CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22059.3 - Bijlage STEC onderzoek grootschalige logistiek

Raadsvergadering 31 oktober 2022, gemeente BestBij agendapunt: Stan van der Heijden12.444 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Naast een startkapitaal bijeengebracht door overheden, wordt het fonds gevuld met een afdracht per m2 op uit te geven bedrijventerrein.10 Het houdt in dat een marktpartij/bedrijf bij de koop van een bedrijfskavel (van een specifiek benoemd bedrijventerrein) een extra bedrag bovenop de grondprijs betaald en de uitgevende partij dit afdraagt in het fonds. Het geld in het fonds kan ingezet worden om kansrijke herontwikkelingen door marktpartijen (mede) te financieren. Hieraan kunnen condities worden verbonden wanneer de marktpartij voor een bijdrage uit het fonds in aanmerking komt (bijvoorbeeld dat het plan voor herontwikkeling goedgekeurd moet zijn door college van B&W). Het te heffen extra bedrag op de nieuw uit te geven kavels komt niet ten laste van de bestaande exploitaties van de betreffende terreinen. Het is expliciet een bijdrage aan sloop, herontwikkeling en kwaliteitsbehoud van bestaande panden/kavels ('statiegeld' of 'verwijderingsbijdrage') en dus iets anders dan een herstructurering(sfonds) op basis van verevening. Daarbij worden de grex-opbrengsten (positieve saldi) die gerealiseerd worden door de ontwikkeling van nieuwe bedrijventerreinen gebruikt om herstructurering te

10 Het Stedelijk Gebied Eindhoven heeft al een dergelijk fonds. Herontwikkeling van bestaande terreinen kan een (alternatief) bestedingsdoel kunnen zijn.

groep

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

21

financieren. We verwachten dat een bedrag van circa 10 euro per m2 nodig is om een fonds op te tuigen met voldoende middelen. Het is wel noodzakelijk dat de nu nog te ontwikkelen terreinen meedoen in een dergelijke regeling, bijvoorbeeld zoals de SGE-gemeenten nu al georganiseerd hebben. Spelregels zullen moeten worden gemaakt om heldere afspraken vast te leggen. Een fonds kan ook worden gebruikt om financiële risico's op plekken waar herontwikkeling ongewenst is af te dekken. Immers, hier kan planschade ontstaan.

3. Specifieke privaatrechtelijke instrumenten voor gemeenten in te zetten voor cases Privaatrechtelijke instrumenten kunnen daarnaast bijdragen aan herontwikkeling van bestaande bedrijventerreinen voor grootschalige bedrijven/logistiek. Een aantal instrumenten 11 die ingezet kunnen worden in specifieke cases waar gemeenten tegenaan lopen: 1.

Compensatiefonds: afspraak met marktpartij/eindgebruiker om kavel te verwerven op een vooraf bepaalde tijd, tegen een vooraf bepaalde vergoeding/waardering. Hiermee kan gebruiker alternatief zoeken om activiteiten voort te zetten.

2.

Transitie-exploitatie: bij leegstand 'strategische' positie verwerven en tijdelijk exploiteren (verhuren) om inkomsten te genereren en op termijn grotere herontwikkeling mogelijk te maken (als het buurkavel ook beschikbaar komt of te verwerven valt).

3.

Stedelijke kavelruil: Voor XXL is veel ruimte nodig. Op bestaande bedrijventerreinen is het eigendom vaak versnipperd en zijn meerdere eigenaren nodig om een herontwikkeling tot stand te brengen. Dit geeft macht aan de 'dwarsliggers'. Via een wettelijke regeling voor stedelijke herverkaveling kan een eigenaar 'gedwongen' worden om bij de herontwikkeling mee te participeren. Op dit moment is stedelijke herverkaveling alleen op vrijwillige basis. Dwang is in de huidige wetgeving niet mogelijk. Dat betekent dat de plannen alleen door kunnen gaan als alle betrokken partijen zich kunnen vinden in de plannen. Bij meer doorzettingskracht (bijvoorbeeld 70-80% van de eigenaren in het gebied wil meedoen) ontstaat een systeem waarin meer investeringen (en daarmee toekomstige waarde) in bestaande bedrijventerreinen plaatsvinden, zonder dat de overheid het onteigeningsrecht hoeft toe te passen.

