CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

23006.3 - Bijlage 1 - Toelichting BP Zomereik ongenummerd 2022

Raadsvergadering 6 februari 2023, gemeente BestBij agendapunt: 23006 - Vaststelling Bestemmingsplan Zomereik ongenummerd 202218.335 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

ZOMEREIK ONGENUMMERD 2022 13-10-2022

RHO ADVISEURS Archiefexemplaar van BL22-23465

- Raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Zomereik ong. 2022, bijlage 1

RHO ADVISEURS DATUM KENMERK

13-10-2022 NL.IMRO.0753.bpZomereikong-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

Zomereik Ongenummerd 2022 R. Verkooijen

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Familie de Bresser 20211186

AUTEUR STATUS

L. De Jong Ontwerp

© RHO ADVISEURS BV Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Toelichting Inleiding

9

1.1

Aanleiding en doel

9

1.2

Ligging plangebied

9

1.3

Geldend bestemmingsplan

11

1.4

Leeswijzer

14

Hoofdstuk 2

Planvoornemen

15

2.1

Huidige situatie

15

2.2

Toekomstige situatie

19

Beleidskader

25

3.1

Inleiding

25

3.2

Rijksbeleid

25

3.3

Provinciaal beleid

27

3.4

Regionaal beleid

30

3.5

Gemeentelijk beleid

31

Milieu- en omgevingsaspecten

35

4.1

Inleiding

35

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

35

4.3

Verkeer en parkeren

36

4.4

Milieuhinder

37

4.5

Archeologie en cultuurhistorie

38

4.6

Geluid

41

4.7

Geur

43

4.8

Externe veiligheid

43

4.9

Luchtkwaliteit

47

4.10

Kabels en leidingen

48

4.11

Bodem

49

4.12

Water

50

4.13

Ecologie

57

4.14

Duurzaamheid

61

Hoofdstuk 1

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/118

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

65

5.1

Inleiding

65

5.2

Wettelijke eisen

65

5.3

Opzet van de bestemmingsregeling

65

5.4

Toelichting op de gehanteerde bestemmingen

67

5.5

Toelichting op de algemene regels

67

5.6

Toelichting op de overgangs- en slotregels

68

Uitvoerbaarheid

69

6.1

Economische uitvoerbaarheid

69

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

69

Hoofdstuk 6

4/118

TOELICHTING

RHO ADVISEURS

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding en doel

De familie de Bresser is voornemens om, in samenwerking met NBArchitecten en de gemeente Best, aan de achterzijde van de woonpercelen aan de Oranjestraat 67, 69 en 71, een nieuwe woning te realiseren. Dit betreft een inbreiding binnen het bestaand bebouwd gebied aan de noordzijde van Best en de woning zal bereikbaar zijn via de straat Zomereik. De huidige woningen aan de Oranjestraat hebben diepe tuinen van wel zo'n 90 m. diep. In het verleden is er met betrekkeing tot het mogelijk realiseren van een mantelzorgwoning achter op het hoekperceel Oranjestraat 71 al eens een vooroveleg geweest met de stedenbouwkundige van de gemeente Best. Later is er een initiatief ontstaan om met de buren van Oranjestraat 67, 69 en 71 gezamenlijk te onderzoeken of het mogelijk is op deze locatie enerzijds toegang te creëren naar de percelen van 67 en 69 en het realiseren van een woonhuis aan de Zomereik naast huisnummer 1. Het plangebied betreft de percelen kadastraal bekend als gemeente Best, sectie H, perceelsnummers 7014, 7062 en 7064. Deze percelen hebben volgens het geldende bestemmingsplan 'Salderes 2010' (onherroepelijk vastgesteld op 12 juli 2010) de bestemming 'Wonen'. Het initiatief is in strijd met het geldende bestemmingsplan aangezien ter plaatse van het beoogde bouwproject geen bouwvlak is opgenomen.

Door middel van een nieuw bestemmingsplan kan de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied aan de Zomereik bevindt zich in de woonwijk Verrenbest, in het noorden van Best. De wijk wordt in het noorden begrensd door de Ringweg, de N-weg naar Sint-Oedenrode en in het oosten door de Rijksweg A2. Ten westen ligt de wijk Salderes. De directe omgeving van het plangebied wordt voornamelijk gekenmerkt door een woonfunctie. In het oosten van de wijk ligt een aantal bedrijven. De ligging is weergegeven in de figuren 1.1 t/m 1.3.

9/118

-r—— jsp \

mm? SW.. -ŵ'rfţ 1 . "ìīflí '

■Ŵ..: . i® jpŕj»

rm

f V'

«sŕ?\» M V®» .

į

1'4. - ‘a

X V\' VFiguur 1.1

- .ŵ^;, Ligging plangebied op luchtfoto, plangebied oranje omkaderd (Bron: OpenStreetMap)

'iï\'

KJ

VS

i V*

ft * : v

WMA

tř

Figuur 1.2

10/118

Ligging plangebied op topografische kaart, plangebied in rood (Bron: Rijksoverheid)

5528 6528 6933 5529

5526

4418

2030

6166 4420

4419

5530 6932

4417

4421

6320 4422 6496

4423

2028

4416

4424

7014

4425

7064 .6495

4450

6168

4427 4428

.4426

4429 4648

4430 4431 4069

4074 4432

4073

4075 4412 4076

Figuur 1.3

1.3

Ligging plangebied op kadastrale kaart, plangebied oranje omkaderd (Bron: Kadaster)

Geldend bestemmingsplan

1.3.1 Toets geldend plan en strijdigheid Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Salderes 2010' (onherroepelijk vastgesteld op 12 juli 2010) van toepassing. De verbeelding hiervan is weergegeven in figuur 1.4. Het plangebied is in het geldend bestemmingsplan bestemd als 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning en in samenhang daarmee aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, groen, speelvoorzieningen, water, tuinen en erven.

