22046.10 - Bijlage 8.6 - Ruimtelijke onderbouwing Aarleseweg 34
Tekst van het document
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
74
5.5.2 Omliggende bedrijven Binnen een straal van 250 meter bevinden zich 4 agrarische bedrijven en 2 niet agrarische bedrijven.
Figuur 27. omliggende bedrijven Aarleseweg 34 (straal – 250 meter)
Agrarische bedrijven: a. Aarleseweg 23 Melkveehouderij b. Aarleseweg 30 Rundveehouderij (feitelijk Bouw-/installatiebedrijf) c. Aarleseweg 32 Gestopte/Ingetrokken vleesvee/zoogkoeienhouderij d. Aarleseweg 34 Fokkerijcentrum + Dienstverlening voor fokken/ houden dieren (initiatiefnemer) Niet-agrarische bedrijven: e. Aarleseweg 24 Fouragebedrijf f. Aarleseweg 42 Haardhout / opslag en handel RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
75
Figuur 28: omliggende bedrijven Spoordonkseweg 77 (straal – 300 meter)
Vanwege de aanwezigheid van verschillende soorten bedrijven gelegen aan een hoofdinfrastructuur is er sprake van een gemengd gebied. Nu er sprake is van een gemengd gebied is bij de beoordeling rekening gehouden met de grootste afstand die voor de verschillende bedrijven van toepassing zijn en gecorrigeerd naar de richtafstand behorende bij een gemengd gebied.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
76
Adres
Buitengebied/ Kern
Omschrijving
SBI-2008
a.
Aarleseweg 23
Buitengebied
Melkveehouder
0141, 0142
b.
Aarleseweg 30
Buitengebied
Veehouderij
Rundvee
c.
Aarleseweg 32
Buitengebied
Vleesveehouderij Vergunning ingetrokken
Akkerbouw (geen veeteelt) 011,012,013
30 meter
Fourage gebouwen max. 240 m2 Opslag en handel haardhout gebouwen max. 240 m2
Bouwbedrijf <290 m2 bo 016 <200 m2 houtverewerking <2000 m2 opslag hout
d.
Aarleseweg 34
Initiatiefnemer
e.
Aarleseweg 24
Buitengebied
f.
Aarleseweg 42
Buitengebied
Grootste richtafstand (gemengd gebied) 100 meter 50mtr(Wgv) 50 meter
Werkelijke afstand tot plangebied
Deelconclusie
75 meter
voldoet
51 meter
voldoet
10 meter 38 meter
Voldoet tot - dierenverblijf - verblijfsfunctie KI-station
30 meter
240 meter
Voldoet
30 meter
72 meter
Voldoet
Tabel. Omgekeerde werking Conclusie Uit figuur 5.5 kan afgeleid worden dat er diverse bedrijfsmatige activiteiten in de omgeving van Aarleseweg 34 worden uitgevoerd. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de locatie in een gemengd gebied ligt. Het positieve gevolg hierop is dat de richtafstand van omliggende bedrijven verlaagd kan worden van 30 meter naar 10 meter. De gevraagde ontwikkeling benadeeld omliggende bedrijfsbelangen niet.
5.8
Luchtkwaliteit
De Eerste Kamer heeft op 9 oktober 2007 het wetsvoorstel voor de wijziging van de Wet milieubeheer goedgekeurd (Stb. 2007, 414) en vervolgens is de wijziging op 15 november 2007 in werking getreden. De wet vervangt het Besluit Luchtkwaliteit 2005. Met name paragraaf 5.2 uit genoemde wet is veranderd. Omdat 5.2 handelt over luchtkwaliteit staat de nieuwe 5.2 bekend als de 'Wet luchtkwaliteit'. De Wet luchtkwaliteit introduceert het onderscheid tussen 'kleine' en 'grote' projecten. Kleine projecten dragen 'niet in betekende mate' (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Een paar honderd grote projecten dragen juist wel 'in betekende mate' bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Het gaat hierbij vooral om bedrijventerreinen en infrastructuur (wegen). Wat het begrip 'in betekende mate' precies inhoudt, staat in een Algemene Maatregel van Besluit (AMvB). Op hoofdlijnen komt het erop neer dat 'grote' projecten die jaarlijks meer dan 3 procent bijdragen aan de jaargemiddelde norm voor fijn stof en stikstofdioxide (1,2 microgram per m3) een 'betekenend' negatief effect hebben op de luchtkwaliteit. 'Kleine' projecten die minder dan 3 procent bijdragen, kunnen doorgaan zonder toetsing. Deze RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
77
kwantitatieve vertaling naar verschillende functies is neergelegd in de Regeling 'niet in betekenende mate bijdragen'. 5.6.1 Achtergrondconcentratie omgeving Als gevolg van het voornemen treden er veranderingen op ten aanzien van fijnstof (pm10). De grenswaarde voor pm10 is 40 μg/m3, uit figuur 5.6 blijkt dat ruimschoots wordt voldaan aan de gestelde normen uit de Wet luchtkwaliteit. Op locatie Aarleseweg 34 ligt de fijnstof concentratie tussen de 19 en 20 μg/m3.
