23005.6 - Bijlage Toelichting - Bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
Tekst van het document
KSP Archeologie
25
4
Conclusie en advies
4.1
Conclusie
Het doel van het archeologische bureauonderzoek was het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied. Op basis van de landschappelijke ligging binnen een zone met dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een lage tot middelhoge hoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum, een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) en een lage verwachting voor het westelijke deel en een hoge verwachting voor het oostelijke deel van het plangebied voor vindplaatsen vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd (16e -18e eeuw). Vervolgens is deze verwachting getoetst door middel van een inventariserend veldonderzoek, verkennende fase. Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolgrond is in het hele plangebied grotendeels is verstoord dan wel verdwenen door ploeg- dan wel graafwerkzaamheden. Het oorspronkelijke bodemtype was een laarpodzol. Voordat de grond in gebruik kon worden genomen als akkerland heeft men eerst de lemige bodem verploegd dan wel vergraven (mogelijk pas in de 18e dan wel begin 19e eeuw).
De aangetroffen glas, baksteen-, puin- en morelresten in het oostelijke deel van het plangebied zijn een aanwijzing dat dit deel van het plangebied onderdeel heeft uitgemaakt van een historische boerderijlocatie. Op basis hiervan is de lage tot middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum naar laag bijgesteld evenals de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het oostelijk deel en de lage verwachting voor het westelijke deel van het plangebied bij te stellen. Tijdens een booronderzoek kan geen archeologische vindplaats worden aangetroffen, ten hoogste archeologische indicatoren die wijzen op de aanwezigheid van een archeologische vindplaats. Een waardestelling conform protocol 4003, VS06 is dan ook niet van toepassing. 4.2
Beantwoording van de onderzoeksvragen
»
Wat is de opbouw van de ondergrond en is het bodemprofiel intact? De natuurlijke ondergrond bestaat in vrijwel alle boringen uit zwak tot sterk zandige leem, behalve in de boringen 5 en 6 waar deze bestaat uit matig siltig zeer fijn zand met een lemig karakter. Zowel de leem als het matig siltige zand is geïnterpreteerd als Brabantse Leem behorend tot het Laagpakket van Liempde van de Formatie van Boxtel. De leem en het lemig zand is aangetroffen vanaf een diepte van 100 tot 165 cm -mv in het oostelijke deel van het plangebied en van 80-100 cm -mv in het westelijke deel van het plangebied. Alleen in boring 9 is de leem afgedekt door een 25 cm dik pakket zwak siltig zeer fijn zand dat goed is gesorteerd en goed is afgerond. Dit zand is geïnterpreteerd als dekzand behorende tot het Laagpakket van Wierden van de Formatie van Boxtel. De natuurlijke ondergrond is afgedekt door een deels verploegd en vergraven, meestal humeus, zandig dek. Dit dek is afgedekt door een plaggendek dat mogelijk deels in één keer is opgebracht om de grond geschikt te maken voor landbouw vanwege de slechte doorlatendheid van de Brabantse Leem, die voor wateroverlast zorgde. In de boringen 3 (oostelijke deel), 6, 8 en 9 (westelijk deel) zijn resten van de oorspronkelijke podzolbodem aangetroffen (Ah-, E-, Bhs- en Bs-horizont).
