23005.9 - Bijlage Toelichting - Quickscan Flora an fauna
Tekst van het document
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98 te Best
a Lomans
Archiefexemplaar van
BL22-23835
-
®
Ecoworks
Bijlagen toelichting bestemmingsplan Oirschotseweg ong. (nabij 96, 98)
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98
Status:
Concept
In opdracht van: H. van de Laar
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) A. van
de Laar
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) J. van Gestel
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) Contactpersoon: Guido
Bosmans
Crijns rentmeesters bv Uitgevoerd door: Lomans
Ecoworks
Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren
Veldwerk en rapportage: M.
Lomans
Projectnr: 2119 Datum:
21-06-2020
Betrouwbaarheid
Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van
beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
Inhoud 1. INLEIDING
1.1 Aanleiding . 1.2 Kader van het
onderzoek.
1.3 Doelstelling onderzoek. 2. BESCHRIJVING
PLANGEBIED.
2.1 Ligging en beschrijving plangebied… 2.2 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling… 2.3 Foto- impressie plangebied. 3. WERKWIJZE 4. NATUURBESCHERMING
IN NEDERLAND
….
4.1 Soortenbescherming . 4.2 Gebiedsbescherming… 4.3 Bescherming van houtopstanden . 5. RESULTATEN
ONDERZOEK
SOORTENBESCHERMING...
5.1 Flora.
5.2 Vogels . 5.3 Landzoogdieren grondgebonden… 5.4 Vleermuizen .
5.5 Ongewervelden… 5.6 Vissen, reptielen en amfibieën 6. RESULTATEN 6.1 Natura
ONDERZOEK
GEBIEDSBESCHERMING
…
2000
6.2 Natuurnetwerk Brabant/ Ecologische hoofdstructuur. 6.3 Overige provinciale beschermingszones … 6.4 Houtopstanden … 7. SAMENVATTING
EN CONCLUSIE
8. AANBEVELINGEN
…
9. GERAADPLEEGDE
BRONNEN
.
Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, ‘Andere soorten’ Bijlage 4. Vrijgestelde soorten Bijlage 5. Overzicht levering gegevens uit de Nationala Databank Flora en Fauna
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
1.
INLEIDING
_
Aanl
11
Een drietal initiatiefnemers zijn voornemen om de [ocatie Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98 in Best te herontwikkelen. Hiervoor wordt het geldende bestemmingsplan herzien. Crijns rentmeesters te Someren begeleidt de initiatiefnemers tijdens de te doorlopen planologische procedure. Ten behoeve van de ruimtelijke onderbouwing voor het nieuwe bestemmingsplan dient een quickscan
Flora en fauna (een verkennende natuurtoets) uitgevoerd te worden. Aan Lomans Ecoworks is door de initiatiefnemers opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.
12
Kader van het onderzoek
Projecten of handelingen dienen te worden getoetst aan de wet- en regelgeving voor natuur. De natuurbescherming in Nederland bestaat uit de volgende kaders: e _ Wet natuurbescherming: o° Soortenbescherming o
Gebiedsbescherming
©
Houtopstanden
e o
Provinciale verordening: Natuurnetwerk Nederland (NNN)
° Gemeentelijke regelgeving: o _ APV bomenkap
13
Doelstelling van het onderzoek
Middels dit verkennende onderzoek wordt een eerste inzicht verkregen in de mogelijke effecten op
beschermde natuurwaarden in en om het plangebied en de mogelijke vervolgstappen die moeten worden ondernomen met betrekking tot aanvullend veldonderzoek, nader effectonderzoek en nadere procedures.
Het doel van dit onderzoek is het vaststellen/uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen Natura 2000- gebieden, gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland en houtopstanden die op basis van de Wet natuurbescherming zijn beschermd.
Indien de beoogde ontwikkeling kan Ieiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden
overtreden.
Lomans
Ecoworks
kscan Flora en fc
a Oirschotseweg nab\
2.
BESCHRIJVING
PLANGEBIED
21
Ligging en beschri
g plangebied
Het plangebied Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98 te Best ligt ten noordwesten van de bebouwde kom van Best in het buitengebied. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan open agrarisch landschap. Aangrenzend aan de oostzijde liggen de achtertuinen van de woningen aan de Sint
Franciscusweg. De Oirschotseweg vormt de zuidelijke begrenzing van het plangebied en ten westen ligt een manegebedrijf.
Figuur 1. Globale begrenzing (oranje) plangebied Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98 te Best en ligging in de omgeving.
Bron: Google Earth.
Het plangebied bestaat uit onbebouwde agrarische percelen met tussenliggend de locatie Oirschotseweg 98 en in de zuidoosthoek de locatie Oirschotseweg 96. Op het adres Oirschotseweg 98 is sprake van een woonhuis met bijgebouwen in een groene setting. Op het adres Oirschotseweg
96 bestaat de bebouwing uit een woonboerderij en een veldschuur. Rondom de woonboerderij ligt een groene tuin met vijver, hagen, struwelen, solitaire bomen en een veldschuur. Een deel van de agrarische percelen binnen het plangebied is doorsneden met een rij knotwilgen, verder is opgaand groen aanwezig in de vorm van enkele solitaire zomereiken.
Lomans Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
22
Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 4 nieuwe woningen. Op het perceelnummer kadastraal bekend als Best sectie K, nummer 225 zullen 3 woningen met bijgebouw worden opgericht en op het zuidelijke deel van perceelnummer 4603 wordt één vrijstaande woning beoogd. Op de locatie Oischotseweg 96 zal de veldschuur worden afgebroken en herplaatst op het perceel.
Het noordelijke deel van het plangebied wordt bestemd voor nieuwe natuur. De nieuwe woningen worden landschappelijk ingepast met bomenrijen, hagen en ruime groene tuinen.
Figuur 2. Schets beoogde ontwikkeling Oirschotseweg nabij 96 en 98 te Best.
Bron: Crijns rentemeesters.
In het noordelijke deel van het plangebied met oppervlakte van ruim 6000 m2, zijn de initiatiefnemers onlangs gestart met de aanleg van nieuwe natuur. Zo zijn er inheemse struweelhagen met 0.a. hazelaar, kornoelje en Gelderse roos aangelegd, bomenrijen (els en wilg) en bottelrozen aangeplant, bloemrijke graslanden ingezaaid en is een poel aangelegd. Op het perceel staan bijenkasten en zijn insectenhotels gebouwd.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
23
_
Foto- impressie plangebied
Indruk van de te verplaatsen kapschuur Oirschotseweg 96.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
Zicht op de noordoostzijde van het plangebied en zicht op de nieuwe natuur kijkrichting noordwest.
