CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.9 - Nota inspraak en vooroverleg

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied25.667 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best”

Bestemmingsplan Buitengebied Best

Conceptversie, april2021 BL20-11646

Pagina 1 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

Pagina 2 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

Inleiding Voor u ligt de Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best”. Deze Nota bevat de samenvatting en beantwoording van de inspraakreacties op het voorontwerp van het bestemmingsplan Buitengebied Best 2019.

A.

Algemeen

Het voorontwerpbestemmingsplan “Buitengebied Best 2019” heeft op grond van de gemeentelijke Inspraakverordening met ingang van 6 februari 2019 gedurende zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis van Best. Het is gepubliceerd op de gemeentelijke website en was digitaal raadpleegbaar op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze periode kon een ieder een inspraakreactie over het bestemmingsplan indienen. Gedurende deze termijn zijn 100 inspraakreacties ontvangen. Tevens zijn de stukken aan diverse overleginstanties gestuurd in het kader van het wettelijk vooroverleg als bedoeld in artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening. 8 overleginstanties hebben gereageerd op het voorontwerpbestemmingsplan.

B.

Wijze van behandeling

Inspraakreacties Onder C is een overzicht van de ingekomen inspraakreacties opgenomen. Iedere reclamant (indiener inspraakreactie) heeft een nummer gekregen om de reactie te kunnen onderscheiden. Alle inspraakreacties zijn binnen de termijn ingediend en zijn daarmee ontvankelijk verklaard. De ingediende inspraakreacties zijn in deze nota in de linker kolom samengevat weergegeven. Dit betekent niet dat die onderdelen van de reacties, die niet expliciet worden genoemd, niet bij de beoordeling zouden zijn betrokken. De reacties zijn in hun geheel beoordeeld. In de tweede kolom is een reactie van de gemeente opgenomen. Naar aanleiding van de ingebrachte inspraakreacties kan er sprake zijn van door te voeren wijzigingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Dit is onderaan weergegeven bij de conclusies. Een aantal reacties hebben betrekking op de Landschapsinvesteringsregeling 2019 of op de Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best. Deze reacties zijn reeds beantwoord in de “Nota inspraakreacties Landschapsinvesteringsregeling 2019” (BL19-16235) en de “Nota inspraak en ambtshalve wijzigingen Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best” (BL20-15790). De reacties komen niet meer terug in deze nota.

Vooroverlegreacties Onder D is een overzicht van de betrokken vooroverleginstanties opgenomen. Ook deze reacties zijn in deze nota samengevat weergegeven en voorzien van een reactie van de gemeente.

Pagina 3 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

C.

INGEKOMEN INSPRAAKREACTIES

Pagina 4 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

1. EI19-00483 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. De locatie is voorzien van een bouwblok, echter is een deel van de aanwezige voorzieningen niet opgenomen binnen het bouwblok. Aan de oostelijke zijde van het bouwblok bevindt zich een opslagterrein met daarop tevens een sleufsilo en schapenstal, deze voorzieningen zouden binnen het bouwblok gesitueerd moeten zijn.

In het voorontwerpbestemmingsplan is de locatie bestemd als ‘Bedrijf – 1’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – loonwerkbedrijf’. Het toegekende bestemmingsvlak komt nagenoeg overeen met het geldende bestemmingsvlak. Het overige gebruik van de voorzieningen aan de oostelijke zijde van het bedrijf is op basis van de rechtsgang in het ontwerpplan mogelijk gemaakt door ze aan te duiden als ‘voorzieningen buiten het bouwblok’.

In het vorige bestemmingsplan waren de voorzieningen aan de oostelijke zijde van het bedrijf eveneens niet opgenomen binnen het bouwblok. Een rechtsgang heeft vervolgens bepaald dat deze voorzieningen positief bestemd moeten worden. b. In het kader van de Wet voorkeursrecht gemeenten heeft de gemeente Best in de directe nabijheid van de locatie van cliënt op diverse plaatsen archeologisch onderzoek verricht. Het door de gemeente uitgevoerde onderzoek heeft een dusdanige verstoring binnen het bouwvlak aangetoond dat de trefkans nihil is. Derhalve verzoekt inspreker namens cliënt om de dubbelbestemming 'Archeologie 4' te verwijderen. c. Naast de hoofdactiviteit is er nog sprake van een kleinschalige veehouderij. Daarom wordt verzocht om de functieaanduidingen 'specifieke vorm van agrarisch - stieren' en soortgelijke aanduidingen voor de paarden en schapen op te nemen en toe te voegen aan de regels.

Indien hierbij wordt verwezen naar het archeologisch onderzoek dat verricht is in het kader van het bestemmingsplan Aarlesche Erven, dan blijkt juist een hoge archeologische verwachting van het hele gebied Aarle. Het perceel is destijds niet onderzocht in dat kader. Alleen de delen die bij het archeologisch onderzoek zijn onderzocht, hebben geen archeologische dubbelbestemming meer.

Dit is in het ontwerp aangepast, waarbij de kleinschalige veehouderij in de regels wordt opgenomen.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Voor de bestaande voorzieningen aan oostzijde van het bouwvlak is de aanduiding ‘overige zone – voorziening buiten bouwvlak’ op de verbeelding opgenomen. In de regels wordt verbaal de bestaande kleinschalige veehouderij als nevenactiviteit toegevoegd.

Pagina 5 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

2. EI19-00315 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Inspreker verzoekt ter plaatse van het van inspreker de Waarde – Archeologie 3 en 4 te verwijderen, gezien het feit dat er in het verleden reeds grond(roer)activiteiten hebben plaatsgevonden.

De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie. De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Het gaat daarbij zowel om verstoringen door de aanleg van drainage, afgraving, egalisatie als door het bestaande gebruik voor het telen van specifieke gewassen als bijvoorbeeld asperges en bomen.

De aan te leveren gegevens dienen geverifieerd te kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van foto’s, kaarten en rapporten. Er is niet middels gegevens aangetoond dat van een dergelijke situatie sprake is. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 6 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

3. EI19-00333 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Inspreker verzoekt om op zijn perceel het bouwvlak te vergroten tot 1500 m2 en dit in overeenstemming te brengen met de overige bouwvlakken. Dit mede gezien de nieuwe eigendomssituaties.

Het in het voorontwerpbestemmingsplan toegekende bouwvlak heeft een oppervlakte van circa 700 m2 en is begrensd op de kadastrale perceelgrenzen. Een deel van de als privé-tuin in gebruik zijnde gronden, is gelegen in de aangrenzende agrarische bestemming. Omdat de systematiek van de geldende planologische regeling het gebruik van gronden voor woondoeleinden tot 1.500 m2 rechtstreeks toestaat wordt het bouwvlak voor deze locatie vergroot tot 1.500 m2.

b. Aangezien het perceel van inspreker in het verleden nagenoeg volledig bebouwd en verhard is geweest en deze bebouwing ook gesloopt en verwijderd is inclusief de putten die zich onder en achter de stallen bevonden, verzoekt inspreker om de dubbelbestemming waarde archeologie 3 en 4 van het perceel af te halen. De grond is dusdanig geroerd, omgezet en aangevuld na de sloop dat er geen archeologische verwachting meer aanwezig kan zijn op het perceel.

