22047.13 - Bijlage 5 Onderzoek agrarisch geur
Tekst van het document
Onderzoek agrarisch geur
Best, Oirschotseweg tussen 109-111
Gemeente Best
Datum: 23-3-2021 Projectnummer: 200339
INHOUD
1
Inleiding
3
2
Normen en afstanden
4
2.1 2.2
Wet geurhinder en veehouderij Woon- en leefklimaat
4 5
3
Toelichting en locatie plan
6
3.1
Locatie in relatie tot normen en afstanden
7
4
Omliggende veehouderijen
8
5
Beoordeling Veehouderij Broomsedijk 7
10
5.1 5.2
Milieurechten Planologische rechten
10 12
6
Woon- en leefklimaat
13
6.1 6.2
Voorgrondbelasting Achtergrondbelasting
13 13
7
Conclusie
14
Bijlage 1: Berekening voorgrondbelasting SAB 2012
3
1
Inleiding Tussen de Oirschotseweg 109 en 111 bevinden zich onbebouwde gronden. Het voornemen bestaat om de gronden te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Daarom dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening onderzocht te worden of veehouderijen door het plan niet in hun rechten worden geschaad en of er ter plaatse van de nieuw te realiseren geurgevoelige objecten sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. In dit agrarisch geuronderzoek wordt onderzocht of er door het plan geen inbreuk wordt gepleegd op de milieurechten en planologische geurruimte van de omliggende veehouderijen. Tevens wordt onderzocht of ter plaatse van de planontwikkeling een acceptabel woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd als gevolg van de voorgrond- en achtergrondgeurbelasting.
3
2
Normen en afstanden In agrarisch geur zijn er twee verschillende kanten te onderzoeken. De milieurechten en planologische rechten van de veehouderij. En het woon- en leefklimaat bij het geurgevoelig object. Wat de rechten zijn van de veehouderij staat omschreven in de Wet geurhinder en veehouderij. Voor een beoordeling van het woon- en leefklimaat wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.”
2.1
Wet geurhinder en veehouderij De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor de geurhinder vanuit veehouderijen bij de beoordeling van aanvragen om vergunning in het kader van de Wet milieubeheer. De Wgv stelt normen aan de geurbelasting van veehouderijen op geurgevoelige objecten en stelt minimale afstanden vast van veehouderijen tot geurgevoelige objecten. Deze normen en afstanden zijn afhankelijk van het type veehouderij, de locatie of deze al dan niet is gelegen in een concentratiegebied en of deze gelegen is binnen dan wel buiten de bebouwde kom. Een geur gevoelige objecten is een gebouw dat is bestemd voor en geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf. Tuinen vallen dus niet onder de noemer geur gevoelige objecten.
2.1.1
Normen en vaste afstanden In de Wgv worden twee soorten dieren onderscheiden. Dieren met een geuremissiefactor en dieren zonder een geuremissiefactor. Dieren met een geuremissiefactor noemen we Odour Unit-dieren (ou-dieren). Met behulp van de geuremissiefactor kan de geurbelasting van deze dieren op een geurgevoelig object worden berekend. Het totaal aantal dieren en het stalsysteem bepaald de emissie. Dieren zonder een geuremissiefactor noemen we vaste afstand dieren (vadieren). Voor deze dieren geldt een vaste afstand tot de buitenzijde van een geurgevoelig object. Deze vaste afstand staat los van het dierenaantal. Wettelijk gelden de onderstaande normen en afstanden. Tabel 1 Normen en afstanden volgens de Wgv
Dieren Ou-dieren Va-dieren
Bebouwde kom Buiten Binnen Buiten Binnen
Concentratiegebied 3 14 ouE/m 3 3 ouE/m 50 m 100 m
Niet-concentratiegebied 3 8 ouE/m 3 2 ouE/m 50 m 100m
Een gemeente mag gebruik maken van de mogelijkheid die de Wgv biedt om, binnen afgesproken bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen.