De ingezaaide bloemrijke percelen en de poel vanuit noord, kijkrichting zuid, met op de achtergrond de nieuwbouwkavels omheind met wilgenrijen.
Zicht op het plangebied vanuit de noordwesthoek en vanuit de noordwesthoek kijkrichting zuid.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
3.
WERKWIJZE
De quickscan bestaat uit een bronnenonderzoek, een verkennend veldbezoek en een biotoopgeschiktheidsbeoordeling. Bronnenonderzoek
In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied en directe omgeving en gebiedsgerichte bescherming. Voor het soortenonderzoek is 0.a. gebruik gemaakt van actuele verspreidingsgegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF), diverse verspreidingsatlassen, soort specifieke literatuur en kennisdocumenten. De bron van de NDFF gegevens die in deze rapportage worden vermeld betreft: NDFF - quickscanhulp.nl 12 juni 2021. Voor de gebiedsgerichte bescherming is onderzoek uitgevoerd naar aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving, het betreft de Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (EHS). Daarvoor is 0.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en die van de provincie Noord- Brabant. Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 15 juní n de voormiddag. Het weer was bewolkt met een zwakke noordoosten wind bij een temperatuur van 20°C. Daarbij zijn de aanwezige biotopen in het
plangebied en directe omgeving opgenomen. Bij de biotoopgeschiktheidsbeoordeling worden de aangetroffen biotopen tijdens het veldbezoek en de waarnemingen uit het NDFF vergeleken met de habitatvereisten van beschermde soorten, waarop ingeschat kan worden welke soorten er potentieel voorkomen.
Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken.
Opmerking:
De quickscan flora en fauna is een toets van de ecologische potenties van de plangebied en directe omgeving en betreft geen volwaardig specifiek soortenonderzoek. Er zijn in dit onderzoek geen inventarisaties uitgevoerd van soorten en soortgroepen. Een ecologische inventarisatie bestaat uit meerdere veldbezoeken gedurende de voor de soortgroep meest gunstige periode van het jaar.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
4.
NATUURBESCHERMING
IN NEDERLAND
Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan.
Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in Soortenbescherming en Gebiedsbescherming.
4.1
_ SOORTENBESCHERMING
Beschermingsniveaus De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten:
1. 2.
3.
Alle van nature in Europa in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. Het derde beschermingsregime betreft: ‘Andere soorten,’ waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn.
Het zwaarste beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en welke hier als strikt beschermd worden aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten ‘Andere soorten’ geldt een zwakker beschermingsregime en kan per
provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In
de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier
ook kunnen broeden). Op alle vogels is het beschermingsregime van $ 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage Il en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van $ 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De ‘andere’ nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van & 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.
Lomans Ecoworks
'kscan Flora en fauna
Oirschotsew
96 en nab
10
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime soorten
Beschermingsregime andere
Vogelrichtlijn $ 3.1 Wnb
Habitatrichtlijn $ 3.2 Wnb
soorten $ 3.3 Wnb
Art3.1lid1
Art 3.5 lid 1
Art 3.10 lid 1a
Het is verboden
in het wild
levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.
Het is verboden soorten
in hun
natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijkte doden of te
Het is verboden
soorten
opzettelijkte doden ofte vangen
vangen Art3.1lid2
Art3.5
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen
Het is verboden de
Het is verboden
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen
voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of
Art 3.1lid
Art 3.5 lid 3
3
Het is verboden
eieren te
lid4
Art3.10
Niet van toepassing
Het is verboden eieren van
dieren in de natuur opzettelijk
hebben
te vernielen ofte rapen 4 en lid 5
Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Niet van toepassing
de vaste
te vernielen
rapen en deze onder zich te
Art3.1lid
lid 1b
Art3.5lid
Niet van toepassing
2
Het is verboden dieren
opzettelijk te verstoren
| Art3.5lid5
Art 3.10 lid 1c
Het is verboden
Het is verboden
plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied
plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied
opzettelijkte plukken en te
opzettelijkte plukken en te
verzamelen, af te snijden,te
verzamelen, af te snijden, te
ontwortelen
ontwortelen of te vernielen
of te vernielen
Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.
Lomans
Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
1
Jaarrond beschermde verblijfplaatsen Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als ‘vast’ kunnen
worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2} Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In
samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken.
Ontheffingsplicht en vrijstelling Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer
door het werken met een door het
ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of
ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden.
Een ontheffingsaanvraag wordt 0.a. beoordeeld op de volgende punten: e aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden e aanwezigheid van een wettelijk belang e de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben 0.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende
dieren.
Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die de soort heeft voor mensen. Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht s alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.
Lomans
Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
12
Rode lijsten Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit
zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.
4.2
GEBIEDSBESCHERMING
De gebiedenbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden e
Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden.
e
Natura
Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB). 2000
Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. ledereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat 0.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en
er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland
De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland s de opvolging
van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd i. De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2017. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of — landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.
ans Ecoworks
‘scan Flora en
fauna
Oirschotsewe
13
4.3
BESCHERMING
VAN
HOUTOPSTANDEN
Bos valt onder de Wet natuurbescherming als het gaat om beplantingen van bomen groter dan 10 are of als het een rijbeplanting betreft, uit meer dan 20 bomen bestaat. Alleen als bos buiten de
bebouwde kom ligt, valt het onder de Wet natuurbescherming. De gemeente kan voor de Wet natuurbescherming een andere ‘bebouwde kom Wet natuurbescherming’ vaststellen dan de bebouwde kom volgens de Wegenverkeerswet. Bomen op erven en tuinen en een rij wilgen of populieren op of langs landbouwgronden zijn uitgezonderd van de meldingsplicht. Verder is n de Wet natuurbescherming ruimte gecreëerd voor vellen voor de productie van hout als biomassa. Populieren, wilgen, essen of elzen die zijn bedoeld voor de productie als biomassa zijn uitgezonderd van de meld- en herplantplicht indien tenminste een keer per tien jaar wordt geoogst, de beplanting na 1 januari 2013 is aangelegd en aan een aantal beplantingseisen is voldaan. Ook kerstbomen die niet ouder zijn dan twintig jaar, kweekgoed, fruitbomen en windschermen om boomgaarden zijn uitgezonderd. De uitzondering van de oude Boswet voor Italiaanse populieren, linden, paardenkastanjes en treurwilgen gaat onder de Wet natuurbescherming niet meer op. De belangrijkste elementen m.b.t. de bescherming van houtopstanden zijn de meldingsplicht, de herplantplicht en het kapverbod. De provincies bepalen welke gegevens bij een melding moeten worden aangeleverd.
