22046.13 - Bijlage 11 - Toetsingsadvies Cmer 30 juni 2021
Tekst van het document
Bestemmingsplan Buitengebied Best Toetsingsadvies over het milieueffectrapport 30 juni 2021 / projectnummer: 3565
Advies over het MER in het kort De gemeente Best werkt aan een integrale herziening van het bestemmingsplan1 voor het Buitengebied. Voordat de gemeenteraad een besluit neemt, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport2 (MER). De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het MER. In dit advies spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER.
Wat blijkt uit het MER? Het MER brengt de milieugebruiksruimte3 voor agrarische bedrijven in het buitengebied in beeld. De uitbreidingsruimte van veehouderijbedrijven voor wat betreft ammoniakemissie blijkt erg beperkt. Uitbreiding van bedrijven zal daardoor moeten plaatsvinden binnen het huidige emissieplafond4 laat het MER zien. Dit emissieplafond is vastgelegd in het plan. Het plan leidt dan niet tot significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden. In delen van het buitengebied waar de meeste intensieve veehouderijen zich bevinden blijkt ook de milieugebruiksruimte met betrekking tot geur beperkt. Dit komt door de aangescherpte geurnorm voor de bebouwde kom van Best. Veehouderijen die willen groeien zullen daarom (geur)emissiearme technieken moeten toepassen. De effecten op het landschap van de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan buitengebied kunnen potentieel groot zijn. De voorschriften in de planregels beperken deze effecten.
Wat is het advies van de Commissie? Het MER is duidelijk geschreven en goed toegankelijk. De indeling in drie delen van het MER bevordert de leesbaarheid van het hoofdrapport. De Commissie vindt bijvoorbeeld ook de wijze waarop de huidige situatie / referentiesituatie5 met betrekking tot de veehouderij is beschreven een positief punt. Het MER is gebaseerd op de huidige diersoorten per locatie. Bij vastleggen van de diercategorieën kan de gemeente de vinger aan de pols houden en onvoorziene gezondheidseffecten voor omwonenden die voortkomen door het eventueel houden van andere diersoorten voorkomen. De Commissie signaleert bij de toetsing van het MER de volgende tekortkomingen: •
het MER sluit niet voldoende aan bij het plan;
•
het MER laat niet zien of de uitzondering van de stikstofregel kan worden gebaseerd op de passende beoordeling bij de natuurvergunningen voor veehouderijen;
•
effecten op beschermde soorten zijn nog onvoldoende specifiek in beeld zijn gebracht.
De Commissie adviseert deze informatie in een aanvulling op het MER op te nemen, en dan pas een besluit te nemen over het bestemmingsplan buitengebied. In hoofdstuk 2 licht de Commissie haar oordeel toe.
1
Ontwerp bestemmingsplan, 22 april 2021(NL.IMRO.0753.bpBuitengebied-ON01).
2
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021, deel A, deel B en Deel C, Pouderoyen Tonnaer, april 2021.
3
MER deel A, hoofdstuk 2.4.
4
MER pagina 48/49.
5
MER deel B, hoofdstuk 3.
-1-
Figuur 1 Plangebied bestemmingsplan buitengebied Best (bron: MER)
Aanleiding MER De gemeente Best werkt aan een herziening van het bestemmingsplan voor het buitengebied. De herziening geeft uitvoering aan de Structuurvisie buitengebied (gemeente Best; 2016) en de regels in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant, onder andere met betrekking tot de ontwikkelingsmogelijkheden voor de veehouderij. Het bestemmingsplan biedt een recent planologisch juridisch kader voor onder meer veehouderijen (categorie C14/D14) in het gebied. Voor het besluit over het bestemmingsplan is een plan-MER opgesteld. Rol van de Commissie De Commissie is onafhankelijk, bij wet ingesteld en adviseert over de inhoud en de kwaliteit van het MER. Zij stelt voor ieder project een werkgroep samen van onafhankelijke deskundigen. Ze schrijft geen milieueffectrapporten, dat doet de initiatiefnemer. Het bevoegd gezag – in dit geval de gemeenteraad van Best - besluit over het bestemmingsplan buitengebied.
