22046.10 - Bijlage 8.9 - Nota inspraak en vooroverleg
Tekst van het document
e. Bij omschakeling naar niet agrarisch worden de specifieke gebouwen voor de nertsenhouderij gesloopt, kunnen de bedrijfsgebouwen die niet specifiek nerts zijn blijven staan? f. Er wordt gesproken over een bijdrage in de sloopkosten. Wordt dit per locatie specifiek toegekend?
Dit is afhankelijk van de functie waar naar gewijzigd wordt en de voorwaarden die in de wijzigingsbevoegdheid worden gesteld ten aanzien van de sloop van overtollige bebouwing.
g. Inspreker is het niet eens met artikel 40.8, omdat dit de ontwikkeling van het bedrijf beperkt en dat omschakeling naar andere dierhouderij lastig dan wel onmogelijk is. In september 2018 is overleg geweest met de gemeente. In dat overleg werd medegedeeld dat geen belemmeringen worden opgelegd voor onze locatie met betrekking tot omzetting naar een andere agrarische bestemming, dan wel dierhouderij. Wel werd een beperking gemaakt met betrekking tot geitenhouderij.
Het bestemmingsplan voorziet niet in een regeling welke aangeeft bij te dragen in de sloopkosten. Een aantal regelingen bevatten een zogenaamde sloop-bonus regeling. Dit betreft echter een uitruil mogelijkheid van te slopen bebouwing en daarvoor terug te krijgen m2 bouwof gebruiksmogelijkheden. In artikel 40.8 zijn bepalingen opgenomen voor de aanduiding ‘beperkingen veehouderij’. Deze bepaling is overgenomen uit de provinciale verordening. De gemeente is verplicht deze regeling in haar bestemmingsplan op te nemen. De regeling is echter niet nieuw, in de geldende provinciale verordening is deze bepaling ook al opgenomen met een rechtstreekse werking. De bepaling geldt dus ook als de gemeente het niet zou overnemen in het bestemmingsplan. In het bedoelde overleg is aangegeven dat er voor de wethouder geen reden is om voor deze locatie aanvullend op wet- en regelgeving planologische beperkingen te stellen. Conclusie
De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Pagina 39 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
28. EI19-00203. EI20-00573 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
Op het perceel van inspreker staan meer m2 aan vergunde bijgebouwen dan aangegeven wordt in het nieuwe bestemmingsplan. Inspreker verzoekt dit aan te passen.
De vergunde oppervlakte aan bijgebouwen wordt overgenomen in het ontwerpbestemmingsplan met een specifieke aanduiding voor een bed and breakfastvoorziening in de (voormalige) stal achter op het perceel. Hiermee wordt voorzien in een passende herbestemming van dit gebouw als onderdeel van de woonbestemming. Conclusie
De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – kleinschalige overnachting’ opgenomen. In de planregels is de toegestane maatvoering van de b&b voorziening opgenomen.
Pagina 40 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
29. EI19-00415 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker geeft aan dat de drukloze riool Sint-Oedenrode – Best niet op de juiste plek staat ingetekend en vraagt of dit gecorrigeerd kan worden. b. Op de woning en het bedrijfsgebouw is de aanduiding Cultuurhistorische waarden opgenomen. Voor het bedrijfsgebouw is dit een probleem omdat daar in 2012 een bouwvergunning voor is verleend om op die plek te slopen en een nieuw bedrijfsgebouw te plaatsen.
Dit is juist. In het ontwerpbestemmingsplan is de situering van de betreffende rioolleiding op basis van meest actuele gegevens van het waterschap aangepast. In het verleden zijn de cultuurhistorische waarden van het buitengebied van Best nog niet in beeld gebracht. Nu is dat wel het geval, zoals ook bij de locatie aan de Hogevleutweg. De cultuurhistorische waarde betreft hier niet het hele bedrijfsgebouw maar enkel de oude schop/schuur. Het gaat om de kleine schuur recht tegenover de boerderij. Deze is van ca. dezelfde periode als de boerderij en van cultuurhistorische waarde. Deze waarde moeten we beschermen, net als de oude boerderij. Het overige deel van de bedrijfsbebouwing heeft deze waarde niet en krijgt daarom ook niet deze aanduiding. Tenslotte nog het volgende. Een aanduiding cultuurhistorisch waardevol heeft de voordelen dat uw woning in het buitengebied in aanmerking kan komen voor extra functies: o.a. woningsplitsing, in kader van het principe ‘Behoud door ontwikkeling’. Een functiewijziging qua gebruik is ook denkbaar voor de schop/schuur. Een voorwaarde hierbij is het instandhouden en/of versterken van de cultuurhistorische waarden van de beide gebouwen en de ruimtelijke omgeving. Als u hierover vragen heeft willen wij graag met u in overleg.
c. Op de huislocatie staat de aanduiding varkenshouderij, maar hier staat ook het jongvee van de melkrunderen van mijn locatie aan de overzijde. Inspreker verzoekt dit aan te passen.
Voor de locatie Hogevleugweg 8 is geen milieutoestemming (melding of vergunning) voor het houden van rundvee bekend. Er is dan ook geen noodzaak om dat nu aan te passen in het bestemmingsplan.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de situering van de rioolleiding aangepast.
Pagina 41 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
30. EI19-00425 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. De wijziging van agrarisch verwant bedrijf naar de bestemming Bedrijf met specifieke aanduiding is volgens insprekers principieel onjuist. Het mag de paardenhouderij niet belemmeren. Daarnaast had dit met insprekers overlegd moeten worden.
In het voorontwerpbestemmingsplan is de locatie bestemd als ‘Bedrijf-1’ met de aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zorgrecreatie’. Volgens de tabel in de regels wordt hieronder verstaan: zorg, recreatie, educatie, verblijfsrecreatie, met paarden. In 2012 is voor deze locatie het bestemmingsplan ‘Campus Westerwind’ vastgesteld. Hierin is de locatie bestemd als agrarisch verwant bedrijf in de vorm van een paardenhouderij met zorg- , educatie- en recreatie voorzieningen. Om beter aan te sluiten bij de bestaande en planologisch toegestane activiteiten is in het ontwerpbestemmingsplan de bestemming van de locatie gewijzigd in ‘bedrijfpaardenhouderij’ met de nadere aanduiding ‘specifieke vorm van bedrijf – zorg, educatie en recreatie’ .
b. De aanduiding zorgrecreatie sluit niet aan bij het huidige bestemmingsdoel.
