23016.11 - Quickscan flora en fauna (bijlage 2 bij Toelichting)
Tekst van het document
ECOLOGISCHE onderzoek
QUICKSCAN
naar beschermde
natuurwaarden
ten behoeve van ruimtelijke ontwikkeling
LOCATIE: ST. FRANCISCUSWEG 18, BEST RAPPORTNUMMER:
2019BE-0726
In opdracht van: Hvan
de Laar
(geanonimiseerd)
Archiefexemplaar van
BL23-00096
-
Brabant Eco
Ecologische dienstverlening
Quickscan flora en fauna (bijlage 2 toelichting)
Colofon
Rapportage Brabant Eco
Rapportnummer 2019BE-07276
Opdrachtgever H. van de Laar
(geanonimiseerd) Contactpersoon H.van de Laar
Locatie
St. Franciscusweg 1b, Best
Opleverdatum 30 november
2019
Uitvoerder
Overname, verveelvoudiging of
openbaarmaking van dit rapport is niet toegestaan zonder vermelding van bron
Dit rapport is met de grootste zorg Brabant Eco
Ecologische dienstverlening De Lange Kant 27
5061PX Oisterwijk 06-24218274
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
samengesteld. Desondanks aanvaardt Brabant Eco geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
uit het
gebruik van de resultaten van dit
onderzoek door toepassing van adviezen.
Pagina
|1
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
Inhoudsopgave 1.
Inleiding en onderzoek.….
2.
Beleidskader
Wet natuurbescherming 3.
Plangebiedsbeschrijving Huidige situatie Voorgenomen ontwikkeling
4.
Praktijk ecologische quickscan Bureaustudie Veldonderzoek
Praktijktoetsing 5.
Beschermde
natuurwaarden…
Flora
Zoogdieren Vogels Amfibieën, vissen en reptielen Overige soorten 6.
Resultaten en advies
7.
Lijst van bronnen
8.
Bijlagen..
e
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
…23
Pagina
|2
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
(geanonimiseerd) Opdrachtgever is voornemens om de planlocatie, _te laten herbestemmen. (geanonimiseerd) u llen blijven staan. Het woonhuis met bijgebouw en adres op z De vrijstaande garage met aanbouw zal worden gesloopt. Hiervoor zal een woonhuis
met bijbouw gebouwd gaan worden. Voor deze herbestemming heeft opdrachtgever de vraag gekregen tot het laten uitvoeren naar een onderzoek naar beschermde natuurwaarden.
Het onderzoek is uitgevoerd van 10 oktober tot en met 30 november 2019 door Brabant Eco.
Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van de natuurwetgeving en -beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
De zorgplicht is altijd van toepassing. Het is altijd noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige flora en fauna. De in directe omgeving aanwezige vegetatie wordt gebruikt om te broeden of te schuilen door vogels. De kwaliteit van deze vegetatie zal niet verloren gaan en het habitat voor vogels wordt niet aangetast. De directe omgeving van het plangebied blijft onaangetast waardoor schuilplaatsen of een eventueel foerageergebied voor vleermuizen behouden blijven. Natuurinclusief bouwen wordt aanbevolen.
Natuurgebieden worden niet aangetast door de ontwikkeling in het plangebied. Op basis van uitgevoerd onderzoek zijn geen effecten met werkzaamheden te
verwachten die van negatieve invloed zijn op de gunstige staat van instandhouding van de waargenomen soorten of mogelijk aanwezige soorten en hun functioneel leefgebied. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraagis dan ook niet nodig.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|3
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
—
1. INLEIDING
EN
ONDERZOEK
1.1Aanleiding Volgens opdrachtgever H. van de Laar is men voornemens om de planlocatie, St. Franciscusweg 1b, gemeente Best te herbestemmen. De nu bestaande garage zal worden
gesloopt en er zal een woonhuis worden gebouwd. Bij deze werkzaamheden is opdrachtgever gebonden aan de Wet natuurbescherming. In opdracht van H van de Laar heeft Brabant Eco een ecologische quickscan uitgevoerd voor de planlocatie in het kader van de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling. 1.2 Doelstelling Het doel van dit onderzoek is om vast te stellen of geplande ontwikkeling mogelijk effect heeft op de beschermde flora en fauna en op beschermde natuurgebieden. Naast soorten die bijzondere bescherming genieten, geldt er een algemene zorgplicht om planten en dieren niet onnodig te verstoren. Daarom dienen flora en fauna en eventuele effecten in kaart gebracht te worden om deze te kunnen toetsen aan de natuurwetgeving. Dit rapport geeft inzicht in de mogelijke knelpunten in het kader van natuurwetgeving en beleid en de mogelijke effecten als gevolg van het project en kan voor de opdrachtgever als bewijsstuk dienen voor het verrichtte natuuronderzoek.
1.3 Centrale vraagstelling Is de voorgenomen ontwikkeling op basis van de gevonden resultaten in strijd met de natuurwetgeving en dienen eventuele vervolgstappen genomen te worden voordat met de uitvoering gestart kan worden? 1.4 Criteria
Op dit natuuronderzoek zijn de volgende criteria van toepassing: o Hetonderzoek is uitgevoerd door deskundige ecologen volgens de definitie van de Rijksdienst voor ondernemend Nederland (ecologisch deskundige/RVO.nl)* o Hetonderzoek is uitgevoerd door een onafhankelijk adviesbureau. Brabant Eco en Frenk van de Wal verklaren hierbij geen enkel belang te hebben in de uitkomst van dit onderzoek.
o
o
De resultaten zijn zo objectiefen betrouwbaar mogelijk verkregen.
De uitkomsten en vervolgstappen van het natuuronderzoek zijn te begrijpen voor de opdrachtgever.
o
Hetonderzoek voldoet aan de interne proces- en kwaliteitseisen van Brabant Eco
o
Brabant Eco hanteert de door brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus opgestelde gedragscode.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|4
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
2. BELEIDSKADER
2. Wet natuurbescherming De Wet natuurbescherming is de Nederlandse wet die de bescherming van natuurgebieden en soorten regelt. Met deze wet worden de Europese natuurbeschermingsrichtlijnen (de vogel- en habitatrichtlijn) zo helder mogelijk geïmplementeerd. Bovendien sluit het instrumentarium van de Wet natuurbescherming aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. Het eerste aanspreekpunt voor de aanvraag van een omgevingsvergunning is de gemeente. De bevoegdheden om te toetsen aan de Wet natuurbescherming is bij de provincie gelegd. Het uitgangspunt van de wet is dat er geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit nadrukkelijk is toegestaan.