Deze was in boring 3 verploegd met de bovenliggende Aa-horizont en in de boringen 6, 8 en 9 met de bovenliggende Aap-horizont dan wel vergraven met d C-horizont. Alleen in boring 9 is de Bs-horizont vanaf 55-70 cm -mv nog onverstoord aangetroffen. Er is een duidelijk verschil in bodemopbouw tussen het oostelijke en het westelijke deel van het plangebied. In het oostelijke deel is de afdekkende Aap- en/of
KSP Archeologie
26
Aa-horizont dikker (40-115 cm) dan in het westelijke deel (35-45 cm), waarbij in het oostelijke deel mogelijk een groot deel van de Aap- en/of Aa-horizont is opgebracht. Op grond van de bodemopbouw in het westelijke deel van het plangebied is de bodem in het plangebied geïnterpreteerd als een laarpodzolbodem. In de boring 1, 2 en 4 in het oostelijke deel is onder de deels opgebrachte Aap- en/of Aa-horizont nog een oude bouwvoor (Apb-horizont) aangetroffen die deels was verploegd dan wel vergraven met het lemige zand tot sterk zandige leem van de C-horizont. Deze is niet aangetroffen in het westelijke deel. Het verschil in bodemopbouw (dikte Aap-horizont dan wel opgebrachte lagen tussen het oostelijke en westelijke deel van het plangebied hangt waarschijnlijk samen met het feit dat het oostelijke deel van het plangebied onderdeel heeft uitgemaakt van een historische boerderijlocatie. Zowel in het oostelijke als westelijke deel heeft men geprobeerd om de slecht doorlatende laag met Brabantse Leem te verploegen dan wel te vergraven voordat de grond als akkerland in gebruik is genomen. Mogelijk dat dit pas in de tweede helft van de 18e eeuw dan wel begin 19e eeuw is gebeurd. »
Wat is de specifieke archeologische verwachting van het plangebied op basis van het bureauonderzoek en wordt deze door het veldonderzoek bevestigd? Op basis van de landschappelijke ligging binnen een zone met dekzandwelvingen en de archeologische onderzoeksmeldingen uit de omgeving is aan het plangebied een lage tot middelhoge hoge verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het LaatPaleolithicum tot en met het Neolithicum, een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw) en een lage verwachting voor het westelijke deel en een hoge verwachting voor het oostelijke deel van het plangebied voor vindplaatsen vanaf de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd (16e -18e eeuw). Uit het booronderzoek is gebleken dat de oorspronkelijke podzolgrond is in het hele plangebied grotendeels is verstoord dan wel verdwenen door ploeg- dan wel graafwerkzaamheden. Het oorspronkelijke bodemtype was een laarpodzol. Voordat de grond in gebruik kon worden genomen als akkerland heeft men eerst de lemige bodem verploegd dan wel vergraven (mogelijk pas in de 18e dan wel begin 19e eeuw). De aangetroffen glas, baksteen-, puin- en morelresten in het oostelijke deel van het plangebied zijn een aanwijzing dat dit deel van het plangebied onderdeel heeft uitgemaakt van een historische boerderijlocatie.
Op basis hiervan is de lage tot middelhoge verwachting voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum naar laag bijgesteld evenals de hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). De resultaten van het booronderzoek geven geen aanleiding om de hoge verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen (vanaf de 13e eeuw) tot en met de Nieuwe tijd voor het oostelijk deel en de lage verwachting voor het westelijke deel van het plangebied bij te stellen.
»
In hoeverre wordt het (potentiële) archeologische niveau bedreigd door de voorgenomen ontwikkeling van het gebied? Aangezien de kans dat een vindplaats binnen het westelijke deel van het plangebied aanwezig is laag wordt ingeschat, vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden daar geen bedreiging voor het archeologische bodemarchief. Aangezien de kans dat een vindplaats binnen het oostelijke deel van het plangebied, die samenhangt met de historische boerderijlocatie, aanwezig is hoog wordt ingeschat, vormen de voorgenomen graafwerkzaamheden daar geen bedreiging voor het archeologische bodemarchief. Wanneer binnen het oostelijke deel van het plangebied graafwerkzaamheden plaatsvinden die dieper reiken dan 0,5 m (esdek) beneden maaiveld kunnen archeologische resten verloren gaan.
KSP Archeologie
27
4.3
Selectieadvies
Op grond van de aangetroffen bodemverstoringen en de aanwezigheid van Brabantse Leem in de ondergrond van het plangebied en daarmee lage verwachting voor alle archeologische perioden in het westelijke deel van het plangebied adviseert KSP Archeologie in het westelijke deel geen archeologisch vervolgonderzoek. Op grond van de aangetroffen glas, baksteen-, puin- en morelresten in het oostelijke deel van het plangebied, die een aanwijzing vormen dat dit deel van het plangebied onderdeel heeft uitgemaakt van een historische boerderijlocatie, en daarmee hoge archeologische verwachting adviseert KSP Archeologie een archeologisch vervolgonderzoek in het oostelijke deel van het plangebied. Op grond van de aangetroffen glas, baksteen-, puin- en morelresten tijdens het booronderzoek in het oostelijke deel van het plangebied, die een aanwijzing vormen dat dit deel van het plangebied onderdeel heeft uitgemaakt van een historische boerderijlocatie. Wanneer de geplande graafwerkzaamheden dieper reiken dan 50 cm beneden maaiveld (vanwege esdek) kunnen eventueel aanwezig archeologische resten verloren gaan en is vervolgonderzoek noodzakelijk. KSP Archeologie adviseert een vervolgonderzoek in de vorm van een proefsleuvenonderzoek ter plekke van de geplande woning om vast te stellen of in het plangebied archeologische resten aanwezig zijn en zo ja, welke waardering hieraan gegeven kan worden.