De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie. De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Het gaat daarbij zowel om verstoringen door de aanleg van drainage, afgraving, egalisatie als door het bestaande gebruik voor het telen van specifieke gewassen als bijvoorbeeld asperges en bomen.

De aan te leveren gegevens dienen geverifieerd te kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van foto’s, kaarten en rapporten. Er is niet middels gegevens aangetoond dat van een

Pagina 7 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

dergelijke situatie sprake is. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd. Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De woonbestemming op de verbeelding is aangepast naar 1500m2

Pagina 8 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

4. PI19-02352 + PI19-01714, BL19-03836 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker verzoekt de omvang van zijn vigerende bouwvlak van 1,2 hectare op te nemen zoals weergegeven in de bijlage van de inspraakreactie en de aanpassingen in het bestemmingsplan intensief te overleggen met de ondernemer.

In het voorontwerpbestemmingsplan was het geldend bestemmingsvlak van vorm gewijzigd, teneinde bestaande bebouwing binnen het bestemmingsvlak te brengen. Hierbij heeft abusievelijk een geringe verkleining plaats gevonden. In het ontwerpbestemmingsplan is een bestemmingsvlak opgenomen van 1,2 hectare. Hierbij is zoveel mogelijk aangesloten bij de door indiener gewenste vorm van het bestemmingsvlak. Conclusie

De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het bestemmingsvlak op de verbeelding is aangepast tot de vigerende omvang van 1,2 ha.

Pagina 9 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

5. EI19-00238 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Inspreker verzoekt om een maximale bouwoppervlakte 375 m2, zoals het vanaf 2000 aanwezig is (zie ook bijgevoegde luchtfoto), of liever nog 400 m2 op te nemen om een klein beetje speling te hebben.

In het voorontwerpbestemmingsplan is aan de locatie de bestemming ‘Bedrijf-1’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – fouragehandel’ toegekend. Er is 290 m2 bedrijfsbebouwing toegestaan. Het betreffende bedrijfsgebouw is eerder vergund. De oppervlakte hiervan is 375 m2 en dit is in het bestemmingsplan opgenomen in artikel 10.1.2 van de regels.

b. In oktober 1999 is door het college van B en W een milieuvergunning verleend voor transport op en overslag voorzien van voorschriften maar wel met de mogelijkheid van lassen, boren, slijpen, zagen en het laden en lossen met heftrucks en het warmdraaien van vrachtwagens. Dit alles moet wel mogelijk blijven. c. Ook is het gehele perceel zoals in 1990 op papier beloofd te bestemmen als agrarisch toeleveringsbedrijf nog niet geheel meegenomen.

In het bestemmingsplan wordt de locatie bestemd als fouragehandel. Het gebruik van de locatie als fouragehandel is daarmee planologisch geregeld. Daarnaast dient het bedrijf te beschikken over een milieuvergunning/ melding. De hierin vergunde activiteiten zijn toegestaan op deze locatie.

Uitgangspunt is het bestemmingsplan 2002 met daarbij de aanduiding fouragehandel. Niet duidelijk is wat inspreker precies bedoeld en wat nog niet geheel is meegenomen. Conclusie

De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De maximale bouwoppervlakte in de regels is aangepast tot 375 m2.

Pagina 10 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

6. PI19-02345 + PI19-01711 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Inspreker verzoekt het bouwvlak op te nemen zoals weergegeven in de bijlage van de inspraakreactie.

In het voorontwerpbestemmingsplan is het huidig geldend bestemmingsvlak uit bestemmingsplan Buitengebied Best 2002 opgenomen. Door de provincie Noord-Brabant is namelijk destijds goedkeuring onthouden (aangeduid met ‘GO’) voor het deel van het bouwblok aan de westzijde van het perceel.

b. Inspreker verzoekt verder:  Het bouwblok te wijzigen t.b.v. kantoor / distributie KI-station 'Fokkerij Centrum Nederland'.  Handhaven van bestaand gebruik: Varkenshouderij + KI-station.  Toestaan van nevenactiviteit : Hondenfokkerij maximaal bebouwd oppervlak 400 m2;

Binnen het huidig geldend bestemmingsvlak is geen ruimte voor vormverandering. Voor vergroting van het bestemmingsvlak dient een afzonderlijke procedure gevolgd te worden, waarin alle waarden en belangen goed tegen elkaar afgewogen kunnen worden. In het voorontwerpbestemmingsplan was aan de locatie reeds de bestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ toegekend met de aanduidingen voor ‘specifieke vorm van agrarisch – ki – station’ en ‘specifieke vorm van agrarisch – varkens’. Een vergroting van het bestemmingsvlak wordt in dit bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. Aanvrager heeft hiervoor reeds een aparte aanvraag voor ingediend. Voor de hondenfokkerij is inmiddels ook een aanvraag ingediend. Naar aanleiding van de inspraakreactie en de aanvraag is reeds aan inspreker aangegeven dat een hondenfokkerij zoals bedoelt in de aanvraag niet wenselijk is op die locatie. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 11 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

7. PI19-00343 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Aanduiding streekproductenwinkel ontbreekt op perceel van inspreker. Inspreker wil dat er bij de aanduiding tuincentrum ‘groencentrum’ wordt vermeld en wil graag 6 keer per jaar evenementen op locatie te organiseren (kleinhuisdierenshow, tuinbeurs ed.).

Voor de locatie was in het voorontwerp een bedrijfsbestemming opgenomen met daarbij de aanduiding ‘tuincentrum’. Gezien de inspraakreactie is het wenselijker om dit aan te passen en de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – groencentrum’ op te nemen. De begripsbepaling wordt hier ook op aangepast. Een aanduiding voor de streekproductenwinkel is niet noodzakelijk omdat in de regels ondergeschikte detailhandel voor streekgebondenproducten met maximaal 100 m2 rechtstreeks is toegestaan. Daarnaast is de mogelijkheid tot het houden van evenementen voor het perceel opgenomen in de regels. Conclusie

De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de aanduiding ‘tuincentrum’ gewijzigd in ‘groencentrum’ en tevens is dit aangepast in artikel 10.1.2 In de planregels is de begripsbepaling groencentrum in artikel 1 (1.60) aangepast In de planregels is het toestaan van 6 evenementen toegevoegd aan de regeling in artikel 10.1.2

Pagina 12 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

8. EI19-00410 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Op het gedeelte waar nu een agrarische bestemming is opgelegd, ziet inspreker graag bestemd tot een woonbestemming

Deze inspraakreactie is reeds beantwoord met brief PU20-03316 (d.d. 16-06-2020). Hierin was verwoord dat dit niet mogelijk was vanwege de geurverordening. Inmiddels is de geurverordening aangepast en kan een woonbestemming worden gerealiseerd. Hiertoe is een ruimtelijke onderbouwing opgesteld, die in het ontwerpbestemmingsplan is doorvertaald door het opnemen van een woonbestemming.

Op het perceel van inspreker staan ruim 400 m2 bijgebouwen. Inspreker zou graag willen dat deze oppervlakten opgenomen wordt in het nieuwe bestemmingsplan Buitengebied 2019.