4
2.2
Woon- en leefklimaat Om het woon- en leefklimaat ter plaatse van het geurgevoelig object te beschouwen dient gekeken te worden naar de voorgrond- en achtergrondbelasting. Voor de beoordeling wordt aangesloten bij de “Handreiking bij Wet geurhinder en veehouderij – Aanvulling: Bijlagen 6 en 7.” In deze handreiking is een relatie gegeven tussen de voor- en achtergrondbelasting en de geurhinder weergegeven voor een concentratiegebied en een niet-concentratiegebied. De relaties zijn opgenomen in onderstaande tabellen. Tabel 2 Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een concentratiegebied
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden [%] <5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 > 35
Voorgrondbelasting 3 [ouE/m ] <1,5 1,5 – 3,5 3,5 – 6,5 6,5 - 10 10 - 14 14 - 19 19 - 25 > 25
Achtergrondbelasting 3 [ouE/m ] <3 3-7 7 - 13 13 - 20 20 - 28 28 - 38 38 - 50 > 50
Tabel 3 Milieukwaliteitseisen volgens Handreiking Wgv voor een niet-concentratiegebied
Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden [%] <5 5 - 10 10 - 15 15 - 20 20 - 25 25 - 30 30 - 35 > 35
Voorgrondbelasting 3 [ouE/m ] <0.5 0,5 – 1,5 1,5 - 3 3 – 4,5 4,5 – 6,5 6,5 – 8,5 8,5 - 11 > 11
Achtergrondbelasting 3 [ouE/m ] < 1,5 1,5 – 3,5 3,5 – 6,5 6,5 - 10 10 - 14 14 - 19 19 - 25 > 25
Op het gebied van woon- en leefklimaat zijn geen harde eisen. Wel kan een gemeente een minimale milieukwaliteit eisen.
5
3
Toelichting en locatie plan Het voornemen bestaat om tussen de Oirschotseweg 109 en 111 woningbouw te realiseren. Naast de woning aan de Oirschotseweg 109 zal een vrijstaande woning worden gerealiseerd. Daarnaast zal naast de woning aan de Oirschotseweg 111 een tweekapper worden gerealiseerd. De locatie is gelegen ten westen van de kern van Best, aan de weg richting Oirschot. In onderstaande figuur is de ligging van het plangebied weergegeven in haar omgeving. Figuur 2 laat de planopzet zien.
Figuur 1 Ligging plangebied in haar omgeving
Figuur 2 Planopzet
6
3.1
Locatie in relatie tot normen en afstanden De locatie is gelegen in de gemeente Best. Deze gemeente valt in een concentratiegebied. Verder wordt het gebied beschouwd als gelegen binnen de bebouwde kom. De gemeente Best heeft gebruik gemaakt van de mogelijkheid die de Wet geurhinder en veehouderij biedt om, binnen bandbreedtes, af te wijken van de wettelijke normen. Dit is vastgesteld in de Verordening geurhinder en veehouderij, gemeente Best, van 16-07-2008. In de geurverordening zijn verschillende gebieden aangewezen. Het plangebied valt niet onder een nader gespecificeerd gebied en daarom geldt de wette3 lijke norm van 3 OUE/m voor ou-dieren. In de bebouwde kom van de gemeente Best, geldt de volgende vaste afstand regeling. Op grond van artikel 6, lid 3 van de Wet en in afwijking van artikel 4, lid 1 van de Wet bedraagt de afstand tussen een veehouderij waar dieren worden gehouden van een diercategorie waarvoor niet bij ministeriële regeling een geuremissiefactorr is vastgesteld, en een geurgevoelig object ten minste 50 meter voorzover dit betrekking heeft op bedrijven met maximaal 56 stuks dieren waarvoor vaste afstanden gelden. Dit betekent dat indien een veehouderij met va-dieren maximaal 56 stuks dieren bezit de afstand tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom 50 meter bedraagt.
Indien het dierenaantal groter is dan 56 stuks, bedraagt de afstand, conform de Wet geurhinder en veehouderij, een vaste afstand van 100 meter.
