CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.3 - Bijlage 1 - Nota zienswijzen definitief BP Buitengebied

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied31.075 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Nota Zienswijzen bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2021’

1.

Algemeen

Het ontwerpbestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2021’ hebben met ingang van 28-04-2021 gedurende zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis te Best en zijn gepubliceerd op de gemeentelijke website. Het bestemmingsplan was tevens digitaal raadpleegbaar op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze periode kon eenieder een zienswijze over het bestemmingsplan en de welstandscriteria indienen. Gedurende de terinzagelegging zijn er 75 zienswijzen binnengekomen.

2.

Wijze van behandeling

Onder 3 is een overzicht van de ingekomen zienswijzen opgenomen. Iedere reclamant (indiener zienswijze) heeft een nummer gekregen om de reactie te kunnen onderscheiden. In het overzicht is de beantwoording van gemeentewege op de ingebrachte zienswijze opgenomen. Per reclamant zijn opgenomen: -

een samenvatting van de zienswijze;

-

per zienswijze is de reactie van de gemeente opgenomen;

-

in de conclusie is aangegeven of de reactie leidt tot een wijziging of aanvulling van het bestemmingsplan.

Alle zienswijzen zijn ontvankelijk verklaard. De zienswijzen zijn in hun geheel beoordeeld. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen kan er sprake zijn van door te voeren wijzigingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Voor zover dit het geval is, wordt dit vermeld in de betreffende zienswijze.

3.

Ingekomen zienswijzen

Hieronder worden de ingekomen zienswijzen in samenvatting weergegeven (links), daarnaast een reactie van de gemeente en onderaan een conclusie ten aanzien van de noodzaak om het bestemmingsplan aan te passen op basis van de overwegingen ingebracht in de zienswijzen.

1

1.

PI21-02472

Zienswijze A. De dochter van Reclamant beoefent de reining (paarden)sport. Ze rijdt voor het Nederlands Team en behoort tot de beste 10 van de wereld. Zij moet hiervoor kunnen oefenen. Paardenbakken voor deze sport hebben een afmeting van 30 bij 60 meter. Reclamant vraagt daarom of de paardenbak met 10 meter kan worden verbreed. B. Reclamant geeft aan de paardenbak op een later tijdstip graag te gebruiken om les te geven.

Reactie gemeente Reclamant had ook een inspraakreactie ingediend. Toen was het niet duidelijk wat de noodzaak was van een grotere paardenpak. Nu reclamant de noodzaak van een grotere paardenbak heeft aangetoond en gezien wordt, is hiervoor een afwijkingsbevoegdheid opgenomen. Omdat er aan een aantal voorwaarde moet worden voldaan kan het niet rechtstreeks worden meegenomen. Dus als er sprake is van de gewenste maat kan een afwijking worden vergund mits aan de voorwaarden wordt voldaan. Omdat nog niet duidelijk is wanneer dit verzoek precies gaat spelen wordt geadviseerd om te zijner tijd een verzoek in te dienen. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

2.

In de regels wordt binnen de opgenomen binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor het kunnen realiseren van een paardenbak voor hobbymatig gebruik de maximaal toegestane oppervlakte verhoogd naar 1800 m².

PI21-02584

Zienswijze A. Reclamant geeft aan dat op de verbeelding kadastraal perceel K-3930 binnen het bouwvlak zou moeten vallen. B. De huisnummer aanduiding op de kaarten die in het gemeentehuis ter inzage lagen is niet correct. Dit moet zijn:

Reactie gemeente De constatering van reclamant is juist. Dit perceel is abusievelijk vergeten mee te nemen in het bouwvlak. In het vast te stellen bestemmingsplan is het perceel K-3930 opgenomen in het bouwvlak. Indien een huisnummering wijzigt wordt dit geregistreerd in de gemeentelijke Basis Registratie Adressen (BAG). Deze wijziging is recent aangevraagd en ten tijde van het opstellen van het ontwerpbestemmingsplan was deze nog niet verwerkt in het BAG en daarmee de ondergrond van het bestemmingsplan. 2

• • •

Loods op kadastraal perceel K-4353 heeft huisnummer: 6B Huis op kadastraal perceel K-3823 heeft huisnummer: 6C Loods op kadastraal perceel K4354 heeft huisnummer: 6D

Aangezien aan de ondergrond van het bestemmingsplan in de zin van huisnummers geen rechten of verwachtingen kunnen worden ontleend met betrekking tot het planologische regime dat op de desbetreffende bebouwing van toepassing is en dit daarmee niet relevant is voor het bestemmingsplan, wordt de ondergrond op dit punt niet aangepast. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

3.

De verbeelding is aangepast, waarbij het perceel K-3930 opgenomen in het bouwvlak

PI21-02593

Zienswijze Reclamant geeft aan dat de voorwaardelijke verplichting in bijlage 17 niet overeenkomt met de genoemde termijnen zoals overeengekomen met de gemeente.

Reactie gemeente De constatering van reclamant is juist. In de bijlage 17 staan niet de juiste tijden genoemd wanneer aan welke voorwaarden voldaan dient te worden. De bijlage is aangepast op de tijden zoals genoemd in de gesloten anterieure overeenkomst: • Landschappelijke inpassing: zo veel mogelijk gelijktijdig met de ontwikkeling doch uiterlijk 5 jaar na het onherroepelijk worden van de bestemmingsplanherziening. • Cultuurhistorische waarden (punt 3): 5 jaar in plaats van 36 maanden. De aangepaste bijlage 17 is toegevoegd bij de toelichting. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

De termijnen in bijlage 17 zijn aangepast conform anterieure overeenkomst en de gewijzigde bijlage is bij de toelichting gevoegd.

3

4.

PI21-02606

Zienswijze Reclamant geeft aan het niet eens te zijn met de bestemmingswijziging van een deel van het perceel van de bestemming ‘Wonen’ naar de bestemming ‘Tuin Landschap. Ten tijde van de aankoop van het perceel had het perceel op basis van het voorontwerpbestemmingsplan nog geheel de bestemming ‘Wonen’.

Reactie gemeente De gemeente betreurt de situatie van reclamant, echter aan een voorontwerpbestemmingsplan kunnen helaas geen rechten worden ontleend. Het vigerende bestemmingsplan omvat een verbale regeling waarin de oppervlakte waar gebouwen zijn toegestaan voor een woonbestemming was gemaximaliseerd (1500 m²). In het voorontwerp bestemmingsplan waren de bestemmingsvlakken bepaald op basis van luchtfoto’s, waarbij in principe verhardingen en tuin ook binnen het bestemmingsvlak zijn opgenomen. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie is de plansystematiek voor woonbestemmingen aangepast. Aan de locatie is in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming toegekend van maximaal 1.500 m². Conform de gehanteerde plansystematiek wordt de landschappelijke inpassing als ‘Tuin-Landschap’ bestemd. Inmiddels is er op de locatie een vergunning verleend voor een kapschuur. Gezien de ligging daarvan wordt de bestemming ‘Wonen’ hierop aangepast. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het bestemmingsvlak wonen is aangepast zodat de vergunde kapschuur binnen de woonbestemming ligt.

5.

PI21-02607

Zienswijze A. Reclamant vraagt verlegging van de ligging van de rioolpersleiding conform het verlegde zakelijk recht zoals notarieel vastgelegd in september 2019.

Reactie gemeente Abusievelijk is de verlegging van de rioolpersleiding niet opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan. Conform de notariële acte is de verlegging van de leiding in het vast te stellen bestemmingsplan opgenomen. 4

B. Reclamant vraagt een aanpassing van de oriëntatie van het bouwvlak conform eerdere afstemming met de vorige eigenaar van het kavel met de stedenbouwkundige in Best begin 2020. C. Reclamant vraagt een aanpassing van de bouwregels voor de bestemming 'wonen' ter plaatse van Broekstraat 11 m.b.t. het toegestane volume hoofdgebouw, oppervlakte bijgebouwen en toegestane hoogte van de carport en andere overkappingen conform het vigerend bestemmingsplan 'Broekstraat 11'

Reclamant heeft voor de aanpassing van de oriëntatie een schetsplan aangeleverd. Conform dit gemaakt schetsplan is de verbeelding aangepast.

