22049.3 - Bijlage concept versie Integraal Veiligheidsplan de Kempen 2023-2026
Tekst van het document
Integraal Veiligheidsplan De Kempen 2023-2026
2 september 2022 Auteurs: Gemeenten basisteam de Kempen Openbaar Ministerie Veiligheidsregio Brabant Zuidoost Politie (basisteam de Kempen)
Inhoudsopgave 1.
Inleiding ............................................................................................................................. 3 1.1.
Integraal Veiligheidsplan de Kempen ......................................................................... 3
1.2. Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant 2023-2026 .................................................. 3
2.
1.3.
Totstandkoming van het IVP ....................................................................................... 4
1.4.
Organisatorische borging ............................................................................................. 4
1.5.
Uitvoeringsplan Veiligheidsplan de Kempen 2023-2026 en bestuurlijke coördinatie 4
Strategische uitgangspunten ............................................................................................... 6 2.1.
Strategische doelstelling .............................................................................................. 6
2.2.
Strategische uitgangspunten ........................................................................................ 6
2.3.
Flankerend beleid ........................................................................................................ 8
3.
Gedigitaliseerde criminaliteit ............................................................................................. 9
4.
Jeugd................................................................................................................................. 11
5.
Maatschappelijke onrust ................................................................................................... 13
6.
Ondermijning ................................................................................................................... 15
7.
Fysieke Veiligheid............................................................................................................ 18 7.1.
Crisisbeheersing en rampenbestrijding ...................................................................... 18
Waarom is het een prioriteit? ............................................................................................... 18 7.2.
Brandveiligheid ......................................................................................................... 18
8.
Zorg en Veiligheid ........................................................................................................... 21
9.
High Impact Crimes (HIC) ............................................................................................... 23
1. Inleiding 1.1.
Integraal Veiligheidsplan de Kempen
Het huidige Veiligheidsplan loopt op 31 december 2022 af. Dit betekent dat de raad nieuwe kaders voor veiligheid vast kan gaan stellen voor de periode 2023-2026. Het Veiligheidsplan de Kempen 2023-2026 (hierna: IVP) beoogt een samenwerking en verbinding tussen de acht Kempengemeenten en vormt tevens de basis voor afspraken binnen de Driehoek van politiebasisteam de Kempen (burgemeesters, Officier van Justitie en basisteamchef). De gemeenteraad stelt het lokale veiligheidsbeleid vast vanuit zijn kaderstellende rol. De Driehoek van burgemeesters, Officier van Justitie en basisteamchef van Politie heeft hierbij geen formele rol. Toch ligt het voor de hand het IV-beleid ook te behandelen in de Driehoek, omdat veel van de te maken keuzes aan de inzet van politiecapaciteit raken. De besluitvorming hierover is wél een bevoegdheid van de Driehoek. Om een goede basis te leggen voor de (operationele) besluitvorming in een latere fase, is overeenstemming binnen de Driehoek over de strategische koers van het IVP van essentieel belang.
1.2.
Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant 2023-2026
Ook op regionaal niveau werken 32 gemeenten samen aan veiligheid. Iedere vier jaren wordt het Regionaal Veiligheidsplan Oost-Brabant (hierna: RVP) vastgesteld door burgemeesters, het Openbaar Ministerie en de politie. Het RVP is tot stand gekomen op basis van input vanuit de 32 gemeenten, politie, OM en de verschillende partners, Programmaraden en bestuurlijke werkgroepen. Daarbij is onder andere gebruik gemaakt van informatie zoals (criminaliteits)cijfers van politie en OM, de landelijke Veiligheidsmonitor, gegevens van het Actiecentrum Ondermijning en de Taskforce-RIEC. Van deze prioriteiten is vastgesteld dat deze spelen binnen alle basisteams binnen de eenheid Oost-Brabant en een gezamenlijke, integrale aanpak hierop meerwaarde heeft c.q. noodzakelijk is. De prioriteiten van het IVP en het RVP sluiten op elkaar aan. De prioriteiten in het RVP zijn de navolgende: 1. Digitale veiligheid; 2. Maatschappelijke onrust (waaronder polarisatie en radicalisering); 3. Ondermijning; 4. Zorg en Veiligheid (waaronder huiselijk geweld, kindermishandeling, personen met onbegrepen gedrag en jeugd); 5. Mensenhandel (als onderdeel van ondermijning).
Pagina 3 van 24
1.3.
Totstandkoming van het IVP
Het IVP is tot stand gekomen in samenspraak met politie, OM en de acht Kempengemeenten. Hierbij is gekeken naar de trendanalyse die de politie heeft gemaakt aan de hand van cijfers over de periode 2016 t/m 2021. Ook het Regiobureau Integrale Veiligheid Oost-Brabant, welke aan de lat staat voor het Regionaal Veiligheidsplan 2023-2026, heeft (met behulp van politie en OM) een trendinventarisatie opgesteld welke beide veiligheidsplannen van input heeft voorzien.
1.4.
Organisatorische borging
De burgemeesters in de Kempen en de Officier van Justitie overleggen regelmatig met de teamchefs van de politie binnen de gezagsdriehoek de Kempen over de taakuitvoering van de politie en over het beleid ten aanzien van de taakuitvoering. Binnen de driehoek de Kampen worden afspraken gemaakt over de inzet van de politie voor de handhaving van de openbare orde en voor de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Op verzoek van een burgemeester kan het driehoeksoverleg daarnaast ook op lokaal niveau plaatsvinden. Voor de sturing op de aanpak van ondermijning is een Bestuurlijk Overleg Ondermijning (BOO) ingericht (een driehoek-plus), waarbij ook de Belastingdienst is aangesloten. De burgemeesters en de Officier van Justitie spannen zich in de driehoek en het BOO in om vraagstukken zo veel mogelijk ‘integraal’ op te pakken, dat wil zeggen: in samenwerking met en in aanvulling op elkaar en eventuele andere betrokken organisaties (organisatie overstijgend) en door overkoepelende vraagstukken in samenhang aan te pakken (opgavegericht).
