22046.12 - Bijlage 10 - PlanMER BP Buitengebied Best - Aanvulling (1)
Tekst van het document
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021
Rapportnummer:
P186126.006
Naam opdrachtgever:
Gemeente Best
Adres opdrachtgever:
Postbus 50 5680 AB BEST
Opstellers:
Evelyne van Overbeek
Status:
Aanvulling t.b.v. vaststelling
Datum:
05-10-2021
Vestigingen te Nijmegen, Vught, Baexem en Voerendaal St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ Nijmegen T (024) 322 45 79 info@pouderoyentonnaer.nl pouderoyentonnaer.nl
Op onze dienstverlening zijn de DNR 2011 van toepassing die u vindt op pouderoyentonnaer.nl
Inhoud Inleiding .................................................................................................................... 3 1
Aansluiting MER en bestemmingsplan ................................................................. 4 1.1 Advies Commissie voor de m.e.r. ........................................................................................... 4 1.2 Analyse ontwikkellocaties ...................................................................................................... 4
2
Uitzonderingsbepaling stikstof ............................................................................ 9 2.1 Advies Commissie voor de m.e.r. ........................................................................................... 9 2.2 Analyse lijst met natuurvergunningen ................................................................................... 9
3
Effecten op beschermde soorten ....................................................................... 24 3.1 Advies Commissie voor de m.e.r. ......................................................................................... 24 3.2 Analyse beschermde soorten ............................................................................................... 24 3.2.1
Gebied specifieke informatie over voorkomen van soorten in buitengebied Best ......................... 24
3.2.2
Risico’s van ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt ................................................................ 25
3.2.3
Effectscores soortenbescherming Wet natuurbescherming ........................................................... 26
P186126.006
Inleiding De gemeente Best werkt aan een integrale herziening van het bestemmingsplan voor het Buitengebied. Voordat de gemeenteraad een besluit neemt, zijn de milieugevolgen onderzocht in een milieueffectrapport (Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021, deel A, deel B en Deel C, Pouderoyen Tonnaer, april 2021). De gemeente heeft de Commissie voor de milieueffectrapportage (hierna ‘de Commissie’) gevraagd te adviseren over het PlanMER. In het uitgebrachte toetsingsadvies van 31 juni 2021 (projectnummer 3565) spreekt de Commissie zich uit over de juistheid en de volledigheid van het MER. De Commissie heeft bij de toetsing van het MER de volgende tekortkomingen gesignaleerd: 1. het MER sluit niet voldoende aan bij het plan; 2. het MER laat niet zien of de uitzondering van de stikstofregel kan worden gebaseerd op 35 de passende beoordeling bij de natuurvergunningen voor veehouderijen; 3. effecten op beschermde soorten zijn nog onvoldoende specifiek in beeld zijn gebracht. De Commissie adviseert deze punten uit te werken in een aanvulling op het PlanMER en daarna pas te besluiten over het bestemmingsplan. In deze aanvulling op het PlanMER worden de drie tekortkomingen, die de Commissie benoemd in het toetsingsadvies, per hoofdstuk uitgewerkt.
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
3
P186126.006
1 Aansluiting MER en bestemmingsplan 1.1
Advies Commissie voor de m.e.r.
De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER na te gaan, in hoeverre de ontwikkellocaties die het plan benoemd worden, kunnen leiden tot milieueffecten, en wat deze effecten voor gevolgen hebben voor de effectscores in het MER. Geef waar nodig aan, welke aanvullende maatregelen getroffen kunnen worden om deze effecten te voorkomen of te beperken.
1.2
Analyse ontwikkellocaties
Gedurende de voorbereiding van het nieuwe bestemmingsplan zijn een aantal particuliere verzoeken ingediend met betrekking tot kleinschalige ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied. Voor ieder verzoek is door de gemeente een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer afgesloten, onder meer met betrekking tot de vereiste landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteitsverbetering, en een afzonderlijke ruimtelijke onderbouwing opgesteld waarin de specifieke omgevingsaspecten zijn afgewogen. Deze onderbouwingen zijn als bijlagen bij de toelichting van het bestemmingsplan opgenomen. Deze ontwikkellocaties zijn niet expliciet in het PlanMER benoemd vanwege het kleinschalige karakter van de ontwikkelingen en het feit dat deze niet leiden tot aanzienlijke milieueffecten die nader onderzocht moeten worden in het PlanMER. Deze ontwikkellocaties hebben geen gevolgen voor de milieueffectscores in het PlanMER. Per locatie wordt in deze aanvullingen een korte toelichting gegeven. Het betreft de volgende locaties en ontwikkelingen: 1. Aarleseweg 38 Dit is een voormalige agrarische bedrijfslocatie, die in het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2002' is herbestemd voor woondoeleinden zonder sloopverplichting. De legaal aanwezige agrarische bebouwing valt onder het overgangsrecht.
In de nieuwe situatie worden de bestaande woning en bijbehorende bouwwerken positief bestemd als burgerwoning, waarbij het mogelijk wordt om een gedeelte van de bijgebouwen in gebruik te nemen als bed & breakfast. Voor de bed&breakfast hebben al de nodige vergunningsvrije renovaties plaatsgevonden. Uit de ‘Effectenindicator soorten’ van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit volgt dat de aanwezigheid van beschermde soorten binnen het plangebied onwaarschijnlijk is. Door de aanleg en instandhouding van de aanwezige landschappelijke inpassing plus aanvullende kwaliteitsverbetering worden de ecologische waarden in de omgeving versterkt. Voor de bed&breakfast als recreatieve nevenfunctie is voldoende parkeergelegenheid aanwezig en de ontsluiting heeft voldoende capaciteit voor de beperkte toename in de verkeersgeneratie van maximaal 10,5 voertuigbewegingen per etmaal. De ontwikkeling leidt niet tot nadelige milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores.
4
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
2. Aarleseweg 50 Dit is een agrarische bedrijfslocatie met een bestaande kwekerij met huisverkoop/streekwinkel als nevenactiviteit (groencentrum de Mortelen). De nevenactiviteiten zijn in de loop der tijd doorgegroeid, waardoor het bedrijf in de huidige situatie een groencentrum is (boom- en plantenteelt en verkoop van eigen producten en aan het groencentrum gelieerde diensten en producten). In het nieuwe bestemmingsplan wordt de bestaande situatie door middel van een functiewijziging planologisch geregeld. De locatie is bestemd als ‘bedrijf’ met de nadere aanduiding 'groencentrum'. Ter plaatse wordt ook kleinschalige horeca en de mogelijkheid tot de organisatie van een beperkt aantal evenementen (max. 6 per jaar) toegestaan. De locatie leent zich daar goed voor gezien de ligging. De bestaande gebouwen, terrein- en erfindeling blijven grotendeels ongewijzigd. De functiewijziging heeft ten opzichte van de bestaande situatie hoogstens een beperkte toename in aantallen verkeersbewegingen van personenauto’s tot gevolg. Deze ontwikkeling leidt, gezien de kleinschaligheid van het bedrijf (milieucategorie 2) en het feit dat het een functiewijziging betreft voor een reeds bestaande situatie, niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 3. Aarleseweg 52 Dit is een voormalige varkenshouderij, waar de agrarische activiteiten zijn beëindigd.