Conform de planologische regeling in het bestemmingsplan ‘Campus Westerwind’ zijn dit 2 verschillende activiteiten welke voor deze locatie gelieerd zijn aan de paardenhouderij. Een andere formulering doet meer recht aan de specifieke bedrijfsactiviteiten. Daarom wordt in de voorgestelde bestemmingsregeling ‘bedrijf – paardenhouderij’ de aanduiding ‘zorg, educatie en recreatie ’ opgenomen. De omissie uit het vigerende bestemmingsplan is hersteld. De te renoveren rundveestal van 666 m2 is vertaald in de maximale bebouwingsoppervlakte. Op de verbeelding is geregeld dat voor de aangeduide locatie Vlaamse schuur overeenkomstig het geldende bestemmingsplan een bouwhoogte van 13 meter mogelijk is. Voor de overige gebouwen blijft de maximale bouwhoogte 10 m1.
c. De genoemde 1400 m2 bedrijfsgebouwen sluit niet aan bij de ontwikkeling van zorg. Reeds besproken is dat een oppervlakte van 2000m2 meer aansluit bij deze ambitie. Daarnaast is bij het plan van 2012 een bouwhoogte van 13 meter met dakhelling opgenomen. Insprekers willen dat dit wordt aangepast in het bestemmingsplan Buitengebied. d. Insprekers vragen of door het begrip 'verblijfsrecreatie' in de tabel de genoemde gebouwen voor verblijfsrecreatie gebruikt mogen worden, en los staan van de regeling voor 'kleinschalige overnachting? e. Insprekers hebben graag duidelijkheid of
Pagina 42 van 162
Het is juist dat de mogelijkheden voor verblijfsrecreatie op Campus Westerwind aanvullend zijn op de generieke mogelijkheden voor kleinschalige overnachting bij (bedrijfs)woningen. In de tabel bij de planregels waar de bedrijfsactiviteiten
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
verkoop van door hun cliënten ter plekke vervaardigde of bewerkte producten nu buiten de tabel als recht is bedoeld (wat zij nodig hebben) of juist is uitgesloten (dan hebben zij het graag in de tabel bij hun adres, zo nodig met 25 m2).
zijn beschreven is geen oppervlakte aan detailhandel opgenomen. Op basis van de inspraakreactie wordt dit aangepast en bij de onderhavige locatie 25 m2 opgenomen. Daarmee kan aanvullend op wat vanuit de dagbesteding ter plaatse wordt gemaakt of geteeld ook andere bedrijfsvoeringsgerelateerde producten als nevenactiviteit worden verkocht, bijvoorbeeld door de zorgpartijen. Conclusie
De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de bestemming van de locatie gewijzigd in ‘Bedrijf-Paardenhouderij; . Op de verbeelding is de nadere aanduiding gewijzigd in ‘zorg, educatie en recreatie’. Op de verbeelding is op een gedeelte van het bestemmingsvlak de maatvoeringsaanduiding ‘maximale bouwhoogte 13 m’ toegevoegd. In de planregels is 25 m2 aan detailhandel in de nadere detaillering van de bestemmingsomschrijving opgenomen binnen de bestemming ‘bedrijf – paardenhouderij’. In de planregels is de toegestane bebouwingsoppervlakte aangepast in 2.066 m2
Pagina 43 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
31. PI19-01641 + PI19-01642 en EI19-00437 + EI19-00438 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker verzoekt namens cliënt om het bouwvlak aan te passen conform het voorstel dat bij de inspraakreactie is bijgevoegd.
De gewenste vormverandering is meegenomen in het bestemmingsplan. De ruimtelijke aanvaardbaarheid is aangetoond met een ruimtelijke onderbouwing, die als bijlage is toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan.
b. Inspreker verzoekt namens cliënt om de functieaanduiding ‘loonwerk’ alsnog toe te kennen in het ontwerpbestemmingsplan ter plaatse van de voorzijde van de loods, conform de aanduiding in de situatieschets zoals opgenomen in bijlage bij de inspraakreactie. c. Inspreker verzoekt namens cliënt om de functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch - stieren' toe te kennen aan het bouwvlak conform de vergunde en feítelijke situatie. d. Uit de regels volgt niet wat ‘esdekken’ zijn, wat mag hier onder verstaan worden? Een definitie ontbreekt. Uit de toelichting blijkt niet hoe de gemeente tot de afweging is gekomen wanneer deze en waar deze aanduiding wordt opgenomen. Inspreker verzoekt deze punten te verduidelijken en waar mogelijk terughoudend om te gaan met het toekennen van esdekken om onnodige regeldruk voor agrarische ondernemers te voorkomen.
De nevenfunctie ‘loonwerk’ is in het ontwerpbestemmingsplan positief bestemd met een toegestane oppervlakte van 500 m2. De ruimtelijke aanvaardbaarheid is aangetoond met een ruimtelijke onderbouwing, die als bijlage is toegevoegd aan het ontwerpbestemmingsplan.
e. Inspreker verzoekt om artikel 40.10.2 a onder b te schrappen. Het periodiek kilveren in de vorm van egaliseren van gronden is van belang voor het producerend vermogen van de gronden en draagt bij aan de instandhouding van dit cultuurlandschap. Een vergunningenstelsel hiervoor opnemen draagt niet bij aan de te beschermen waarden (verkaveling). f. De gronden van cliënt zijn in het verleden gediepploegd dan wel voorzien van drainage. Hiermee zijn alle archeologische waarden reeds verloren gegaan.
Pagina 44 van 162
De functieaanduiding 'specifieke vorm van agrarisch stieren' is toegevoegd aangezien deze diercategorie vergund is.
Een esdek is een laag vruchtbare aarde (bijvoorbeeld ontstaan door het verspreiden van stalmest over de bodem) waar de gewassen het beter op deden dan de zandgrond die eronder ligt. Wanneer er dan geploegd wordt, verstoort dit de archeologische laag niet zo erg als wanneer er geen esdek aanwezig is. Het toekennen van de aanduiding esdek is dus geen beperking maar juist een verruiming ten opzichte van de archeologische bestemming. Er is dan namelijk sprake van een ruimere verstoringslaag. De aanduiding is overgenomen uit het geldend bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Het betreft dus geen wijziging, maar voortzetting van de geldende planologische situatie. In de regeling is als uitzondering opgenomen dat het verbod niet van toepassing is op normaal onderhoud en beheer ten dienste van de bestemming.
De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie. De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Het gaat daarbij zowel om verstoringen door de aanleg van drainage, afgraving, egalisatie als door het bestaande gebruik voor het telen van specifieke gewassen als bijvoorbeeld asperges en bomen. De aan te leveren gegevens dienen geverifieerd te kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van foto’s, kaarten en rapporten.
g. Inspreker verzoekt om in artikel 1.113 het weiden van gronden en het uitrijden van mest categorisch uit te zonderen van deze vergunningssystematiek.
h. De planbepaling onder artikel 1.113 g omtrent het gelijkstellen van NH3 en NOx als stikstof zoals bedoeld in dit plan zorgt helemaal voor een onbruikbare plansystematiek. Elke wijziging in het gebruik (aantal machines/verkeersbewegingen) leidt hierdoor direct tot een strijdig gebruik zoals bedoeld in artikel 3.4.1. Inspreker hoort
Pagina 45 van 162
Er is niet middels gegevens aangetoond dat van een dergelijke situatie sprake is. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd. De stikstofregeling in het ontwerpbestemmingsplan is aangepast op de meest actuele jurisprudentie, op basis waarvan een generieke uitzondering op de natuurvergunningsplicht voor beweiden en bemesten niet is toegestaan. Alhoewel de provincie en het ministerie van LNV hebben aangegeven beweiden en bemesten niet natuurvergunningplichtig te willen maken, conform het advies ‘Bemesten en beweiden in 2020’ van het Adviescollege is er momenteel nog een onvoldoende goede juridische basis om bemesten en beweiden op voorhand generiek uit te sluiten in de regeling. De opgenomen regeling is aangepast aan de actuele weten regelgeving en bijbehorende jurisprudentie. Wijziging van gebruik kan direct worden toegestaan, mits dit niet leidt tot een toename van stikstofemissie danwel – depositie. Nieuwe machines en voertuigen hebben veelal een lagere stikstofuitstoot . Dit leidt dus niet direct tot strijdig gebruik.