1.5.
Uitvoeringsplan
Veiligheidsplan
de
Kempen
2023-2026
en
bestuurlijke coördinatie De uitvoering van het IVP wordt nader uitgewerkt in de vorm van een tweejaarlijks uitvoeringsplan. Hierin wordt meer concreet aangegeven hoe invulling wordt gegeven aan de gestelde ambities/doelstellingen binnen het IVP. De uitvoering hiervan ligt bij de gemeenten zelf, maar ook bij politie, OM en een groot aantal samenwerkingspartners op het gebied van veiligheid. Met deze partners worden waar nodig afspraken gemaakt over ieders bijdrage in het behalen van de doelstellingen. Het uitvoeringsplan wordt behandeld binnen de driehoek en het BOO, omdat dit ook de inzet van politie (capaciteit) raakt. Wanneer er de komende jaren een aanleiding wordt gezien om het IVP bij te sturen (door bijvoorbeeld actuele ontwikkelingen) dan vindt hierover afstemming plaats binnen de driehoek en het BOO en zal de raad hierover Pagina 4 van 24
worden geïnformeerd, De gemeenten in de Kempen worden ondersteund in de taken op het gebied van integrale veiligheid door de inzet van een programmaleider ondermijning. De aanpak van complexe bestuursrechtelijke handhaving wordt ondersteund door een coördinator Kempen Interventie Team (KIT).
Pagina 5 van 24
2. Strategische uitgangspunten 2.1.
Strategische doelstelling
Veilig voelen, wonen, ondernemen en recreëren, “Aan veiligheid werken we samen” Doelstelling: “Sturen op een solide en effectief veiligheidsbeleid, waarbij wordt samengewerkt tussen gemeenten, partners, en inwoners daar waar dat meer veiligheid oplevert”. Het Integraal Veiligheidsbeleid is gericht op: •
Recht op veiligheid en lichamelijke integriteit;
•
Minder criminaliteit en overlast;
•
Veiligheidsgevoel van burgers;
•
Zelfredzaamheid en samenredzaamheid;
•
Voorkomen en bestrijden van verstoringen van de openbare orde.
2.2.
Strategische uitgangspunten
In de het Integraal Veiligheidsplan de Kempen 2023-2026 worden de navolgende uitgangspunten gehanteerd: •
Voorkomen is beter dan genezen.
•
Aan veiligheid werken we samen.
•
Burgers betrekken en eigen verantwoordelijkheid.
•
We werken informatie-gestuurd.
•
Integere overheid en veilige publieke taak.
Deze strategische uitgangspunten worden gehanteerd om onze beleidsdoelen te (kunnen) bereiken. 2.2.1. Burgerparticipatie en wijk- en gebiedsgericht werken Dit uitgangspunt is steeds belangrijker geworden in het gemeentelijke beleid, onder meer als gevolg van de decentralisaties in het sociaal domein. Doelen daarvan zijn eigen kracht, het ‘in positie brengen’ van de burger en versterking van zelfredzaamheid én samenredzaamheid. Zowel in het Sociaal Domein als in het Veiligheidsdomein is er een groeiend accent op dit uitgangspunt te zien. Te denken valt bijvoorbeeld aan sociale teams en aan buurtpreventie/Whatsapp-groepen. De versterking van de gebiedsgebonden politiezorg, waarbij Pagina 6 van 24
nabijheid, zichtbaarheid en aanspreekbaarheid van politie voor de burgers in de wijk centraal staat, sluit hier naadloos op aan. In de Discussienota ‘de Nationale Politie, gezagsdragers en de wijkagent’ wordt (opnieuw) gepleit voor de verbinding met de samenleving. 2.2.2. Verbinding Zorg en Veiligheid Een stevige verbinding tussen de domeinen van zorg en veiligheid binnen een gemeente draagt bij aan een optimale balans tussen preventie, zorg en repressie. Naarmate problemen complexer worden neemt de noodzaak van regie en verbinding toe. Zorg- en veiligheidspartners werken samen aan keten-overstijgende maatschappelijke vraagstukken en bij complexe casuïstiek. Hierbij kan sprake zijn van overlast, vormen van geweld en/of criminaliteit. Door de decentralisaties heeft de gemeente de regie over zowel veiligheid als zorg. Hierdoor is een effectieve inzet personen en gezinnen mogelijk, vaak is immers een meersporen-aanpak nodig met preventieve, curatieve en repressieve elementen. De gemeente kan de algehele regie voeren. De inzet van casusregisseurs en een integraal plan (“1 gezin 1 plan”) ondersteunen de aansluiting op elkaar van instrumenten en ketens. Zelfredzaamheid en eigen kracht is immers niet voor iedere burger of ieder gezin weggelegd. In het AVE-model (Aanpak Voorkoming Escalatie in de Zorg –en veiligheidsketen) wordt deze gelaagdheid geborgd.
