23050.3c - Bijlage bij Toelichting 3 - Quickscan flora & fauna Terraweg 17
Tekst van het document
T H U IS II O P G E S T E L D D O O R : S T A N T E C BV ‘
O P G E S T E L D V O O R : W O O N S T IC H T IN G
Quickscan flora í fauna ter plaatse van Terraweg 17 te Best
M21B0271-242 (20130295-03) 25-2-2022
Archiefexemplaar van BL23-04009
- Bijlagen ontwerpbestemmingsplan Terraweg herziening 2023, bijlage bij toelichting 3
Stantec
Quickscan flora à fauna ter plaatse van Terraweg 17 te Best
In opdracht van: Woonstichting 'thuis Opgesteld door: Jesse Poot Projectnummer Stantec: M21B0271-242 (20130295) Documentnaam: Quickscan Flora&Fauna M21B0271-242 (20130295-03) Terraweg 17 te Best Datum: 25 februari 2022
Versie
Vrijgegeven door
Quickscan Flora&Fauna 20130295-03 Terraweg 17 te Best
Postadres Postbus 270 2600 AG DELFT T015 7511600
Bezoekadres Poortweg 4D 2612 PA DELFT www.stantec.com/nl
Jasper van Kessel
Datum
25-02-2022
KVK Haaglanden 27 18 43 23 BNP Paribas 22 76 53 920 IBAN NL75BNPA0227653920 BIC BNPANL2A Stantec BV is ISO 9001:2015, ISO 14001:2015, ISO 45001:2018 en VCA** gecertificeerd
Het is niet toegestaan de inhoud en/of vorm van door Stantec opgestelde rapportages aan te passen.
Inhoudsopgave 1.0 Samenvatting
1
2.0 Conclusies en aanbevelingen 2.1 Gebiedsbescherming 2.2 Soortenbescherming
2 2 2
3.0 inleiding 3.1 Aanleiding en doel 3.2 Huidige Situatie en omgeving
3 3 3
3.3 Geplande ontwikkelingen 3.4 Onderzoeksmethodiek
5 5
4.0 beschermde soortenen toetsing 4.1 Gebiedsbescherming 4.2 Soorten (flora & Fauna)
6 6 8
Bronvermelding
15
Bijlage 1: Wettelijk kader Bijlage 2: Foto’s onderzoekslocatie Bijlage 3: Kadastrale kaart Bijlage 4: Situatietekening
Stantec | Quickscan Flora&Fauna M21B0271-242 (20130295-03) Terraweg 17 te Best (2)
1.0
SAMENVATTING
Locatienaam Soortenbescherming Nader onderzoek noodzakelijk Mitigerende maatregelen Natura 2000 Natuurnetwerk Nederland Houtopstanden
Terraweg 17 te Best Geen actie noodzakelijk Nee Nee Geen actie noodzakelijk Geen actie noodzakelijk Geen actie noodzakelijk
2.0
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
Een quickscan flora en fauna in het kader van de Wet Natuurbescherming (Wnb) is uitgevoerd op locatie Terraweg 17 te Best op 21 januari 2022. Uit het onderzoek komen conclusies naar voren die zijn onderverdeeld in gebied bescherming en soortbescherming. Deze worden hieronder beschreven.
2.1
GEBIEDSBESCHERMING
Er zijn geen negatieve effecten te verwachten voor de nabij liggende natura 2000-gebieden. Ook voor het Natuurnetwerk Nederland wordt geen negatieve invloed verwacht, aangezien het plangebied niet aanwezig is binnen/nabij één van deze gebieden.
2.2
SOORTENBESCHERMING
De onderstaande tabel (tabel 1) geeft een overzicht van de beschermde soortgroepen. In de tabel wordt aangegeven voor welke soorten maatregelen en/of nader onderzoek van toepassing is. Verdere toelichting daarop wordt beschreven onder de tabel. Tabel 1: Overzicht van de te nemen maatregelen. Soortgroep
Soort
Vervolgonderzoek/Maatregel
Wanneer
Flora Nee n.v.t. Vogels Nee n.v.t. Vleermuizen Nee n.v.t. Grondgebonden zoogdieren Nee n.v.t. Reptielen, amfibieën en vissen Nee n.v.t. Insecten (ongewervelden) Nee n.v.t. Houdt rekening dat de zorgplicht altijd van toeppassing is en eist om voorzichtig te handelen met alle voorkomende flora en fauna. Ook als deze niet beschermd is.
Gezien het plangebied geen geschikte biotopen heeft voor beschermde soorten worden deze hier niet verwacht. Tevens wordt er geen ernstige verstoring verwacht van de geplande werkzaamheden in de directe omgeving van het plangebied.
3.0
INLEIDING
3.1
AANLEIDING EN DOEL
Stantec heeft van Woonstichting ‘thuis opdracht gekregen voor het uitvoeren van een quickscan flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming nabij Terraweg 17 en 21 te Best. Het plan is om op het woonwagenkamp 3 nieuwe standplaatsen voor woonwagens te realiseren op momenteel braak liggend terreinen. Het is volgens nationale- en internationale regelgeving verplicht om alvorens de ingreep plaats gaat vinden een toetsing uit te voeren naar beschermde flora en fauna. Deze quickscan heeft dan ook als doel het inschatten van de (mogelijke) aanwezigheid van flora en fauna die beschermd zijn onder de Wet natuurbescherming en/of de geplande ingrepen mogelijk een negatieve invloed kunnen hebben op deze soorten.
