22046.3 - NIEUWE VERSIE - Bijlage 1 - Nota zienswijzen definitief na raadssessies
Tekst van het document
De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
54.
•
Uit artikel 4.5.10 is de voorwaarde van 10% landschappelijke inpassing geschrapt.
•
De verwijzing in artikel 4.3.2 alsmede artikel 42.4.1 zijn aangepast.
PI21-02759
Zienswijze A. De voorwaarde met betrekking tot de 10% landschappelijke inpassing in artikel 4.3.2 onder m en artikel 4.5.10 onder k uit het bestemmingsplan te halen, zoals ook toegezegd in de reactie op het voorontwerp. B. Reclamant kan er niet mee instemmen dat naast een stikstofdepositieplafond in het bestemmingsplan ook nog een stikstofemissieplafond is opgenomen en verzoekt in de verdere procedure van het bestemmingsplan enkel nog uit te gaan van een
Reactie gemeente Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie onder 53 A.
Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie onder 53 E.
60
stikstofdepositieplafond en niet meer van een emissieplafond. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •
55.
Uit artikel 4.5.10 is de voorwaarde van 10% landschappelijke inpassing geschrapt.
PI21-02760
Zienswijze A. Reclamant verzoekt het bouwvlak qua vorm te handhaven zoals opgenomen in het bestemmingplan Buitengebied 2006 en deze niet zoals in het ontwerp te verkleinen. De gebouwen achter op het bouwblok, zijn in 2020 gerealiseerd conform Omgevingsvergunning. De bouwwerken en voorzieningen dienen binnen het bouwblok te liggen. B. Reclamant verzoekt om een gewijzigd inpassingsplan als voorwaardelijke verplichting op te nemen in het bestemmingsplan, vanwege toekomstige ontwikkelingen.
Reactie gemeente Conform verzoek is zoveel mogelijk het geldend bestemmingsvlak overgenomen, waarbij een kleine vormverandering is doorgevoerd teneinde alle gerealiseerde voorzieningen (bebouwing en verharding) binnen het bestemmingsvlak te kunnen situeren.
Er kan niet ingestemd worden met het landschapsplan, omdat het vastgestelde landschapsplan op basis van dialoog met de omgeving tot stand is gekomen. Bovendien worden de uitheemse moeraseiken aan de noordzijde meegerekend in het landschapsplan. Zonder een bredere rand met inheemse struiken en bomen daarnaast, zijn moeraseiken onvoldoende voor een (passende) landschappelijke inpassing. Ook het doortrekken van de rij moeraseiken aan de oost- en deels zuidzijde is niet akkoord. Conclusie
De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen: Op de verbeelding is het bouwvlak gewijzigd conform verzoek, waarbij een kleine vormverandering van het geldend bouwvlak is doorgevoerd teneinde alle gerealiseerde voorzieningen (bebouwing en verharding) binnen het bestemmingsvlak te kunnen situeren. 61
56.
PI21-02761
Zienswijze A. De tabel in de bestemming ‘Bedrijf -gemengd’ is verschoven. Graag ontvangt Reclamant per omgaande de juiste tabel van het ontwerpplan voor hun dossier en om verwarring te voorkomen. B. Reclamant ziet graag dat hun inspraakreactie alsnog wordt opgenomen in de nota inspraak en overleg vanwege het belang dat de omissie van het niet-opnemen van de winkel in het plan 2006 hiermee dan wordt onderkent door de gemeente. C. Gesproken is over splitsing van de langgevelboerderij in 2 wooneenheden. Daarom is aan de boerderij de aanduiding 'cultuurhistorische waarden' toegevoegd waarmee de basis is legt voor medewerking aan splitsing. Echter bij bedrijfswoningen kan er nog niet gesplitst worden, zulks als gevolg van het provinciale standpunt, zo meldt de gemeente. Splitsing lijkt zo slechts in beeld te mogen komen als reclamant stopt. Reclamant verzoekt dit door de provincie onvoldoende gemotiveerde standpunt -in algemene zin- nog eens aan te kaarten. D. Reclamant heeft het idee om in samenspel met de woonsplitsing de winkel van 100 m² te verplaatsen en te combineren met een logiesruimte. Reclamant zou het op prijs stellen dat het plan een afwijkingsbevoegdheid kent voor een 'verhuizing'
Reactie gemeente Naar aanleiding van de zienswijze is de tabel aangepast en staan de kolommen en de bijbehorende gegevens er nu juist in.
Abusievelijk is de Nota van inspraak en vooroverleg niet naar reclamant toegestuurd. In het ontwerpbestemmingsplan is de omissie rondom de winkel herstelt. De winkel is opgenomen in de tabel binnen de bestemmingsomschrijving. Daarmee is de winkel nu planologisch geregeld. Volgens de provinciale Interim omgevingsverordening is het toevoegen van een bedrijfswoning, ook bij splitsing van een cultuurhistorisch waardevol pand inderdaad niet mogelijk. Splitsing van het cultuurhistorisch waardevolle pand is alleen mogelijk als er naast de bestaande bedrijfswoning een reguliere woonbestemming kan worden toegekend. Hiervoor zou moeten worden aangetoond dat er voldaan wordt aan een goed woon- en leefklimaat.
In de regels wordt de specifieke verwijzing voor de detailhandel ter plaatse van de cultuurhistorische waarden verwijderd. Reclamant kan de winkel binnen het perceel verplaatsen. Op basis van de afwijkingsbevoegdheid kleinschalige overnachting kunnen er al kamers binnen de woning en/of bijbehorende bijgebouwen worden gerealiseerd.
62
van deze 100 m² naar een nieuw gebouw, bijvoorbeeld in combinatie met natuuraanleg. E. De agrarische bestemming van de reststroken om het bedrijfskavel zijn nooit agrarisch te gebruiken: het is slechts weiland dat men moet maaien volgens reclamant. De bestemming is daarom ondoelmatig. Reclamant bepleit een beter (of meer flexibel) groen-recreatief gebruik in verbinding met de bedrijfsontwikkeling. F. Het bedrijfsvlak voor buitenopslag, parkeren, klein terras en privé is kleiner gemaakt ten opzichte van plan 2006. Mede met het gestelde bij punt E had reclamant geen kleiner vlak verwacht en was al eerder een groter vlak voorgesteld om te voldoen aan eisen van parkeervoorzieningen en aan wensen van opvang van cliënten en recreanten.
Op basis van de vooroverlegreactie en de zienswijze is het niet zonder meer mogelijk om de bestemming te vergroten. Ook de voorgestelde bestemming van reclamant valt onder vergroting en dit dient gepaard te gaan met een ruimtelijke onderbouwing. Deze is niet aangeleverd. Er kan dan ook geen medewerking worden verleend aan het verzoek.
Op basis van het provinciaal beleid dient ook alle verharding binnen de bedrijfsbestemming te liggen. Het is echter niet mogelijk om het vlak zonder onderbouwing te vergroten. Daarom is het bouwvlak qua vorm aangepast maar niet verkleind.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •
57.
In artikel 7.1.2 wordt de specifieke verwijzing voor de detailhandel en horeca ter plaatse van de cultuurhistorische waarden verwijderd.
PI21-02762
Zelfde als PI21-02798 Zienswijze A. In de beleidsnotitie wordt aangegeven dat de uitzonderingen voor huisvesting van arbeidsmigranten in het buitengebied worden betrokken bij de actualisatie van het bestemmingsplan buitengebied. Helaas ziet
Reactie gemeente Zoals reclamant in zijn zienswijze zelf al aanhaalt heeft de gemeente de visie over huisvesting arbeidsmigranten vastgelegd in de Beleidsnotitie huisvesting arbeidsmigranten. Hierin staat dat de gemeente in het buitengebied een terughoudend beleid voert met betrekking tot uitbreiding van de woonfunctie. Op dit moment wordt dit beleid geactualiseerd. 63
reclamant hier niets van terug en wordt er in de toelichting verwezen naar nieuw beleid dat op handen is. Reclamant heeft de wens om enkele van zijn bedrijfswoningen en een voormalig kantoorgebouw in te zetten voor flexwonen. Dit past echter niet in het beleid huisvesting arbeidsmigranten. Daarom verzoekt reclamant een aantal voorwaarden op te nemen in het bestemmingsplan. B. In het bestemmingsplan is de onderstaande zinssnede opgenomen in de wijzigingsbevoegdheid om een agrarisch bedrijf te wijzigen naar een ander niet-agrarisch bedrijf : “Een combinatie van functies is mogelijk, zolang zich dit presenteert als één bedrijf. De gezamenlijke functies mogen gezamenlijk niet meer bedragen dan het maximum dat voor één enkele functie is gesteld, waarbij eveneens het individuele maximum voor de betreffendefunctie niet mag worden overschreden”
In een aparte bestemmingsplanprocedure wordt het nieuwe beleid rondom flexwonen vertaald.