Gebiedsbescherming 2.1 Natura-2000
Natura-2000 is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden. In Nederland worden deze gebieden aangewezen binnen de EU-vogelrichtlijn als de EU-habitatrichtlijn. In Natura-2000 gebieden worden bepaalde diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving beschermd om de biodiversiteit te behouden. In het opgestelde beheersplan wordt beschreven hoe de instandhoudingsdoelstellingen bereikt dienen te worden. Nederland heeft ruim 160 Natura-2000 gebieden. 2.2 Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Het Natuurnetwerk Nederland (NNN), vroeger de Ecologische hoofdstructuur genoemd (EHS), is het Nederlandse netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. Het bestaat uit gebieden die samen een netwerk vormen door Nederland waar de natuur voorrang heeft. Het netwerk helpt voorkomen dat planten en dieren in geïsoleerde gebieden uitsterven en dat natuurgebieden hun waarde verliezen. In de EHS geldt het ‘nee, tenzij’ principe. Dit houdt in dat ruimtelijke ingrepen niet zijn toegestaan, tenzij er geen alternatieven zijn en er sprake is van een groot openbaar belang. De effecten van de ingreep moeten bovendien worden gecompenseerd. Naast een 20 Nationale parken, meren, rivieren, kustzone van de Noordzee en de
Waddenzee vallen alle Natura 2000 onder het NNN. De landbouwgebieden worden beheerd volgens agrarisch natuurbeheer. Soortenbescherming De Wet natuurbescherming beschermt de in Nederland voorkomende wilde planten- en diersoorten via een zogenaamde zorgplicht. Voor deze beschermde soorten is het uitgangspunt dat activiteiten moeten worden voorkomen die deze beschermde soorten aantasten. Wanneer dit niet mogelijk is, dan is het uitvoeren van een dergelijke activiteit alleen toegestaan met een ontheffing van de provincie.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|5
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
2.3 Beschermde planten en dieren De Wet natuurbescherming kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming behoeven. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffingof vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: o Ten eerste mag alleen van de verbodsbepaling afgeweken worden als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is. o Ten tweede moet tegenover de afwijking van het verbod een in de wet genoemd belang staan. De wet geeft voor de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn zoals volksgezondheid of openbare veiligheid. o Tenslotte mag de ingreep geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen zijn bovendien vrijstellingen mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt evenwel niet naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier gekeken, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Wel zal rekening gehouden moeten worden met de zorgplicht en het dierenwelzijn. 2.4 EU-Vogelrichtlijn Het doel van de Vogelrichtlijn is het in stand houden van alle natuurlijk in Europa in het wild levende vogelsoorten. De Vogelrichtlijn vereist dat EU-lidstaten alle nodige maatregelen nemen om de populatie van alle vogelsoorten op een niveau te houden ofte brengen dat met name beantwoordt aan de ecologische, wetenschappelijke en culturele eisen. Daarnaast moeten de lidstaten alle nodige maatregelen nemen om voor deze vogels een 'voldoende gevarieerdheid van leefgebieden en een voldoende omvang ervan te beschermen, in stand te houden of te herstellen'. De richtlijn is dus van toepassing op vogels, hun eieren, hun nesten en ook hun leefgebieden. De Eu-Vogelrichtlijn is in 1981 van kracht geworden. De Wet natuurbescherming bevat een aantal verboden handelingen die van toepassing zijn op alle inheemse vogels.
Deze verboden gelden in heel Nederland. De wet verbiedt:
o o o o o
Hetopzettelijk doden of vangen van vogels (artikel 3.1 lid 1); Hetopzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of het wegnemen van nesten (artikel 3.1 lid 2); Hetrapen en onder zich hebben van eieren van vogels (artikel 3.1 lid 3); Hetopzettelijk storen van vogels (artikel 3.1 lid 4); Het bezit, het vervoer en de handel in vogels, dood of levend, dan wel delen of producten daarvan (artikel 3.2).
Van de soorten die beschermd worden onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature voorkomen op het grondgebied van de Europese Unie. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|6
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, met uitzondering van exoten. Op alle vogels is het beschermingsregime van paragraaf 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. 2.5 EU-Habitatrichtlijn Het doel van de Habitatrichtlijn is het waarborgen van de biologische diversiteit in de
Europese Unie door de natuurlijke habitat en wilde dier- en plantensoorten die van Europees belang zijn in een gunstige staat van instandhouding te behouden of te herstellen. Dit zijn soorten die genoemd zijn in bijlage IV van de Habitatrichtlijn, bijlage I! van het Verdrag van Bern en bijlage I van het Verdrag van Bonn, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 3) is het
beschermingsregime van paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De EU-Habitatrichtlijn is in 1992 van kracht geworden.
2.6 Overig beschermde soorten Dit zijn soorten genoemd in bijlage A van de Wet natuurbescherming. Het gaat hier om de bescherming van zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten voorkomend in Nederland. Het betreft een limitatieve lijst (zie bijlage 4). De beschermde status van soorten kan per provincie verschillen. Provincies hebben de bevoegdheid om bij provinciale verordening vrijstellingte verlenen voor nationaal beschermde soorten. Er is dan geen ontheffing nodig voor werkzaamheden. Voor soorten die niet in de bijlagen van de Wet natuurbescherming worden genoemd, fungeert de zorgplichtbepaling (artikel 1.11 Wet natuurbescherming) als vangnet. Op grond van deze bepaling moeten schadelijke handelingen voor alle in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving in beginsel achterwege worden gelaten, dan wel moeten maatregelen worden genomen om schadelijke gevolgen (zoveel mogelijk) te voorkomen. Beschermingsregime soonen
Vogelichijng3Wn Anziier Meti
erbodeninhet
widlevende
voges opzeteijk e doden
f e vangen
Anzsiez eti
Bescherminsregiesoonen Habiaeichtijn$32 W
Beschermingsregimeandere soonen$33 W
anzsiór
Anzioien
et
s wetbode
zorten ‚
Azskág
efboden
opzetelk esten
Aazrolis
Hetis werboden de voonplrtingspaate o splatsen
vermieien o e bezchadgen, ofesten van voges weg e nemen
eschadgen o vernien
anzies
Ansskes
Met i weboden
irenerapen n deze
zentehebben
Hets
verboden vogeh opzenlijk e
wernijk
d
g
i
a
indoed i op de
aa
van derente
Weti werboden de vaste voorplating: splatsen
ofustolaatsen van eren
opzenelije bescadigen l vemiien
t
verbogen
natuw
Anzrldgenies
storen, e
Heti erbodensoonen opzeneijke dn of e vangen
natwijkeverpreidngsgebed opzettehikte doden f e vargen
nusplaten en erenvan vogeste
onder
u
Mietvan toepassig eeren van dr
n de
opzelijte verilen e
Anzslidz Heti erboden
Mietvan toepasig ern
opzeteljk e
van
standouêng van de desberelende vogesoon
Nietvanoepassig
Aassits
Het i vefboden pantensooren naturikeversreingsgebes opzetebjt pluken
n
n e verzamelen,
afte sniden, t onnworteken f
eti
verbogenpantezoorter
n h
natuwkeversprengsgedes opzetelij t pluken n t verzaneien, afte sijden, te onwwotien f
Beschermingsregime van de Wet natuurbescherming.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|7
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
3.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen aan de St. Franciscusweg 1b in de gemeente Best. Nabij de splitsing met de Oirschotseweg en tussen de Oirschotseweg en Kapelweg in. De planlocatie bevind zich binnen de bebouwde kom aan de westkant van de dorpskern
van Best en ten oosten van het gehucht Aarle, binnen het totaalgebied Heuveleind, Heivelden, de zessprong. Best is een plaats en gemeente in de Nederlandse provincie Noord-Brabant, gelegen in de Kempen. De plaats ligt geografisch gezien op de splitsing Eindhoven - Tilburg en Eindhoven - 's-Hertogenbosch. De gemeente telt iets meer dan 30.000 inwoners (1 januari
2019, bron: CBS) en heeft een oppervlakte van 35,35 km?. Binnen de gemeentegrenzen liggen twee andere kernen: Aarle en De Vleut.
M Tunigaers
W
E
De directe omgeving bestaat uit bebouwing van wooneenheden, kleine bedrijven en een kleinschalig agrarisch landschap met bouw- en weilanden.