3.2
HUIDIGE SITUATIE EN OMGEVING
De locatie bevindt zich nabij Terraweg 17 en 21 (figuur 1; aangeduid met de nummers 2,3, en 4). Het betreft de percelen 2764 en 2761, sectie B in de gemeente Best (zie bijlage 3 voor de kadastrale kaart). ^—
Figuur 1: Ligging plangebied.
De onderstaande foto’s (figuur 2) geven een indruk van de onderzoekslocatie (zie bijlage 2 voor overige foto’s). De onderzoeklocaties hebben samen een oppervlakte van circa 835 m2. Locatie 2 en 3: Locaties twee en drie zijn momenteel niet in gebruik. Ter plaatse van de onderzoekslocatie is gras/mossige grond aanwezig met wat jonge bomen (acacia, esdoorn en meidoorn).
Ten noorden en oosten van de locatie bevindt zich bebouwing met een plat dak. Ten westen van het plangebied staat een kleine bomenrij met coniferen en daarachter een snelweg (de A2). Op de heuvel tegen de snelweg aan groeit klimop. Locatie 4: Aan de hand van een veldinspectie lijkt locatie 4 te worden gebruikt als een motorcrossplek. Ook is hier veel afval gedumpt. Op deze locatie is grasland/modderige grond aanwezig met een opgehoogde zandbult waar een aantal jonge bomen (acacia, berk en den) op groeien. Hier bevinden zich algemene plantensoorten (o.a. pitrus en riet). Ter plaatse van het motorcross spoor heeft regenwater een plas water gevormd door verdichting van de bodem. Pitrus is hier een kenmerkende soort voor. Deze was ten tijden van het veldbezoek bevroren. Ten zuiden van de locatie bevindt zich een bosgebied met o.a. dennen en eiken en ten oosten een open plek met zand/modder dat ook gebruikt wordt als motorcrossplek. Ten noorden en westen van de locatie bevindt zich bebouwing met een plat dak.
sppi n RSlSäi
İ®Sgs ?ŵs2
~ib*ŗį3ļ
ŴÄ; î'Vf
'åžrJ»M6Lĩí. .ŵevirf" PŴĒŞļfc į.;.v MmăÊiålĒimsĚĒSĚm
: däsL...
ITT "" Ü
ļ
i.
wmiĘsm
(NliSffiS
Figuur 2: Enkele foto’s van de onderzoekslocatie (links locatie 4; rechts locaties 2 en 3).
Ten zuiden van het plangebied ligt een bos dat deel uitmaakt van Natuurnetwerk Nederland (NNN). Meer informatie hierover komt aan de orde in hoofdstuk 4.1.2. Er zijn geen waterlichamen aangetroffen nabij het plangebied.
3.3
GEPLANDE ONTWIKKELINGEN
De geplande ontwikkeling bestaan uit het realiseren van drie nieuwe standplaatsen voor woonwagens. Ter plekke van de alle drie de locaties wordt de huidige ruimte bestraat en worden hier woonwagens geplaatst. Hierbij wordt de huidige flora (incl. de jonge bomen ter plaatse van het perceel) naar verwachting geheel verwijderd en wordt de grond vlak gemaakt. Naar verwachting wordt de grond ook gedeeltelijk ontgraven voor het plaatsen van kabels en leidingen. Bij de werkzaamheden wordt er geen bebouwing gesloopt of watergangen gedempt.
3.4
ONDERZOEKSMETHODIEK
Het onderzoek bestaat uit drie stadia. Er wordt gestart met de literatuurstudie, gevolgd door een veldbezoek en eindigend met een toetsing aan de wet. Op voorhand vindt een literatuurstudie plaats met behulp van de volgende bronnen: ^ • • •
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). Kadaster en kaartmateriaal. Regionale Verspreidingsatlassen. Verenigingen en eigenaren.
Doormiddel van deze (verspreiding) gegevens wordt een inschatting gemaakt van de aan te treffen (beschermde) soorten in het plangebied en de omgeving. Verder wordt gekeken naar de aanwezigheid van Natura 2000 en Natuurnetwerk Nederland gebieden. Vervolgens vindt een oriënterend veldbezoek plaats voor de gehele onderzoekslocatie en de directe omgeving. Tijdens het veldbezoek wordt gekeken welke beschermde en bedreigde dier- en plantsoorten kunnen voorkomen. Dit wordt gedaan op basis van aanwezig biotoop, geluidswaarneming, rustplaatsen, nesten, holen, en sporen zoals geuren, paden, vacht en uitwerpselen. Aan de hand van de gegevens van de literatuurstudie en het oriënterend veldbezoek wordt een inschatting gemaakt welke soorten voorkomen. Deze soorten worden getoetst aan de wet natuurbescherming. Aan de hand hiervan wordt gekeken wat de effecten van de werkzaamheden zijn op de te verwachten soorten, hoe dit geminimaliseerd kan worden (mitigerende maatregelen) en voor welke soorten een ontheffing nodig is. Tijdens het veldbezoek was het was 1 graden Celsius, het was zonnig zonder bewolking en het was windstil. De bomen zijn vrijwel helemaal uit het blad en planten zijn aan het vergaan. De quickscan flora en fauna biedt geen volledige garantie van de aanwezige soorten. Het betreft een momentopname waarvan het doel is te controleren welke soorten in het gebied voorkomen.