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
graag hoe deze regeling werkt. Naar mening van inspreker is dit geen werkbare systematiek en wijzen op de plansystematiek zoals bijvoorbeeld gehanteerd wordt in Oss.
i.
De nummering onder artikel 1.113 onder e niet klopt (twee keer een bepaling 1).
Bij een toename van de stikstofemissie als gevolg van gewijzigde activiteiten en/of voertuigen zal conform de huidige regelgeving onderbouwd moeten worden dat uitgesloten is dat deze toename tot nadelige effecten leidt op de stikstofgevoelige habitattypen van nabij gelegen natura2000 gebieden. Dit kan onder meer worden aangetoond middels een verleende Nbw-vergunning danwel een nadere ecologische beoordeling. De nummering klopt inderdaad niet. In het ontwerpbestemmingsplan is overigens de regeling geredigeerd, waardoor de bedoelde nummering niet meer van toepassing is. Conclusie
De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de agrarische bestemming van vorm veranderd, conform de opgestelde en bij het ontwerplan opgenomen ruimtelijke onderbouwing Op de verbeelding is ter plaatse van de bedrijfsbestemming de aanduiding ‘specifieke vorm van agrarisch – stieren’ toegevoegd, conform de verleende vergunning Op de verbeelding en in de regels is de nevenactiviteit ‘loonwerk’ tot max. 500 m2 opgenomen, conform de opgestelde ruimtelijke onderbouwing.
Pagina 46 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
32. EI19-00223 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker geeft aan dat het bouwblok op zijn perceel niet juist is ingetekend omdat een deel van perceel 889 hierin is meegenomen. Dit perceel is niet in eigendom van inspreker.
Het opgenomen bouwvlak is aangepast aan de kadastrale eigendomsgrenzen.
b. Inspreker wil graag weten of de huidige bestemming (perceel zonder woning) van perceel 889 van kracht blijft.
Op het perceel 889 blijft conform de geldende regeling de bestemming ‘agrarisch’ gehandhaafd, zonder nadere bouwmogelijkheden. Conclusie
De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Het woonbestemmingsvlak is op de verbeelding conform de kadastrale eigendomsgrenzen aangepast. Voor het perceel 889 is de geldende bestemming ‘Agrarisch’ opgenomen.
Pagina 47 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
33. PI19-01649 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
De handhaving van het buitengebied dient grotere prioriteit te krijgen.
De gemeenteraad van Best heeft inmiddels besloten om extra gelden vrij te maken voor extra capaciteit voor handhavingszaken in het buitengebied. Conclusie
De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Pagina 48 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
34. EI19-00497 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a.
Een esdek is een laag vruchtbare aarde (bijvoorbeeld ontstaan door het verspreiden van stalmest over de bodem) waar de gewassen het beter op deden dan de zandgrond die eronder ligt. Wanneer er dan geploegd wordt, verstoort dit de archeologische laag niet zo erg als wanneer er geen esdek aanwezig is. Het toekennen van de aanduiding esdek is dus geen beperking maar juist een verruiming ten opzichte van de archeologische bestemming. Er is dan namelijk sprake van een ruimere verstoringslaag. De aanduiding is overgenomen uit het geldend bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Het betreft dus geen wijziging, maar voortzetting van de geldende planologische situatie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie.
In het 'voorontwerpbestemmingsplan buitengebied' staat niet beschreven wat verstaan wordt onder 'esdekken agrarisch'. Doordat deze grond in het verleden al zijn gediepploegd en gedraineerd, is deze grond tot ruim een meter omgewoeld. Er zullen geen archeologische waarden terug te vinden zijn. Daarom graag deze gebiedsaanduiding laten vervallen.
b. Doordat de grond van inspreker in het verleden al is gediepploegd en diverse jaren is gebruikt voor trekkertrekwedstrijden, is deze grond tot ruim een halve meter, diverse keren, omgewoeld. Daarom zullen geen archeologische waarden terug te vinden zijn. Daarom graag de gebiedsaanduiding Waarde - Archeologie 4 laten vervallen.
De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Het gaat daarbij zowel om verstoringen door de aanleg van drainage, afgraving, egalisatie als door het bestaande gebruik voor het telen van specifieke gewassen als bijvoorbeeld asperges en bomen. De aan te leveren gegevens dienen geverifieerd te
Pagina 49 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van foto’s, kaarten en rapporten. Er is niet middels gegevens aangetoond dat van een dergelijke situatie sprake is. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd. c. Door de aanduiding 'groenblauwe mantel' wordt, het bedrijf en de aangrenzende gronden van inspreker, zeer beperkt. Inspreker verzoekt dit gedeelte te verwijderen uit het bestemmingsplan 2019.
d. Boomteelt moet mogelijk zijn zonder vergunning.
De aanduiding voor groenblauwe mantel is overgenomen uit de provinciale omgevingsverordening. De gemeente is verplicht deze aanduiding uit het provinciale beleid 1 op 1 over te nemen. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Binnen de groenblauwe mantel is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals intensieve vormen van landbouw passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies. Naar aanleiding van de reacties is hier nogmaals naar gekeken. De regeling voor realisering van nieuwe boomteelt is aangepast. Uitsluitend indien gronden zijn gelegen binnen de attentiezone waterhuishouding wordt een omgevingsvergunning vereist, zodat het voornemen dan vooraf nader kan worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Bestaande boomteeltpercelen binnen deze zone zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ’boomteelt’. Voor nieuwe percelen wordt gelet op de hier aanwezige landschaps- en natuurwaarden een nadere afweging op mogelijke negatieve effecten wenselijk geacht. Conclusie
De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De regeling voor nieuwe boomteelt is aangepast is de regels.