4.

Verhandelbare ontwikkelrechten bij een (greenfield)ontwikkeling. Verhandelbare ontwikkelingsrechten geven de mogelijkheid tot kostenverevening van investeringen in de sloop van bestaande bedrijfspanden, doordat zowel het nieuwe programma als de sloop van het vastgoed een commerciële waarde genereren. Zonder onttrekking van een bedrijfspand (sloop, herinrichting) is er geen nieuw recht op ontwikkeling van nieuwbouw en zonder dat nieuwe verhandelbare ontwikkelingsrecht kan er geen omgevingsvergunning worden verleend. De ontwikkelrechten en plichten kunnen onderling worden verhandeld. Belangrijk is te komen tot verankering daarvan in bijvoorbeeld een (regionale) omgevingsvisie.

5.

Onteigening/verwerving: incidenteel in te zetten instrument om strategische posities te verwerven. Het is een relatief zwaar instrument en kan zeer hoge investering tot gevolg hebben. Een laatste middel om grondeigenaren op strategische posities te dwingen grond over te dragen. Mogelijk kan het Provinciaal Ontwikkelbedrijf een bijdrage leveren. Bij verhuiswens van een bedrijf en gesprek hierover met de gemeente (of een gemeente in de regio) momentum om tot verwerving over te gaan.

HOUD VINGER AAN DE POLS DOOR DYNAMISCHE MONITORING11

11 De instrumenten behoren tot de 'gereedschapskist’ van gemeenten en kunnen in specifieke cases worden ingezet, al naar gelang de situatie en behoefte.

groep

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

22

De uitkomsten van dit onderzoek zijn een momentopname. Er is gebruik gemaakt van data en bronnen die jaarlijks wijzigen en daarmee snel verouderen. We adviseren om de uitkomsten van dit onderzoek

regelmatig te actualiseren (minimale frequentie tweejaarlijks, liefst dynamisch 12). De provincie heeft hierbij een belangrijke rol, mede gelet op het informeren van gemeenten over ontwikkelingen op werklocaties. Van belang is daarbij wel om de data te optimaliseren en verbeteren waar mogelijk. We denken in dit verband aan verbeteringen in de gegevens over werkgelegenheid per vestiging, het basisbestand over verkaveling en percelen en data over bedrijfsgebouwen. Overigens heeft de provincie Noord-Brabant de databestanden al goed op orde in vergelijking met andere provincies. Echter, er is altijd ruimte voor verbetering, zoals de aansluiting met het Data Warehouse van de provincie.13 Grootste voordeel van dynamische monitoring is dat gemeenten hierdoor dichter op de markt komen. Zoals gezegd is de huidige meting een 'nulmeting'. Bij dynamische monitoring komen plekken naar boven die (sterk) verbeteren of juist (sterk) verslechteren. Dit kan de inzet van accountmanagement trechteren. Bovendien kan het huidige model uitgebreid worden met nieuwe indicatoren. We denken bijvoorbeeld aan informatie over huisvestingsdynamiek (bijvoorbeeld beschikbaar via provincie en BOM of leads beschikbaar bij gemeenten) of over faillissementen van bedrijven.

Door eerder op de hoogte te zijn van een verhuiswens of vertrek van een bedrijf is het mogelijk om samen met de eigenaar van de grond een strategie te bepalen voor de locatie. In feite kan een gemeente dus proactief aan de slag met de resultaten en de resultaten actueel houden door lokale informatie toe te voegen aan het model.

Advies 4: Ontmoedig herontwikkeling op ongewenste locaties We zoomen ook in op plekken die ongewenst zijn voor herontwikkeling, maar waar deze herontwikkeling nu zonder meer mogelijk is (bijvoorbeeld omdat het bestemmingsplan de vestiging mogelijk maakt).