Meldingsplicht Wanneer een boseigenaar voornemens is om een houtopstand die onder de Wet Natuurbescherming valt, te gaan vellen dan moet hij dit voornemen minstens een maand van te voren melden bij Gedeputeerde Staten van de betreffende provincie. (art. 4.2 Wnb).
Herplantplicht De eigenaar van grond waarop een houtopstand is geveld, of op andere wijze teniet is gegaan, is verplicht binnen drie jaar te herplanten. (art. 4.2 Wnb). Het is niet van belang hoe het bos is ontstaan of in welke staat het verkeerde. Wanneer de herplant niet aanslaat, moet binnen drie jaar daarna de herplant worden vervangen. Er geldt een algehele vrijstelling voor houtopstanden die gekapt worden in het kader van natuurbeheer en natuurbehoud.
Kapverbod In uitzonderingsgevallen kunnen Gedeputeerde Staten een kapverbod opleggen wanneer het natuur-
of landschapsschoon ernstig in gevaar is. In de praktijk gebeurt dat slechts af en toe, zoals in gevallen waarbij het om zeer oude bomen of buitengewoon waardevolle boomgemeenschappen gaat.
Lomans Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
14
5.
RESULTATEN
ONDERZOEK
SOORTENBESCHERMING
De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten voorkomen in de omgeving, welke soorten worden verwacht in het plangebied, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.
51
FLORA
Voorkomen
Het plangebied ter plaatse van de beoogde woningen bestaat uit onbebouwde agrarische percelen welke worden bemest, begraasd en als hooiland in gebruik zijn. De gronden ten noorden van de
bouwkavels zijn reeds ingericht als nieuwe natuur met inheems struweel, bomenrijen, bloemrijke graslanden en een poel. Tijdens het veldbezoek zijn algemene plantensoorten aangetroffen van vrij voedselrijke bodem zoals paarse dovenetel, kruipende boterbloem, zachte ooievaarsbek en Jacobs kruiskruid. Een opvallende soort in het gedeelte nieuw aangelegde natuur was de gewone duivenkervel. Op basis van bronnenonderzoek blijkt dat binnen een afstand van 0-1 kilometer van
het plangebied geen waarnemingen van beschermde plantensoorten bekend zijn. Op enige afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van drijvende waterweegbree, stijve wolfsmelk ($ 3.2
Wnb) en Karthuizer anjer ($ 3.3 Wnb). Drijvende waterweegbree is een plant van stromende en stilstaande wateren met een goede waterkwaliteit. De groeiplaatsen van de zeer zeldzame stijve wolfsmelk bevinden zich op akkers, bosranden langs rivierdalen, waterkanten en op dijken met een weinig tot niet bemeste, kalkrijke bodem. De kartuizer anjer s van oorsprong een zeldzame plant van kalkrijke heuvels en drogere plaatsen langs rivieren. De toename van het aantal vondsten de laatste
jaren buiten hun natuurlijke verspreidingsgebied kan gerelateerd worden aan de inzaai van bloemenmengels. Plantensoorten die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde soorten van de Habitatrichtlijn en provinciaal beschermde soorten worden niet verwacht. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het
plangebied Conclusie
In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.
52
VOGELS
In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde ‘Jaarrond beschermde verblijfplaatsen’ (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen
Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in gebouwen
Lomans Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
15
Binnen een straal van één kilometer vermelden de NDFF gegevens vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen als huismus, gierzwaluw, slechtvalk, grote gele kwikstaart en steenuil.
Op enige afstand van 1-5 kilometer is het voorkomen van de kerkuil bekend. Huismus, gierzwaluw, slechtvalk en grote gele kwikstaart Ter plaatse van de beoogde nieuwe woningen op de graslandpercelen is geen bebouwing aanwezig. Het voorkomen van jaarrond beschermde nesten in gebouwen kan worden uitgesloten. De bebouwing op de locaties Oirschotseweg 96 en 98 bieden potenties voor huismussen. Mogelijk
nestelen huismussen in de bebouwing op de locaties Oischotseweg 96 en 98. Op de locatie Oischotseweg 98 blijft de bebouwing en alle groen rondom gehandhaafd. Op de locatie Oirschotseweg 96 zal de bestaande kapschuur in de nieuwe situatie met de open voorzijde in een andere richting worden gesitueerd. De kapschuur bestaat uit een open constructie met houten zijgevels en een golfplaten dak zonder dakbeschot. Nestmogelijkheden voor huismussen in de veldschuur zijn niet aanwezig. Ook voor de gierzwaluw (die vrijwel nooît in het buitengebied broedt) biedt de open veldschuur geen potenties. De slechtvalk nestelt in hoge gebouwen en grote gele kwikstaart broedt in de buurt van stromend water onder bruggen, stuwen e.d. De aanwezigheid van
vaste verblijfplaatsen van cat. 1-4 vogels in te verplaatsen kapschuur kan worden uitgesloten. Steenuil en kerkuil
In de te verplaatsen kapschuur is uitgekeken naar sporen van aanwezigheid van steenuil en kerkuil zoals braakballen, krijtsporen tegen gevels of ruiveren onder mogelijke roestplekken. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van uilen aangetroffen.