Bij het beëindigen van de locatie is in 2001 al een aanzienlijke hoeveelheid bebouwing gesloopt, verharding verwijderd en groen aangelegd. In dit bestemmingsplan wordt aan de locatie een woonbestemming toegekend. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 4. Achterste Heistraat 2 Dit is een voormalige agrarische bedrijfslocatie. De agrarische bedrijfsbestemming wordt omgezet naar een bestemming 'wonen'. De stallen worden afgebroken. Het maximale toegestane oppervlakte bijgebouwen van 100 m2 is verruimd naar 170 m2 en gaat gepaard met een verplichte kwaliteitsverbetering van het landschap die bestaat uit het terugbrengen van de oppervlakte van het bestemmingsvlak en landschappelijke inpassing van het perceel. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 5. Broekdijk 13a Dit is een bedrijfswoning waar momenteel een pannenkoekenhuis is gevestigd. De horeca wordt beëindigd en de bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar burgerwoning (woonbestemming). De huidige bebouwing en groenstructuur rondom het perceel blijven behouden. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 6.
Fiets- / voetgangersbrug Wilhelminakanaal De gemeente Best wil een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal aanleggen. De te realiseren brug is een herbouw van een ingestorte brug op ca. 200 meter ten oosten van de te ontwikkelen brug. De brug is in dit bestemmingsplan middels een specifieke aanduiding 'brug' op de verbeelding opgenomen.
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
5
P186126.006
De gronden ten noorden van het Wilhelminakanaal zijn aangeduid als groenblauwe mantel. Het Wilhelminakanaal zelf is aangeduid als Natuurnetwerk Brabant (ecologische verbindingszone). De gronden ten zuiden van het Wilhelminakanaal zijn aangeduid als gemengd landelijk gebied. De ontwikkeling wordt als passend beschouwd voor de ontwikkeling van het gemengd landelijk gebied. Er zijn geen significante negatieve effecten voor de (ontwikkelingsdoelstellingen van de) groenblauwe mantel. De ontwikkeling heeft alleen mogelijke milieueffecten voor het Natuurnetwerk Brabant, maar deze zijn heel beperkt. Het is onvermijdelijk dat de oevers van het Wilhelminakanaal ter plaatse van de nieuwe brug worden aangepast, maar de oevers worden in totaliteit niet minder geschikt als ecologische verbindingszone aangezien de ontwikkeling feitelijk een verplaatsing is van de ingestorte brug verderop en significante negatieve effecten voor de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden zoveel mogelijk worden beperkt: De oevers worden zoveel mogelijk intact gehouden en maar voor een klein deel verhard. Tussen de steunpilaren blijft voldoende ruimte voor fauna behouden. Het Wilhelminakanaal zelf blijft onaangetast. De brug sluit aan op de bestaande fietspaden aan weerszijden van het kanaal. Hierdoor wordt aangesloten op een bestaande ontwikkeling nabij de ecologische verbindingszone.
Ingrepen voor de realisatie zijn minimaal. De nieuwe brug is ter vervanging van de oude brug op ca. 200 meter afstand. De ecologische en landschappelijke waarden worden op de locatie van de oude brug hersteld. Deze ontwikkeling leidt gezien voorgaande en de kleinschaligheid van deze ontwikkeling niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER.
7. Grevenoordseweg 4 De langgevelboerderij Grevenoordseweg 4, 4a en 4b bestaat op dit moment feitelijk uit drie wooneenheden, terwijl planologisch slechts sprake is van twee toegestane woningen. Het gebruik van het gehele ensemble van de langgevelboerderij voor de drie bestaande woningen positief bestemd. De langgevelboerderij is aangeduid als cultuurhistorisch waardevol. Splitsing van de woning in drie wooneenheden is mogelijk o.b.v. de Omgevingsverordening Noord-Brabant. Woningsplitsing maakt het mogelijk de cultuurhistorische waarden van de langgevelboerderij te behouden en te versterken. De derde woning met veldschuur op nr. 4 (de oorspronkelijke woning) wordt ook gebruikt voor kleinschalige dagopvang voor zorgcliënten en/of ouderen. In oktober 2016 is een omgevingsvergunning verleent voor de maatschappelijke activiteiten aan de Grevensoordseweg 4. Deze omgevingsvergunning is vastgelegd in het bestemmingsplan, waardoor de maatschappelijke activiteit is toegestaan als nevenfunctie bij de woning op nr. 4. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER.
8. Hagelaarweg 7/10/12 – 9 Dit is een voormalige klompenfabriek. Het voornemen is om één van de twee aanwezige bedrijfswoningen, de bedrijfswoning op nummer 9, om te zetten naar een burgerwoning en de functie van klompenfabriek te wijzigen naar een bedrijfsverzamelgebouw (nummer 10-12). Hiervoor is in dit bestemmingsplan de voormalige bedrijfswoning op nr. 9 afgesplitst en bestemd als
6
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
burgerwoning. De geldende bedrijfsbestemming blijft gehandhaafd, maar de specifieke bedrijfsaanduiding is gewijzigd in 'bedrijfsverzamelgebouw'. Het betreft een functiewijziging binnen dezelfde milieucategorie (het blijft maximaal milieucategorie 2), de bedrijfsactiviteiten wijzigen in essentie niet en er vinden geen wijzigingen plaats aan bestaande bouwwerken, verhardingen en vegetatie. Er wordt niets gebouwd, gekapt of gesloopt. Deze ontwikkeling heeft geen aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 9. Heuveleindseweg 6b Dit is een bestaande agrarische bedrijfslocatie. De beoogde herbestemming betreft het vergroten van het agrarisch bouwvlak ten behoeve van legalisatie van bestaande erfverharding en een gedeelte van een bedrijfsgebouw. Hiervoor is in het bestemmingsplan de agrarische bedrijfsbestemming uitgebreid. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 10. Hokkelstraat 33 Dit is een gemengd agrarisch bedrijf, waar ook al sinds 1972 loonwerkactiviteiten (tot maximaal milieucategorie 2) plaatsvinden die nog niet planologisch waren toegestaan als nevenactiviteit. In dit bestemmingsplan zijn deze loonwerkactiviteiten (max. 500 m2) alsnog als nevenactiviteit bestemd.