De AVE-aanpak is een landelijke programmatische aanpak en bedoeld als kapstok om duidelijkheid te creëren. De AVE-aanpak maakt duidelijk wie de regie (casus -en procesregie) heeft en wie operationeel en bestuurlijk verantwoordelijk is. 2.2.3. Verbinding Handhaving en Veiligheid De gemeentelijke handhavers in de openbare ruimte (o.a. de BOA) vormen een belangrijk instrument in het gemeentelijke beleid op het snijvlak van leefbaarheid en veiligheid. De focus ligt nadrukkelijk niet alleen op handhaving en inzet van strafrechtelijke bevoegdheden, maar aspecten als ‘zichtbaar zijn’, balans tussen preventie en repressie en een verbindende proactieve houding richting burgers en andere zorg -en veiligheidsprofessionals zijn minstens zo belangrijk. Juist in dat middengebied, op het snijvlak van leefbaarheid en veiligheid, beogen we een zo effectief mogelijke samenwerking met Politie. Dit vereist dat er operationele samenwerking en informatie-uitwisseling plaats vindt tussen beiden. Thema’s waarop deze samenwerking effectief kan zijn, zijn onder andere woonoverlast, jeugdoverlast en ondermijning.
Pagina 7 van 24
2.2.4. Informatiepositie, intelligence Veel gemeenten zetten stappen om hun informatiepositie voor het veiligheidsbeleid te versterken. Een belangrijk concept daarbij is ‘intelligence’. Idee daarvan is dat het niet alleen gaat om het verzamelen en vastleggen van de verschillende soorten informatie maar juist ook om het combineren daarvan en duiden van patronen en dwarsverbanden. Intelligence heeft veel voordelen: duidelijk kan worden hoe effectief een lopende aanpak is, welke nieuwe of ‘verergerde’ bedreigingen er zijn, op welke specifieke plekken (hotspots) binnen de gemeente intensivering van de aanpak nodig is. Het toepassen van intelligence is complex en vereist dat er gedoseerd en stapsgewijs te werk wordt gegaan vanuit een duidelijke behoefte, zoals bijvoorbeeld bij de aanpak van ondermijnende criminaliteit. Belangrijk aandachtspunt is het onderwerp privacy in de huidige ontwikkelingen rond intelligence. 2.2.5. Awareness verhogen Verhogen van awareness wordt steeds belangrijker, denk aan maatschappelijke weerbaarheid bij ondermijning, maar ook bij een nieuw thema zoals digitale veiligheid. Door meer bewustzijn en kennis komen we meer aan de voorkant, “beter voorkomen, dan genezen”. 2.2.6. Integer Bestuur en Veilige Publieke taak Nog toe te voegen
2.3.
Flankerend beleid
Het Integraal Veiligheidsbeleid kent tal van verbindingen met ander gemeentelijk beleid. Beleid op terreinen zoals zorg en welzijn, jeugd, participatie, wonen, inkomen, verkeer en handhaving. Bij een aantal thema’s zijn bestanddelen van de aanpak (primair) onderdeel van ander beleid. Dit is inherent aan het integraal veiligheidsbeleid, zowel aspecten van preventie, curatie en repressie hebben effect op het veiligheidsbeeld.
Pagina 8 van 24
3. Gedigitaliseerde criminaliteit Gemeenten hebben een belangrijke rol in de aanpak van digitale veiligheid, deze rol is tweedelig: 1. Binnen de gemeentelijke organisatie zijn we verantwoordelijk voor weerbare systemen en de veiligheid van informatie in die systemen (‘beschikbaarheid, integriteit en vertrouwelijkheid’). 2. Daarnaast heeft de gemeente een rol in het weerbaar maken van de inwoners en ondernemers om slachtoffer- en daderschap te voorkomen. Ook het voorkomen van digitale ontwrichting en online aangejaagde ordeverstoringen zijn hierbij relevante aspecten. De focus omschreven in dit IVP ligt op de aanpak van onderdeel B. Het komt steeds vaker voor dat individuen, overheden, bedrijven en instellingen slachtoffer worden van digitale criminaliteit. Het gaat dan bijvoorbeeld om digitale oplichting, identiteitsdiefstal, diefstal van gegevens (phishing), het via internet seksueel benaderen van minderjarigen (grooming), risico’s van sexting (het verspreiden of delen van seksueel getinte foto's of berichten via mobiele telefoons of andere mobiele media) en de gevolgen van hacken en/of het inbreken in (besturing)systemen. Gezien de verantwoordelijkheid van onderdeel A binnen de gemeentelijke organisaties bij de CISO en de Privacy Officer is belegd, valt dit onderdeel buiten de focus van het IVP.
Waarom is het een prioriteit? Ondanks dat de overheid, bedrijven, organisaties en burgers goede stappen zetten om weerbaarder te worden tegen digitale criminaliteit, zorgt het sterk ontwikkelende en adaptieve karakter van digitale criminaliteit ervoor dat de dreiging aanwezig blijft. Waar staan we nu? Gemeenten investeren op individuele basis in initiatieven om de digitale weerbaarheid van inwoners, bedrijven en instellingen te vergroten. Echter ontbreekt een gezamenlijke visie en aanpak. Sinds 2021 is er binnen politie basisteam de Kempen een senior digitaal aangesteld die zich bezighoudt met de verdere ontwikkeling van dit brede onderwerp binnen het basisteam en het district. Namens het basisteam is deze senior digitaal verantwoordelijk voor de opsporing van gedigitaliseerde criminaliteit op basisteamniveau.
Pagina 9 van 24
Ambitie Het vergroten van de weerbaarheid van onze inwoners, ondernemers en partners in het digitale domein.