Op een afstand van een kleine 100 meter ten noorden van het plangebied (Kapelweg 11) hangt een steenuilenkast in een bomensingel. De steenuilen broeden al jaren succesvol in de nestkast. De steenuil is een honkvaste vogel die vaak aan randen van dorpen leeft. Het territorium is vrij klein, en het jachtgebied varieert in grootte afhankelijk van het voedselaanbod. Van de steenuilis niet alleen de vaste verblijfplaats (nest) beschermd maar ook de directe, functionele omgeving waar op prooien gejaagd en gerust wordt. Het plangebied ligt binnen het territorium van de steenuil. Grote delen van het plangebied vormen in de huidige situatie geschikt foerageergebied voor de steenuil. In het nieuwe plan wordt een deel van de graslandpercelen ingericht als woningbouw waardoor het oppervlak aan jachtgebied zal afnemen. Echter de realisatie van de nieuwe natuur zal bijdragen aan een versterking van de biodiversiteit ter plaatse. Foerageermogelijkheden voor de steenuil en kerkuil zullen verbeteren ten opzichte van de
huidige situatie. Categorie 1-4 vaste verblijfplaatsen in bomen Volgens gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna komen op een afstand van minder dan één kilometer uit deze categorie 0.a. ransuil, sperwer, buizerd en roek voor. Op enige afstand zijn waarnemingen bekend van boomvalk, havik en wespendief. De rijen knotwilgen, rijtjes zomereiken
en de solitaire bomen zijn gecontroleerd op de aanwezigheid van jaarrond beschermde nesten. Er zijn geen (jaarrond) beschermde nesten aangetroffen en worden ook niet verwacht. Voor de ransuil die broedt n oude kraaien- of eksternesten en bij voorkeur roestplaatsen onderhoud in naaldbomen, ontbreekt geschikte nestgelegenheid. Ook dichte struwelen in tuinen waarin soms door de sperwer wordt genesteld, zijn niet aanwezig. De buizerd vindt broedhabitat in bij voorkeur bosrijke gebieden met weinig verstoring en de roek is een koloniebroeder die in hoge bomengroepjes broedt. Ook vormt het plangebied geen geschikt leefgebied voor boomvalk, havik en wespendief door het ontbreken van geschikt broedhabitat en foerageergebied. Binnen het plangebied zijn geen beschermde nesten in bomen uit categorie 1-4 aanwezig, en worden ook niet verwacht. Vaste rust- en verblijfplaatsen categorie 5 Categorie S- soorten zijn alleen jaarrond beschermd als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen. Het betreft hier voornamelijk holenbroeders, zoals spechten en
mezen, makers van grote nesten, zoals ekster en zwarte kraai of makers van kleinesten aan bebouwing als boerenzwaluw en huiszwaluw. Het gaat hierbij om algemeen voorkomende soorten, die meestal ook in de directe omgeving voldoende broedgelegenheid hebben.
Lomans Ecoworks
'kscan Flora en fauna
Oirschotsew
96 en nab
16
Tijdens het veldbezoek zijn uit deze categorie ekster en foeragerende boerenzwaluwen boven de poel in de nieuw aangelegde natuur waargenomen.
Verder zijn uit deze categoríe geen nesten in bomen of geschikte boomholtes voor holenbroeders in het plangebied aangetroffen. Alle bomenrijen en solitaire bomen blijven gehandhaafd in het nieuwe plan. Overige Vogelrichtlijnsoorten
In het plangebied zijn mogelijkheden voor nestgelegenheid voor overige vogelrichtlijnsoorten waarvan de nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd zijn. Tijdens het veldbezoek is in een holte in een knotwilg het restant van een oud nest aangetroffen. Het is onduidelijk aan welke soort het nest toe behoorde. Verder werden algemene vogelsoorten gespot als houtduiven, scholekster, kauwen en zwartkop. Met de beoogde herontwikkeling waarbij reeds een fors oppervlak aan nieuwe natuur in ontwikkeling is, zullen nest- en foerageermogelijkheden voor een groot aantal algemene tuin,- en struweelvogels sterk toenemen.
Conclusie
Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in gebouwen Ter plaatse van de beoogde nieuwbouw woningen ontbreekt bebouwing waardoor het voorkomen van jaarrond beschermde nesten in gebouwen kan worden uitgesloten. In de te verplaatsen
veldschuur op de locatie Oirschotseweg 96 zijn geen jaarrond beschermde nesten aanwezig. Het plangebied ligt binnen het functionele leefgebied van de steenuil. Het plangebied vormt in de huidige situatie geschikt foerageergebied voor de steenuil. Met de ontwikkeling van een groot oppervlakte aan nieuwe natuur zullen de jachtmogelijkheden voor de steenuil versterkt worden. Jaarrond beschermde verblijfplaatsen in bomen In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten in bomen aanwezig. Voor vogels met jaarrond beschermde nesten ontbreekt geschikt broedhabitat en jachtgebied. Overige Vogelrichtlijnsoorten Tijdens het veldbezoek werden enkele algemene soorten waargenomen uit deze categorie. Alle groenstructuren binnen het plangebied blijven gehandhaafd en met de recent aangelegde nieuwe natuur zullen foerageer- en nestgelegenheid voor een groot aantal struweel- en tuinvogels toenemen.
53
LANDZOOGDIEREN
GRONDGEBONDEN
Voorkomen
Jaarrond beschermde verblijfplaatsen
Volgens bronnenonderzoek komen eekhoorn en steenmarter ($ 3.3 Wnb) voor in de omgeving binnen een afstand van 1 kilometer van het plangebied. Waarnemingen van bunzing, wezel, hermelijn en das zijn bekend op enige afstand van 1-5 kilometer van het plangebied. Eekhoorn
De voorkeurshabitat voor eekhoorn bestaat uit gemengde bossen, bosrijke tuinen, parken en houtwallen, daar waar voedselmogelijkheden voorhanden zijn. Binnen het plangebied zijn voedselmogelijkheden voor de eekhoorn door de aanwezigheid van voedselbomen zoals walnoot, hazelaar en zomereik. Jaarrond beschermde nesten in bomen zijn niet aangetroffen. Steenmarter en kleine marterachtigen De steenmarter i een soort van steenachtige biotopen en schuilplaatsen. De soort komt met name
voor aan de rand van dorpen en steden, maar is ook te vinden nabij boerderijen en kleinschalige cultuurlandschappen. De steenmarter vindt vaste verblijfplaatsen in oude schuurtjes met weinig
Lomans Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
17
menselijke activiteit of woningen met toegankelijke zolder-, en of kruipruimten. De aanwezigheid van de steenmarter verraad zich vaak door uitwerpselen, prooiresten en stank.