Aarleseweg 34
Figuur 29. Fijnstof concentratie omgeving Aarleseweg 34
5.6.2 Fijnstof concentratie Als gevolg van het voornemen treden er veranderingen op ten aanzien van fijnstofemissie en de plaats van de emissie. Om de fijnstofconcentratie in beeld te brengen is gebruikt gemaakt van de verspreidingsberekening ISL3a. Uit bijgevoegde bijlage valt op te maken dat ruimschoots wordt voldaan aan de gestelde normen uit de Wet luchtkwaliteit en de strengere normen uit het Brabantse Zorgvuldige Veehouderij -beleid. Het aspect luchtkwaliteit staat niet aan uitvoering van dit plan in de weg. NORMSTELLING: PM10 De grenswaarden voor fijn stof binnen de Wet luchtkwaliteit en wet Milieubeheer zijn: Jaargemiddelde concentratie : 40,0 μg/m³ Jaargemiddelde concentratie ‘Brabantse Zorgvuldigheidsscore’ : 31,2 μg/m³ Aantal overschrijdingsdagen van het 24 uurgemiddelde van 50 μg/m³ : 35 dagen
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
78
PM2,5 De grenswaarden voor fijn stof binnen de Wet luchtkwaliteit zijn: Jaargemiddelde concentratie : 25,0 μg/m³ In deze berekeningen is de Input van PM2.5 genomen van het rapport 496 (maart 2012) Emissiefactoren PM2.5 incl. toelichting WUR Livestock Research voor de emissies van de dieren. Uit onderstaande berekening van de luchtkwaliteit met ISL3a waarbij de ontwikkeling van de Aarleseweg 34 op inrichtingsniveau is gemodelleerd, blijkt dat de luchtkwaliteit ruimschoot voldoet aan de normstelling. Normstelling Bestaande situatie Nieuwe situatie Concentratie µg/m3
PM10 40/ 31,2 PM2.5 25
Overschrijdings-
Concentratie
Overschrijdings-
Concentratie
Overschrijdings-
dagen
3
µg/m
dagen
µg/m3
dagen
35 n.v.t.
19,52 11,42
7,2 n.v.t.
19,55 11,42
7,3 n.v.t.
Figuur 30a PM10 concentratie
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
79
Figuur 30b PM2.5 concentratie
Conclusie. Als gevolg van het voornemen blijft de concentratie aan fijnstof ruimschoots onder de normstelling. Het aspect luchtkwaliteit staat niet aan uitvoering van dit plan in de weg. 5.6.2 NO2/NOx concentratie De afkorting NIBM staat voor ‘Niet in betekenende mate bijdragen' aan de luchtverontreiniging. Het gaat dan bijvoorbeeld om een ruimtelijk project of (te vergunnen) activiteit, waarvan de bijdrage aan de luchtverontreiniging klein is. Dan is geen toetsing aan de grenswaarden luchtkwaliteit nodig. Leidt een project tot een toename voor NO2 en PM10 die lager is dan de NIBM grens? Dan is het toetsen van het project aan de grenswaarden niet nodig en kan het project zonder verdere maatregelen doorgaan. Wanneer draagt een project niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging? Het Besluit NIBM geeft de volgende voorwaarde: Het project of de activiteit draagt maximaal 3% van de jaargemiddelde grenswaarde bij aan de concentraties fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2). Dit komt overeen met een toename van maximaal 1,2 µg/m3 voor zowel PM10 als NO2. Het project is IBM als de toename voor één of beide stoffen hoger is. De provincie heeft voor project ingestemd in het kader van de Wet natuurbescherming op Het bedrijf verwarmd de stallen met een warmte pomp versus elektriciteit via zonnepanelen (bedrijf zonder gasverbruik).