11/118

4 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

4 4

4- 4 4 4 4 4

4 4 4 4

4 4\4

4 4 4

4 4\4

.4 4 4

4 4 4

4 4 4 .4 4 4 4

4 4 4 4

4 4 4. 4 4/4

Figuur 1.4

Bestemmingsplan 'Salderes 2010' met plangebied rood omkaderd (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Naast de enkelbestemming 'Wonen' geldt tevens de aanduiding 'bijgebouwen' voor een groot gedeelte van het plangebied. De aanduiding is in figuur 1.5 weergegeven.

12/118

Figuur 1.5

Aanduiding 'bijgebouwen' (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Het initiatief om op deze locatie een nieuwe woning te realiseren is in strijd met het geldende bestemmingsplan aangezien ter plaatse geen bouwvlak is opgenomen. Daarnaast wordt in artikel 14.2.1 onder c beschreven dat per bouwperceel ten hoogste één woning met aan- en uitbouwen en bijgebouwen is toegestaan. 1.3.2

Paraplubestemmingsplan Parkeernormen en archeologie

De gemeente Best heeft via het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie' de gemeentelijke Nota Parkeernormen 2015, zoals deze is vastgesteld op 3 november 2014 (en gewijzigd vastgesteld op 18 mei 2015 en 30 november 2015), een juridisch-planologische status gegeven. Hierdoor ontstaat een grotere rechtsgelijkheid en rechtszekerheid en kan een eenduidige regeling voor haar grondgebied worden vastgelegd. In de loop van de tijd zal de Nota Parkeernormen 2015 bij de komende actualisaties, door middel van een verwijzing naar de Nota Parkeernormen 2015 van de onderliggende bestemmingsplannen worden meegenomen, waardoor de werking van dit plan uiteindelijk vervalt. Ten slotte ziet dit bestemmingsplan op de juridisch-planologische vertaling van de geactualiseerde archeologische beleidskaart.

13/118

Parkeren Voldoende parkeervoorzieningen is een belangrijke voorwaarde voor bijna elke ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Best wenst over de mogelijkheid tot het stellen van eisen aan het parkeren te beschikken. Dit betekent dat de parkeernormen in de planregels van bestemmingsplannen opgenomen moeten worden. Hierdoor is besloten om de parkeernormen door middel van het paraplubestemmingsplan vast te leggen. Daarnaast zijn sinds 29 november 2014 de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening komen te vervallen. Alle stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening moeten sindsdien worden opgenomen in bestemmingsplannen. Een van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de bouwverordening kan worden getoetst aan gemeentelijke parkeernormen. Daarnaast ligt de reden om te kiezen voor het parapluplan in de hierin opgenomen uniforme toerekening van parkeerplaatsen. Voorheen werd in het kader van toepassing van artikel 2.5.30 VNG modelbouwverordening uitgegaan van op de CROW gebaseerde parkeernormen. De CROW geeft evenwel bandbreedtes aan, waar tot op heden op verschillende wijze toepassing aan werd gegeven. In het paraplubestemmingsplan wordt gekozen voor een eenduidige regeling, die strekt tot een grotere rechtsgelijkheid en rechtszekerheid.

Archeologie In 2011 is de gemeentelijke archeologiekaart met bijbehorend rapport en bijlagen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze kaart vormt samen met het archeologisch beleidsplan de grondslag voor het gemeentelijk archeologiebeleid. De archeologiekaart uit 2011 is onlangs geactualiseerd, waarbij nieuwe archeologische vindplaatsen, uitgevoerde archeologische onderzoeken en bodemverstorende werkzaamheden (nieuwbouw, ontgrondingen e.d.) zijn geraadpleegd, geanalyseerd en verwerkt. Doel van de actualisatie is om zoveel mogelijk onnodig archeologisch onderzoek in de toekomst te voorkomen. De inventarisatie heeft geleid tot een nieuwe archeologische beleidskaart, die zijn vertaling krijgt in voorliggend bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het plangebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Best. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komt de juridische planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de procedure.

14/118

Hoofdstuk 2 2.1

Planvoornemen

Huidige situatie

Het plangebied aan de Zomereik ligt in de wijk Verrenbest te Best en kent een grote diversiteit aan woningtypologieën. De wijk kent een groen karakter en er zijn diverse speel- en recreatiemogelijkheden aanwezig. Het plangebied bestaat uit drie percelen die nu onderdeel uit maken van de diepe tuinen van de woningen 67, 69 en 71 aan de Oranjestraat. De Oranjestraat was de oorspronkelijke weg vanuit het centrum van Best naar de Boschdijk (Eindhoven - 's-Hertogenbosch). De Zomereik sluit aan op de Hokkelstraat die verderop over het spoor overgaat in de Mosselaarweg richting Oirschot. In figuur 2.1 is de begrenzing van het plangebied weergegeven. Het plangebied kent een oppervlakte van 639 m2 en bestaat momenteel uit drie groen opgezette tuinen met in twee daarvan tuinhuisjes. Het gebied is volledig onverhard. Een aantal afbeeldingen van de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving zijn weergegeven in de figuren 2.2 t/m 2.5.

i ‘ vti

•a» *

Figuur 2.1

15/118

Luchtfoto met plangebied oranje omkaderd, pijlen geven foto richtingen aan (Bron: OpenStreetMap)

v'%-

'^VJ

ţ4ä

ļM#ļ fcooglc'