Abusievelijk zijn voor het perceel niet de afwijkende maatvoeringsregels van het vigerende bestemmingsplan overgenomen. In het vast te stellen bestemmingsplan is dat alsnog gedaan, met uitzondering van de toegestane bouwhoogte. Hiervoor kan worden aangesloten bij de generieke bouwhoogtemaat voor het gehele plangebied van 10 m . Aangezien dit een redelijk maat is en vooral de lage goot in deze situatie maatgevend is. Derhalve is de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte: 8 m’ geschrapt.

In afwijking van de bouwregels uit het bestemmingsplan ‘Broekstraat 11’ vraagt Reclamant de bouwhoogte aan te laten sluiten bij regels uit het bestemmingsplan Buitengebied en dus 10 meter in plaats van 8 meter. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. •

Op de verbeelding is de bestemming riool verplaatst, conform afspraak

•

Op de verbeelding is de oriëntatie van het bouwvlak aangepast, conform schetsplan

•

Op de verbeelding zijn maatvoeringsaanduidingen toegevoegd mbt de afwijkende maximaal toegestane inhoud (1.000 m3) van de woningen en de afwijkende maximaal toegestane oppervlakte van de bijgebouwen (120 m2, conform het geldend bestemmingsplan ‘Broekstraat 11’.

•

Op de verbeelding is de maatvoeringsaanduiding ‘maximum bouwhoogte : 8 m’ geschrapt. Hiervoor wordt aangesloten bij de generiek opgenomen bouwhoogte van 10 meter.

5

6.

PI21-02612

Reclamant geeft aan dat in het verleden er een mogelijkheid tot het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden en kleine reparaties aan caravans op het perceel lag. Deze is in het bestemmingsplan Buitengebied Best 2021 niet aanwezig. Reclamant vraagt om een dergelijke bestemming op te nemen.

Reclamant heeft bij zijn zienswijzen de milieuvergunning bijgevoegd waaruit blijkt dat de genoemde activiteiten ‘kleine onderhouds- en reparatiewerkzaamheden aan caravans’ vergund zijn. Gezien deze activiteiten al sinds jaar en dag vergund zijn, worden de activiteiten opgenomen in het bestemmingsplan. Hiertoe is een aanvullende gebruiksbepaling (7.4.1 onder l) toegevoegd.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

7.

In artikel 7.4.1 onder m zijn met een aanvullende bepaling in de gebruiksbepaling de activiteiten toegevoegd

PI21-02613

Zienswijze Reclamant geeft aan dat zijns inziens op het kadastraal perceel L1134 een woonbestemming zou moeten liggen. Hierbij worden de Structuurvisie Best 2030 en de Beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied van Best als onderbouwende argumenten aangedragen. In de beleidsnotitie voor bebouwingsconcentraties in het buitengebied van Best wordt het perceel specifiek benoemd voor extra bebouwingsmogelijkheid.

Reactie gemeente Ondanks dat in de beleidsnotitie voor bebouwingsconcentratie is aangeven dat hier woningbouw mogelijk is, wil dit niet zeggen er rechtstreeks gebouwd kan worden. Beleidsmatig gezien wordt zowel op provinciaal als gemeentelijk niveau terughoudend omgegaan met het toevoegen van nieuwe woningen aan het buitengebied. Dit is slechts in een aantal gevallen mogelijk waaronder de wijziging van een bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning of het realiseren van een zogenaamde ruimte- voor-ruimte woning met een ruimte voor ruimte titel. De beleidsnotitie waar naar wordt verwezen dient onder meer als kader voor initiatieven voor woningbouw op potentieel aanvaardbare locaties in het buitengebied. Op basis van een in te dienen principeverzoek wordt beoordeeld of in beginsel kan worden voldaan aan de 6

voorwaarden die gelden vanuit ruimtelijk opzicht (waaronder landschap), milieu, kwaliteitsverbetering en overige beleidsmatige aspecten. In geval van een positief gemeentelijk standpunt moet worden aangetoond dat daadwerkelijk aan de desbetreffende voorwaarden wordt voldaan. Hierna kan een aparte procedure worden gestart ten einde te komen tot een planologisch-juridisch kader voor de realisering van woningbouw. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

8.

PI21-02627

Zienswijze A. Het bestemmingsvlak en bouwvlak heeft volgens de reclamant een onlogische vorm gekregen ten opzichte van het voorontwerp bestemmingsplan en verzoekt dit aan te passen.

B. Diverse bijgebouwen komen door de wijziging ten opzicht van het voorontwerp in de bestemming Tuin-Landschap te staan waar zij volgens de

Reactie gemeente Het vigerende bestemmingsplan omvat een verbale regeling waarin de oppervlakte waar gebouwen zijn toegestaan voor een woonbestemming was gemaximaliseerd (1500 m²). In het voorontwerp bestemmingsplan waren de bestemmingsvlakken bepaald op basis van luchtfoto’s, waarbij in principe verhardingen en tuin ook binnen het bestemmingsvlak zijn opgenomen. Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie is de plansystematiek voor woonbestemmingen aangepast. Aan de locatie is in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming toegekend van maximaal 1.500 m². Om aan de reactie van de provincie te kunnen voldoen, was het noodzakelijk om een aangepast bestemmingsvlak op te nemen. Conform de gehanteerde plansystematiek wordt de voortuin opgenomen als voortuin. Nu, zoals reclamant zelf stelt, is een positief besluit genomen op het principe-verzoek om mee te werken aan een ruimte voor ruimte woning op een deel van het perceel. Hiervoor dient een apart bestemmingsplan te worden opgesteld. In dat bestemmingsplan kunnen dan 2 bouwvlakken logisch worden ingedeeld. Zie de reactie, de reactie onder A.

7

bestemmingplanregels niet meer zouden mogen worden gebouwd. Reclamant vraagt om ook voor deze bijgebouwen het bestemmingsvlak logischer te laten liggen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

9.

PI21-02628

Ingekomen 28-05-2021 Zienswijze A. Reclamant vraagt om een groter oppervlakte aan detailhandel toe te staan, namelijk binnen de gehele bedrijfsbebouwing (max. 1.335m²) omdat reclamant wordt beperkt in de bedrijfsvoering door het huidige oppervlak. Hierbij wordt verwezen naar het adres Sint-Oedenrodeseweg 23 waar volgens reclamant ook detailhandel in de volledige bedrijfsbebouwing is toegestaan. B. Reclamant vraagt tevens om een vergroting van de maximale bebouwing met 10%.

Reactie gemeente Een detailhandelsvestiging past niet binnen het buitengebied en is op basis van provinciaal beleid niet toegestaan. Detailhandel mag uitsluitend ondergeschikt plaatsvinden. 100 m² is hierin een gangbare maat. Het is daarom dan ook niet wenselijk om binnen de gehele bedrijfsbebouwing detailhandel toe te staan. Op basis van het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2006 is al ondergeschikte detailhandel tot 50 m² toegestaan. Dit is op verzoek vergroot naar 100 m². Op basis van de tabel bij artikel 7.1.2 a is ook bij Sint-Oedenrodeseweg 23 maximaal 100 m² aan detailhandel opgenomen. Uitgangspunt is de huidige situatie vastleggen. Indien in een vroeg stadium een concreet verzoek kenbaar wordt gemaakt, nut en noodzaak zijn aangetoond en voldoende gegevens zijn overlegd om de ruimtelijke gevolgen van het plan te kunnen toetsen, zou een initiatief kunnen worden betrokken bij een planherziening. In dat geval zou een eindsituatie voor de bedrijfsbebouwing kunnen worden vastgelegd voor de planperiode voor deze locatie. In deze zienswijze wordt niet de noodzaak aangetoond van de gevraagde vergroting. Indien reclamant deze ruimte nodig heeft kan een verzoek worden gedaan op basis van artikel 44, lid 1 sub a. De gevraagde vergroting wordt niet op voorhand toegepast, zonder dat hiervoor een concreet verzoek ligt tot uitbreiding. 8

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

10.