Dit betekent dat de NO2 en NOx enkel afkomstig is van de verkeersbewegingen. In de Wnb procedure zijn de volgende NO2, NOx bronnen, verkeersbewegingen, afgeleid uit het akoestisch rapport.
21595 verkeersbewegingen per jaar : 52 weken = 415 verkeersbewegingen / week Waarvan 1562 : 52 = 30 vrachtwagen / tractor/ loader verkeersbewegingen, is 7,24%.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
80
Uit de NIBM-tool blijkt dat de totale NO2 / NOx uitstoot van het project ‘niet in betekende mate bijdraagt en dus een uitgebreid luchtkwaliteitsonderzoek niet behoefd te worden uitgevoerd.
5.9
Bodemkwaliteit
Het onderhavige plangebied is voldoende van kwaliteit voor de reeds bestaande en bestemde functies. Concreet wordt binnen het plangebied een nieuwe kwetsbare functie (Ki-station) mogelijk gemaakt. Een Ki-station met een kantoor-/labofunctie is een functie waarbij sprake is van een verblijfsruimte waar gemiddeld per dag 2 uur of langer mensen verblijven. Uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek van 4 december 2020 (rapportnr. 220-BAa34-vo-v1) is gebleken dat er geen belemmeringen zijn uit oogpunt van de chemische gesteldheid tegen voorgenomen nieuwbouw op het perceel. Bij het uitvoeren van eventuele werkzaamheden binnen onderhavig plangebied moet rekening worden gehouden met het eventueel vrijkomen van grond, en de noodzaak deze grond af te voeren. De vrijkomende grond valt, indien deze buiten de locatie hergebruikt gaat worden onder regime van het Besluit Bodemkwaliteit. Van de vrijkomende grond moet de kwaliteit afdoende bekend worden via bodemonderzoek, waarna er een passende bestemming of afvoermogelijkheid bepaald kan worden. Nieuwe ontwikkelingen die van invloed kunnen zijn op de bodem moeten voldoen aan de daarvoor geldende regels (zoals bodembeschermende voorzieningen, maatregelen en/of bodemonderzoeken) conform de Wet milieubeheer. Op de locatie is alleen een vormverandering van toepassing. De beoogde gronden zijn op dit moment in gebruik als
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
81
landbouwgrond. Hierop wordt een bedrijfsgebouw voorzien ten dienste van het ki-station/distributie. De nevenactiviteit hondenfokkerij bevindt zich in hoofdzaak in de bestaande gebouwen (welke zijn voorzien van een vloeistof kerende vloer) en heeft geen invloed op de bodemkwaliteit. De varkensstallen en mestvaalt zijn voorzien van mest opvangkelders die mestdicht zijn uitgevoerd. Het aspect bodem staat derhalve niet aan uitvoering van dit plan in de weg.
5.10 Externe veiligheid De doelstelling van het externe veiligheidsbeleid is het realiseren van een veilig woon- en leefomgeving voor het beheersen van risico’s van activiteiten met gevaarlijke stoffen (zoals opslag en transport). Het beleid is erop gericht te voorkomen dat er dichtbij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden. Binnen het onderhavig plan worden geen relevante activiteiten met gevaarlijke stoffen mogelijk gemaakt of (beperkt) kwetsbare objecten (zoals woningen) gerealiseerd. De dichtstbijzijnde overige activiteit is een ondergrondse leiding op 1.07 kilometer afstand gelegen, zie onderstaande figuur. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen buisleidingen voor het transport van gevaarlijke stoffen aanwezig, dan wel andere objecten waarvoor in het kader van Externe veiligheid rekening mee moet worden gehouden. Het aspect externe veiligheid levert derhalve geen beperkingen voor onderhavig plan.