Gezien de kleinschaligheid van de (bestaande) loonwerkactiviteiten die worden gelegaliseerd zal deze ontwikkeling niet leiden tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 11. Kapelweg 24 De bestaande woning aan Kapelweg 24 bestaat op dit moment feitelijk uit drie wooneenheden, terwijl planologisch slechts sprake is van 2 toegestane woningen. Het gebruik van het hele pand voor de bestaande drie woningen wordt positief bestemd. Het bebouwd oppervlak blijft ongewijzigd ter verbetering van de ruimtelijke inpassing. Door de restauratie/vervanging van de losse schuren vindt een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats en blijven de cultuurhistorische waarden behouden voor de toekomst. In dit bestemmingsplan is aan de locatie een drietal woonbestemmingen toegekend. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 12. Krimpweg 1 Dit is een voormalige agrarische bedrijfswoning bij een kwekerij die bestemd wordt als burgerwoning. Deze ontwikkeling leidt niet tot milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 13. Mosselaarweg 9 Dit is een voormalige agrarische bedrijfslocatie, waar de huidige agrarische bestemming omgezet wordt in een woonbestemming. De agrarische bedrijfsactiviteiten worden beëindigd en het bouwvlak verkleind.
In afwijking van de standaard toegestane oppervlakte aan bijgebouw van 100 m2 binnen de bestemming 'Wonen' is een maximum bebouwd oppervlakte van 170 m2 opgenomen.
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
7
P186126.006
Deze verruiming gaat gepaard met een verplichte kwaliteitsverbetering van het landschap die bestaat uit het terugbrengen van de oppervlakte van het bestemmingsvlak en landschappelijke inpassing van het perceel. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 14. Mosselaarsweg 18 Dit is een voormalige agrarische bedrijfslocatie. In het bestemmingsplan wordt een caravanstalling/ statische opslag planologisch toegestaan in de bestaande voormalige kippenstallen. De bestaande bebouwing blijft behouden, er vindt géén sloop of nieuwbouw plaats. Ook de bestaande verharding, beplanting en de toegang tot de percelen wordt niet gewijzigd. Wel zal de locatie extra landschappelijk worden ingepast, hoofdzakelijk aan de noord- en oostzijde van het perceel. In dit bestemmingsplan is een bedrijfsbestemming opgenomen met de aanduiding 'caravanstalling'. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 15. Mosselaarweg 9b – Driehoekweg 4 Dit is een voormalige agrarische bedrijfslocatie waar de intensieve veehouderij is beëindigd en de voormalige pluimveestallen in gebruik worden genomen voor een niet-agrarisch bedrijf (statische en niet-statische opslag voor particulieren en bedrijven).
Het voormalige eierlokaal en een tussenbouw tussen de twee pluimveestallen worden gesloopt. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 16. Mosselaarweg 26a-28 De bestaande woning (noodwoning met huisnummer 28) wordt gesloopt en v erplaatst naar het vrije perceel tussen de nummers 26a en 28. Bij de nieuwe woning wordt een garage gerealiseerd en de gronden rondom de woning zullen landschappelijk worden ingepast. In dit bestemmingsplan is voor de verplaatste woning een woonbestemming opgenomen. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER. 17. Vleutstraat 10 Dit is een voormalige agrarische bedrijfslocatie (een gemengd bedrijf bestaande uit een rundvee- en varkenshouderij), waar de huidige agrarische bestemming omgezet wordt in een woonbestemming. Het bouwvlak wordt verkleind. De bestaande bedrijfswoning is een langgevelboerderij en wordt in twee woningen gesplitst. De aanwezige cultuurhistorische waarden worden in acht gehouden en waar mogelijk versterkt. In afwijking van de standaard toegestane oppervlakte aan bijgebouw van 100 m2 wordt een maximum bebouwd oppervlakte van 150 m2 per woning opgenomen (dus 300 m2 voor twee woningen).
Deze verruiming gaat gepaard met een verplichte kwaliteitsverbetering van het landschap die bestaat uit het terugbrengen van de oppervlakte van het bestemmingsvlak en landschappelijke inpassing van het perceel. Deze ontwikkeling leidt niet tot aanzienlijke milieueffecten en heeft geen effect op de effectscores in het PlanMER.
8
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
2 Uitzonderingsbepaling stikstof 2.1
Advies Commissie voor de m.e.r.
De Commissie adviseert om in een aanvulling op het MER te onderbouwen of voor nog niet uitgevoerde activiteiten waarvoor een natuurvergunning is verleend een goede passende beoordeling is uitgevoerd. Mocht daaruit blijken dat er geen goede passende beoordelingen zijn uitgevoerd dan moet het MER daarop worden aangevuld. Door dit voor de besluitvorming over het bestemmingsplan buitengebied te doen is het mogelijk om het milieubelang volwaardig mee te nemen in de besluitvorming.
2.2
Analyse lijst met natuurvergunningen
Bij het inpassen van een onherroepelijke Wnb-vergunning kan de uitzondering van artikel 2.8, tweede lid Wnb worden ingeroepen en hoeft er niet een tweede passende beoordeling te worden verricht. Het bestemmingsplan kan zo dus ruimte bieden aan nieuwe ontwikkelingen zonder dat een passende beoordeling nodig is. Voorwaarde is dan wel dat een nieuwe passende beoordeling redelijkerwijs geen nieuwe gegevens en inzichten kan opleveren over de significante gevolgen van het plan. Aan deze voorwaarde is niet voldaan als de onherroepelijke Wnb-vergunning is gebaseerd op het Programma Aanpak Stikstof (ABRvS 10 april 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1105). In het ontwerp bestemmingsplan is ten behoeve van de uitzonderingsbepaling stikstof in bijlage 24 bij de regels een lijst met natuurvergunningen opgenomen. Ten aanzien van deze bijlage zijn enkele zienswijzen ontvangen, onder andere over de datum van de betreffende vergunning. Navolgend is per bedrijf een uitwerking opgenomen. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (oa. uitspraak van 31 maart 2010, zaaknummer 200903784/1/R2 en uitspraak van 7 september 2011, zaaknummer 201003301/1/R2)
volgt dat indien sprake is van een afname of gelijk blijven van depositie ten opzichte van de referentiedatum significante gevolgen voor het Natura2000-gebied uitgesloten kunnen worden en geen verplichting bestaat om een passende beoordeling te maken. De natuurvergunningen die zogenaamd één-op-één worden ingepast in dit bestemmingsplan (bijlage 24 bij de regels) zijn allemaal voormalige Natuurbeschermingswetvergunningen (thans: Wnbvergunningen) die zijn verleend op basis van een afname of gelijk blijven van de stikstofdepositie op Natura2000 gebieden ten opzichte van Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies (= referentiesituatie). Bij enkele bedrijven in combinatie met externe saldering met ammoniakrechten die zijn aangekocht en expliciet zijn ingetrokken ten gunste van het betreffende bedrijf.
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
9
P186126.006
Natuurbeschermingsvergunningen die zijn verleend met gebruikmaking van de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en waarbij gebruik is gemaakt van de PAS-referentiesituatie en/of PASontwikkelingsruimte kunnen niet één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Deze vergunningen zijn dan ook niet opgenomen in Bijlage 24 bij de regels van het bestemmingsplan. Voor deze bedrijven geldt als referentie voor de stikstofplanregels de feitelijke, planologisch legale situatie ten tijde van vaststellen van het ontwerp bestemmingsplan (bestaand gebruik). In navolgende tabel zijn de natuurvergunningen uit bijlage 24 bij de regels van het ontwerp bestemmingsplan nader toegelicht.