Figuur 5: Sturen op ongewenste plekken waar herontwikkeling mogelijk is Mogelijk

Faciliteren, kansen pakken

Ontmoedigen

ūngswanst

Gewenst

Geen zorgen over maken

Werk van maken, belemmeringen wegnemen

Onmogelijk

Ontmoedigen 'kansrijke, maar ongewenste locaties' op 80 bedrijventerreinen vooral via publiekrechtelijk instrumentarium De BPI geeft een beeld van plekken waar herontwikkeling opportuun is. We achten circa 80 bedrijventerreinen14 markttechnisch gezien aantrekkelijk voor grootschalige logistiek. Op een groot deel van de locaties zijn al logistieke activiteiten (zoals transport, grootschalige productie met veel logistieke stromen, logistieke dienstverlening, groothandel, e-commerce, etc.) gevestigd. Toch is niet op alle locaties doorontwikkeling van logistiek of vestiging van zeer grootschalige logistiek wenselijk. We denken aan plekken 'achteraf' op bedrijventerreinen, locaties zeer dicht bij de woonomgeving of plekken die qua

12 De indicatoren in de BPI worden jaarlijks/continue geactualiseerd. Het is van groot belang dat gemeenten, regio en provincie het belang van actuele data onderkennen en investeren in het actueel houden van bronbestanden. Zonder deze data blijft sturen op actuele ontwikkelingen moeilijk/onmogelijk. Marktpartijen monitoren wel. In dat geval loopt de overheid achter op de markt. 13 Om dit te kunnen realiseren is de basisdata van belang. Dit betekent een koppeling van data omtrent eigendom van percelen en omgevormd naar verkaveling op bedrijventerreinen. Overige data is vervolgens hieraan te koppelen. Enige bewerking van data is daarbij overigens wel noodzakelijk. 14 Er zijn 110 markttechnisch geschikte terreinen, waarvan circa 30 gewenste vestigingslocaties voor grootschalige logistiek. Hiermee blijven nog circa 80 terreinen over die weliswaar geschikt zijn, maar ongewenst.

groep

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

23

autobereikbaarheid onwenselijk zijn. Ook zijn er (incidenteel) plekken waar wel een bedrijfsbestemming is, maar waar een logistieke herontwikkeling niet past bij de locatie of waar de locatie beter geschikt is voor andere doelgroepen (of door gemeente andere keuzes gemaakt zijn in de Omgevingsvisie). De lijst van de

locaties waar herontwikkeling naar grootschalige logistiek gewenst is (en daarmee dus ook de locaties die ongewenst zijn), worden vastgelegd in de regionale programmeringsafspraken, inclusief in te zetten instrumentarium vormen hiervoor de basis. Instrumenten - die naast de borging van de lijst met gewenste en ongewenste locaties - ingezet kunnen worden om ongewenste ontwikkeling op dit soort plekken te ontmoedigen zijn: ^

In gesprek met eigenaren op kansrijke locaties volgend uit de BPI, maar ongewenst vanuit beleid, infrastructuur, etc. Op deze wijze sturing uitoefenen.

^

wie? gemeenten)

Nemen van een voorbereidingsbesluit op kansrijke, maar ongewenste locaties zodat vestigingsmogelijkheden beperkt worden. Bij het nemen van een voorbereidingsbesluit moet de bestemming na 1 á 1,5 jaar gewijzigd worden. (^ wie? gemeenten en/of provincie)

^

In gesprek met eigenaren in gebied om eerste recht van verkoop af te dwingen (vestigen voorkeursrecht). Hierdoor meer sturing op locaties wanneer deze aangeboden worden. (^ wie?

gemeenten) ^

In regionale structuurvisie/Omgevingsplan gewenste plekken benoemen en voor overige locaties een parapluplan opstellen om vestiging van bedrijven ^ hectare onmogelijk te maken. Voor zittende bedrijven geldt een uitsterfconstructie. (^ wie? gemeenten, regio en provincie)

^

Op strategische locaties grondpositie verwerven zodat (lokale) overheid aan zet is bij herontwikkeling.