Het totale terrein aan de St. Franciscusweg omvat een grootte van 2213 m2. St. Franciscusweg 1, 14, 1c en 1d betreft woningen. St. Franciscusweg 1b is op dit moment
nog ongenummerd en is de [osstaande garage van 1a. In de driehoek Oirschotseweg, St. Antoniusweg, St. Franciscusweg worden op dit moment huizen gebouwd. Planlocatie maakt deel uit van de lintbebouwing aan de westzijde van de St. Franciscusweg. Het onderzoekgebied komt overeen met de grenzen van het plangebied en de directe omgeving hiervan. Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|8
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
Afbeelding: met omlijnd de totale planlocatie in blauw en garage met tuin in toekomst in oranje
Bestaand woonhuis met garage, tuin en bijgebouwen St. Franciscusweg 1a
Plangebied met bestaande garage en tuin St. Franciscusweg 1b
a
Afbeelding: atlasleefomgeving Natura 2.000 gebieden
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|9
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich geen Natura-2000 gebieden. Het dichtstbijzijnd gelegen, op 7,5 kilometer afstand, is ten noordwesten de Kampina en Oisterwijkse vennen. Ten zuidoosten ligt Leenderbos, Groote Heide & Plateau en ten zuidwesten ligt Kempenland West. Al deze Natura 2.000 gebieden liggen op minimaal 10 kilometer afstand van de planlocatie.
Afbeelding: kaartbank Brabant Natuur Netwerk Nederland gebieden
In de directe omgeving van het plangebied geen zijn onderdelen van het Natuurnetwerk Nederland aanwezig. Het dichtstbijzijnde gebied op 2 kilometer is de Mortelen en het Velders bos.
3.2 Voorgenomen ontwikkeling Opdrachtgever heeft het plan om de vrijstaande garage gelegen op het perceel van St. Franciscusweg 1a en tussen 14 en 1c in, met kadastraal nummer 4363, te slopen. De lintbebouwing zal ongeveer blijven zoals deze nu is. Er zullen geen bomen worden gekapt.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|10
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
4. PRAKTIJK ECOLOGISCHE
QUICKSCAN
Een ecologische quickscan is de eerste stap van ecologisch onderzoek dat uitgevoerd wordt in het kader van een ruimtelijke ingreep. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst aan de Wet natuurbescherming. In het kader van deze wet is het noodzakelijk te weten welke flora en fauna potentieel voorkomen in het plangebied. Naast het effect op beschermde soorten kan het nodig zijn om onderzoek te verrichten naar eventuele negatieve effecten van de ingreep op de kwaliteit van beschermde gebieden in de omgeving. Bij een ecologische quickscan worden de ecologische waarden van een omgeving in kaart gebracht middels een bureaustudie en veldonderzoek. De ingreep wordt goed en duidelijk omschreven. Er worden eventueel mitigerende en compenserende maatregelen aanbevolen waarmee vaak de overtreding van de Wet natuurbeheer voorkomen wordt. De ecologische quickscan, ook wel quickscan flora en fauna genoemd, geeft de mogelijke effecten van een ruimtelijke ingreep weer op beschermde planten en dieren.
Door middel van een quickscan worden de volgende vragen beantwoord: o o o o
Welke beschermde soorten (flora en fauna) zijn in het plangebied aanwezig? Wat zijn de effecten van de voorgenomen plannen op deze aanwezige soorten? Wordt de wet natuurbescherming overtreden? Welke mogelijkheden zijn er om negatieve effecten op de beschermde soorten te minimaliseren of te voorkomen?
Is er een aanvullend onderzoek nodig naar soorten of functies?
0 Is het noodzakelijk om voor de voorgenomen plannen een ontheffing van de Wet Natuurbescherming aan te vragen bij de provincie Noord-Brabant? 4.1
Bureauonderzoek
Het bureauonderzoek heeft zich gericht op bekende ruimtelijke plannen zowel lokaal, provinciaal, nationaal als Europees. Door middel van literatuuronderzoek is onderzocht of
zich in de nabijheid van de planlocatie gebieden bevinden die beschermd zijn in het kader van de natuurwetgeving en is er een inschatting gemaakt op het voorkomen van
beschermde soorten. Hierbij is gebruik gemaakt van de database FloraFaunaCheck.nl (bijlage 1) aangevuld met gegevens uit relevante recente verspreidingsatlassen en actuele websites, (telmee.nl, waarneming.nl, zoogdierenatlas.nl). Regelink Ecologie & Landschap heeft een potentiele inschatting voor heel Nederland ontwikkeld waarbij gebruik is gemaakt van actuele verspreidingskaarten en typologieën van groeiplaatsen en leefgebieden. De actuele verspreidingsgebieden van beschermde flora en fauna zijn in kaart gebracht met verspreidingsgegevens uit verspreidingsatlassen. Het mogelijk voorkomen van flora en fauna is in kaart gebracht door selecties van topografische elementen binnen verspreidingsgebieden te maken. Daarnaast is de ligging
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|11
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
van het plangebied ten opzichte van nabijgelegen beschermde gebieden onderzocht. Het bureauonderzoek heeft plaatsgevonden tussen 10 oktober en 30 november 2019. Flora
Er zijn geen waarnemingen van beschermde soorten flora bekend in de directe omgeving. Het terrein bestaat uit bebouwing en tuin. De directe omgeving vooral uit bebouwing, tuin en weiland. Beschermde soorten worden op basis van het habitat en gebruik van de locatie niet verwacht. Fauna
Volgens FloraFaunaCheck.nl zijn er in de omgeving waarnemingen van huismussen, gierzwaluwen en diverse soorten vleermuizen. Ook wordt er het voorkomen van diverse soorten vogels als roofvogels, uilen en inheemse soorten verwacht op de planlocatie. Verder zijn er zoogdieren te verwachten zoals diverse soorten muizen, egel, haas, konijn en ree.
Het voorkomen van amfibieën, reptielen en vissen wordt op basis van literatuur en
voorstudie uitgesloten omdat op de planlocatie de geschikte biotopen ontbreken en de locatie niet in verbinding staat met leefgebieden van deze beschermde soorten.
Soortgroep
Mogelijke aanwezigheid
Flora
Nee
Vogels
Ja
zoogdieren
ja
Amfibieën Reptielen
Nee Nee
Insecten
Nee
Vissen Samenvattende
Nee tabel: soorten
na literatuuronderzoek
4.2Veldonderzoek
Op maandag 25 oktober 2019 in de middag heeft ecoloog Frenk van de Wal het veldonderzoek uitgevoerd aan het plangebied en de directe omgeving. Tijdens het veldonderzoek werd de ecologische potentie van de [ocatie en de directe omgeving in relatie met het mogelijk voorkomen van beschermde soorten onderzocht. Daarbij zijn de in het plangebied aanwezige ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Er is gezocht naar sporen van zoogdieren en vogels (uitwerpselen, nesten, holen, haren, veren, krabsporen en pootafdrukken). De bebouwing is zowel aan de binnenzijde als buitenzijde uitgebreid visueel onderzocht. Het woonhuis dateert oorspronkelijk van 1906 en is volledig gerenoveerd. De garage is gebouwd in 1994. Alle ruimtes waren visueel goed te onderzoeken. Ten tijde van de inspectie waren de weersomstandigheden onbewolkt, windstil en zonnig met een temperatuur van 11 graden Celsius.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|12
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
Afbeelding; bovenaanzicht bestaande situatie
Woning met garage Het woonhuis aan de St. Franciscusweg 14 zal blijven zoals het nu is. Los staat een garage met paardenstal . Deze garage zal gesloopt gaan worden waarna opdrachtgever hier een woonhuis zal bouwen.