Driehoekweg 20 Best De Couterman B.V. Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 22-06-2015 Kenmerk: C2141846/13866
Natuurbeschermingswet vergunning verleend 04-10-2012 met kenmerk: C2075975/3270886 is verleend o.b.v. referentie Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning van 4 oktober 2012 is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. Nbwet-vergunning van 4 oktober 2012 vormde de referentiesituatie voor de verleende Nbwet-vergunning van 22 juni 2015. De vergunning van 2015 betreft een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000 t.o.v. de referentie. De vigerende milieuvergunning van 13 april 2015 komt overeen met de vigerende natuurbeschermingsvergunning van 22 juni 2015. Bouwblok biedt geen ruimte. Geconcludeerd wordt dat er geen latente ruimte in de natuurbeschermingsvergunning aanwezig is. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan.
10
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
Vleutstraat 38-40 Best Genuva B.V. Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 03-06-2013 Kenmerk: C2059493/3405897
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. De natuurbeschermingsvergunning van 03-06-2013 komt overeen met de milieuvergunning van 21-04-2011, behalve 30 fokstieren A7. Deze zijn mogelijk in de Nbwet vergunning opgenomen om 285 kg NH3 ‘vast te houden’. De Natuurbeschermingsvergunning is inclusief de (mogelijke) latente ruimte passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Vleutstraat 28-30 Best Varkenshouderij A. van Genugten B.V. Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 09-07-2013 Kenmerk: C2059503/3428105
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
11
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. De natuurbeschermingsvergunning van 2013 komt overeen met de milieuvergunning van 1509-2010. Geconcludeerd wordt dat er geen latente ruimte in de natuurbeschermingsvergunning aanwezig is. De Natuurbeschermingsvergunning is reeds passend beoordeeld kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Kapelweg 25 Best VOF Latijnhouwers-Smits Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: geweigerd 02-06-2015 Datum besluit: PAS-vergunning 08-12-2015 Kenmerk: C2128683/9677 Natuurbeschermingswet vergunning verleend 08-12-2015 is een PAS-vergunning met gebruikmaking PAS-referentie en PAS-ontwikkelingsruimte. Kan wel gebruikt worden door de veehouderij, maar niet één op één ingepast worden in het bestemmingsplan. Op 02-06-2015 is een vergunningaanvraag geweigerd vanwege toename t.o.v. aanwijsdata VR+HR-gebieden. Vandaar ook de navolgende PAS-vergunning eind 2015. De vigerende milieuvergunning van 05-08-2010 komt overeen met de natuurbeschermingsvergunning o.b.v. het PAS én de aanvraag die is geweigerd op 02-062015. Dit duidt erop dat beide natuurbeschermingsvergunningen zijn aangevraagd om een vergunning te verkrijgen voor de bestaande situatie.
Op de luchtfoto zijn de twee betreffende pluimveestallen ook te zien, waardoor geconcludeerd kan worden dat de feitelijke planologisch legale situatie ten tijde van het ontwerp dezelfde uitgangssituatie betreft als de natuurbeschermingsvergunning o.b.v. het PAS van 08-12-2015.
12
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
De verleende PAS-vergunning dient uit bijlage 24 bij de regels verwijderd te worden, maar de uitvoerbaarheid is voor dit bedrijf niet in het gedrang.
Kapelweg 40 Best Maatschap Spanjers Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 19 maart 2014 Kenmerk: C2076830/3469767
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. De nbwet-vergunning van 2014 ziet toe op een kleinere dieraantallen en lagere ammoniakemissie dan de milieuvergunning van 19-03-2013. Geconcludeerd wordt dat de Nbwet-vergunning geen latente ruimte bevat. De Natuurbeschermingsvergunning passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan.
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
13
P186126.006
Broekdijk 2a Best H.J.M. Schepens Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 21-04-2016 Kenmerk: Z/004521-31074-PRO
Natuurbeschermingswetvergunning is verleend o.b.v. referentie Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wmvergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning ziet toe op het vastleggen van de bestaande situatie (geen toe- of afname van de ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000) en bevat geen latente ruimte. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Liempdseweg 5 Best Mts. J.L.A.T. van de Sande en P.C.C.H. van de Sande-Scheepens Soort Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 29 juni 2015 Kenmerk: C2060357/13467
14
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies en externe saldering met ammoniak van Nieuwe Dijk 2 Best. De vergunning van Nieuwe Dijk 2 is geheel ingetrokken ten gunste van de Liempdseweg 5. Ten tijde van de intrekking kon Nieuwe Dijk 2 in werking zijn overeenkomstig de verleende vergunning. De Nbwet vergunning ziet toe op kleinere dieraantallen en lagere ammoniakemissie dan de vigerende milieuvergunning van 17-04-2012. Aangezien ammoniakrechten zijn aangekocht om de Nbwet vergunning te kunnen verkrijgen, wordt er vanuit gegaan dat de Nbwet vergunning overeenkomt met de feitelijke situatie en dat de Nbwet vergunning geen latente ruimte bevat. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Oude Baan 25 Best Michielsen VOF Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 19-06-2015 Kenmerk: C2144054/13905
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
15
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Niet significante toename op Kampina&Oisterwijkse Vennen van < 0,05 mol N. Deze vergunning vervangt de onderliggende vergunning van 17 juni 2013 met kenmerk C2057762. Bouwblok biedt ruimte aan uitbreiding. In de Nbwet vergunning zijn 3 pluimveestallen vergund. Op basis van de luchtfoto wordt geconcludeerd dat deze stallen zijn opgericht. De Nbwet vergunning komt overeen met de milieuvergunning van 03-06-2019. Geconcludeerd wordt dat de natuurbeschermingsvergunning geen latente stikstofruimte bevat. De NBwet bevat 32 schapen die niet milieuvergund zijn, het is niet duidelijk of deze aanwezig zijn. Mogelijk opgenomen om NH3 ‘vast te houden’ in de vergunning. Dit betreft slechts 32,4 kg NH3. De Natuurbeschermingsvergunning is inclusief de (mogelijke) latente ruimte passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Oude Baan 30 Best H. van Genugten Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 14-05-2014 Kenmerk: C2114165/3590437
16
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. Het bouwvlak biedt ruimte voor uitbreiding met een stal. De NBwet vergunning komt overeen met de milieutoestemming van 10-03-2014. Geconcludeerd wordt dat de Nbwet vergunning geen latente ruimte bevat. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Sonseweg 16 Best Jan van Genugten Varkenshouderij BV Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 17-06-2015 Kenmerk: Z/001444 Jan van Genugten Varkenshouderij Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 16-07-2014 Kenmerk: C2112113/3608289 De vergunning van 17 juni 2015 met kenmerk Z/001444 vervangt de onderliggende vergunning van 16 juli 2014 met kenmerk C2112113/3608289.