Figuur 2.2

16/118

Foto voorkant plangebied richting noordwesten Zomereik [foto 1.] (Bron: Google Maps)

Ms, -

Íí

hT-. ļţŵ

J •■’v Jî Wmwk

ĨJě

äĮLĩjř

'v ’W

Figuur 2.3 Maps)

17/118

Foto voorkant plangebied richting noordwesten Zomereik, richting Oranjestraat [foto 2.] (Bron: Google

Figuur 2.4

Foto uitzicht vanaf plangebied in Zomereik [foto 3.] (Bron: Google Maps)

fx&M' w&šm

W0įz.\ Figuur 2.5

18/118

Foto aanzicht plangebied in Zomereik [foto 4.] (Bron: Google Maps)

Zoals op voorgaande foto's te zien is, zijn de woningen in de Zomereik vrijstaande woningen, waar de standaard over het algemeen één bouwlaag met een kap is. Op de hoek van de Oranjestraat en de Zomerstaat staan 2 woningen met twee bouwlagen en een kap. Deze woningen zijn te zien in figuur 2.6. Met de gele pijl is aangegeven waar de nieuwe woning aan de Zomereik beoogd is.

vfjháJ i * 'lŕ

'Wrĩ-k èss-tì Figuur 2.6 Foto huizen aan de Oranjestraat met 2 bouwlagen en een kap (Bron: Google Maps)

2.2

Toekomstige situatie

Er zal een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd worden ter plaatse van de huidige achtertuinen van Oranjestraat 67, 69 en 71, naast Zomereik 1. Figuur 2.7 toont het gebied dat zal worden ontwikkeld tot een zelfstandig woonperceel. Deze is eveneens opgenomen in het principeverzoek in Bijlage 1 Principeverzoek Zomereik Best van voorliggend bestemmingsplan.

19/118

\

\

207 m2

Figuur 2.7

\

Inrichtingstekening toekomstige situatie ingezoomd (Bron: NBArchitecten)

Op de schets is voor de vrijstaande woning een goothoogte van 6,1 meter getekend en een bouwhoogte van 10,1 meter. De breedte van het huis bedraagt 20 meter met aan de linkerkant een garage van 5,5 meter breed. De diepte van het huis bedraagt 10 meter met aan de achterkant een open tuinkamer van 5 meter diep. De getekende dakhelling bedraagt 45 graden.

20/118

In figuur 2.8 t/m 2.10 zijn de plattegronden van de nieuwe vrijstaande woning weergegeven.

P^lwRiĚläPPp

PPP1

HUSH

ľįĵ eü

plattegrond begane grond entree

garderobe zithoek

«bm

FES UUS

eettafel keuken werkruimte

garage/berging overdekt terras

® roioxc: ® ® ©' Figuur 2.8 Plattegrond

begane grond (Bron: NBArchitecten)

plattegrond verdieping en zolder 12

overloop

13

kleedkamer/inloopkast

14

slaapkamer

15

slaapkamer

16

slaapkamer

17

toilet

18

badkamer

19

overloop zolder

20

bergruimte

21

wasruimte/bergruimte

o

®*®-©«

21/118

Figuur 2.9 Plattegrond verdieping en zolder (Bron: NBArchitecten)

plattegrond kelder

Figuur 2.10 Plattegrond kelder (Bron: NBArchitecten)

doorsnede

®®® -0^ Figuur 2.11 Doorsnede woning (Bron: NBArchitecten)

22/118

In de figuren 2.12 t/m 2.14 zijn de concept sfeerimpressie beelden weergegeven. voorgevel

. 4 pŕjļļ*

"v:?"

''

'j*wî3 lír ■İm*i

;Š2ĵįį nKbka

Figuur 2.12 Concept Impressie oprit (Bron: NBArchitecten) impressie oprit 35 9

i

ţįįB&P

Figuur 2.13 Concept Impressie oprit (Bron: NBArchitecten)

23/118

impressie achtergevel

IP

'

įÇ

Figuur 2.14 Concept Impressie achtergevel (Bron: NBArchitecten) De bouwmassa sluit aan bij de andere vrijstaande woningen in de Zomereik. De typologie van twee bouwlagen met kap past bij de gemêleerde bebouwing aan de Oranjestraat. De realisatie van een vrijstaande woning op een ruime kavel van 639 m2 is ruimtelijk-stedenbouwkundig aanvaardbaar.

24/118

Hoofdstuk 3 3.1

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Het relevante regionale beleid is opgenomen in paragraaf 3.4. Tot slot wordt in paragraaf 3.5 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: * dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; * * * * * * *

met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten. dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving.

Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot

25/118

aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: *

Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving.

* *

Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte.

Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: * Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit * Ruimte voor overgang naar een circulaire economie * Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden * Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied van Best past binnen de belangen van de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR.

Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het plangebied zijn geen voorwaarden van toepassing op basis van het Barro.

26/118

3.2.3

Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro)

Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. De grens van een stedelijke van een stedelijke ontwikkeling ligt bij woningen op basis van jurisprudentie op circa 11-14 woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking bestaat uit twee stappen: de eerste stap bestaat uit het aantonen van de behoefte voor de beoogde ontwikkeling. Voor de tweede stap wordt er in beginsel vanuit gegaan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dit nadrukkelijk gemotiveerd te worden in de toelichting van het bestemmingsplan. Toetsing De toevoeging van één nieuwe woning binnen bestaand stedelijk gebied, is geen stedelijke ontwikkeling (uitspraak Raad van State van 16 september 2015, zaaknummer 201501297). Derhalve is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. 3.2.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het Rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zin vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: * Werken aan de Brabantse energietransitie * Werken aan een klimaatproof Brabant * Werken aan de slimme netwerkstad * Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing Stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Herbestemmen wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.