In artikel 7 is in de tabel de oppervlakte van de detailhandel bij de Sint-Oedenrodeseweg 35 vergroot naar 100 m².

PI21-02629

Zienswijze A. Reclamant geeft aan dat de quickscan van cultuurhistorische waarden onjuist en/of onvolledig is. Ook ontbreken er diverse straten. Zo ontbreken de Hoefweg (met het rijksmonument op nummer 4) en de Burgstraat (met o.a. het gemeentelijk monument op nummer 7). Deze zijn wel aangegeven als cultuurhistorisch waardevol op de verbeelding. B. Tevens wordt aangegeven dat de boerderij aan de Burgstraat 1a en 3 cultuurhistorische waarde heeft. Er wordt gevraagd om deze boerderij alsnog aan te merken als cultuurhistorische waarden, in de bestemmingskaart en in de gecorrigeerde en gecomplementeerde (zie punt A) Quickscan cultuurhistorische waarden

Reactie gemeente De quickscan van cultuurhistorische waarden gaat enkel over panden die cultuurhistorisch waardevol zijn, anders dan rijks- en gemeentelijke monumenten. Rijks- en gemeentelijk monumenten worden beschermd door de Erfgoedwet. Ter verduidelijking is hiervoor wel op desbetreffende panden een aanduiding gelegd en voorzien van een bijbehorende bepaling in de regels.

Het pand is niet opgenomen in de eerdere inventarisaties voor monumenten en cultuurhistorische panden. Deze lijst is in samenwerking met de heemkundekring opgesteld. Het oordeel van de heemkundekring wordt van grote betekenis geacht. Gebleken is dat de heemkundekring geen aanleiding heeft gezien het bedoelde object op te nemen op de inventarisatielijst. Het pand ligt wel in een waardevol gebied maar is als object niet als cultuurhistorisch waardevol aan te merken. Het pand is herbouwd. Reclamant heeft niet met een onderbouwing aangetoond dat er sprake is van cultuurhistorische waarden. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

De Rijks- en gemeentelijke monumenten zijn middels een aanduiding op de verbeelding opgenomen en voorzien van een bijbehorende bepaling in de regels

9

11.

PI21-02640

Ingekomen 31-05-2021 Zienswijze A. Reclamant vraagt om een aanpassing van de groenstrook aan de Noord- en Oostzijde van de rechterkavels van 15 naar maximaal 7 meter. B. Reclamant vraagt een aanpassing van het bouwvlak van het kavel Zuid-West zodat het bestaande woonhuis in het bebouwingsvlak past alsmede een bijgebouw gerealiseerd kan worden. Tevens vraagt Reclamant ook hier de grens van 7 meter aan te houden.

Reactie gemeente De afstandsmaatvoering tussen de bestemming ‘Wonen’ en ‘Natuur’ kan in overeenstemming met de afstand van de reguliere woning in het zuidoosten van het landgoedcluster worden aangepast naar 7,5 meter. In vervolg op onderdeel A van de zienswijze past het om hier eenzelfde insteek te hanteren. Het is hierbij wel gewenst om bij dit perceel een wat robuustere groene inpassing aan de zijde van de Kruisbeemdenweg te hanteren. In de zienswijze wordt hier reeds rekening mee gehouden.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

12.

De tekening ‘aangepast plan’ zoals opgenomen in de bijlage van de zienswijze wordt overgenomen op de verbeelding met dien verstande dat de afstand tot de perceelsgrens 7,5 meter wordt.

PI21-02650

Zienswijze Gasunie geeft aan dat de gasleiding met aanduiding A525-02 ter hoogte van de Oirschotseweg niet overal de juiste positie heeft in de verbeelding.

Reactie gemeente Abusievelijk is de gasleiding niet juist ingetekend. Op basis van de aangeleverde tekeningen is de ligging van de hartlijn van de gasleiding aangepast op de verbeelding. Conclusie 10

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

13.

De hartlijn van de gasleiding is aangepast op de verbeelding.

PI21-02674

Zienswijze Reclamant geeft aan dat een deel van hun perceel in het ontwerpbestemmingsplan is gewijzigd naar de bestemming ‘Tuin – Landschap’. Deze locatie was eerder voorzien als locatie voor een mantelzorgwoning, welke niet kan worden gebouwd binnen deze bestemming. Reclamant vraagt op basis van enkele argumenten om de bestemming aan te passen zodat de mantelzorgwoning zou kunnen worden gerealiseerd.

Reactie gemeente Reclamant stelt voor het achterste gedeelte van zijn perceel te bestemmen als “TuinLandschap” en aan een deel waar nu deze bestemming is opgenomen, de bestemming “Wonen” toe te kennen. Op deze manier blijft de grootte van de bestemming “Wonen” 1500 m². Dit sluit aan bij de gedachte van de provincie. Het bouwvlak is dan ook aangepast conform voorstel.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

14.

Op de verbeelding is het bouwvlak conform voorstel van reclamant aangepast, waarbij het achterste gedeelte van het perceel wordt bestemd als “Tuin-Landschap” en het deel waarop het bijgebouw, dat als mantelzorgwoning is voorzien, als “Wonen” wordt bestemd.

PI21-02675

Zienswijze Reclamant is het niet eens met het wijzigen van Vleutstraat 10 van een agrarische naar een woonbestemming. Door de woonbestemming worden de omliggende veehouderijen beperkt op het gebied van

Reactie gemeente Op basis van het uitgevoerde geuronderzoek kan worden geconcludeerd dat er geen sprake is van een beperking van de omliggende veehouderijen. Ter onderbouwing hiervan wordt verwezen naar de memo die is opgesteld door de ODZOB en in het vast te stellen bestemmingsplan als bijlage is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing. Daarnaast is een 11

geur en geluid en endotoxine. Daarnaast is reclamant van mening dat een woning op deze locatie ruimtelijk niet gewenst is. Bovendien is er niet of nauwelijks een omgevingsdialoog gevoerd, zoals die wel wenselijk is vanuit de IOV.

aanvullend akoestisch onderzoek uitgevoerd, deze is ook toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing. Ook op dit gebied is er geen beperking van de omliggende veehouderijen. De Vleutstraat is een bebouwingsconcentratie met hoge bebouwingsdichtheid. De laatste decennia is een omschakeling gemaakt naar een gemengd gebied met diverse niet-agrarische functies. Door de korte afstanden tussen de diverse functies is het gebied niet aan te merken als duurzaam agrarisch gebied. Ontwikkelingsruimte is afgestemd op het genoemde gemengde karakter en de geldende wettelijke bepalingen ten aanzien van onder meer geur, geluid, endotoxine en fijnstof. Een woning op deze locatie is passend in het gebied. Ten tijde van het uitwerken van de ontwikkeling in 2019 was voor niet-complexe ontwikkelingen die meeliften met het bestemmingsplan buitengebied een omgevingsdialoog niet als verplichting van toepassing. Om die reden heeft een “formele” omgevingsdialoog niet plaatsgevonden. De Interim omgevingsverordening van de provincie stelt alleen een omgevingsdialoog als voorwaarde als het om een ontwikkeling (uitbreiding, nieuwe dierenverblijven en mestbewerking) bij een veehouderij betreft. Dat is bij de Vleutstraat 10 niet aan de orde. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

15.

Het aanvullende akoestische onderzoek is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing van de Vleutstraat 10.