Voor de soorten waarvan redelijkerwijs niet uit te sluiten valt dat ze aanwezig kunnen zijn wordt nader onderzoek geadviseerd.
4.0
BESCHERMDE SOORTEN EN TOETSING
4.1
GEBIEDSBESCHERMING
Het plangebied kan vallen binnen de grenzen van een Natura 2000-gebied of de voorgenomen ingreep heeft mogelijk van buitenaf invloed op het natuurgebied door trilling, geluid, licht of stikstofdepositie. Voor het Natuurnetwerk Nederland is het alleen hinderlijk wanneer de werkzaamheden daarbinnen vallen. Als ze daarbuiten vallen zijn er geen maatregelen van toepassing tenzij duidelijke hinder voor het gebied niet uit te sluiten valt.
4.1.1
Natura 2000
Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied (Ministerie van Landbouw, 2021) is het gebied Kampina en Oisterwijkse Vennen. Dit ligt op circa 11 km van het plangebied (zie figuur 3). Binnen dit Natura 2000-gebied komen de volgende habitattypen voor: ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
H2310 - Stuifzandheiden met struikhei. H2330 - Zandverstuivingen. H3110 - Zeer zwakgebufferde vennen. H3130 - Zwakgebufferde vennen. H3160 - Zure vennen. H4010A - Vochtige heiden. H4030 - Droge heiden. H6410 - Blauwgraslanden. H7110B* - Actieve hoogvenen. H7150 - Pioniervegetaties met snavelbiezen. H7210* - Galigaanmoerassen. H7210* - Galigaanmoerassen. H9190 - Oude eikenbossen. H91D0* - Hoogveenbossen. H91E0C* - Vochtige alluviale bossen.
In het Natura 2000-gebied Kampina à Oisterwijkse Vennen is het habitattype zeer zwakgebufferde vennen (H3110) het meest gevoelig voor stikstof (Van Dobben et al., 2012).
Provincie Noord-Brabant
Sint-Oedenrode
Son-en Breugel
Helmond
Eindhoven
1/20/2022, 11:46:57 AM
a Pravincie Noand-Brabant Natura2ÛÛÛgebieden
Figuur 3: Kaart van de natura 2000 gebieden ten opzichte van het plangebied (in rood).
Bij de werkzaamheden kunnen effecten optreden zoals verdroging, vernatting, trillengen, geluidsverstoring of lichtvervuiling. Gezien de afstand tot het Natura 2000-gebied, en de geringe afstand die de effecten kunnen afleggen, wordt hier geen invloed van verwacht. Daarnaast kan bij de uitvoering van de werkzaamheden stikstof vrijkomen. De aanlegfase is momenteel vergunningsplicht vrij voor tijdelijke stikstofdepositie (F.B.J. Grapperhaus , 2021). Derhalve hoeft alleen gekeken te worden naar de uitstoot van stikstof voor de nieuwe situatie. Gezien de afstand worden er geen effecten verwacht. Een stikstofdepositie berekening doormiddel van de Aerius berekening kan hier uitsluitsel over geven. Dat wordt voor deze situatie niet nodig geacht. Toetsing: Het plangebied ligt buiten de contouren van de Natura-2000 gebieden. Bij de geplande werkzaamheden komt meer stikstof vrij dan bij de huidige voorzieningen. Gezien de afstand tot de beschermde natuurgebieden wordt er geen nadelig effect verwacht en is het op voorhand uit te sluiten.
4.1.2
Natuurnetwerk Nederland
Het dichtstbijzijnde Natuurnetwerk Nederland (NNN) is een bosgebied ten oosten en zuiden van het plangebied. Dit ligt op circa 4 meter van het plangebied (figuur 4). Het valt onder het natuurbeheertype ‘N16.03 - Droog bos met productie’. De doelstelling Houtoogst behoort tot dit gebied. Provincie Noord-Brabant
ľ\ atuumetwerKBrabant
Figuur 4: Kaart van de Natuurnetwerken Nederland ten opzichte van het plangebied.
Toetsing De geplande werklocatie ligt buiten de contouren van Natuurnetwerk Nederland (NNN) gebieden. Derhalve wordt hierop geen invloed van de geplande werkzaamheden verwacht en zijn er geen verplichtingen waaraan voldaan dient te worden.
4.2
SOORTEN (FLORA i FAUNA)
Op basis van de verspreidingsgegevens van de geraadpleegde literatuur en een veldbezoek wordt gekeken welke beschermde soorten in het plangebied of de omgeving kunnen voorkomen en welke uitgesloten kunnen worden. De voorkomende soorten worden beschreven en getoetst aan de voorgenomen ruimtelijke ingreep.
4.2.1
Flora
Volgens informatie van de Nationale Databank Flora à Fauna (NDFF) zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde flora in een straal van 5 kilometer in de omgeving van het plangebied. Het gaat om de volgende soort: Karthuizer Anjer. Tijdens het veldbezoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde flora en fauna. Wel zijn er algemene soorten (o.a. biggenkruid, esdoorn, meidoorn, pitrus) waargenomen. De omgeving bestaat uit modderig en mossig grasland. De Karthuizer Anjer is gebonden aan zonnige plaatsen op droge, matig voedselarme, vaak kalkhoudende grond (Van Moorsel, 2015). Deze biotopen zijn niet aangetroffen in het plangebied Toetsing: Op basis van de bureaustudie en het veldonderzoek zijn geen beschermde soorten te verwachten in het plangebied. De Karthuizer Anjer is niet aangetroffen en wordt niet verwacht binnen het voorkomend biotoop. Derhalve wordt er geen negatief effect op beschermde flora verwacht door de geplande werkzaamheden.