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
17
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies en externe saldering met ammoniak van Vleutstraat 5 Best. De vergunning van Vleutstraat 5 is op 7 aug 2014 gedeeltelijk ingetrokken ten gunste van de Sonseweg 16. Ten tijde van de intrekking kon Vleutstraat 5 in werking zijn overeenkomstig de verleende vergunning. 36 vergunde fokstieren zijn waarschijnlijk opgenomen in de Nbwet vergunning om NH3 ‘vast te houden’ en betreft dan 342 kg NH3 latente ruimte. De Natuurbeschermingsvergunning is inclusief de (mogelijke) latente ruimte passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Sint Oedenrodeseweg 69 Best P. van Genugten BV Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 05-02-2015 Kenmerk: C2094489/3728742
18
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies en externe saldering met ammoniak van Vleutstraat 5 Best en Jagerskampweg 5 Son en Breugel. De vergunning van Vleutstraat 5 is gedeeltelijk ingetrokken en de melding Activiteitenbesluit van Jagerkampweg 5 is geheel ingetrokken ten gunste van de Sint Oedenrodeseweg 69. Ten tijde van de intrekking konden Vleutstraat 5 en Jagerkampweg 5 beiden in werking zijn overeenkomstig de verleende vergunning. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Vleutstraat 3 Best Burchthof BV Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 20-08-2014 Kenmerk: C2107516/3652510
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. De Nbwet vergunning van 20-08-2014 komt overeen met de milieuvergunning van 31-122013. Geconcludeerd wordt dat geen latente ruimte in de natuurbeschermingsvergunning aanwezig is. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Vleutstraat 7 Best Burchthof BV Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 03-11-2014 Kenmerk: C2060618/3688852
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
19
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. De NBwet vergunning van 3-11-2014 komt overeen met de milieuvergunning van 02-04-2012 en is ruimer dan de geldende milieuvergunning van 25-08-2016. 124 gespeende biggen is mogelijk latente ruimte in de Nbwet vergunning en betreft 93 kg NH3. De Natuurbeschermingsvergunning is inclusief de (mogelijke) latente ruimte passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Mosselaarweg 22b Best Mts. van Aarle-Schepens Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 09-04-2014 Kenmerk: C2114136/3557897
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000.
20
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
De natuurbeschermingsvergunning van 09-04-2014 komt overeen met de geldende milieuvergunning van 21-03-2013. Geconcludeerd wordt dat de natuurbeschermingsvergunning is aangevraagd voor de bestaande situatie en dat er geen latente ruimte in de natuurbeschermingsvergunning aanwezig is. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Hogevleutweg 8 Best J. van Kronenburg Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 04-12-2013 Kenmerk: C2063019/3423387
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. De natuurbeschermingsvergunning van 04-12-2013 komt overeen met de geldende milieuvergunning van 13-04-2012. Geconcludeerd wordt dat geen latente ruimte in de natuurbeschermingsvergunning aanwezig is. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Vleutstraat 8a Best MvG Varkensbedrijven V.O.F. Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 08-03-2016 Kenmerk: C2152722/27229
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
21
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies en externe saldering met ammoniak van Vleutstraat 5 Best. De vergunning van Vleutstraat 5 is gedeeltelijk ingetrokken ten gunste van de Vleutstraat 8a. Ten tijde van de intrekking kon Vleutstraat 5 in werking zijn overeenkomstig de verleende vergunning. De Nbwet-vergunning van 8-3-2016 ziet toe op +174 zeugen D1.3 en +240 biggen D1.1.10 t.o.v. de vigerende milieuvergunning van 15-05-2018 (+276,6 kg NH3). Het is niet bekend of deze dierplaatsen opgericht en in werking zijn, of zijn geweest. Op het bouwblok is uitbreidingsruimte aanwezig. Het kan niet uitgesloten worden dat binnen de natuurbeschermingsvergunning 276,6 kg NH3 aan latente ruimte aanwezig is. De Natuurbeschermingsvergunning is inclusief de (mogelijke) latente ruimte passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Hokkelstraat 3 Best J. en P. Schepens VOF Soort: Natuurbeschermingsvergunning Datum besluit: 06-08-2014 Kenmerk: C2105558/3624574
22
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
Wm- of Hinderwet vergunning op aanwijsdatum Vogel- en/of Habitatrichtlijngebied of eventueel later Wm-vergunde of gemelde lagere ammoniakemissies. Vergunning is een afname van ammoniakemissie en stikstofdepositie op N2000. De natuurbeschermingsvergunning van 06-08-2014 komt overeen met de geldende milieuvergunning van 08-12-2011. Geconcludeerd wordt dat geen latente ruimte in de natuurbeschermingsvergunning aanwezig is. De Natuurbeschermingsvergunning is passend beoordeeld en kan één-op-één ingepast worden in het bestemmingsplan. Ruimtelijke onderbouwing in ontwerp bestemmingplan ziet niet toe op wijziging van diercategorieën, dieraantallen of stalsystemen. Geen wijzigingen t.o.v. de geldende natuurbeschermingsvergunning en dus geen nieuwe passende beoordeling nodig.
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
23
P186126.006
3 Effecten op beschermde soorten 3.1
Advies Commissie voor de m.e.r.
In het MER is het effect van scenario’s op beschermde soorten in algemene zin beoordeeld, omdat het MER geen gebied specifieke informatie over de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied bevat. Deze leemte aan kennis maakt het feitelijk onmogelijk om na te gaan welke soortengroepen door het plan specifiek risico lopen op aantasting van de gunstige staat van instandhouding. De Commissie adviseert voorafgaand aan het besluit over het bestemmingsplan in een aanvulling de risico’s van de verschillende ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt op beschermde soorten concreter in beeld te brengen. Verken op basis daarvan in hoeverre er effectieve maatregelen zijn om deze risico’s te verkleinen, zodanig dat aannemelijk is dat het plan uitvoerbaar is.
3.2
Analyse beschermde soorten
3.2.1 Gebied specifieke informatie over voorkomen van soorten in buitengebied Best Om de leemte in kennis weg te nemen is door ecologisch adviesbureau Staro een bureaustudie gedaan naar het voorkomen van soorten in het buitengebied van de gemeente best (plangebied). Deze bureaustudie is bijgevoegd als bijlage bij deze aanvulling op het PlanMER. Resultaten bureaustudie In totaal zijn volgens de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) de afgelopen 5 jaar binnen het bestemmingsplangebied 4452 waarnemingen gedaan van 123 verschillende soorten. De meeste waarnemingen zijn gedaan in de gebieden die behoren tot het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Dit komt vooral doordat in deze NNB-gebieden onderzoek wordt uitgevoerd ten behoeve van de monitoring van de natuurkwaliteit. In de bureaustudie zijn een kaarten opgenomen met verspreiding van de waarnemingen per soortgroep en soorten. Op de agrarische percelen zijn er waarnemingen van vogels, overige zoogdieren en amfibieën. Van overige zoogdieren zijn er waarnemingen van de Das, met een verblijfplaats en sporen in het NNB. Op de agrarische percelen zijn er waarnemingen van Haas, Konijn, Egel, Steenmarter, Bunzing en Vos. Van vleermuizen zijn geen waarnemingen van verblijfplaatsen bekend. De waarnemingen van vleermuizen zijn alleen gedaan in gebieden die tot het NNB behoren.