Deze regeling wordt aangepast zoals voorgesteld. Aard en omvang van toe te laten bedrijvigheid alsmede de borging ervan, vormen belangrijke aandachtspunten bij toepassing van de wijzigingsbevoegdheid. Aard van de functie moet buitengebiedgebonden zijn of passend zijn in relatie tot de omvang. De functie moet voorts in overeenstemming zijn met de ontwikkelingsrichting van het gebied waarop het initiatief betrekking heeft. Bij de uitvoering van de wijzigingsbevoegdheid kan een maximum aan functies gesteld worden.
Het is Reclamant niet goed duidelijk wat hiermee wordt bedoeld. In de wijzigingsbevoegdheden is verder immers geen maximale maatvoering opgenomen, behoudens een maximale oppervlakte van 200 m2 voor detailhandel. Reclamant verzoekt om de flexibiliteit die de wijzigingsbevoegdheden in het ontwerpbestemmingsplan biedt te behouden en de passage over het maximum per functie te schrappen. 64
C. Aan de locatie Molenkampseweg 20 I SintOedenrodeseweg 45 is de enkelbestemming ‘Recreatie’ met een bouwvlak van dezelfde omvang toegekend. Niet alle bestaande en legaal tot stand gekomen voorzieningen zijn binnen het bouwvlak gepositioneerd. Het kantoor aan de zuidzijde is deels buiten de enkelbestemming ‘Recreatie’ gelegen. Reclamant verzoekt om dit te corrigeren. D. In de planregels is in artikel 20.1.2 opgenomen dat er een oppervlakte van 440 m2 aan bedrijfsgebouwen aanwezig mag zijn. Deze oppervlakte betreft enkel de oppervlakte aan bestaande bedrijfsgebouwen. Het reeds vergunde en in aanbouw zijnde logiesgebouw maakt hier nog geen onderdeel van uit. Reclamant verzoekt om de oppervlakte van bedrijfsgebouwen te corrigeren naar 840 m2. E. Reclamant heeft een aanvraag ingediend voor het realiseren van twee gebouwen met een recreatieve verblijfsfunctie van 400 m2. Reclamant vraagt om dit initiatief mee te nemen in het bestemmgsplan.
Op 12 oktober 2018 is een vergunning verleend voor een kantoor voor een periode van 10 jaar. In de daarbij horende onderbouwing is aangegeven dat het tijdelijke kantoor uiteindelijk wordt verplaatst naar het logiesgebouw. Er is geen onderbouwing aangeleverd waaruit blijkt dat aanpassing noodzakelijk is. De wijziging wordt daarom niet doorgevoerd.
De oppervlakte aan bedrijfsgebouwen ten behoeve van de recreatieve voorzieningen mag conform het wijzigingsplan 440 m² zijn. Daarnaast is naast de woning nog een gebouw van 150 m² aanwezig. Dit mag gebruikt worden voor de kliniek voor huidbehandeling. Dit wordt aangepast in de tabel.
Reclamant heeft inderdaad een initiatief voor de intake ingediend. We hebben verschillende gesprekken met reclamant en de adviseur gehad. Daarin is aangegeven dat het voorgestelde plan niet passend is in de structuurvisie Buitengebied. Het uitgangspunt is kleinschaligheid. Het plan is vervolgens niet voorgelegd als principeverzoek. Zodra reclamant een concreet en uitgewerkt plan passend binnen de structuurvisie heeft, kan dit worden voorgelegd als principeverzoek. Indien het plan akkoord is, kan een aparte procedure worden opgestart om het plan te realiseren. Conclusie
De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •
De tabel in artikel 20.1.2 wordt aangepast zodat ook het gebouw voor huidbehandeling wordt opgenomen.
•
De wijzigingsbevoegdheid naar meerdere functies is ingekort en veranderd in: “Een combinatie van functies is mogelijk, zolang zich dit presenteert als één bedrijf. 65
58.
PI21-02775
Zienswijze A. Voor het bestaande gebruik van het bedrijf ten behoeve van het houden van varkens is op 15 december 2020 een omgevingsvergunning beperkte milieutoets verleend. Er is sprake van bestaand legaal gebruik. Dit gebruik dient positief te worden bestemd. Reclamant verzoekt om de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - varkens’ aan zijn perceel toe te voegen. B. Reclamant vraagt af te zien van de dubbelbestemming ‘Waarde-archeologie 5’ gezien het feit dat het perceel al grotendeel is bebouwd en de grond is geroerd.
Reactie gemeente Het klopt dat reclamant een omgevingsvergunning beperkte milieutoets heeft waarin een 4tal varianten wat betreft dieren (aantallen en soorten) is opgenomen. In één van de varianten zijn ook vleesvarkens opgenomen. Conform verzoek wordt op het perceel van reclamant de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - varkens’ toegevoegd.
De dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie’ is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie. De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie’ kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Het gaat daarbij zowel om verstoringen door de aanleg van drainage, afgraving, egalisatie als door het bestaande gebruik 66
C. Door uitsluitend de bouwvlakken te bestemmen als ‘Agrarisch - Agrarisch bedrijf vallen delen van het bedrijf die net buiten de bebouwing vallen, buiten de bestemming. Reclamant acht dit onwenselijk en verzoekt de raad om de bestemming 'Agrarisch Agrarisch bedrijf te verruimen. D. Reclamant heeft in de inspraak nota verzocht om de gekoppelde bouwvlakken te ontkoppelen. Dit verzoek is niet ingewilligd. Reclamant is het niet eens met de argumenten die daarvoor worden gebruikt en verzoekt de raad om de beide bouwvlakken alsnog los te koppelen.
voor het telen van specifieke gewassen als bijvoorbeeld asperges en bomen. De aan te leveren gegevens dienen geverifieerd te kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van foto’s, kaarten en rapporten. Er is zijn geen gegevens aangetoond dat van een dergelijke situatie sprake is. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd Het bouwvlak is 1 op 1 overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2006. De zaken die nu buiten het vlak liggen, lagen dat in 2006 ook al. Het vergroten van de bestemming is niet mogelijk zonder hiervoor een (binnenplanse) procedure te doorlopen.
In het geldende plan is eveneens sprake van een gekoppeld bouwvlak. Ontkoppeling van de bouwvlakken wordt door de provincie beschouwd als planologische toevoeging van een agrarisch bedrijf. Dit is op grond van het geldend provinciaal beleid niet toegestaan. De koppeling kan daarom niet zonder planologische procedure worden gerealiseerd.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is op de locatie Sonseweg 35a de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – varkens’ toegevoegd.
59.
PI21-02777
Zienswijze A. Reclamant vraagt of het principeverzoek ter uitbreinding van een hondenpension kan worden meegenomen met het bestemmingplan. Een ruimtelijke onderbouwing is bij de zienswijze gevoegd.
Reactie gemeente Reclamant heeft een onderbouwing aangeleverd. Deze is akkoord bevonden. De uitbreiding is daarom meegenomen in het bestemmingsplan.
Conclusie 67
De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
60.
•
Op de verbeelding is het bouwvlak en bestemmingsvlak aangepast.
•
In de regels is het aantal m² aangepast.