4.2.2
Vogels
De soortgroep vogels wordt onderverdeeld in jaarrond beschermde nesten en algemene broedvogels. Jaarrond beschermde nesten mogen het gehele jaar niet worden verwijderd, verplaatst of worden verstoord. Dat houdt in dat de nesten buiten het broedseizoen ook zijn beschermd. Voor deze groep is binnen de Wnb een categorisering gemaakt van 1 t/m 5. In bijlage 1 is dit toegelicht. Alle vogels vallen onder de vogelrichtlijn en onder de zorgplicht. Bij de algemene broedvogels zijn nesten alleen beschermd op het moment dat ze als zodanig in gebruik zijn. Deze soorten worden toegelicht bij jaarrond beschermde soorten. Jaarrond beschermde nesten: Volgens informatie van de NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van vogels met jaarrond beschermde nesten (Vogelrichtlijnsoorten art. 3.1 Wnb). Deze zijn weergegeven in tabel 2. Tabel 2: Alle soorten met jaarrond beschermde nesten volgens het NDFF van de laatste 5 jaar. Soort
Categorie
Soorten binnen 1 km afstand
Buizerd Gierzwaluw Havik Kerkuil Ooievaar Ransuil Sperwer
4 2 4 3 3 4 4
Soorten binnen 5 km afstand
Boomvalk Grote gele kwikstaart Huismus Roek Slechtvalk Steenuil Wespendief
4 3 2 2 3 1 4
Tijdens het veldbezoek zijn geen streng beschermde soorten waargenomen. Nabij het plangebied is bebossing aanwezig die mogelijk geschikt kan zijn voor nesten. Tijdens het veldwerk is een enkel nest aangetroffen in een boom op enige afstand ten zuiden van locatie 3. Deze was zichtbaar lang niet meer in gebruik en viel uit elkaar. Verder zijn er geen nesten/holen aangetroffen in de bomen binnen of nabij het plangebied. Ook zijn er geen andere sporen aangetroffen die kunnen duiden op de aanwezigheid van deze beschermde soorten. Het plangebied bevindt zich nabij een snelweg en door geluidsverstoring is het minder geschikt voor nestlocaties. De omliggende bebouwing is geïnspecteerd op geschiktheid voor het nestelen van vogelsoorten (met name de huismus en gierzwaluw). Bij geen van de omliggende bebouwingen zijn aanwijzingen gevonden dat deze nestmogelijkheden bieden. De voornamelijk relatief lage bebouwing heeft een plat dak en is dit ongeschikt voor deze soorten. De overige nabije bebouwing heeft goed afgesloten dakranden en is het voor vogels niet mogelijk om tussen de muren of onder het dak te nestelen. Algemene broedvogels: Het plangebied is gecontroleerd op het voorkomen van nestgelegenheden voor algemene broedvogels. Tijdens het veldbezoek zijn de grote bonte specht, merel, ekster, kokmeeuw, koolmees en zwarte kraai waargenomen nabij het plangebied.
Zoals hierboven besproken is er een enkel ongebruikt en kapot nest aangetroffen ten zuiden van locatie 3. Verder zijn er geen nesten/holen of mogelijk geschikte daken aangetroffen waarin vogels kunnen nestelen. Derhalve worden geen algemene broedvogels verwacht. Toetsing: In het plangebied zijn geen geschikte locaties aanwezig voor jaarrond beschermde soorten in de directe omgeving van het plangebied. Door de werkzaamheden is een geen negatief effect te verwachten. Voor de algemeen voorkomende broedvogels volstaat de zorgplicht. Hierbij geldt dat voldoende zorg gedragen dient te worden voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van dieren te voorkomen.
4.2.3
Vleermuizen
Volgens informatie van het NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van vleermuizen in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat om de rosse vleermuis en de watervleermuis. Tevens zijn er in een straal van 5 kilometer van het plangebied de bosvleermuis, gewone dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, de ruige dwergvleermuis en de laatvlieger te verwachten. Tijdens het veldbezoek is gekeken naar potentiële verblijfplaatsen, foerageergebieden en de vliegroutes van vleermuizen. Overdag zijn vleermuizen niet actief en deze zijn dan ook niet waargenomen. Hieronder worden deze besproken. Verblijfplaatsen Vleermuizen zijn aan de hand van hun voorkeur in verblijfplaats onder te verdelen in gebouw- en boom bewonende soorten. Ze zijn onder de Wet natuurbescherming strikt beschermd conform bijlage IV van de Habitatrichtlijn (artikel 3.5 Wnb). Boom bewonende vleermuizen kunnen gebruik maken van natuurlijk voorkomende schuilplaatsen zoals holtes, spleten, loshangend schors aan bomen en van grotten (Bij121, 2017). In onze stedelijk omgeving maken vleermuizen gebruik van ruimtes in bebouwing onder dakpannen, de spouwruimte en bijvoorbeeld zolders (Bij122, 2017). Sommige soorten maken gebruik van zowel bebouwing als natuurlijke schuilplaatsen.