De volledigheid van de gegevens van vleermuizen is volgens de NDFF slecht en voor een zeer klein deel van het bestemmingsplangebied redelijk. Er mag verwacht worden dat de aantallen vleermuizen en de verspreiding over het bestemmingsplangebied groter zijn.
Van reptielen en insecten zijn alleen waarnemingen bekend in het NNB. In het agrarisch gebied zijn geen waarnemingen bekend. Van reptielen zijn dit hazelworm en levendbarende hagedis. Van insecten is vooral de waarnemingen van vermiljoenkever het vermelden.
24
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
Van amfibieën zijn ook de meeste waarnemingen bekend in het NNB. In het agrarisch gebied zijn er vlakbij het NBB waarnemingen van bruine kikker, kleine watersalamander en gewone pad. De meeste waarnemingen zijn van vogels in het NNB. Het merendeel van de waarnemingen is gedaan in delen van het bestemmingsplangebied die tot het NNB behoren. Uit de data van de NDFF blijkt dat veel waarnemingen zijn verzameld in het kader van broedvogelmonitoringsprojecten van terreinbeherende organisaties. De waarnemingen van vogelsoorten waarvan het nest jaarrond beschermd is zijn alleen bekend in het NNB, behalve een ooievaarsnest ten westen van De Vleut. Zie voor de tabellen en kaarten met soorten en verspreiding het rapport van Staro in de bijlage.
3.2.2 Risico’s van ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt De ontwikkelingen die in het bestemmingsplan worden meegenomen staan beschreven in hoofdstuk 1 van deze aanvulling. Voor iedere ontwikkeling is een ruimtelijke onderbouwing opgenomen als bijlagen bij de toelichting. Uit deze ruimtelijke onderbouwingen volgt dat er op de ontwikkellocaties geen nadelige effecten voor beschermde soorten zijn te verwachten en geen ontheffing o.b.v. de Wet natuurbescherming nodig is. Voor de fiets-voetgangersbrug Wilhelminakanaal en de Achterste Heistraat 2 (sloop van een stal) zijn afzonderlijke flora en fauna onderzoeken met veldbezoeken uitgevoerd, omdat bij deze twee ontwikkelingen sprake is van fysieke ingrepen (bouw en sloop, verwijderen vegetatie). Beide rapporten zijn als bijlage bij de betreffende ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Navolgend de conclusies en bevindingen per locatie: Fiets-voetgangersbrug Wilhelminakanaal Uit het flora en faunaonderzoek volgt: Tijdens het veldbezoek zijn geen zwaar beschermde soorten waargenomen. Er worden op de locatie wel zwaar beschermde soorten verwacht. Gebaseerd op de bureaustudie wordt een diversiteit aan algemeen voorkomende soorten op de locatie verwacht. Voor de algemeen voorkomende beschermde soorten geldt dat er geen ontheffing nodig is, mits de zorgplicht in acht wordt genomen.
Nader onderzoek naar aanwezigheid van marterachtigen en aanwezigheid van vleermuisvliegroutes/foerageergebieden wordt noodzakelijk geacht. Beschrijving effecten en conclusies:
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
25
P186126.006
Als uit het vervolgonderzoek blijkt dat marterachtigen aanwezig zijn of dat de locatie een functie heeft als vliegroute en/of –foerageergebied voor vleermuizen dan wordt beoordeeld of deze soorten negatieve effecten ondervinden van de voorgenomen ontwikkeling en of dit leidt tot een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming. Wanneer sprake is van een overtreding van een of meerdere verbodsbepalingen dan is het verkrijgen van een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. Om deze te verkrijgen moeten mitigerende maatregelen worden genomen, afgestemd op de soorten die in het geding zijn en de functies die de locatie voor deze soorten vervuld. Voorbeelden van mitigerende maatregelen zijn: zorgen voor nieuwe permanente verblijfplaatsen, werken buiten de meest kwetsbare periode van de betrokken soorten en zorgen dat de betrokken soorten geen negatieve effecten ondervinden. Als de juiste en voldoende mitigerende maatregelen zijn getroffen, dan kan door bevoegd gezag een ontheffing van de Wet natuurbescherming worden verleend.
Achterste Heistraat 2 Uit het flora en faunaonderzoek volgt: Met de sloop van de varkensstal gaan geen vaste rust- of verblijfplaatsen, of essentieel leefgebied van beschermde soorten verloren. Op de locatie worden algemeen voorkomende soorten verwacht. Voor de algemeen voorkomende beschermde soorten geldt dat er geen ontheffing nodig is, mits de zorgplicht in acht wordt genomen. Tijdens het veldbezoek zijn geen zwaar beschermde soorten waargenomen. In het plangebied zijn geen vogels met jaarrond beschermde nesten in bomen of in de te slopen varkensstal aangetroffen. Onder de dakpannen van de bedrijfswoning zijn huismusnesten aangetroffen, echter deze woning blijft gehandhaafd. Ook het groen dat hoort tot het functionele leefgebied van de huismus blijft intact. Als de aanbevelingen voor Vogels algemeen (rekening houden met het broedseizoen) en Rugstreeppad (natte plekken en kleine plasjes afdekken of dempen, of paddenschermen plaatsen, en tijdig zandige omstandigheden wegnemen of alle werkzaamheden afronden voor eind augustus.) worden opgevolgd, zijn er geen belemmeringen voor de sloop van de varkensstal in het kader van de Wet natuurbescherming. Nader onderzoek of een ontheffingsaanvraag is niet aan de orde.
3.2.3 Effectscores soortenbescherming Wet natuurbescherming Het trendmatig scenario is op het criterium effecten op soorten beoordeeld als licht negatief (0/-) ten opzichte van de referentiesituatie. En het worstcase alternatief is voor dit criterium beoordeeld als zeer negatief (--) ten opzichte van de referentiesituatie, vanwege de leemte in kennis ten aanzien van gebied specifieke informatie over voorkomen van soorten. Tenslotte is het worstcase scenario een theoretisch (maximaal) scenario en is de effectscore gebaseerd op met name de theoretische mogelijkheid dat alle veehouderijen mogen groeien tot 1,5 ha en dat binnen de gebiedsbestemming Agrarisch omgeschakeld kan worden naar vollegronds boomteelt i.c.m. leemten in kennis over voorkomen van soorten.
