplossing in scenario 3a? Is de koppeling met autoparkeren achter het kantoor van de makelaar losgelaten? De fietsoplossing in scenario 3a is gesitueerd in dezelfde Hub als het auto parkeren (Ambitiegids p. 12) Waarom kan er in 3b geen laag tarief gevraagd worden voor treinreizigers bij een externe uitgebate parkeergarage? Dat is in tegenspraak met p. 7 van Kwirkley waar op P&R Boxtel (Q-Park) dit wel kan. Technisch is alles mogelijk, beleidsmatig is het afhankelijk van wie opdrachtgever is en bedrijfskundig betekent een laag tarief met gelijkblijvende populatie altijd een lagere omzet en daarmee een lager resultaat. Het voorbeeld Boxtel ligt anders: Q-Park is slechts dienstverlener en krijgt een fee voor haar dienstverlening. Dit is het geval bij alle P&R locaties van Q-Park. NS is eigenaar van het terrein en draagt het exploitatierisico. Het tekort door het lage tarief wordt gedekt door de NS. De NS kiest ervoor om haar geld niet op parkeren te verdienen, maar op treinreizen.
3
Beantwoording technische vragen Vraag 17:
(Ambitiegids p. 12) Scenario 3b heeft als nadeel de hoogste kosten voor parkeren maar in het overzicht Gloudemans zijn juist 2b en 3a een stuk duurder qua parkeren. Hoe kan dit?
Antwoord 17:
Deze vraag hebben wij teruggekoppeld aan Gloudemans. Hier komen wij op terug. Aanvulling d.d. 7-9-2023: Scenario 2b heeft een groen beklede parkeergarage die gedeeld wordt met NS parkeerplekken. Scenario 3a gaat uit van een hoogwaardig Hub-concept. Scenario 3b gaat enerzijds uit van minder te realiseren autoparkeerplaatsen ten opzichte van scenario 2b en 3a. Dit vanwege meervoudig gebruik van de parkeervoorziening (bewoners, bezoekers en NS-forenzen) in scenario 3b. Anderzijds wordt in scenario 3b ten opzichte van scenario 3a ten aanzien van de investeringskosten ingeschat dat de parkeervoorziening onderdeel uitmaakt van een groter gebouw, waardoor schaalvoordelen en efficiëntievoordelen behaald kunnen worden. Hierom zijn de investeringskosten per parkeerplaats in scenario 3b lager geraamd dan in scenario 3a.
Vraag 18:
(Ambitiegids p.19) Is in de Verborgen Tuin variant een parkeerbak op maaiveld niveau mogelijk met 528 parkeerplaatsen (met dubbelgebruik)? Of wordt inmiddels ook bij Verborgen Tuin uitgegaan van een bovengrondse parkeergarage (zie Kwirkley p. 8) langs kerkhof?
Antwoord 18:
Parkeerbak op maaiveldniveau is slechts mogelijk voor de bewonersparkeerplaatsen. Indien de capaciteit vergroot dient te worden door toevoeging van bezoekersparkeren en NS parkeren dam kan dit alleen middels een bovengrondse meerlaagse parkeergarage.
Vraag 19:
(Ambitiegids p. 19) Hoe wordt Biobest ingepast en waar komen de 2500 m2 aan voorzieningen?
Antwoord 19:
Over een mogelijke inpassing van BioBest kan geen duidelijkheid worden gegeven. Daar zijn nog onvoldoende gegevens / informatie over beschikbaar. Eventuele inpassing is ook afhankelijk van de discussie die nog in de raad moet plaatsvinden. De voorzieningen worden logischerwijs gesitueerd nabij de plekken met de meeste reuring.
Vraag 20:
(Goudappel, p.35) Welke vormen van parkeerregulering gaat het college meenemen in de voorkeursvariant (denk aan blauwe zone, vergunningen en/of betaald parkeren)?
Antwoord 20:
Dit is op dit moment nog onbekend.
Vraag 21:
Welke parkeerregulering wordt verwacht voor de parkeerterreinen voor Prinsenhof en Achter de Kerk? Deze lijken ons ook gevoelig voor uitwijkgedrag (gratis parkeren in de buurt van station) maar zijn ook essentieel in de parkeerbalans voor Tapijtcentrum en winkelgebied Centrum
Antwoord 21:
Bij de invoering van een gereguleerd parkeersysteem zal ook gekeken worden naar genoemde gebieden.
Vraag 22:
(Kwirkey, p. 5) In scenario 3b kan de parkeerbehoefte vrijwel volledig gehaald worden uit de onbenutte capaciteit (die slechts voor piekmomenten nodig is) in de gezamenlijke parkeergarage. In deze situatie kan de NS toch meebetalen aan de parkeergarage ipv een eigen parkeergebouw te moeten neerzetten voor 200 parkeerplaatsen?
Antwoord 22:
De NS heeft aangegeven niet bereid te zijn om mee te betalen aan een private parkeergarage.
4
Beantwoording technische vragen Vraag 23:
(Ambitiegids, p. 3) Bij de weging van de scenario’s ontbreken de risico’s vanuit verwerven van de gronden van de overige eigenaren (via Voorkeursrecht). Dit kan de realisatie beïnvloeden en specifieke voorwaarden opleveren. Hoe staat het met de verwerving van de gronden?
Antwoord 23:
Het risico vanuit verwerven van de gronden van de overige eigenaren is niet afhankelijk van een specifiek scenario, en is daarom bij de weging niet meegenomen. Er worden oriënterende gesprekken gevoerd met een aantal grondeigenaren. Mocht de WVG niet tijdig kunnen worden verlengd dan kan dit invloed hebben op de snelheid van het te ontwikkelen en te realiseren woonprogramma.
Vraag 24: Antwoord 24: Vraag 25: Antwoord 25:
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets. *Als u vóór woensdag 12:00 mailt, spant het college zich in om voor de raadsvergadering of raadsavond uw vraag te beantwoorden.
Artikel uit het Reglement van Orde gemeenteraad Best 2020: Artikel 3.36 – Technische vragen 1.
2.
3.
Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de gevolgen van een besluit. Technische vragen moeten ingediend worden bij de griffie. Dit kan tot uiterlijk woensdag voor 12.00 uur, voorafgaand aan de dag van de raadsavond waarop het onderwerp geagendeerd staat. Het college spant zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vóór 15.00 uur van de dag van de vergadering of raadsavond te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst.
5