Het plangebied is gecontroleerd op het voorkomen van verblijfplaatsen van gebouw bewonende vleermuizen. De bebouwing ten oosten van locatie 2 en 3 heeft plaatsen die geschikt kunnen zijn voor vleermuizen. Het betreft de rolluiken boven verschillende ramen. Deze zijn groot genoeg voor vleermuizen om in en te kruipen en te verblijven. Gezien het formaat van de rolluiken zullen deze onvoldoende zijn om grote hoeveelheden vleermuizen te houden. Verder is er aan de dakrand van de bebouwing ten noorden van locatie 2 en 3 een kier aangetroffen die mogelijk kan dienen als verblijfplaats. Gezien het formaat van het gebouw, zal deze ook ongeschikt zijn als verblijfplaats voor grote getallen vleermuizen. Verder is er in omliggende bebouwing geen mogelijkheid aangetroffen voor vleermuizen om te verblijven. Derhalve worden er geen gebouw bewonende vleermuizen verwacht in of nabij het plangebied. Het plangebied is gecontroleerd op het voorkomen van verblijfplaatsen van boom bewonende vleermuizen. De bomen in de directe omgeving van het plangebied zijn niet geschikt voor vleermuizen. Geen van de geïnspecteerde bomen bevat gaten/holen of geschikt schors voor vleermuizen om achter te kruipen. Vliegroutes en foerageergebied Naast verblijfplaatsen zijn ook essentiële vliegroutes en foerageergebieden beschermd.
Vliegroutes zijn lijnvormige elementen, vaak een bomenrij of waterlichaam, waaraan vleermuizen zich kunnen oriënteren. Vleermuizen hebben deze oriëntatie nodig om zich van hun verblijfplaats naar hun foerageergebied te verplaatsen. Foerageergebieden kunnen onder andere bestaan uit bomen, houtwallen, opgaande gewassen en open water (Bij12, 2017). Binnen het plangebied komen geen lijnvormige elementen voor waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. Tevens is er geen overduidelijk foerageergebied aanwezig. Toetsing In het plangebied zijn geen geschikte mogelijkheden voor langdurige verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. In de directe omgeving zijn verschillende kort-verblijfmogelijkheden in omliggende bebouwing; namelijk rolluiken en een kier in een dakrand. Deze kunnen slechts voor kleine aantallen vleermuizen dienen als verblijfplaats. Gezien de locatie ongeschikt is voor kolonies en de werkzaamheden zich op een aantal meter van deze bebouwing bevindt, wordt hier geen invloed op verwacht. Er gaat geen foerageergebied of vliegroute verloren.
4.2.4
Grondgebonden zoogdieren
Volgens informatie van het NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van grondgebonden zoogdieren. In tabel 3 zijn de soorten benoemd en is onderscheid gemaakt in de beschermingsstatus. Tabel 3: De volgens het NDFF waargenomen soorten in of nabij het plangebied van de laatste 3 jaar. Soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Vrijgestelde soorten
Bunzing Damhert Das Edelhert Eekhoorn
X X X X X
Soort
Habitatrichtlijnsoort
Andere soorten
Vrijgestelde soorten
Egel Haas Konijn Rosse Woelmuis Steenmarter Wezel
X X X X X X
Ter plekke van locatie 4 is een hoop afval aangetroffen. Afvalhopen kunnen in sommige gevallen benut worden door marterachtigen als verblijfplaatsen. Gezien de aangetroffen afvalhoop beperkt en ietwat verspreid was, wordt deze niet geschikt geacht als verblijfplaats. Bij nadere inspectie hiervan zijn er ook geen sporen of geschikte verblijfplekken aangetroffen. Verder zijn er voor marterachtigen ook geen geschikte verblijf- of foerageerplekken gevonden. Ter plaatse van locatie 2 bevindt zich een zandbult overgroeit met jonge planten en mos (figuur 5). Hierin bevinden zich meerdere kleine holen in ter grote van een muizenhol. Bij de geplande werkzaamheden wordt deze zandbult verwijderd om plaats te maken voor een woonwagenstandplaats. Uit informatie van het NDFF blijkt dat de rosse woelmuis in de directe omgeving wordt verwacht. Op basis van de ecologie van deze soort wordt niet verwacht dat deze holen toebehoren aan de rosse woelmuis. Deze waagt zich namelijk zelden in open gebieden en maakt gebruikt van beschutting (zoogdiervereniging, 2021). Gezien deze locatie geen enkele vorm van beschutting heeft wordt het onwaarschijnlijk geacht dat de rosse woelmuis zich hier bevindt. Tevens is deze soort vrijgesteld in Noord-Brabant en is een vergunning voor deze soort niet noodzakelijk. Wel moet er voldaan worden aan de zorgplicht en algemene richtlijnen.
wmm Wmm.
■ * . įwj
mm
msšm
' J ‘-.'Li
sH-kSsb
S&ifll
wmm
mm ļ|Sg*'*
i ľ'itlf: ‘Níí
'
. : įį
lisml míâmmiïi
EÉë»
Figuur 5: Zandbult op locatie 2 met holen.
Voor de andere soorten zijn er binnen de plangebied locaties geen geschikte verblijf- of foerageerplekken aangetroffen. Ook zijn er verder geen sporen van deze soorten gevonden.
