CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

23050.3a - Bijlage bij Toelichting 1 - Verkennend bodemonderzoek en onderzoek naar asbest

Raadsvergadering 25 september 2023, gemeente BestBij agendapunt: Rik Dijkhoff28.540 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Maximale waarden klasse wonen Klasse wonen

Maximale waarden klasse industrie Klasse industrie

Niet toepasbaar

Altijd toepasbaar

specifiek

Nooit toepasbaar

Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden

Interventiewaarden droge bodem

Sanerings criterium

Figuur: Normstelling en toepassingskader waterbodem Achtergrond waarden Generiek Vrij toepasbaar Gebieds specifiek

Maximale waarden klasse A

Maximale waarden klasse B

Toepasbaar

Toepasbaar

klasse A

klasse B

Nooit toepasbaar

Nooit toepasbaar

Ruimte voor lokale maximale waarden Achtergrond waarden

Interventiewaarden waterbodem

Sanerings criterium

Voor het verspreiden van baggerspecie op het aangrenzende perceel is een criterium ontwikkeld dat gebaseerd is op ecologische risico’s. De risico’s worden uitgedrukt met de parameter msPAF (meersoorten Potentieel Aangetaste Fractie). De msPAF geeft een indicatie van het deel van de potentieel aanwezige organismen dat nadelige gevolgen kan ondervinden van het aanwezige mengsel van verontreinigingen. Op basis van het beleidscriterium dat de verspreidbare hoeveelheid bagger minimaal gelijk moet blijven is de norm gesteld op msPAFmetalen < 50Zo, en msPAForganisch < 20Zo. Daarnaast zijn 5 stoffen individueel genormeerd. Voor overige stoffen die geen deel uitmaken van de msPAF geldt de achtergrondwaarde. Figuur: Verspreiden baggerspecie

Ontvangstplicht

Vrij verspreidbaar Achtergrondwaarde

Verspreidbaar op aangrenzend perceel msPAF metalen < 50Zo ms PAF organisch < 20oZo 5 stoffen individueel genormeerd Alle stoffen < interventiewaarde bodem

Niet verspreidbaar op aangrenzend perceel

Op maandag 8 juli 2019 heeft de Staatssecretaris van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een 'Tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie' aangeboden aan de Tweede Kamer. Het handelingskader is gericht op het aantreffen van de stoffen PFOA (Perfluoroctaanzuur), PFOS (Perfluoroctaansulfonaat) en GenX (HFPO-DA). Op basis van de stukken blijkt dat de bovengrond en geroerde bodems in heel Nederland verdacht zijn op het (diffuus) voorkomen van PFAS. Hierdoor geldt per direct dat onderzoek op PFAS verplicht is, tenzij kan worden aangetoond dat de grond of baggerspecie onverdacht is. Nadien zijn er diverse aanvullingen op de handelingskader geweest waarna de onderstaande toepassingsnormentabel voor het landelijke beleid is vastgesteld (versie van 2 juli 2020). Tabel: Toepassingsnormen PFAS

Toepassingswaarde (pg/kg d.s.) (4) (5) (6)

Toepassingssituatie Op de landbodem Grond en baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau Bodemkwaliteitsklasse

Bodemfunctieklasse

Wonen of industrie

Wonen of industrie

Landbouw/natuur

Wonen of industrie

Landbouw/natuur, wonen of

Landbouw/natuur

PFOA = 7 PFAS = 3 PFAS = 1,4 PFOA = 1,9 PFAS = 1,4

industrie

PFOA = 1,9

Baggerspecie toepassen boven grondwaterniveau(1), als bedoeld in

PFAS = 3

artikel 35, onder f, BBK (verspreiden van baggerspecie op aangrenzend

PFOA = 7

perceel of weilanddepot) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen boven

PFAS = 3

grondwaterniveau (1)

PFOA = 7

Grond en baggerspecie toepassen in

Gebiedskwaliteit

grondwaterbeschermingsgebieden Grond en baggerspecie toepassen onder grondwaterniveau(2), met

PFAS = 1,4

inbegrip van grootschalige toepassing

PFOS = 1,9

In oppervlaktewater Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of

Toepasbaar, wel meten en

aansluitende (sedimentdelende) stroomafwaarts gelegen

toetsen op uitschieters

oppervlaktewaterlichamen als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK (verspreiden van baggerspecie in zoet of zout oppervlaktewater) Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in

Toepasbaar, wel meten en

ophogingen in waterbouwkundige constructies, uitgezonderd de diepe

toetsen op uitschieters

plas, als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe

Rijkswater: PFAS = 0,8

plas(3):

PFOS = 3,7

Verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 35, onder g, BBK en » Het toepassen van baggerspecie en grond in ophogingen in waterbouwkundige constructies als bedoeld in artikel 35, onder d, BBK. Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die

Anders:

in open verbinding staan met een rijkswater (3)(8)

PFOS = 3,7

Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bedoeld

PFAS = 0,8 PFOS = 1,1

»

onder 4.9. (7)(8) 1)

PFAS = 0,8 PFOS = 1,1

PFAS = 0,8

Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘boven grondwaterniveau': tot ten hoogste 1 meter onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast.

2)

Voor gebieden met een hoge grondwaterstand geldt in plaats van ‘onder grondwaterniveau': op een diepte van 1 meter en meer onder het maaiveld. Indien de grond als gevolg van zetting op termijn in de verzadigde zone terechtkomt wordt de grond geacht boven grondwater te zijn toegepast.

3)

Onder 'diepe plas' wordt verstaan: oppervlaktewaterlichaam, ontstaan als gevolg van zandwinning, grindwinning of kleiwinning of een dijkdoorbraak. Onder 'vrijliggende diepe plas' wordt verstaan: diepe plas, die niet is gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk en die bovendien boven de spronglaag nauwelijks wordt gevoed door oppervlaktewater van elders (de verblijftijd van het water is voor 90/ van het jaar langer dan een maand). Als de diepe plas is gelegen in een groter oppervlaktewaterlichaam wordt de rest van het oppervlaktewaterlichaam beschouwd als oppervlaktewater van elders. Onder 'niet-vrijliggende diepe plas' wordt verstaan: diepe plas, gelegen in een oppervlaktewaterlichaam in beheer bij het Rijk, of diepe plas die niet aan de definitie van vrijliggende plas voldoet.

4)

Op de waarden uit deze tabel hoeft geen bodemtypecorrectie te worden toegepast als het gehalte van

5)

Tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld.

organische stof minder dan 10/ bedraagt. 6)

Met toepassingswaarden voor PFAS wordt bedoeld de waarde voor alle overige PFAS verbindingen, te toetsen per stof (dus niet gesommeerd). PFOS en PFOA worden getoetst aan de hand van de sommatie van de concentraties lineair en vertakt.

7)

Voor plassen waar nog geen verondieping heeft plaatsgevonden, kan niet van de toepassingswaarde in de tabel worden uitgegaan. In deze gevallen zal het waterschap in overleg met gemeente en provincie een uitvoerige afweging moeten maken of deze verondieping gewenst is en welke voorwaarden hieraan moeten worden gesteld. Hierbij moet op basis van de zorgplichten zelf worden bepaald welke kwaliteit grond en baggerspecie verantwoord kan worden toegepast.

8)

Alleen indien in de nabijheid van de diepe plas geen kwetsbaar object is gelegen. Hiervoor is een toetsingskader opgenomen in de Handreiking voor de herinrichting van diepe plassen.