Conform het gestelde in de opgestelde ruimtelijke onderbouwing heeft op onderhavige voormalige veehouderij locatie al omvangrijke sloop van bedrijfsbebouwing plaats gevonden. De nu nog resterende bebouwing is in gebruik voor opslag en wordt aanvaardbaar geacht. De maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen is middels een aanduiding op de verbeelding opgenomen. Conclusie

De inspraakreactie geeft een aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De bestemming ‘Agrarisch-agrarisch bedrijf’ is omgezet in een woonbestemming. Voor de toegestane bijgebouwen is een maatvoeringsaanduiding van 450 m2 op de verbeelding opgenomen.

Pagina 13 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

9. EI19-00481 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Inspreker verzoekt het visiedocument “Visie duurzame energie in het buitengebied” te ontkoppelen van het voorontwerp Bestemmingsplan Buitengebied.

Dit deel van de inspraakreactie is reeds beantwoord. De beantwoording maakt onderdeel uit van de “Nota inspraak en ambtshalve wijzigingen Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best” (BL20-15790).

b. Inspreker verzoekt de bolle akkers m.b.t. boomteelt te beschermen en een quotum in te stellen.

Binnen de verschillende bestemmingen is sprake van specifieke natuur- en landschapswaarden. Het huidige agrarisch gebruik kan worden voortgezet, mits aanwezige specifieke landschapswaarden, van bijzonder gemeentelijk belang, niet onevenredig worden aangetast. Hiertoe zijn in de bestemmingsregeling bepalingen opgenomen in het stelsel van omgevingsvergunningen voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Bepaalde bodemingrepen en werkzaamheden dienen vooraf nader te worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Dit geldt onder meer ook voor in gebruik name van gronden/percelen voor boomteelt. In plaats van een quotum zijn bestaande boomteeltpercelen gelegen binnen attentiezone waterhuishouding op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ’boomteelt’. Mochten er na de vaststelling van het bestemmingsplan verzoeken komen voor andere percelen, dan wordt steeds een afweging gemaakt voor de aangevraagde locatie op landschaps- en natuurwaarden en mogelijke effecten daarop. Het instellen van een quotum is niet wenselijk omdat er een locatie specifieke afweging kan worden gemaakt.

c. Inspreker verzoekt het aspect “Licht” toe te voegen aan het hoofdstuk milieu-aspecten en lichtreclames in het buitengebied te verbieden. Inspreker geeft aan zoveel mogelijk diervriendelijk licht te gebruiken.

Dit soort zaken wordt niet geregeld op bestemmingsplanniveau maar bijvoorbeeld in de algemene plaatselijke verordening. Mogelijke lichthinder vanuit glastuinbouwbedrijven kan wel in een bestemmingsplan worden geregeld, dit komt in het plangebied echter niet voor. Daarnaast kan over de openbare verlichting het volgende worden opgemerkt. De gemeente Best heeft steeds meer aandacht voor de relatie tussen flora en fauna en openbare verlichting. Als voorbeeld hebben we rondom het viaduct Eindhovenseweg-Zuid – Wilhelminakanaal voor de slowlane rekening gehouden met vleermuizen en daarvoor roodkleurige (amber) verlichting toegepast. Daarnaast passen we doorgaans in het buitengebied minder verlichting toe omdat het minder dicht bebouwd

Pagina 14 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

is. Ook hebben we op plekken dicht bij een natuurgebied (Bijv. Joe Mannweg) de afspraak dat de verlichting ‘s nachts uit is. d. Inspreker verzoekt zonnepaneelvelden altijd in categorie 3 van de LIR-regeling te laten vallen.

Dit deel van de inspraakreactie is ook reeds beantwoord in de “Nota inspraakreacties Landschapsinvesteringsregeling 2019” (BL19-16235). De landschapsinvesteringsregeling is aangepast zodat zonnevelden standaard onder categorie 3 vallen en er is een vast bedrag per m² opgenomen voor de te berekenen tegenprestatie naast de landschappelijke inpassing. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 15 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

10. PI19-01612 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Insprekers hebben in het verleden reeds enkel bijgebouwen vergund gebouwd. Het totaal bedraagt meer dan de toegestane 100m2. Insprekers verzoeken de verbeelding en regels hier op aan te passen en 200 m2 bijgebouwen toe te staan op hun perceel.

De aangebouwde bijgebouwen bij de woning zijn gebouwd met een sloop-bonusregeling. Dit wordt meegerekend met de inhoud van de woning. De inhoud van een woning mag niet meer bedragen dan 750 m3 tenzij de inhoud van de bestaande woning al meer bedraagt, dan is dat de maximale inhoud. Het losstaande bijgebouw is kleiner dan 100 m2 en past binnen de regeling van 100m2 aan bijgebouwen. Het is dus niet noodzakelijk om 200m2 aan bijgebouwen op te nemen in de regels en verbeelding. Dit betreft maatwerksituaties waarbij een tegenprestatie is geleverd bijvoorbeeld door de sloop van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen danwel door een kwaliteitsinvestering in het landschap. Voor het perceel van inspreker is ook maatwerk toegepast ten aanzien van het vergroten van de woning (zie reactie hierboven). Daarom is het niet nodig om de bijgebouwen regeling aan te passen.

b. In recente bestemmingsplannen buiten de bebouwde kom wordt een grotere maat aan bijgebouwen in de woonbestemming toegelaten dan in het voorontwerp bestemmingsplan Buitengebied 2019.

c. Insprekers verzoeken aan te sluiten bij recente bestemmingsplannen en de maximale inhoud van de woning vast te leggen op 1.000 m3, danwel te bepalen dat voor grotere percelen (groter dan 1.500 m2 of 2.000 m2) een maximum inhoud geldt van 1.000 m3. d. De vorm van het bouwvlak is aan de achterzijde van het perceel dusdanig vormgegeven waardoor op een behoorlijk stuk grond geen bijgebouwen mogelijk zijn, terwijl dat op andere percelen wel tot aan de achterperceelgrens mogelijk is. Insprekers verzoeken om de bouwgrens aan de achterzijde van hun perceel gelijk te laten lopen met de achterperceelgrens, net als dat bij de omliggende percelen is gebeurd.

De opgenomen oppervlakte maat van 750 m3 is passend bij de maat en schaal van het buitengebied en door de gemeenteraad vastgelegd in de Nota van Uitgangspunten. Maatwerksituaties zijn mogelijk indien een tegenprestatie wordt geleverd bijvoorbeeld door de sloop van voormalige (agrarische) bedrijfsgebouwen danwel door een kwaliteitsinvestering in het landschap. Voor woonbestemmingen geldt op grond van het huidige bestemmingsplan een oppervlaktemaat van 1.500 m2 bouwvlak. Dit is ook toegekend aan het betreffende perceel. Vergeleken bij omliggende percelen is dit perceel breder waardoor er minder diepte kan worden toegekend. Alle bebouwing, tuin en erf valt er nu binnen. Het overige deel valt onder Tuin-Landschappelijk.

e. Insprekers hebben een milieuvergunning voor het houden van 20 honden en 1 paard. Deze mogelijkheid willen insprekers open houden om dit gebruik in de toekomst voort te kunnen zetten.