Voor dit proefsleuvenonderzoek is een Programma van Eisen (PvE) noodzakelijk dat is goedgekeurd door de bevoegde overheid. In dit PvE wordt de werkwijze en de randvoorwaarden van het proefsleuvenonderzoek vastgelegd. Bovenstaand advies vormt een zogenaamd selectieadvies. KSP Archeologie wijst erop dat dit selectieadvies nog niet betekent dat reeds bodemverstorende activiteiten of daarop voorbereidende activiteiten kunnen worden ondernomen. De resultaten van dit onderzoek zullen namelijk eerst moeten worden beoordeeld door de bevoegde overheid (gemeente Best), die vervolgens een selectiebesluit neemt. Het uitgevoerde onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen gebruikelijke inzichten en methoden. Het onderzoek is erop gericht om de kans op het aantreffen dan wel vernietigen van archeologische waarden bij bouwwerkzaamheden in het plangebied te verkleinen. Aangezien het onderzoek is uitgevoerd door middel van een steekproef kan echter, op basis van de onderzoeksresultaten, de aan- of afwezigheid van eventuele archeologische waarden niet met zekerheid gegarandeerd worden. Indien bij graafwerkzaamheden archeologische waarden worden aangetroffen, dienen deze conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10, bij de minister gemeld te worden.
In de praktijk kan de vinder terecht bij de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (T 033 - 4217 456 of info@cultureelerfgoed.nl) zodat de vondst geregistreerd wordt in het centraal archeologische informatiesysteem. Daarnaast wordt het advies gegeven om de vondst ook bij de gemeente te melden.
KSP Archeologie
28
Literatuur Boeken, rapporten en artikelen
Bakker, H. de I& Schelling, J. (1989). Systeem van de bodemclassificatie voor Nederland: de hogere niveaus. (Tweede druk bewerkt door Brus, D.J. I& Wallenburg C. van) Centrum voor Landbouwpublikaties en Landbouwdocumentatie, Wageningen. Berendsen, H.J.A. (2005). Landschappelijk Nederland. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Berkvens, R. (2015). Archeologische beleíds- en verwachtingskaart gemeente Best. Omgevingsdienst Zuidoost Brabant. Boer, E. de (2008). Best - Aarle (NB), Noordwest. Archeologisch bureauonderzoek BILAN, rapport 2008/018, Tilburg Centraal College van Deskundigen Archeologie (2018). Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie, versie 4.1. Stichting voor Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer, Gouda. Graaf, W.S van de, Loonen A.F. (2009). Inventariserend Veldonderzoek in plangebied "Zessprong" te Best. Becker I& Van de Graaf. Katwijk. Haartsen, A. (2009). Ontgonnen Verleden. Regiobeschrijvingen provincie Noord-Brabant. Bureau Lantschap. Hoven, E., Kremer, H. (2016). Definitieve Opgraving Kapelweg V Sint Franciscusweg te Best, gemeente Best. Synthegra, rapport S150089-b, Leusden. Nederlands Normalisatie Instituut (1990). NEN-5104:1989 grondmonsters. Nederlands Normalisatie Instituut, Delft.
NL,
Classificatie
van
onverharde
Oude Rengerink, J.A.M. (2017). Inventariserend veldonderzoek - Proefsleuven. Oirschotseweg 113 te Best, gem. Best. Laagland Archeologie, rapport 66, Ootmarsum.
Bouwlocatie
Soldaat, M. (2019). Best, Oirschotseweg 108 (gemeente Best). Een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek (BO en IVO-O). Salisbury Archeologie, rapport 235, Assen. Spek, T. (2004). Het Drentse esdorpen landschap: een historisch geografische studie. Uitgeverij Matrijs, Utrecht. Stouthamer, E., Cohen, K.M. I& Hoek, W.Z. (2015). De vorming van het land: geologie en geomorfologie. Perspectief Uitgevers, Utrecht. Wijnen, J.J.A. (2018). Bureauonderzoek Prinses Margrietlaan 2a te Best (kadastraal E 5360, gemeente Best). Laagland Archeologie, rapport 43, Eindhoven. Wilbers, A. (2007). Inventariserend veldonderzoek, verkennende fase Zessprong, Best. Gemeente Best. Becker I& Van den Graaf, Katwijk.