Hiervoor zal de tuin met een totale grootte van 2213 m2 worden opgesplitst waardoor in de nieuwe situatie de nieuwe woning met huisnummer 1b zal bestaan uit een oppervlakte van circa 1.000 m2. De grens tussen 1a en 1b zal in de toekomst aangegeven worden met een schutting. De te slopen garage met een oppervlakte van 138 m2 bestaat uit een pannendak deels zonder en deels met isolatie. De muren zijn van rode bakstenen met een spouwmuur en witte kalkzandstenen aan de binnenzijde. De dakpannen liggen goed op het dak, waardoor het aantal toegangen tot de ruimtes tussen de dakpannen en de isolatiepanelen zeer beperkt is. Het voorste gedeelte van de garage is dicht en goed geïïsoleerd. Het achterste gedeelte, met houtopslag en paardenstal heeft een zeer open karakter. Er zijn geen sporen van nestlocaties in het gebouw aangetroffen. De huidige tuin bestaat vooral uit gazon met daarop een zestal bomen: een Amerikaanse eik, een moeras eik, een kers, een notenboom, een kastanje boom en een Japanse esdoorn.
De aanwezige bomen op de planlocatie zijn onderzocht op holtes, spleten, en of loshangende schors, wat kan dienen als potentiele vast rust- en verblijfsplaats voor boombewonende vleermuizen. Deze zijn niet aangetroffen. De grens van St. Franciscusweg 1 en 1a bestaat uit een struweel met diverse struiken met onder andere laurier, rododendron, eiken, els, hazelaar en esdoorn.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|13
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
De grens met St. Franciscusweg 1c is gebroeid met een haag van beuk, klimop en laurier. Aan de voorzijde en voor de garage staat een beukenhaag, achter de garage een haag van laurier.
Er hangen diverse nestkastjes en er zijn diverse andere gelegenheden om nesten te bouwen voor vogels. De tuin zal blijven zoals deze nu is. Met nadruk is er gezocht naar sporen die duiden op de aanwezigheid van nestlocaties van uilen, roofvogels, gierzwaluwen en huismussen. Soorten waarvan nesten jaarrond beschermd zijn. Hierbij is vooral gekeken naar de aanwezigheid van nesten, meststrepen op muren, eventuele kieren onder dakplaten of zijwanden. Alle gebouwen waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Beplanting Het totale erf is erg geschikt als biotoop voor vogels. De beplanting zal volledig blijven zoals deze nu is.
Tijdens het veldonderzoek werden diverse vogels gezien: ekster, huismus, vink, koolmees, houtduif, merel en kauw.
In de beplanting zijn diverse mogelijkheden voor vogels om te schuilen of te broeden. Er hangen diverse nestkastjes in de tuin. Er groeien geen soorten planten die bescherming genieten onderde Wet natuurbescherming. Op basis van de aangetroffen situatie worden geen beschermde
soorten verwacht. Het ontbreekt volledig aan geschikte standplaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. De aanwezigheid van strikt beschermde vaatplanten wordt uitgesloten. 4.3 Praktijktoetsing Op basis van de gegevens van de literatuurstudie en het veldonderzoek wordt een inschatting gemaakt wat de effecten van de voorgenomen ingrepen op potentieel aanwezige beschermde soorten. Dit in relatie tot de geplande ontwikkelingen. Eris bepaald of negatieve effecten op beschermde gebieden op voorhand zijn uit te sluiten of dat nog een aanvullend onderzoek nodig is.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|14
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
Impressie Y
plangebied A}
G EN j‘ f
Bestaande woning aan1a g,
Linkerkant
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|15
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
Linkerzijde
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|16
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
e 5. BESCHERMDE
NATUURWAARDEN
Algemeen Het volledig overzicht van de output van beschermde soorten van tabel 2 en 3 en vogels met mogelijk jaarrond beschermde nesten is door middel van FloraFaunaCheck opgenomen in bijlage 1. Bijlage 2 is een opsomming van beschermde soorten onder paragraaf 3.2 van de wet natuurbescherming. Bijlage 3 geeft een opsomming van de beschermde soorten onder paragraaf 3.3. Bij het veldonderzoek is het plangebied onderzocht op het voorkomen van beschermde soorten of resten hiervan. Het plangebied is met name geïnspecteerd op potentiele groeiplaatsen voor beschermde soorten. De planlocatie bestaat deels uit tuin, deels uit verharding en een garage met paardenstal. Binnen of direct naast het plangebied ligt een voedselrijk grasland en tuinen met diverse struwelen. 5.1Flora
Omdat het hier om gazon met erfverharding gaat, ontbreekt het aan geschikte standplaatsen voor vegetatie en plekken waar beschermde planten kunnen groeien. Er zijn geen beschermde planten of varens waargenomen tijdens het veldbezoek. Het voorkomen van natuurlijk voorkomende beschermde plantensoorten wordt uitgesloten. Er worden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden is niet nodig. 52 Zoogdieren Het is zeer aannemelijk dat er een enkel individu van een beschermde soort op de bouwlocatie in het planlocatie kan worden aangetroffen, zoals egel, mol, veldmuis en bepaalde spitsmuizen. Deze soorten zijn weliswaar beschermd, maar behoren in de provincie Noord-Brabant tot de vrijgestelde soorten.
In het kader van ruimtelijke ontwikkeling hoeft voor deze soorten geen ontheffing meer te worden aangevraagd. Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de
aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.
Alle soorten vleermuizen vallen onder de groep beschermde soorten. Voor vleermuizen geldt geen vrijstelling of ontheffingsverlening meer indien het puur gaat om een ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. De checklist vleermuisprotocol 2017 geeft voor gebouwen de volgende drie aandachtspunten: e Zijner potentieel aanwezige ruimtes voor winter-, kraam-, zomer- en paarverblijfplaatsen, e Zijner sporen van aanwezigheid e Isersprake van een foerageergebied? Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|17
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
De bebouwing is uitvoerig geïnspecteerd op het voorkomen van sporen en potentieel geschikte verblijfslocaties voor vleermuizen in de diverse seizoenstadia. Alle structuren waren goed toegankelijk en visueel goed te onderzoeken. Er zijn geen indicaties gevonden die op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen wijzen. Er zijn geen toegankelijke, in gebruik zijnde openingen waargenomen. Er zijn geen sporen, zoals mest en afgebeten vlindervleugels, aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van vleermuizen.