Het bestemmingsplan regelt niks over het toekennen of intrekken van milieuvergunningen. Dit is geregeld in het milieuspoor. Deze reactie leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan. Ten overvloede wordt opgemerkt dat op deze locatie geen milieuvergunning meer rust. In 1995 is een

Pagina 16 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

oprichtingsvergunning verleend. Deze vergunning is van rechtswege vervallen en vervangen door het Activiteitenbesluit toen dit besluit in werking trad. Daarbij verviel de vergunningplicht en werd het bedrijf meldingsplichtig. In 2019 is er door de ODZOB een controle uitgevoerd. Daarbij is geconstateerd dat er geen bedrijfsmatige activiteiten meer plaatsvinden en dat het Activiteitenbesluit niet langer van toepassing is. Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 17 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

11. PI19-00683 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker verzoekt om de bestemming van het perceel zodanig aan te passen dat de bouw van een volwaardige tweede woning op het totale perceel mogelijk wordt.

Beleidsmatig gezien wordt zowel op provinciaal als gemeentelijk niveau terughoudend omgegaan met het toevoegen van nieuwe woningen aan het buitengebied. Dit is slechts in een aantal gevallen mogelijk waaronder de wijziging van een bestaande bedrijfswoning naar burgerwoning of het realiseren van een zogenaamde ruimte- voor-ruimte woning. Op basis van de Structuurvisie Buitengebied zijn geen ruimte voor ruimte woningen meer mogelijk in dit deel van Best. Bovendien is een tweede woning ook stedenbouwkundig niet aanvaardbaar. Omdat met een tweede woning dezelfde typologie en sfeer (bebouwd-onbebouwd) niet kan worden gewaarborgd. Invulling van een tweede woning leidt tot verlies van de open kwaliteit, die er aan deze kant van de Boslaan nog aanwezig is. De conclusie is dat een tweede woning niet mogelijk is. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 18 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

12. EI19-00490 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker verzoekt namens cliënt het bouwvlak van vorm te veranderen conform bijgevoegde tekening in de inspraakreactie zodat het bouwvlak doelmatiger kan worden gebruikt.

De locatie is bestemd als ‘Agrarisch – agrarisch bedrijf’ met een bestemmingsvlak conform de geldende planologische regeling (d.d. 11 mei 20210) en tevens voorzien van de specifieke aanduiding voor varkens. De voorgestelde vormverandering is niet mogelijk. Aangezien de bestaande verhardingen ten westen van de nieuwe stal en aan de zuidzijde ook binnen het bestemmingsvlak dienen te zijn gesitueerd. Voor eventuele vergroting van het bestemmingsvlak dient een afzonderlijke procedure gevolgd te worden, waarin alle waarden en belangen goed tegen elkaar afgewogen kunnen worden. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 19 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

13. EI19-00194 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

De bestemmingsgrens bij het woonhuis en het overige deel van de percelen Broekdijk 12-16 liggen vreemd, nu de klompenfabriek er (al) niet meer staat.

De woning Broekdijk 16 was in het geldend bestemmingsplan (2006) abusievelijk bestemd ten behoeve van Recreatie doeleinden zonder bedrijfswoning.

Daardoor zou de grens recreatie e.d. tegen de achtergevel van het huis vallen. Het zou meer logisch zijn als deze grens nu op de perceelsgrens valt naast het woonhuis inclusief de oprit, perceelnummer 277. Perceel van nummer 14 en 12 is 276.

De woning is altijd als burgerwoning in gebruik geweest (sinds 1967), en was in 2002 ook bestemd als burgerwoning. De woning is daarom in het voorontwerpbestemmingsplan bestemd conform de voormalige en bestaande situatie als burgerwoning. Het perceel L770 (westelijk naast de woning) Broekdijk 16, is in het ontwerpbestemmingsplan aan dit woonperceel en bijbehorende bestemming ‘Wonen’ toegevoegd.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het bestemmingsvlak Wonen ter plaatse van Broekdijk 16 is op de verbeelding aangepast.

Pagina 20 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

14. EI19-00224 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker wil graag dat voor zijn bedrijf Smaekacker de volgende visie wordt mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan. Creëren van een buitenplaats met als hoofdzaak:  Voortzetten van de biologische tuinderij op ambachtelijke schaal met producten voor de regio.  Creatieve werkplaats voor ambachtelijke streekproducten als meubels uit het groene woud.  Behouden en uitbouwen van cultuurhistorische en natuurwaarden van de boerderij , schuur en land.  Wonen in de boerderij. Evt. later zorgfunctie in en om de boerderij. kleinschalig

In het voorontwerpbestemmingsplan is aan de betreffende percelen de bestemming ‘Wonen’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van detailhandel – verkoop van ter plaatse gekweekte producten‘ toegekend. Een deel van de tuinderij is gelegen in de agrarische bestemming. De tuinderij en verkoop van eigen producten is daarmee mogelijk. Uitbreiding van de activiteiten is mogelijk indien ze passen binnen de woonbestemming en voorwaarden voor aan huis verbonden beroepen (milieucategorie 1 en 2).

Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 21 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

15. PI19-01650 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Het perceel van insprekers komen door de ontwikkelingen van het plan Aarlesche Erven omsloten met een woonwijk. Hierdoor gaat het gebruik en genot van het perceel compleet veranderen. Tevens gaan de specifieke kwaliteiten van het wonen in het buitengebied verloren. Insprekers willen onderzoeken wat de mogelijkheden van hun perceel zijn en vragen of het mogelijk is om: 1. Om het perceel in het plan Aarlesche Erven op te nemen; 2. Een tweede bouwblok op te nemen tussen Broekstraat 5 en Broekstraat 7; Een Bouwblok op te nemen op achter terrein. 3. Een Bed en Breakfast te realiseren op het perceel. 4. Het perceel zo te bestemmen dat er volkstuinen kunnen worden ingericht ten behoeve van het bouwplan Aarlesche Erven

1. Het bestemmingsplan Aarlesche Erven is reeds vastgesteld. Het doel van dat plan is de ontwikkeling van een nieuwe woonwijk. Het toevoegen van de locatie aan Aarlesche Erven wijzigt de toegekende woonbestemming niet en is daarom weinig zinvol. 2. Het oprichten van een nieuwe woning moet aan diverse beleidsmatige en milieutechnische voorwaarden voldoen. Daarnaast dient de locatie in ruimtelijk opzicht geschikt te zijn. Gezien de beschikbare ruimte van circa 16 m tussen de beide percelen is het niet aannemelijk dat deze locatie geschikt is voor de realisatie van een nieuw woonperceel. Dit geldt ook voor de realisatie van een woning achter op het perceel, woningen in 2e lijn ten opzichte van de openbare weg zijn niet wenselijk. 3. Wat betreft een Bed&breakfast is in het bestemmingsplan de mogelijkheid opgenomen een kleinschalige overnachtings- voorziening toe te staan. In artikel 27.5.3 zijn de voorwaarden waaraan moet worden voldaan opgenomen. 4. Volkstuinen vormen een recreatieve voorziening, het is te prematuur op voorhand de gronden hiervoor te bestemmen zonder dat deze door initiatiefnemer nader zijn gemotiveerd. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 22 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

16. EI19-00424 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Insprekers willen dat hun bouwblok aangepast wordt aan de noord- en westzijde.