Bijlage 7: Relevante informatie vooronderzoek

adviseurs ruimte infra bouw milieu

Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg te Best

adviseurs ruimte infra bouw milieu

Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg te Best

Opdrachtgever

Gemeente Best Postbus 50 5680 AB Best

Projectnummer

20130295

Status rapport | versie nr.

Definitief 04

Datum

12 april 2015

Opgesteld door

ing. J. Reurich

Gecontroleerd door

ing. C.H.J. van den Broek

Voor akkoord

ing. C.H.J. van den Broek

Paraaf:

Versie nr.

Datum

Omschrijving

Opgesteld door

Gecontroleerd door

D01

11/04/14

JR

CB

D02

28/08/14

Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg te Best Toegevoegd aanvullende onderzoeksfase

JR

CB

D03

21/01/15

Gevalsdefinities aangepast n.a.v. overleg ODZOB

JR

CB

D04

12/04/15

Opmerkingen versie D03 ODZOB verwerkt

JR

CB

tS\

I

Eerland CERTIFICATION

^2»

NEN-EN ISO 9001

BRL SIKB 2000

Postbus 4156 4900 CD Oosterhout Hoevestein 20b 4903 SC Oosterhout

t.(0162) 456481 f.(0162) 435588 info@ageladviseurs.nl www.ageladviseurs.nl

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 Samenvatting

SAMENVATTING

Aanleiding en doel In opdracht van de gemeente Best heeft AGEL adviseurs een nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de woonwagenlocatie en het naast gelegen terrein aan de Terraweg te Best. In december 2013 is eerder door AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De reden van het verkennend onderzoek was de voorgenomen bestemmingsplanprocedure. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat op drie delen van het terrein verontreinigingen in de bodem zijn aangetoond. Dit betreft zware metalen, PAK en PCB in gehalten boven de interventiewaarden. Deze grond wordt daarmee als sterk verontreingd beschouwd. Tevens is bij het onderzoek in 2013 geconstateerd dat er op een beperkt deel van het plangebied buiten de woonwagenlocatie op het maaiveld delen asbestverdacht materiaal voorkomen. De resultaten van het verkennend onderzoek geven aanleiding tot het verrichten van een nader bodemonderzoek. Met dit nader onderzoek wil men een beter inzicht krijgen in de aard, omvang en risico's ten aanzien van de verontreinigingssituatie.

Hiertoe zijn drie deellocaties aangewezen: - De verontreiniging met zware metalen, PAK en PCB ter plaatse van het noord-oostelijk deel van het plangebied (buiten huidige woonwagenlocatie); - De twee verontreinigingen met koper in de grond die deels voorkomen binnen de huidige woonwagenlocatie; " De aanwezigheid van asbest op een beperkt deel van het terrein nabij het noord oostelijk deel. Het nader onderzoek is uitgevoerd in februari 2014 (eerste fase). Aansluitend hierop is in juli 2014 aanvullend onderzoek (tweede fase) verricht. Deze tweede fase was gericht op: - De kwaliteit van het grondwater stroomafwaarts van de noord oostelijke verontreiniging om uit te sluiten dat deze niet mobiel is en dus verspreid via het grondwater; - De omvang van de noordelijk oostelijke verontreiniging naar buiten de plangrens (bestaande Terraweg); - De samenstelling en kwaliteit van de aanwezige grondwal, met name ter plaatse van een aan te leggen nieuwe calamiteitenontsluitingsweg. Gedurende de eerste fase van het onderzoek is gebleken dat het asbest vooral samenhangt met de aanwezige grondwal en het hierin aangetroffen puin.

Uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek Nader onderzoek (fase 1) Het veldonderzoek is door AGEL adviseurs uitgevoerd volgens de vereisten van de protocollen 2001 en 2018 voor milieukundig bodemonderzoek. De werkzaamheden zijn uitgevoerd op 24, 25 en 26 februari 2014. Bij de uitvoering van de werkzaamheden is rekening gehouden met de toegangsregeling en de beperking ronde het DPO leiding (leiding K2 vloeistoffen Defensie Pijpleiding Organisatie). Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden is gebleken dat op over een deel van het noordoostelijk terrein (bosgebied) er duidelijk sprake is van een grondwal met puinhoudende grond. Hierdoor moest de vooraf gestelde verwachting dat het een beperkt gebied betrof worden herzien en is vooral onderzoek verricht naar de wal op dat deel van het terrein. Verder is de wal op hoofdlijnen ingemeten. Als gevolg van de sterke begroeiingen was dit niet overal in detail uitvoerbaar.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 Samenvatting

Bij het onderzoek naar de verontreinigingen met zware metalen, PAK en PCB ter plaatse van het noord-oostelijk deel bleken tegen de verwachting in dat vooral de verticale verspreiding groter is dan vooraf werd verwacht. Hierdoor zijn meerdere analysefasen ingezet. Ten aanzien van de twee verontreinigingen met koper zijn er behoudens het niet krijgen van toegang tot de ganzenwei er geen bijzonderheden gemeld en is dit werk volgens de onderzoeksopzet uitgevoerd. Aanvullend onderzoek (fase 2) Het veldonderzoek is door AGEL adviseurs uitgevoerd volgens de vereisten van de protocollen 2001, 2002 en 2018 voor milieukundig bodemonderzoek. De werkzaamheden zijn uitgevoerd op 7 en 17 juli 2014. Bij dit onderzoek zijn op de delen van de grondwal buiten et deel dat reeds met fase 1 was onderzocht meerdere sleuven getracht te plaatsen. Als gevolg van de sterke begroeiing van de wal en het gehele bosgebied (bomen, bramen, struiken etc) kon dit niet met een graafmachine worden uitgevoerd. Daarom is op besloten het werk te hervatten met inzet bosmaaier en boringen in plaats van sleuven te verrichten om schade te beperken. Direct langs de Terraweg zijn aanvullende boringen en een peilbuis geplaatst omdat in die richting de afperking niet volledig was. Het talud en het deel rond de DPO leiding zijn niet onderzocht.

Conclusies Na uitvoering van het verkennend onderzoek en het onderhavige nader bodemonderzoek wordt geconcludeerd dat er sprake is van drie gevallen van ernstige bodemverontreiniging. Daarnaast is er sprake van een met zware metalen, PCB en asbest verontreinigde grondwal. Deze betreft echter geen geval van ernstige bodemverontreiniging in de zin van de Wet bodembescherming. Per geval wordt onderstaand het volgende geconcludeerd: Geval 1: verontreiniging met zware metalen, PAK en PCB in de grond op het noordoostelijk deel van het plangebied - Hier zijn over een oppervlak van circa 5.100 m2 waarvan 4.100 m2 is gelegen binnen het plangebied verontreinigingen aangetoond boven de interventiewaarden. De verontreiniging bevindt zich nagenoeg geheel buiten de huidige woonwagenlocatie. Op het grootste deel worden op circa 0,8 á 1,3 m-mv geen verontreinigingen meer aangetoond. Op het meest oostelijk deel zijn echter nog op 2 m-mv verontreinigingen boven de interventiewaarde aangetoond. De aanname dat deze zich zou beperken tot de bovengrond is daarmee niet gerechtvaardigd. Uitgaande van een gemiddeld verontreinigd traject van 1,2 meter bedraagt het volume verontreinigde grond met gehalten boven de interventiewaarde circa 5.000 m3.