PI21-02779
Zienswijze A. In de reactie van de gemeente op inspraakreactie van Reclamant, staat dat in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming van de locatie wordt gewijzigd in 'bedrijf-paardenhouderij' met de nadere aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf- zorg, educatie en recreatie'. Die aanpassing is echter niet doorgevoerd. Het woord 'educatie' wordt nog altijd gemist in de aanduiding. Graag ziet reclamant dit alsnog aangepast op de verbeelding en in de planregels. Hierbij is relevant dat de termen binnen de aanduiding niet terugkomen als begripsbepaling. Dat ziet reclamant graag vanuit rechtszekerheid alsnog opgenomen, uiteraard passend bij de bedrijfsactiviteiten. B. Reclamant ziet de rechtstreekse mogelijkheid voor zorg-gerelateerd en recreatief nachtverblijf niet terug in het plan. Als dit inderdaad zo is, dan ziet reclamant dit graag gecorrigeerd (e.e.a. zoals beoogd met het bestemmingsplan Campus Westerwind) C. Reclamant verzoekt om de Frankische driehoek vóór de boerderij Hogevleutweg 9 te bestemmen als
Reactie gemeente Educatie wordt in de regels van het ontwerpbestemmingsplan reeds bij recht toegestaan als nevenactiviteit , onder 11.1.2 b1a. Toevoeging van educatie aan de aanduiding is derhalve formeel niet noodzakelijk. Voor de leesbaarheid wordt educatie in de aanduiding toegevoegd.
In artikel 11.1.2 onder a is zorg recreatie als nevenactiviteit bij recht toegestaan. Volledigheidshalve zullen de rechtstreeks toegestane activiteiten in de tabel nader worden omschreven.
Het bestemmingsplan is aangepast, conform zienswijze. 68
'Groen'. Dat lijkt reclamant, in lijn met de plaatse met kapel aan de Molenkampseweg, een betere bestemmingsregeling, ook omdat agrarische bodemexploitatie niet aan de orde is. D. Geconstateerd is dat de vorm en maat van het bouwvlak en de bouwbepalingen overgenomen zijn uit bestemmingsplan Campus WesterWind. Kloppend, echter met de vraag of de vormverandering evenwijdig aan de kavelsloot, liggend als origineel van het voormalige agrarische bouwblok kan worden aangepast. Zie daarvoor de tekening bij de zienswijze. E. Reclamant verzoekt een vormverandering van de woonbestemming aan de Schansweg 3. F. Reclamant verzoekt een vormverandering van de woonbestemming aan de Keldersehoevenweg 2.
Het voorgestelde bouwvlak is geen vormverandering maar een vergroting. Een vergroting kan niet zonder onderbouwing worden meegenomen. Het bestemmingsvlak is opgenomen zoals de vigerende situatie.
Er wordt deels invulling gegeven aan de gewenste vormverandering conform de plansystematiek voor woonbestemmingen. Conform de vergunning is het bouwvlak van vorm aangepast. Conclusie
De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
61.
•
In de aanduiding is de term educatie toegevoegd
•
In de tabel 11.1.2. a is de zijn de rechtstreeks toegestane activiteiten in de vorm van zorg-gerelateerd en recreatief nachtverblijf volledigheidshalve toegevoegd
•
Op de verbeelding is de driehoek bij Hogevleutweg 8 gewijzigd in de bestemming ‘Groen’
•
Op de verbeelding is het bouwvlak aan de Schansweg deels aangepast.
•
Op de verbeelding is het bouwvlak aan de Keldersehoevenweg 2 aangepast conform tekening.
PI21-02780 69
Zienswijze A. Het is cliënt onduidelijk waarom de gemeente Best in het nieuwe bestemmingsplan een onderscheid in diersoorten maakt, terwijl de provincie dit in haar beleid (Interim omgevingsverordening NoordBrabant) niet doet. In het nieuwe bestemmingsplan is geen enkele mogelijkheid opgenomen voor het op een grondgebonden wijze houden van andere diersoorten dan vergund. In de regels zijn wel afwijkingsmogelijkheden en wijzigingsbevoegdheden opgenomen voor het toestaan van andere diersoorten op de locatie, maar die bieden cliënt geen enkele zekerheid. Het is immers een bevoegdheid van het college om af te wijken van het bestemmingsplan of het bestemmingsplan te wijzigen en een andere diersoort toe te staan, maar geen verplichting. Er zit geen enkele flexibiliteit in het plan en bij geringe wijzigingen in diersoorten is een planologische procedure nodig. Dit is zeer ongewenst. De argumentatie van de gemeente voor de regeling diersoorten heeft te maken met milieu, echter de regels van de provincie zorgen er juist voor dat er regie hierop kan worden gehouden. Reclamant wordt met de regeling voor diersoorten onnodig beperkt in zijn bedrijfsvoering op beide locaties. Het verzoek is dan ook om deze regeling uit het bestemmingsplan te schrappen en aan te sluiten bij het provinciale beleid voor veehouderijen.
Mocht dit niet aangepast worden, dan is cliënt genoodzaakt een planschadeclaim in te dienen.
Reactie gemeente Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie onder 48 A en D.
70
B. Reclamant heeft een tal van percelen die worden beperkt door oa de regelingen voor archeologie en het de attentiezone waterhuishouding voor de NNB.
Attentiezone waterhuishouding Naar aanleiding van de inspraakreacties is nogmaals gekeken naar de regeling voor realisering van nieuwe boomteelt. Deze is naar aanleiding van de reacties aangepast. Uitsluitend indien gronden zijn gelegen binnen de attentiezone waterhuishouding wordt een omgevingsvergunning vereist, zodat het voornemen dan vooraf nader kan worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Bestaande boomteeltpercelen binnen deze zone zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ’boomteelt’. Voor nieuwe percelen wordt gelet op de hier aanwezige landschaps- en natuurwaarden een nadere afweging op mogelijke negatieve effecten wenselijk geacht. De percelen van reclamant zijn in het ontwerpbestemmingsplan nog niet aangeduid. Enkele van de genoemde percelen binnen de attentiezone waterhuishouding zijn op dit moment geen bestaand boomteeltperceel. Archeologie De aangeleverde foto’s zijn niet voldoende om de archeologische dubbelbestemming te verwijderen. Boomteelt heeft een dieptegrens van 50cm, een dubbelbestemming archeologie zit boomteelt daarom niet in de weg. Conclusie
De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •
62.
In de regels is de omschakeling van diersoorten aangepast aan de toelichting. Ter plaatse van de aanduiding ‘melk-/rundveehouderij’ zijn tevens overige vormen van grondgebonden veehouderij toegestaan.
PI21-02781 + PI21-03797
Zienswijze
Reactie gemeente
A. Op het perceel van reclamant aan de Boslaan 3 staan meer bijgebouwen dan de toegestane 100 m². Er ontbreekt een specifieke aanduiding. In 2007 is een vrijstaand bijgebouw van 50 m² vergund en in 2011 een aangebouwde garage van circa 100 m².
Zoals ook in de inspraaknota is beantwoord zijn de aangebouwde bijgebouwen bij de woning gebouwd met een sloop-bonusregeling. Dit wordt meegerekend met de inhoud van de woning. De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m³ tenzij de inhoud van de bestaande woning al meer bedraagt, dan is dat de maximale inhoud. Het losstaande 71
Er is destijds toestemming voor gegeven omdat een grotere hoeveelheid vierkante meters bijgebouwen op het perceel is gesloopt. De bestaande bijgebouwen passen niet binnen de regels die nu als voorontwerp voorliggen. In 2007-2008 heeft reclamant 30m2 vergunningvrije bouwwerken opgericht. Sinds 1 oktober 2010 gelden andere regels voor vergunningvrij bouwen, waardoor hetgeen toen vergunningvrij mogelijk was, nu niet meer vergunningvrij is. Reclamant is het eens met het antwoord van de gemeente op de ingediende zienswijze dat het aangebouwde bijgebouw bij de woning is gebouwd met een sloop-bonusregeling en daarom wordt meegerekend met de inhoud van de woning. Reclamant verzoekt de grotere inhoud van de woning vast te leggen in het bestemmingsplan.
bijgebouw is kleiner dan 100 m² en past binnen de regeling van 100 m² aan bijgebouwen. Conform de gehanteerde plansystematiek wordt er nergens een grotere maat woning en/of bijgebouwen opgenomen tenzij er sprake is geweest van een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure waar een grotere maat was toegestaan. De verleende vergunningen zijn altijd uitgangspunt.