-2-
De samenstelling en de werkwijze van de werkgroep van de Commissie en verdere projectgegevens staan in bijlage 1 van dit advies. U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt door nummer 3565 op www.commissiemer.nl in te vullen in het zoekvak.
Toelichting op het advies In dit hoofdstuk licht de Commissie haar oordeel toe en geeft zij advies voor de op te stellen aanvulling. Deze adviezen staan in een tekstkader. Naar het oordeel van de Commissie is het uitvoeren van deze adviezen essentieel om het milieubelang volwaardig mee te wegen bij de besluitvorming door de gemeenteraad van Best over het bestemmingsplan buitengebied.
Aansluiting MER en bestemmingsplan De provincie Noord-Brabant plaatst in haar zienswijze op het ontwerp bestemmingsplan kanttekeningen bij de wijze waarop de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV) is vertaald naar het ontwerp bestemmingsplan. De provincie adresseert onder meer 20 ontwikkellocaties die niet conform de IOV in het ontwerp bestemmingsplan zijn opgenomen. Het gaat hierbij om ontwikkelingen die ten opzichte van het vigerende bestemmingsplan buitengebied nieuw zijn. Wanneer het ontwerp bestemmingsplan ontwikkelingen mogelijk maakt maar de borging van bijvoorbeeld de landschappelijke inpassing is niet juist gedaan, dan kan het zijn dat ook de effecten in het MER niet correct in beeld komen. Omdat deze ontwikkellocaties niet expliciet in het MER aan de orde zijn gesteld kan de Commissie niet nagaan of het MER op dit punt voldoende informatie geeft. Overigens constateert de Commissie ook dat het MER de effecten op onderdelen meer ‘worst case’ beschrijft dan het plan daadwerkelijk mogelijk maakt.
Zo merkt het MER een aantal agrarische bedrijven aan als potentiële stoppers, terwijl deze in werkelijkheid al gestopt zijn en in het ontwerp bestemmingsplan niet meer als agrarisch bedrijf zijn opgenomen.6 De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER na te gaan, in hoeverre de ontwikkellocaties die het plan benoemd kunnen leiden tot milieueffecten, en wat deze effecten voor gevolgen hebben voor de effectscores in het MER. Geef waar nodig aan, welke aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden om deze effecten te voorkomen of te beperken.
Uitzonderingsbepaling stikstof In het MER is geconcludeerd dat zonder beperking van de stikstofemissie effecten op Natura 2000-gebieden niet zijn uitgesloten (score ‘zeer negatief’). Daarom is in het bestemmingsplan een stikstofregel opgenomen die ervoor moet zorgen dat er geen toename van stikstofdepositie kan optreden ten opzichte van de feitelijk bestaande, planologisch legale, situatie op datum vaststelling van het bestemmingsplan.
6
De Commissie constateert dat in het ontwerpplan en in het MER een nertsenhouderij is opgenomen. In verband met het verbod op pelsdierhouderij sinds 8 januari 2021 is zeker dat deze een andere functieaanduiding moet krijgen.
-3-
Voor een aantal veehouderijen die beschikken over een onherroepelijke natuurvergunning is een uitzondering gemaakt.7 Voor deze veehouderijen is de vergunde stikstofemissie de referentie. De natuurvergunningen zijn in een bijlage bij het plan opgenomen. Voor deze plan-onderdelen hoeft geen nieuwe passende beoordeling gemaakt te worden als bij het besluit over de natuurvergunning al een passende beoordeling is uitgevoerd en een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren. In het MER ontbreekt een beoordeling van de passende beoordelingen van de in de bijlage opgenomen natuurvergunningen. Mochten (delen van) deze vergunningen nog niet zijn gerealiseerd en de natuurvergunningen niet zijn gebaseerd op een goede passende beoordeling8, dan zijn significante gevolgen voor Natura 2000-gebieden niet uitgesloten. De in het plan opgenomen regel met betrekking tot stikstofemissie is dan niet afdoende. Dit had in het MER moeten worden onderzocht. De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER te onderbouwen of voor nog niet uitgevoerde activiteiten waarvoor een natuurvergunning is verleend een goede passende beoordeling is uitgevoerd. Mocht daaruit blijken dat er geen goede passende beoordelingen zijn uitgevoerd dan moet het MER daarop worden aangevuld.