(^ wie? gemeente en provincie) In veel gevallen gaat het om een 'juiste' timing en een combinatie van in te zetten instrumenten (bijvoorbeeld een voorbereidingsbesluit nemen en pas daarna het bestemmingsplan wijzigen). Door beter te weten wat speelt op bestaande bedrijventerreinen kan de gemeente anticiperen op ontwikkelingen en daarmee een voorsprong opbouwen ten opzichte van de markt.

Overige 220 bedrijventerreinen in Noordoost- en Zuidoost-Brabant, via Omgevingsverordening en regionale afspraken Naast de 110 markttechnisch geschikte bedrijventerreinen voor vestiging van grootschalige logistiek in, zijn er nog 220 overige terreinen in Noordoost- en Zuidoost-Brabant. Het gaat dan om binnenstedelijke bedrijventerreinen, kleine bedrijventerreinen nabij dorpskernen of in het buitengebied of bedrijventerreinen op locaties verder dan 1 kilometer van de snelwegafslag. Markttechnisch (vanuit bereikbaarheid, omvang kavels, korrelgrootte, omgeving) zijn deze locatie minder Z niet aantrekkelijk voor grootschalige logistiek. Een beknopte analyse van het risico hebben we ingeschat op basis van de verkaveling ^3 hectare) en panden ^5.000 m2 bvo te beoordelen op deze 220 terreinen. Het blijkt dat het risico op ongewenste ontwikkelingen meevalt. Op enkele terreinen, zoals Duin (Schijndel), Wolfsveld (Gemert) en Kranenmortel (Deurne) zien we grootschalig vastgoed. Risico op herontwikkeling hier is beperkt, maar zeker niet onmogelijk. Om te voorkomen dat er ongewenste ontwikkeling voordoen op deze locaties, kan de verankering via de

regionale programmeringsafspraken en de in te zetten instrumenten uitkomst bieden. Hierop zal wel 'snel' gehandeld moeten worden, nu is er momentum om deze afspraken te maken. Lokaal maatwerk zou in principe wel mogelijk moeten blijven, alleen onder zeer strikte voorwaarden. We denken bijvoorbeeld aan een lokaal geworteld logistiek bedrijf dat beperkt wil uitbreiden, of een logistieke onderneming die naast een productiebedrijf zich wil vestigen vanwege synergievoordelen. Hierbij dient uiteraard aan overige voorwaarden van het ruimtelijk beleid van de provincie en de regionale programmeringsafspraken voldaan te zijn. Gemeenten, regio en provincie zijn hiervoor aan zet.

groep

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

24

Bijlage Methodiek We lichten toe welke stappen we nemen om tot de conclusies en adviezen van dit onderzoek te komen. Het gaat achtereenvolgens om (1) het maken van een selectie van bedrijventerreinen die vanuit de markt gezien interessant zijn voor vestiging van grootschalige logistiek, (2) het beoordelen van alle kavels binnen deze bedrijventerreinen op potentie voor herontwikkeling (kwantitatief en kwalitatief) en vervolgens (3) het kijken naar de (on)gewenstheid en (on)mogelijkheden op deze locaties.

1. Selectie bedrijventerreinen die markttechnisch geschikt zijn voor grootschalige logistiek We brengen met een aantal stappen het totaal aantal terreinen met uitgegeven voorraad in Noordoost- en Zuidoost-Brabant (315 terreinen) terug naar 110 bedrijventerreinen die markttechnisch geschikt zijn voor grootschalige logistiek. ^

Allereerst selecteren we alle bedrijventerreinen met een omvang van minimaal vijf hectare netto

^

Vervolgens selecteren we alleen terreinen die binnen 1 kilometer van een afrit van een snelweg of

(uitgegeven). vierbaans N-weg liggen. Terreinen die verder dan 1 kilometer van een afrit gelegen zijn maar multimodaal ontsloten zijn (door middel van een barge- en/of railterminal) worden wel meegenomen in de selectie, omdat multimodale bereikbaarheid interessant kan zijn voor grootschalige logistiek. ^