Het in het voorontwerpbestemmingsplan opgenomen agrarisch bestemmingsvlak betreft een doorvertaling van de geldende planologische regeling naar aanleiding van de gevoerde ruimtelijke procedure in 2013. Aan de hand van de recente luchtfoto en kadastrale begrenzing is gezocht naar een logische begrenzing. Naar aanleiding van het verzoek van inspreker is het agrarisch bestemmingsvlak gedeeltelijk van vorm veranderd aan de noord- en westzijde, met inachtneming van de geldende planologische regeling. De bestaande achtertuin dient conform het provinciaal beleid evenwel binnen het bestemmingsvlak te blijven gesitueerd. Conclusie

De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het agrarisch bestemmingsvlak wordt van vorm veranderd aan de noord- westzijde.

Pagina 23 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

17. EI19-00381 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Inspreker verzoekt namens cliënt de gebiedsaanduiding ‘Beperkingen veehouderij’ ter plaatse van het bouwvlak als ter plaatse van het uit te breiden gedeelte bouwvlak te verwijderen.

De aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ is overgenomen uit de provinciale verordening. De gemeente is verplicht deze regeling in haar bestemmingsplan op te nemen. De regeling is echter niet nieuw, in de geldende provinciale verordening is deze bepaling ook al opgenomen met een rechtstreekse werking. De bepaling geldt dus ook als de gemeente het niet zou overnemen in het bestemmingsplan.

b. Inspreker verzoekt namens cliënt de uitbreiding met dierenverblijf en de wijziging van diersoorten onder voorwaarden rechtstreeks mogelijk te maken door de voorwaarden die daarvoor gelden op te nemen in de bouwregels en gebruiksregels van het bestemmingsplan of door hiervoor een binnenplanse ontheffingsbevoegdheid op te nemen in het bestemmingsplan. Het is onacceptabel dat dit te regelen middels een wijzigingsbevoegdheid wat onnodig veel tijd en geld kost.

Naar aanleiding van binnengekomen inspraakreacties en de gemeentelijke wens tot een meer flexibele regeling is in het ontwerpbestemmingsplan de opgenomen wijzigingsbevoegdheid omgezet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, waarmee een wijziging van diersoort door B&W kan worden toegestaan, mits voldaan wordt aan de gestelde provinciale en gemeentelijke randvoorwaarden. Vanwege de mogelijke milieu impact en gezondheidsrisico’s voor omwonenden dient voor een eventuele wijziging naar een pluimvee-, nertsen- of geitenhouderij(tak) een afzonderlijke ruimtelijke procedure te worden doorlopen.

c. Inspreker verzoekt namens cliënt de voorwaarde met betrekking tot de 10% landschappelijke inpassing in artikel 4.6.1 onder m en artikel 4.6.2 onder l uit het bestemmingsplan te halen. Deze voorwaarde is namelijk niet bedoeld voor uitbreiding van dierenverblijf binnen het bouwvlak als voor wijziging naar een andere diersoort binnen het bouwvlak.

De constatering is juist. Zolang het dierenverblijf wordt vergroot zonder dat het bouwvlak wordt vergroot, geldt de genoemde 10% regeling niet. De genoemde bepaling in 4.6.1.(m) en 4.6.2. (l) is geschrapt.

d. Inspreker verzoekt namens cliënt de LIR aan te passen zodat uitbreiding met bebouwing binnen het bouwvlak niet aangemerkt wordt als een categorie 3 ontwikkeling, zodat deze ontwikkeling ook niet als basisinspanning voor kwaliteitsverbetering dient te worden genormeerd in euro’s.

In 2019 is de Landschapsinvesteringsregeling vastgesteld. Voor agrarische bedrijven is enkel vergroting van het bouwvlak en eventuele bebouwing in deze vergroting opgenomen als categorie 3 ontwikkeling. Uitbreiden van agrarische bebouwing binnen het bouwvlak valt niet binnen een van de categorieaanduiding in de LIR.

e. Inspreker verzoekt namens cliënt de gevraagde uitbreiding van het bouwvlak, die nodig is i.v.m. welzijnseisen en de daaraan

De omvang van het huidige bouwvlak is gebaseerd op het geldend bouwvlak. Binnen dit bouwvlak is nog ruimte aanwezig, er is geen concrete aanleiding het bouwvlak op

Pagina 24 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

f.

gerelateerde leefoppervlakten voor de dieren mee te nemen in dit bestemmingsplan.

voorhand te vergroten.

Inspreker verzoekt namens cliënt de stalderingsregeling uit het bestemmingsplan te halen, danwel een regeling op te nemen in het bestemmingsplan zodat bij eventuele vernietiging van de stalderingsregeling veehouders met hokdieren niet worden belemmerd in de mogelijkheden door het bestemmingsplan.

De regeling is overgenomen uit de provinciale verordening. De gemeente is verplicht deze regeling in haar bestemmingsplan op te nemen. De regeling is echter niet nieuw, in de geldende provinciale verordening is deze bepaling ook al opgenomen met een rechtstreekse werking. De bepaling geldt dus ook als de gemeente het niet zou overnemen in het bestemmingsplan. Conclusie

De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In de planregels is lid l en lid m uit artikel 4.6.1. en 4.6.2 geschrapt. In de planregels is de opgenomen wijzigingsbevoegdheid voor wijziging van diersoort (4.6.1) omgezet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (artikel 4.5.8).

Pagina 25 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

18. PI19-02353 + PI19-01712 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker verzoekt: a. Het ene bestemmingsvlak (Huiskenshoek 10-14 )te bestemmen als 'agrarisch-agrarisch bedrijf' en ook de bestemming 'maatschappelijk' te handhaven; b. Het andere bestemmingsvlak (Driehoekweg 1820-22) van 5,41 hectare qua vorm te veranderen conform feitelijk gebruik en op te nemen zoals weergegeven in de bijlage van de inspraakreactie; c. De aanpassingen in het bestemmingsplan intensief te overleggen met de ondernemer.

In het voorontwerpbestemmingsplan is conform de huidige bestemming een agrarisch bedrijfsbestemming toegekend aan de locatie Huiskenshoek 10-14. Ook de geldende maatschappelijke bestemming voor de dierenbegraafplaats is gehandhaafd. De agrarische bedrijfsbestemming aan de Driehoekweg 18-20-22 is eveneens conform de huidige bestemming overgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan. Naar aanleiding van de inspraakreactie is de opgenomen agrarische bedrijfsbestemming aan de noord- en oostzijde van vorm veranderd op basis van bestaande voorzieningen waarbij de huidige omvang niet is gewijzigd.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De agrarische bedrijfsbestemming is op de verbeelding aan de noord- en oostzijde van vorm gewijzigd.

Pagina 26 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

19.

r

PI19-02354 + PI19-01709 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker verzoekt het bestemmingsvlak Aarleseweg 31 te Best van 1,25 hectare qua vorm te veranderen conform feitelijk gebruik en opnemen zoals weergegeven in de bijlage van de inspraakreactie, e.e.a. in overleg met de ondernemer.