Pagina 10 van 24
4. Jeugd Iedere gemeente heeft in meer of mindere mate te maken met jongeren die afglijden. Jeugdoverlast en -criminaliteit hebben een niet te onderschatten negatieve invloed op veiligheid, veiligheidsgevoel en woongenot van onze inwoners. De gevolgen van overlastgevend en/of crimineel gedrag hebben in veel gevallen ook een enorme impact op de jongeren en het gezin zelf. Vroegtijdig signaleren en acteren is daarom van groot belang. De aanpak van jeugdproblematiek vraagt een integrale blik vanuit alle betrokken partners, zowel vanuit zorg als veiligheid. Inzet is gericht op het voorkomen van (verder) afglijden, borgen van veiligheid voor zowel het individu als de samenleving en het bieden van perspectief en de juiste zorg. Vaak is een lange adem noodzakelijk. Idealiter regisseert de gemeente een gezamenlijke aanpak op groep, gebied -en individueel niveau. Waarom is het een prioriteit? Voor jongeren zelf heeft crimineel gedrag in de meeste situaties verregaande gevolgen voor langere tijd. Dit belemmert een normale jeugd en ontwikkelingskansen; − De leeftijd waarop kinderen zwaardere criminele feiten plegen, is de afgelopen jaren steeds lager geworden. − Overlast gevend en crimineel gedrag bij jongeren komt regelmatig voor in combinatie met middelengebruik, overmatig middelengebruik kan leiden tot verslaving en sociale, psychische en/of financiële problematiek.
− Bij drugs kan er sprake zijn van een criminele inslag. Daarnaast is er een verhoogde kans op crimineel gedrag met een ondermijnend karakter. Dit wordt “Jonge Aanwas” genoemd. − Vroegtijdig schooluitval en het afglijden door van jongeren gaat regelmatig samen. Dit leidt tot belemmeringen in ontwikkeling en langdurige gevolgschade op meerdere leefgebieden. Waar staan we nu? De traditionele jeugdgroep en de nieuwe jeugdgroep is veranderd, het zijn meer fluide netwerken, die elkaar op straat én online treffen. De invloeden van de online leefwereld komen tot uiting in de offline wereld, op school, op straat en in de thuissituatie. Er zijn dwarsverbanden met (vrijwel alle) andere prioritaire thema’s. Trends en ontwikkelingen volgen elkaar in hoog tempo op, waardoor het inspelen op problematiek vaak een lastige opgave is.
Pagina 11 van 24
Ambitie Qua methodiek is de ambitie jeugd gerelateerd aan het strategisch thema zorg en veiligheid. Gezien het belang van jeugd, wordt het thema jeugd in het IVP nog expliciet uitgelicht. Ambitie is van reactief naar proactief; sluitende werkprocessen op jeugd -zorg en veiligheid, vaste samenwerkingsverbanden met essentiële partners vanuit zorg, veiligheid, participatie en onderwijs en kennisvergroting op lokaal niveau, zijn fundamentele elementen om tot een succesvolle aanpak te komen. Met de basis op orde, door borging van (zorg)processen en samenwerking met toezicht -en handhaving en veiligheidspartners kan worden ingespeeld op snel opvolgende trends en ontwikkelingen binnen het gehele jeugd domein, waarbij repressie aansluit op vroegsignalering, zorg en preventie.
Pagina 12 van 24
5. Maatschappelijke onrust Zie ook hoofdstuk Maatschappelijke Onrust in concept-RVP (vanaf blz. 42): Onze samenleving staat onder constante druk die regelmatig leidt tot maatschappelijke onrust. Dit is geen nieuwe ontwikkeling, maar de coronapandemie heeft deze problematiek meer aan de oppervlakte gebracht én verdiept. Polarisatie1, extremisme2 en radicalisering3 ondermijnen en ontwrichten onze samenleving en leiden tot een afname van vertrouwen in instanties (zowel in de overheid als in het maatschappelijk middenveld). Op termijn bestaat zelfs de mogelijkheid dat het leidt tot het disfunctioneren van het politieke en maatschappelijke systeem. Dit is een impliciete bedreiging voor een vrije democratische samenleving. Het is van groot belang dat de gemeente samen met partners inzet op het voorkomen/reduceren van de kloof tussen verschillende bevolkingsgroepen. Weten wat er speelt en leeft in onze wijken en buurten is noodzakelijk. Vervolgens adequaat handelen is daarbij essentieel. Waarom is het een prioriteit? − De drempel om onvrede te uiten, te discrimineren, intimideren of te bedreigen, is online veel lager. Hierdoor neemt de kans op spanningen in een wijk of buurt of tussen individuen of groepen personen toe.
De gemeente, politie en andere partners hebben een rol bij het tegengaan van maatschappelijke onrust bij het verspreiden van desinformatie, te trollen en het anderzijds polariseren via sociale media. − Radicalisering komt overal in Nederland voor, wat regelmatig voor veel maatschappelijke onrust zorgt. − Gemeenten – groot én klein – worden ermee geconfronteerd en moeten erop voorbereid zijn: een effectieve en integrale aanpak is daarbij essentieel; Radicalisering kan niet alleen maatschappelijke onrust met zich meebrengen (en andersom), maar er is ook een risico op verharding en toename van excessief geweld. (Aanslagen, vernielen van 5Gmasten, geweld tegen hulpverleners, coronademonstraties, boerenprotesten, etc.). − Enkele ontwikkelingen zijn ook in regio Oost-Brabant herkenbaar en zichtbaar gemaakt in het regionale factsheet Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN56), zoals rechts1
Polarisatie is het versterken van tegenstellingen tussen partijen of bevolkingsgroepen.