Vastgesteld is dat de verontreiniging immobiel is; " Naast de genoemde verontreinigingen komt weliswaar op en in de bodem asbest voor echter niet als bepalende parameter zoals in de wal. Het asbest hier is beperkt aanwezig en onder de interventiewaarde; " Voor deze verontreiniginglocatie is sprake van spoedeisendheid als gevolg van een potentieel ecologisch risico. Voor het deel van de verontreiniging gelegen in de contouren van de bestaande woonwagenlocatie (circa 750 m2 in gebruik als wonen met tuin) is er geen sprake is van een spoedeisendheid voor het nemen van sanerende maatregelen. Geval 2: verontreiniging met koper in de grond op het zuidoostelijk deel die deels voorkomt binnen de huidige woonwagenlocatie; - Op deze locatie zijn in de bovengrond (in het traject van 0,0 tot 0,5 meter minus maaiveld) sterk verhoogde gehalten aan koper aangetoond. De verontreiniging is volledig afgeperkt. Een deel van de verontreiniging bevindt zich binnen de huidige woonwagenlocatie. In totaal bedraagt het verontreinigde oppervlak met gehalten aan koper in de bovengrond boven de

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

-

20130295 April 2015 Samenvatting

interventiewaarde circa 1.600 m2 waarvan circa 700 m2 gelegen is in de bestaande woonwagenlocatie. Het verontreinigd bodemvolume met gehalten boven de interventiewaarden bedraagt circa 800 m3; Het deel van het geval wat zich in het bosgebied bevindt is beoordeeld als spoedeisend op basis van een potentieel ecologisch risico. Voor het deel in gebruik als woonwagenlocatie zijn er in de huidige situatie geen actuele risico's aanwezig waardoor er voor dit deel geen sprake van spoedeisendheid voor het nemen van sanerende maatregelen.

Geval 3: verontreinigingen met koper in de grond op het zuidwestelijk deel van de huidige woonwagenlocatie; - Op dit deel zijn in de bovengrond (in het traject van 0,0 tot 0,5 meter minus maaiveld) sterk verhoogde gehalten aan koper aangetoond. De verontreiniging is niet volledig afgeperkt omdat deze zich waarschijnlijk tot buiten het plangebied bevindt. In totaal bedraagt het verontreinigde oppervlak met gehalten aan koper in de bovengrond boven de interventiewaarde circa 550 m2. Het verontreinigd bodemvolume met gehalten boven de interventiewaarden bedraagt daarmee 275 m3; " Voor dit geval is er geen sprake van spoedeisendheid voor het nemen van sanerende maatregelen. Grondwal buiten bestaande woonwagenlocatie verontreinigd met zware metalen, PCB en asbest " Op basis van de veldwaarnemingen is de wal op te delen is in een noordelijke gedeelte en een zuidelijke gedeelte. Voor het noordelijke deel (vanaf grens geval 2) is de wal in haar geheel als sterk verontreinigd aan te merken. Het bodemvolume dat als sterk verontreinigd wordt aangemerkt bedraagt circa 3.000 m3. De wal bestaat uit een grondlaag van circa 0,5 á 1 m dik met hieronder een puinhoudende laag van plaatselijk meer dan 50Zo. In de wal komen restanten asbest voor die direct samenhangen met de aanwezigheid van puin in een mate van bijmenging van meer dan 20Zo.

Tevens is de wal sterk verontreinigd met zware metalen en PCB; " Ten aanzien van de puinfractie is bij 7 sleuven asbestverdacht materiaal waargenomen. Bij 6 sleuven is het percentage bijmengingen groter dan 500Zo waardoor deze geen bodem betreft. Op basis van de verkregen onderzoeksresultaten zijn in de wal de gehalten aan asbest tot boven de hergebruiksnorm (interventiewaarde) aangetoond; " Voor de verontreinigingssituatie van de wal is deze, doordat de wal geen bodem betreft, niet als spoedeisend voor saneren in de zin van de Wet bodembescherming aan te merken. Doordat de wal (permanent) bedekt is met vegetatie en er geen sprake is van respirabele vezels is er geen sprake van een onaanvaardbaar risico; - Voor de wal op het zuidelijke deel, ter plaatse van de geplande calamiteitenontsluiting, is geen asbestverdacht materiaal aangetroffen en betreffen de zintuiglijke waarnemingen maximaal resten en/of sporen. Uit de geanalyseerde grondmonsters blijken in het zuidelijke gedeelten maximaal lichte verhogingen te zijn aangetoond.

Aanbevelingen en opmerkingen Op basis van de verkregen inzichten wordt het volgende aanbevolen: - Gezien de beoordeling van een potentiële spoedeisendheid op basis van een ecologisch risico worden sanerende maatregelen noodzakelijk geacht voor geval 1 en 2 voor zover deze zich buiten de bestaande woonwagenlocatie bevinden; " Ten aanzien van de verontreinigingen binnen de bestaande woonwagenlocatie zijn er op deze delen geen onaanvaardbare risico's vastgesteld. Daarnaast voorkomt de aanwezige bestrating contactmogelijkheden. Dit is in feite al een sanerende maatregel die past in het gebruik van de locatie; - Voor het nemen van sanerende maatregelen bij geval 2 worden aanbevolen deze samen te laten vallen met de geplande calamiteitenontsluiting.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 2

SAMENVATTING

INHOUD 1 2

3

INLEIDING VOORONDERZOEK

4 5

2.1

Algemeen en bronvermelding

5

2.2 2.3 2.4

Locatiegegevens Resultaten eerder bodemonderzoek Beknopte historie verontreinigingen

5 6 6

2.5

Bodemopbouw en geohydrologie

8

2.6 Conceptueel model en onderzoeksstrategie UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK

8 11

3.1 3.2

Kwalibo vereisten Opzet en uitvoering

11 11

3.3

Nader onderzoek asbest 3.3.1 Bevindingen maaiveldinspectie

12 12

3.3.2

13

3.4

4

6

Bevindingen proefsleuven

3.3.3 Monsterselectie en analyses Nader onderzoek chemische verontreinigingen

16 16

3.4.1

Bevindingen veldonderzoek

16

3.4.2

Monsterselectie en analyses

18

RESULTATEN EN INTERPRETATIE NADER ONDERZOEK ASBEST

20

4.1

Toetsingskader

20

4.2

Asbest aan maaiveld

20

4.3

Analyse grove fractie

21

4.3.1

21

Analyse fijne fractie asbest in bodem

4.3.2 Analyse respirabele fractie 4.3.3 Bepaling gewogen concentratieasbest in bodem Resultaat en toetsing onderzoekshypothesen

22 22 23

RESULTATEN EN INTERPRETATIE CHEMISCHE VERONTREINGINGEN

25

5.1

Toetsingskader Wet bodembescherming

25

5.2 5.3 5.4

Toetsingmethode Chemische verontreinigingen grond verontreiniginglocatie 1 incl. grondwal Chemische verontreinigingen grond verontreiniginglocatie 2 en 3

25 26 28

5.5

Chemische verontreinigingen grondwater

28

5.6

Resultaat en toetsing conceptueel model

29

5.6.1 5.6.2

Verontreinigingslocatie 1 (noordoostelijk deel) Verontreinigingslocatie grondwal

29 30

5.6.3 5.6.4

Verontreinigingslocatie 2 (zuidoostelijk deel) Verontreinigingslocatie 3 (zuidwestelijk deel)

30 30

4.4 5

blz.