7
4
Omliggende veehouderijen De omliggende veehouderijen worden altijd in verschillende schalen bekeken: 2000 meter; eventueel van invloed voor de achtergrondgeurberekening (oudieren) 500 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten van veehouderijen met ou-dieren (voorgrondgeurberekening, omgekeerde werking) 100 meter; om te kijken naar de milieurechten en planologische rechten veehouderijen met va-dieren (vaste afstand, omgekeerde werking) Op basis van het Bestand Veehouderij Bedrijven (Web-BVB) van de provincie NoordBrabant zijn in een straal van 2 kilometer 36 veehouderijen gelegen. Hiervan zijn er 19 veehouderijen met ou-dieren en 17 veehouderijen met enkel va-dieren. In onderstaande tabel zijn de veehouderijen in een straal van 500 meter rondom het plangebied opgenomen. De veehouderijen welke mogelijk relevant zijn voor de milieurechten en planologische rechten van de veehouderij worden in dit onderzoek nader beschouwd. Tabel 4 Overzicht veehouderijen in een straal van 500m rondom het plangebied
Adres Oirschotseweg 117 Broomsedijk 7 Aarleseweg 4C Kapelweg 17 Sint Annaweg 5 Heuveleindseweg 6A
ou / vadieren va va en ou va en ou va en ou va en ou va
OUE n.v.t. 5.100 2.070 87 184 n.v.t.
8
Afstand tot plangebied ± 240 m ± 250 m ± 260 m ± 450 m ± 450 m ± 470 m
Mogelijk relevant Nee Ja Nee Nee Nee Nee
Figuur 3 Plangebied (rood), 500m contour (groen), en veehouderijen gelegen binnen deze contour
9
5
Beoordeling Veehouderij Broomsedijk 7 Van de veehouderij aan de Broomsedijk 7 dienen de milieurechten en planologische rechten beschouwd te worden omdat niet op voorhand kan worden uitgesloten dat de veehouderij van invloed is op het plan en visa versa. Dit gebeurt in onderstaande paragraven.
5.1
Milieurechten De veehouderij heeft sinds 30-07-2015 een vergunning voor het houden van: 70 melkrundvee 15.000 leghennen Melkrundvee valt onder va-dieren. Aangezien het meer dan 56 dieren betreft, geldt voor va-dieren voor het plangebied een vaste afstand van 100 meter. De huidige afstand tot het plan is circa 250 meter. Voor wat betreft de vaste afstand geeft het plan geen belemmering voor de milieurechten van de veehouderij. Leghennen zijn ou-dieren. Dit dierenaantal met bijbehorend stalsysteem zorgt voor een vergunde geuremissie van 5.100 ouE. Op basis van de vergunde geuremissie en afstand tot het plangebied is niet op voorhand uit te sluiten dat de milieurechten van de veehouderij niet geschaad worden met het plan. Derhalve is de situatie nader beschouwd. Figuur 4 geeft het plangebied aan en de omliggende reeds bestaande woningen die in hetzelfde gebied gelegen zijn volgens de geurverordening van de gemeente Best als het plangebied. Derhalve geldt voor deze woningen dezelfde geurnorm als voor het plangebied. In de omgeving is er ten behoeve van het bestemmingsplan ‘Heuveleind, Heivelden en De Zessprong, onherroepelijk 2013-05-27’ eerder een agrarisch geuronderzoek opgesteld (SAB, 2012). De toetspunten van dit onderzoek zijn eveneens opgenomen in figuur 4.
10
Figuur 4 Locatie plangebied (rood), met omliggende woningen in hetzelfde gebied volgens de geurverordening (geel), veehouderij aan de Broomsedijk 7 en de toetspunten van het onderzoek van SAB 7 december 2012
In onderstaande figuur is de uitkomst van de berekening naar de voorgrondbelasting van de Broomsedijk 7 op de toetspunten weergegeven (SAB, 2012). Hieruit blijkt dat op de toetspunten ruimschoots wordt voldaan aan de geldende geurnorm. Gezien de locatie van de toetspunten en de locatie van het plangebied is hieruit op te maken dat daarmee ook hier de geurnorm niet overschreden zal worden. Bovendien zijn er twee reeds bestaande woningen tussen het plangebied en de veehouderij ingelegen die ook bestemd zijn. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plangebied de milieurechten van de veehouderij aan de Broomsedijk 7 niet zal schaden.