2
Extremisme is een vorm van radicalisering met een tot het uiterste doorgetrokken ideologie waarbij de bereidheid tot het sluiten van compromissen ontbreekt. 3 Radicalisering is een proces van toenemende bereidheid om de uiterste consequentie uit een denkwijze te aanvaarden en die in daden om te zetten. Deze toenemende bereidheid kan leiden tot gedrag dat andere mensen diep kwetst of in hun vrijheid raakt, kan aanleiding zijn voor individuen of groepen om zich af te keren van de samenleving en kan leiden tot het gebruik van (definitie van de NCTV).
Pagina 13 van 24
extremisme en anti-overheidsextremisme. Verspreidingen van extreemrechtse en antioverheid extremistische boodschappen vindt vaak plaats via online kanalen, maar is tegenwoordig ook zichtbaar door middel van stickeractivisme in de openbare ruimte. − Wanneer groepen in de samenleving tegenover elkaar komen te staan, kan dit leiden tot polarisatie, discriminatie, onrust en sociale spanningen in de wijk en/of op school, hetgeen weer kan leiden tot vervreemding en uitsluiting; − Polarisatie draagt bij aan wantrouwen, terwijl vertrouwen juist van groot belang is voor het gevoel van veiligheid en voor het werken aan een gemeenschappelijke toekomst. −
Een deel van de bevolking zet zich af tegen de overheid, politiek en/of samenleving of dreigt zich af te keren. Dit kan ernstige vormen aannemen. Het is belangrijk om extra aandacht
te
schenken
overheidsradicalisering
aan (naast
de
nieuwe
islamitische
vorm
van
radicalisering:
radicalisering,
anti-
linksextremisme,
rechtsextremisme en de radicale dieren- en milieubeweging). Waar staan we nu? Het thema polarisatie en radicalisering is vanaf 2016 een thema voor basisteam De Kempen. De afgelopen jaren zijn verschillende maatregelen genomen. Zo hebben diverse professionals (medewerkers van de gemeente, jongerenwerkers en politiemedewerkers) een specifieke training gevolgd om signalen van radicalisering te herkennen en weten hoe daar mee om te gaan. In een aantal gemeenten is een e-mailadres of contactpunt ingericht om signalen op te pikken in het kader van radicalisering en polarisering. Sinds 2016 voorziet het Zorg- en Veiligheidshuis in een duidings- en wegingstafel waar signalen over radicalisering kunnen worden ingebracht voor advies. Er is een regionaal convenant persoonsgerichte aanpak voorkoming radicalisering afgesloten. Dit maakt het mogelijk om privacygevoelige gegevens met betrokken partners te delen. Ambitie Een meer tolerante, veelzijdige maatschappij met een respectvolle omgang met elkaar en waarbij ruimte is om de dialoog met elkaar te voeren. Een leefomgeving waar niemand zich buitengesloten hoeft te voelen. Een gemeenschap waar het niet wordt getolereerd dat mensen elkaar discrimineren, intimideren of bedreigen.
Pagina 14 van 24
6. Ondermijning Georganiseerde ondermijnende criminaliteit is misdaad die het vertrouwen in de rechtsstaat schaadt. Deze vorm van criminaliteit gaat niet zelden gepaard met geweld, bedreiging en intimidatie met als doel het verdienen van zoveel mogelijk geld. Het ondermijnt en bedreigt onze samenleving. Ondermijnende criminaliteit is zichtbaar en onzichtbaar aanwezig in onze wijken, dorpen, industrieterreinen en buitengebied. Vele partners werken nauw samen om ondermijning aan te pakken: o.a. gemeenten, politie, OM, Belastingdienst en Taskforce-RIEC. In de politieregio Oost-Brabant is er een structuur opgebouwd waarbij in de Kempen het Bestuurlijk Overleg Ondermijning (de Driehoek plus) een sturende rol heeft in de aanpak. De aansluiting op de regionale structuur verloopt via de programmaleider ondermijning van ieder basisteam. Voor de samenwerking binnen het basisteam de Kempen en voor de positionering en verbinding binnen de regio is het noodzakelijk dat elke gemeente ondermijning ook vanuit gemeenschappelijk perspectief benadert. We dienen een waterbedeffect zoveel als mogelijk te voorkomen. Waarom is het prioriteit? De snelle verharding van de georganiseerde en ondermijnende criminaliteit tast in toenemende mate de veiligheid en het veiligheidsgevoel van onze samenleving aan en vraagt de komende jaren om voortzetting van een stevige en gerichte aanpak.