Hier liggen namelijk de kansen om de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar te realiseren. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij.

27/118

3.3.2

Interim omgevingsverordening Noord-Brabant

Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Nood-Brabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen. Het volgende artikel is relevant voor de beoogde ontwikkeling.

Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen 'stedelijk gebied' en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Toetsing Het 'stedelijk gebied' zoals gehanteerd door de provincie bestaat uit het 'stedelijk concentratiegebied' en de 'kernen in landelijk gebied'. Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'stedelijk concentratiegebied' zoals gehanteerd binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en weergegeven in figuur 3.1.

Binnen deze gebieden kan worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere voorzieningen om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen. Binnen het stedelijk gebied liggen verschillende mogelijkheden voor inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik.

28/118

De ontwikkeling kan daarnaast ook gezien worden als duurzame stedelijke ontwikkeling. Het terrein wordt herontwikkeld tot een woongebied waarbij nieuwe, duurzame en gasloze, bebouwing wordt gerealiseerd. De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. De openbare ruimte wordt zodanig ontworpen, dat deze levensloopbestendig wordt uitgevoerd en dat deze toegankelijk is voor verschillende doelgroepen, waaronder starters en senioren. Verder zullen maatregelen getroffen worden ten behoeve van de benodigde watercompensatie. Het mogelijk toepassen van halfverharding bij de parkeerplaatsen is daarbij voorzien. Daarnaast wordt er voldoende groen aangelegd als infiltratiemogelijkheid voor regenwater.

Kaart 3: limructl*r*g«lí gtmtanttn; *ttdtli|k«

ontwikkeling en erfgoed Concentratiegebied Thema: verstedelijking Gebiedsbegrenzing: exact

!Tp—íhttdf

m ma

•..1 — l

■Ml

Stedenjk gebied Thema: verstedelijking Gebiedsbegrenzing: exact verstedelijking afweegbaar ^ Thema: verstedelijking ----- Gebiedsbegrenzing: exact

Figuur 3.1 Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant met plangebied in stedelijk concentratiegebied (Bron: Provincie Noord-Brabant) De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap. In de kernen in het landelijk gebied hanteert de provincie als uitgangspunt dat er alleen voorzieningen worden gevestigd die qua aard, schaal en functie passen. Dit zijn voorzieningen met een lokaal verzorgingsgebied. De kernen in het landelijk gebied bouwen voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'.

29/118

3.3.3 Bevolkings- en woningbehoefteprognose 2017 De provincie Noord-Brabant heeft in 2017 de bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. Vergeleken met de vorige prognoses ligt zowel de groei van de Brabantse bevolking als de groei van de woningvoorraad in de nieuwe prognose hoger. Hierbij spelen de naar boven toe bijgestelde levensverwachting en de sterke huishoudensgroei (onder invloed van de vergrijzing en de individualisering) een grote rol. In lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid concentreert de groei van de woningvoorraad zich in de stedelijke gebieden. Voor de gemeenten in het landelijk gebied gaat de provinciale prognose uit van het principe dat die gemeenten bouwen voor de eigen natuurlijke bevolkingsaanwas (migratiesaldo-nul). In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente een indicatie gegeven van de benodigde toename van de woningvoorraad. Deze programmeringsindicatie is richtinggevend voor de regionale woningbouwafspraken. Voor de gemeente Best wordt voor de periode 2017-2029 uitgegaan van een indicatieve gemiddelde toename van de woningvoorraad met 1.420 woningen. Met dit bestemmingsplan wordt één woning mogelijk gemaakt. 3.3.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het provinciaal beleid.

3.4

Regionaal beleid

3.4.1

Afsprakenkader Wonen Stedelijk Gebied Eindhoven

In 2017 is in de negen gemeenten van het Stedelijk Gebied Eindhoven (hierna SGE) het Afsprakenkader Wonen vastgesteld en bekrachtigd. Dit is inmiddels geactualiseerd in 2022. Daarnaast is in 2018 de SGE Visie op Wonen in de 9 gemeenten vastgesteld. Ten slotte is in maart 2019 een Woondeal gesloten tussen het SGE, het ministerie van BZK en de provincie Noord-Brabant. De belangrijkste uitgangspunten van het Afsprakenkader 2022 en de Visie op Wonen zijn de navolgende : a. We geven ruim baan aan initiatieven die uitgaan van herstructurering, transformatie en inbreiding. Dit betreft de locaties binnen het Stedelijk gebied zoals dat is aangegeven in de provinciale verordening. b. Geen nieuwe uitleglocaties tenzij het portefeuillehoudersoverleg hierover een unanieme beslissing neemt. c. Voor grotere projecten geldt dat een instemming van het SGE portefeuillehoudersoverleg wonen nodig is voordat een bestemmingsplan in procedure wordt gebracht. Het portefeuillehoudersoverleg baseert zich op het advies van het onafhankelijke SGE coördinatieteam wonen. Voor Veldhoven is dit vanaf 75 woningen. d. We monitoren de woningbouwontwikkelingen kwantitatief en kwalitatief. e. In principe beschouwen we de kwantitatieve provinciale prognoses 2021/22 als richtinggevend op het niveau van het Stedelijk Gebied.