Pagina 50 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
35. PI19-02320 en PI19-01638 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Via een mail midden december 2018 zijn insprekers pas weer geïnformeerd dat de locatie van cliënten niet wordt meegenomen in het bestemmingsplan Aarlesche Erven, zonder dat daarvoor overigens enige argumentatie wordt gegeven. Dat handelen is volstrekt in tegenspraak met de daarover eerder gemaakte afspraken. Daarom reageren ze nu ook op het bestemmingsplan Buitengebied. b. De activiteiten die al 40 jaar op de locatie worden uitgeoefend passen in de nadere detaillering van artikel 7.1.2. Het bedrijf is gespecialiseerd in het ontwerpen, produceren, tentoonstellen en verkopen van aluminium serres en kozijnen voornamelijk ten behoeve van woningen en is dus geen glashandelsbedrijf. Daarnaast lijkt op basis van artikel 7.1.2 het niet mogelijk om activiteiten gericht op tentoonstellen en verkopen uit te oefenen aangezien detailhandel wordt verboden. Inspreker verzoekt namens cliënten een passende regeling op te nemen, waarbij de meest aangewezen lijkt te zijn perifere detailhandel. c. Naast de aanwezige bedrijfswoning is er ongeveer 1200 m2 aan bedrijfsbebouwing aanwezig. Inspreker verzoekt dit op te nemen in het bestemmingsplan en daarnaast rekening te houden met een stuk aanvullende bebouwing.
Hiervoor wordt verwezen naar de discussie die is gevoerd in het kader van de ontwikkelingen van de woningbouw in Aarle waarin was voorzien in nieuwe bebouwing op het perceel die een afschermende werking zou hebben. d. De bouwhoogten in artikel 7.2.2 is conform de regeling uit het oude bestemmingsplan. Het verzoek is de hoogtes aan te passen aan de feitelijke situatie. e. Inspreker verzoekt namens cliënten om de gemaakte afspraken in het kader van de
In het kader van de beroepsprocedure van het bestemmingsplan Aarlesche Erven is hierop gereageerd.
Pagina 51 van 162
De aanduiding wordt conform de reeds jarenlange bestaande functie gewijzigd in bouwbedrijf serres en kozijnen. Tevens is de showroom planologisch geregeld door toevoeging in artikel 10.21 ten behoeve van ondergeschikte detailhandel.
Het uitgangspunt is de toegestane oppervlakte die opgenomen is in het vigerende bestemmingsplan Buitengebied Best 2002. Deze oppervlakte bedraagt 859 m2. Nadien zijn er geen vergunningen afgegeven voor de uitbreiding van het bedrijf. Voor een vergroting van het bouwblok dient een aparte procedure te worden doorlopen.
Alleen de bestaande, vergunde situatie is opgenomen in het bestemmingsplan. Indien inspreker meer wil dan dient hiervoor een aparte procedure te worden doorlopen. Inmiddels is hiervoor contact opgenomen met inspreker. Alleen de bestaande, vergunde situatie is opgenomen in het bestemmingsplan. Indien inspreker meer wil dan dient
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
ontwikkeling van Aarlesche Erven over te nemen in dit plan. Voor zover de gemeente dat niet wenst dan verzoekt inspreker om in elk geval de bestaande situatie juist en volledig in het plan op te nemen.
hiervoor een aparte procedure te worden doorlopen. Inmiddels is hiervoor contact opgenomen met inspreker.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In de planregels is in artikel 10.2.1 de bestemmingsaanduiding van het bedrijf gewijzigd in ‘specifieke vorm van bedrijf – bouwbedrijf serres en kozijen’. Daarnaast is in artikel 10.2.1 de bestaande showroom als ondergeschikte detailhandel opgenomen.
Pagina 52 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
36. EI19-00431 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Het is onacceptabel dat een veehouders benadeeld wordt door bij uitbreiding van dierenverblijven binnen het bouwvlak en/of de omschakeling naar een andere diersoort een wijzigingsplan te verlangen.
Vanwege het verschil in de ontwikkelingsmogelijkheden en mogelijke omgevingseffecten (milieu-impact) van de diverse type agrarische bedrijven is van ieder agrarisch bedrijf het bedrijfstype / diersoort op de verbeelding opgenomen. Naar aanleiding van binnengekomen inspraakreacties en de gemeentelijke wens tot een meer flexibele regeling zijn in het ontwerp bestemmingsplan de opgenomen wijzigingsbevoegdheden voor uitbreiding van dierenverblijven (binnen het bestemmingsvlak) en voor wijziging van diersoorten omgezet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, waarmee uitbreiding van dierenverblijf (binnen een bestaand bestemmingsvlak) respectievelijk een wijziging van diersoort door het college van B&W kan worden toegestaan, mits voldaan wordt aan de gestelde provinciale en gemeentelijke randvoorwaarden. Vanwege de mogelijke milieu impact en gezondheidsrisico’s voor omwonenden dient voor een eventuele wijziging naar een pluimvee-, nertsen- of geitenhouderij(tak) een afzonderlijke ruimtelijke procedure te worden doorlopen.
b. Inspreker verzoekt de voorwaarde met betrekking tot de 10% landschappelijke inpassing in artikel 4.6.1 onder m en artikel 4.6.2 onder l uit het bestemmingsplan te halen. Deze voorwaarde is namelijk niet bedoeld voor uitbreiding van dierenverblijf binnen het bouwvlak als voor wijziging naar een andere diersoort binnen het bouwvlak. c. Inspreker verzoekt de LIR aan te passen zodat uitbreiding met bebouwing binnen het bouwvlak niet aangemerkt wordt als een categorie 3 ontwikkeling, zodat deze ontwikkeling ook niet als basisinspanning voor kwaliteitsverbetering dient te worden genormeerd in euro’s.
De constatering is juist. Zolang het dierenverblijf wordt vergroot zonder dat het bouwvlak wordt vergroot, geldt de genoemde 10% regeling niet. De genoemde bepaling wordt in 4.6.1.(m) en 4.6.2. (l) is geschrapt.
Pagina 53 van 162
Dit deel van de inspraakreactie is reeds beantwoord. De beantwoording maakt onderdeel uit van de “Nota inspraakreacties Landschapsinvesteringsregeling 2019” (BL19-16235). In 2019 is de Landschapsinvesteringsregeling vastgesteld. Als categorie 3 ontwikkeling is onder meer opgenomen de uitbreiding van bebouwing van niet-agrarische bedrijven, maar niet van agrarische bedrijven. Voor agrarische bedrijven is vergroting van het bouwvlak opgenomen als categorie 3 ontwikkeling.
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
d. Inspreker verzoekt de stalderingsregeling uit het bestemmingsplan te halen, danwel een regeling op te nemen in het bestemmingsplan zodat bij eventuele vernietiging van de stalderingsregeling veehouders met hokdieren niet worden belemmerd in de mogelijkheden door het bestemmingsplan.
De regeling is overgenomen uit de provinciale verordening. De gemeente is verplicht deze regeling in haar bestemmingsplan op te nemen. De regeling is echter niet nieuw, in de geldende provinciale verordening is deze bepaling ook al opgenomen met een rechtstreekse werking. De bepaling geldt dus ook als de gemeente het niet zou overnemen in het bestemmingsplan.
e. Inspreker verzoekt de gronden aan de Hagelaarweg, op het kadastrale perceel gemeente B sectie K nummer 701, waaraan in het voorontwerpbestemmingsplan de bestemming ‘Bos’ is toegekend weer als agrarische grond te bestemmen.