Georganiseerde ondermijnende criminaliteit raakt alle lagen van onze samenleving en bestaat uit veel soorten criminaliteit en activiteiten die daarmee samenhangen. Woonwijken worden onveilig door drugslabs en brandgevaarlijke hennepkwekerijen. Jongeren worden benaderd en ingezet voor criminele activiteiten. Mensenhandel maakt een ontoelaatbare inbreuk op het recht op veiligheid en lichamelijke integriteit. Burgers, ondernemers en ambtenaren worden bedreigd en afgeperst en criminele afrekeningen vinden plaats. Waar staan we nu? Ondermijning is een complex probleem en verweven binnen meerdere taakvelden/thema’s. Afgelopen jaren is er zeker vooruitgang geboekt in de strijd tegen de georganiseerde misdaad. Zo is de samenwerking tussen instanties en opsporingsdiensten flink verbeterd. De programmaleider ondermijning jaagt in dienst van het maatschappelijk belang de aanpak van ondermijning binnen De Kempen aan. De programmaleider ondermijning adviseert het Bestuurlijk Overleg Ondermijning (BOO). Het BOO is sturend op de aanpak van ondermijning Pagina 15 van 24
binnen het basisteam De Kempen. Hier maken de 8 burgemeesters, de gebiedsofficier (OM), de basisteamchefs (politie) en de teamleider Intensief toezicht en Overheidssamenwerking van de Belastingdienst onderdeel van uit. Op deze ‘stuurtafel’ staan complexe integrale casussen centraal, evenals de samenwerking op Bestuurlijke en Maatschappelijke weerbaarheid. Met dit doel geeft het BOO sturing aan het Ambtelijke Voorbereidingsoverleg (AVO), waarin alle partners participeren en in het BOO wordt vertegenwoordigd door de programmaleider ondermijning. Ambitie − We streven naar het verhogen van awareness en weerbaarheid bij interne en externe partners; − We investeren in het verhogen van de kwaliteit en kwantiteit van signalen/meldingen, zodat de meest urgente zaken, die de grootste maatschappelijke impact hebben, beter kunnen worden opgepakt; − We streven naar het versterken van onze informatiepositie, om zo ondermijning effectief te kunnen bestrijden. Hierbij is ‘intelligence’ een belangrijk concept, niet alleen het verzamelen en vastleggen van de verschillende soorten informatie maar juist ook om het combineren daarvan om patronen en dwarsverbanden te zien en te duiden.
We hanteren hierbij de volgende uitgangspunten: − Bestuurlijke weerbaarheid: ‘het op orde brengen van het eigen huis’ heeft prioriteit. We streven naar het verhogen van ons weerbaarheidsniveau, waarbij de Brabantse Norm Weerbare Overheid onze kapstok is. Het betreft een gezamenlijk basisniveau waaraan alle Brabantse gemeenten en de provincie zich (kunnen) committeren. Het basisniveau mag gezien worden als een groeimodel. Het laat zien wat nodig is om de basis op orde te krijgen. Met de gezamenlijke norm wordt geborgd dat overtreders van wet- en regelgeving in Brabant dezelfde behandeling krijgen oftewel dat ‘de dijken overal even hoog zijn’. − Maatschappelijke weerbaarheid: een effectieve aanpak is niet enkel voorbehouden aan de georganiseerde overheid. Burgers, ondernemers en organisaties worden actief betrokken, zodat zij een waardevolle bijdrage kunnen leveren. Denk daarbij o.a. aan het creëren van awareness, het verhogen van de meldingsbereidheid en het maken van afspraken met brancheorganisaties. Zo krijgen we meer signalen, komen we meer aan
Pagina 16 van 24
de voorkant, werpen we barrières op en verhogen we de sociale en maatschappelijke weerbaarheid van inwoners en ondernemers. − Actie: optreden - als een georganiseerde overheid - op die plaatsen waar het optreden het meest is gewenst. Voor dit optreden worden in De Kempen verschillende processen worden aangewend, zoals 1 Smart Overheid (1SO) o.b.v. het RIEC-convenant, de Hennepaanpak o.b.v. het Hennepconvenant, het Kempen Interventie Team (KIT) en mono- en multidisciplinair optreden. Niet alle partners zijn bij elk proces even intensief betrokken en voor elk proces gelden eigen ‘spelregels’. Al deze acties staan - in meer of mindere mate - ten dienste van de gezamenlijke aanpak van ondermijning. Het is aan de partners, onder regie van de basisteamprogrammaleider, om elkaar daarbij in positie te brengen en zo de aanpak te versterken.
Pagina 17 van 24
7. Fysieke Veiligheid 7.1.
Crisisbeheersing en rampenbestrijding
De gemeente heeft een zorgplicht voor haar burgers. Deze burgers verwachten dat de gemeente snel en adequaat handelt bij rampen en crisissituaties. Als de hulpdiensten klaar zijn met hun werkzaamheden liggen er voor de gemeente vaak nog taken (nazorgfase). Gemeenten worden steeds vaker geconfronteerd met crisissituaties die een sociaal maatschappelijke impact hebben. Hoewel de maatschappij al veel weerbaarheid toont bij crises en incidenten blijft het vergroten van deze maatschappelijke weerbaarheid een speerpunt.
Waarom is het een prioriteit? Incidenten en calamiteiten op het terrein van fysieke- en sociale veiligheid kunnen het veiligheidsgevoel van burgers en het vertrouwen van burgers in de overheid stevig aantasten. Voor de gemeente is het daarom van belang om na te denken tot hoe en tot hoever ze zich voor kan en wil bereiden op een eventuele nafase na een incident. Het wordt steeds belangrijker om inwoners beter te informeren over en bewust te maken van risico’s. Ook moeten mensen bij een incident handelingsperspectief hebben voor zichzelf én voor anderen. Er wonen immers steeds meer verminderd zelfredzame mensen thuis (vergrijzing, zorg / begeleiding aan huis). Waar staan we nu? De afgelopen periode is stevig geïnvesteerd in optimalisering van de regionale en gemeentelijke processen. Op het gebied van maatschappelijke weerbaarheid is een programmaplan vastgesteld door het algemeen bestuur van de VRBZO en zitten we in de ontwikkelingsfase van diensten en middelen. Ambitie De doorontwikkeling van de crisisbeheersorganisatie is een continu proces waar we energie in willen blijven stoppen en bovendien willen we de algemene weerbaarheid van onze bewoners vergroten door hen beter voor te bereiden op rampen en crises. Daarnaast willen we de beschikbare producten doelgericht en op gemeenteniveau inzetten door datagericht te werken.