OMVANG, ERNST EN SPOEDEISENDHEID

31

6.1

31

Algemeen

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

6.2

6.3

6.4

6.5

20130295 April 2015 blad 3

Verontreinigingslocatie 1 (noordoostelijk deel) 6.2.1 Gevalsdefinitie en ernst 6.2.2 Omvang

32 32

6.2.3

32

Spoedeisendheid

32

Verontreiniginglocatie geval 2 (zuidoostelijk deel)

32

6.3.1 6.3.2

Gevalsdefinitie en ernst Omvang

32 33

6.3.3

Spoedeisendheid

33

Verontreiniginglocatie 3 (zuidwestelijk deel)

33

6.4.1 6.4.2

Gevalsdefinitie en ernst Omvang

33 33

6.4.3

Spoedeisendheid

33

Verontreinigingssituatie wal

34

6.5.1 6.5.2

Gevalsdefinitie en ernst Omvang

34

6.5.3 6.5.4

Spoedeisendheid Beschouwing risico's asbest

34 34 34

7

CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN

38

8

NORMERING EN BETROUWBAARHEID

40

BIJLAGEN

1 2 3 4 5 6 7 8 9

Locatiekaart Kadastrale gegevens Situatietekening met boorpunten Boorbeschrijvingen Analysecertificaten Toetsing analyseresultaten Toelichting en achtergrond toetsingskader Sanscrit beoordeling Fotoreportage

© AGEL adviseurs 2015 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook zonder voorgaande toestemming van AGEL adviseurs bv, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

1

20130295 April 2015 blad 4

INLEIDING

In opdracht van de gemeente Best heeft AGEL adviseurs een nader bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de woonwagenlocatie en het naast gelegen terrein aan de Terraweg te Best. In december 2013 is eerder door AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De reden van het verkennend onderzoek was de voorgenomen bestemmingsplanprocedure. Uit de resultaten van het verkennend bodemonderzoek blijkt dat op drie delen van het terrein verontreinigingen in de bodem zijn aangetoond. Dit betreft zware metalen, PAK en PCB in gehalten boven de interventiewaarden. Deze grond wordt daarmee als sterk verontreingd beschouwd. Tevens is bij het onderzoek in 2013 geconstateerd dat er op een beperkt deel van het plangebied buiten de woonwagenlocatie op het maaiveld delen asbestverdacht materiaal voorkomen. De resultaten van het verkennend onderzoek geven aanleiding tot het verrichten van een nader bodemonderzoek. Met dit nader onderzoek wil men een beter inzicht krijgen in de aard, omvang en risico's ten aanzien van de verontreinigingssituatie.

Hiertoe zijn drie deellocaties aangewezen: - De verontreiniging met zware metalen, PAK en PCB ter plaatse van het noord-oostelijk deel van het plangebied (buiten huidige woonwagenlocatie); - De twee verontreinigingen met koper in de grond die deels voorkomen binnen de huidige woonwagenlocatie; " De aanwezigheid van asbest op een beperkt deel van het terrein nabij het noord oostelijk deel. De opzet van het nader bodemonderzoek is afgeleid van de NTA 5755 (Bodem - Landbodem Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging, juli 2010) op basis van een conceptueel model. De opzet van het onderzoek asbest is afgeleid van de NEN 5707 (Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem, mei 2003) en NEN 5897 (Monsterneming en analyse van asbest in onbewerkt bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, december 2005). De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de BRL2000 (protocollen 2001 en 2018), waarvoor AGEL adviseurs erkend is door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu.

In het voorliggende rapport komen de volgende aspecten aan de orde: - Beschikbare informatie voorgaand onderzoek en conceptueel model (hoofdstuk 2); " Uitgevoerde veld- en laboratoriumwerkzaamheden (hoofdstuk 3); - Resultaten en interpretatie nader onderzoek asbest (hoofdstuk 4); " Resultaten en interpretatie nader onderzoek chemische verontreinigingen (hoofdstuk 5); - Bespreking verontreinigingssituatie met ernst en spoedbepaling (hoofdstuk 6); " Conclusies en aanbevelingen (hoofdstuk 7). In hoofdstuk 8 wordt tenslotte een toelichting gegeven op het normenkader en de factoren die van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid van het onderzoek.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 5

2

VOORONDERZOEK

2.1

Algemeen en bronvermelding

Aangezien bij het recent uitgevoerde verkennend bodemonderzoek (AGEL adviseurs kenmerk 20130295 d.d. 12 december 2013) reeds een volledig vooronderzoek conform NEN5725 is uitgevoerd en er geen reden is deze informatie aan te vullen wordt voor de resultaten van het vooronderzoek verwezen naar de genoemde rapportage. 2.2

Locatiegegevens

De onderzoekslocatie is in gebruik als woonwagenlocatie en bosgebied. Momenteel zijn er geen wijzigingen in het (bodem-)gebruik van de locatie bekend. Onderstaand zijn de locatiegegevens samengevat. Een situatietekening met begrenzing van de locatie is weergegeven in bijlage 3. Tabel 2.1: Locatiegegevens. Aspect

Gegevens

Adres Kadastraal (bijlage 2)

Terraweg te Best Gemeente: BEST Sectie: B

Topografie en RD-coördinaten (bijlage 1) Eigenaar Gebruiker Bestemming/Gebruik bijzonderheden Oppervlakte kadastraal perceel(-en)

Nummer(s): 2691 ged. (bosgebied), 2692 ged. (Terraweg) en 2693 (woonwagenlocatie) x: 157.353 | y: 390.212 Gemeente Best en Woonstichting 'thuis Bos en woonwagenpark Bos en woonwagenpark DPO leiding aanwezig K2 (Defensie Pijpleiding Organisatie) Circa 523.220 m2

De onderzoekslocatie bevindt zich op een woonwagenlocatie en aangelegen bos. De omgeving van de onderzoekslocatie bestaat uit: - Noordzijde : de weg Terraweg en het Wilhelminakanaal; " Oostzijde : de weg Ekkersweijer en Bosgebied; - Zuidzijde : Bosgebied; - Westzijde : De autoweg rijksweg A2. Fiauur 2.1: Luchtfoto onderzoekslocatie (met rood aanoeoeven

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

2.3

20130295 April 2015 blad 6

Resultaten eerder bodemonderzoek

Op de onderzoekslocatie is door AGEL adviseurs een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (kenmerk 20130295 d.d. 12 december 2013). Uit dit onderzoek blijkt samengevat het volgende: - Uit de analyseresultaten blijkt dat op de onderzoekslocatie verdeeld over drie deelgebieden er verontreinigingen in de bovengrond voorkomen met zware metalen, minerale olie, PCB en PAK. In de ondergrond zijn maximaal lichte verhoogde gehaltes aangetoond. Gelet op het verkregen verontreinigingsbeeld is er sprake van drie gevallen van ernstige bodemverontreiniging die deels binnen de contouren van de woonwagenlocatie voorkomen. Het verontreinigde oppervlak met verontreinigingen in de grond boven de interventiewaarden bedraagt naar schatting tijdens het verkennend onderzoek tussen 7.900 en 8.000 m2; - In het grondwater overschrijden de gehalten aan cadmium, koper en zink de tussenwaarden en overschrijden de gehalten aan barium, cadmium, lood, nikkel, zink, (som) xylenen en (som) dichloorpropanen de streefwaarden. Op 10 december 2013 is contact opgenomen met de gemeente Best over de tussenwaarde overschrijdingen.