Mede naar aanleiding van de opmerking is de verbeelding hierop aangepast en de bestemming Agrarisch met de aanduiding ‘overige zone landschappelijke tuin’ opgenomen.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In de planregels is de opgenomen wijzigingsbevoegdheid voor uitbreiding van dierenverblijf (4.6.1) omgezet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (artikel 4.3.3). In de planregels is de opgenomen wijzigingsbevoegdheid voor wijziging van diersoort (4.6.2) omgezet in een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid (artikel 4.5.8). In de planregels is lid l en lid m uit artikel 4.6.1. en 4.6.2 geschrapt. Op de verbeelding is de bestemming ter plaatse van Hagelaarweg ong. (kad K 701) gewijzigd van Bos naar Agrarisch met de nadere aanduiding ‘overige zone – landschappelijke tuin’.
Pagina 54 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
37. EI19-00336 (mail) en PI19-02301 (= fax) en PI19-01596 (post) Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker verzoekt namens cliënten om hun bouwblok weer aan te passen conform de wijze zoals dit in het nog vigerende bestemmingsplan 'Buitengebied 2006' is ingetekend. Zij hebben namelijk nog een bouwvergunning uit 1992 die ze nog kunnen benutten. b. De bestemming ‘Waarde-Archeologie 4’ (artikel 34.5) levert een belemmering op voor de bedrijfsvoering van cliënten omdat zij op deze manier voor heel veel werkzaamheden een omgevingsvergunning moeten aanvragen. Dit is niet alleen voor hun eigen perceel van toepassing maar ook voor percelen die niet in eigendom zijn maar die ze huren.
Naar aanleiding van de reactie en het geldende bestemmingsplan is de agrarische bestemmingsbestemming weer opgenomen conform de geldende planologische regeling.
De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie. De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Het gaat daarbij zowel om verstoringen door de aanleg van drainage, afgraving, egalisatie als door het bestaande gebruik voor het telen van specifieke gewassen als bijvoorbeeld asperges en bomen.
De aan te leveren gegevens dienen geverifieerd te kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van foto’s, kaarten en rapporten.
c. De bestemming 'Agrarisch met waarden -
Pagina 55 van 162
Er is niet middels gegevens aangetoond dat van een dergelijke situatie sprake is. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd. De aangrenzende agrarische gronden zijn conform de
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
Landschapswaarden' (artikel 5.6.1) levert ook belemmeringen op voor de bedrijfsvoering omdat zij op deze manier voor heel veel werkzaamheden een omgevingsvergunning moeten aanvragen.
geldende bestemming bestemd als ‘Agrarisch’. De gronden ten noorden van de Kapelweg zijn bestemd als ‘agrarisch met waarden – landschapswaarden’, onder meer vanwege de ligging binnen de provinciaal groenblauwe mantel. Op deze gronden zijn landschappelijke waarden aanwezig. Om deze te beschermen is conform het provinciaal beleid een omgevingsvergunningsstelsel opgenomen. Veel van het normale onderhoud en/of beheer van de agrarische gronden is mogelijk zonder vergunning. Conclusie
De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De agrarische bedrijfsbestemming is conform de geldende bestemming aangepast.
Pagina 56 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
38. PI19-01643. En EI19-00433 + EI19-00435 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
Door het toekennen van de enkelbestemming ‘bos’ op het perceel naast dat van de cliënt van inspreker handelt de gemeente in strijd met haar eigen beleidsuitgangspunten. Inspreker verzoekt namens cliënt de gronden aan te duiden als landschappelijke tuin zoals gedefinieerd in artikel 1.77 van het voorontwerp. Zodat de belangen van omliggende agrariërs, worden gewaarborgd.
Mede naar aanleiding van de opmerking is de verbeelding hierop aangepast en de bestemming Agrarisch met de aanduiding ‘overige zone landschappelijke tuin’ opgenomen.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. De bestemming van het kadastraal perceel 701 is aangepast van ‘Bos’ naar ‘Agrarisch’, met de nadere aanduiding ‘overige zone – landschapstuin’.
Pagina 57 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
39. EI19-00418 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
Met verwijzing naar een handhavingsprocedure vinden insprekers dat het bestemmingsplan geen ruimte moet bieden voor (aanvullende) recreatieve activiteiten op het perceel Kapelweg 28.
De vergunde situatie is bestemd. Er worden geen (aanvullende) recreatieve activiteiten direct mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan voor perceel Kapelweg 28.
Conclusie De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Pagina 58 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
40. EI19-00493 Inspraakreactie
Reactie gemeente
a. Inspreker verzoekt de bestaande en beoogde toekomstige bedrijfssituatie op de locatie Kapelweg 28 op te nemen in het bestemmingsplan: • Huisvesting van 20 kansarme personen, waaronder arbeidsmigranten, opnemen op de verbeelding met maatvoering; • De mogelijkheden tot kleinschalig kamperen tot 25 kampeermiddelen opnemen op de verbeelding.
Het betreffende agrarische bedrijf, zijnde paardenhouderij wordt conform de plansystematiek en vergunde situatie bestemd als ‘bedrijf-paardenhouderij’. Daarnaast is ten behoeve van de bestaande bed & breakfast in een voormalig bedrijfsgebouw de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – kleinschalige overnachtingsvoorziening opgenomen’.
Daarnaast is initiatiefnemer voornemens om de locatie uit te breiden met 50 kampeerplaatsen, 6 kamers (met 2 bedden) bed & breakfast, groepsaccommodatie met 30 bedden, met daarbij ondersteunende horeca en een passend “boeren” terras tot een maximale oppervlakte van 100 m2. Tevens wordt een gedeelte van de bedrijfsbebouwing ingezet voor statische opslag tot een maximale oppervlakte van 1.300 m². b. Wij zijn bereid om voor de huidige en beoogde toekomstige bedrijfsactiviteiten een passende ruimtelijke onderbouwing aan te leveren binnen een nader te bepalen termijn, alsmede aanvullende documenten die de geschiktheid voor de functies verder onderbouwen (plattegronden, berekeningen etc.) . Tevens zijn wij bereid om in overleg met de gemeente de precieze gewenste en toelaatbare bedrijfsactiviteiten verder af te stemmen, eventueel met afstemming en akkoord van het college.
De inspreker kan voor toekomstige ontwikkelingen gebruik maken van de in het plan opgenomen reguliere afwijkingsmogelijkheden. Voor overige ontwikkelingswensen dient een afzonderlijke ruimtelijke ordeningsprocedure te worden gevolgd, waarin op basis van maatwerk alle mogelijk in het geding zijnde belangen en waarden goed tegen elkaar afgewogen kunnen worden.
Zie de beantwoording onder a.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de bestemming van de locatie omgezet in een bedrijfsbestemming voor paardenhouderij. Op de verbeelding is de bestaande b&b voorziening in een voormalig bedrijfsgebouw met de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – kleinschalige overnachtingsvoorziening’ opgenomen.