7.2.
Brandveiligheid
Samen met Veiligheidsregio Brabant-Zuidoost zijn gemeenten verantwoordelijk voor de advisering over brandpreventieve voorzieningen en ook voor de handhaving daarvan. Door in Pagina 18 van 24
samenwerking met (lokale) partners voorlichting te geven en bewustwording te creëren bij specifieke doelgroepen zoals scholieren, ouderen en verminderd zelfredzame personen wordt de veiligheid (voor deze groepen) vergroot. Beheersing en bestrijding van natuurbranden blijft een punt van aandacht. In 2022 - 2023 wordt gewerkt aan een strategische ontwikkelrichting van brandweerzorg voor de periode 2024-2028. Deze is in lijn met de regionale visie VRBZO voor het leveren van betrouwbare en effectieve brandweerzorg. Dit zal worden gevat in een beheersplan en beleidsstuk brandweerzorg 2024-2028. De te maken keuzes qua inzet, prioriteit en integrale samenwerking rondom fysieke veiligheid/ brandveiligheid is mede afhankelijk van deze in ontwikkeling zijnde stukken. Waarom is het een prioriteit? Door de energietransitie ontstaan nieuwe brandveiligheidsvraagstukken. Dit komt onder andere door een hogere belasting van het elektriciteitsnetwerk, zonnepanelen, elektrische voertuigen (fietsen/auto’s) en de thuisopslag van opgewekte energie. Wet- en regelgeving ontbreekt in veel gevallen nog. Verder nemen de brandveiligheidsrisico’s toe door veranderingen in de zorg/maatschappij. Daardoor wonen verminderd zelfredzame personenlanger zelfstandig thuis in plaats van in instellingen met brandpreventieve voorzieningen (in combinatie met snelle opvolging door zorgprofessionals/BHV).
Klimaatverandering (hitte/droogte) kan er bovendien voor zorgen dat er vaker onbeheersbare natuurbranden ontstaan. De Universiteit van Wageningen constateerde dat er onvoldoende aandacht is voor brandveiligheid: natuurdoelstellingen zijn onvoldoende geformuleerd en inrichting en beheer van natuurgebieden is onvoldoende afgestemd op natuurdoelstellingen. Waar staan we nu? De VRBZO heeft een regionale gedragsstrategie vastgesteld. Deze is gericht op voorkoming van de meest voorkomende oorzaken van woningbranden: stoken, koken, elektrische apparatuur en roken. Met betrekking tot deze thema’s hebben de gemeenten “diensten” afgenomen, zoals lespakketten, voorlichtingscampagnes en woningchecks.
Pagina 19 van 24
In 2021 is de naam van het Driemanschap Natuurbranden veranderd in Gebiedscommissie Natuurbrandbeheersing. Elke gemeente gaat invulling geven aan de centrale opdracht van de Commissaris van de Koning, namelijk het voorkomen van een natuurbrand met een omvang die niet acceptabel is voor de Gebiedscommissie Natuurbrandbeheersing. Ambitie − De zelfredzaamheid van burgers en ondernemers versterken door te investeren in bewustwording
van
hun
eigen
“natuurlijke”
handelingsrepertoire
(beïnvloedingsmogelijkheden). − Parallel hieraan willen we de algemene weerbaarheid van onze inwoners verstreken, waardoor zij beter voorbereid zijn op rampen en crises. − Daarnaast willen we de beschikbare producten doelgericht inzetten door datagericht te werken.
Pagina 20 van 24
8. Zorg en Veiligheid Voor veel veiligheidsvraagstukken geldt dat een repressieve aanpak niet alleen de oplossing vormt. Een goede samenwerking van zorg -en veiligheidspartners is vereist. Veiligheidsthema’s die raken aan zowel zorg als veiligheid, zijn onderwerpen zoals woonoverlast, problematiek rond
personen
met
onbegrepen
(en
overlast-gevend)
gedrag,
huiselijk
geweld,
kindermishandeling, radicalisering en nazorg ex-gedetineerden. In de ideale zorg- en veiligheidsketen is sprake van een juiste mix van preventie, zorg/welzijn, perspectief bieden (participatie) en repressie. De werkmethodiek is een combinatie van een informatie gestuurde en integrale benadering die moet leiden tot een effectieve probleemgerichte en persoons -en gezinsgerichte aanpak. Dit vereist het organiseren van zorg en veiligheid in de haarvaten van de samenleving zodat signalen vroegtijdig worden gesignaleerd, herkend en opgepakt om een escalerende situatie zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of te beëindigen. Steeds meer gemeenten werken met AVE. AVE staat voor Aanpak ter Voorkoming van Escalatie bij huishoudens met oplopende problematiek. Het Verbindend Landelijk OndersteuningsTeam (VLOT) van de VNG ziet AVE als een belangrijk instrument om de samenwerking tussen zorg en veiligheid te verbeteren. AVE is een strategische en integrale aanpak om duidelijkheid te creëren én om op lokaal niveau het gesprek te faciliteren. Waarom is het een prioriteit? We leven in een complexe samenleving waarin niet iedereen op elk moment van zijn of haar leven mee kan komen (o.b.v. zelfredzaamheid, eigen regie); − We zien nog altijd een stijgende trend in het aantal meldingen van personen met onbegrepen gedrag.