PI21-02677

Zienswijze Reclamant verzoekt om in het definitieve bestemmingsplan het bouwvlak aan te passen zodat alle bestaande bebouwing zoveel als mogelijk binnen het bouwvlak komen te liggen en de overige bebouwing

Reactie gemeente Het vigerende bestemmingsplan omvat een verbale regeling waarin de oppervlakte waar gebouwen zijn toegestaan voor een woonbestemming was gemaximaliseerd (1500 m²). In het voorontwerp bestemmingsplan waren de bestemmingsvlakken bepaald op basis van luchtfoto’s, waarbij in principe verhardingen en tuin ook binnen het bestemmingsvlak zijn opgenomen. 12

samen met de tennisbaan onder het overgangsrecht te laten vallen.

Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie is de plansystematiek voor woonbestemmingen aangepast. Aan de locatie is in het ontwerpbestemmingsplan een woonbestemming toegekend van maximaal 1.500 m2. Inmiddels is de tennisbaan verwijderd en is de vorm van het bouwvlak aangepast in overleg met reclamant. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

16.

Op de verbeelding is het bouwvlak is aangepast.

PI21-02681

Zienswijze A. De stichting verwacht dat de nu opgenomen tekst in de toelichting van het bestemmingsplan hen in de toekomst te veel beperkt. Daarom verzoekt de stichting de volgende teksten aan te passen: • Aantal weekenden: "de helft van weekenden per jaar spelgroepen (20-25 personen) het hele weekend aanwezig (vrij 18.00 tot zo 14.00 uur) inclusief overnachten in de blokhut en in enkele tenten op het terrein". Moet gezien het aantal speltakken en overige weekendactiviteiten tussen 30-35 weekenden per jaar zijn. • Aantal personen verhuur overnachten: "verhuur blokhut in vakantieperiodes (mei-zomer-herfst) en ongeveer 4 weekenden per jaar aan derden maximaal 70 personen overnachten". Moet expliciet zijn het aantal mensen dat in de blokhut overnacht, want anders beperken we ons

Reactie gemeente De toelichting is niet juridisch bindend. Het gaat erom wat er in de regels van het bestemmingsplan is geregeld. In de regels is een ruime omschrijving gegeven aan het begrip scouting. De door de scouting genoemde activiteiten in de zienswijze passen binnen deze begripsbepaling. Om verwarring te voorkomen is de toelichting aangepast conform hetgeen in de zienswijze is genoemd en is het woord incidentele verwijderd in de begripsbepaling. Conform de zienswijze van de provincie wordt overnachting in tenten ter plaatse van de NNB (zoals met de aanduiding ‘overige zone – natuur netwerk brabant’ op de verbeelding opgenomen) vanwege de mogelijke negatieve effecten expliciet niet toegestaan. Dit is middels een aanvullende bepaling in de regels opgenomen .

13

heel erg voor grote groepen die ook in tenten buiten overnachten. • Verhuur Activ4You: "2 dagdelen per week verhuur locatie aan Active4 you: dagactiviteiten voorkleine groepen kinderen/jongeren met gedrags- en ontwikkelingsproblematiek". Moet zijn verhuur aan organisaties tbv dagactiviteiten voor kleine groepen kinderen/jongeren met gedrags- en ontwikkelingsproblematiek. B. De stichting verzoekt op basis van een aantal argumenten om de opgenomen maatregel voor het plaatsen van een geluidswal ter bescherming van het naastgelegen huis te schrappen.

Nu zowel de scouting als de buurvrouw beide hebben verzocht om het geluidsscherm niet op te nemen, is nogmaals gekeken naar het akoestisch rapport. De memo geluid bij de ruimtelijke onderbouwing is op dit punt aangevuld. Geconcludeerd wordt dat er geen geluidsscherm noodzakelijk is. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

De genoemde activiteiten van de scouting zijn aangepast in de toelichting.

•

Het begrip scouting is aangepast en het woord incidentele is verwijderd.

•

De ruimtelijke onderbouwing is aangepast op het onderdeel geluid.

17.

PI21-02682

Zienswijze A. Bij het voorontwerp bestemmingplan is reeds een inspraakreactie ingediend. Hierin werd de wens

Reactie gemeente De afgelopen periode hebben diverse gesprekken plaatsgevonden met reclamant. 14

uitgesproken om voor het bedrijf van reclamant een passende bestemmingsregeling op te nemen, uitgaande van de thans feítelijk bestaande bedrijfssituatie. Hier is niet volledig in meegegaan. Reclamant vraagt om alsnog medewerking te verlenen met de eerder gedane verzoeken en verwijst naar de bijgevoegde ruimtelijke onderbouwing.

Daarin is afgesproken met reclamant dat voor de locatie een afzonderlijke bestemmingsplanprocedure wordt doorlopen. De locatie is uit het bestemmingsplan verwijderd.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

18.

De locatie is uit het bestemmingsplan verwijderd.

PI21-02687

Zienswijze A. Er wordt gewezen op de door reclamant ingediende inspraakreactie bij het voorontwerp plan om een bouwblok vormverandering toe te passen vanuit praktische en verkeersveilige overwegingen. Gezien het feit dat een gedeelte van het bouwblok als een puntstuk direct aan de weg grenst is bebouwing op deze plaats om genoemde redenen niet wenselijk. Daarnaast wordt gewezen op een gerechtelijke uitspraak waarbij is geconstateerd dat stal 3 (noord-westelijk gesitueerd) ongeveer 1 meter dichter bij de naastliggende sloot is gerealiseerd. Inmiddels is het waterschap akkoord met de versmalling van de doorgang tussen stal en sloot met de genoemde ± 1 mtr. Om deze omissie structureel te

Reactie gemeente Conform zienswijze en gerechtelijke uitspraak wordt het bouwvlak aangepast, zodat stal 3 ook in het bouwvlak komt te liggen. Allereerst wordt opgemerkt dat het geldende bouwvlak conform het vastgestelde wijzigingsplan uit 2010 een omvang heeft van ca 1,28 ha in plaats van 1,43 ha. Op basis van provinciaal beleid dient alle verharding en bebouwing binnen het bouwvlak te liggen. De vergunde en reeds gerealiseerde loods bevindt zich reeds binnen het in het ontwerp bestemmingsplan opgenomen bouwvlak, nadere aanpassing is hiervoor niet noodzakelijk. Wel bevindt zich nog enige verharding aan de noordzijde buiten het bouwvlak. Door een geringe vormverandering toe te passen kan deze verharding ook binnen het bouwvlak worden gesitueerd. Hiertoe zal de genoemde zuidelijke punt worden verwijderd uit het bouwvlak, op voorwaarde dat de ter plaatse aanwezige verharding wordt verwijderd.

15

repareren verzoekt reclamant om het bouwblok hierop aan te passen.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

19.

Op de verbeelding is het bouwvlak conform verzoek aangepast zodat alle verharding binnen het bouwvlak ligt en de punt is verwijderd.

PI21-02693

Zienswijze Reclamant verzoekt om het geluidsscherm grenzend aan het perceel van Reclamant niet op te nemen omdat dit een aantasting is van het bos en het uitzicht en daarnaast volgens reclamant geen effect heeft op de geluidsbelasting van de woning. Bovendien wordt getwijfeld aan de berekende geluidsbelasting van spelende kinderen en de gehanteerde uitgangspunten van het akoestisch rapport.