Figuur 5 Uitsnede onderzoek SAB 2012 met uitkomst voorgrondbelasting van de veehouderij aan de Broomsedijk 7
11
5.2
Planologische rechten De planologische rechten van een veehouderij worden bepaald door het bouwvlak van de veehouderij. Planologisch heeft een veehouder de mogelijkheid zijn stallen en daarmee het emissiepunt naar de rand van het bouwvlak te brengen. Een plan breekt planologisch geen inbreuk indien het voor de veehouder nog mogelijk is zijn stallen over zijn bouwvlak te verplaatsen. De planologische gebruiksmogelijkheden van de inrichting in de richting van het plangebied worden mede bepaald door de al aanwezige meest nabijgelegen woning of woningen. Indien er tussen het beoogde plangebied en de veehouderij reeds bestaande woningen zijn gelegen, kan de beoogde planontwikkeling nooit inbreuk plegen op de planologische rechten van de veehouderij. Figuur 4 laat de veehouderij zien en de kadastrale grenzen. Voor de veehouder aan de Broomsedijk 7 geldt dat het bouwvlak even groot is als het kadastrale perceel. Daarmee heeft de veehouder nog de mogelijkheid zijn stallen in zuidoostelijke richting te verplaatsen. Uit Figuur 4 blijkt eveneens dat tussen het plangebied en de veehouderij reeds bestaande woningen zijn gelegen die dezelfde geurnorm hebben dan het plangebied (geel omcirkeld). Daarmee zijn deze woningen bepalend voor de planologische rechten van de veehouderij en niet het plangebied.
Daarmee kan geconcludeerd worden dat het plan geen inbreuk pleegt op de planologische geurruimte van de veehouderij aan de Broomsedijk 7.
12
6
Woon- en leefklimaat In het kader van het woon- en leefklimaat worden twee verschillende aspecten onderscheiden, namelijk de voorgrondbelasting en de achtergrondbelasting.
6.1
Voorgrondbelasting Uit Tabel 4 is te herleiden dat de voorgrondbelasting ter plaatse van het woningbouwplan bepaald wordt ten gevolge van de veehouderij gelegen aan de Broomsedijk 7. Deze veehouderij heeft namelijk van de veehouderijen met ou-dieren de hoogste vergunde milieurechten en is het meest nabij het plan gelegen. Uit paragraaf 5.1 komt naar voren dat naar grote waarschijnlijkheid voldaan wordt aan 3 de geurnorm van 3,0 OUE/m . Derhalve is de milieukwaliteit ten gevolge van de voorgrondgeurbelasting kwalificeren als ‘goed’.
6.2
Achtergrondbelasting Uit hoofdstuk 4 blijkt dat er sprake is van meerdere relevante veehouderijen met intensieve diersoorten (ou-dieren) die binnen een afstand van 500 meter rondom het plangebied zijn gelegen. Om een uitspraak te kunnen doen over het woon- en leefklimaat ter plaatse van het plan als gevolg van de verschillende veehouderijen in de omgeving, dient daarom aanvullend gekeken te worden naar de achtergrondbelasting. De achtergrondbelasting betreft de gecumuleerde geuremissie van alle veehouderijen in een straal van 2000 meter rondom het plangebied. Veehouderijen op grotere afstand hebben per definitie geen invloed meer op de cumulatieve geurhinder.
Figuur 6 Uitsnede achtergrondbelasting kaart provincie Noord Brabant met het plangebied zwart omcirkeld
Figuur 6 laat de achtergrondbelasting op het plangebied zien aan de hand van de kaart opgesteld door de provincie Noord-Brabant. Hieruit blijkt dat de achtergrondbelasting te kwalificeren is als ‘goed’. 13
7
Conclusie Tussen de Oirschotseweg 109 en 111 bevinden zich onbebouwde gronden. Het voornemen bestaat om de gronden te ontwikkelen ten behoeve van woningbouw. In de omgeving van het plangebied zijn veehouderijen gelegen. Ten behoeve van de inpasbaarheid van het plan is daarom een onderzoek geurhinder uitgevoerd. Vergunde en planologische rechten Op basis van dit onderzoek is geconcludeerd dat de realisatie van de woningen aan de Oirschotseweg te Best géén inbreuk maakt op de vergunde en/of planologische geurrechten van de nabijgelegen veehouderijen. Woon- en leefklimaat De voorgrondbelasting ten gevolge van de veehouderij aan de Broomsedijk 7 ligt naar 3 grote waarschijnlijkheid lager dan 3,0 ouE/m . Hiermee is het woon- en leefklimaat als gevolg van de voorgrondbelasting te kwalificeren als ‘goed’. De achtergrondconcentratie is op basis van de achtergrondbelasting kaart van de provincie Noord-Brabant eveneens te kwalificeren als ‘goed’.
14
Bijlage 1: Berekening voorgrondbelasting SAB 2012