B. In het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2019 wordt 100 m2 bijgebouwen toegestaan. In recente bestemmingsplannen buiten de bebouwde kom wordt een grotere maat aan bijgebouwen in de woonbestemming toegelaten dan in het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2019. Zie de volgende bestemmingsplannen: * Bestemmingsplan Sonseweg 11 en 13, vastgesteld 2 oktober 2017 (maximaal 120 m2) * Bestemmingsplan Klaverhoekseweg 9a e.o., vastgesteld 16 april 2016 (maximaal 120 m2)
Bij enkele postzegelbestemmingsplannen (partiële herzieningen van het bestemmingsplan) is door toepassing te geven aan een kwaliteitsverbetering op locatie 120 m² in plaats van de met het bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2002’ en ‘Buitengebied Best 2006’ geldende 80 m2 aan bijgebouwen toegestaan. De gemeenteraad heeft in de Nota van uitgangspunten ter voorbereiding op het nieuwe bestemmingsplan buitengebied bepaald dat generiek 100 m2 aan bijgebouwen mogelijk is, een vergroting van 20 m2 ten opzichte van de huidige regeling. Verder is er een ingezet op een sloopbonus-regeling, zodat sloop van overtollige/oude bebouwing kan worden ingezet voor meer m2 aan bijgebouwen dan 100 m2. In artikel 26.3.1 is deze sloopbonus-regeling voor woonbestemmingen geregeld. Daarnaast is er een extra
72
* Bestemmingsplan Sonseweg 1 met naastgelegen gronden, ontwerp bestemmingsplan (maximaal 120 m2) * Bestemmingsplan Landgoed Kleinbroek, vastgesteld 18 juni 2012 (maximaal 120 m2) » Bestemmingsplan Burgstraat 7, vastgesteld 26 januari 2016 (maximaal 120 m2) » Bestemmingsplan Aarleseweg 15, vastgesteld 4 december 2017 (maximaal 200 m2) * Bestemmingsplan Broekstraat, vastgesteld 16 juli 2010 (maximaal 250 m2, afhankelijk van kavelgrootte) Reclamant begrijpt daarom niet waarom in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied slechts 100 m² bijgebouwen wordt toegelaten. C. Volgens de regels mag de ínhoud van de woning maximeel 750 m3 bedragen, tenzij op het perceel een aanduiding is opgenomen voor een andere maximum inhoud. Op ons perceel is hiervoor geen aanduiding opgenomen. In bestemmingsplan Sonseweg 1, wat recent in procedure is gebracht, bedraagt de maximale inhoud van een woning 1.000 m3. We vragen u om aan te sluiten bij dit recente bestemmingsplan en de maximale inhoud van de woning vast te leggen op 1.000 m3, danwel te bepalen dat voor grotere percelen (groter dan 1.500 m2 of 2.000 m2) een maximum ínhoud geldt van 1.000 m3.
afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor meer m² aan bijgebouwen in ruil voor een tegenprestatie in kwaliteitsverbetering van het buitengebied. Overigens is in het buitengebied op basis van de vergunningsvrije mogelijkheden vrijwel altijd totaal 150 m2 aan bijgebouwen mogelijk.
De gemeenteraad heeft met de Nota van uitgangspunten bepaald dat naast bedrijfswoningen ook reguliere woningen een maximale inhoudsmaat van 750 m3 mogen hebben. Nietbedrijfswoningen mogen op basis van het de bestemmingsplannen ‘Buitengebied Best 2002’ en ‘Buitengebied Best 2006’ maximaal 600 m3 groot zijn. Het voorliggende bestemmingsplan biedt dus een vergrotingsmogelijkheid. Voor enkele woningen in het buitengebied geldt een grotere inhoudsmaat. Die maatwerkregeling is gebaseerd op een kwaliteitsverbetering op de locatie.
73
D. De vorm van het bouwvlak is aan de achterzijde van het perceel dusdanig vormgegeven waardoor op een behoorlijk stuk grond geen bijgebouwen mogelijk zijn, terwijl dat op andere percelen wel tot aan de achterperceelgrens mogelijk is. Reclamant verzoekt om de bouwmogelijkheden uit het vigerende bestemmingsplan over te nemen in het nieuwe bestemmingsplan en toe te voegen aan de achterzijde van het perceel. E. Er is voor het perceel van reclamant een milieuvergunning verleend voor het houden van 20 honden en 1 paard. Graag willen we de mogelijkheid open houden om dit gebruik in de toekomst voort te kunnen zetten.
Per abuis is hier aangenomen dat hier ook sprake was van een verbale regeling waarin de oppervlakte waar gebouwen zijn toegestaan voor een woonbestemming was gemaximaliseerd (1500 m²). Dat is echter hier niet het geval omdat hier nog het bestemmingsplan ‘Rijksweg A2 – Best Noord’ geldt. De woonbestemming is vergroot conform bestaand bouwvlak en de overige gronden hebben een bestemming ‘Tuin’ gekregen.
Het bestemmingsplan regelt niks over het toekennen of intrekken van milieuvergunningen. Dit is geregeld in het milieuspoor. Helaas is er geen koppeling tussen het Activiteitenbesluit en het bestemmingsplan. Daardoor kan er de situatie ontstaan dat vanuit milieu het Activiteitenbesluit van toepassing is terwijl de activiteiten in strijd met het bestemmingsplan zijn. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ten overvloede wordt opgemerkt dat op deze locatie geen milieuvergunning meer rust. In 1995 is een oprichtingsvergunning verleend. Deze vergunning is van rechtswege vervallen en vervangen door het Activiteitenbesluit toen dit besluit in werking trad. Daarbij verviel de vergunningplicht en werd het bedrijf meldingsplichtig. In 2019 is er door de ODZOB een controle uitgevoerd. Daarbij is geconstateerd dat er geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsvinden en dat het Activiteitenbesluit niet langer van toepassing is. Conclusie
De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De woonbestemming is conform vigerend bestemmingsplan overgenomen.
74
63.
PI21-02782
Zienswijze A. Reclamant vraagt om meer ruimte voor teeltondersteunende voorzieningen.
B. Er wordt gevraagd om VAB’s zo veel mogelijk te ondersteunen in het bestemmingsplan.
C. Vanwege de snel veranderende markt zou het de voorkeur van ZLTO zijn om met een multifunctionele agrarische bestemming te gaan werken waar eenvoudig nieuwe activiteiten aan toegevoegd kunnen worden. Door nu alvast te werken met deze bestemming wordt ook een toekomstige herziening van het bestemmingplan op dit punt een kleinere overzichtelijkere en goedkopere procedure zowel voor de ondernemer als de gemeente. D. Reclamant vraagt de mogelijkheden voor huisverkoop te vergroten tot 200 m2. Reclamant vindt dat dit met een eenvoudigere procedure gerealiseerd moet kunnen worden. Ook bij huisverkoop moet ingespeeld kunnen worden op andere eisen. De afstand eisen en looproutes in deze Corona tijd zijn daar een goed voorbeeld van. Het
Reactie gemeente In dit nieuwe bestemmingsplan zijn de mogelijkheden voor oprichting van teeltondersteunende voorzieningen in vergelijking met de bestaande planologische mogelijkheden reeds aanzienlijk verruimd. Een verdere verruiming wordt niet wenselijk geacht, teneinde in dit plan de bescherming van landschappelijke, natuurlijke en hydrologische waarden eveneens voldoende te kunnen borgen. In het ontwerpbestemmingsplan zijn diverse regelingen opgenomen in lijn met de gemeentelijke structuurvisie en het vastgestelde beleidskader voor vrijkomende agrarische bebouwing. Hiertoe zijn in het bestemmingsplan diverse flexibliteitsregelingen opgenomen. Daarnaast is de landschapsinvesteringsregeling aangepast. Voor specifieke locaties blijft veelal maatwerk noodzakelijk, waarvoor beter een afzonderlijke ruimtelijke procedure gevolgd kan worden, waarin alle specifieke belangen en waarden tegen elkaar afgewogen kunnen worden teneinde een adequate maatwerk regeling op te stellen. In het bestemmingsplan zijn reeds diverse flexibiliteitsbepalingen opgenomen, waarmee ontplooiing van andere activiteiten mogelijk gemaakt kunnen worden. Toepassing van een gemengde agrarische bestemming in een generiek bestemmingsplan buitengebied wordt niet wenselijk geacht in het kader van rechtszekerheid en bescherming van overige belangen en waarden.