Ter plaatse van de beoogde nieuwbouw ontbreekt bebouwing, vaste rust- en verblijfplaatsen van de steenmarter kunnen worden uitgesloten. Ook in de te verplaatsen veldschuur Oirschotseweg 96 zijn geen sporen van aanwezigheid van steenmarter aangetroffen. Kleine marterachtigen zoals bunzing, hermelijn en wezel zijn in de provincie Noord- Brabant vanaf 1 oktober 2017 beschermd ($ 3.3 Wnb). Deze zoogdieren verplaatsen zich vooral via lijnvormige landschapselementen zoals hagen die tot aan de grond komen (geen opgesnoeide hagen) of greppels, en vinden er hun voedsel. Landschapselementen in een geschikt habitat voor kleine marterachtigen zijn 0.a. struwelen, hoge graslandvegetatie, houtstapels, holle bomen, houtwallen, takkenrillen of stapels stenen of puin. Voor de bunzing is water in de nabijheid van belang. Mogelijk worden de wilgenrijen of droge greppels rond het plangebied benut door kleine marterachtigen om zich te verplaatsen door het landschap en te foerageren. Ter plaatse van de beoogde woningbouw op de agrarische percelen ontbreken geschikte landschapselementen waardoor beschermde vaste rust- en verblijfplaatsen niet worden verwacht. Das
De voorkeurshabitat voor de das bestaat uit kleinschalig cultuurlandschap met bosgebied in de nabijheid waar weinig menselijke verstoring plaatsvindt. Dit soort leefgebied ontbreekt binnen het plangebied. Vrijgestelde soorten Een landelijke bescherming met vrijstelling geldt voor een aantal algemene zoogdieren die in de meeste gevallen als uitgesproken cultuurvolger gelden. Het NDFF vermeldt soorten als egel, haas en konijn. Tijdens het veldbezoek zijn uitwerpselen van egel aangetroffen. Er worden nog enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied uit de categorie 'Vrijgestelde soorten’ als mol en enkele algemene muizensoorten. Voor al deze soorten is wel de zorgplicht van toepassing, d.w.z. dat onnodig doden of verwonden vermeden dient te worden. Voor toepassing van de zorgplicht zie blz. 24. Conclusie
Het voorkomen van beschermde landzoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten.
In het plangebied komen verder geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de ‘Andere soorten’, (provinciaal beschermde soorten) door het ontbreken van geschikt leefgebied. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.
54
VLEERMUIZEN
Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn ($ 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: ‘het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort’. Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook
belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen
Het NDFF vermeldt de volgende soorten vleermuizen welke voorkomen op een afstand tot 10 kilometer van het plangebied: gewone, kleine en ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone grootoorvleermuis, grijze grootoorvleermuis en watervleermuis.
Lomans Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
18
Belangrijke vliegroutes en foerageergebied
Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen, om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden.
Mogelijk vormt de rij wilgen binnen het plangebied en/of de laanbomenstructuur met zomereiken aan de Oirschotseweg onderdeel van vaste vlieg- en foerageerroutes voor vleermuizen. Alle bomen blijven gehandhaafd. Het plangebied met agrarische percelen, afgewisseld met
bebouwing in het groen vormt foerageergebied van goede kwaliteit voor vleermuizen. De aanleg van een fors oppervlak aan nieuwe natuur binnen het plangebied ( 0.a. bomen, struwelen en een poel) zal het aanbod van insecten doen verhogen en leiden tot versterkte foerageermogelijkheden voor vleermuizen.
Verblijfplaatsen Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen onderhouden en soorten die in gebouwen verblijven. In de bomenrijen/bomensingels wilgen zijn geen bomen met holtes, gaten of loshangende schors aangetroffen waarin vleermuizen mogelijk verblijfplaatsen kunnen hebben. Alle bomen blijven behouden in het nieuwe plan. Vleermuisverblijfplaatsen in bebouwing kunnen aangetroffen worden onder dakpannen, tussen dakbeschot, boeiboorden, onder gevelbekleding, in spleten en kieren in muren of in de spouw door open stootvoegen. De agrarische percelen ter plaatse van de beoogde nieuwbouw zijn onbebouwd.
Vaste verblijfplaatsen van vleermuizen kunnen worden uitgesloten. Mogelijk zijn vleermuisverblijfplaatsen aanwezig in de woningen aan de Oischotseweg 96 en 98. De bebouwing en alle omliggend groen blijven ongewijzigd. Vleermuisverblijfplaatsen in de te verplaatsen open kapschuur met golfplaten dak op de locatie Oirschotseweg 96 kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van geschikte plekjes met een stabiel microklimaat. Negatieve effecten op vleermuizen zijn niet aan de orde. Conclusie
Belangrijke vliegroutes en foerageergebied Mogelijk vormt de laanbomenstructuur met zomereik aan de Oirschotseweg en delen van de bomensingels binnen het plangebied onderdeel van een vaste vlieg- en foerageerroute voor
vleermuizen. Alle bomen blijven behouden in het nieuwe plan. Binnen het plangebied zijn jachtmogelijkheden voor vleermuizen die in het nieuwe plan worden versterkt door de aanleg van een fors oppervlak aan nieuwe natuur met 0.a. bomenrijen, inheemse struwelen en een poel. Verblijfplaatsen Op de onbebouwde agrarische percelen ter plaatse van de beoogde woningen, kunnen vleermuisverblijfplaasten worden uitgesloten. De te verplaatsen kapschuur Oirschotseweg 96 is van
dermate open karakter vleermuisverblijfplaatsen kunnen worden uitgesloten.
55
ONGEWERVELDEN
Voorkomen Vlinders en libellen
Tijdens het veldbezoek zijn geen dagvlinders en libellen gespot. Er is enkel een Sint Jacobsvlinder gespot, een dagactieve nachtvlinder. Er worden binnen het plangebied enkel algemene vlindersoorten verwacht zoals citroenvlinder, atalanta, dagpauwoog en gehakkelde aurelia. Op basis van gegevens uit het NDFF komt binnen een afstand van 0-1 kilometer van het plangebied
de teunisbloempijlstaart (S 3.2 Wnb). Binnen een afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van gevlekte witsnuitlibel ($ 3.2 Wnb), bruine eikenpage, bosbeekjuffer, grote vos, grote
weerschijnvlinder en kleine ijsvogelvlinder ($ 3.3 Wnb).
Lomans Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
19
De teunisbloempijlstaart komt voornamelijk voor op open plekken in vochtige bossen, bosranden en warme open plaatsen waar waardplanten als wilgenroosje, teunisbloem en basterdwederik
voorkomen. Voor de overige genoemde beschermde soorten binnen een afstand van 1-5 kilometer ontbreken specifieke (bosrijke) biotopen, waardplanten en voortplantingswater binnen het plangebied. Overige soorten ongewervelden Op basis van de NDFF gegevens komt de vermiljoenkever ($ 3.2 Wnb) voor op een afstand van 1-5 kilometer van het plangebied. De vermiljoenkever is evenals overige beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zoals vliegend hert of gestreepte waterroofkever afhankelijk van bijzondere
habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied en de directe omgeving.
Conclusie
Tijdens het veldbezoek is enkel een algemene dagactieve nachtvlinder waargenomen.
Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen kan uitgesloten worden door het ontbreken van specifieke biotopen, waardplanten en voortplantingswater. Ook voor overige soorten ongewervelden zoals beschermde kevers, kreeften of slakken vormt het plangebied geen geschikt habitat. Het plangebied biedt voornamelijk leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten en overige algemene soorten ongewervelden.
56
VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN
Voorkomen Vissen
De recent aangelegde poel bevat geen vis en de greppels langs de perceelsgrenzen staan droog. Het
voorkomen van (beschermde) vissen kan worden uitgesloten. Ook zijn geen waarnemingen van beschermde vissen in de omgeving bekend. Reptielen en amfibieën Tijdens het veldbezoek is een juveniel bruin kikkertje gespot nabij de nieuwe poel. Volgens gegevens uit het NFDD komt binnen één kilometer afstand van het plangebied de
kamsalamander ($ 3.2 Wnb) voor. Op een afstand van 1-5 kilometer zijn waarnemingen bekend van alpenwatersalamander ($ 3.3 Wnb) boomkikker, heikikker, poelkikker en rugstreeppad ($ 3.2 Wnb), hazelworm en levendbarende hagedis ($ 3.3 Wnb). De nieuwe (kale) poel en omliggend landbiotoop is momenteel nog ongeschikt voor de kamsalamander en alpenwatersalamander. Deze soorten worden op termijn wel verwacht. Genoemde beschermde soorten op enige afstand van 1-5 kilometer zijn afhankelijk van 0.a. braamstruwelen, bos- en heideterreinen met voortplantingswateren in de buurt. De hazelworm komt soms voor in tuinen, maar moet het vooral hebben van beboste biotopen, of heidegebieden met een rijke vegetatie op een vochtige bodem. Ook voorkeurshabitat voor de levendbarende hagedis (heide en hoogveen) zijn afwezig. Geschikte biotopen voor beschermde vissen, reptielen en amfibieën ontbreken binnen het plangebied. Conclusie
Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied door het ontbreken van voortplantingswater en geschikt landhabitat. Het plangebied wordt behalve door de
bruine kikker, mogelijk ook benut door de gewone pad als landhabitat. Bruine kikker en gewone pad behoren tot de 'Vrijgestelde soorten’ waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling geen verbodsbepalingen gelden. Echter de zorgplicht is altijd van kracht. Voor toepassing van de zorgplicht zie blz. 24.
Lomans
Ecoworks
kscan Flora en fc
a Oirschotseweg nab\
20
6.
RESULTATEN
61
Natura
ONDERZOEK
GEBIEDSBESCHERMING
2000
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op ca. 7,4 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Het betreft Natura 2000-gebied 'Kampina & Oisterwijkse vennen’ met bossen, droge en vochtige heiden, voedselarme
vennen en overgangen naar schraalgraslanden in beekdalen. Op ca. 8,5 kilometer ten zuidwesten bevindt zich de beek ‘Kleine Beerze’, onderdeel van Natura 2000-gebied 'Kempenland -West’.
e Natura 2000
Figuur 3. Ligging plangebied (blauwe cirkel} t.0.v. Natura 2000- gebied (rood gearceerd) Bron: https://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er 0.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van 4 woningen en de verplaatsing van een
kapschuur, waarbij in samenhang een groot oppervlak aanliggende gronden wordt ingericht als nieuwe
natuur.
Stikstofdepositie De werkzaamheden zijn kleinschalig van aard, waardoor effecten als gevolg van de voorgenomen
ontwikkeling (door de inzet van werkmaterieel} naar verwachting niet zal leiden tot significant negatieve effecten in de vorm van verzuring en vermesting als gevolg van een toename van stikstofdepositie. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen)
Gelet op de relatief grote afstand tot nabijgelegen Natura 2000-gebieden (ruim 7 kilometer) zijn directe effecten, zoals verdroging, vernatting, optische verstoring, licht- en geluidsverstoring, op voorhand uitgesloten.
ans Ecoworks
‘scan Flora en
fauna
Oirschotsewe
21
62
Natuurnetwerk Brabant / Ecologische Hoofdstructuur
Op het kaartje van het Natuurbeheerplan van de provincie Brabant is te zien dat het dichtstbijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant, ligt op ca. 1,4 kilometer ten zuidwesten van het plangebied. Het betreft een bosgebiedje aangrenzend aan het Wilhelminakanaal met beheertype N16.03 ‘Droog bos met productie’.
Figuur4. Ligging plangebied (blauwe cirkel} t.0.v. Natuurnetwerk Brabant (lichtgroen vlak).
Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/ In of in de directe nabijheid van een NNB-gebied zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de
‘wezenlijke kenmerken of waarden’ aantasten. De Interim omgevingsverordening NB stelt in $ 3.23 art. 316 lid 1 en 3, dat als een bestemmingsplan gelegen buiten het Natuurnetwerk Brabant leidt tot een aantasting van de wezenlijke ecologische waarden en kenmerken van het Natuurnetwerk Brabant de negatieve effecten waar mogelijk worden beperkt en de overblijvende, negatieve effecten worden gecompenseerd. Het plangebied ligt op ruime afstand van een NNB-gebied. Van een directe aantasting en afname van areaal aan NNB gebied is geen sprake.
63 Overige provinciale beschermingszones Het plangebied is niet gelegen in een overige provinciale beschermingszone.
64
_
Houtopstanden
Het onderdeel Houtopstanden is niet van toepassing. Met de beoogde ontwikkeling worden geen bomen gekapt.
Lomans Ecoworks
Quickscan Flora en fauna Oirschotseweg nabij 96 en nabij 98.
22
7.
SAMENVATTING EN CONCLUSIE (Toetsing aan de Wet natuurbescherming)
BESCHERMDE
SOORTEN
Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb In het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels cat. 1-4 jaarrond beschermde
nesten in bomen en dete verplaatsen kapschuur aanwezig. Het plangebied ligt binnen het leefgebied van de steenuil. Grote delen van het plangebied vormen geschikt jachtterrein voor de steenuil. Met de beoogde ontwikkeling wordt een fors oppervlak aan nieuwe natuur gerealiseerd. Foerageermogelijkheden voor de steenuil zullen worden versterkt. Binnen het plangebied zijn geen jaarrond beschermde nesten van vogels in gebouwen of in bomen aanwezig. Uit de categorie 5 beschermde verblijfplaatsen zijn geen nesten in bomen aangetroffen. Alle aanwezige groen binnen het plangebied blijft behouden en wordt versterkt in de nieuwe situatie. Overtreding van art. 3.1 lid 2,4 en 5 van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde.