Kaartmateriaal
KSP Archeologie
29
Actueel Hoogtebestand van Nederland (2008 - heden). AHN3, grid 0,5 x 0,5m: www.ahn.nl en de ruwe data via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/ahn3/extract/ Archeologische Monumenten Kaart (2014). Geraadpleegd via https://zoeken.cultureelerfgoed.nl. Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl Basisregistratie Grootschalige Topografie via WMTS-server: httpsy/geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Basisregistratie Topografie Achtergrondkaarten (BRT-A) via WMTS-server: httpsy/geodata.nationaalgeoregister.nl/tiles/service/wmts?request=GetCapabilities&service=WMTS Bestemmingsplan: www.ruimtelijkeplannen.nl Bodemkwaliteit: www.bodemloket.nl Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2018 (gepubliceerd in de Basis Registratie Ondergrond december 2019). Wageningen Environmental Research. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/bro-bodemkaart/atom/v1_0/bro-bodemkaart.xml. Bonnebladen en Topografische kaarten van Nederland schaal 1:25.000: www.topotijdreis.nl (Kadaster). Brouwer, F. & M.M. van der Werff, (2012). Vergraven gronden: Inventarisatie van 'diepe' grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen. Wageningen, Alterra, Alterra-rapport 2336.
Digitale Kadastrale kaart van Nederland v4 via WMS server: httpsy/geodata.nationaalgeoregister.nl/kadastralekaart/wms/v4_0?service=WMS&version=1.3.0&request=GetCapabilities Dirks, G.H.P. & Nieuwenhuizen, W. (2013). HiSTLAND: historisch-landschappelijk informatiesysteem. Wageningen, Wettelijke Onderzoekstaken Natuur & Milieu, WOt-werkdocument 331.
Geologische overzichtskaart van Nederland, schaal 1:600.000. Geraadpleegd via httpsy/www.grondwatertools.nl/geologische-overzichtskaart. Referentie: Mulder, E.F.J. de, Geluk, M.C., Ritsma, I.L., Westerhof, W.E. & Wong, T.E. (2003). De ondergrond van Nederland. Wolters-Noordhoff, Groningen/Houten. Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.000 versie 2019 (gepubliceerd in de BasisRegistratie Ondergrond maart 2020). Alterra, Wageningen UR. Geraadpleegd via https://geodata.nationaalgeoregister.nl/bzk/brogmm/atom/v1_0/index.xmlLegenda: Maas, G. J., S. P. J. v. Delft & A. H. Heidema. (2017). "Toelichting bij de legenda Geomorfologische kaart van Nederland 1:50 000 (2017)." http://legendageomorfologie.wur.nl/. Wageningen, Wageningen Environmental Research. Grondwatertrappenkaart van de bodemkaart 1:50.000 versie tot 2006: http://geoplaza.vu.nl/ dataZdatasetZbodemkaart-van-nederlandZresourceZ2398cef7-957e-4ba5-b218-08ac275d72fb. Indicatieve Kaart Militair Erfgoed: www.ikme.nl KLIC-meldingen via www.kadaster.nl
KSP Archeologie
30
Luchtfoto Beeldmateriaal | PDOK 25 cm RGB via WMTS server: https://geodata.nationaalgeoregister.nl/luchtfoto/rgb/wmts?request=GetCapabilities&service=wmt s Kadastrale kaarten 1811-1832. http:Hbeeldbank.cultureelerfgoed.nl Rijksmonumenten openbaar/wfs Topografische
(2019):
kaart
van
Geraadpleegd via
Nederland
schaal
WFS
server:
1:25.000
https:IIdata.geo.cultureelerfgoed.nlI
(rasterbestand)
via
WMS
server:
https:||geodata.nationaalgeoregister.nl|top25raster|wms?request=GetCapabilities&service=wms. Kadaster. Topografische kaart van Nederland schaal 1:10.000 (rasterbestand) via WMS server: https:||geodata.nationaalgeoregister.nl|top10nlv2|wms?request=GetCapabilities&service=wms V.1 I& V.2 inslagen in Nederland: vergeltungswaffen.nl
Websites
Geologische eenheden (formaties): https:||www.dinoloket.nl|stratigrafische-nomenclator
KSP Archeologie
31
Bijlage 1
Geomorfologische kaart
L53000
153500
154000
154500
R2 ì
Beb
100
200
300
400 m
L53000
153500
nangeoed Geomorfologische Kaart (BRO 2019) L5i
Dekzandwelvingen
R23
Dalvormige laagte
Beb: Bebouwd
KSP Archeologie
KSP Archeologie 154000
154500
Bijlage 2
Bodemkaart
153500
154000
154500
zEZ23t
23t
cHn23
zEZ23t
H KSP Archeologie 153500
LJ Plangebied Vergraven Gronden (Brouwer8( van der Werff 2012) t . , Delfstoffen Depots :;: Gemodificeerde natuur Toevoegingen ondergrond (BRO 2018) t: Gerijpte oude klei (geen keileem/potklei) ^08il20 cm minstens 20 cm dik
KSP Archeologie
154000
154500
Overig gebieden (BRO 2018) Bebouwd gebied Bodemkaart (BRO 2018) cHn23 Laarpodzolgronden; lemig fijn zand pz«23 Beekeerdgronden; lemig fijn zand Hoge zwarte enkeerdgronden; lemig fijn zand V; Grondwatertrap
Bijlage 3
Archeologische gegevens
153000
153500
154000
154500
4681844.
2333959 2VW)58 2186217 330Ì0352144315
KSP Archeologie
LJ Plangebied 0 *
Vondstmeldingen (de laatste drie cijfers van het 181361=100 zijn weggelaten) vondstlocaties bij onderzoeken
Rijksmonument punten (2019) * archeologisch *
onroerend gebouwd
Rijksmonument vlakken (2019)
ĵ Onderzoeksmeldingen (de laatste drie cijfers van het labeNlOO zijn weggelaten) EVxl archeologisch
Archeologische Monumenten Kaart (AMK, 2014) I
I Terrein van archeologische waarde
I
I Terrein van hoge archeologische waarde
I
I Terrein van zeer hoge archeologische waarde Terrein van zeer hoge archeologische waarde, beschermd
Gegevens zijn afkomstig uit het Archeologisch Informatiesysteem Archis, bijgewerkt tot en met 02-10-2020
KSP Archeologie
Bijlage 4
Boorpuntenkaart
20651 Oirschotseweg te Best
0
10
20
30
153900
40
KSP Archeologie 153900
Legenda Plangebied -
Bonngen
Achtergrond: luchtfoto 2019 (PDOK)
KSP Archeologie
15^0 n
154 N
Bijlage 5 Boorbeschrijvingen Projectnummer
20651
Project
Oirschotseweg te Best
Datum
26-11-2020
Beschrijver
Erik Schorn
Type grond
Zand
Boordiameter
Edelman 7 cm
Bijzonderheden
Geen Bijzondere bestanddelen
KSP
Archeologie
Horizont
Opmerkingen
Aap/Aa
opgebracht?
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
1
75
Z2s1
h3
dbrgr
weiland
90
Z2s1
h1
brgr
Aap/C
gevlekt, verploegd?
115
Z2s2^z1
h1
brgr/gegr
Aap/C
gevlekt, opgebracht?
135
Z2s1
h2
dbrgr
Apb
165
Z2s2^z3
gegr
humusvlekken
Apb/C
verploegd/vergraven?
180
Lz3
orgr
Fe3
C
Brabantse Leem
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
Aap
opgebracht? opgebracht?
bs1, gele zandvlekken, grindje
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
2
45
Z2s1
h3
dbrgr
weiland
65
Z2s1
h2
brgr
witte leempuntjes
Aa
85
Z2s1
h2
zwgr/or
mortelresten, glas (modern)
Apb
100
Z2s2
zwgr/brge
Apb/C
verploegd
130
Z2s2
gegr
C
lemig
140
Lz1
orgr
Fe3
C
Brabantse Leem
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
Boring
Diepte in cm
Textuur
3 in de schuur, bestrating
10
X
Humus
35
Z2s1
50
Z2s1
h3
zwgr
Aap
Vondsten
Vondsten
klinker bestratingszand
ge
75
Z2s1
h2
zwgr
Aa?