Er wordt geen noodzaak gezien om de detailhandel aan huis te vergroten. Dit is niet wenselijk en passend bij het buitengebied. De argumenten over corona veranderen dit inzicht niet. Bij detailhandel aan huis gaat het niet om grote groepen mensen, waarvoor een looproute noodzakelijk zou zijn.
75
lijkt Reclamant daarom beter om alsnog de 200 m2 op te nemen in plaats van de beoogde 100 m2. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
64.
PI21-02783
Zienswijze A. Reclamant maakt nogmaals bezwaar tegen het voornemen om de woning/boerderij gelegen te Best, Vleutstraat 3 aan te duiden als cultuurhistorisch pand. B. Reclamant betreurt het dat een eerder ingestuurde inspraakreactie niet is verwerkt.
Reactie gemeente Door een waarderend onderzoek is beschreven en aangetoond dat het pand cultuurhistorische waarden heeft. De reclamant zal dan moeten aantonen dat het pand onterecht deze waarden zijn toegekend. De reactie van reclamant wordt onderschreven. Abusievelijk is deze niet meegenomen. Hiervoor wordt excuus aangeboden. Met de mogelijkheid om een zienswijze en eventueel beroepsschrift wordt reclamant niet in zijn belangen geschaad. Conclusie
De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
65.
PI21-02784
Zienswijze A. Reclamant heeft als doelstelling om het gemeentelijke beleid meer aan te laten sluiten op de ontwikkelingen die momenteel plaatsvinden in de paardensector. De gebruikte maat voor paardenbakken in het ontwerpbestemmingplan zijn niet langer gangbaar. Reclamant verzoekt om bij een bedrijfsmatige paardenhouderij een afwijkingsmogelijkheid op te
Reactie gemeente Conform provinciaal beleid dienen alle bedrijfsmatige voorzieningen binnen een bestemmings-/bouwvlak te worden opgericht. Binnen de gemeente zijn een 4 tal paardenhouderij bedrijven aanwezig. De gemeente is niet bekend met concrete uitbreidingsplannen. Voor eventuele vergroting van het bestemmingsvlak geldt evenals bij uitbreidingen van overige bedrijven, dat dit weliswaar kan worden toegestaan, maar dat hiervoor dan een afzonderlijke ruimtelijke procedure gevolgd dient te worden. 76
nemen waarbij in ieder geval één buitenbak met een maat van 30m x 70m buiten het bouwvlak wordt toegestaan en een wijzigingsbevoegdheid op te nemen voor het wijzigen van de bestemming zodoende dat buiten het bouwvlak een professionele buitenbak met een groter oppervlak tot 5000m2 kan worden gerealiseerd. B. Voor de hobbymatige paardenbak staat de gemeente een maat van 800m2 toe. Helaas is ook deze oppervlakte in de praktijk vaak niet (meer) voldoende. Een hobbyruiter die met zijn paard in de Z klasse start moet op wedstrijd niveau een proef rijden in een 20m x 60m. paardenbak. Daarom verzoekt inspreker om voor een hobbymatige paardenbak een maximale maat op te nemen van 20 x 60 m. C. De hobbymatige paardenbakken worden gebruikt door inwoners die voor de hobby paardrijden naast hun baan. In de wintermaanden betekent dit dat deze inwoners na werktijden geen gebruik kunnen maken van de buitenbak. Terwijl dit juist wel noodzakelijk is voor de dagelijkse beweging van het paard. Het plan staat verlichting bij een hobbymatige buitenbak niet toe. Reclamant verzoekt om hiervoor wel een regeling op te nemen. Reclamant geeft voorbeelden van gemeenten waar het plaatsen van verlichting wel mogelijk is (in sommige gevallen rekening houdend met de natuur) D.
Paardenhouderijen worden belemmerd bij verkoop en hergebruik van het kavel omdat is gekozen voor een bedrijfsbestemming voor gebruiksgerichte
Voor realisering van hobbymatige paardenbakken is een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid opgenomen. Onder diverse randvoorwaarden kan B&W een dergelijke paardenbak toestaan. Het wordt niet onredelijk geacht de maximaal toegestane oppervlakte conform de huidige praktijk en andere zienswijzen te verhogen tot max. 1800 m2.
Gelet op de mogelijke impact met name als gevolg van lichthinder voor omliggende functies en bos- en natuurgebieden wordt het generiek toestaan van oprichting van verlichting buiten bestaande bestemmings- en bouwvlakken niet wenselijk geacht. In voorkomend geval dient hiervoor een aparte ruimtelijke procedure te worden doorlopen, waarin alle specifieke belangen en waarden tegen elkaar afgewogen kunnen worden teneinde een adequate maatwerk regeling op te stellen.
Conform het geldend planologisch regime alsmede het provinciaal beleid wordt met uitzondering van een paardenfokkerij een paardenhouderij beschouwd als een agrarisch 77
paardenhouderijen. Zowel in Brabant als Limburg is veel vraag naar nieuwe locaties voor het oprichten van paardenhouderijen. Wanneer een paardenhouder zich makkelijk, zonder lange ruimtelijke procedures op een agrarische locatie kan vestigen (met milieuwetgeving en wet natuurbescherming daargelaten) heeft dit een zeer positief effect op het buitengebied en de VABlocaties. Daarom ziet Reclamant liever een agrarische bestemming met een functieaanduiding dan een bedrijfsbestemming.
verwant bedrijf. Veelal is sprake van een menging van functies, waarbij vaak ook sprake is van publieksgerichte activiteiten. In het ontwerp bestemmingsplan is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen, waarmee een bestaand agrarisch bedrijf kan worden gewijzigd in een paardenhouderij. Hiermee kan vooraf een belangenafweging en toetsing plaatsvinden van de gevolgen voor omliggende functies en waarden bij een voorgenomen functiewijziging.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •
66.
In de regels wordt binnen de opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor het kunnen realiseren van een paardenbak voor hobbymatig gebruik de maximaal toegestane oppervlakte verhoogd naar 1800 m².
PI21-02785
Zienswijze A. Reclamant verzoekt om middels een bouwaanduiding de 775m² aan vergunde bijgebouwen op te nemen in het bestemmingsplan dit conform het beleidsuitgangspuntendocument.
Reactie gemeente Op basis van de huidige (en de voorheen geldende) bestemmingsplan regeling is bij de ter plaatse geldende woonfunctie maximaal 80 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Het meerdere aan m2 bijgebouwen valt onder het overgangsrecht en mag dus niet worden herbouwd. In de vastgestelde NvU voor dit nieuwe bestemmingsplan zijn in paragraaf 2.7 de door de raad besloten wijzigingen met betrekking tot de bestemmingsregeling voor ‘Woondoeleinden’ beschreven. Met betrekking tot bijgebouwen is hiertoe opgenomen: • Oppervlakte aan bijgebouwen rechtstreeks vergroten van 80 m2 naar 100 m2 per woning.