Hierbij maken we zo optimaal mogelijk gebruik van de ruimte die de Brabantse Agenda Wonen biedt. Dit onderdeel is deels achterhaald door het sluiten van de Woondeal. Er zijn 7 Brainport Principes: 1. Koesteren van identiteit; 2. Ruimte voor innovatie; 3. Vraaggericht ontwikkelen; 4. Invloed voor bewoners; 5. Aantrekkelijke en gevarieerde woonmilieus;

30/118

6. Benutting regionaal schaalniveau; 7. Gezonde verstedelijking. Doelen die moeten worden behaald zijn: * van concurreren op kwantiteit naar samenwerken op kwaliteit; * Kwaliteitsverbetering (nieuwbouw-)woningaanbod in het gehele SGE; De principes gelden overal, maar het resultaat kan verschillend zijn (zgn. Level Playing Field) * Stap naar een completer en diverse woningaanbod in het SGE; * Woningbouwprojecten meer nadrukkelijk een bijdrage laten leveren aan de "gezonde, slimme en duurzame stad". Hoe gaan we dat doen? * *

Gezamenlijk de lat hoog leggen - gezamenlijke ambitie met zo hoog mogelijk kwaliteitsniveau voor nieuwbouwwoningen; Elkaar èn bouwers/ontwikkelaars prikkelen: "we doen niet meer wat we deden, vanaf vandaag gaan we het anders doen".

Toetsing 1. Bij het opstellen van het bouwplan zal rekening worden gehouden met de karakteristieken van de omgeving van het plangebied zodat de woning qua maat en schaal past in de omgeving. 2. Er worden PV-panelen in het dak verwerkt om eigen duurzame energie op te wekken. 3. Er is veel vraag naar woningen in Best. Het plangebied is een mooi voorbeeld van een inbreidingslocatie waarbij gedeeltes van 3 diepe achtertuinen worden gebruikt om een nieuwe woning op te realiseren. 4. Er zijn met alle directe omwonenden gesprekken gevoerd. De getekenden omgevingsdialogen zijn te vinden in Bijlage 6 t/m Bijlage 12. 5. Aan de Zomereik in Best staan vrijstaande huizen in gevarieerde stijlen. De beoogde woning past qua maat in deze straat. 6. Best ligt erg centraal. Vanuit de nieuwe woning is de A2 snel te bereiken. 7. Deze inbreidingslocatie past binnen een gezonde verstedelijking. 3.4.2 Conclusie Deze ontwikkeling houdt

3.5

rekening met de Brainport Principes.

Gemeentelijk beleid

3.5.1 Omgevingsvisie Best 2040: dorp van formaat De Omgevingsvisie Best 2040 is in januari 2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In de omgevingsvisie wordt een beeld van de gemeente Best in 2040 geschetst en worden de trends en ontwikkelingen die op de gemeente afkomen beschreven. Daaruit zijn drie integrale kernopgaven geformuleerd: * Ruimte voor comfortabel wonen; * Versterken van de groene leefomgeving; * Bouwen aan een vitale en schone economie.

31/118

De kernopgave 'Ruimte voor comfortabel wonen' is van toepassing op het planvoornemen van de woning aan de Zomereik. Op de verbeelding van de kernopgave (figuur 3.2) is te zien dat het plangebied in een zone ligt met de aanduiding 'gezonde, duurzame en inclusieve wijk'.

NV Gezonde, duurzame en inclusieve wijken

Ontwikkelen aantrekkelijke stedelijke woonmilieus Toevoegen groenstedelijke woonmilieus door dorpsuitbreidirg

Ruimte voor kleinschalige herontwikkeling buitengebied

Ruimte voor evenementen en activiteiten

Figuur 3.2

Het plangebied (blauw vierkant) ligt in de zone 'Gezonde, duurzame en inclusieve wijken', kernopgave

'Ruimte voor comfortabel wonen' (Bron: Omgevingsvisie Best 2040) De ambities voor 2040 die van toepassing zijn op het planvoornemen zijn: * Best ontwikkelt zich verder als comfortabele woongemeente, met een diversiteit aan woningen en woningmilieus; * *

De woningvoorraad en fysieke leefomgeving zijn duurzaam, aangepast aan het veranderende klimaat en dragen positief bij aan de energietransitie en circulaire economie; Best zet in op herontwikkeling en transformatie van bestaand stedelijk gebied en het buitengebied.

Toetsing Er is een grote vraag naar woningen in Best. Het planvoornemen voorziet in de mogelijk tot het realiseren van één woning binnen bestaand woongebied. Het is een goed voorbeeld van inbreiding waarbij de achterste delen van drie grote achtertuinen worden beschikbaar gesteld voor de bouw van een nieuwe woning. De onbebouwde ruimte wordt hierdoor zorgvuldig gebruikt. Bij het opstellen van het bouwplan zal rekening worden gehouden met de karakteristieken van de omgeving van het plangebied zodat de woning qua maat en schaal past in de omgeving. In paragraaf 4.14 staat beschreven op welke manieren de woningen bijdraagt aan de energietransitie, onder andere door de PV-panelen in het dak. Het extra verhard oppervlak zal bij het realiseren van deze woning niet boven de 500 m2 uitkomen (waterparagraaf 4.12). Daarmee staat het planvoornemen de doelstellingen van de structuurvisie niet in de weg. In een eerder stadium is reeds beoordeeld dat er hier sprake is van een ruimtelijk aanvaardbare ontwikkeling. Onder de huidige omstandigheden zijn er geen redenen hiervan af te wijken.