Binnen het plangebied zijn geen geschikte bomen, dikkere bomen met holen, scheuren en of loszittend schors aanwezig. Foeragerende vleermuizen in de omgeving van het projectgebied kunnen voorkomen. In de omgeving kunnen algemene soorten voorkomen. Deze dieren maken vaak gebruik van lijnvormige groen- en bebouwingsstructuren en straatverlichting. Bestaande lijnvormige groenstructuren waarlangs migratie- of foerageerroutes van vleermuizen zouden kunnen liggen worden niet aangetast door de voorgenomen plannen. Eventuele vliegroutes worden niet onderbroken. De geplande ontwikkeling heeft door gebrek aan geschikte verblijfslocaties in de te slopen silo’s geen negatieve effecten op lokale populaties vleermuizen. 5.3 Vogels
Alle bewoonde nesten in het broedseizoen vallen onder de bescherming van Wet natuurbescherming. Men dient daarom gedurende kap- en sloopwerkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Overtreding van verbodsbepalingen ten aanzien van vogels wordt voorkomen door bepaalde werkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren. Er wordt geen standaardperiode gehanteerd voor het broedseizoen, maar voor de volledigheid wordt vaak gesproken van half maart tot half juli. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Indien de werkzaamheden uitgevoerd worden op het moment dat er geen broedgevallen aanwezig zijn, is overtreding van de wet niet aan de orde. In en rond het plangebied komen diverse nestlocaties voor huismussen voor. Vanwege de beperkte actieradius (enkele honderden meters) van Huismus (Baijens et al. 2005) zijn drie essentiële onderdelen van het leefgebied van belang voor de Huismus: nestlocatie, habitat met voedselaanbod en beschutting. Alle voorzieningen dienen dichtbij elkaarte liggen. Bij voorkeur binnen een straal van enkele honderden meters van het plangebied. Geschikt leefgebied van huismus bevat een combinatie met voldoende voedsel- en schuilplaatsen. Voor het voedselaanbod is het van belang dat er voldoende ruigte en overhoekjes aanwezig zijn, waar zowel zaadplanten als voldoende insectentrekkers aanwezig zijn.
Beschutting is zeer belangrijk voor de huismus ter bescherming, maar ook om vanuíit te foerageren. Daarom moeten er schuilplaatsen aanwezig zijn in de vorm van heggen en hagen, waarbij de voorkeur uitgaat naar streekeigen soorten (bijv. Haagbeuk, meidoorn en Gelderse roos). De foerageermogelijkheden en eventuele nestmogelijkheden ter plekke voor de huismus zullen niet afnemen met het slopen van de garage. De woonhuizen en vooral de tuin en struwelen zullen immers geschikt blijven voor de huismussen en andere vogels.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|18
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
5.4 Amfibieën, vissen en reptielen Volgens verspreidingsgegevens zijn er de afgelopen 5jaar in de omgeving van het plangebied geen streng beschermde reptielen waargenomen. Beschermde amfibie- of vissoorten zullen geen gebruik maken van het plangebied als voortplantingsgebied. Reptielen, amfibieën en vissen stellen specifieke eisen aan het habitat die betrekking hebben op verschillende factoren.
Op de planlocatie is geen geschikt habitat voor reptielen, amfibieën of vissen aanwezig. De ontwikkeling is land gebonden en er zullen geen waterstructuren worden aangetast Het is echter wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient te worden gedaan om het doden van individuen te voorkomen.
5,5 Overige soorten Uit de resultaten blijkt dat het voorkomen van beschermde soorten uit de soortgroepen vlinders, libellen en overige ongewervelden redelijkerwijs kan worden uitgesloten. Er zijn slechts enkele libellensoorten die binnen de Wet natuurbescherming een strenge bescherming genieten. Deze zijn voor wat betreft hun verspreiding gebonden aan specifieke habitateisen, die veelal alleen in natuurgebieden zijn te vinden. Beschermde soorten zijn op de planlocatie niet te verwachten. Beschermde dagvlinders stellen specifieke eisen aan het voortplantingshabitat met waard- en nectarplanten. Het is uitgesloten dat er binnen de planlocatie geschikt habitat aanwezig is voor een (deel)populatie van een beschermde vlindersoort. Voor overige soorten is er geen geschikt habitat op de planlocatie aanwezig en zijn er geen waarnemingen bekend in de directe omgeving. Overige soorten zijn op de planlocatie uit te sluiten.
Op de planlocatie ontbreken de geschikte biotopen. Daarmee is ook een negatief effect op deze soorten redelijkerwijs uit te sluiten. De ingreep leidt derhalve niet tot een overtreding van de Wet natuurbescherming voor deze soortengroepen. 5.6 Gebiedsbescherming De Natura 2000 gebieden die het dichts bij het projectgebied liggen zijn “Kampina en Oisterwijkse vennen”. Dit op 7,5 kilometer afstand. Andere gebieden liggen op minimaal 10 kilometer afstand. Door menselijke invloeden in het tussengebied is verstoring van deze gebieden is dan ook uitgesloten.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|19
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
6. RESULTATEN
EN
ADVIES
Resultaten en advies
Zoals beschreven betreft de onderhavige ecologische quickscan een momentopname van de actuele situatie. Het onderzoek vond plaats van 10 oktober tot en met 30 november 2019 en is uitgevoerd door ecoloog Frenk van de Wal.
6.1 Weersomstandigheden De weersomstandigheden waren onbewolkt, windstil, zonnig en droog bij het veldonderzoek op maandag 25 november in de middag. De gemiddelde temperatuur lag rond de 11 graden Celsius. Het onderzoek vond dus onder herfstachtige omstandigheden plaats, waarin veel natuurwaarden teruggetrokken zijn. 6.2 Voorkomende
diersoorten
Op basis van de uitgevoerde quickscan wordt geconcludeerd dat er algemeen beschermde broedvogels in het plangebied voorkomen. Voor de overige soortgroepen, waaronder vleermuizen, kerkuil, huismus en zwaluw zijn geen overtredingen te verwachten ten aanzien van de Wet natuurbescherming. De soorten worden niet verstoord. De biotopen blijven behouden. 6.3 Resultaten
De onderzoeksresultaten geven aan dat de planlocatie St. Franciscusweg 1b een zekere landschappelijke waarde heeft die met duurzame zorg gewaarborgd kan worden. Het erf functioneert aantoonbaar als leefgebied voor diverse soorten dieren. De tuin met bomen en struwelen zal niet worden aangetast. 6.4 Advies
o _ Op basis van het veldonderzoek en de analyse van de bestaande situatie kan het verstoren van beschermde flora en fauna zo goed als zeker worden uitgesloten. Hierdoor wordt dan ook niet aanbevolen om een nadere inventarisatie door middel van extra veldonderzoek uit te voeren.
o
De ingreep heeft geen invloed op de gunstige staat van instandhouding van de overige beschermde soorten omdat het plangebied geschikt blijft als leefgebied. Een ontheffing Wet natuurbescherming is daarom niet noodzakelijk.
o
Omdat de locatie in gebruik kan zijn als foerageergebied voor vleermuizen wordt
o
geadviseerd om de werkzaamheden overdag uit te voeren. De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten. Voor alle beschermde, inheemse (ook de algemeen voorkomende) vogelsoorten geldt vanuit de Wet natuurbescherming een verbod op handelingen die nesten of eieren
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|20
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust- of verblijfsplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. In de praktijk betekent dit dat verstorende werkzaamheden alleen buiten het broedseizoen uitgevoerd mogen worden.
o
In het kader van de vogelrichtlijn wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd. Van belang is of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum. Globaal gaat het om de periode 15 maart tot 15 juli. Werkzaamheden binnen het broedseizoen zijn mogelijk indien is vastgesteld dat er met de werkzaamheden geen nesten van broedvogels worden verstoord. In het kader van de zorgplicht dient men tijdens de uitvoering alertte zijn op aanwezige fauna en daarbij, indien noodzakelijk, mitigerende maatregelen te treffen. Deze maatregelen dienen ervoor om negatieve gevolgen voor beschermde soorten te voorkomen of te verzachten.