Pagina 59 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
41. PI19-02344 + PI19-01713 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker verzoekt: 1. Het bouwvlak op te nemen zoals weergegeven in de bijlage bij de inspraakreactie zodat het plaatsen van een luchtwasser op de linkse stal mogelijk is enerzijds en dat het bedrijf kan door ontwikkelen naar een gezinsbedrijf met maximaal 1260 fokzeugen anderzijds op een bouwblok van ca 1 hectare; 2. De waterretentie-voorziening links achter de stallen buiten het bouwvlak te laten, hetgeen niet in strijd is met de provinciale kaders van de Verordening ruimte Noord-Brabant; 3. De aanpassingen in het bestemmingsplan intensief te overleggen met de ondernemer.
De voorgestelde wijziging van het bestemmingsvlak leidt tot een vergroting. Daarnaast wordt vormverandering voorgesteld, waarbij een gedeelte van de voortuin buiten de bedrijfsbestemming zou komen te liggen. Dit is op basis van het provinciaal beleid niet toegestaan. De voorgestelde vergroting is niet overgenomen. Voor vergroting van het bestemmingsvlak dient een afzonderlijke ruimtelijke procedure te worden doorlopen, waarin alle belangen en effecten worden afgewogen. In het ontwerpbestemmingsplan is wel de agrarische bedrijfsbestemming aangepast conform de geldende planologische regeling, waarbij wel vormverandering heeft plaats gevonden ten einde de bestaande, vergunde voorzieningen aan de zuidoostzijde alsmede noordwestzijde binnen de bestemming op te nemen. De waterretentie voorziening is buiten deze bestemming gelaten.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is de agrarische bedrijfsbestemming opgenomen, conform de geldende bestemmingsregeling.
Pagina 60 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
42. EI19-00257 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
Op basis van het ontwerp bestemmingsplan is het bijgebouw van Klaverhoekseweg 6a aangeduid voor cultuurhistorische waarden. Ook de woning van 6a en 8 komen hiervoor in aanmerking. Insprekers maken hiertegen bezwaar, omdat het bijgebouw erg vervallen is en dat insprekers het in de loop der jaren willen opknappen. Daarnaast zijn de woningen 6a en 8 ook niet van historische waarde.
Bij het opstellen van een (nieuw) bestemmingsplan is het wettelijk, conform Wro-Bro, verplicht om rekening te houden met cultuurhistorische waarden. Dit wil zeggen dat de archeologische, gebouwde en landschappelijke (natuur) waarden bepaald moeten worden. Hiervoor is een cultuurhistorisch onderzoek met een waardenstelling nodig. Op basis van de Quickscan cultuurhistorische waarden buitengebied Best is geconcludeerd dat de panden beschikken over voldoende waarden om deze in het bestemmingsplan aan te duiden. De aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ heeft geen invloed op het dagelijks gebruik en leidt niet tot belemmeringen in het doorvoeren van verbouwingen of moderniseringen van het pand en zijn omgeving. Er hoeven geen extra bijzondere vergunningen aangevraagd te worden bij werkzaamheden (oa. het pand). Het opknappen van het bijgebouw zal door de aanduiding cultuurhistorisch waardevol niet op belemmeringen stuiten en zal, ten behoeve van het behoud van het pand, juist aangemoedigd worden. De enige (beperkende) regel die verbonden is aan de aanduiding cultuurhistorisch waardevol, is dat een aanvraag voor een sloopvergunning beoordeeld zal worden door de monumentencommissie. Bij het uiteindelijke besluit zullen alle belangen meegewogen worden, waarvan de cultuurhistorische waarde er één is.
Een aanduiding ‘cultuurhistorische waarden’ heeft de voordelen dat uw woning in het buitengebied in aanmerking kan komen voor extra functies: oa woningsplitsing, in kader van het principe ‘Behoud door ontwikkeling’. De functiewijziging als doorontwikkeling en het instandhouden en/of versterken van de cultuurhistorische waarden van het pand en de ruimtelijke omgeving. In dit geval bestaat de cultuurhistorische waarde van uw woonhuis onder andere door de aanwezigheid van de arbeiderswoning en de (ruimtelijke) ensemblewaarde van het geheel. Conclusie
De inspraakreactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen.
Pagina 61 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
43. EI19-00406 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker vraagt of voor de locatie Klaverhoekseweg nabij 16 rekening gehouden kan worden met de separate bestemmingsplanprocedure.
Het voorontwerpbestemmingsplan dateert van voor de vaststelling van het bestemmingsplan ‘Klaverhoekseweg nabij 16’ (9-3-2020). Hierin was derhalve toen het bestemmingsplan ‘Klaverhoekseweg nabij 16’ nog niet opgenomen. Aangezien het plan inmiddels wel is vastgesteld is de betreffende regeling in het ontwerpestemmingsplan opgenomen ten behoeve van realisering van een vrijstaande burgerwoning, inclusief landschappelijke inpassing in ruil voor sloop van voormalige agrarische bebouwing. Met het bestemmingsplan 'Sonseweg 11 en 13' worden in totaal 3 woningen mogelijk gemaakt. Voor de locatie van de woningen is een bouwvlak opgenomen. Op basis van de regels mag een woning een inhoud hebben van 750 m3 en is 120 m2 bijgebouwen toegestaan. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van landschappelijke inpassing en ruimtelijke kwaliteits- winst. De omliggende gronden zijn bestemd als ‘groen’. In het voorontwerpbestemmingsplan worden in totaal ook 3 woningen mogelijk gemaakt. Voor de locatie van de woningen is eveneens een bouwvlak opgenomen. Op basis van de regels mag een woning een inhoud hebben van 750 m3 en is 100 m2 bijgebouwen toegestaan. In het buitengebied is voor de voorwaardelijke verplichting een andere systematiek gehanteerd. De gronden waarvoor de verplichting geldt, zijn bestemd als ‘agrarisch’ met een aanduiding.
De plan is op bijgebouwenregeling na, op correcte wijze overgenomen. Het ontwerpbestemmingsplan is aangepast aan de vastgestelde postzegel, er zal 120 m2 bijgebouwen worden toegestaan voor de locatie.
b. Het vastgestelde bestemmingsplan 'Sonseweg 11 en 13' is niet juist overgenomen in het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2019’. Zo komt onder andere de regeling voor bijgebouwen niet overeen. Inspreker verzoekt het bestemmingsplan ‘Sonseweg 11 en 13’ op correcte wijze over te nemen in het bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2019’.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding en in de regels is het vastgestelde bestemmingsplan ‘Klaverhoekseweg nabji 16’ opgenomen. Op de verbeelding is ter plaatse van Sonseweg 11 een maatvoeringsaanduiding opgenomen voor de afwijkend toegestane maximum oppervlakte aan bijgebouwen, te weten 120 m2.