32/118

3.5.2 Woonvisie gemeente Best 2017 De Woonvisie van de gemeente Best 'Wonen met visie' is op 6 maart 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In de nieuwe Woonvisie worden nieuwe keuzes op het vlak van volkshuisvesting voor de komende jaren gemaakt. De Woonvisie gaat specifiek op een aantal aandachtspunten, namelijk: * regionaal bouwperspectief; * rol van woningcorporaties; * een evenwichtige verdeling tussen huur en koop; * uitbreiding van het woningbestand met gemiddeld 160 woningen per jaar; * starters; * stimuleren van CPO projecten; * maken van afspraken met woningcorporaties over betaalbare woningen voor sociaal zwakkere. De gemeente Best zet tevens nadrukkelijk in op kwalitatieve toevoeging van woningen. De nieuwe ruimtelijke koers van Best biedt de mogelijkheid voor kwalitatieve toevoeging in bestaand gebied door herstructurering of transformatie, maar laat ook ruimte voor verdunning en toevoegen van groen of parkeren. Groeien in inwonersaantal is geen doel op zich. Beide kwaliteiten van Best (het stedelijk voorzieningenniveau en de dorpse woonwijken) kunnen nog versterkt worden. In de komende 10 jaar gaat de gemeente het woningbestand uitbreiden met 1.600 woningen. Deze uitbreiding vindt vooral plaats in Steegsche velden, Dijkstraten, Aarle en door particuliere initiatieven (vaak inbreidingslocaties).

Toetsing Het initiatief valt binnen de woonvisie onder een kwalitatieve toevoeging binnen het bestaand stedelijk gebied. De grootste toekomstige opgave is niet het bouwen van nieuwe locaties maar het transformeren en intensiveren van bestaande locaties. Op deze wijze kan slim gebruik worden gemaakt van de bestaande ruimte. Bij de ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied is het belangrijk dat er vraag bestaat naar de beoogde toekomstige bestemming. In de woonvisie staat omschreven dat in de gemeente Best 28% van de woningvoorraad in het duurdere segment valt, terwijl er een vraag van 30% bestaat. Er is dus ruimte voor uitbreiding in de woningvoorraad en er bestaat voldoende vraag naar dit type woningen. Een van de uitgangspunten uit de woonvisie is dat de 40% van de huidige sociale woningvoorraad minimaal gehandhaafd blijft. Middels onderhavig initiatief wordt niet aan dit vereiste voldaan. Gezien de stedenbouwkundige structuur van het gebied waarin het plan gelegen is en de opbouw/samenstelling van de wijk is het op deze plek meer voor de hand liggend om uit te gaan van nieuwbouw van een vrijstaande woning zonder sociale component. Geconcludeerd kan worden dat er bij deze ontwikkeling rekening gehouden wordt met de verschillende aspecten uit de woonvisie van de gemeente Best waardoor het project bij deze woonvisie aansluit.

3.5.3 Uitvoeringsprogramma Lucht 2015-2020 Het Uitvoeringsprogramma Lucht 2015-2020 is een vervolg op het Inventarisatierapport Luchtkwaliteit 2008 en het Luchtkwaliteitsplan 2009 en geeft invulling aan de daarin gestelde doelen. Tevens geeft het invulling aan het beleidsakkoord 2014-2018 en het Milieubeleidsplan dat de raad heeft vastgesteld. Het Uitvoeringsprogramma Lucht schetst het actuele beleid van regelgeving, beleid en getroffen maatregelen omtrent luchtkwaliteit. Daarnaast geeft het een overzicht van de SAB 16 maatregelen voor de komende vijf jaar met een positieve bijdrage op de luchtkwaliteit en een gunstig effect op de gezondheid.

33/118

Met het Uitvoeringsprogramma Lucht wil de gemeente bereiken dat: * de concentraties (ultra)fijnstof (PM10; PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) onder de wettelijke norm blijft; * luchtkwaliteit structureel wordt meegenomen in de besluitvorming omtrent ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen ten aanzien van wonen en werken; * *

kwetsbare groepen niet worden gehuisvest op nieuwe locaties waar sprake is van hogere concentraties luchtverontreinigende stoffen, in casu drukke (snel)wegen; door communicatie, voorlichting, acties en maatregelen de bijdrage van inwoners, bedrijven en gemeente aan een verbetering van de luchtkwaliteit toeneemt.

Toetsing Onderhavig plan wordt in paragraaf 4.9 getoetst aan het haalbaarheidsaspect luchtkwaliteit. Uit deze toetsing volgt dat het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook blijkt er geen sprake te zijn van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Daarmee vormt het aspect lucht geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 3.5.4 Welstand met beleid 2003 Beeldkwaliteit gaat over planologische aspecten in combinatie met randvoorwaarden voor de architectuur. De planologische aspecten zijn verwerkt in de regels van het bestemmingsplan met bijbehorende verbeelding. Met deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de randvoorwaarden voor de architectuur. Op 29 september 2003 heeft de raad van Best de nota 'Welstand met beleid' vastgesteld waarin is bepaald dat voor nieuwe ontwikkelingen pas concrete criteria worden opgenomen wanneer een project actueel wordt. Toetsing Omdat het hier een bestemmingsplan voor een ontwikkeling betreft, is ervoor gekozen om de beschrijving als onderdeel van de beeldkwaliteit in paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan op te nemen om deze vervolgens te laten vaststellen op grond van artikel 12a van de Woningwet.

De welstandscriteria zullen in de vorm van een beleidsregel op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden geformaliseerd. Bij de opstelling ervan is rekening gehouden met het vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenste beeld van de bebouwing. Hiermee ondersteunen de planologische regels de (welstands)criteria en omgekeerd. Bij de beoordeling of een bouwwerk voldoet aan 'redelijke eisen van welstand' wordt eveneens acht geslagen op de architectonische kwaliteit van het ontwerp op zichzelf. Hierbij gelden de criteria zoals die 'objectief' uit de architectuur kunnen worden afgeleid. 3.5.5 Conclusie Het gemeentelijk beleid staat de uitvoerbaarheid van onderhavig plan niet in de weg.