o _ Bij de toekomstige inrichting van het plangebied kan rekening worden gehouden met het stimuleren van natuurwaarden. Bij nieuwe beplanting is het gebruik van inlandse, vrucht- en bloemdragende soorten aan te bevelen. Gebruik van inlandse soorten is vooral voor insecten en daarmee voor vleermuizen, maar ook voor
o
o
o o o
vogels, geschikt. Dedirecte omgeving is potentieel geschikt als leefgebied voor verschillende vogelsoorten. Diverse soorten staan onder druk door steeds verder afnemende broedgelegenheid. Met geringe inspanningen kan de nieuwbouw mogelijkheden bieden voor de vestiging van verschillende soorten. Door het plaatsen van nestkasten of speciale dakpannen kan een positieve impuls gegeven worden aan de lokale populaties. Vogelbescherming Nederland heeft een checklist ontwikkeld, waarmee iedere bouwonderneming zijn projecten en de directe omgeving natuurvriendelijker kan maken.(www.checklistgroenbouwen.nl). De zorgplicht is altijd van toepassing, op basis waarvan door iedereen voldoende zorg in acht moet worden genomen voor de in het wild levende dieren en hun leefomgeving. Dit kan bijvoorbeeld door buiten kwetsbare periodes (het voortplantings- en winterslaapseizoen) te starten met werkzaamheden en het gefaseerd werken om dieren de kans te geven om te vluchten Erworden geen bomen gekapt die vallen onder houtopstanden. Een nadere toetsing houtopstanden wordt niet noodzakelijk geacht. o Bij onvoorziene omstandigheden dient daarnaast direct contact opgenomen te worden met een ter zake deskundige. De ingreep zal geen direct effect hebben op het natuurnetwerk Nederland. Een
nadere toetsing aan effecten op natuurgebieden is daarom niet aan de orde.
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|21
Ecologische quickscan St. Franciscusweg 1b, Best
5
LIJST VAN
BRONNEN
www.atlasleefomgeving.nl www‚.wetnatuurbescherming.nl www.NDFF.nl
Limpenset al., 1997 Dietzet al., 2011 www.synbi
rna.nl
www.rijksoverheid.n www.brabant.n kaartbank.brabant.nl www.na'
rmonumenten.n!
www.vivarapro.nl www.sbo.nl www.ivn.nl
www.habitus.n www.natura2000.nl
netwerk groene bureaus www.ravon.nl www.sovon.nl
www.wikipedia.nl www.vogelbescherming.nl checklist vleermuisprotocol
o o
Alsbijlage 1 is toegevoegd de lijst FloraFaunaCheck.nl Alsbijlage 2 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.2 Wet natuurbescherming
o
Als bijlage 3 is toegevoegd de beschermde soortenlijst par 3.3 Wet natuurbescherming
Brabant Eco; ecologische dienstverlening
Pagina
|22
FloraFaunaCheck.nl
6 s
Resultaten
FloraFaunaCheck.nl
Gemeente 11
november
Best 2019
Dit is een automatisch gegenereerd document.
1. Inleiding In Nederland zijn flora en fauna beschermd door de Wet natuurbescherming. Initiatiefnemers moeten bij ruimtelijke ingrepen rekening houden met de aanwezige natuurwaarden. Voordat ruimtelijke ingrepen gepland en
uitgevoerd worden is het noodzakelijk om te weten welke beschermde flora en fauna (potentieel) voorkomen in een plangebied. Vooral gemeenten
hebben in dit proces een belangrijke rol. Gemeenten zijn gebiedsbeheerder,
stellen bestemmingsplannen vast (die niet in strijd mogen zijn met bestaande wet- en regelgeving), verlenen omgevingsvergunningen en zijn zelf ook deels projectontwikkelaar. Om deze rol goed uit te voeren, moeten
gemeenten kennis hebben over de aanwezige flora en fauna binnen de gemeentegrenzen. Het gaat dan om inhoudelijke ecologische kennis, juridische kennis en inzicht in de verspreiding van soorten binnen de gemeente.
1.1 Werkwijze De gemeente Best heeft geen inventarisatie van beschermde flora en fauna laten uitvoeren. Regelink Ecologie & Landschap heeft een potentie inschatting voor heel Nederland ontwikkeld waarbij gebruik is gemaakt van actuele verspreidingskaarten en typologieën van groeiplaatsen en leefgebieden. De actuele verspreidingsgebieden van
beschermde flora en fauna zijn in kaart gebracht met verspreidingsgegevens uit verspreidingsatlassen. Met eventuele onvolledigheden van verspreidingskaarten en het dispersievermogen van soorten is rekening gehouden.
Het mogelijk voorkomen van flora en fauna is in kaart gebracht door selecties van topografische elementen binnen verspreidingsgebieden te maken. De topografische selecties zijn per soort specifiek vastgelegd en zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en de input van onze medewerkers. De betreffende resultaten hebben geen juridische status om de aan-of afwezigheid van dier- of plantensoorten aan te tonen. Om
een over treding van de Wet
natuurbescherming te voorkomen, is onderzoek noodzakelijk naar de aan- of afwezigheid van onderstaande soorten en functies. Neem hiervoor contact op met een ecologisch adviesbureau. Voor vragen kunt u contact opnemen met Regelink Ecologie & Landschap op telefoonnummers: 085-2737330 of via e-mail
door dit bericht te beantwoorden.
1.2 Ingrepen De initiatiefnemer is voornemens de volgende ingreep/ingrepen uit te voeren: «
Slopen van gebouwen
1.3 Randvoorwaarden
Voor het betrouwbaar gebruik van FloraFaunaCheck.nl wordt uitgegaan van enkele randvoorwaarden. Indien uw project of plan niet voldoet aan onderstaande randvoorwaarden dan zijn de resultaten mogelijk onjuist en wordt u geadviseerd contact op te nemen
met Regelink Ecologie & Landschap.
«
Werkzaamheden worden niet tijdens het broedseizoen uitgevoerd.
«
Uw project of plan behoort tot de categorieën: bestendig
beheer en onderhoud; bestendig gebruik of
ruimtelijke ontwikkeling en inrichting. «
Uw project of plan behelst een gebied van maximaal 1 ha en ligt buiten een natuurgebied.
*
Tijdens werkzaamheden en daadwerkelijk gebruik / beheer wordt geen kunstlicht of geluidhinder naar de omgeving veroorzaakt.
«
De werkzaamheden veroorzaken geen verrijkende effecten in Natura 2000-gebieden in de directe omgeving.
1.4 Disclaimer
De gegeven informatie van de online applicatie FloraFaunaCheck.nl is met de grootste zorg samengesteld. Voor eventuele onjuistheden van deze informatie kan geen aansprakelijkheid verleend worden. Mocht u onjuistheden constateren, dan vragen wij u om contact op te nemen met Regelink Ecologie & Landschap.
1.5 Plangebied Het plangebied is gelegen in de gemeente Best. In onderstaande figuur is de begrenzing van het plangebied aangegeven.
2. Resultaten In dit hoofdstuk zijn de resultaten voor beschermde soorten opgenomen. FloraFaunaCheck.nl toetst op dit moment niet aan beschermde gebieden.