De gemeente heeft aangegeven dat de tussenwaarde overschrijdingen van cadmium, koper en zink op basis van uit de regio bekende grondwatergegevens verhoogde achtergrondwaarden betreffen; - Tijdens de uitgevoerde terreininspectie is gebleken dat op het maaiveld een aantal stukjes asbestverdacht materiaal is aangetroffen die na identificatie asbesthoudend blijken te zijn. Deze houden vermoedelijk verband met de aanwezige wal waarin puin voorkomt; De resultaten van het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek geven aanleiding voor het verrichten van een nader bodem- en asbestonderzoek om zo inzicht te krijgen in de aard, omvang en risico's van de verontreinigingen. De voor het onderhavige onderzoek relevante onderzoeksresultaten zijn verwerkt in hoofdstuk 5. 2.4

Beknopte historie verontreinigingen

Sinds het ontstaan van het woonwagencentrum in de jaren '60 zijn er regelmatig meldingen gedaan van de aanwezigheid van afval op het terrein. In 1964 werd er melding gemaakt van een hier opgeslagen voorraad oud ijzer. Met het opruimen van deze voorraad is in mei van dat jaar een begin gemaakt. In 1967 werden de op het terrein aanwezige vuilnishopen aangepakt door de beschikbaarstelling van 2 grote vaten, waarin het huishoudvuil gedeponeerd kan worden. Behalve huishoudvuil werden tevens stukken ijzer, banden, en overige soorten afval aangetroffen op het terrein. Ten oosten van dit woonwagenkamp bevindt zich een stookplaats. In het verleden hebben op deze stookplaats illegale stookactiviteiten plaatsgevonden. Hierbij werden verschillende soorten afvalstoffen, waaronder transformatoren en kabels, met behulp van vuur zuiver gestookt. Op 6-6-1989 is hiervoor proces-verbaal opgemaakt, waarbij een gedeelte van het materiaal in beslag is genomen. Ook later zijn nog activiteiten waargenomen die tot aantasting van de bodem kunnen hebben geleid. Het grootste deel van de verontreinigingen in de bodem worden echter als historisch gezien. In onderstaande figuur is het deel met de brand- en startactiviteiten weergegeven.

Met de verrichte boringen en verkregen analyseresultaten zijn mede met de verificatie van de te onderscheiden contouren op de kaart en luchtfoto's de verontreingingscontouren bepaald.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 7

uur'2.2: terreindelen met verbrand- en startactiviteiten

ríi Vvv

ţvy

Stír.»

Luchtfoto omstreeks 2000

Topografie omstreeks 1985

Bij het vooronderzoek ten behoeve van het verrichte verkennend onderzoek AGEL adviseurs kenmerk 20130295 d.d. 12 december 2013) zijn de volgende gegevens met betrekking tot eerder onderzoek op de locatie achterhaald. Tabel 2.2: Beschikbare bodemonderzoeken Titel

Kenmerk

Datum/jaar

Conclusie

Onbekend

9.3.005C

1998

Onbekend

6.3.096

onbekend

In de grondmonsters zijn sterke verontreinigingen met nikkel, koper, zink, cadmium, kwik, lood, PAK, minerale olie en EOX aangetroffen. In het grondwater zijn met koper, zink en cadmium aangetoond boven de toenmalige C warde In de grondmonsters zijn lichte verontreinigingen met koper, nikkel, zink en PAK aangetroffen. Er zijn geen watermonsters genomen.

NB075300020 Historisch onderzoek van Consulmij B.V

J.98.26.MB.070.0020

01 september 1998

Oriënterend onderzoek NB0753000221) Historisch onderzoek van CSO

onbekend

onbekend

116.92

12-01-1990

Oriënterend onderzoek van Iwaco Oriënterend onderzoek van CSO

CMT/90P00053

17-11-1992

93.001

19-01-1993

Rapport in april 2015 aangeleverd via ODZOB. Geen andere inzichten dan reeds bekend was vanuit het verkennend onderzoek. verder zijn er geen gegevens bekend. De locatie is verdacht op het voorkomen van bodemverontrei niging. verder zijn er geen gegevens bekend. Verontreinigingsituatie geeft aan dat de grond sterk verontreinigd is met cadmium, EOX, koper, lood en minerale olie. Grondwater verhoogde gehalten o.a. zink, koper boven vml C waarden.

NB0753012661) Verkennend bodemonderzoek | onbekend | onbekend | verder zijn er geen gegevens bekend. 1) bron bodemloket. gegevens achterhaald via navraag provincie Noord-Brabant en digitaal beschikbaar gesteld

Bovenstaande onderzoeken worden niet meer representatief geacht en de plaats van boringen zijn enkel op hoofdlijnen te achterhalen.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

2.5

20130295 April 2015 blad 8

Bodemopbouw en geohydrologie

Het maaiveld bevindt zich op ongeveer 17 m + NAP. De bodemkundige hoofdeenheid in het plangebied wordt gekenmerkt als zandgronden, voedselarm en vochtig tot droog. Van de locatie is de volgende regionale bodemopbouw achterhaald. Tabel 2.3: Bodemopbouw en geohydrologie Diepte (m -mv/NAP)

0-30 30-85 85-144

Formatie

Geohydrologische eenheid

Samenstelling

Neunen groep en Holoceen Sterksel en veqhel Kedichem en /Tegelen

Slecht doorlatende deklaag

Matig grof tot uiterst fijn zand, klei en leem Uiterst grof tot en met matig fijn zand Middel fijn tot en met uiterst fijn zand en klei

Eerste watervoerend pakket Scheidende laag

Uit de grondwaterkaart blijkt dat het grondwater zich op ongeveer 15m + NAP bevindt. De regionale grondwaterstromingsrichting van het eerste watervoerende pakket is overwegend noordelijk. De locatie is niet gelegen in een grondwaterwin- of -beschermingsgebied. In de omgeving van de onderzoekslocatie zijn binnen 1,5 km geen industriële grondwateronttrekkingen bekend. Uit het verkennend bodemonderzoek kan de bodemopbouw als volgt worden omschreven: " 0,0 - 0,5 m -mv : Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus; " 0,5 - 2,5 m -mv : Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak gleyhoudend; " 2,5 - 3,6 m -mv : Leem, sterk zandig, sterk gleyhoudend. Het grondwater bij het plaatsen van de boringen (d.d. 18-11-2013) is waargenomen op circa 1,5 m -mv. Conform het Alterra-rapport 1350 kan aan dit bodemtype een k-waarde worden toegekend van ca. 0,7 m/dag. Er zijn geen representatieve TNO peilbuizen beschikbaar in de omgeving van het plangebied met recente meetdata. De dichtstbijzijnde bekende GHG vanuit de wateratlas van de provincie Noord Brabant bevindt zich tussen 1,60 en 1,80 m -mv. en de GLG bevindt zich dieper dan 2,50 m -mv. (grondwatertrap VIII). Ten behoeve van de watertoets wordt uitgegaan van een GHG van 15,30 m +N.A.P. (16,90 m +N.A.P. - 1,60 m -mv.). 2.6