90
Z2s1
h2
zwgr/dbr
Aa?^hs
verploegd
100
Z2s2
h1
brgr/gegr
Bhs/Bs
verploegd
120
Z2s3
wigr
Fe3
C
lemig
130
Lz1
wigr
Fe3
C
Brabantse Leem
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
4
65
Z2s1
h2
dbrgr
pu2, glas (modern)
Aap
opgebracht
weiland
100
Z2s1
h2
zwgr
bs2
Apb?
opgebracht?
135
Z2s1
h1
zwgr/lgr
Apb/C
verploegd/vergraven?
150
Z2s2^z3
h1
zwgr/lgr
Apb/C
verploegd/vergraven?
170
Lz1
lgr
C
Brabantse Leem
Horizont
Opmerkingen
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
5
40
Z2s1
h3
zwgr
Aap
weiland
50
Z2s1
h2
zwgr/dbrgr
Aap/Bhs
verploegd
60
Z2s1
h1
zwgr/orgr
Aap/C
verploegd
95
Z2s2
orgr/lgr
X/C
verploegd/vergraven?
120
Z2s2
or/lgr
C
lemig
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
Fe3, humusvlekken
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
6
40
Z2s1
h2
zwgr
weiland
60
Z2s1
h2
zwgr/dbrgr/orgr
loodzandkorrels
Aap/Ah/E/Bhs
80
Z2s2
h1
zwgr/or/lgr
Fe3
Ah/Bhs/C
verploegd/vergraven? gevlekt, verploegd/vergraven?
110
Z2s2
lgr
Fe2
C
lemig
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
7
35
Z2s1
h2
zwgr
h1
zwgr/gr
weiland
Vondsten
Bijzondere bestanddelen
Vondsten
Vondsten
Vondsten
Aap
Aap
80
Z2s1
Aap/C
verploegd/vergraven
90
Z2s2
zwgr/lgr
Fe3
Aap/C
verploegd/vergraven
120
Lz1
lgr
Fe3
C
Brabantse Leem
Pagina 1 van 2
Vondsten
Boring
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
8
45
Z2s1
h3
zwgr
weiland
50
Z2s1
h2
zwgr/brgr/lgr
100
Z2s2
h2/h 1
dbrgr/gr
120
Lz3
Bijzondere bestanddelen
Horizont
Opmerkingen
loodzandkorrels
lgr
Fe3
Bijzondere bestanddelen
Aap/Ah/E/Bh
verploegd/vergraven
Bhs/C
verploegd/vergraven
C
Brabantse Leem
Diepte in cm
Textuur
Humus
Kleur
45
Z2s1
h3
zwgr
Aap
weiland
55
Z2s1
h2
zwgr/brgr/orgr
Aap/Bhs
70
Z2s1
orge
Bs
80
Z2s1
lgr
90
Z2s3
lgr
Fe3
C
lemig
120
Lz3
lgr
Fe3
C
Brabantse Leem
Z X (m RD)
Y (m RD)
via AHN3
153.951
391.080
15,76
2
153.960
391.095
15,76
3
153.948
391.115
15,51
4
153.932
391.114
15,73
5
153.896
391.046
15,43
6
153.883
391.031
15,57
7
153.866
391.013
15,56
8
153.854
391.044
15,60
9
153.872
391.060
15,53
verploegd
C
(m+NAP)
1
Horizont
Opmerkingen
Boring
9
Boring
Vondsten
Aap
Pagina 2 van 2
Vondsten
Codering voor de boorbeschrijving (gebaseerd op de NEN5104 enASB) Grondsoort
Zandmediaanklasse
Bijmenging met klei
Onverharde sedimenten s 63 mm grind G klei K leem L veen V zand z
Toevoeging bij zand Uiterst fijn 1 Zeer fijn 2 Matig fijn 3 Matig grof 4 Zeer grof 5 Uiterst grof 6
kleiig zand zwak kleiig veen sterk kleiig veen mineraal arm veen
Bijmenging met silt
Grondsoort
Bijmenging met zand
Onverharde sedimenten organische stof detritus det gytţja gy bagger bg hout ho geen monster gm