De agrarische bestemming aan de Aarleseweg 31 is conform de huidige bestemming overgenomen in het voorontwerp bestemmingsplan, met dien verstande dat vormverandering heeft plaatsgevonden aan de noorden westzijde ten behoeve van bestaande voorzieningen. Conform verzoek is deze vormverandering in het ontwerpbestemmingsplan aangepast ten einde alle bestaande voorzieningen, waaronder de asfaltstrook aan de westzijde binnen de bedrijfsbestemming op te nemen, waarbij de vigerende omvang van het bedrijf blijft gehandhaafd.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de agrarische bedrijfsbestemming aan de noord- en westzijde aangepast, teneinde de bestaande verharding binnen de bedrijfsbestemming op te nemen. Op de verbeelding is de bestaande geluidwal enkele meters westelijk opgeschoven conform de feitelijke situering.

Pagina 27 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

20. EI19-00425 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. De zorgactiviteiten van dagbesteding en dagopvang zijn overgenomen uit de huidige omgevingsvergunning. Zoals bekend vallen voor ons hieronder ook activiteiten van educatie aan diverse doelgroepen (en dus op zakelijke basis). Insprekers denken dat het bestemmingsplanmatig een verheldering is om dit woord op een of andere wijze toe te voegen aan de bestemmingsplanregels. b. Inspreker ziet graag het volgende bevestigd: 1. De specifieke aanduiding 'maatschappelijk' duidt op gebouw C van 150 m2 (met cultuurhistorische waarde) en nieuw gebouw K van 70 m2, samen 220 m2. Gebouw K (nieuw) is niet op verbeelding aangeduid: insprekers gaan ervan uit dat dit ook niet hoeft. 2. De woning is ook ontvangstruimte voor dagbesteding, overeenkomstig de omgevingsvergunning d.d. 7-7-2016: insprekers nemen aan -ook al is 220 m2 bepaald in art 25- dat ook de woning naast wonen hiervoor mede gebruikt kan blijven. 3. De in de Onderbouwing 2014 genoemde gebouwen B en E vallen onder de regeling voor de 100 m2 aan de woonfunctie verbonden bijgebouwen. Gebouw E ligt buiten het vlak en wordt gesloopt ten gunste van gebouw K. Gebouw B is 50 m2. Wij zien graag bevestigd dat gebouw B als paardenstal gebruikt kan blijven worden. c. Insprekers nemen aan dat de regeling met de woorden 'in bijgebouwen' (art 25.5.5) ook voor de maatschappelijke gebouwen geldt.

Daarnaast denken insprekers dat vanwege de fasering te mogen aannemen dat de hier genoemde afwijkingsprocedure voor onze situatie in gebouwen C en K (10 bedden) met dit bestemmingsplan is toegekend. Insprekers vragen zich af hoe dit op de verbeelding cq in de tabel had moeten staan.

In het voorontwerpbestemmingsplan is de locatie bestemd als ‘Wonen’ met de functie aanduiding ‘specifieke vorm van maatschappelijk - dagopvang/ dagbesteding’. De functie educatie is toegevoegd aan de bestemmingsomschrijving.

Pagina 28 van 162

De omgevingsvergunning voor de activiteiten is verleend voor een groter gedeelte van het perceel dan enkel de aanduiding van de gebouwen. Het is logischer de aanduiding op het hele bestemmingsvlak wonen te leggen omdat de activiteiten zowel in als buiten de bebouwing plaatsvinden. In de regels is het aantal m2 bebouwing overgenomen uit de omgevingsvergunning.

Artikel 25.5.5 bevat een afwijkingsbevoegdheid voor kleinschalige overnachting. Dit is geen rechtstreekse mogelijkheid. Ook met de omgevingsvergunning is geen rechtstreeks toestemming ontstaan ten behoeve van kleinschalig overnachten. Indien aan de voorwaarden van artikel 25.5.5 kan worden voldaan kan de gemeente afwegen medewerking te verlenen aan een dergelijk initiatief.

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

d. Insprekers vragen of het plan voorziet in een procedure voor beschermd wonen (zelfstandig wonen van één huishouden) in de woning? e. Insprekers merken op dat beleidsregels in de zorg vermoedelijk binnen de planperiode van het bestemmingsplan zullen veranderen, tezamen met nieuwe inzichten hoe met zorg, gezondheid of herstel om te gaan. Insprekers geven aan dat het wenselijk is dat het nieuwe bestemmingsplan de procedurele mogelijkheid biedt om in te spelen op - in ieder geval- kleine ruimtelijke consequenties voor direct ruimtelijke doorwerkende, maar nu niet bekende eisen uit andere wetgeving.

De bestemming ‘Wonen’ voorziet in het wonen in een woning door 1 huishouden. Het plan voorziet daarnaast in een afwijkingsmogelijkheid voor het realiseren van een afhankelijke woonruimte (artikel 25.5.3) danwel een meergeneratiewoning (artikel 25.5.4). Er is onvoldoende concreet gemaakt welke ruimere mogelijkheden het bestemmingsplan zou moeten bieden en welke regels te beperkend werken. De plansystematiek kent de mogelijkheid onder voorwaarde af te wijken van de rechtstreekse bouw- en gebruiksmogelijkheden.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In de planregels in artikel 27.1.2 en op de verbeelding is de aanduiding ‘educatie’ toegevoegd.

Pagina 29 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

21. EI19-00331 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker wil graag weten wanneer zij uiterlijk door moeten geven welke bedrijfswoning in burgerwoning omgezet mag worden.

Tussen initiatiefnemer en gemeente is afgestemd dat de bedrijfswoning op nummer 9 in het ontwerpbestemmingsplan wordt omgezet naar burgerwoning. Conclusie

De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is Hagelaarweg 9 omgezet naar een burgerwoning.

Pagina 30 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

22. EI19-00417 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Insprekers willen graag het ingetekende bouwblok 2 meter verplaatsen. Aan de noordelijk kant 2 meter af en deze aan de zuidzijde erbij doen en dit graag tot het einde van het bestaande perceel door trekken naar westelijke richting. De paardenbak die inmiddels meer dan 20 jaar aanwezig is willen we graag aanpassen naar 30 x 60 meter. Huidige paardenbak is 20 x 60 meter.

Conform verzoek is het toegekende woonbestemmingsvlak van vorm gewijzigd, met dien verstande dat het bouwvlak maximaal 1.500 m2 bedraagt. Overige gronden in privé gebruik zijn conform de gekozen plansystematiek als ‘Tuin-Landschap’ bestemd. In het bestemmingsplan is voor een paardenbak een maximale oppervlakte opgenomen van 800 m2, conform reguliere hobbymatige omvang van paardenbakken De bestaande paardenbak is reeds groter dan 800m2. Uit de inspraakreactie blijkt niet waarom een grotere paardenbak noodzakelijk is. Er is geen aanleiding om een grotere paardenbak op te nemen.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is het woonbestemmingsvlak conform verzoek van vorm veranderd.