Reactie gemeente Wij zijn blij om te lezen dat de verstandhouding tussen reclamant en de scouting goed is. De onderbouwing met bijbehorende onderzoeken is zeker niet bedoeld om deze verstandhouding te verstoren. De bedoeling is om het huidige feitelijke nu planologisch goed te regelen. Op basis van wet- en regelgeving dient hiervoor ook een onderbouwing te worden opgesteld, waarin wordt gemotiveerd dat het gebruik geen belemmering is voor de omgeving. Nu zowel de scouting als de reclamant beide hebben verzocht om het geluidsscherm niet op te nemen, is nogmaals gekeken naar het akoestisch rapport. De memo geluid bij de ruimtelijke onderbouwing is op dit punt aangevuld. Geconcludeerd wordt dat er geen geluidsscherm noodzakelijk is. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

De ruimtelijke onderbouwing is aangepast op het onderdeel geluid.

16

20.

PI21-02712

Zienswijze A. In het ontwerpbestemmingsplan wordt op Vleutstraat 10 de mogelijkheid gegeven om de boerderij te splitsen in twee wooneenheden. Reclamant wil graag de garantie dat zijn agrarische bedrijven die aan de overzijde liggen niet in hun bedrijfsvoering worden beperkt. B. Reclamant twijfelt of wel wordt voldaan aan de geluidsnormen, een goede leefomgeving en mogelijk aan andere eisen.

C. Het wordt betreurd dat er geen omgevingsdialoog is gevoerd zodat Reclamant bovenstaande punten had kunnen aandragen.

Reactie gemeente Verwezen wordt naar de beantwoording bij reactie 14.

In de ruimtelijke onderbouwing die als bijlage bij de toelichting is gevoegd, zijn de milieuthema’s nader onderbouwd. Hiertoe zijn tevens diverse milieuonderzoeken uitgevoerd, waaronder een akoestisch onderzoek. Hier is nog een aanvullend onderzoek voor uitgevoerd. Het akoestisch onderzoek en de overige onderzoeken tonen aan dat er wordt voldaan aan de normen. Verwezen wordt naar de beantwoording bij reactie 14.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het aanvullende akoestische onderzoek is toegevoegd aan de ruimtelijke onderbouwing van de Vleutstraat 10.

21.

PI21-02713

Zienswijze Reclamant verzoekt om de bebouwing welke buiten het bouwvlak ligt binnen het bouwvlak te plaatsen en het gedeelte vijver, net als bij buren te bestemmen als tuin. Op deze manier blijft het bouwvlak een maximale

Reactie gemeente Het vigerende bestemmingsplan omvat een verbale regeling waarin de oppervlakte waar gebouwen zijn toegestaan voor een woonbestemming was gemaximaliseerd (1500 m²). In het voorontwerp bestemmingsplan waren de bestemmingsvlakken bepaald op basis van luchtfoto’s, waarbij in principe verhardingen en tuin ook binnen het bestemmingsvlak zijn opgenomen. 17

oppervlakte behouden van 1500 m² en ligt alle bestaande bebouwing binnen het bouwvlak.

Naar aanleiding van de vooroverlegreactie van de provincie is de plansystematiek voor woonbestemmingen aangepast. Hiervoor is gezocht naar logische bouwvlakken van maximaal 1.500 m² en de tuin wordt bestemd als ‘Tuin-Landschap’. Met het voorstel van reclamant blijft de grootte van de bestemming “Wonen” 1500 m². Dit sluit aan bij de gedachte van de provincie. Het bouwvlak is dan ook aangepast conform voorstel. Conclusie

De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

22.

Op de verbeelding is het bouwvlak conform verzoek van reclamant aangepast, waarbij de vijver uit het bouwvlak is gehaald en het gebouw achter op het perceel in het bouwvlak is gelegd.

PI21-02714

Zienswijze A. Door de regels van de buurgemeentes met betrekking tot boomteelt, is de kans groot dat de ondernemers uit die gemeente hun werkterrein verschuiven naar de gemeente Best. Hierdoor zal in gemeente Best de bomenteelt gezichtsbepalend gaan worden zonder extra richtlijnen in het bestemmingsplan Buitengebied. Een zeer ongewenst effect op het buitengebied! Reclamant vraagt daarom een beperking in het totaal beschikbare aantal ha grond voor boomteelt aan te geven in Best.

Reactie gemeente Zoals in de nota inspraak- en vooroverleg al is aangegeven is de regeling voor realisering van nieuwe boomteelt aangepast naar aanleiding van diverse inspraakreacties. Uitsluitend indien gronden zijn gelegen binnen de attentiezone waterhuishouding wordt een omgevingsvergunning vereist, zodat het voornemen dan vooraf nader kan worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Bestaande boomteeltpercelen binnen de attentiezone zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ’boomteelt’. Uitsluitend voor nieuwe percelen waar sprake is van aanwezige landschaps- en natuurwaarden wordt een nadere afweging op mogelijke negatieve effecten wenselijk geacht. Het instellen van een quotum is niet wenselijk omdat voor een locatie dan geen specifieke afweging kan worden gemaakt.

18

B. Boomkwekers bespuiten de percelen grond meerdere malen per jaar met glyfosaat. Bobah is van mening dat de gemeente Best haar bewoners, het milieu en het drinkwater niet verder mogen belasten met glyfosaat. Daarom verzoekt Bobah om een verbod hiervoor op te nemen in de checklist en vergunning. C. In paragraaf 5.3.3 Agrarische spuitvrije zones staat een fout. Daar staat 5 genoemd. Bohah vraagt zich af hoe deze zin moet worden uitgelegd.

D. Bobah vraagt of in het bestemmingsplan een termijn kan worden gehangen waarbinnen de natuurcompensatie gerealiseerd moet worden en dat dan ook gecontroleerd kan en gaat worden. E. Natuurcompensatie moet gebruikt worden om het buitengebied groen te houden. Ze vragen daarom om in het bestemmingsplan buitengebied op te nemen dat bijvoorbeeld geparkeerde auto's (en caravans), opslag van materialen, etc. aan het oog onttrokken moeten worden door aanleg van singels groen.

Het verbieden van glyfosaat is geen aspect dat geregeld kan worden in een bestemmingsplan.

De door reclamant aangehaalde tekst komt uit de toelichting van het bestemmingsplan. De tekst zal nader worden verduidelijkt in afstemming op de regels. Bedoeld is dat gebruik van gewasbeschermingsmiddelen voor nieuwe fruit- en boomteelt op een afstand van minder dan 50 m van bestemmingsvlakken van voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies in beginsel niet is toegestaan. Via verlening van een omgevingsvergunning kan door het bevoegd gezag een kleinere aan te houden afstand tussen boom- en/of fruitteelt en voor gewasbeschermingsmiddelen gevoelige functies worden toegestaan, indien deze afstand door middel van locatie specifiek onderzoek is onderbouwd, eventueel door middel van het aanbrengen/ treffen en instandhouden van driftreducerende maatregelen. In het bestemmingsplan is in artikel 43.22 de voorwaardelijke verplichting opgenomen voor het realiseren van de natuurcompensatie. Daarin is een termijn opgenomen, van over het algemeen 1 jaar waarbinnen de natuurcompensatie gerealiseerd moet zijn. Door deze bepaling kan dit ook gehandhaafd worden. In een conserverend, generiek bestemmingsplan buitengebied kan geen algemene regel worden opgenomen om materialen en voertuigen op bestaande bestemmingsvlakken aan het zicht te onttrekken.

Afgezien van de locaties waar in het verleden reeds gemeentelijke afspraken over landschappelijke inpassing zijn gemaakt, kan de gemeente uitsluitend bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen op een locatie nadere eisen stellen aan landschappelijke inpassing. Bij iedere nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen wordt hiertoe conform het provinciaal beleid een ruimtelijke kwaliteitsverbetering vereist, waarbij dient te worden voorzien in een goede landschappelijke inpassing op basis van een landschappelijk inrichtingsplan. De vormgeving en invulling van die landschappelijke inpassing betreft voor iedere specifieke ontwikkeling maatwerk. Hierbij wordt gekeken naar de totale erfinrichting en algehele situering van het bouw/bestemmingsvlak en niet alleen naar de specifieke ruimtelijke ontwikkeling. 19

F. Bohah verwijst naar tekst in de toelichting en vraagt zich af wat onder grote camping moet worden verstaan. Ze vragen dit op te nemen in het bestemmingsplan.