bij grind, Idei, leem of veen zwak zandig z1 matig zandig z2 (alleen bij grind en klei} sterk zandig z3
hl h2 h3
Kleur
Eventuele tweede kleur komt voor de hoofdkleur blauw bl bruin br geel ge groen gn grijs gr oranje or Paars pa ro rood roze rz wit wi zw zwart
Intensiteit kleur
d i
Laaggrens
betreft de ondergrens van de laag scherp se geleidelijk ge diffuus di
Toevoeging bij veen niet tot zwak vergane plantenresten matig vergane plantenresten sterk vergane plantenresten
met de toevoeging weinig 1 matig 2 veel 3
Grindmediaanklasse
matig grof zeer grof
Consistentie klei, veen, leem
aardewerk baksteen bot glas fosfaatvlekken hout houtskool verbrande klei ijzerconcreties kalkgehalte mangaanconcreties mangaanvlekken metaal natuursteen plantenresten riet roestvlekken schelpen slakken/sintels veenmos vuursteen zegge
aw bs oxb gis ff ho hk vkl fee ca mne mn mxx sxx plr rí fe sch sla vm svu ze
gs ms sg
^ ĶSP Archeologie
KSP Archeologie
1 2 3
Toevoeging bijgrind
Zandsortering
goed gesorteerd matig gesorteerd slecht gesorteerd
zwak grindig matig grindig sterk grindig
Veen amorfiteit
Bijzondere bestanddelen
donker licht
s1 s2 s3 s4
Bijmenging met grind
Humusgehalte
zwak humeus matig humeus sterk humeus
bij klei ofzand zwak sīltíg matig siltig sterk siltig Uiterst siltig
zeer slap slap matig slap matig stevig stevig
Bodemhorizont
strooisellaag minerale bovengrond uitspoelingshorizont inspoelingshorizont uitgangsmateriaal AE-overgangshorizont BC-overgangshorizont Recente laag
Toevoeging bodemhorizont
antropogene laag begraven horizont geheel gereduceerd ingespoelde humus ingespoelde lutum ingespoelde sesquioxiden interne verwering verploegd
O A E B C AE BC XX
Bijlage 6
Overzicht geologische en archeologische tijdvakken
Samengesteld door E.A. Schorn (BAAC) naar aanleiding van de publicatie: De steentijd van Nederland (2005). Onder redactie van: Jos Deeben, Erik Drenth, Marie-France van Oorsouw en Leo Verhart.
Ouderdom
Chronostrati grafie
in cal. C14
Lithostrati grafie Formaties: Naaldwijk (marien), Nieuwkoop (veen), Echteld (fluviatiel)
Holoceen 11.755
Late Dryas
12.745
LaatWeichsehen
13.675
Allerod Vroege Dryas
Glaciaal)
14.025
Bolling
14.700
Plemglaciaal 29.000
50.000
~
MiddenWeichsehen (Plemglaciaal)
MiddenPlemglaciaal
Formatie Formatie
Kreftenheye Plemglaciaal
Boxtel
75.000
VroegWeichsehen (VroegGlaciaal) 115.000 130.000
Formatie
Eemien (warme periode)
Formatie Formatie van Drente
Saalien (ijstijd) 370.000
410.000
Holsteimen (warme periode)
Formatie Formatie van Peelo
Eistenen (ijstijd) 475.000
Cromerien warme periode) B5Ū.00Ū
Formatie Pre-Cromerien
2.600.000
KSP Archeologie
Sterksel
Cal. járen v/n Chr.