Conceptueel model en onderzoeksstrategie

Bij het uitvoeren van een nader bodemonderzoek, op basis van de NTA 5755 wordt gebruik gemaakt van een conceptueel model. Voor de onderzoekslocatie is het volgende conceptueel model gehanteerd.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 9

Tabel 2.4: Gegevens conceptueel model________________________________________________________________ Aspect

Geqevens

Gevalsdefinitie

Binnen het plangebied zijn drie deelgebieden aan te merken waar met zekerheid sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Deellocatie 1: Dit betreft een verontreiniging met zware metalen, PAK, PCB (en mogelijk asbest) op het noordoostelijk deel van de locatie en bevindt zich waarschijnlijk volledig buiten de huidige woonwagenlocatie. De hier aanwezige grondwal maakt geen onderdeel uit van het geval. Wel is inzicht in de samenstelling en verontreinigingskenmerken van deze wal gewenst. Deellocatie 2 en 3: Dit betreft een verontreiniging met koper in de grond op het zuidoostelijk en zuidwestelijk deel van de bestaande woonwagenlocatie. Een deel van deellocatie 3 is gelegen in het bosgebied oostelijk van de huidige woonwagenlocatie. De onderzoekslocatie is in gebruik (geweest) als stort- en stookplaats. In 1967 werden de op het terrein aanwezige vuilnishopen aangepakt door de beschikbaarstelling van 2 grote vaten, waarin het huishoudvuil gedeponeerd kan worden. Behalve huishoudvuil werden tevens stukken ijzer, banden, en overige soorten afval aangetroffen op het terrein. Tevens bevindt zich op de onderzoekslocatie een stookplaats. In het verleden hebben op deze stookplaats illegale stookactiviteiten plaatsgevonden. Hierbij werden verschillende soorten afvalstoffen, waaronder transformatoren en kabels, met behulp van vuur zuiver gestookt.

Bij deze bewerking komen zware metalen en PCB's vrij. Aan de oostzijde van de woonwagenlocatie is een zichtwal aanwezig. Deze is sterk begroeid en reeds van voor 1987 aanwezig. Exacte gegevens over de herkomst en toepassing van deze wal zijn onbekend. Deellocatie 1: Zware metalen, PAK, PCB (en mogelijk asbest); Deellocatie 2 en 3: Koper Deellocatie wal: Zware metalen, PAK, PCB (en mogelijk asbest) Voor alle deellocaties geldt dat verondersteld wordt dat er sprake is van een heterogene bodemverontreiniging in de bovengrond. Aangenomen wordt dat: » De verontreiniging aanwezig is in de (boven)grond, waardoor er enkel sprake is van een grondverontreiniging; » Het niet waarschijnlijk is dat de verontreiniging zich tot grotere diepte in de ondergrond of tot in het freatisch grondwater heeft verspreid. Op basis van de gegevens uit het voorgaande onderzoek blijkt dat de verontreiniging voor de drie deellocaties aanwezig is in het bodemtraject tot 0,50 meter minus maaiveld. Reeds voldoende vastgesteld dat voor de drie deellocaties sprake is van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Voor onderhavig geval kan er sprake zijn van een humane en ecologisch risico. Op basis van de in de voorgaande onderzoek geanalyseerde gehalten is bepaald welke gegevens ontbreken voor het afperken van verontreiniging. De verontreiniging is zowel horizontaal als verticaal niet afgeperkt.

* Het vaststellen van de aard en concentratie van de verontreinigende stoffen en de omvang van de bodemverontreiniging in de grond voor de deellocaties 1, 2 en 3; * Het vaststellen of er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging en daarmee de noodzaak tot saneren; * Het vaststellen van het saneringscriterium en hiermee of er sprake is van een spoedeisendheid voor saneren; * Vaststellen of er in de wal verontreinigingen voorkomen inclusief de aanwezigheid van asbest in gehalten boven de interventiewaarde. Aansluitend is inzicht gevraagd in: * De kwaliteit van het grondwater stroomafwaarts van de noordelijke verontreiniging; * De omvang van de noordelijke verontreiniging naar buiten de plangrens; * De samenstelling en kwaliteit van de aanwezige grondwallen, met name ter plaatse van een aan te leggen nieuwe calamiteitenontsluiting. De NTA 5755 schrijft geen specifieke onderzoekstechnieken voor.

Als uitgangspunten bij de selectie van de toepasbare technieken gelden: * De te bereiken boordiepte ligt binnen het bereik voor handmatige boringen; * Het onderzoek moet bij voorkeur in één werkgang uit te voeren zijn; * Op basis van laboratoriumresultaten wordt eventueel vervolgonderzoek verder bepaald; * De onderzoeksresultaten moeten toetsbaar zijn aan de achtergrond- en interventiewaarden en eventueel later te hanteren terugsaneerwaarden; * In overleg met de gemeente Best is besloten dat de grondmonsters gefaseerd zullen worden ingezet. Voor sturing bij de veldwerkzaamheden zijn zintuiglijke waarnemingen aan de vrijkomende grond gebruikt. Voor de verificatie en vastlegging van de mate van verontreiniging worden grondmonsters conform de AS3000 geanalyseerd op de relevante parameters door een daarvoor erkend laboratorium. Zie tabel 3.1

Oorzaak en periode van de verontreiniging

Kritische stoffen

Compartiment en verdeling

Verdacht bodemtraject Ernst van de verontreiniging Spoedeisendheid van sanering Benadering opzet van het onderzoek Onderzoeksvraag

Onderzoeksbenaderi ng

Onderzoeksprogramma

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 10

Voor het nader onderzoek naar asbest zijn op basis van de bevindingen bij het verkennend onderzoek twee deellocaties aangewezen. Dit betreft de originele vindplaats van het asbest op het maaiveld en een ring hierom heen. Deze opzet is zo opgesteld dat als in de eerste te onderzoeken Ruimtelijke Eenheid (RE) asbest verdacht materiaal wordt waargenomen de omvang met een tweede RE afgeperkt kan worden: - RE A: Vindplaats asbest (max. 1.000 m2); - RE B: Omringend terrein (max. 1.000 m2). Volgens de NEN 5707 is de strategie 'verdacht maaiveld en/of visuele contactzone (paragraaf 8.1.1)' met als doel het globaal vaststellen van de omvang en het gemiddeld gehalte van de verontreiniging per RR van toepassing. Tabel 2.5: Deellocaties en onderzoeksstrategie onderzoek asbest Deellocatie

Oppervlakte 1 aantal RE1

Verontreinigingsbeeld op schaal van monsterneming Hypothese

Strategie volgens NEN5707

A: Vindplaats asbest

1 RE (max 1.000 m2)

Verdacht maaiveld en/of actuele contactzone

8.1.1 Nader

B: Omringend terrein

1 RE (max 1.000 m2)

Verdacht maaiveld en/of actuele contactzone

8.1.1 Nader

1

: Ruimtelijke eenheden.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

3

UITVOERING VELD- EN LABORATORIUMONDERZOEK

3.1

Kwalibo vereisten

20130295 April 2015 blad 11

De veldwerkzaamheden zijn onder certificaat uitgevoerd door AGEL adviseurs conform de vigerende versie van de BRL SIKB 2000 en bijbehorende protocollen. AGEL adviseurs is voor deze werkzaamheden gecertificeerd door Eerland Certification (nummer EC-SIK-20258) en erkend door het ministerie van Infrastructuur en Milieu. De grondmonsters zijn geanalyseerd door het milieulaboratorium van OMEGAM Laboratoria te Amsterdam. De chemische analyses zijn uitgevoerd conform de accreditatie AS3000 waarvoor OMEGAM Laboratoria door de Raad voor Accreditatie (RvA) erkend is als testlaboratorium. De asbest materiaalverzamelmonsters en grondVpuinmonsters zijn door RPS B.V. te Hoogeveen geanalyseerd. Dit laboratorium is door de Raad voor Accreditatie (RvA) erkend als testlaboratorium voor de uitgevoerde analyses. 3.2