De tekstpassage waarnaar wordt verwezen betreft een samenvatting van de gemeentelijke structuurvisie (paragraaf 3.3.1). In paragraaf 5.5.1 en 5.9.3 is nader toegelicht, dat de regels van het bestemmingsplan agrarische bedrijven bij recht de mogelijkheid bieden voor realisering van een kleinschalige kampeervoorziening tot maximaal 15 kampeermiddelen. Via een binnenplanse afwijking kan dit aantal onder een aantal voorwaarden worden vergroot tot maximaal 25 kampeermiddelen en eventueel ook bij een burgerwoning worden toegestaan. Indien een initiatiefnemer meer dan 25 kampeermiddelen wil realiseren, dient hiervoor een aparte ruimtelijke procedure te worden doorlopen.

G. Bobah verwijst naar paragraaf 5.5 en 5.8 in de toelichting. Ze geven aan dat deze teksten niet smart en daarmee niet te handhaven zijn. Bohah verzoekt regels op te nemen die voor iedereen duidelijk zijn die de grootte van de nevenactiviteiten beheersen bij aanvang maar zeker ook op langere termijn. Er valt bijvoorbeeld te denken aan regels zoals: • maximaal twee bedrijfsbusjes per ondernemer • maximaal drie medewerkers per ondernemer • maximaal 100 m2 bedrijfsruimte per bedrijfje H. Bobah kan de link naar de nota van "opwekking duurzame energie" niet vinden. Ze denkt dat er een kleine notitie in het hoofddocument hoort te staan met een link of verwijzing naar de in de bijlage op te nemen notitie opwekking duurzame energie.

Zoals ook al bij de reactie onder f aangegeven is de toelichting niet juridisch bindend. De toelichting geeft een omschrijving waarom en hoe bepaalde zaken zijn geregeld. In de regels, het juridisch bindende onderdeel dienen de zaken wel smart geregeld te worden. Daarin is dan ook aangegeven hoe groot een nevenactiviteit mag zijn en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Op dat moment wordt er ook gekeken naar bijvoorbeeld de verkeersaantrekkende werking en de parkeerbehoefte.

I.

Bohah verzoekt de bermen te beschermen en doet hiervoor twee voorstellen.

De nota Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best staat op de website van de gemeente Best. U kunt deze vinden als u in de zoekopdracht ‘duurzaamheid’ invult. Het is een beleidsstuk waarmee in het bestemmingsplan Buitengebied rekening wordt gehouden. Dit beleidsstuk is inmiddels vastgesteld. Net als bij de andere beleidsstukken dient hier wel naar verwezen te worden, maar wordt het niet opgenomen als bijlage bij de toelichting. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is hier echter nog niet naar verwezen. Naar aanleiding van de zienswijze is een paragraaf nota Visie duurzame energieopwekking buitengebied opgenomen in de toelichting. De voorgestelde beschermingsmaatregelen voor de gemeentelijke bermen hebben een detailleringsniveau, die niet bestemd en bedoeld zijn voor bestemmingsplannen. Bestemmingsplannen geven een aantal, algemene bepaalde (juridische) bestemmingen aan op hoofdlijnen. Bestemmingsplannen geven dus de ruimtelijke inrichting en verdeling van in 20

J.

1. Neem in het bestemmingsplan op dat ruige, ongemaaide bermen een doelstelling zijn en handhaaf die wilde en ruige bermen! 2. Neem in het bestemmingplan buitengebied aanplantplicht van bomen in de bermen van het buitengebied op waardoor het coulisselandschap benoemd en beschermd wordt. De horecabestemming op Oirschotseweg 108 is in het ontwerpbestemmingsplan opgenomen voor het gehele perceel. Volgens afspraak dd. 18 mei zou deze in overeenstemming gebracht worden met een gedeeltelijke horecabestemming conform de vigerende vergunningen.

dit geval het buitengebied weer. Ecologisch bermbeheer en wel of geen bomen in bermen zijn detailleringen / verfijningen die meer uitvoeringsgericht zijn en worden opgenomen in gemeentelijke beleidsplannen en beheerplannen die respectievelijk door de gemeenteraad en het college van B&W worden vastgesteld.

De horeca bestemming is één op één overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan. Tijdens de inloopavond van 18 mei is aangegeven dat er naar de vergunningen en eventuele afspraken zou worden gekeken. Een verkleining van het bestemmingsvlak en daarmee ingrijpen in bestaande rechten is niet aan de orde.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

De toelichting is aangevuld met een paragraaf ‘Visie duurzame energieopwekking buitengebied’

•

De tekst van de toelichting in paragraaf in 5.3.3. is nader afgestemd op de regels.

23. PI21-02715 Zienswijze Reclamant vraagt om enkele wijzigingen in het bouwblok en verwijst daarvoor naar de bijgevoegde tekening in de zienswijze.

Reactie gemeente Conform provinciaal beleid en de hiertoe door de provincie ingediende zienswijze is vergroting van het bestaande agrarisch bouwvlak (met een bestaande omvang van 1,87 ha) niet toegestaan. Als gevolg van de situering van de locatie binnen de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ is daarnaast binnen het bouwvlak een toename van de bestaande (peildatum 21 september 2013) oppervlakte van gebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, met uitzondering van de bestaande bedrijfswoning, niet toegestaan. 21

Voor onderhavige locatie kan derhalve het verzoek niet worden ingewilligd, maar zal het bestaande agrarische bouwvlak als bestemmingsvlak worden opgenomen. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De verbeelding is aangepast, waarbij het geldend bouwvlak als bestemmingsvlak is opgenomen.

24.

PI21-02717

Zienswijze Reclamant geeft aan dat wijzingen met betrekking tot de veldschuur op het perceel van reclamant niet conform afspraken zijn opgenomen. In het voorliggende nieuwe bestemmingsplan is wel de bestemming aangepast echter is het bouwvlak achter de boerderij verlengd en is de te slopen veldschuur opgenomen en niet de nieuwe locatie voor de paardenstal en garage. Reclamant verzoekt om het plan aan te passen conform het plan zoals in het verleden is voorgelegd en vertaald in bijgaande tekeningen.

Reactie gemeente Voor deze locatie is gebruik gemaakt van de Regeling Beëindiging Veehouderijtakken (RBV). Hiervoor is in het kader van extra kwaliteitsverbetering in 2012 bij het verbouwplan voor de woning uitgesproken om de schuur van 320 m2 te slopen en daarvoor elders op het perceel een schuur annex paardenstal en een berging van in het totaal 270 m² te realiseren. De begrenzing van de bestemming en de oppervlakten bijgebouwen wordt op de verbeelding aangepast aan de ingediende tekeningen. Bij de vergunningverlening voor de voorgestane paardenstal en garage als laatste fase van de kwaliteitsverbetering van het erf wordt de sloopverplichting van de voormalige stal en het aanvullende erfbeplantingsplan geborgd.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Het bouwvlak en de oppervlakten bijgebouwen worden overeenkomstig de zienswijze en in lijn met de eerdere gesprekken over de kwaliteitsverbetering van het perceel overgenomen.

25.

PI21-02722 22

Zienswijze Reclamant verzoekt, voor zover daar onduidelijkheid over is, in de regels bij de aanduiding Groencentrum expliciet melding te maken dat verkoop van streekgebonden producten toegestaan is binnen het begrip Groencentrum? Daarnaast stelt reclamant de vraag of verkoop van diervoeders en benodigdheden (Petsplace) voor tuindieren (vogels, egels, eekhoorns, insecten, vissen, etc) valt onder het begrip "verfraaien van tuinen"? En of dit duidelijker verwoord kan worden.