Pagina 62 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
44. EI19-00495 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker verzoekt artikel 40.19 Vrijwaringszone - weg 2 te verwijderen uit het bestemmingsplan
De locatie is gelegen direct ten westen van de rijksweg A2. In de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) is opgenomen dat Rijkswaterstaat beheerder is van de rijkswegen en reserveert vanuit deze functie, naast de beheerszone waar zij bevoegd gezag is op grond van de Wbr en de eventuele vrijwaringszones, ruimte in verband met de beheerdersbelangen. Het gaat hier om een beheerderszone om voor de korte en lange termijn de bestaande infrastructuur te beschermen en het gebruik te waarborgen. In de toepassing van deze wet staat het goed functioneren van het waterstaatswerk voorop. Belangen van anderen, zoals weggebruikers, worden hier tegen afgewogen. Volgens de wet is het verboden om zonder toestemming van de minister van Infrastructuur en Waterstaat iets anders te doen met een waterstaatswerk, dan waarvoor het bedoeld is. Men mag bijvoorbeeld niet zomaar een kabel leggen in de grond naast een rijksweg, of een reclamebord plaatsen in de wegberm. Ook voor de bouw van een wegrestaurant of een benzinestation langs de rijksweg moet een vergunning op basis van de Wbr worden aangevraagd. De hoogspanningsverbinding die aanwezig is op de locatie is inderdaad geen 150 kV maar een 380 kV. De regeling is in het ontwerpbestemmingsplan aangepast.
b. De tekst in artikel 29.1.1 is niet juist. Er wordt 150 kV genoemd; deze is niet aanwezig op Liempdseweg 5. Inspreker verzoekt de tekst aan te passen zoals in het oude bestemmingsplan. c. Door de aanduiding 'attentiegebied natuur netwerk brabant' wordt het bedrijf en de gronden van inspreker ten zuiden van de Kruisbeemdenweg, zeer beperkt. Het spoor en de snelweg 2 doorkruisen dit gebied, waardoor dit niet gezien kan worden als één gebied. Daarom heeft het geen meerwaarde om deze beperking van toepassing te laten zijn. Inspreker verzoekt dit gedeelte te verwijderen uit het bestemmingsplan 2019.
d. Door de aanduiding 'overige zone Pagina 63 van 162
Om te voorkomen dat de huidige hydrologische situatie van hydrologisch kwetsbare natuurgebieden (voorheen natte natuurparels genoemd) verder verslechtert wordt er een beschermingsbeleid gevoerd. Het beleid in deze gebieden is gericht op het verbeteren van de condities voor de natuur in de natte natuurparels en een externe bescherming tegen ingrepen die een ongewenste beïnvloeding van deze natuurwaarden kunnen hebben. Er is een hydrologisch standstill van toepassing in deze gebieden en in de beschermingszone er omheen. Daarom is deze zone relevant. Deze zone is gebaseerd op de provinciale verordening van de provincie waarvoor een instructieregel aan de Brabantse gemeenten is opgenomen. Aan deze instructieregel moet worden voldaan en deze zone is daarom ook in het ontwerpplan opgenomen. Deze bepaling is overgenomen uit de provinciale
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
beperkingen veehouderij' wordt het bedrijf van inspreker zeer beperkt. Het spoor en de snelweg 2 doorkruisen dit gebied, waardoor dit niet gezien kan worden als één gebied. Daarom heeft het geen meerwaarde om deze beperking van toepassing te laten zijn. Inspreker verzoekt dit gedeelte te verwijderen uit het bestemmingsplan 2019. e. Door de aanduiding 'groenblauwe mantel' wordt, wordt het bedrijf en de gronden van inspreker ten zuiden van de Kruisbeemdenweg, zeer beperkt. Het spoor en de snelweg 2 doorkruisen dit gebied, waardoor dit niet gezien kan worden als één gebied. Daarom heeft het geen meerwaarde om de groenblauwe mantel van toepassing te laten zijn. Inspreker verzoekt dit gedeelte te verwijderen uit het bestemmingsplan 2019 of de aanduiding 'op te schuiven' naar het noorden tot de Kruisbeemdenweg.
f.
Om de juiste zorg te kunnen verlenen zijn 2 bedrijfswoningen een must. Op deze manier kunnen op dit familiebedrijf 2 gezinnen wonen, waardoor de onverwachte nachtelijke werkzaamheden verdeeld kunnen worden over 2 personen.
g. Insprekers verzoeken het bouwblok aan te passen zoals opgenomen in de bijlage van de reactie, mits de belemmering van 'vrijwaringszone - weg' en de overige andere belemmeringen wegvallen. h. De gronden van inspreker die zijn aangeduid met de enkel bestemming agrarische waarden – landschapswaarden worden beperkt door deze bestemming. Met name boomteelt moet mogelijk zijn zonder vergunning.
verordening. De gemeente is verplicht deze regeling in haar bestemmingsplan op te nemen. De regeling is echter niet nieuw, in de geldende provinciale verordening is deze bepaling ook al opgenomen met een rechtstreekse werking. De bepaling geldt dus ook als de gemeente het niet zou overnemen in het bestemmingsplan.
De aanduiding voor groenblauwe mantel is overgenomen uit de provinciale omgevingsverordening. De gemeente is verplicht deze aanduiding uit het provinciale beleid 1 op 1 over te nemen. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Binnen de groenblauwe mantel is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals intensieve vormen van landbouw passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies. In de huidige tijd en met de huidige digitale middelen is de noodzaak voor een tweede bedrijfswoning verminderd. Het aantonen van de noodzaak wordt daardoor steeds moeilijker. Daarom is er geen regeling voor opgenomen in het bestemmingsplan. Mocht de noodzaak aangetoond kunnen worden, dan dient hiervoor een principe-verzoek te worden ingediend en is dit een aparte procedure. De genoemde belemmeringen kunnen vanwege wet- en regelgeving niet vervallen, het bouwvlak wordt daarom niet van vorm gewijzigd.
Naar aanleiding van de reacties is hier nogmaals naar gekeken. De regeling voor realisering van nieuwe boomteelt is aangepast. Uitsluitend indien gronden zijn gelegen binnen de attentiezone waterhuishouding wordt een omgevingsvergunning vereist, zodat het voornemen dan vooraf nader kan worden getoetst aan eventuele effecten op de omgeving. Bestaande boomteeltpercelen binnen deze zone zijn op de verbeelding aangeduid met de aanduiding ’boomteelt’. Voor nieuwe percelen wordt gelet op de hier aanwezige landschaps- en natuurwaarden een nadere afweging op mogelijke negatieve effecten wenselijk geacht. Conclusie
De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. In de planregels is de regeling met betrekking tot de hoogspanningsverbinding aangepast
Pagina 64 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
In de regels is de omgevingsvergunningplicht voor aanleg van nieuwe boomteelt aangepast, zodat deze alleen binnen de aanduiding ‘attentie zone – waterhuishouding’ nog van toepassing is.
Pagina 65 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
45. PI19-00610 en PI19-00667 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Inspreker verzoekt namens cliënt de regels uit bestemmingsplan Kleinbroek te handhaven: 120 m2 bijgebouw en een omgevingsvergunning voor het realiseren van een dierenverblijf van maximaal 200 m2.