34/118

Hoofdstuk 4 4.1

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.2.1 Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: * * *

de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.

Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. 4.2.2

Toetsing en conclusie

In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van één extra woning in het bestaand stedelijk gebied van Best. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde. Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden.

35/118

Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.

4.3

Verkeer en parkeren

De ontwikkeling zal leiden tot veranderingen op het gebied van verkeer en parkeren. In deze verkeersparagraaf wordt ingegaan op de verkeerskundige gevolgen van deze ontwikkeling. 4.3.1

Verkeersstructuur

Gemotoriseerd verkeer De toekomstige woning is gelegen aan de Zomereik, dit is een erftoegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/u. De Zomereik komt in het zuiden uit op de Oranjestraat, deze straat heeft een wijkontsluitende functie en vormt daarmee ook een belangrijke ontsluiting voor het plangebied. In oostelijke richting sluit de Oranjestraat aan op de Oude Rijksweg, een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/u. Openbaar vervoer Op slechts 4 minuten fietsen is het station van Best te bereiken. Vanaf hier zijn Eindhoven, Tilburg en 's-Hertogenbosch per trein te bereiken. Langzaam verkeer Op de Zomereik, Oranjestraat en omliggende erftoegangswegen maken fietsers gebruik van dezelfde rijbaan als het gemotoriseerd verkeer. De gebiedsontsluitingsweg de Oude Rijksweg heeft ten noorden van de Oranjestraat vrijliggende fietsvoorzienngen. De Oranjestraat is voorzien van ruime trottoirs aan beide zijden van de weg. De Zomereik heeft aan één kant een trottoir welke smal is en wordt onderbroken door bomen. 4.3.2

Parkeren

De gemeente Best heeft de thema's archeologie en parkeren juridisch-planologisch vastgelegd in het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie'. In dit paraplubestemmingsplan is ten aanzien van parkeren vastgelegd dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning enkel wordt verleend indien vaststaat dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Dit dient overeen te komen met de normen uit de 'Nota Parkeernormen 2022'. De regeling uit het paraplubestemmingsplan ten aanzien van parkeren is ook in onderhavig bestemmingsplan opgenomen. In deze parkeernota is vastgelegd dat voor een vrijstaande woning in 'restant bebouwde kom' een parkeernorm van 2,0 geldt. Om de parkeerbehoefte voor de ruimtelijke ontwikkeling vast te kunnen stellen dient ook rekening te worden gehouden met de correctiefactor die geldt bij de functie wonen. Indien hiermee rekening wordt gehouden, kan middels het realiseren van bijvoorbeeld een dubbele oprit zonder garage voorzien worden in de parkeerbehoefte. Toetsing Er is voldoende ruimte aanwezig voor parkeren op eigen terrein in het plangebied. Binnen het plangebied zullen minimaal 2 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. Op figuur 2.8 en op de sfeer impressie beelden op figuur 2.11 en 2.12 is te zien dat er aan de ruime oprit 2 parkeerplaatsen worden gerealiseerd.

36/118

4.3.3

Verkeersgeneratie & verkeersafwikkeling

Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Toetsing Onderhavige ontwikkeling richt zich op het bouwen van één vrijstaande woning. Gelet op het feit dat het plangebied aan de rand van het centrum ligt, wordt gesteld dat de kencijfers voor 'restant bebouwde kom' aangehouden kunnen worden. De gemeente Best wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een 'matig stedelijk' gebied. Dit tezamen maakt dat als gevolg van de ontwikkeling van de woning gemiddeld 8,2 extra verkeersbewegingen (minimaal 7,8 en maximaal 8,6) per etmaal zullen ontstaan. Dit extra verkeer kan worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 4.3.4 Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer en per openbaar vervoer. De parkeerbehoefte kan worden voorzien binnen het plangebied. De toekomstige verkeersgeneratie kan goed worden afgewikkeld op de omliggende wegen. De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkelingen dan ook niet in de weg.

4.4

Milieuhinder

4.4.1

Normstelling en beleid

In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: * ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; * rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. 4.4.2

Toetsing

In de beoogde situatie wordt één woning gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure. In het gebied zijn voornamelijk woningen gevestigd, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als 'rustige woonwijk'.

37/118

In tabel 4.1 is een overzicht te vinden van bedrijfsbestemmingen in de omgeving van het plangebied. Uit de tabel blijkt dat aan alle richtafstanden wordt voldaan. Tabel 4.1

Overzicht bedrijfsbestemmingen in de omgeving van het plangebied

Bedrijf/bestemming

Milieucategorie

Richtafstand

Afstand tot plangebied

Dienstverlening (Oranjestraat 75 en 75A)

1

10

35

Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf (Oranjestraat 87 3.1 en 89)

100

110

Garagebedrijf (Oranjestraat 95)

2

30

175

Groothandel in bouwmaterialen (Oranjestraat 100)

3.1

100

135

4.4.3 Conclusie Er wordt aan de richtafstanden voldaan. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven belemmerd en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.5

Archeologie en cultuurhistorie

4.5.1 Archeologie Normstelling en beleid Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing De gemeente Best heeft archeologisch beleid opgesteld. Bij dit archeologische beleid behoort onder andere een archeologische beleidskaart en een archeologische verwachtingen en waardenkaart. Ter plaatse van het plangebied geldt volgens deze kaart geen archeologische verwachting, zoals te zien is in figuur 4.1