Als laatste stap zijn alle locaties kwalitatief afgewogen, een klein aantal terreinen is op basis van onder andere (toekomstige) ruimtelijke ontwikkelingen Z kenmerken, geobserveerde marktdynamiek en marktverwachtingen voor de toekomst toegevoegd of verwijderd uit de selectie. Uiteindelijk blijven er 110 bedrijventerreinen over die markttechnisch geschikt zijn voor grootschalige logistiek, zie ook het figuur op de volgende pagina.

Tabel 4: Ruimtelijk relevante vestigingskenmerken grootschalige logistiek Kenmerk

9 ii

TT

Toelichting Rand kern Z perifeer

Ligging Bereikbaarheid

Weg Water/spoor OV

Kavelomvang rÄ— —5

Gebruiksmogelijkheden (bestemmingsplan)

Snelweg(afslag)Zaan vierbaans N-weg Aanwezigheid terminal Z kade in directe nabijheid sterke pré, toenemend belang Pré, toenemend belang » XL: 3 tot 5 hectare » XXL: vanaf 5 hectare » Maximale bouwhoogte: tussen 15 en 20 meter » Maximale milieucategorie: 4.2

stee groep

25

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

Figuur 6: Selectie markttechnisch geschikte bedrijventerreinen

Legenda a Grens NO- en ZO-Brabant Gemeentegrenzen Bevolkingskernen Selectie bedrijventerreinen Buffer afritten (1km) Afritten NO- en ZO-Brabant Barge- en railterminals -------Snelwegen -------Vaarwegen Spoorwegen

2. Beoordeling kavels op potentie voor herontwikkeling Voor alle terreinen die markttechnisch geschikt zijn voor grootschalige logistiek beoordelen we de kavels op potentie voor herontwikkeling. Dit doen we met behulp van onze Brownfield Potentie Indicator (BPI), met daarin ruimtelijke en economische kenmerken. Voor elk van de vier indicatoren kan een kavel 1 tot en met 5 scoren, waarbij 1 staat voor weinig potentie voor herontwikkeling en 5 staat voor veel kans voor herontwikkeling. De som van de vier indicatoren geeft aan of de kavel veel of weinig potentie heeft voor herontwikkeling naar een kavel voor grootschalige logistiek. Hieronder lichten we kort elke indicator toe:

Leeftijd vastgoed De leeftijd van vastgoed is een goede indicator voor de waarde van het betreffende vastgoed. Oudere panden hebben vaak een lagere vastgoedwaarde dan nieuwere panden. Een kavel met ouder vastgoed is vaak minder courant en voor een lagere investeringssom aan te kopen. Hiermee is een kavel met ouder vastgoed aantrekkelijker om aan te kopen ten behoeve van een herontwikkeling dan een kavel met nieuwer vastgoed. Ook is het einde van de technische en economische levensduur van vastgoed bereikt. Investeringen zijn in veel gevallen nodig om de plek weer courant te maken. Hierdoor ontstaat een momentum voor investeringen.

26

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

groep

Floor Space Index De floor space index (FSI) geeft de verhouding tussen vastgoed (vloeroppervlakte) en grond op een kavel weer. Een kavel met een lage FSI duidt op extensief ruimtegebruik, en kan duiden op een suboptimale benutting van de kavel en/of laagwaardige activiteiten (bijvoorbeeld veel buitenopslag). Een kavel met relatief weinig vastgoed is vanuit een ontwikkelaar ook aantrekkelijk: zowel de aankoopsom als de sloopkosten zijn relatief laag.

Terreinquotiënt Het terreinquotiënt (TQ) geeft het aantal vierkante meters kavel per werknemer weer. Kavels met een hogere TQ (dus meer vierkante meters per werknemer) hebben een hogere potentie voor herontwikkeling. Dit zijn namelijk kavels met een relatief lage werkgelegenheidsfunctie, of waar de werkgelegenheidsfunctie in de afgelopen jaren is afgenomen. Een hoge TQ kan ook duiden op laagwaardige activiteiten (weinig toegevoegde waarde, zoals opslag van goederen).