78
•
Opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om de oppervlakte aan bijgebouwen te vergroten tot maximaal 300 m2 onder voorwaarden (investeren in landschappelijke, cultuurhistorische kwaliteit, duurzaamheid e.d.);
Bovenstaande uitgangspunten zijn in het bestemmingsplan doorvertaald, om enerzijds te kunnen voorzien in de behoefte aan meer oppervlakte bijgebouwen bij woningen in het buitengebied een aanvullende impuls te geven aan de gewenste “ontstening” van het buitengebied. Dit betekent dat bij een woonbestemming maximaal 100 m2 aan bijgebouwen toegestaan, tenzij op grond van een afzonderlijk doorlopen ruimtelijke procedure een andere maximum is vastgesteld. Daar is in onderhavige situatie geen sprake van. De maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m2 kan onder voorwaarden nader worden uitgebreid door: -50% van het te slopen meerdere van 100 m2 aan bij de woning behorende bijgebouwen en voormalige bedrijfsgebouwen dat voor de sloop aanwezig was, met een maximum van in totaal 300 m2 aan bijgebouwen mits hierbij tevens wordt voldaan aan de LIR van de gemeente Best; -een bijdrage aan kwaliteitsverbetering wordt geleverd conform de LIR. B. Reclamant geeft aan dat het direct overnemen van bouwvlakken van 1500 m² uit het vigerende plan niet rechtmatig is. Dit is namelijk in praktische zin niet altijd haalbaar. Daarnaast is er geen grondslag waardoor er aan het vigerende plan zou moeten worden vastgehouden. Het gebruiken van een tuinbestemming beperkt inwoners te veel en maakt het vergunningsvrij bouwen op eigen terrein moeilijker.
Er zijn geen mogelijkheden opgenomen tot herbouw van bijgebouwen. Dit wordt verder bemoeilijkt door de strikte bouwvlakken en
De gemeente heeft inderdaad met de LIR willen regelen dat de woonbestemmingen konden worden vergroot tot maximaal 2500 m², zodat meer kon worden aangesloten bij de feitelijke, vergunde situaties in het buitengebied, zonder dat hiervoor naar jaren door een inwoner nog kwaliteitsverbetering hoeft te worden toegepast. De provincie heeft echter een reactie gegeven op de LIR waarin zij aangeven: “De vergroting van een woonbestemming ten behoeve van een tuin (zonder bouwmogelijkheden) tot een maximumoppervlakte van 2.500 m2 betreft volgens de regeling een ruimtelijke ontwikkeling die geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereist (categorie 1). Met het vergroten van deze bestemming ontstaat echter de mogelijkheid van vergunningvrij bouwen, aanleggen verhardingen en overige voorzieningen verbonden aan wonen. Een vergroting naar 2.500 m2 heeft, zonder enige kwaliteitsverbetering, landschappelijke gevolgen. Wij hanteren als 79
tuinbestemmingen. Het is reclamant dan ook absoluut niet duidelijk waarom de gemeente in afwijking van haar eigen beleidskeuzes in de Nota van Uitgangspunten deze manier van bestemmen heeft toegepast. Daarnaast is in de Landschapsinvesteringsregeling van 2019 van de Gemeente Best onder categorie 1 (categorie waarvoor geen (extra) kwaliteitsverbetering van het landschap vereist is) het volgende opgenomen: "Vergroting van de woonbestemming ten behoeve van een tuin (zonder bouwmogelijkheid) tot een maximum oppervlakte van 2500 m² woonbestemming." Met het vaststellen van deze LIR heeft de gemeenteraad besloten dat een woonbestemming van 2500 m² toepasbaar is, en dat daar geen enkele bijdrage voor geleverd hoeft te worden. Reclamant begrijpt dan ook niet waarom deze beleidsregel niet correct is doorgevoerd in het ontwerpbestemmingsplan. Reclamant verzoekt om de woonbestemming van de Hoefkestraat 2 te Best te vergroten naar 2500 m² conform bijgevoegde verbeelding. C. In het informatie achtergronddocument is op pagina 88 in de tabel bij 'Wat mag' het volgende opgenomen: "Voor bijgebouwen die ver van de woning zijn gelegen en daardoor niet in het bouwvlak passen, wordt een regeling opgesteld waardoor herbouw op dezelfde plek niet mogelijk is, maar wel dichter bij de woning. Deze bijgebouwen worden aangeduid en moeten binnen de
aanvaardbare norm voor de woonbestemming een oppervlakte van 1.500 m2 (gebaseerd op de volgens het vigerend bestemmingsplan maximaal toegestane oppervlakte).” Abusievelijk staat nog de vastgestelde versie van de LIR op de website van de gemeente, waarin de maat van 2500 m² staat genoemd. In het vigerende bestemmingsplan was sprake van zogenaamde verbale bouwvlakken. Op de verbeelding was per woning een ‘stip’ opgenomen. Ter plaatse van de ‘stip’ was wonen als medebestemming toegestaan tot een maximum oppervlakte van 1.500 m² per ruimtelijke eenheid (complex van bij elkaar behorende bouwwerken). In het ontwerpbestemmingsplan zijn conform de Nota van Uitgangspunten en naar aanleiding van de vooroverlegreactie alle bestemmingsvlakken/bouwvlakken verkleind tot 1500 m². Het bestemmingsvlak is tevens het bouwvlak. Conform de gehanteerde plansystematiek wordt de landschappelijke inpassing als ‘Tuin-Landschap’ bestemd. Indien hierbij sprake is van een omvang > 5.000 m2 is de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch - landschappelijke tuin opgenomen’.
Ten aanzien van de reactie dat er geen mogelijkheden zijn opgenomen voor de herbouw van bijgebouwen wordt opgemerkt dat dit wel mogelijk is op basis van het overgangsrecht in bepaling 47.1.1: “Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, danwel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot,gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd”
Zoals in de beantwoording onder A. reeds aangegeven is op basis van de huidige (en de voorheen geldende) bestemmingsplan regeling bij de ter plaatse geldende woonfunctie maximaal 80 m2 aan bijgebouwen toegestaan. Het meerdere aan m2 bijgebouwen valt onder het overgangsrecht en mag dus niet zomaar worden herbouwd. In de vastgestelde NvU zijn in paragraaf 2.7 de door de raad besloten wijzigingen met betrekking tot de bestemmingsregeling voor ‘Woondoeleinden’ beschreven. 80
woonbestemming liggen." Een dergelijke regeling is echter helemaal niet opgenomen in het ontwerp bestemmingsplan en is in deze casus voor mijn cliënten om de kippenschuur te slopen en een nieuwe, duurzamere en kleinere stal die ook beter past bij de cultuurhistorisch waardevolle bebouwing zeer toepasbaar en gewenst. Reclamant verzoekt dan ook om deze regeling alsnog op te nemen en de kippenschuur van 420 m² en de opslag daarachter van 45 m² aan te duiden als te herbouwen bijgebouwen dichter bij de woning. Deze regeling moet zodanig opgesteld worden dat dan ook mogelijk moet zijn om de herbouw buiten het bouwvlak te realiseren, want met het huidige bouwvlak in de woonbestemming is dit niet mogelijk.
D. Reclamant is van mening dat de bestemming landschapstuin beperkend werkt ten opzichten van het vigerende bestemmingsplan, waar deze bestemming niet in voorkomt, en vraagt deze
Met betrekking tot bijgebouwen is hiertoe uitsluitend opgenomen: • Oppervlakte aan bijgebouwen rechtstreeks vergroten van 80 m2 naar 100 m2 per woning. • Opnemen van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid om de oppervlakte aan bijgebouwen te vergroten tot maximaal 300 m2 onder voorwaarden (investeren in landschappelijke, cultuurhistorische kwaliteit, duurzaamheid e.d.); Bovenstaande uitgangspunten zijn in het voorontwerp bestemmingsplan doorvertaald. In het ontwerpbestemmingsplan is de afwijkingsmogelijkheid nog nader verruimd, waardoor de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 100 m2 onder voorwaarden kan worden uitgebreid met 50% van het te slopen meerdere van 100 m2 aan bij de woning behorende bijgebouwen en voormalige bedrijfsgebouwen dat voor de sloop aanwezig was, met een maximum van in totaal 300 m2 aan bijgebouwen mits hierbij tevens wordt voldaan aan de LIR van de gemeente Best. In het verzoek waarna wordt verwezen werd nog niet voldaan aan de gestelde voorwaarden met betrekking tot sloop derhalve kan het verzoek niet worden gehonoreerd. Bij vaststelling is er daarnaast een extra afwijkingsbevoegdheid opgenomen voor het vergroten van de oppervlakten aan bijgebouwen mits er een tegenprestatie wordt geleverd voor kwaliteitsverbetering van het buitengebied conform dat Landschapsinvesteringsregeling.