− De impact van escalerende problematiek is groot: het veroorzaakt overlast, openbare orde problemen en slachtofferschap. − De problematiek heeft een directe invloed op de leefbaarheid in de gemeente en het veiligheidsgevoel van inwoners. − De tolerantie in de samenleving neemt af: mensen ervaren sneller overlast wanneer zij te maken hebben met mensen in de buurt die zich vreemd gedragen. − Een brede benadering van de problematiek op het snijvlak van zorg en veiligheid, met een goed evenwicht tussen preventie en repressie en tussen zorg en straf, doet recht aan de situatie van het individu, zijn of haar omgeving én de belangen van onze samenleving. Pagina 21 van 24
−
Met een sluitende aanpak worden politie en andere hulpverleningspartners ontlast.
Waar staan we nu? Door de decentralisaties van taken naar de gemeente en de extramuralisering van de zorg, is de rol van de gemeenten groter geworden. De complexiteit is daarbij ook vergroot. Door de decentralisaties heeft de gemeente de regie over zowel veiligheid als zorg. Hierdoor is een effectieve inzet personen en gezinnen mogelijk, vaak is immers een meersporen-aanpak nodig met preventieve, curatieve en repressieve elementen. De gemeente kan nu de algehele regie voeren. De inzet van casusregisseurs en een integraal plan (“1 gezin 1 plan”) ondersteunen de aansluiting op elkaar van instrumenten en ketens. Zelfredzaamheid en eigen kracht is immers niet voor iedere burger of ieder gezin weggelegd. De samenwerking tussen zorg en veiligheid is de afgelopen periode al ingezet, maar moet de komende jaren verder worden geoptimaliseerd. Ambitie? De samenwerking tussen het zorg- en veiligheidsdomein blijft ook de komende jaren van belang. We willen nog verder investeren om deze verbinding sterker te maken en een integrale aanpak te realiseren, zowel binnen de gemeentelijke organisaties als tussen de partners zoals politie, OM, de GGZ-instellingen, verslavingszorg, GGD, Veilig Thuis en het Zorg- en Veiligheidshuis.
We ambiëren het optimaliseren van de keten, zodat zo min mogelijk mensen tussen wal en schip terecht komen, tijdig de juiste hulp en ondersteuning wordt aangeboden en escalatie en openbare orde problematiek zoveel mogelijk wordt voorkomen. Als kapstok kunnen we hiervoor het AVE model gebruiken; de inrichting van het escalatiemodel AVE sluit aan op de verantwoordelijkheden en de taken van gemeenten rondom regievoering voor huishoudens binnen (gemeentelijke) teams.
Pagina 22 van 24
9. High Impact Crimes (HIC) Onder High Impact Crimes (HIC) verstaan we woninginbraken (diefstal uit woningen), straatroven en overvallen. Daarbij wordt soms gebruik gemaakt van geweld. Deze delicten veroorzaken grote materiële en/of immateriële schade. Onder woningbraak worden ook diefstallen met braak, babbeltrucs en insluipingen geschaard. Voor wat betreft overvallen en straatroven gaat het om vermogensdelicten waarbij daders geweld gebruiken om hun doel te bereiken. Verder kunnen geweldsdelicten ook als HIC worden aangemerkt. Naast jeugdigen en jongvolwassenen, al dan niet onderdeel van (criminele) jeugdgroepen of -netwerken, zijn mobiele en (internationaal) rondtrekkende dadergroepen (ook wel ‘mobiel banditisme’) veelal bepalend voor het verdachtenbeeld bij HIC. Waarom is het een prioriteit? HIC staat wellicht wat minder op de voorgrond dan andere veiligheidsthema’s zoals bijvoorbeeld ondermijning of cybercrime. HIC is ook niet opgenomen als prioriteit in het Regionaal Veiligheidsplan (RVP). Desondanks blijft het een belangrijk thema, vooral gelet op de grote impact die deze delicten hebben op slachtoffers en diens omgeving. Het veiligheidsgevoel in de maatschappij kan door High Impact Crimes worden aangetast. De schaalgrootte van een gemeente of kern en de sociale cohesie die daar al dan niet heerst kunnen onder andere van invloed zijn op de mate van impact.
In zekere zin is het dus vooral de impact die in deze bepalend is en wat het noodzakelijk maakt om HIC continu te monitoren en de aard en omvang te analyseren, zodat bij veranderingen of grote problemen daar direct op ingespeeld kan worden. Specifiek voor de Kempen is tevens de ‘goede’ bereikbaarheid (grenzend aan België en doorkruising van autosnelwegen A2 en A67), wat het gebied aantrekkelijk maakt voor mobiel banditisme. Waar staan we nu? Het aantal woninginbraken, overvallen en straatroven is de afgelopen jaren in zijn algemeenheid gelijk gebleven of licht afgenomen. De aanpak waarin intensief en preventief met ketenpartners wordt samengewerkt lijkt zijn vruchten af te werpen. Ook heeft de inzet van burgerinitiatieven en burgerparticipatie een belangrijke bijdrage geleverd aan de daling van HIC. Repressief wordt ingezet op voorkoming van recidive door een juiste combinatie van zorg en straf toe te passen bij daders van deze delicten. In samenwerking met de politie en het OM wordt daartoe gebruikgemaakt van de persoonsgerichte aanpak (PGA) onder regie van het Zorg- en Veiligheidshuis Brabant-Zuidoost.
Pagina 23 van 24
Ambitie De ambitie is om HIC te voorkomen, terug te dringen en aan te pakken. Delicten met direct slachtofferschap krijgen hierbij extra prioriteit: dit betreft de delicten waarbij het slachtoffer tijdens de delictpleging is geconfronteerd met de dader(s) én er sprake was van geweld of bedreiging met geweld.
Pagina 24 van 24