Het bos ten zuiden van de drie locaties zal dienen als leefgebied voor deze soorten. Maar gezien de omvang van de werkzaamheden wordt hier geen invloed op verwacht. Toetsing: Er zijn geen verblijfplaatsen of sporen aangetroffen van de streng beschermde soorten. Wel zijn mogelijke verblijfplaatsen (muizenholen) gevonden van algemene soorten. In verband met de zorgplicht dient hier rekening gehouden mee te worden bij de uitvoering van de werkzaamheden. Verder is het plangebied ongeschikt om te dienen als verblijfplaats of foerageergebied voor grondgebonden zoogdieren en wordt er geen negatief effect verwacht op deze soorten door de ruimtelijke ingreep.
4.2.5
Reptielen, Amfibieën en vissen
Volgens informatie van de NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde amfibieën en reptielen in de directe omgeving van het plangebied. Het gaat om de volgende soorten: Alpenwatersalamander, bastaardkikker, heikikker, poelkikker, rugstreeppad, boomkikker, kamsalamander en de levendbarende hagedis. Volgens informatie van de NDFF zijn geen verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde vissen in het plangebied. Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van reptielen, amfibieën of vissen. Op basis van het bestaande biotoop zijn de soorten ook niet te verwachten. Ter plaatse van het plangebied of in de directe omgeving zijn geen waterlichamen aanwezig die voor amfibie- of vissoorten noodzakelijk is (Didderen, et al., 2000). Ter plekke van locatie 2 is en begroeide zandbult aangetroffen met meerdere kleine holen (figuur 5). Het habitat van de levendbarende, die volgens het NDFF hier te verwachten is, bestaat uit zeer dichte vegetatie waar ze dan in bomen en grote planten (bijvoorbeeld berenklauw) klimmen om te kunnen zonnen (Bij123, 2017). Binnen het plangebied komt deze vegetatiestructuur niet voor en derhalve worden deze holen niet geacht als toebehorende aan levendbarende hagedissen. Reptielen in het algemeen zijn voornamelijk gebonden aan heideterrein, zandgebieden en venranden (Smit & Zuiderwijk, 2020).
Nabij locatie 4 bevindt zich een terrein waar zand ligt. Uit insectie blijkt dat deze gebruikt wordt als motorcrossplaats en zal deze ongeschikt zijn als verblijfplaats voor reptielen. Verder zijn de benodigde elementen voor reptielen niet aangetroffen binnen het plangebied en derhalve wordt deze als ongeschikt geacht als verblijf- of foerageerplaats. Toetsing: Een negatief effect wordt niet verwacht aangezien het geschikte leefgebied voor reptielen amfibieën of vissen niet aanwezig is in of rondom het plangebied. Binnen het plangebied zijn open zand gebieden aanwezig. Door het ontbreken van het overige geschikte biotoop zijn deze gronden niet geschikt als leefgebied voor reptielen.
4.2.6
Insecten (ongewervelden)
Volgens informatie van de NDFF zijn verspreidingsgegevens bekend van streng beschermde insecten in de omgeving van het plangebied. Het gaat om de volgende soorten: de bruine eikenpage, grote vos, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine ijsvogelvlinder, vermiljoenkever, bosbeekjuffer, gevlekte witsnuitlibel en de teunisbloem pijlstaart.
Tijdens het veldonderzoek zijn geen waarnemingen gedaan van beschermde insecten. Op basis van het bestaande biotoop zijn de soorten niet te verwachten. Het plangebied en de directe omgeving hebben namelijk geen waterlichamen die voor juffers- en libellensoorten noodzakelijk is (Groenendijk, 2002; Bij124) en ook geen nectarbronnen (zoals sporkehout of bramen) voor vlindersoorten (Jacobs et al., 2014; Jacobs, 2011). Tevens heeft het plangebied geen waardplanten (zoals iepen, wilgen en kamperfoelie) voor de meeste van deze soorten. Wel is er in het bosgebied ten zuiden van het plangebied voldoende habitat voor veel van deze soorten. Gezien de omvang en aard van de werkzaamheden wordt er geen invloed verwacht op deze leefgebieden en/of fourageergebieden Toetsing: Het voorkomen van beschermde soorten kan redelijkerwijs worden uitgesloten. Er zijn dus geen negatieve effecten te verwachten op beschermde insecten.
4.2.7
Houtopstanden
Tijdens de geplande werkzaamheden worden een aantal jonge bomen ter plekke van het plangebied verwijderd. Grote meerjarige bomen of struiken worden niet verwijderd. Derhalve is de meld- en herplantingsplicht niet van toepassing.
BRONVERMELDING ^ ^ ^ ^
^
^
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
^ ^ ^
Bij121. (2017). Kennisdocument Gewone Dwergvleermuis. Utrecht: Bij12. Bij122. (2017). Kennisdocument Gewone grootvleermuis. Utrecht: Bij12. Bij123. (2017) Kennisdocument Levendbarende Hagedis. Utrecht: Bij12. Bij12. (2022) Gevlekte Witsnuitlibel. Gevonden op https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/subsidiestelsel-natuur-en-landschap/agrarisch-natuurbeheeranlb/kennisbank/doelsoorten/gevlekte-witsnuitlibel/. op 1 -02-2022. Didderen, K., Spitzen-Van der Sluis, A., de Bruin, A., Kuijsten, W., Kranenbarg, J., & Ronald, Z. (2000). Kennisdocument Vissen & Amfibieën Natura 2000 Overijssel. Nijmegen : RAVON . Opgehaald van https://www.ravon.nl/Soorten/Soortinformatie/alpenwatersalamander Dotinga, H. (2017, 04 10). Vogelbescherming Nederland Broedseizoen. Opgehaald van Vogelbescherming Nederland: https://www.vogelbescherming.nl/actueel/bericht/snoeien-in-hetbroedseizoen-mag-dat. F.B.J. Grapperhaus . (2021). Stikstofreductie en natuurverbetering. Den Haag: Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Groenendijk, D. (2002). Bosbeekjuffer en gewone bronlibel in Nederland: ecologie en bescherming. Rapportnummer VS2002.006, De Vlinderstichting, Wageningen. Jacobs, I.,(2011). Ecologie en verspreiding van de Iepenpage in VlaamsBrabant’. Rapport Natuur.studie 2011/10 Mechelen. Jacobs, I., Segers, N., Vanreusel, W., Van Dyck, H. & Maes, D. (2014).