Ook is er een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor vormverandering van de woonbestemming. Hierdoor kan na sloop op een andere plek binnen de 1500 m² een nieuw bijgebouw worden opgericht. In het voorontwerp bestemmingsplan was aanvullend een regeling opgenomen, teneinde herbouw van bijgebouwen mogelijk te maken. In haar vooroverlegreactie heeft de provincie evenwel aangegeven met een dergelijke regeling niet in te kunnen stemmen, aangezien deze in strijd werd geacht met het zogenaamde concentratiebeginsel en zorgvuldig ruimtegebruik alsmede de kwaliteitsverbetering van het landschap. Daarom is deze regeling in het ontwerpbestemmingsplan niet meer opgenomen en kan gelet op bovenstaande ook nu niet aan het verzoek van reclamant worden voldaan. Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie onder 66 A.
81
beperking niet in het bestemmingsplan op te nemen. E. Reclamant vraagt om een mogelijkheid tot het toevoegen van verharding in de bestemming landschapstuin. F. Voor de hobbymatige paardenbak staat de gemeente een maat van 800 m² toe. Helaas is ook deze oppervlakte in de praktijk vaak niet (meer) voldoende. Een hobbyruiter die met zijn paard in de Z klasse start moet op wedstrijd niveau een proef rijden in een 20m x 60m. paardenbak. Om de wedstrijdproeven te kunnen oefenen is het dus van belang dat thuis in eenzelfde formaat paardenbak geoefend kan worden.
In het kader van het concentratiebeginsel dienen alle voorzieningen binnen het bestemmingsvlak te worden gesitueerd, dat conform geldend bestemmingsplan max 1500 m2 bedraagt. Voor de beantwoording wordt verwezen naar de reactie onder 65 B.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •
67.
In de regels wordt binnen de opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor het kunnen realiseren van een paardenbak voor hobbymatig gebruik de maximaal toegestane oppervlakte verhoogd naar 1800 m².
PI21-02786
Zienswijze A. Reclamant verzoekt om de lijn van het bestemmingsvlak voor wonen recht te laten lopen, waardoor het "puistje" komt te vervallen. Op deze manier komt de schuilgelegenheid binnen agrarische bestemming te liggen en kan deze blijven bestaan. Reclamant vraagt om deze aanpassing mogelijk te maken.
Reactie gemeente Conform verzoek is het bestemmingsvlak aangepast.
82
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is het bestemmingsvlak Wonen aangepast conform verzoek.
68.
PI21-02787
Zienswijze A. Reclamant heeft al een principeverzoek ingediend. Vooruitlopend op de toezegging om mee te werken aan vergroting van het bouwvlak heeft reclamant het achterliggende deel van het perceel wat al was verhard in gebruik genomen als afspuitplaats en opslag van kalk en gras. Doordat de vormverandering niet is meegenomen in het ontwerp zijn deze voorzieningen nu illegaal. Daarom verzoekt reclamant om de bestemming ‘agrarisch agrarisch bedrijf’ en het bouwvlak te vergroten.
Reactie gemeente Het principe verzoek is behandeld en richting reclamant is aangegeven dat de gemeente in principe bereid is om mee te werken. Hiervoor dient een ruimtelijke onderbouwing te worden aangeleverd. Op 4 februari 2022 is deze onderbouwing aangeleverd. Op basis van deze onderbouwing is gebleken dat er geen bezwaren zijn. Daarom is het bouwvlak en de bestemming conform verzoek vergroot.
Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is het bouwvlak en de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ vergroot en de ruimtelijke onderbouwing toegevoegd.
69.
PI21-02788
Zienswijze
Reactie gemeente 83
A. Wegens de overdrachtsituatie van het bedrijf van reclamant wordt gevraagd om medewerking te verlenen aan een (tijdelijke) omgevingsvergunning voor het oprichten van een vrijstaand woongebouw in het voorerf, zoals aangeduid in figuur 1 van de zienswijze. De woonzorgunit zal een oppervlakte krijgen van ongeveer 125-150 m² .
De enige mogelijkheden voor tijdelijke bewoning zijn een mantelzorgwoning en een meergeneratiewoning. Deze mogelijkheid is opgenomen in een afwijkingsbevoegdheid. Indien er wordt voldaan aan de gestelde voorwaarden kan medewerking worden verleend aan het verzoek. Reclamant heeft hiervoor inmiddels een principeverzoek ingediend.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
70.
PI21-02794
Zienswijze A. Uit de verbeelding van het plan blijkt dat er meerdere bestemmingen "Wonen' zijn vergroot ten opzichte van de ter plaatse maximaal toegestane omvang (1.500 m2). Sommige van die woonbestemmingen zijn aanmerkelijk vergroot. Het gaat hierbij om de volgende percelen: Broekstraat 34, Monnikenweg 5, Sonseweg 31, Sint Oedenrodeseweg 31, Schansweg 7. Vanuit het principe van zorgvuldig ruimtegebruik ontbreekt in het plan een motivering waarom woonbestemmingen met een dergelijke omvang aanvaardbaar zijn.
Reactie gemeente Reclamant heeft het over aanmerkelijk vergrotingen van de woonbestemming voor de genoemde percelen. Dit is naar aanleiding van de reactie nogmaals nagemeten. Het gaat om bestaande en vergunde situaties waarbij maximaal 200 m2 aan woonbestemming is toegekend dan de genoemde 1500m². De locaties Broekstraat 34, Monnikenweg 5 en de Sint Oedenrodeseweg 31 zijn teruggebracht naar 1500 m². Sonseweg 31 is een perceel dat gedeeld wordt met Sonseweg 31a. Totaal betreft de woonbestemming voor beide percelen 3000 m², maar het betreft hier dus 2 woningen. Deze bestemming is dan ook niet aangepast. Voor Schansweg 7 geldt een vergelijkbare situatie. Samen met de locatie Schansweg 5 heeft dit een woonbestemming gekregen met een oppervlakte van 3000 m² en een aanduiding 2 wooneenheden.
84
B. Bovendien is er een bestemming 'Tuin - Landschap' opgenomen waarbinnen diverse voorzieningen zijn gelegen, zoals zwembaden, bijgebouwen, schuilgelegenheden. Hiermee wordt onvoldoende invulling gegeven aan het zogenaamde concentratiebeginsel als beschreven. De provincie heeft een lijst van percelen opgenomen waarvan hier sprake van is.
Het vigerende bestemmingsplan omvat een verbale regeling waarin de oppervlakte waar gebouwen zijn toegestaan voor een woonbestemming was gemaximaliseerd (1500 m²). In het voorontwerp bestemmingsplan waren de bestemmingsvlakken bepaald op basis van luchtfoto’s, waarbij in principe verhardingen en tuin ook binnen het bestemmingsvlak zijn opgenomen. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie is de plansystematiek voor woonbestemmingen aangepast. Er is getracht voor elke locatie in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming toe te kennen van maximaal 1.500 m². Conform de gehanteerde en met de provincie besproken plansystematiek zijn in het ontwerpbestemmingsplan de overige gronden, die in privé gebruik zijn voor woondoeleinden, zoals het erf en de tuin bestemd als ‘Tuin-Landschap’. Naar aanleiding van de zienswijze heeft overleg plaatsgevonden met de provincie. Op basis van dat overleg is geconstateerd dat er gezien de omzetting van de verbale bouwvlakregeling naar een bouwvlak op de verbeelding in sommige gevallen maatwerk nodig is. Geconcludeerd is dat de bestaande erfverharding tussen woning en weg als voortuin mag worden bestemd, deze onderdelen hebben de bestemming ‘Tuin’ gekregen. Locaties met bestaande goed ingepaste achtertuinen hebben de bestemming ‘Tuin-landschap’ gekregen.