Pagina 31 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

23. PI19-01616 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Insprekers hebben op het perceel een woning, die legaal via een bouwvergunning is opgericht en bewonen deze woning sinds 1968 onafgebroken waarvan de woning sinds 1997, dus al meer dan 22 jaar, als burgerwoning wordt gebruikt. In het voorontwerpbestemmingsplan is het perceel bestemd als wonen, maar ontbreekt de nadere aanduiding 'bouwvlak . De woning is in het voorgaande bestemmingsplan ook onder het overgangsrecht geplaatst. Het is niet toegestaan om strijdig gebruik tweemaal achter elkaar onder het overgangsrecht te brengen.

In het voorontwerpbestemmingsplan is aan de locatie een bestemming ‘Wonen’ toegekend, samen met de naastgelegen woonboerderij. Er zijn echter maar 2 woningen, namelijk 15 en 15a, toegestaan. In 1968 is inderdaad vergunning verleend voor de woning. In ons archief is echter een brief opgenomen (Brief PU02-538) waarin is vermeld dat er een bewoningsbeëindigingsconstructie voor het pand aan Hagelaarweg 17 is overeengekomen. In het bestemmingsplan uit 2006 is daarom geen specifieke woonbestemming toegekend aan nummer 17 en maakt het gebouw deel uit van de woonboerderij op nummer 15/15a. In lijn met de hiervoor genoemde afspraken is in dit bestemmingsplan de bestaande (afgesproken) situatie voortgezet. Er is hier dan ook geen sprake van het tweemaal onder het overgangsrecht brengen. Conclusie

De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.

Pagina 32 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

24. EI19-00486 Ingekomen / dagtekening Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Inspreker vraagt of de educatieve activiteiten in artikel 4.1.2 onder e, ook bij zijn locatie van toepassing is? b. Inspreker verzoekt de activiteit het stallen van machines zowel binnen als buiten op te nemen in het bestemmingsplan zodat hierover geen discussie kan ontstaan. Dit kan op grond van artikel 4.5.2 a. c. Inspreker vraagt of het mogelijk is om op grond van artikel 4.5.2. onder a verblijf/ camperparkeerplaatsen te realiseren op het perceel aangrenzend aan hun bouwblok.

De in artikel 4.1.2 opgenomen nevenactiviteiten zijn onder de in het artikel genoemde voorwaarden rechtstreeks toegestaan bij een agrarisch bedrijf. Vanuit ruimtelijk en landschappelijk oogpunt is het niet wenselijk dat er veel buitenopslag/ stalling plaatsvindt. Binnen het bouwvlak is het niet verboden indien het is gerelateerd aan het op de bestemming gerichte gebruik van de grond. In artikel 4.5.2 is een mogelijkheid opgenomen een omgevingsvergunning te verlenen voor kleinschalig kamperen. Indien onderbouwd wordt dat aan de opgenomen voorwaarden wordt voldaan kan de gemeente afwegen om medewerking te verlenen. In het kader van de inspraakreactie is voor dit perceel een regeling evenementen opgenomen.

d. Inspreker vraagt of het mogelijk is om op hun terrein 3 of 4 keer per jaar een evenement, beurs, fairs met agrarisch tintje te organiseren. e. Inspreker verzoekt het bouwvlak te vergroten ten behoeve van het vergroten van de wasplaats. f. Inspreker verzoekt het bouwvlak te vergroten ten behoeve van het realiseren van een vloeistofdichte plaat voor het composteren van het maaisel uit het weidegebied van Brabants Landschap g. Op locatie van inspreker is aan de achterzijde tegen de waterschaps-sloot een Ecologische Verbindingszone getekend. Wij worden daardoor beperkt in ons landbouwkundig gebruik van ons huisperceel en de waarde van onze landbouwgrond vermindert hierdoor. Bijzonder, omdat dit telkens in voorgaande bestemmingsplannen is opgenomen en vervolgens niet is ingevoerd, dat dit opnieuw ter discussie staat. Wij vinden dit wederom een niet wenselijke ontwikkeling. h. Insprekers vinden het niet passend in het gebied om de bestemming bos toe te wijzen op Hagelaarweg 18. Zij verwachten hierdoor op termijn beperkt te worden in de

Pagina 33 van 162

Inmiddels heeft inspreker een principeverzoek ingediend. Dit verzoek wordt momenteel behandeld en hiervoor wordt een aparte procedure voor doorlopen. Inmiddels heeft inspreker een principeverzoek ingediend. Dit verzoek wordt momenteel behandeld en hiervoor wordt een aparte procedure voor doorlopen.

Op grond van het provinciaal beleid is hier de aanduiding opgenomen. De gronden binnen deze aanduiding zijn mede bestemd voor verwezenlijking, behoud en beheer van een ecologische verbindingszone. Concrete plannen van de provincie om de verbindingszone te realiseren kunnen alleen worden gerealiseerd indien hierover overeenstemming is met de grondeigenaren.

Mede naar aanleiding van de opmerking is de verbeelding hierop aangepast en de bestemming Agrarisch met de aanduiding ‘overige zone landschappelijke tuin’ opgenomen.

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

i.

bedrijfsvoering. Insprekers vinden de bestemming tuin beter. Bij de ontwikkeling van het bestemmingsplan op Hagelaarweg 25/27 is al aan de voorkant aangegeven dat er geen mogelijkheden voor windenergie waren. Insprekers zijn verbaasd dat er in de communicatie van de gemeente Best nu wel openingen zijn. Insprekers hebben in het overleg met de gemeente Best van dinsdag 26 februari j.l. op een bijlage kaart gezien dat er bij hen in het gebied mogelijkheden zijn en willen dit graag vastgelegd zien in het bestemmingsplan. Het gaat in dit geval om een kleinschalige locatie gebonden windmolen. Er wordt een passende bouwregeling gevraagd.

Op 2 november 2020 is de Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best vastgesteld door de gemeenteraad. Daarin is nadrukkelijk een onderscheid gemaakt tussen grootschalige windmolens (waarvoor de potentie in Best zeer beperkt is) en de kleinschalige locatie-gebonden windmolens. Vanuit de visie is het passend om bij bijvoorbeeld een (agrarisch) bedrijf ruimte te geven voor de plaatsing van solitaire, meer kleinschalige windmolens tot 15m hoogte. Uiteraard is een (uitgebreide) Omgevingsvergunning voor een dergelijke activiteit een vereiste. Initiatiefnemers voor dergelijke windmolens moeten daarbij zorgvuldig onderbouwen hoe in hun initiatief onder meer rekening gehouden wordt met de aspecten van veiligheid, geluid en slagschaduw op de omgeving.

Insprekers zitten op een voormalig fruittelersbedrijf en willen over een jaar of tien een overneembare bedrijfslocatie zijn. Daarom is het niet wenselijk dat het niet mogelijk is om boomteelt/permacultuur met bomen op het perceel te ontwikkelen. Insprekers willen de ruimte voor boomteelt open houden zonder aanlegvergunning.