Wetenschappelijk basisrapport voor het Soortbeschermingsprogramma Bruine eikenpage (Satyrium ilicis). Ministerie van Landbouw, N. e. (2021, oktober 19). Nature-2000. Opgehaald van Nature-2000: https://www.natura2000.nl/. Smit, G., & Zuiderwijk, A. (2020). Handleiding voor het monitoren van reptielen in Nederland. Nijmegen: RAVON. H.F. van Dobben, R. Bobbink, D. Bal en A. van Hinsberg, (2012). Overzicht van kritische depositiewaarden voor stikstof, toegepast op habitattypen en leefgebieden van Natura 2000. Wageningen, Alterra. Alterra-rapport. Van Moorsel, René (2015) FLORON Verspreidingsatlas Vaatplanten - Dianthus carthusianorum L. Kartuizer anjer. Gevonden op https:^www.verspreidingsatlas.nľ0403# op 28-01-2022. Zoogdiervereniging (2021). Rosse Woelmuis. Gevonden op https://www.zoogdiervereniging.nl/zoogdiersoorten/rosse-woelmuis op 1-2-2022.
Geraadpleegde Websites ^ www.ravon.nl ^ www.floron.nl ^ www.synbiosys.alterra.nl ^ www.riiksoverhied.nl ^ www.zoogdieratlas.nl ^ www.waarneming.nl ^ www.zoogdierverening.nl ^ www.bij12.nl ^ www.ndff.nl www.verspreidingsatlassen.nl
^
www.vogelbescherming.nl
Bijlagen Bijlage 1: Bijlage 2: Bijlage 3: Bijlage 4:
Wettelijk kader Foto’s onderzoekslocatie Kadastrale kaart Situatietekening
Bijlage 1: Wettelijk kader Wet Natuurbescherming De Wet natuurbescherming (Wnb) vervangt sinds 1 januari 2017 drie wetten; Flora- en faunawet, de Boswet en Natuurbeschermingswet 1998. De Wnb is verantwoordelijk voor de bescherming van Nederlandse natuurgebieden, flora en fauna en houtopstanden. Provincies bepalen binnen het kader van de Wnb het natuurbeleid binnen hun gebied. Dat doen zij aan de hand van nationale en internationale regels. Onder de Wnb worden Natura 2000-gebieden, houtopstanden en soorten beschermt.
Natura 2000 gebieden Natura 2000 is een netwerk van beschermde natuurgebieden binnen Europa ter behoudt en bevordering van biodiversiteit. In Nederland zijn ruim 160 Natura 2000-gebieden welke zijn aangewezen onder de Vogel- en Habitatrichtlijnen. Per Natura 2000-gebied zijn richtlijnen opgesteld welke soorten en habitattypen dient te worden beschermd. Voor Natura 2000-gebieden gelden instandhoudingsdoelstellingen en Nederland is verplicht om zowel soorten als habitattypen in een gunstige staat van instandhouding te houden of brengen. De instandhoudingsdoelstellingen zijn in aanwijzingsbesluiten opgenomen voor Natura 2000-gebieden en worden per Natura 2000-gebied in een beheerplan uitgewerkt. Handelingen of activiteiten binnen en buiten beschermde natuurgebieden die schadelijk kunnen zijn voor de doelstellingen van het gebied zijn verboden, tenzij door het bevoegd gezag hier vergunning voor is verleend. Hierbij wordt het ‘nee, tenzij’ principe gebruikt. Regulier beheer en bestaand gebruik zijn opgenomen in Natura 2000-beheerplannen. Na vaststelling van de beheerplannen hoeft daarvoor geen ontheffing aangevraagd te worden.
Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (voorheen bekend als Ecologische Hoofdstructuur) bevat een netwerk van bestaande en aan te leggen natuurgebieden in Nederland. Het NNN heeft als doel om een samenhangend netwerk aan natuur te realiseren en hiermee de achteruitgang van natuurgebieden en biodiversiteit tegen te gaan. Dit wordt gerealiseerd door natuurgebieden, in de meeste gevallen Natura 2000-gebieden, te vergroten of met elkaar te verbinden door middel van inrichting en beheer van aangrenzende of aanliggende landbouwgrond of door verwerving. De Provincies zijn verantwoordelijk voor de aanwijzing, begrenzing en de doelstellingen van de NNNgebieden in een verordening (vaak natuurbeheerplan). Ook alle grote wateren (grote rivieren, Deltawateren, IJsselmeergebied en Waddenzee) en de gehele Noordzee behoren tot het NNN. Voor deze gebieden is het Rijk verantwoordelijk. Het Natuurnetwerk Nederland moet uiteindelijk samen met de natuurgebieden in andere Europese landen het aaneengesloten pan-Europees Ecologisch Netwerk (PEEN) vormen.