Reactie gemeente In overleg met reclamant is in samenhang met de zienswijze van de Provincie de bestemming en definitie aangepast in tuincentrum met de mogelijkheid van verkoop van diervoeders en benodigdheden. Daarnaast zal in de regels in artikel 7.1.2 onder a in de tabel worden opgenomen dat verkoop van streekgebonden producten ter plaatse eveneens is toegestaan, tot max. 100 m2.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

26.

•

In de ruimtelijke onderbouwing is opgenomen dat het perceel wordt omgezet naar een tuincentrum binnen de kernrandzone conform artikel 3.45 Interim Verordening Ruimte.

•

In de regels en op de verbeelding is de aanduiding gewijzigd naar Tuincentrum.

•

In de regels is de definitie tuincentrum opgenomen met de mogelijkheid van verkoop van diervoeders en benodigdheden.

•

In artikel 7.1.2 onder a in de tabel wordt opgenomen dat verkoop van streekgebonden producten ter plaatse is toegestaan tot max. 100 m2.

PI21-02723

Zienswijze A. Er is voor de bedrijfslocatie van reclamant op d.d. 18-12-2015 een melding in het kader van het Activiteitenbesluit geaccepteerd voor het houden van 40 stuks schapen. Echter is dit niet als

Reactie gemeente In het verleden had reclamant een varkenshouderij die is omgeschakeld naar akkerbouw/agrarische doeleinden voor wat betreft milieu. Daarnaast heeft reclamant inderdaad het (milieu)recht voor het houden van 40 schapen. Met een dergelijk aantal is 23

functieaanduiding opgenomen in het bestemmingsplan als 'specifieke vorm van agrarisch - schapenhouderij', voor bedrijven die bijvoorbeeld koeien of varkenshouden is dit wel zo opgenomen. Er wordt verzocht om alsnog als functieaanduiding bij onderhavige bedrijfslocatie 'specifieke vorm van agrarisch - schapenhouderij' op te nemen. B. Reclamant geeft aan dat medio 2015 – 2017 over het gehele bedrijf oude varkensstallen zijn gesloopt. Hierbij is dus over het gehele bedrijf door de grond geroerd en gegraven, waardoor geconcludeerd kan worden dat voor onderhavig bouwvlak geen archeologische waarden in de grond te verwachten zijn, waardoor de dubbelbestemming met 'Waarde Archeologie 3' en 'Waarde - Archeologie 4' niet van toepassing kunnen zijn voor onderhavig bouwvlak.

geen sprake van een bedrijfsmatige nevenactiviteit en behoeft een dergelijke activiteit niet in het bestemmingsplan opgenomen te worden.

De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie. De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Van een dergelijke situatie is hier geen sprake. Het verstoren van de grond door de sloop van oude varkensstallen betekent niet dat de archeologie hiermee weg is.

Ook is onduidelijk of de stallen aanwezig waren over het gehele bouwvlak. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd. Conclusie

De zienswijze geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

24

27.

PI21-02724

Zienswijze Reclamant wijst op foutief overgenomen informatie met betrekking tot een WNB-vergunning. De foutieve informatie is te vinden in bijlage 24 van het bestemmingsplan. De correcte informatie is in de brief weergegeven.

Reactie gemeente Naar aanleiding van het verzoek is de informatie in bijlage 28 gecontroleerd en aangepast. Het op te nemen adres betreft: Vleutstraat 38-40. Datum van het besluit: 3 juni 2013. Kenmerk C2059493/3405897.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

28.

De gegevens in bijlage 28 zijn aangepast.

PI21-02725

Zienswijze Reclamant wijst op foutief overgenomen informatie met betrekking tot een WNB-vergunning. De foutieve informatie is te vinden in bijlage 24 van het bestemmingsplan. De correcte informatie is in de brief weergegeven.

Reactie gemeente Naar aanleiding van het verzoek is de informatie in bijlage 24 gecontroleerd en aangepast. Het op te nemen adres betreft: Vleutstraat 28-30. Datum besluit: 09-07-2013. Kenmerk: C2059503/3428105

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. •

De gegevens in bijlage 28 zijn aangepast.

25

29.

PI21-02726

Zienswijze A. Op de verbeelding is voor beide bovengrondse hoogspanningsverbindingen een te brede belemmerde strook opgenomen. Om eigenaren geen onnodige beperkingen op te leggen verzoekt Reclamant om de stroken als volgt aan te passen: • 380 kV verbinding (de meest noordelijke) heeft een belemmerde strookbreedte van totaal 78 meter, dus 39 meter aan weerszijden van het hart. Op de verbeelding is een strook opgenomen van 80 meter. • 150- KV verbinding (zuidelijke) heeft een belemmerde strookbreedte van totaal 35 meter, dus 17,50 aan weerszijden van het hart. Op de verbeelding is een strook van 80 meter opgenomen nabij Oirschot en nabij het hoogspanningsstation Best is een strook opgenomen van 35 meter. B. Over het stationsterrein ligt de dubbelbestemming 'Leiding-Hoogspanningsverbinding' en 'LeidingHoogspanning - te vervallen'. Reclamant verzoekt om deze dubbelbestemming bij de grens van het hoogspanningsstation te laten vervallen. Het opnemen van een dubbelbestemming op een hoogspanningsstation is niet wenselijk.

Reactie gemeente Conform het verzoek is de verbeelding aangepast.

C. Reclamant geeft aan dat de grond van het station al geroerd is en dat de archeologie bestemming kan komen te vervallen. Reclamant vraagt zich af of artikel 37.4.2 inhoudt

Archeologisch onderzoek is noodzakelijk om vast te stellen dat de archeologische laag geroerd is en om de archeologische dubbelbestemming van het perceel te verwijderen.

Conform het verzoek is de verbeelding aangepast.

26

dat er niet altijd een archeologisch onderzoek noodzakelijk is, maar dat een ander onderzoek ook aanvaardbaar is? Zo ja, welk onderzoek is dan aanvaardbaar? Daarnaast staat in de regels onder 7.1.2 dat, wanneer verschillende archeologische bestemmingen op een bouwperceel liggen, de meest strenge regels voor het hele bouwperceel gelden. Voor het hoogspanningsstation zou dit ínhouden dat voor het hele bouwperceel dan "Archeologie 4" van toepassing is. Indien dit zo is, dan wordt een eventuele uitbreiding erg beperkt en bemoeilijkt. We zouden hierover ook graag in overleg met de gemeente om dit te bespreken. D. Reclamant vraagt zich af wat de toegevoegde waarde is om op een bestemming 'Bedrijf’ een Gebiedsaanduiding NNB op te leggen. Wellicht dat dit in een gesprek te verduidelijken is?

Uiteraard kunt u altijd voorafgaande aan de eventuele uitbreiding in overleg gaan met de gemeente over de aard en de grootte van het archeologisch onderzoek. Dan bekijken we samen wat nodig is voor de beoogde ontwikkeling.

De gebiedsaanduiding NNB vloeit voort uit het provinciale beleid. Vooruitlopend op de uitbreiding van het hoogspanningsstation is in overleg getreden met de provincie over de NNB op deze locatie. De uitbreiding zal worden verwerkt in een aparte herziening van het bestemmingsplan. Nu volgt daarom geen aanpassing van deze gebiedsaanduiding. Het NNB is in dit bestemmingsplan overgenomen overeenkomstig het provinciale beleid. De gebiedsaanduiding ‘Veiligheidszone – Leiding’ is opgenomen ten behoeve van het beschermen van de leiding. Ten behoeve van de eenduidigheid en logische begrenzing is de zone niet gewijzigd.