14C járen
1950
Chronostratigrafie
Pollen zones
Vegetatie
Nieuwe tijd
0
Vb2
1500 ■ţo (O -i
-450 o 12
Subatlanticum koeler vochtiger
Vb1
Va
Archeologische perioden
eik en hazelaar overheersen haagbeuk veel cultuurplanten rogge, boekweit, korenbloem
Middeleeuwen Romeinse tijd Ijzertijd
-800 815
2650
IVb üUDDoreaai koeler droger
3755
C 03 03 O 5000- o o X
4900
5300
7020
824a
12.745
Atlanticum warm vochtig
III
Boreaal warmer
II
Preboreaal warmer
1
8000 03 0) 2 >
9000
-8800 11.755
10.150
11.800
14.025
12.000
LaatWeichselien (LaatGlaciaal) "O
LW III
Allerad
LW II
13.000
03 03 O O1 Ifl 03 ü-
ra
Neolithicum
Loofbos eik, els en hazelaar overheersen in zuiden speelt linde een grote rol
den overheerst hazelaar, eik, iep, linde, es eerst berk en later den overheersend
Mesolithicum
parklandschap dennen- en berkenbossen open parklandschap
LW 1
Bronstijd
Laat-Paleolithicum
open vegetatie met kruiden en berkenbomen
c
-1— d) flJ
Vroege Dryas Balling
c tjį
-35.000
Late Dry as 10.800
13.675
14.70a
IVa
M idder
-2000
Loofbos eik en hazelaar overheersen beuk?10Zo invloed landbouw (granen)
V)
É“ O i
MiddenWeichselien (Pleniglaciaal)
perioden met een poolwoestijn en perioden met een toendra
VroegWeichselien (VroegGlaciaal)
perioden met bos en perioden met een subarctisch open landschap
—1
75.000
115.000-
Eemien (warme periode)
130.000
Midden-Paleolithicum loofbos
c
03 03 O 03 CL
300.000
Saalien (ijstijd)
c. 73 73
s
Vroeg-Paleolithicum
Chronostratigrafie voor Noordwest-Europa volgens Zagwijn (1974), Vandenberghe (1985) en De Mulder et ai (2003). Li th o strati grafie volgens De Mulder et af. (2003). Mariene isotoop stadium (MIS) volgens Bassinot et ai (1994). Atmosferische data volgens Stuiver et ai (1998). Zuurstofisotoop calibratie (OxCal) versie 3.9 Bronk Ramsey (2003), toegepast op het Laat-Weichselien en het Holoceen. Archeologische periode-indeling en ouderdom volgens de Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB). Vegetatie bewerkt volgens Berendsen (2000). Pollenzones volgens P. Vos 8t P. Kiden (2005).
KSP Archeologie
Archeologische periodes volgens het Archeologisch Basis Register
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed
Steentijd 1.000.000 - 2.000 v, Chr,
Vroeg Paleolithicum PALEOV 1.000.000 350.000V. Chr.
Midden Paleolithicum PALEOM
350.000 35.000V. Chr.
Paleolithicum PALEO L 35,000 - 8,800 v. Chr.
Mesolithicum - MESO 8.800 - 5.30ŨV. Chr.
Vroeg Mesolithic um MESOV 8,800 - 7,100 v. Chr.
Midden Mesolithic um MESOM 7.100 - 6.450 v. Chr.
Mesolithic um MESOL 6,450-5,300 v. Chr.
Vroeg Neolithicum 5,300 - 4,200 v. Chr.
Midden Neolithic um NEOM 4.200 - 2.850 v. Chr,
Bronstijd-BRONS 2.000 - 800v. Chr.
Vroege Bronstijd BRONSV 2,000-1,800 v. Chr.
Midden Bronstijd BRONSM 1.800-1.100 v. Chr,
Late Bronstijd BRONSL 1.100 - 850 v. Chr.
Ijzertijd-IJZ 800-12v. Chr.
Vroege Ijzertijd IJZV 800 - 500 v. Chr.
Midden Ijzertijd IJZM 500-250 v. Chr,
Late Ijzertijd IJZL 250- 12 v. Chr.
Romeinsetijd- ROM 12 V. Chr.-450 n.Chr.
Vroeg Romeinse Tijd ROMV 12 v. Chr.-70 n, Chr.
Midden Romeinse Tijd ROMM 70-270
Laat Romeinse Tijd ROML 270-450 n, Chr.
Neolithicum-NEO 5,300-2.000V, Chr. Prehistorie
Meta altijd en 2.450-13 v. Chr.
Protohistorie
Middeleeuwen ME 450-1500 n.Chr.
Historie
Nieuwetijd NT 1500- 1945 n. Chr.
Recent 1945 n.Chr. -heden
KSP Archeologie
Laat
Paleolithicum - PALEO 1.000.000 - 8,800v. Chr.
NEOV
Vroege Middeleeuwen MEV 450- 1050 n.Chr.
NieuweTijd Vroeg NTV 1500-1650 n, Chr.
n. Chr.
Volle Middeleeuwen MEVOL 900-1250 n. Chr.
Nieuwe Tijd MiddenNTM 1650- 1850 n, Chr.
Laat
Laat Neolithicum NEOL
2.850 - 2.000 v. Chr.
Late Middeleeuwen MEL 1050-1500
n, Chr.
Nieuwe Tijd Laat NU 1850-1945 n. Chr.
^ KSP Archeologie