26
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
P186126.006
De algemene zorgplicht van de Wet natuurbescherming geldt altijd voor alle planten en dieren (of ze beschermd zijn of niet en ook als een ontheffing is verleend) en houdt in dat: Een ieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wilde levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora en fauna kunnen worden veroorzaakt, is verplicht dergelijk handelen achterwege te laten voor zover zulks in redelijkheid kan worden gevergd, danwel alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd teneinde die gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken of ongedaan maken. Volgens de bureaustudie komt er een diversiteit aan soorten voor in met name gebieden behorende tot het NNB, met enkele zwaar beschermde soorten. In het agrarisch gebied zijn geen waarnemingen van zwaar beschermde soorten, maar het aantal waarnemingen is ook veel beperkter dan voor de NNB-gebieden. Voor de algemeen voorkomende beschermde soorten geldt dat er geen ontheffing nodig is, mits de algemene zorgplicht volgens de wet natuurbescherming in acht wordt genomen. Wanneer zwaar beschermde soorten aanwezig zijn en sprake is van een overtreding van een of meerdere verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming dan is een ontheffing vereist.
Om deze te krijgen moeten mitigerende maatregelen worden genomen, afgestemd op de specifieke soorten die in het geding zijn en de functies die een gebouw of locatie voor deze soorten vervuld. Voorbeelden van mitigerende maatregelen zijn: aanbrengen van tijdelijke verblijf- en/of nestplaatsen tijdens de werkzaamheden, zorgen voor nieuwe permanente verblijf- en/of nestplaatsen in de nieuwe situatie, werken buiten de meest kwetsbare periode van de betrokken soorten en zorgen dat de betrokken soorten geen gebruik kunnen maken van het pand of de locatie ten tijde van de werkzaamheden. Dit is echter afhankelijk van de ter plaatse aanwezige soorten, de exacte invulling van het bouwblok of de uitbreiding daarvan en de omgeving en is maatwerk en van een ander abstractieniveau dan het PlanMER. In een landelijke omgeving zijn mitigerende maatregelen vaak goed in te passen. Gezien de aanvullende informatie en voorgaande overwegingen kan dat de effectscore van het worstcase scenario bijgesteld worden naar ‘licht negatief’. Wijziging Tabel 13 PlanMER deel B: Totale effectscores natuur
Criterium Soortenbescherming Wet natuurbescherming
Trendmatig scenario 0/-
Worstcase scenario 0/-
Score:++ = zeer positief; + = positief; 0/+ = licht positief; 0 = neutraal; 0/- = licht negatief; -= negatief; - - = zeer negatief
Aanvulling Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best
27
P186126.006
BIJLAGE: BUREAUSTUDIE FLORA EN FAUNA BUITENGEBIED BEST, OKT 2021, STARO
28
Plan-MER Bestemmingsplan Buitengebied Best 2021– Deel A
Bureauonderzoek beschermde soorten Bestemmingsplan buitengebied Best Datum Opdrachtgever Contactpersoon Opgesteld door
: 3 november 2021 : PouderoyenTonnaer : Emmy Hendriksen : Eric Claassen
Aanleiding Voor het buitengebied van de gemeente Best is PouderoyenTonnaer bezig met het opstellen van een nieuw bestemmingsplan. In het kader van dit bestemmingsplan is het gewenst inzicht te verkrijgen in de aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen het bestemmingsplangebied. Daartoe is een bureauonderzoek uitgevoerd waarbij gegevens uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) inzichtelijk zijn gemaakt. De resultaten van het onderzoek zijn in deze notitie weergegeven en van een beknopte toelichting voorzien.
Wet natuurbescherming Op het gebied van soortbescherming is het uitgangspunt van de Wet natuurbescherming dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan; het ‘nee, tenzij-principe’. De Wet natuurbescherming kent een apart beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn en een apart beschermingsregime voor andere soorten, die vanuit nationaal oogpunt beschermd worden. Elk van deze beschermingsregimes kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De Wet natuurbescherming kent de volgende drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels beschermd volgens het beschermingsregime van de Europese Vogelrichtlijn; 2. Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Verdrag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt; 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal oogpunt bescherming behoeven. De drie beschermingsregimes kennen elk hun eigen verbodsbepalingen.
De verbodsbepalingen voor vogels en overige Europese soorten (categorie 1 en 2) zijn letterlijk overgenomen uit respectievelijk de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Voor de andere, ‘nationaal’ beschermde soorten (categorie 3) gelden verbodsbepalingen die geïnspireerd zijn op de Habitatrichtlijn, maar in sommige opzichten minder streng zijn. In tabel 1 zijn de verbodsbepalingen per regime weergegeven. Om af te mogen wijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan drie criteria zijn voldaan: Er mag alleen van de verbodsbepalingen worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is;
Er moet sprake zijn van een in de wet genoemd belang. De wet geeft voor
de verschillende beschermingsregimes aan wat die belangen zijn, zoals ruimtelijke ontwikkeling, volksgezondheid of openbare veiligheid; Er mag geen afbreuk worden gedaan aan de staat van instandhouding van de soort.
Als aan deze drie vereisten voldaan is, kan een ontheffing worden verleend. Voor een aantal handelingen is bovendien vrijstelling mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van een provinciale verordening of een gedragscode. Tabel 1. Verbodsbepalingen per categorie beschermde soorten Categorie 1 (§ 3.1 Wnb) Categorie 2 (§ 3.2 Wnb) Art 3.1 lid 1 Art 3.5 lid 1 Het is verboden in het wild levende Het is verboden soorten in hun vogels opzettelijk te doden of te natuurlijke verspreidingsgebied vangen opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Art 3.5 lid 4 Het is verboden opzettelijk nesten, Het is verboden de rustplaatsen en eieren van vogels te voortplantingsplaatsen of rustplaatsen vernielen of te beschadigen, of nesten van dieren te beschadigen of te van vogels weg te nemen vernielen Art 3.1 lid 3 Art. 3.5 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en Het is verboden eieren van dieren in de deze onder zich te hebben natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Art 3.1 lid 4 en lid 5 Art 3.5 lid 2 Het is verboden vogels opzettelijk te Het is verboden dieren opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van verstoren wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Categorie 3 (§ 3.3 Wnb) Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen -
-
Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen
Zorgplicht Voor alle in het wild levende planten en dieren, ook niet beschermde soorten, kent de Wet natuurbescherming een zorgplicht. De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. Dit betekent dat voorafgaand aan handelingen inzichtelijk moet zijn welke natuurwaarden aanwezig zijn, de kwetsbaarheid hiervan en de mogelijke gevolgen die de handeling hiervoor kan hebben. Bij de uitvoering van de handelingen dienen negatieve gevolgen zoveel mogelijk te worden voorkomen, dan wel beperkt of ongedaan te worden gemaakt. De zorgplicht is altijd van toepassing, ongeacht vrijstelling of ontheffing.