Op overige locaties waar nog geen goede landschappelijke inpassing is en verharding en bebouwing buiten de 1500 m² woonbestemming ligt, is de bestemming ‘Agrarisch’ teruggelegd. In de regels is een wijzigingsbevoegdheid opgenomen voor vormverandering van de woonbestemming.
Op basis van recente luchtfoto’s constateert de provincie dat binnen het plangebied op meerdere locaties bebouwing, bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen aanwezig zijn die buiten een bestaand bouwperceel/bouwvlak zijn gelegen. Alleen bij bestaande rechten als bedoeld in artikel 9.9 van de IOV kan zich dit verdragen met provinciaal beleid. Een en ander blijkt niet uit het plan. Met het buiten het bouwperceel brengen van 85
bebouwing en overige permanente voorzieningen ontstaat naar ons oordeel een oneigenlijke en niet verantwoorde vergroting/uitbreiding van een bestaand bouwperceel. Hieronder volgen meerdere gevallen: C. Heikantweg 20: Ter plaatse geldt de bestemming 'Recreatieve doeleinden' zonder nadere aanduiding en zonder uitwerking in de planregeling. In de voorliggende situatie is ter plaatse de bestemming gewijzigd in 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' en de aanduiding 'specifieke vorm van agrarisch veldschuur'. Volgens het BAG betreft het hier een verblijfsobject. Eerder was hier geen bebouwing toegestaan. Het toevoegen van bebouwing is in strijd met de IOV. D. Aarleseweg 4A en C: Achter het bouwperceel is een gebouw buiten het bestaande bouwperceel aangeduid als 'overige zone - voorziening buiten bouwvlak'. Dit heeft niets met een voorziening te maken zoals beschreven in de planregeling maar betreft een bedrijfsgebouw dat binnen een bouwperceel moet worden opgenomen. Meest opmerkelijk is dat er ter plaatse van voornoemde aanduiding nog veel meer grond in gebruik is t.b.v. de bedrijfsfunctie en deze aanduiding niet heeft. Wij merken in dit verband overigens nogmaals op dat het al dan niet aanduiden van voorzieningen buiten het bouwperceel niet consequent is doorgevoerd in het plan.
De reactie wordt niet begrepen. Op basis van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2006 geldt hier een recreatieve bestemming met een verenigingsaccommodatie van 80 m². Vanwege het gewenste minder intensieve gebruik en om ongewenst gebruik tegen te gaan komt het bouwvlak te vervallen en wordt binnen de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ een aanduiding veldschuur opgenomen.
Er is in dit geval inderdaad onterecht gebruik gemaakt van de aanduiding ‘overige zone voorziening buiten bouwvlak’. Deze aanduiding is verwijderd. Er is gepoogd alle voorzieningen in het bouwvlak te leggen, maar gezien de beperkte ruimte is dit niet helemaal mogelijk. Voor wat betreft de overige voorzieningen buiten het bouwvlak is dit een handhavingskwestie.
86
E. Aarleseweg 2 en 4: Op basis van een recente luchtfoto vragen wij af of er in redelijkheid nog wel sprake is van een woonbestemming. Er is namelijk vrij veel bebouwing aanwezig, in ieder geval veel meer dan volgens het geldende bestemmingsplan is toegestaan en die bedrijfsmatig lijkt te zijn. F. Kapelweg 18: Buiten het bouwperceel (noordelijk) met de vigerende bedrijfsbestemming is nog een groot gebied bedrijfsmatig in gebruik binnen de agrarische bestemming, incl. aanwezige bebouwing.
Voor deze percelen hebben we de bestaande woonbestemmingen uit het bestemmingsplan Buitengebied Best 2002 overgenomen. Naar aanleiding van de zienswijze zijn de adressen gedeeld met de afdeling handhaving.
G. Mosselaarweg 25: Betreft de vormverandering van een bestemmingsvlak voor een paardenhouderij. H. Aarleseweg 24-24A, Oirschotseweg 117, Sint Oedenrodeseweg 59 en Sint Oedenrodeseweg 63A: De bouwvlakken zijn vergroot ten opzichte van de vigerende situatie zonder onderbouwing of aanvullende gegevens danwel aandacht te besteden aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. I. Sonseweg 35A, Kapelweg 38, Oude Baan 25: Dit betreffen veehouderijen waar permanente voorzieningen buiten het bouwvlak/bouwperceel zijn gesitueerd; J. Kapelweg 21 Opslag ligt buiten het bouwvlak en bestemmingsvlak K. Gagel 10: Binnen het vigerende bestemmingsvlak 'Militair gebied' is een bestemming 'Recreatie' met de functieaanduiding 'specifieke vorm van recreatie -
Voor genoemde locatie is een vormverandering toegepast om alle voorzieningen binnen het bouwvlak te brengen.
Het bedrijf dat gevestigd is op Kapelweg 18 heeft een zienswijze ingediend en daarbij een ruimtelijke onderbouwing aangeleverd ten behoeve van de vergroting van het bedrijfsperceel. Inmiddels is met de initiatiefnemer afgesproken dat er een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen. De locatie is uit het bestemmingsplan verwijderd.
Bedoeld is een vormverandering toe te passen zonder vergroting. Al de genoemde locaties zijn nagekeken op de vigerende afmeting. Op de locaties Oirschotseweg 117, St Oedenrodeseweg 59 en St Oedenrodeseweg 63a is geen sprake van een toename van het bouwvlak oppervlak. Ter plaatse van Aarleseweg 24-24a is het bestemmingsvlak ongewijzigd, maar is wel het bouwvlak uitgebreid teneinde een vergund bedrijfsgebouw binnen het bouwvlak te brengen. Voor de Sonseweg 35a: zie reactie onder FF Voor Kapelweg 38: zie reactie onder HH Voor Oude Baan 25: zie reactie onder KK Deze bestemming is niet vergroot ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan. Wel is nu alle verharding binnen het bouwvlak gelegd. De opslag is een handhavingskwestie. Conform 3.45 sub b IOV is de nieuwvestiging van een kleinschalige vrijetijdsvoorziening mogelijk. De locatie is gelegen direct naast Philips waardoor het is aan te merken als kernrandzone. Er is sprake van een kleinschalig gebouw ten behoeve van het trainen van 87
hondenoefenterrein' toegevoegd. Binnen het bestemmingsvlak is o.g.v. artikel 19.2.2, sub a van de planregeling 90 m2 bedrijfsbebouwing toegestaan. Op grond van het voorgaande is sprake van nieuwvestiging als bedoeld in de IOV. Nieuwvestiging is zoals eerder beschreven in deze reactie, behoudens enkele in de IOV opgenomen uitzonderingen, niet toegestaan. Om deze strijdigheid op te heffen zien wij gelet op de ligging van het perceel mogelijkheden om met toepassing van artikel 6.14 IOV invulling te geven aan het bestemmen van het terrein. U dient het plan hierop aan te passen. L. Heuveleindseweg 15: Binnen de vigerende bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke waarden' is de bestemming 'Recreatie' met de functieaanduiding 'volkstuin' toegevoegd. Binnen het bestemmingsvlak is o.g.v. artikel 19.2.2, sub a van de planregeling 102 m2 bedrijfsbebouwing toegestaan. Ook in dit geval is er sprake van nieuwvestiging, in dit geval ontstaat zelfs een bouwperceel als bedoeld in de IOV. Ook in dit geval zien wij mogelijkheden om een beperktere nieuwvestiging van de volkstuin als kleinschalige voorziening mogelijk te maken. Hiervoor geldt hetzelfde als wij hiervoor beschreven m.b.t. Gagel 10. In dit geval is het bepaalde in artikel 7.15 IOV van toepassing vanwege de ligging binnen Gemengd landelijk gebied. M.