De mogelijkheid voor het oprichten van een bijgebouw met een maximum oppervlakte van 120 m2 is met aan aanduiding op de verbeelding opgenomen. In artikel 27.2.2 is deze maatvoering vervolgens geregeld. De mogelijkheid voor het oprichten van een dierenverblijf is geregeld in artikel 41.1. De in dit artikel opgenomen oppervlaktemaat is echter kleiner dan de in het bestemmingsplan Kleinbroek opgenomen mogelijkheid. Dit is hersteld en voor het landgoed wordt een uitzonderingsregel opgenomen. Het artikel waar naar verwezen wordt gaat over splitsing van een woning indien sprake is van cultuurhistorische waarde. Daarvan is in dit geval geen sprake en een aanvulling is daarom ook niet noodzakelijk.
b. Cliënten stellen voor dat een voorschrift wordt opgenomen in aanvulling op artikel 25.5.2 dat als gebruik gemaakt wordt van een woningsplitsing de mogelijkheid om een dierenverblijf van 200 m2 te realiseren, komt te vervallen. c. Inspreker maakt namens cliënt bezwaar tegen het woord ‘recent’ in artikel 25.5.2 lid j. Het kan niet zijn dat als de LIR wordt aangepast dat er dan een wijziging van categorie zou kunnen plaatsvinden.
d. Het is voorstelbaar dat een bepaling wordt opgenomen conform de woningsplitsing in artikel 25.5.2 van het voorontwerp, met dien verstande dat een toevoeging wordt gedaan in het artikel dat een woningsplitsing onderdeel van een landgoed, eventueel nader te noemen Liempdseweg/Kruisbeemdenweg tot de mogelijkheden kan behoren.
De gemeente toetst aan het meest recente beleid. Voor wat betreft de LIR wordt gebruik gemaakt van een zogenaamde dynamische verwijzing naar beleid. Het voordeel hiervan is dat de gemeente altijd het meest recente beleid kan toepassen en het bestemmingsplan niet hoeft te worden aangepast op dit onderdeel. De afspraken die gemaakt zijn voor het plan van inspreker blijven gehandhaafd en kunnen niet veranderen door deze bepaling. Het ontwerp bestemmingsplan is aangepast op deze inspraakreactie. Conform het provinciaal beleid is een dergelijke splitsingsmogelijkheid opgenomen in de regels, specifiek voor deze locatie.
Conclusie De inspraakreactie geeft aanleiding om het bestemmingsplan aan te passen. Op de verbeelding is een maatvoeringsaanduiding opgenomen, ten behoeve van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen van 120 m2, conform de geldende regeling. In de regels is een afwijkingsmogelijkheid toegevoegd ten behoeve van woningsplitsing van de 2 noordelijk gelegen als ‘landgoedwoning’ aangeduide woningen
Pagina 66 van 162
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
46. EI19-00499 Inspraakreactie
Reactie gemeente Best
a. Doordat de grond van inspreker in het verleden al is gediepploegd tot ruim een halve meter, zullen geen archeologische waarden terug te vinden zijn. Daarom graag de gebiedsaanduiding Waarde - Archeologie 5 laten vervallen.
De dubbelbestemming Waarde- Archeologie is niet nieuw en ligt reeds op de gronden van de inspreker, middels het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Ten behoeve van dat bestemmingsplan heeft een archeologisch onderzoek plaatsgevonden. Op basis van dat onderzoek is het grondgebied van de gemeente Best bestemd. Het bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ is 1 op 1 overgenomen in het bestemmingsplan Buitengebied en feitelijk verandert er dan ook niets aan de geldende planologische situatie. De diepte grenzen voor archeologische onderzoek zoals opgenomen in de regels zijn gebaseerd op de analyse van archeologische onderzoeken in de afgelopen jaren. Hieruit blijkt dat het niet direct hoeft te betekenen dat er geen archeologische waarden meer aanwezig zijn als een perceel tot een bepaalde diepte verstoord is door bodembewerking. Wel kan daarmee worden aangetoond dat er sprake is van bestaand gebruik wat de gemeente mee kan nemen in de afweging met betrekking tot de ondergrens voor de onderzoeksplicht archeologie. De dubbelbestemming Waarde- Archeologie kan aangepast of geschrapt worden indien sprake is van een aantoonbare verstoring op het eigen perceel. Het gaat daarbij zowel om verstoringen door de aanleg van drainage, afgraving, egalisatie als door het bestaande gebruik voor het telen van specifieke gewassen als bijvoorbeeld asperges en bomen.
De aan te leveren gegevens dienen geverifieerd te kunnen worden, bijvoorbeeld door middel van foto’s, kaarten en rapporten.
b. In het 'voorontwerpbestemmingsplan buitengebied' staat niet beschreven wat verstaan wordt onder 'esdekken agrarisch'. Doordat deze grond in het verleden al zijn gediepploegd en gedraineerd, is deze grond tot ruim een meter omgewoeld. Er zullen geen archeologische waarden terug te vinden zijn. Daarom graag deze
Pagina 67 van 162
Er is niet middels gegevens aangetoond dat van een dergelijke situatie sprake is. Daarom blijft de archeologische bestemming gehandhaafd. Een esdek is een laag vruchtbare aarde (bijvoorbeeld ontstaan door het verspreiden van stalmest over de bodem) waar de gewassen het beter op deden dan de zandgrond die eronder ligt. Wanneer er dan geploegd wordt, verstoort dit de archeologische laag niet zo erg als wanneer er geen esdek aanwezig is. Het toekennen van de aanduiding esdek is dus geen beperking maar juist een verruiming ten opzichte van de archeologische
Nota Vooroverleg en Inspraak Bestemmingsplan “Buitengebied Best BL20-11646
gebiedsaanduiding laten vervallen.
c. Door de aanduiding 'groenblauwe mantel' worden de gronden van inspreker, zeer beperkt. Inspreker verzoekt dit gedeelte te verwijderen uit het bestemmingsplan 2019.
d. Door de aanduiding 'attentiegebied natuur netwerk brabant' worden de gronden van inspreker zeer beperkt. Inspreker verzoekt dit gedeelte te verwijderen uit het bestemmingsplan 2019.
e. Boomteelt moet mogelijk zijn zonder vergunning
bestemming. Er is dan namelijk sprake van een ruimere verstoringslaag. De aanduiding is overgenomen uit het geldend bestemmingsplan ‘Parkeernormen en archeologie’ uit 2017. Het betreft dus geen wijziging, maar voortzetting van de geldende planologische situatie. De aanduiding voor groenblauwe mantel is overgenomen uit de provinciale omgevingsverordening. De gemeente is verplicht deze aanduiding uit het provinciale beleid 1 op 1 over te nemen. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Binnen de groenblauwe mantel is ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. De ontwikkeling van nieuwe (kapitaal)intensieve functies, zoals intensieve vormen van landbouw passen minder bij het karakter van deze gebieden. Daarom geldt binnen de groenblauwe mantel aanvullende regels voor de ontwikkeling van die functies. Om te voorkomen dat de huidige hydrologische situatie van hydrologisch kwetsbare natuurgebieden (voorheen natte natuurparels genoemd) verder verslechtert wordt er een beschermingsbeleid gevoerd.