Ontwikkeling banen De ontwikkeling van de werkgelegenheid op een kavel zegt iets over het economisch functioneren van het bedrijf op de betreffende kavel. Op kavels waar de werkgelegenheid van het daarop gevestigde bedrijf hard achteruit loopt is het aannemelijk dat het economisch slechter gaat. Mogelijk speelt hier (op termijn) een huisvestingsvraagstuk. Voor een investeerder is dit een momentum omdat er bij een hoogwaardiger economische activiteit ook vaak een hogere huurwaarde te genereren is. Voor elk van deze indicatoren geldt dat ze op zichzelf geen definitieve uitsluitsel geven maar gezamenlijk een helder beeld geven van de potentie van kavels voor herontwikkeling, zo blijkt ook uit herontwikkelingen van grootschalige logistiek in de praktijk.

Figuur 7: Beoordelingsmodel brownfield potentie indicator

Brownfield potentie indicator

O Leeftijd vastgoed

O Score

Floor Space Index

O

O

Score

Terreinquotiënt

Score

Ontwikkeling banen

Score

toten met 1980

5

toten met 0,30

5

350 m2 of hoger

5

«- m

5

1981 -1990

4

0,31-0,40

4

300-350 m2

4

-20 tot-10%

4

1991 - 2000

3

0,41-0,50

3

250-300 m2

3

-10 tot -50/»

3

2001 -2010

2

0,51-0,60

2

200 - 250 m2

2

-5 tot 0X

2

2011 -2020

1

0,61 of hoger

1

lager dan 200 m2

1

0ö7o of hoger

1

Kwalitatieve verdieping Als aanvulling op deze kwantitatieve, harde data kijken we naar een aantal kwalitatieve indicatoren om het beoordelingsmodel compleet te maken: ^

De Brownfield Potentie Indicator beredeneerd voornamelijk vanuit afname van en lage economische activiteit. Echter, locaties kunnen ook vrijkomen door groei van bedrijven. Voor alle kavels vanaf 1 hectare is daarom ook een score toegekend op basis van leeftijd vastgoed (oud^oge score), terreinquotiënt (laag^oge score), en ontwikkeling banen (groe^hoge score).

^

Kooptransacties en/of beleggingen in vastgoed: we zien in de markt vaak dat bedrijven via beleggingen al posities in nemen op bedrijventerreinen, om op langere termijn te kunnen herontwikkelen.

^

Informatie uit onze Database Locatiebeslissingen Nederland: we registeren onder andere (aangekondigde) bedrijfsverplaatsingen op bedrijventerreinen en weten op deze manier welke locaties worden achtergelaten.

groep

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

27

Actuele aanbod- en leegstandscijfers op bedrijventerreinen.

^

De kwantitatieve en kwalitatieve indicatoren leveren gezamenlijk per bedrijventerrein een kaartbeeld op. Op kavelniveau is met kleurengradaties de potentie voor herontwikkeling weergegeven. In onderstaand figuur ziet u een voorbeeld van locatie Hoogeind in Helmond.

Figuur 8: Voorbeeld kaartbeeld Brownfield Potentie Indicator, Kavel Hoogeind (thans herontwikkeling NEXT Level)

A. Leeftijd vastgoed

B. Floor Space Index

PWI

\

āì v

JİLLĹ

C. Terreinquotiënt

D. Ontwikkeling banen ---- Snelwegen

Marktdynamiek V Gerealiseerde brownfield X (Mogelijk) achtergelaten locatie Koop- of beleggingstransactie Grootschalig aanbod ^ 10.000 m2) Aanbod

Score Brownfield Potentie Indicator ĽZ] Laag I I Gemiddeld I. I Hoog Hl Zeer hoog

Toetsing bij gemeenten Tot slot zijn de resultaten voor de grotere gemeenten ook gedeeld en besproken in individuele sessies met gemeenteambtenaren. Op deze manier is lokale kennis opgehaald en toegevoegd aan de beoordeling van locaties.