Figuur 31. Risicokaart Aarleseweg 34
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
82
5.11 Milieu Effect Rapportage 5.9.1 Besluit m.e.r. Op grond van hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is het noodzakelijk om ten behoeve van een bestemmingsplan dat kaderstellend is voor projecten met grote milieugevolgen een plan-m.e.r. op te stellen. Onderdeel D in het Besluit m.e.r. geeft de omvang van dergelijke projecten. Hierbij geldt sinds de aanpassing van het Besluit m.e.r. per 1 april 2011 de omvang als richtwaarde en niet als absolute drempelwaarde. Daarom is altijd een toets noodzakelijk of sprake is van een project met grote milieugevolgen. Deze toets dient plaats te vinden aan de hand van de criteria van Bijlage III, van de EU-richtlijn m.e.r. De hoofdcriteria waaraan moet worden getoetst zijn: kenmerken van de projecten, plaats van de projecten en kenmerken van het potentiële effect. Het mag duidelijk zijn dat wanneer een project ruim beneden de omvang uit de bijlage van het Besluit m.e.r. blijft, deze beoordeling beknopt kan zijn. In het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is vastgelegd in welke situaties een m.e.r.-beoordeling moet worden gemaakt. In de bijlage bij het Besluit m.e.r. is een overzicht opgenomen van de activiteiten waarvoor dit nodig is (kolom 1), in welke gevallen (kolom 2) en bij welke plannen (kolom 3) of besluiten (kolom 4) dit dan van toepassing is.
In relatie tot de vergunningverlening moet zowel aan de voorwaarde van de activiteit als de voorwaarde van het besluit zijn voldaan. Door te toetsen aan de drempelwaarden van het Besluit m.e.r. wordt bepaald of de ontwikkelingen in het kader van dit bestemmingsplan m.e.r.-plichtig zijn of dat een vormvrije m.e.r.-beoordeling voldoende is. 5.9.2 Beoordeling m.e.r.-plicht De ontwikkeling / wijziging van de vigerende bestemming Aarleseweg 34 heeft betrekking op: -
-
-
Vormverandering van het bouw-/bestemmingsvlak ten dienste van de bouw van een bedrijfsgebouw voor het ki-station met als functie kantoorruimte - laboratorium – distributie; De reeds vergunde en gerealiseerde varkensstallen worden voorzien van een biocombi luchtwasser. De omvang van de stallen en aantallen varkens wordt niet gewijzigd; In voormalige varkens- / rundveestallen is een hondenfokkerij als nevenactiviteit opgericht.
De voorgenomen activiteit moet zijn opgenomen in het overzicht in de bijlage bij het Besluit m.e.r. Voor het houden van dieren gaat het om categorie 14 uit onderdeel D van de bijlage van het Besluit m.e.r. De activiteit moet betrekking hebben op de oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van pluimvee of varkens.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
83
De nevenactiviteiten , het fokken en houden van honden en het ki-station (kantoorfunctie, laboratorium en distributie) zijn als activiteit niet opgenomen in de bijlage(n) van het Besluit m.e.r. Activiteit installatie voor het houden van dieren In categorie D14 kolom 1 is de volgende activiteit te lezen: De oprichting, wijziging of uitbreiding van een installatie voor het fokken, mesten of houden van dieren. Hiervan moet dus eerst sprake zijn van om te komen tot een plicht voor een m.e.r.-beoordeling. Pas als hiervan sprake is komt de toetsing aan de drempelwaarde van kolom 2 aan de orde. Wat moet nu worden gezien als de installatie? De definitie in het Besluit m.e.r. luidt: een of meer installaties binnen een inrichting voor zover het de activiteit betreft als bedoeld in kolom 1 van de onderdelen C en D. Hieruit valt dus ook weer af te leiden dat los van de toetsing aan de drempelwaarde moet worden bepaald of sprake is van het oprichten, wijzigen of uitbreiden van de installatie. Bij een vergunning voor de veehouderij moet de stal met het huisvestingssysteem als de installatie worden gezien.
Pas als daarbij sprake is van: - het oprichten (een uitbreiding van een inrichting door de oprichting van een nieuwe installatie), of; - het uitbreiden (het opnieuw in gebruik nemen van aangelegde werken, ingerichte gebieden of bestaande inrichtingen), of; - het wijzigen (een reconstructie of verandering anderszins van aangelegde werken, ingerichte gebieden of bestaande inrichtingen); is sprake van een activiteit waarvoor een m.e.r.-beoordeling moet plaatsvinden.