E. Over een gedeelte van het station valt de Gebiedsaanduiding 'Veiligheidszone - leiding'. Reclamant vraagt of deze kan vervallen voor het hoogspanningsstation aangezien dit geen kwetsbaar- of beperkt kwetsbaar object is. Reclamant geeft aan dat deze dubbelbestemming wel over de woonbestemming aan de zuidwestkant van het station zou moeten liggen. F. Reclamant geeft aan dat de dubbelbestemming van Conform verzoek is de verbeelding aangepast. de nog te realiseren ondergrondse hoogspanningsverbinding niet goed is weergegeven op de verbeelding. Net voor het station valt de

27

ondergrondse verbinding samen met de bovengrondse reeds aanwezige verbinding. Deze bovengrondse verbinding heeft de bestemming "Leiding-Hoogspanningsverbinding - te vervallen", wat correct is. Echter, wanneer deze dubbelbestemming vervalt, dan valt een gedeelte van de aan te houden ondergrondse dubbelbestemming weg. Het verzoek om dit aan te passen op de verbeelding, zodat na het vervallen van de dubbelbestemming, de ondergrondse dubbelbestemming correct op de verbeelding bovengrondse blijft staan. G. Binnen de kaders die in het vigerende bestemmingplan een bedrijfsbestemming heeft is nu een groenbestemming opgenomen. Reclamant vraagt om de bestaande bedrijfsbestemming te behouden ten behoeve van mogelijke uitbreidingen. H. Reclamant vraagt het tekstvoorstel voor artikel 29 en 30 over te nemen. I. De opgenomen voorrangsregeling in beide artikelen roept vraagtekens bij Reclamant op. Elke dubbelbestemming heeft voorrang boven het gestelde in de artikelen 1 t/m 26. Hoe gaat dat bij dubbelbestemmingen onderling? Hiervoor dient eveneens een rangorde te worden vermeld lijkt Reclamant en doet hiervoor een voorstel.

Het betreffende perceel is gemeentelijk eigendom en maakt onderdeel uit van het gebied Best zuidrand in de Omgevingsvisie. Uitgangspunt is het versterken van natuurontwikkeling die in de basis wordt gevormd door het Natuur Netwerk Nederland in het gebied. Door het betreffende gemeentelijke perceel als Groen te bestemmen, geeft gemeente Best invulling aan het versterken van de groene structuur in dit gebied. De tekstvoorstellen voor de genoemde artikelen worden zo nodig overgenomen. In verschillende uitspraken heeft de Afdeling geoordeeld dat het opnemen van een voorrangsbepaling niet noodzakelijk is, mits ‘de onderlinge rangorde van de doeleinden of functies is aangegeven en deze geen zodanige tegenstrijdigheden bevatten dat niet op redelijke wijze een afweging kan worden gemaakt met het oog op een goede ruimtelijke ordening’. Zie daarvoor onder andere ECLI:NL:RVS:2015:3286 (28 oktober 2015) en ECLI:NL:RVS:2018:3696 (14 november 2018). In het onderhavige bestemmingsplan is geen sprake van innerlijke tegenstrijdigheid in de planregels. Door het gebruik van het woord ‘mede’ in de bestemmingsomschrijving is de onderlinge relatie tussen de (enkel- en dubbel)bestemmingen voldoende duidelijk gemaakt.

In de bouwregels is helder dat het niet is toegelaten om zonder een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels een bouwwerk te realiseren dat niet ten dienste staat van de leiding/verbinding. De regeling is daarmee voldoende duidelijk. Gelet hierop is er geen noodzaak om een voorrangsbepaling aan de dubbelbestemming toe te voegen. Het 28

J.

Reclamant verzoekt in artikel 29.4 het woord "permanent" te verwijderen. Opslag onder of bovenop een hoogspanningsverbinding is niet toegestaan in verband met de bereikbaarheid van de verbinding. K. Reclamant verzoekt in artikel 30.1.1 een toevoeging te maken na 'met de daarbij behorende belemmeringenstrook' van ", masten en voorzieningen". Masten horen eveneens bij deze bestemming en voorzieningen (bijv. hekwerk rondom masten) L. Reclamant verzoekt in artikel 30.4.1 een aanvulling te doen van verboden ter bescherming van de hoogspanningsverbindingen met: a. het aanbrengen en/of verwijderen van hoog opgaande beplanting; c. het opslaan van goederen, materialen of (brandbare)stoffen; » opslag binnen de belemmerde strook is niet toegestaan vanwege de bereikbaarheid van de verbinding. e. het aanleggen van wegen en parkeergelegenheden en andere oppervlakteverhardingen; f. het aanleggen, vergraven, verruimen of dempen van (reeds bestaande) watergangen; M. Reclamant vraagt om in artikel 9.2.3 onder c de bouwhoogtes aan te passen naar de bestaande

toevoegen van zo’n voorrangsbepaling wordt bovendien niet wenselijk geacht, omdat het suggereert dat (bouw)werkzaamheden die plaatsvinden ten behoeve van de verbinding niet hoeven te worden getoetst aan de overige (enkel- en dubbel)bestemmingen die ter plaatse gelden. Dat is echter niet het geval. Conform verzoek is artikel 29.4 aangepast.

Conform verzoek is artikel 30.1.1 aangepast.

Conform verzoek is artikel 30.4.1 aangepast.

Het bouwvlak is opgenomen conform het vigerende bestemmingsplan Buitengebied 2006. Er is door reclamant een ruimtelijke onderbouwing aangeleverd. Deze is echter nog niet 29

bouwhoogtes conform tekstvoorstel. Daarnaast prefereert het dat de gehele bestemming als bouwvlak wordt opgenomen over het gehele perceel.

concreet genoeg en onvoldoende uitgewerkt om mee te nemen. Hiervoor zal een aparte procedure worden doorlopen.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is • • • •

Aan weerszijden vanuit het hart van de 380 kV verbinding is een belemmerende strook van 39 meter opgenomen Aan weerszijden vanuit het hart van de 150 kV verbinding is een belemmerende strook van 17,50 meter opgenomen de dubbelbestemming 'Leiding-Hoogspanningsverbinding' en 'Leiding-Hoogspanning - te vervallen' is bij de grens van het hoogspanningsstation vervallen de gebiedsaanduiding van de NNB-gronden binnen de bedrijfsbestemming is verwijderd.

•

De ondergrondse dubbelbestemming is aangepast zodat na het vervallen van de bovengrondse dubbelbestemming deze blijft staan

In de planregels zijn artikel 29 en 30 aangepast.

30.

PI21-02727

Zienswijze A. Reclamant geeft aan dat op de woning van reclamant een bedrijf bestemming is gevestigd terwijl dit een woonbestemming dient te zijn.

Reactie gemeente Op basis van het vigerende bestemmingsplan heeft het perceel van reclamant een bedrijfsbestemming zonder een aanduiding voor een woning. Dat betekent dat als reclamant hier nu woont dat dit in strijd is met het bestemmingsplan. Deze omissie is nu hersteld en de woning is nu bestemd als bedrijfswoning. Gelet op de ligging binnen de bedrijfsbestemming, de ligging naast de snelweg en de eigendommen houden we vast aan een bedrijfsbestemming. Om mee te kunnen werken aan het omzetten van de bedrijfswoning naar een woonbestemming is het aan reclamant om een ruimtelijke onderbouwing aan te leveren. In

30

deze onderbouwing moet worden aangetoond dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. B. Reclamant verzoekt om de gebiedsaanduidingen “vrijwaringszone – weg 1” en “vrijwaringszone – weg 2” van de verbeelding te verwijderen voor zover gelegen op de percelen kadastraat bekend gemeente Best, sectie L, nummers 884 en 920, aangezien deze in het Rarro niet zijn aangewezen.

Langs rijkswegen wordt door Rijkswaterstaat een rooilijnenbeleid gehanteerd in de vorm van een vrijwaringszone. Dit beleid is ingesteld met het oog op onder andere ruimte voor toekomstige uitbreidingen, leidingstroken, voor verkeersveiligheid en beperking milieuhygiënische hinder, geluidhinder alsmede voor externe veiligheid.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755759/1