Door dit voorafgaand aan de besluitvorming over het bestemmingsplan buitengebied te doen is het mogelijk om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de besluitvorming.
Effecten op beschermde soorten In het MER is het effect van het ‘maximale scenario’ op beschermde soorten in algemene zin beoordeeld9. Omdat het MER geen gebiedsspecifieke informatie over de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied bevat, is uit voorzorg het effect van het plan als ‘zeer negatief’ beoordeeld. Deze leemte in kennis maakt het feitelijk onmogelijk om na te gaan welke soorten(groepen) door het plan specifiek risico’s lopen op aantasting van de gunstige staat van instandhouding. Het is nu ook niet mogelijk om na te gaan in welke mate het in het MER als ‘zeer negatief’ beoordeelde effect door inzet van mitigerende maatregelen kan worden beperkt, zodat deze risico’s worden beheerst. Het MER maakt dan ook niet aannemelijk is dat het bestemmingsplan vanuit de Wet natuurbescherming uitvoerbaar is. De Commissie adviseert voorafgaand aan het besluit over het bestemmingsplan in een aanvulling de risico’s van de verschillende ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op beschermde soorten concreter in beeld te brengen. Verken op basis daarvan in hoeverre er effectieve maatregelen zijn om deze risico’s te verkleinen, zodanig dat aannemelijk is dat het plan uitvoerbaar is.
7
Zie artikel 1.127 onder c van de planregels.
8
Zo ontbreekt bij natuurvergunningen die zijn gebaseerd op het PAS volgens de huidige inzichten een goede passende beoordeling.
9
Zie MER deel B pagina 71 en verder.
-4-
BIJLAGE 1: Projectgegevens toetsing Toetsing door de Commissie De Commissie bestaat uit een werkgroep van deskundigen. Deze werkgroep beoordeelt of het MER de benodigde milieu-informatie bevat en of deze juist is. Als er informatie ontbreekt of onjuist is, beoordeelt de Commissie of zij die essentieel vindt. Dat is het geval als aanvullende informatie in haar ogen kan leiden tot andere afwegingen. Dan adviseert de Commissie de ontbrekende of gecorrigeerde informatie alsnog beschikbaar te stellen, voordat het besluit wordt genomen. Meer informatie over de Commissie en over haar werkwijze vindt u op onze website. Samenstelling van de werkgroep Bij dit project bestaat de werkgroep uit: ir. Jan Bakker ir. Corrie Smit (secretaris) Marja van der Tas (voorzitter) drs. Rob van Woerden Besluit waarvoor dit milieueffectrapport is opgesteld Bestemmingsplan Buitengebied Best. Waarom wordt hiervoor een milieueffectrapport opgesteld? Voor activiteiten die grote milieugevolgen kunnen hebben, kan in Nederland een MER vereist zijn. De bijlagen C en D bij het Besluit milieueffectrapportage geven aan om welke activiteiten het gaat. Voor deze procedure gaat het in ieder geval om de activiteit C/D14, uitbreiding veehouderij. Daarom is een plan-MER opgesteld. Bevoegd gezag besluit en m.e.r.-procedure De gemeenteraad van Best. Initiatiefnemer besluit College van Burgemeester en Wethouders van Best.
Heeft de Commissie ook zienswijzen en adviezen bij haar advies betrokken? De Commissie heeft alle zienswijzen en adviezen gelezen die het bevoegd gezag tot en met 14 juni 2021heeft toegestuurd. Ze heeft ze in haar advies verwerkt, voor zover relevant voor het MER. Waar vind ik de stukken die de Commissie heeft beoordeeld? U vindt de projectstukken die bij het advies zijn gebruikt, door op www.commissiemer.nl projectnummer 3565 in te vullen in het zoekvak.