Methode De aanwezigheid van beschermde flora en fauna binnen het bestemmingsplangebied is bepaald aan de hand van data uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF bundelt, uniformeert en valideert natuurgegevens in Nederland. De gegevens brengen in beeld wat in een bepaald gebied bekend is over het voorkomen van planten- en diersoorten. De waarnemingen in de NDFF zijn afkomstig van professionele en vrijwillige waarnemers1 Voor het bestemmingsplangebied van het bestemmingsplan buitengebied Best zijn de gegevens uit de NDFF gefilterd van de afgelopen 5 jaar (2015 t/m 2021). Daarbij is gekeken naar flora en fauna met een beschermingsstatus volgens de Wet natuurbescherming. De hiermee verkregen data is 1 https://www.ndff.nl/overdendff/
2
uitgesplitst in de soortgroepen, amfibieën, insecten-kevers, insectendagvlinders, insecten-libellen, reptielen, vogels, zoogdieren-vleermuizen en zoogdieren-overige. Van iedere soortgroep is weergegeven welke soorten zijn waargenomen en tot welk beschermingsregime deze behoren. Van de soortgroep vogels is een uitsplitsing gemaakt in vogelsoorten met een jaarrond beschermd nest en soorten die dit niet hebben. Per soortgroep is de verspreiding van de waargenomen soorten over het bestemmingsplangebied in een kaartbeeld weergegeven. Binnen het bestemmingsplangebied liggen natuurgebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Brabant (NNB). De begrenzing van het NNB is op de verspreidingskaarten weergegeven. Hiermee is te zien of waarnemingen binnen of buiten het NNB zijn gedaan.
Verantwoording Dit onderzoek betreft een bureauonderzoek naar de aanwezigheid van beschermde flora en fauna in het bestemmingsplangebied. Hierbij is alleen gebruikgemaakt van gegevens uit de NDFF. Andere bronnen zijn niet geraadpleegd. De volledigheid van de gegevens in de NDFF hangt af van de mate van onderzoek wat is uitgevoerd. De NDFF geeft een oordeel over de volledigheid. Voor het bestemmingsplangebied geldt dat over het algemeen voor alle soortgroepen de volledigheid van de gegevens in de delen van het bestemmingsplangebied die binnen het NNB liggen als goed wordt beoordeeld. Voor de delen van het bestemmingsplangebied die buiten het NNB liggen wordt de volledigheid van de gegevens als redelijk tot slecht beoordeeld. Dit houdt in dat er soorten in het gebied aanwezig kunnen zijn die niet als waarneming in de NDFF staan vermeld. Het voorliggende bureauonderzoek geeft zodoende geen volledige zekerheid over de afwezigheid van beschermde flora en fauna binnen het bestemmingsplangebied. Dit onderzoek geeft weer welke waarnemingen in de NDFF staan ten tijde van raadpleging (21 oktober 2021). De NDFF wordt continue bijgewerkt. De gegevens kunnen dus veranderen. Dit bureauonderzoek is om voorgaande redenen niet als enige middel te gebruiken voor toetsing van ontwikkelingen aan de Wet natuurbescherming.
Voor dat doel dient op zijn minst ook een veldbezoek te worden uitgevoerd naar de actuele situatie in het plangebied. In deze notitie zijn verspreidingskaarten opgenomen met waarnemingen uit de NDFF. Deze informatie mag niet zonder toestemming van BIJ12 worden verstrekt aan derden of op enige andere wijze openbaar worden gemaakt. Resultaten In totaal zijn de afgelopen 5 jaar binnen het bestemmingsplangebied 4452 waarnemingen gedaan van 123 verschillende soorten. Deze soorten behoren tot de soortgroepen vleermuizen (5 soorten), overige zoogdieren (18 soorten), vogels (83 soorten), reptielen (2 soorten), amfibieën (10 soorten), dagvlinders (3 soorten), libellen (1 soort) en kevers (1 soort). In figuur 1 is de verspreiding over het bestemmingsplangebied weergegeven van het totaal aantal waarnemingen van de afgelopen 5 jaar. In deze figuur is eveneens de begrenzing aangegeven van het NNB. De figuur laat duidelijk zien dat de meeste waarnemingen zijn gedaan in de gebieden die behoren tot het NNB. Meest logische verklaring hiervoor, en deels blijkt dit ook uit de aan de waarnemingen gekoppelde informatie, is dat in deze NNB-gebieden onderzoek wordt uitgevoerd ten behoeve van de monitoring van de natuurkwaliteit.
3
Figuur 1. Verspreiding over het bestemmingsplangebied van alle waarnemingen van de afgelopen 5 jaar. Tussen haakjes het aantal waarnemingen per soortgroep.
Onderstaand is per soortgroep weergegeven welke soorten de afgelopen 5 jaar zijn waargenomen. Per soort is aangegeven welk beschermingsregime vanuit de Wet natuurbescherming geldt. De verspreiding van de soorten over het bestemmingsplangebied is per soortgroep in een kaart weergegeven. Vleermuizen Tabel 2. Vleermuizen, soorten en aantallen. # invoer = het aantal waarnemingen ingevoerd in de NDFF. totaal aantal = het aantal keren dat een soort is waargenomen. Voor uitleg beschermingsregime, zie paragraaf Wet natuurbescherming
Soorten Vleermuizen Gewone dwergvleermuis Gewone/Grijze grootoorvleermuis Laatvlieger Rosse vleermuis Watervleermuis
totaal Beschermingsregime # invoer aantal Wnb Opmerkingen § 3.1 § 3.2 § 3.3 20 1 3 2 1
29 1 5 2 1
x x x x x
geen verblijfplaatsen bekend geen verblijfplaatsen bekend geen verblijfplaatsen bekend geen verblijfplaatsen bekend juveniel, geen verblijfplaatsen bekend
Van de vleermuizen zijn geen waarnemingen van verblijfplaatsen in de NDFF bekend. Desalniettemin duidt de waarneming van een juveniele watervleermuis wel op de aanwezigheid van een kraamverblijfplaats in de omgeving van deze waarneming. In de kaart is te zien dat de waarnemingen van vleermuizen alleen gedaan zijn in gebieden die tot het NNB behoren. De volledigheid van de 4
gegevens van vleermuizen is volgens de NDFF slecht en voor een zeer klein deel van het bestemmingsplangebied redelijk. Er mag verwacht worden dat de aantallen vleermuizen en de verspreiding over het bestemmingsplangebied groter zijn.
Figuur 2. Verspreiding over het bestemmingsplangebied van waarnemingen van vleermuizen. Tussen haakjes het aantal waarnemingen per soort.
5
Overige zoogdieren Tabel 3. Overige zoogdieren, soorten en aantallen. # invoer = het aantal waarnemingen ingevoerd in de NDFF. totaal aantal = het aantal keren dat een soort is waargenomen. Voor uitleg beschermingsregime, zie paragraaf Wet natuurbescherming vrijgesteld*: In verband met handelingen als bedoeld in artikel 3.10, tweede lid, onder a, e, f en g, Wet natuurbescherming, is het in afwijking van artikel 3.10, eerste lid, Wet natuurbescherming, toegestaan om: a) deze soorten te vangen; b) de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van deze soorten opzettelijk te beschadigen of te vernielen.