38/118

■Vj Legenda 'í/ Mogelijk verstoofde ondergrond

| Categorie 3 Gebied met hoge verwachting (Histor

I™ | Categorie 1 Archeologisch monument

Categone 4: Gebied met hoge verwachting

| Categorie 2 Gebied van archeologische waarde jj^ļ —Topografie

Categorie 5 Gebied met middelhoge verwachting

U Esdekken en agransch bestemde gronden ,

Categroie 6: Gebied met lage verwachting

ļĵ Categorie 7 Gebied zonder archeologische verwachting [] Water f*“| Gemeentegrens

Figuur 4.1 Archeologische beleidskaart met plangebied aangeduid met gele punt, in categorie 7: gebied zonder archeologische verwachtingfBron: Gemeente Best)

39/118

4.5.2

Cultuurhistorie

Normstelling en beleid Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing Na raadpleging van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant (figuur 4.3) blijkt het plangebied niet aangewezen is als cultuurhistorisch waardevol gebied. Wel ligt het plangebied aan een historisch geografische straat met redelijke hoge waarde. Met de realisatie van de nieuwe woning aan de Zomereik zal er geen afbreuk worden gedaan aan het bestaande tracé van de Zomereik. De historisch geografische waarden worden niet aangetast.

-O

H ítor sche gec-c'fi* e

Za i H D 0: -* :ř

|k hoog

II Over ge cultuurh .stoïsche informatie Rijk* R j lesmonumenten

Beschermde stads en dorpsges chten

Verrenbest

Archeolog ische monumenten

Indicat eve A'cheolog sche waarde

Salderes

i r'ov ncaa ceiang cultuurh storie Keg o

Comp ex van cultuurh stor sch belang

A'cheolog sche landscnaooen

Cultuurhistorsche waardevol geb ed

Cuituurhictor sche landschappen

■’■äŴ, Uisstr,

Figuur 4.2 Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant met plangebied in roze vierkant aangeduid (Bron: provincie Noord-Brabant) 4.5.3 Conclusie De aspecten archeologie en cultuurhistorie vormen geen belemmering voor het planvoornemen.

40/118

4.6

Geluid

4.6.1

Normstelling en beleid (algemeen)

De Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit vormen het wettelijk kader voor de beoordeling van geluid voor wegen, windturbines en bedrijven. In de Wet geluidhinder zijn normen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai (industrieterreinen) opgenomen. In het Activiteitenbesluit zijn normen voor individuele inrichtingen en windturbines opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente nog beleid ten aanzien van evenementen. 4.6.2 Wegverkeerslawaai Normstelling en beleid Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan.

De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situaties bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh. Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/u bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelastingen aan de normstellingen uit de Wgh. In voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van een aftrek van 5 dB. Resultaten 30 km/uur Zoals gesteld zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/h of lager op basis van de Wgh niet-gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven.

Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidsbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn. Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen.

41/118

Vanuit dat oogpunt wordt de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de uiterste grenswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. In dit kader is rekening gehouden met de ligging van het plangebied langs de Hemelrijken en Kerkstraat. Op deze wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Toetsing Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Rijksweg A2. Daarom is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het rapport is te vinden in Bijlage 2. Het plan is tevens gelegen aan de 30 km/uur weg Zomereik. Rijksweg A2 Voor de gezoneerde weg Rijksweg A2 geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde niet aan de orde. 30 km/uur wegen De geluidbelasting van de 30 km/u wegen is zodanig laag dat ook met de invloed van deze wegen sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Aangezien voor onderhavige woning geen sprake is van een procedure hogere waarde wordt een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels niet noodzakelijk geacht. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een goed akoestisch woonen leefklimaat gewaarborgd.

Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.6.3

Inrichtingslawaai

Het plan ligt niet binnen de geluidzones van gezoneerde industrieterreinen. Daarnaast heeft de nieuwe woning geen belemmerde invloed op de bedrijfsvoering van omliggende bedrijven. Tussen de nieuwe woning en de omliggende bedrijven liggen al verschillende burgerwoningen. Dit staat in paragraaf 4.4 onderbouwd middels de richtafstanden van de VNG. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.6.4 Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorweg. Railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan. 4.6.5 Conclusie Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

42/118

4.7

Geur

4.7.1 Normstelling en beleid De Wet geurhinder en veehouderij betreft een wet waarmee de nationale regels inzake geurhinder te opzichte van de tot de veehouderijen behorende dierenverblijven vastgesteld zijn. De Wet geurhinder en veehouderij heeft tot doel het beschermen van mens en milieu tegen de negatieve effecten van de geurbelasting, onder andere als gevolg van emissies door bedrijven. Met de in de Wet geurhinder en veehouderij opgenomen grenswaarden moet rekening gehouden worden bij beslissingen in het kader van de Wet milieubeheer. Nieuwe knelpunten moeten worden voorkomen. In de Wet geurhinder een veehouderij zijn grenswaarden opgenomen voor de geurbelasting die een veehouderijbedrijf op en geurgevoelig object (bijvoorbeeld een woning) mag veroorzaken. Tevens gelden volgens de wet minimale afstanden tot woningen van derden. De grenswaarden worden weergegeven in odour units per vierkante meter lucht (ouE/m3). Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen de ligging van een veehouderijbedrijf binnen of buiten de concentratiegebieden en de ligging van de veehouderijbedrijven binnen of buiten de bebouwde kom. 4.7.2

Toetsing

Er ligt geen intensieve veehouderij in de nabijheid van het plangebied, in ieder geval al niet binnen 2,5 kilometer van het plangebied. De nieuwe woning ondervindt geen geur belemmering door intensieve veehouderijen. 4.7.3 Conclusie Het aspect 'geur' vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

4.8

Externe veiligheid

4.8.1

Normstelling en beleid

Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: * *

Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen.

Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12352176/1