De regeling voor realisering van nieuwe boomteelt is aangepast. Uitsluitend indien gronden zijn gelegen binnen de attentiezone waterhuishouding wordt een omgevingsvergunning vereist, zodat het voornemen dan vooraf nader kan worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Bestaande boomteeltpercelen binnen deze bestemming zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ’boomteelt’. Voor nieuwe percelen wordt gelet op de hier aanwezige landschaps- en natuurwaarden een nadere afweging op mogelijke negatieve effecten wenselijk geacht.

k. Het gedeelte achter de loods van insprekers dat nu verhard is en voorheen bij ons bouwblok hoorde is nu aangemerkt als aanvullende voorziening. Dit is niet wenselijk. Insprekers verzoeken de oude situatie te handhaven. l. Tijdens de bestemmingsplanprocedure in 2013 is al aangetoond dat het hele gebied verstoord is. Zie ook het rapport archeologisch onderzoek dat is bijgevoegd bij de aanvraag bouwvergunning. Insprekers verzoeken de archeologische bestemming te verwijderen.

In het ontwerpbestemmingsplan is het bouwvlak van het vigerende bestemmingsplan nagenoeg weer overgenomen.

j.

Bij het archeologische onderzoek uit 2013 (Archeologisch bureau- en karterend booronderzoek, Hagelaarsweg 25 te Best, auteur: T. Nales (Bureau LWM), d.d. 17 mei 2013) is niet het hele gebied Hagelaarweg 25 onderzocht maar alleen het nieuw te bouwen bouwblok. Verder toonde het archeologische onderzoek aan dat niet het hele gebied verstoord was maar slechts deels. Dit deel heeft om die reden geen dubbelbestemming maar de rest vanwege deze archeologische verwachting echter wel. Conclusie

De inspraakreactie geeft wel aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In de regels is in artikel 4 opgenomen dat ter plaatse jaarlijks een 6-tal evenementen georganiseerd mogen worden. Op de verbeelding is de bosbestemming gewijzigd in ‘Agrarisch’ met de nadere aanduiding ‘overige zone –

Pagina 34 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

landschappelijke tuin. In de regels is de omgevingsvergunningplicht voor aanleg van nieuwe boomteelt aangepast, zodat deze alleen binnen de aanduiding ‘attentie zone – waterhuishouding’ nog van toepassing is. Op de verbeelding is de agrarische bedrijfsbestemming conform de geldende planologische regeling weer opgenomen.

Pagina 35 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

25. EI19-00242 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Insprekers zijn in oktober 2017 met gemeente Best een ’Overeenkomst eerste recht van koop’ overeengekomen om na wijziging van het bestemmingsplan buitengebied het gebouwtje met bijbehorende grond op Heikantweg 20 te kopen. Op basis van het bestemmingsplan is het gebouw met bijbehorende grond aangeduid als agrarisch. Inspreker wil weten of het bestemd is als een gebouw met agrarische bestemming. En indien dit zo is dan willen zij graag zoals afgesproken overgaan tot transactie per omgaande.

In het voorontwerpbestemmingsplan is aan het betreffende perceel de bestemming ‘Agrarisch met waarden – Landschapswaarden’ toegekend met de nadere aanduiding ‘voorziening buiten bouwvlak’. In het bestemmingsplan voor het buitengebied uit 2006 is aan de locatie een bestemming ‘Recreatie’ toegekend. In de in de regels opgenomen tabel is deze gespecificeerd als verenigingsaccommodatie. Met als afmetingen 80 m2 en een goot- en bouwhoogte van 2,5 m en 4,75 m. De recreatieve functie is inmiddels vervallen. Conform de plansystematiek is het gebouw in het ontwerpbestemmingsplan aangeduid als veldschuur. Conclusie

De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de bestaande opstal aangeduid als ‘specifieke vorm van agrarisch – veldschuur’.

Pagina 36 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

26. PI19-01217 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

Inspreker verzoekt zijn bouwvlak aan te passen conform het bestemmingsplan 2006 en bijgevoegde schets. Eventueel kan het bouwvlak iets naar achteren worden geschoven, zodat de huidige mestopslag wel in het bouwvlak valt.

Het toegekende bestemmingsvlak is conform het geldend bestemmingsplan 2006 terug aangepast.

Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de agrarische bedrijfsbestemming conform het geldend bestemmingsplan overgenomen.

Pagina 37 van 162

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

27. EI19-00195 Inspraakreactie

Reactie gemeente Best

a. Op 1 januari 2024 is verbod pelsdierenhouderij in Nederland van kracht en is inspreker naar alternatieven aan het zoeken in andere diersectoren. In het voorontwerp is de locatie specifiek aangeduid voor nertsen. Hiermee gaat inspreker niet akkoord. De huidige bestemming is intensief niet grond gebonden. Kan hiermee worden omgeschakeld naar andere diersoort, niet zijnde geiten?

De locatie is in het voorontwerpbestemmingsplan bestemd als ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf’ met de specifieke aanduiding voor ‘nertsen’. Op basis van de bestemmingsregeling is een (vollegronds)teeltbedrijf toegestaan en tevens een nertsenhouderij. Een nertsenhouderij wordt conform de begrippen in het bestemmingsplan beschouwd als een veehouderij. Er is verder geen specifieke regeling opgenomen voor nertsen. Er kan gebruik worden gemaakt van de regelingen zoals opgenomen in het bestemmingsplan. Dat wil zeggen dat rechtstreeks kan worden omgeschakeld naar een (vollegronds)teeltbedrijf en dat via afwijking of wijziging onder voorwaarden een niet- agrarische (neven)activiteit of omschakeling naar een overig agrarisch bedrijf, niet zijnde een veehouderij-, paardenhouderij of glastuinbouwbedrijf mogelijk gemaakt kan worden. Vanwege de ligging binnen de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’ is het op basis van provinciaal beleid niet mogelijk gebruik te maken van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor wijziging naar een andere diersoort, tenzij sprake is van een grondgebonden veehouderij die voldoet aan de gestelde voorwaarden.

De provincie hanteert voor grondgebonden veehouderij de volgende bepaling: veehouderij waarvan het voer en de mest voor het overgrote deel gewonnen respectievelijk aangewend worden op gronden die in gebruik zijn van de veehouderij en die in de directe omgeving liggen van de bedrijfslocatie. Planologisch gezien biedt de opgenomen binnenplanse afwijkingsevoegdheid de mogelijkheid om om te schakelen naar een andere diersoort. De onderhavige locatie is echter gelegen binnen de in de provinciale (interim)omgevingsverordening opgenomen aanduiding ‘beperkingen veehouderij’. Daardoor is dit niet mogelijk voor een reguliere kalverhouderij. Maar uitsluitend voor een grondgebonden veehouderij, zie antwoord hiervoor.

b. Is omschakeling naar kalverhouderij op de nertsenhouderijlocatie mogelijk?

c. Zoals we nu het nieuwe bestemmingsplan lezen kan ook worden omgeschakeld naar niet agrarische bestemming binnen bepaalde grenzen, klopt dit?

Pagina 38 van 162

In het bestemmingsplan zijn inderdaad wijzigingsbevoegdheden opgenomen met de mogelijkheid onder voorwaarden te wijzigen naar een andere functies zoals wonen, recreatie of (agrarisch verwante) bedrijvigheid.

Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646

d. Als wordt overgeschakeld naar een niet agrarische bestemming, wat wordt dan de status van de bedrijfswoningen?

Dit is afhankelijk van de functie waar naar gewijzigd wordt of dit bedrijfswoningen kunnen blijven en/of de bestemming kan worden omgezet naar reguliere woningen deels burgerwoningen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755770/1