3. Beoordeling (on)gewenstheid en (on)mogelijkheid herontwikkeling op kavels met hoge potentie Als laatste stap zijn de (grootschalige of geclusterde) kavels met een hoge potentie beoordeeld op de (on)gewenstheid en (on)mogelijkheid van een logistieke herontwikkeling op die plek. De beoordeling is gebaseerd op: ^

Ligging van de kavels met hoge potentie binnen grotere ruimtelijke structuren (denk aan ligging ten opzichte van woonwijken en capaciteit van het lokale wegennet);

^

Geldende bestemmingsplannen op de bedrijventerreinen waarop de betreffende kavels met een hoge potentie zich bevinden;

^

Gesprekken over (on)gewenstheid en (on)mogelijkheid van logistieke herontwikkeling op kavels met hoge potentie met de betrokken gemeenten.

groep

28

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

Selectie van bedrijventerreinen Onderstaande tabel geeft een overzicht van de onderzochte bedrijventerreinen in dit onderzoek. Het betreft de terreinen die aan de hiervoor gestelde criteria voldoen dat ze markttechnisch geschikt zijn voor het faciliteren van grootschalige bedrijvigheid (logistieke activiteiten). Overige terreinen zijn markttechnisch niet geschikt voor grote(re) logistiek en daarmee per definitie ongewenst.

Noordoost-Brabant Bruto omvang (in ha)

Netto omvang (in ha)

33,12 21 27,0989 26,8807 78 7 17,5 134,6102 112,6074 94,67 73,67 5,3636 21,75 23,8 16,749

26,7667 19 20,4 21,4094 66 6 15 117,992 96,2248 80,22 53 5,3636 18,0533 18,56 6,9152

7,6 2 6 48,9 10,07

7,6 2 4,42 45,5 8,95

7,7 24,35 37,041 11,36 8,377 31,5 18,05 244 8,635 95,817 44,5473 78,753 38,5 67,455 61 74,7 133 16 28 40 32 9,5 40 38,48 91,6 10 12,04 7,5

co

CERESLAAN-WEST DE BEEMD STERCKWIJCK STERCKWIJCK HEALTHCAMPUS SAXE-GOTHA TRANSPORTCENTRUM SAXE-GOTHA II LADONKZVORST BEYERD EN T RIET HAVEN CUIJK REGIONAAL BEDRIJVENPARK LAARAKKER MOLENAKKERS NOORD DE HAAGDOORN MEERHEIDE MEERHEIDE III FASE 1 KLG BECX MEERHEIDE II METAL VALLEY IND PARK VLIEDBERG NASSAULAAN BT NIEUWKUIJK GROENEWOUD (voorheen Groenewoud II en III) MEEUWAERT I BEDRIJFSLOCATIE INNOSEEDS HET HOOG HET HOOG II DE DUBBELEN DE KAMPEN DOORNHOEK OUDE HAVEN AMERT FOODPARK Z DE KEMPKENS LANDWEER MOLENEIND DANENHOEF ELZENBURG A T KOLKSKE ELZENBURG ZUID DE GEER ELZENBURG WEST DE BULK I ELZENBURG NOORD DE GEER ZUID/OOST VORSTENGRAFDONK PIEKENHOEF DANENHOEF-OOST DE BULK II

en

Bedrijventerrein

Bernheze Bernheze Boxmeer Boxmeer Boxmeer Boxmeer Boxmeer Boxtel Cuijk Cuijk Cuijk Eersel Eersel Eersel Eersel Eersel Eersel Eersel Heusden Heusden Heusden Heusden Heusden Heusden Heusden Heusden Heusden Meierijstad Meierijstad Meierijstad Meierijstad Meierijstad Meierijstad Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss Oss