Resultaten
FloraFaunaCheck.nl
2
2.1
soorten
In onderstaande tabel zijn de resultaten met betrekking tot beschermde soorten opgenomen. Uw geplande ingreep
heeft een nadelig effect op de functie van het gebied voor de vermelde soorten. Onderstaande resultaten correct mits voldaan is aan de voorwaarden (zie paragraaf 1.3).
soort Huismus Gierzwaluw
Wb Vogelrichtiijn Wb Vogelrichtiijn
Kleine dwergvleermuis
Wb-
Habitatrichtiijn
Functie nestlocatie nestlocatie
Verspreiding mogelijk aanwezig (basispakket) mogelijk aanwezig (basispakket)
paarverblijfplaats n gebouw
mogelijk aanwezig (basispakket)
winterverblijfplaats in gebouw kraamverblijfplaats in gebouw zomerverblifplaats in gebouw
Gewone dwergveermuis
Wb
- Habitatrichtiijn
paarverbljfplaatsingebouw
__
mogelik aanwezig (basispakket)
winterverblifplaats in gebouw zomerverblijfplaatsin gebouw kraamverblijfplaatsin gebouw ‘massa winterverbijfplaats
Laatvlieger
Wnb- Habitatrichtlijn
kraamverblijfplaatsin gebouw __ mogelijk aanwezig (basispakket) paarverblijfplaats in gebouw
winterverbijfplaats in gebouw zomerverblijfplaatsin gebouw
Ruige dwergvleermuis
Wab- Habitatrichtlijn
paarverblijfplaats in gebouw
mogelijk aanwezig (basispakket}
winterverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaats in gebouw
Gewone grootoovleermuis
Wb
Habitatrichtlijn
winterverblijfplaatsingebouw
__
mogelijk aanwezig (basispakket)
kraamverblijfplaats n gebouw paarverblijfplaats in gebouw zomerverblijfplaatsin gebouw
Baardvleermuis
Wnb- Habitatrichtlijn
Franjestaart
Wnb- Habitatrichtlijn
ten
FloraFaunaCh
kraamverblijfplaatsingebouw __ mogelijk aanwezig (basispakket} zomerverblifplaats in gebouw
kraamverblijfplaatsin gebouw __ mogelijk aanwezig (basispakket)
zomerverblijfplaats in gebouw
zij
soort
Beschermingsregime
Functie
Verspreiding
3. Conclusie De gemeente heeft geen inventarisatie van beschermde flora en fauna laten uitvoeren. De resultaten zijn gebaseerd op de actuele verspreidingsgegevens en typologieën van groeiplaatsen en leefgebieden. Om die reden hebben de betreffende resultaten geen juridische status om de aan- of afwezigheid van dier- of plantensoorten aan te tonen. Om een overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen, is onderzoek noodzakelijk naar de
aan- of afwezigheid van onderstaande soorten en functies. Neem
hiervoor contact op met een ecologisch
adviesbureau.
Neem dan vrijblijvend contact op met een van de ecolo: van
Regelink
Ecologie & landschap.
Wij komen
graag een keer
bij u langs om van gedachten te wisselen of e n korte presentatie te geven
085-7737676
® Refle""\k
W www.regelink.nl
soorten beschermd onder paragraaf 3.2 van de Wet natuurbescherming (artikel 3.5 en3.8)
Nederlandsenaam _ Latijnse naam Planten (4) Drijvendewater- _ Luronium natans weegbree Groenknolorchis _ Liparisloeselii
Kruipend
Apium repens
Zomerschroeforchis
Spiranthes aestivalis
moerasscherm
Reptielen (3)
Gladdeslang
Coronella austriaca
Vinders (7) Donkerpimpernel-
Maculinea nausithous
Muurhagedis Zandhagedis
Podarcis muralis Lacertaagilis
blauwtje
Zoogdieren terrestrisch (8)
Bever Castorfiber Hamster Cricetus ericemus Hazelmuis Muscardinus avellanarius Euraziatischelynx _ ymxlynx Noordsewoelmuis
_ Microtus oeconomus
ouer
Lutaluta
Wilde kat
Felis silvestris
Wolf*)
Canis lupus
Vleermuizen (22) Bechsteins vleermuis Myotis bechst
Grotevuurwlinder _ Lycaena dispar Moerasparelmoer- _ Euphydryas aurinia der*) Pimperelblauwje
_ Maculinea teleius
Teunisbloempijk
_ Proserpinus proserpina
staart
Tijmblauwje*) __ Maculineaarion Zilverstreephooi- _ Coenonympha hero beestje*) Libellen (8) Bronslibel )
Oxygastra curtis
Bosvleermuis Nycalus eisleri Brandtsvleermuis _ Myotis brandtiï Franjestaart Myotis nattereri Gewone Myotis mystacinus ssp. baardvleermuis __ mystacinus
Gaffellibel Ophiogomphus ceci! Gevlektewitsnuit _ Leucorthinia pectoralis
Gewonedwerg-
juffer*) Oostelijkewitsnuit _ Leucorrhinta albifrons
__ Pipistrellus pipistrellus
vleermuis
Gewonegrootoor-
_ Plecorus auritus
vleermuis
Grijzegrootoor
_
tibel
Groene glazenmaker Aeshna viridis Noordsewinter- __ Sympecma paedisca
ibel*) Rivierombout
__ Gomphusfavipes
Plecotusaustriacus
Sierlijke witsnuitlibe] Leucorrhinia audalis
Rhinolophus ferrum-
Kevers(s5) Brede geelrandwater- Dytiscus lattisimus
vleemuis
Grotehoefijzemeus
equinum
Grote rosse vleermuis Nyctalus lasiopterus Ingekorven vleermuis Myotis emarginaus Kleine dwergPipistrellus pygmaeus vleemuis
Kleine hoefijzemeus
Rhinolophus hipposideros
Laawlieger Eptesicus serotinus Meervleermuis __ Myotisdasycneme
Mopsvleermuis __ Barbastella barbastellus Noordsevleermuis _ Eptesicus ilssonií Rossevleermuis __ Nyctalusnoctula Ruige dwergPipistrellusnathusií Vleermuis
Tweekleurige
Vespertilio murinus
vleermuis
Valevleermuis
__ Myotis myotis
Watervleermuis
__ Myotis daubentonii
roofkever
Gestreeptewater
_ Graphoderus bilineatus
roofkever
Heldenbok Cerambyx cerdo Juchtleerkever __ Osmoderma eremita Vermiljoenkever
_ Cucujus cinnaberinus
Overige soorten (2) Bataafsestroom-
_ Unio crassus
mossel
Platteschijfhoren
_ Anisus vorticulus
*) Soorten verdwenen uit Nederland maar die
toch beschermd zijn op grond van artikel3.5 en 3.8 omdat ereen gerede kans op terugkeer bestaat
Zoogdieren marien (5)
Bruinvis Phocoena phocoena __ Delphinus delphis Tuimelaar Tursiops truncatus Witlankdolijn _ Lagenorhynchusacutus Gewonedolfijn
Wwitsnuidolfijn
_
Lagenorhynchus albirostris
Vissen (2)
Houting steur
Coregonus ongrinchus Acipenser surio
Amfibieën (8)
Boomkikker Hylaarborea Geelbuikvuurpad _ Bombina variegata Heikikker Rana awalis Knoflookpad Pelobates fuscus Poelkikker Rana lessonae Rugstreeppad Bufo calamita Vroedmeesterpad _ Alytes obsterricans Kamsalamander
_
Trituruscristatus
22 | soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen
Ministerie van Economische Zaken
Soorten beschermd onder paragraaf .3 van de Wetnatwurbescherming (artikel 3.10 en3.1) Nederlandse
naam Latijnse naam Planten (76) Akkerboterbloem *) Ranunculus arvensis Akkerdoomzaad*) _ Torilis arvensis
Smalle raai *)
Galeopsis angustifolia
Berggamander*)
_ Teucrium montanum.