Opzet en uitvoering

Het eerste fase van het nader onderzoek is uitgevoerd in februari 2014. Deze fase moest leiden tot inzicht in de aard, omvang en risico's ten aanzien van de verontreinigingen uit het verkennend onderzoek. Hiertoe zijn drie deellocaties aangewezen: - De verontreiniging met zware metalen, PAK en PCB ter plaatse van het noord-oostelijk deel van het plangebied (buiten huidige woonwagenlocatie); - De twee verontreinigingen met koper in de grond die deels voorkomen binnen de huidige woonwagenlocatie; " De aanwezigheid van asbest op een beperkt deel van het terrein nabij het noord-oostelijk deel. Aansluitend op fase 1 is in juli 2014 een tweede fase onderzoek verricht. Deze tweede fase was gericht op: - De kwaliteit van het grondwater stroomafwaarts van de noord oostelijke verontreiniging om uit te sluiten dat deze niet mobiel is en dus verspreid via het grondwater; - De omvang van de noordelijk oostelijke verontreiniging naar buiten de plangrens (bestaande Terraweg); - De samenstelling en kwaliteit van de aanwezige grondwal, met name ter plaatse van een aan te leggen nieuwe calamiteitenontsluitingsweg. Gedurende de eerste fase van het onderzoek is gebleken dat het asbest vooral samenhangt met de aanwezige grondwal en het hierin aangetroffen puin. Uitvoering fase 1 Het veldonderzoek is uitgevoerd op 24, 25 en 26 februari 2014 conform de protocollen 2001 en 2018.

De werkzaamheden zijn uitgevoerd door de heren M.P. van Ast en C.A.P. Snoeren. De betreffende heren zijn ervaren geregistreerde veldmedewerkers. Voor het graven van de proefsleuven is een minigraver met machinist ingehuurd. Uitvoering fase 2 Het plaatsen van de boringen en peilbuis is op 7 en 17 juli 2014 door de heer M.P. van Ast uitgevoerd, conform de voorschriften en werkwijze van het protocol 2001 en 2018. De monstername van het grondwater heeft plaatsgevonden op 17 juli 2014 door de heer M.P. van Ast, conform protocol 2002. De betreffende heer is een ervaren geregistreerde veldmedewerker. Resumé opzet In tabel 3.1 is een overzicht opgenomen van de onderzoeksopzet en hierbij behorende veldwerkzaamheden en verrichte analyses. De locatie met situering van de boringen en sleuven is weergegeven in bijlage 3.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 12

Tabel 3.1: Opzet en uitvoering veld- en laboratoriumonderzoek Locatie (RE/oppervlakte)

Analyses@

Veldwerkzaamheden

(incl. nummers) Proefsleuf

Boring 1 á 2 m-mv

Boring met peilbuis

Asbest (grond en materiaal)

grond (chemisch)

Grondwater (chemisch)

Nader onderzoek asbest (fase 1) RE 1 en 2 (Vindplaats asbest in deel van de grondwal en omliggend terrein totaal 1.100 m2)

10

2 x NEN5707 8 x NEN5897

SL1 t/m SĹ10

Nader bodemonderzoek diverse chemische verontreinigingen (fase 1) Verontreiningingslocatie 1 (NO deel) inclusief hier aanwezige grondwal: 4.086 m2 Verontreinigingslocatie 2 (ZO deel: 2.990 m2 Verontreinigingslocatie 3 (ZW deel): 840 m2

20

33x grond A

(nr. 1001 t/m 1020) 21

20x koper

(nr. 3001 t/m 3021) 8

7x koper

(nr. 2001 t/m 2008)

Aanvullend bodemonderzoek (fase 2) Verontreiningingslocatie 1 (NO deel) langs Terraweg

Samenstelling overige delen grondwal NEN5897 NEN5707 A pakket

B pakket

Koper:

4

1

(nr. 4001, 4002, 4004 en 4005)

Nr. 4003

18

4 x grond A

1 x B pakket

5 x A pakket

(nr. 5001 t/m 5018)

Materiaalverzamelmonster grove fractie > 16 mm (Meng-)monster grond fijne fractie < 16 mm Standaard stoffenpakket grond (A) met de parameters organische stof en lutum, de metalen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink en de organische parameters somPCB's, som-PAK's en minerale olie Standaard stoffenpakket grondwater (B) met de parameters vluchtige aromaten (BTEXN), vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen (VOCl 10 parameters), minerale olie (GC) en zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) De parameters organische stof en lutum en het metaal koper.

De onderzoekswerkzaamheden zijn in twee fasen uitgevoerd: 3.3

Nader onderzoek asbest

3.3.1 Bevindingen maaiveidinspectie Voor aanvang van de veldwerkzaamheden is de locatie en het maaiveld visueel geïnspecteerd, waarna de plaats van de proefsleuven is bepaald. Tijdens het uitvoeren van de inspectie bleek dat op over een deel van het noordoostelijk terrein (bosgebied) een grondwal aanwezig is die bij de gegraven sleuven voor een deel als puinhoudend is aan te merken. Door de sterke begroeiing was deze niet als zodanig eerder benoemd. Op basis van het verkennend onderzoek is een RE (RE1) aangewezen waar asbest is waargenomen. Ter afperking van dit gebied is een tweede RE (RE 2) hieromheen aangewezen. In totaal is een gebied van circa 1.100 m2 als te onderzoeken op asbest aangewezen. Dit gebied betreft de meest noordoostelijke hoek van het bosgebied waar deels een wal gelegen is. De vegetatie vormde een belemmering voor het uitvoeren van de visuele inspectie. De inspectie-efficiëntie van de visuele inspectie is hierdoor geschat op 500Zo - 750Zo (bron: tabel 3 NEN 5707). Bij de inspectie is geconstateerd dat verspreid over RE 1 en RE 2 asbestverdacht materiaal op het maaiveld voorkomt. Hierbuiten komt in incidenteel in aanzienlijk mindere mate asbestverdacht materiaal op het maaiveld voor. De RE's zijn hierdoor niet bijgesteld.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 13

Tabel 3.2 geeft de resultaten van de maaiveldinspectie1 en hierbij verkregen materiaalmonsters weer. Het gebied waar asbest aan het maaiveld is waargenomen is weergegeven in bijlage 3. De grootste hoeveelheden zijn binnen RE 1 en RE 2 waargenomen waarbij de wal met meest verdacht is. Het deel buiten RE 1 en RE 2 betreft nagenoeg de gehele noordoostelijke verontreiniging (deelverontreiniging 1, zie verder paragraaf 5.2). Tabel 3.2: Overzicht aangetroffen asbestverdachte materialen maaiveld Naam

RE

Geïnspec -teerd oppervla k (m2)

Omschrijving type asbestverdacht materiaal en kleur

Min. en max. afmeting (cm)

Aantal

Massa monster

Monster code

RE 1 en RE 2 1.100 m2 AB2 RE 1+ 2 Plaatmateriaal 0,5 - 10 cm 47 8,29 kg AB2-1 Buiten RE1 en RE 2 (maaiveld noordoostelijk deel) AB1 Buiten Re 1 Plaatmateriaal 1,5 - 2,5 cm 2 18 gr Geen analyse + 2 AB3 Buiten re's Plaatmateriaal 7,5 cm 1 105 gr Geen analyse Het betreffende monster is buiten het huidige asbestonderzoek aangetroffen, hierdoor is geen volwaardige veldinspectie uitgevoerd.