Overige vogelrichtlijnsoorten Het plangebied vormt geschikt foerageergebied en nestgelegenheid voor een aantal algemene vogelrichtlijnsoorten. Met de inrichting van een fors oppervlakte aan nieuwe natuur zullen foerageer- en nestgelegenheid voor algemene tuin- en struweelvogels verbeteren.
Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb Vleermuizen: vliegroutes en foerageergebied Mogelijk vormt de laanbomenstructuur langs de Oirschotseweg en de bomenrijen binnen het
plangebied onderdeel van een vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Alle bomen blijven behouden in het nieuwe plan. Binnen het plangebied zijn foerageermogelijkheden van goede kwaliteit, deze worden versterkt in het nieuwe plan door de aanleg van de nieuwe natuur. Vleermuizen: verblijfplaatsen In de bomenrijen en solitaire bomen zijn geen potentiële vleermuisverblijfplaatsen aanwezig. Alle bomen blijven gehandhaafd. De woonhuizen op de adressen Oirschotseweg 96 en 98 hebben potenties voor vleermuisverblijfplaatsen. De woonhuizen en alle groen rondom blijft behouden in het nieuwe plan. In de te verplaatsen open kapschuur Oirschotseweg 96 zijn geen
vleermuisverblijfplaatsen aangetroffen en worden ook niet verwacht. Negatieve effecten op vleermuizen worden niet verwacht. Nationaal beschermde Andere soorten
art. 3.3 Wnb
Tijdens het veldbezoek zijn geen soorten waargenomen welke voorkomen op de lijst van de
provinciaal beschermde soorten. Voor deze soorten ontbreekt geschikt leefgebied. Vrijgestelde soorten Behalve de aangetroffen bruine kikker en egelsporen worden enkele nog enkele soorten verwacht uit deze categorie die gebruik maken van het plangebied zoals gewone pad, haas, konijn, mol en enkele algemene woel- en spitsmuizen. Voor deze soorten geldt wel vrijstelling bij ruimtelijke ontwikkeling, maar de algemene zorgplicht is altijd van kracht. Voor toepassing van de zorgplicht zie blz. 24.
q Oirschotsew
23
BESCHERMDE
GEBIEDEN
Natura 2000- gebied Gezien de aard van de beoogde ontwikkeling en de afstand tot het dichtstbijzijnde Natura 2000gebied van 7,5 kilometer, kunnen negatieve effecten op instandhoudingsdoelstellingen voor
(stikstofgevoelige) habitattypen en leefgebieden van soorten worden uitgesloten. Natura 2000- overige effecten (licht, geluid, trillingen) Gelet op de aard, de omvang, het effectbereik en de ruime afstand tot het Natura 2000- gebied, zijn
negatieve effecten bij voorbaat uit te sluiten. Natuurnetwerk Brabant
Het plangebied ligt niet in of aangrenzend aan een NNB-gebied. Het dichts bijzijnde gebied dat is begrensd als Natuurnetwerk Brabant ligt op ca. 1,4 kilometer afstand van het plangebied. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van aantasting van ‘wezenlijke waarden en kenmerken’ van het NNB-gebied.
Houtopstanden Het onderdeel Houtopstanden is niet van toepassing, er worden geen bomen gekapt.
Eindconclusie
e
Met de beoogde ontwikkeling op de locatie Oirschotseweg nabij 96 en 98 te Best
e
worden geen verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden. Een nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag zijn niet aan de orde.
e
De aanbevelingen voor Vogels algemeen en Toepassing algemene zorgplicht voor
vrijgestelde soorten (zie blz. 24} dienen te worden opgevolgd.
Vogels algemeen Gedurende de werkzaamheden moet rekening gehouden worden met broedende vogels. Het broedseizoen loopt globaal van half maart tot half juli. Echter voor het broedseizoen wordt geen standaardperiode gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Het is verboden om nesten van broedende vogels te beschadigen of te vernietigen.
Als werkzaamheden niet buiten het broedseizoen gepland kunnen worden, dan geldt de aanbeveling om de locatie voorafgaande aan het broedseizoen ongeschiktte maken. Ook bestaat de mogelijkheid om voorafgaande aan de werkzaamheden door een ter zake deskundige te laten controleren op broedende vogels. Hierbij bestaat het risico dat de werkzaamheden uitgesteld moeten worden als een broedgeval geconstateerd wordt. Als aanbeveling geldt om met zekerheid schade aan broedgevallen uit te sluiten, de werkzaamheden geheel buiten de broedtijd van vogels uit te voeren.
ns Ecoworks
ickscan
Flora en
fauna
Oirschotsewe.
24
Toepassing Algemene zorgplicht voor vrijgestelde soorten Voor de te verwachten algemene soorten geldt dat werkzaamheden verstorend kunnen werken.
Het plangebied vormt leefgebied voor een aantal landzoogdieren en amfibieën waarvoor een provinciale vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. In het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor individuen en al het redelijkerwijs mogelijk gedaan dient te worden
om
Voor
van de zorgplicht zijn onderstaande maatregelen van belang;
toepassing
e
e
8.
het doden van individuen te voorkomen
Voorafgaand aan het bouwrijp maken van de graslandpercelen dient het gras kort gemaaid te worden. Als het gras hoog staat, dan eerst maaien in één richting van binnen naar buiten in een laag tempo zodat kleine zoogdieren of amfibieën de kans krijgen om te kunnen vluchten. Zorg in dit geval de dieren kunnen vluchten in noordelijke richting. Detijdelijk opgeslagen straatklinkers op het erf van de Oirschotseweg 96 bieden mogelijk schuilgelegenheid voor kleine zoogdieren en amfibieën. Bij het verwijderen van de klinkers moeten aanwezige dieren de gelegenheid krijgen om veilig weg te komen.