"co

Gemeente

19 27,18 10,48 8,377 23,3 13,3 198,95 7,5 76 39,5985 66,739 27,6 56,955 54 59,5058 103 16 19,76 32 14,5 7,1 22,64 26,52 75,3 7,4504 6,67 5,2

groep

29

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Den Bosch Uden Uden Uden Vught

DE RIETVELDEN KNOOPPUNT HINTHAM (HEYMANS) DE TERP (BT NULAND) DE KRUITHOORN DE VUTTER BP DE HERVEN MAASPOORT HIGH TECH PARK BRABANTPOORT DE BRAND TREURENBURG LOOPKANT-LIESSENT HOOGVELD GOORKENS INDUSTRIEWEG

250 17 13 14 36 73 45 26 9 90,52 13 169 42 58,7 10

198 14 13 10 27 58,624 39 21 6 54,3 9,58 134,86 33,6 48,71

Bruto omvang (in ha)

Netto omvang (in ha)

19,1412 7,1801 19,4333 10,8 67,42 55,5 50 45,75 106,18 200 32,72 14,5835 5,3636 21,75 23,8 16,749

17,0221 5,4966 14,0451 7,4 59,82 51,5 48,56 41,69 73,734 200 31,95 12,2185 5,3636 18,0533 18,56 6,9152

7,6 2 6 57 55 212 10 54 235,8205 20 65 178,93 14,8372 311,5 37,3 42 21 180 48 16,52 18 25 18,8

7,6 2 4,42 46 37 164,5 7 54 203,1 15,5 29,0019 66,63 13,0741 250,78 28,14 30,2 12,4 149,68 33 15,49 17 25 14,7

9,1

Zuidoost-Brabant Gemeente

Bedrijventerrein

Asten Asten Asten Asten Best Best Best Bladel Bladel Cranendonck Cranendonck Cranendonck Eersel Eersel Eersel Eersel Eersel Eersel Eersel Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Eindhoven Geldrop-Mierlo Helmond Helmond Helmond Helmond Helmond Helmond Helmond Helmond Laarbeek Laarbeek

ASTEN MOLENAKKERS ASTEN 'T HOOGVELT NOBISWEG FLORAPARK T ZAND BREEVEN HEIDE I.T. HAPERT KEMPISCH BEDRIJVENPARK I.T. DORPLEIN DEN ENGELSMAN RONDVEN MOLENAKKERS NOORD DE HAAGDOORN MEERHEIDE MEERHEIDE III FASE 1 KLG BECX MEERHEIDE II EINDHOVEN AIRPORT (WELSCHAP A) KAPELBEEMD DE HURK HERZENBROEKEN HIGH TECH CAMPUS EINDHOVEN GDC EINDHOVEN ACHT ESP FLIGHT FORUM BRAINPORT INNOVATIE CAMPUS EMOPAD HOOGEIND GROOTSCHOOTEN DE WEIJER WEST BPSCHOOTEN BZOB TERREIN BRANDEVOORT DE WEIJER-OOST KANAALDIJK ZUIDWEST BEMMER A/B - VAN THIEL BEMMER C

30

Laarbeek Nuenen Oirschot Oirschot Son en Breugel Son en Breugel Valkenswaard Valkenswaard Veldhoven Veldhoven Veldhoven Veldhoven Veldhoven Veldhoven Veldhoven Veldhoven Veldhoven

BEMMER IV EENEIND WEST WESTFIELDS DE SCHEPER EKKERSRIJT STEENFABRIEK SCHAAPSLOOP1 SCHAAPSLOOP2 DE RUN 1000 DE RUN 2000 DE RUN 3000 DE RUN 4000 DE RUN 5000 DE RUN 6000 DE RUN 7000 DE RUN 8000 DE HEIBLOEM

co

Potentie herontwikkeling voor grootschalige logistiek op brownfields 21.155

CO CO

groep

28,44 34 46,2188 21,5664 227,8429 20 85,0942 27,0473 8,6 5,16 4,67 43,55 35 22,3 10

21,8 26 37,6007 16,32 149,6944 20 76,8786 24,3769 8 5 4 38,3 31 18,2 8 7,39

17,8

17,8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11865076/2