3.3.2 Bevindingen proefsieuven Per RE zijn 5 sleuven gegraven (breedte 40 cm, lengte 2 meter). De sleuven zijn gegraven tot in de ongeroerde bodem of verwachte einddiepte van de verdachte contactzone en hebben een diepte van maximaal 2,0 m-mv. De uitgegraven grond is gescreend op asbest verdachte delen waarna conform NEN5707 en NEN5897 grond- en materiaalmonsters zijn genomen. De bij de proefsleuven ontgraven grond is per sleuf in een laagdikte van maximaal 50 cm uitgespreid en uitgeharkt (16 mm). In voorkomende gevallen is een zeef gebruikt van 16 mm. De grove fractie ^ 16 mm) is geïnspecteerd op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn vervolgens per sleuf/proefgat gebundeld verpakt tot materiaalverzamelmonsters. Van de fijne fractie ^ 16 mm) is een grondmengmonster met een veldvochtig gewicht van circa 10 kg samengesteld. Bij de sleuven waarbij meer dan 200Zo volumepercentage bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat is aangetroffen is van de fijne fractie ^ 16 mm) een mengmonster met een veldvochtig gewicht van circa 25 kg. samengesteld. De werkzaamheden van de proefsleuven zijn uitgevoerd binnen veiligheidsklasse 3T zoals omschreven in de CROW 132 'Werken in en met verontreinigde grond en verontreinigd (grond)water'. Bij het onderzoek is een decontaminatie-unit ingezet. Het vochtgehalte was bij alle metingen meer dan 100Zo.

Bij fase 1 zijn de sleuven SL 2 t/m 7 en 9 in de aanwezige wal geplaatst. De sleuven 1, 8 en 10 zijn buiten de wal gezet waar aan het maaiveld asbest is waargenomen. Omdat bij de gegraven sleuven in deze wal nagenoeg overal asbestverdacht materiaal is aangetroffen zijn de vooraf gedefinieerde RE's niet toereikend bevonden om een uitspraak te doen over de volledige wal. Hierop is afgestemd de wal globaal in te meten en afhankelijk van de resultaten van het verrichte onderzoek van fase 1 nader af te stemmen middels een tweede fase. Bij de tweede fase was aanvankelijk de inzet van een graafmachine voorzien om proefsleuven in de wal te graven. Als gevolg van de sterke begroeiing van de wal en het gehele bosgebied (bomen, bramen, struiken etc) kon de wal niet bereikt worden (zonder grote vernieling van groen) en is in overleg met de opdrachtgever besloten het werk voor het sleuvendeel te staken. Wel zijn op de bereikbare plaatsen boringen verricht. Op 17 juli 2014 is het werk hervat en zijn

1 Dit betreft enkel aan het maaiveld waarneembare asbestverdachte materialen en heeft geen betrekking op gebouwen en opstallen.

AGEL adviseurs D04 Nader bodem- en asbestonderzoek Woonwagenlocatie Terraweg Best

20130295 April 2015 blad 14

om schade aan het bos te beperken boringen in plaats van sleuven verricht. De bossages zijn vrijgemaakt met een bosmaaier (inzet gemeente). In bijlage 4 zijn de resultaten van de boorbeschrijvingen in de vorm van boorprofielen weergegeven. In de tabellen 3.3 en 3.4 zijn de zintuiglijk waargenomen bijzonderheden aan de uitgegraven grond en opgeboorde grond weergegeven. Tabel 3.3: Overzicht zintuiglijke bijzonderheden en asbestverdachte materialen onderzoek asbest middels proefsleuven Gat/ sleuf

Afmeting (Ixbxd in m)

Hoofdbestand deel (en puin/bodem)

Bijmengingen

Aanwezig­ heid asbest verdacht materiaal

Traject cm-mv

Aantal deeltjes MVM

Gewicht asbest materiaal

SL1

2,0x0,4x1,5

Zand (B)

Zwak baksteen, zwak puin, resten plastic en resten asbest Sterk baksteen, sterk puin en resten asbest Uiterst baksteen en sterk asbest Zwak baksteen , zwak puin en resten plastic, Uiterst baksteen , sterk puin en resten asbest Matig baksteen, sterk puin en resten asbest

Plaat­ materiaal

0-50

2

32 gr

Plaat­ materiaal Plaat­ materiaal -

50-100

10

130 gr

0-50

+50

20,4 kg@

-

-

-

50-100

21

113 gr

50-100

31

993 gr

0-50

3

25 gr

50-100

6

50 gr

0-50

7

55 gr

50-100

30

466 gr

100-150 0-50

11 18

133 gr 962 gr

50-100

31

233 gr

100-140

5

92 gr

Baksteen (P)

SL2 (W)

2,0x0,4x1,3

Zand (B) Baksteen (P)

SL3 (W)

2,0x0,4x1,5

Zand (B) Zand (B) Baksteen (P)

SL4 (W)

2,0x0,4x1,0

Zand (B) Zand (P)

SL5 (W)

2,0x0,4x1,5

Zand (B) Zand (B)

Baksteen (P)

SL6 (W)

2,0x0,4x2,0

Zand (B) Zand (B)

Puin (P)

SL7 (W)

2,0x0,4x1,9

Zand (B) Zand (P) Puin (P)

Matig baksteen, zwak puin, resten plastic en resten asbest Uiterst baksteen , matig puin en resten asbest Zwak baksteen, matig puin, resten plastic en resten asbest Zwak baksteen, uiterst puin en asbest Sterk baksteen, zwak puin, resten plastic en asbest Matig baksteen, sterk puin, asbest

Plaat­ materiaal Plaat­ materiaal en zeil Plaat­ materiaal Plaat­ materiaal Plaat­ materiaal Plaat­ materiaal Plaat­ materiaal Plaat­ materiaal

Resten glas, resten ijzer, Plaat­ 23 0-50 resten teer, asbest materiaal Zand (B) SL10 0,3x0,3x1,7 Zand (B) Zwak baksteen, zwak Plaat­ 0-120 9 puin, resten ijzer, asbest materiaal Zand (B) : Geen asbestverdachte materialen aangetroffen; @ : niet bemonsterd ivm aangetroffen gewicht en hieruit af te leiden minimale concentratie (zie verder 4.3) B : bemonsterd als bodem conform NEN 5707 indien bijmengingen < 2007o. P : bemonsterd als puin conform NEN5896 indien bijmengingen meer dan 2007o. W : gesitueerd in de wal. SL8 SL9 (W)

2,0x0,4x0,8 0,3x0,3x1,0

Zand (B) Zand (B) Zand (B)

177 gr 48 gr -

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13012574/1