Spitshavikskruid*) _ Hieracium lacrucella steenbraam*) __ Rubus saxatilis stijvewolfsmelk*) _ Euphorbia stricta Tengeredistel®) _ Carduus tenuiflorus Tengereveldmuur*) Minuartia hybrida Trosgemander*) _ Teucrium botiys
Bergnachtorchis*)
_ Platanthera chlorantha
Blaasvaren Cystopteris fragilis Blauw guïchelheil*) Anagallis arvensis foemina
Veenbloembies*)
Bokkenorchis*)
_ Himantoglossum
Wilde averui
Artemisia c. campestris
Wilderidderspoor*) Wilde weit*)
Consolida regalis Melampyrum arvense
Wolfskers*) Zandwolfsmelk*)
Atropa bella-donna _ Euphorbia seguieriana
Akkerogentroost*)
Odontitesvernus vernus
Beklierde ogentroost*)
Euphrasia rostkoviana
hircinum
Bosboterbloem )
_ Ranunculus pol. nemorosus
Bosdravik*) Bravehendrik*)
Bromopsis. benekenii Chenopodium bonus-
_
henrieus
Bredewolfsmelk*)
_ Euphorbia platyphyllos
Breedwollegras*)
_ Eriophorum latifolium
Bruinrode
Epipactis atrorubens
wespenorchis Dennenorchis*) Dreps *)
_ Goodyerarepens Bromus secalinus
Echtegamander*)
_ Teucrium cham.
Franjegentiaan
__ Gentianella ciliata
germanicum
Geelgroene Epipacts muelleri wespenorchis*) Geplooide Alchemilla subcrenata vrouwenmantel *) Getandeveldsla®)
_ Valerianella dentata
Gevlekt zonneroosje*) Tuberaria gutata Glad biggenkruid *) Hypochaeris glabra Gladdezegge*) _ Carexlaevigata Groenenachtorchts Coeloglossum viride Groensteel*) Asplenium viride Grootspiegelklokje®) Legousia speculumveneris
Grotebosaardbei*)
Fragaria moschata
Grote leeuwenklauw*) Aphanes anvensis
Honingorchis Herminium monorchis Kalkboterbloem*) _ Ranunculus polyanthenos ssp. polyanthenoides Centaurea alcitrapa
Kalketrip *)
Karthuizeranjer*) _ Dianthus carthusianorum Karwijselie *) selinum carvifolia Kleineereprijs*) _ Veronicavema
Kleine Schorseneer *) Scorzonera humilis
Kleine wolfsmelk*)
Euphorbia exigua
Knolspirea *)
Filipendula vulgaris
Korensla *)
Amoseris minima
Kluwenklokje Campanula glomerata Knollachyrus*) __ Lachyruslinifolius
_ Scheuchzeria palustris
Vliegenorchi Vroege ereprij
Ophrys insectifera Veronica praecox
zinkviooltje Viola utea calaminaria Zweedse komoelje *) Comus suecica Zoogdieren terrestrisch (31)
Aardmuis Microtus agrestis Boommarter Martes martes Bosmuis Apodemus sylvaticus Bunzing Mustela putorius Damhert Damadama Dwergmuis Micromys minutus Dwergspitsmuis _ Sorex minutus Edelhert Cerwus elaphus Eekhoom Scurus vulgaris Egel Erinaceus europaeus Eikelmuis Eliomys quercinus Gewone bosspitsmuis sorex araneus Das
Grotebosmuis
Meles meles
__ Apodemus flavicollis
Haas Lepus europaeus Huisspitsmuis Crocidura russula Konijn Oryctolagus cuniculus Molmuis *) Arvicola scherman Ondergrondse Microtus subterraneus Ree Capreolus capreolus Rossewoelmuis _ Clethrionomys glareolus Steenmarter Martes foina Tweekleurige Sorex coronatus bosspitsmuis Veldmuis Microtusanalis Veldspitsmuis Crocidura leucodon Vos Vulpes vulpes Waterspitsmuis __ Neomys fodiens Wezel Mustela nivalis Woelrat Arvicola terrestris Hermelijn
Mustela erminea
woelm
Wildzwijn
Hazelworm Anguis fragilis Levendbarende _ Lacertavivipara hagedis
Ringslang
Natrix natrix
Vissen (6)
Beekdonderpad
_
Cottus rhenanus
Beekprik Lampetra planerí Elits Phoxinus phoxinus Gestippeldealver _ Albumoides bipunctatus Grote modderkruiper Misgumus fossilis Kwabaal *) Lotalota Vinders (20) Aardbeivlinder®) _ Pyrgus malvae Bosparelmoer __ Melitaeaathalia vlinder*) Bruindikkopje __ Erymnis tages Bruineeikenpage*) Satyríum ilicis Duinparelmoer _ Argmnisniobe vlinder*)
Gentiaanblauwtje*) Maculineaalcon Groteparelmoer. _ Argynnisaglaja vlinder*) Grote vos *) Nymphalis polychloros Groteweerschijn- _ Apaturairis vlinder*)
Iepenpage
Sayrium w-album
Kleine heiviinder*) _ Hipparchia statilinus eijsvogel
_
Limenitisamilla
viinder*) Kommavlinder®) Sleedoompage*)
_ Hesperia comma _ Thecla betulae
Spiegeldikkopje*)
_ Heteropterus morpheus
Veenbesblauwje*) Veenbesparelmoer-
Plebeius optilete Boloriaaquilonaris
vlinder
Veenhooibeestje _ Coenonympha tullia Veldparelmoer __ Melitea cinxia vlinder
Zilverenmaan*)
_ Boloriaselene
Libellen (&) Beekombout*) _ Gomphusvulgatissimus Bosbeekjuffer*) _ Caloptenyxvirgo Donkere waterjuffer*)Coenagrion armatum Gevlekte glanslibel *) Somatochlora flavomaculata
Gewone bronlibel *) Cordulegaster boltonií Hoogveenglanslibel*)somatochloraarcticz
Kempense heidelibel *)
Symperum depressiusculum
Speerwaterjuffer*)
_ Coenagrion hastulatum
Halichoerus grypus
Kevers (1) Vliegend hert
Lucanus cervus
Susscrofa
Kranskarwij *) Carum verticilatum Kruiprijm *) Thymus praecox langezonnedauw _ Drosera longifolia Liggendeereprijs*) Veronica prostrata
Zoogdieren marien (2)
Muurbloem Erysimum cheiri Naaktelathyrus*) _ Lathyrusaphaca
Moerasgamander*)
Amfibieën (8)
Alpenwater-
Triturusalpestris
Overige soorten (i) Europeserivierkreeft Astacusastacus
Naaldenkervel*)
_ Scandix pecten-veneris
ijscheefkelk
Arabis h. sagitata
Bruine kikker Gewone pad
Rana temporaria Bufo bufo
*) soort die geen wettelijke bescherming had
Roggelelie *)
Lilium bulbiferum
Teucrium scordium
roceum
Rood peperboompje *) Rozenkransje®) __ Ruwparelzaad®*) _ Stofzaad*) Scherpkruid®) __
Schubvaren Schubzegge®)
_
Daphne mezereum Antennaria dioica Lithospemum arvense Monotropa hypopitys Asperugo procumbens
Ceterach officinarum Carexlepidocarpa
Ministerie van Economische Zaken
Gewonezeehond
Grijzezeehond
_
_
salamander
Phocavitulina
KleinewaterTriturus vulgaris Meerkikker Ranaridibunda Middelstegroene _ Rana klepton esculenta
onder de Flora- en faunawet
salamander
kikker
Vinpootsalamander Vuursalamander
Reptielen (g)
Adder
Triturus helveticus _
Salamandra salamandra
Vipera berus Soortenbescherming bij ruimtelijke ngrepen |23