Houtopstanden De bescherming richt zich op de instandhouding van het bosareaal. Onder houtopstand wordt verstaan: een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend. Bij houtopstanden groter dan 10 are of 20 rijbomen gelegen buiten de bebouwde kom, geldt een meldplicht, herplantingsplicht en mogelijke oplegging van een kapverbod ter bescherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden.
Soortenbescherming Onder de Wnb zijn soorten beschermd van de door de Europese Unie opgestelde Vogelrichtlijnen (1979) Habitatrichtlijnen (1992) en de verdragen van Bern en Bonn. Daarnaast zijn er nog 'andere soorten’ die beschermd zijn op nationaal niveau. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten vrijstelling of ontheffingen. In Nederland zijn alle vogelsoorten welke van nature voorkomen in Nederland, ruim 700 soorten, beschermd. Tevens worden ongeveer 230 andere Europese en nationale soorten beschermd. Afwijken van de verbodsbepalingen is mogelijk wanneer aan de volgende drie criteria voor ontheffing of vrijstelling wordt voldaan: ^
Het is alleen toegestaan om van een verbodsbepaling af te wijken wanneer er geen andere bevredigende oplossingen van de handeling mogelijk is. ^ Er moet een in de wet benoemd belang zijn tegenover de afwijking van het verbod. In de wet is voor verschillende beschermingsregimes aangegeven wat deze belangen ínhouden (bv. Volksgezondheid of openbare ruimte). ^ De ingreep mag geen afbreuk zijn voor de staat van instandhouding van de betreffende soort. Wanneer aan deze drie eisen is voldaan, kan de ontheffing worden verleend. Tevens zijn voor bepaalde handelingen een vrijstelling mogelijk, zoals in de vorm van een gedragscode of provinciale verordening. Verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten in de Wet natuurbescherming sluiten nagenoeg één op één aan bij bepalingen uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Dit houdt in dat de verbodsbepalingen niet overtreden mogen worden tenzij een ontheffing wordt verleend (het ‘nee, tenzij-principe'). Het is ieder zijn plicht om rekening te houden met in het wild levende flora en fauna, aangeduid als de zorgplicht, voor zowel beschermde als niet beschermde flora en fauna en hun directe leefomgeving. Wanneer een ruimtelijke ontwikkeling gepland staat die mogelijk gevolgen hebben voor de natuurwaarden, dient u zich op de hoogte te stellen van de in het plangebied aanwezige natuurwaarde en kwetsbaarheid.
De ruimtelijke ontwikkelingen kunnen namelijk gevolgen hebben voor deze natuurwaarden. U dient negatieve gevolgen hiervoor zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel beperken of ongedaan maken. Jaarrond beschermde nesten: ^ ^ ^ ^ ^
Categorie 1: Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen ook buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Categorie 2: Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk zijn van bebouwing. Categorie 3: Nesten van vogels (niet-koloniebroeders), die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. Categorie 4: Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Categorie 5: Vogels met jaarrond beschermde nesten bij ecologisch zwaarwegende redenen. Nesten van vogels die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor hebben gebroed of de directe omgeving daarvan. Deze soorten beschikken over voldoende flexibiliteit om zich elders te vestigen wanneer de omstandigheden daar aanleiding voor geven.
Bijlage 2: Foto’s plangebied ,‘ 4 i
'
jl -“ ' --^r»r «
PPSM
üh
ífSĩÉS Mh ÍICW4» ' » I î
®SBi
ìįjhļ åtįįļķįŠ •ìľŵ irîl'-J*» " iişpş^jl
SSÍÜ
:
*
, - “i-U*..vi-ţíį3«l
lÄIMiSiì
.ÄË ŵā*'; X.?;. ••■•^
ř te'*;;
ŕ*"; 1 ĩmi
i# ^ ,ä;h \
ìÇ?.',4Ü
•' . A*r
^ ‘' .
■^S3ä2P ■M&È .■■ ■ ■ '
-
.ŵ^-í-
BļNg ŵ4»áś Ŵŵéŷ' .'?: «•i-î:'..,'V*--:.:f SP" ,'
IRiM«S
ŗ|^'«-,.:j
«
X a
'* *?QS. i&i
y^snîżi ÃŴÖÌfe
-
—
RÄ*^ njtįĝřy
Bijlage 3: Kadastrale kaart
Kadastrale kaart
Uw referentie: M21B0271-242
Deze kaart is noordgericht
12345 25
---------------------
Schaal 1: 500
kadaster
Perceelnummer Huisnummer Vastgestelde kadastrale grens
---------------------
Voorlopige kadastrale grens
---------------------
Administratieve kadastrale grens
---------------------
Bebouwing
Voor een eensluidend uittreksel, geleverd op 26 januari 2022 De bewaarder van het kadaster en de openbare registers
Kadastrale gemeente Sectie Perceel
Best B 2764
Aan dit uittreksel kunnen geen betrouwbare maten worden ontleend. De Dienst voor het kadaster en de openbare registers behoudt zich de intellectuele eigendomsrechten voor, waaronder het auteursrecht en het databankenrecht.
Bijlage 4: Situatietekening
2692
(sw-wrk)
(sw-ew'
V-VB
W-WW
(sw-ew)
(sw-ew)
(sw-hpl
(sw-ew)
W-WW, (sw-ew