AANBEVELINGEN
Inrichting nieuwe natuur Bij de realisatie van de nieuwe natuur met worden bij voorkeur inheems (streekeigen) groen aangeplant. Groei en bloei van deze planten en de momenten waarop rupsen, bijen of vogels sterk van hun blad, nectar en struifmeel afhankelijk zijn, op elkaar afgestemd. Een belangrijk verschil met
niet-autochtone soorten die vaak eerder — lees te vroeg - uitlopen/bloeien. De voorkeur gaat uit naar bes- en nootdragende struiken zoals sporkehout (vuilboom), Gelderse roos, wilde kardinaalsmuts, lijsterbes, hondsroos, sleedoorn of hazelaar. Deze ten gunste van foerageerfuncties voor vogels, maar ook kleine knaagdieren, insecten en insecteneters zoals vleermuizen zullen hiervan profiteren. Huismussen zullen schuilgelegenheid vinden in stekelige
struiken zoals bijv. (groenblijvende) hulst of meidoorn. De knotwilg is een soort van een grote biodiversiteit. Tussen de takken wemelt het van de muggen een andere insecten. Insecten trekken vogels aan, zoals spreeuwen, mezen en boerenzwaluwen. Veel
vogels vinden een broedplaats in de pruik van de wilg, zeker ook de steenuil. Ook de rest van de boom biedt dieren een schuilgelegenheid, zoals muizen, padden en salamanders. Tips voor verbetering leefgebied voor steenuil en kerkuil Aanbevolen wordt om in het nieuwe plan de landschappelijke inpassing zoveel mogelijk
af te
stemmen op het (steen)uilenleefgebied. Met de onlangs gerealiseerde nieuwe natuur in het noordelijke deel van het plangebied is hier reeds rekening mee gehouden. Zo is er een poel
aangelegd, zijn er (knot) wilgen, vruchtdragende bomen en struiken en struwelen aangeplant. Hier volgen enkele aanbevelingen voor het aanbrengen van landschapselementen ter stimulering van het leefgebied voor uilen. Enkele te nemen maatregelen: e zorgen voor kortgrazige percelen schapen- of paardenweitjes e aanplanten van een hoogstamfruitboomgaard e het aanbrengen van takkenhopen e zorgen voor zit- en uitkijkposten
Lomans Ecoworks
'kscan Flora en fauna
Oirschotsew
96 en nab
25
Natuurinclusief bouwen
Natuurinclusief bouwen is een verzamelterm voor tal van maatregelen en manieren om natuurte
integreren bij de bouw van woningen, kantoren en andere gebouwen. ‘Waarom
Natuurinclusief bouwen?
Door natuurinclusief te bouwen en te ontwerpen is het mogelijk gezonde en aantrekkelijke steden en dorpen te creëren, die voor alle gebruikers een prettige leefomgeving zijn. Investeren in groene kwaliteit levert immers veel meer op dan alleen maar een mooi plaatje. Goed stedelijk groen zorgt
voor verkoeling in de zomerhitte, zuivert de lucht en biedt volop ruimte aan mede-dorps en stadsbewoners, zoals huismus, gierzwaluw, merel of gewone dwergvleermuis. Juist dankzij deze bevolkingsgroepen komen steden en dorpen pas écht tot leven. Hieronder de link naar de nieuwste ‘Toolbox Natuurinclusief bouwen’, een digitale set aan praktische handvatten voor meer biodiversiteit in de bebouwde omgeving. https://www.bouwnatuurinclusief.nl,
http://www.stedebouwarchitectuur.nl/artikel/270120/vogels-en-vleermuizen-in-de-spouw
9.
GERAADPLEEGDE
BRONNEN
Literatuur
e
Broekhuizen, S. K. Spoelstra. J.N.M.Thissen, K.J. Canters & J.C. Buys 2016. Atlas van de
Nederlandse zoogdieren. e
Creemers, R.M.C.& J.J.C.W. van Delft 2009. De amfibieën en reptielen van Nederland.
e Kennisdocument Huismus Passer domesticus Versie 1.0, juli 2017. e Kennisdocument Steenuil Athene noctua Versie 1.0, juli 2017. e _ Soortenbescherming bij ruimtelijke ingrepen. Ministerie van Economische Zaken, versie december
2016.
e _ SOVON broedvogelonderzoek Nederland 2018. Vogelatlas van Nederland. Broedvogels, wintervogels en 40 jaar verandering. e Veldgids Vleermuizen van Europa, Christian Dietz & Andreas Kiefer 2017. e
Vleermuizen en planologie, Cursusdictaat november 2014. Zoogdiervereniging.
e
Wet natuurbescherming, 16 december 2015, gepubliceerd Staatscourant 19 januari 2016.
Internetsites e
www.brabant.nl
e
www.best.nl
e e e
www.ruimtelijkeplannen.nl www‚verspreidingsatlas.nl www.quickscanhulp.nl
Lomans Ecoworks
Quickscan
a Oirschotseweg
26
BIJLAGE1
BESCHERMDE
SOORTEN
VOGELRICHTLIJN
Onder dit beschermingsregime vallen de Europees beschermde soorten als bedoeld in art 3.1 van de Wnb.
Vogels met vaste verblijfplaatsen De Vogelrichtlijn onderscheidt de volgende categorieën beschermde vaste verblijfplaatsen:
Nesten van vogelsoorten van categorie 1 t/m 4 zijn jaarrond beschermd, de nesten van soorten in categorie 5 zijn beschermd als er onvoldoende alternatieven zijn. 1 2
4.
_
S.
_
Nesten die, behalve gedurende het broedseizoen als nest, buiten het broedseizoen in gebruik zijn als vaste rust- en verblijfplaats. Nesten van koloniebroeders die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing of biotoop. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Nesten van vogels, zijnde geen koloniebroeders, die elk broedseizoen op dezelfde plaats broeden en die daarin zeer honkvast zijn of afhankelijk van bebouwing. De (fysieke) voorwaarden voor de nestplaats zijn vaak zeer specifiek en limitatief beschikbaar. Vogels die jaar in jaar uit gebruik maken van hetzelfde nest en die zelf niet of nauwelijks in staat zijn een nest te bouwen. Nesten van vogels die weliswaar vaak terugkeren naar de plaats waar zij het jaar daarvoor
hebben gebroed of de directe omgeving daarvan, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren is gegaan, zich elders te vestigen.
Soortgroep
_ Nederlandse naam
Wetenschappelijke naam
Bescherming
Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels Vogels
steenuil gierzwaluw huismus roek grote gele kwikstaart kerkuil oehoe ooievaar slechtvalk boomvalk buizerd havik ransuil sperwer wespendief zwarte wouw blauwe reiger boerenzwaluw bonte vliegenvanger
Athene noctua Apus apus Passer domesticus Corvus frugilegus Motacilla cinerea Tyto alba Bubo bubo Ciconia ciconia Falco peregrinus Falco subbuteo Buteo buteo Accipiter gentilis Asio otus Accipiter nisus Pernis apivorus Milvus migrans Ardea cinerea Hirundo rustica Ficedula hypoleuca