In uitspraak 200904456/1/M2, ECLI:NL:RVS:2010:BL7779, staat het volgend te lezen: Niet gebleken is dat de installatie (stal) zodanig wordt gewijzigd dat het gaat om de oprichting van een nieuwe installatie als bedoeld in onderdeel A, onder 2, van de bijlage bij het Besluit. Gelet hierop is het college er in zoverre bij de beoordeling of de drempelwaarden van de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit wat het houden van varkens betreft worden overschreden, terecht van uitgegaan dat het aantal te houden varkens in deze stal niet meegeteld diende te worden. Casus. Het aanpassen van een bestaande stal voor varkens waarbij het aantal te houden dieren in de stal niet wijzigt. Het huisvestingssysteem waarin de dieren worden gehuisvest wijzigt niet. In een uitspraak van de RvS 201000080/1/M2 ECLI:NL:RVS:2010:BN6169 zegt de Afdeling het volgende: Bij een wijziging van een veehouderij, bijvoorbeeld het stalsysteem, kan er volgens de
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
84
jurisprudentie alleen een m.e.r.-(beoordelings)plicht gelden als deze wijziging gezien kan worden als ‘de oprichting van een nieuwe installatie’. Aansluiting op een luchtwasser of de wijziging van de hokindeling wordt niet als zodanig aangemerkt. De Afdeling stelt dat in de bestaande stallen weliswaar een omschakeling plaats zal vinden van stalsysteem, maar dat dit slechts tot beperkte aanpassingen leidt. Die stallen zullen worden aangesloten op een luchtwasser. Verder wijzigt de hokindeling. Deze aanpassingen moeten volgende de Afdeling niet aangemerkt worden als ‘de oprichting van een nieuwe installatie’ zoals bedoeld in onderdeel A, onder 2 van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Betreft genoemde stalaanpassing, plaatsen van een luchtwasser, is geen sprake van het oprichten van een nieuwe installatie en dus geen m.e.r.- (beoordelings)plicht. Uit de milieuaspecten, zoals in dit hoofdstuk nader in toegelicht, blijkt dat er geen belangrijke nadelige effecten zijn te verwachten die een formele m.e.r. beoordeling van het plan noodzakelijk maken.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
85
6 Juridische vormgeving 6.1
Inleiding
De planwijziging ‘bestemmingsplan Buitengebied Aarleseweg 34’ bestaat uit de juridisch bindende regels en verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting, waarvan onderhavige ruimtelijke onderbouwing onderdeel uitmaakt. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels evenals de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding worden de bestemmingen weergegeven, met daarbij de harde randvoorwaarden. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan.
6.2
Planregels en Verbeelding
Bij het opstellen van het bestemmingsplan is aangesloten bij het door de gemeente opgestelde bestemmingsplan buitengebied. Voor de van toepassing zijnde planregels wordt aangesloten bij de regels van het bestemmingsplan “Buitengebied Best 2021”.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
86
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
87
7 7.1
Uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid
De initiatiefnemer is zich ervan bewust dat alle kosten die gemaakt worden in of ten behoeve van de procedure en de uitvoering voor rekening van de initiatiefnemer komen. Dit betreft onder meer de kosten voor de benodigde onderzoeken, de kosten voor het opstellen het bestemmingsplan en de legeskosten die voldaan dienen te worden. Onderhavig plan is geen plan in het kader van de Grexwet. De initiatiefnemer heeft een anterieure overeenkomst met de gemeente Oirschot gesloten, om het planschadeverhaal en de landschappelijke inpassing te regelen.
7.2
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
7.2.1 Vooroverleg ex artikel 1.3.1 Bro Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan burgemeester en wethouders overleg met de besturen van bij het plan betrokken waterschappen plegen. Waar nodig plegen zij tevens overleg met besturen van andere gemeenten, met de provincie en eventueel andere dienste van Rijk en provincie die belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. De provincie Noord-Brabant en Waterschap De Dommel zijn in het kader van dit bestemmingsplan betrokken in het vooroverleg. Reactie. - Provincie Noord-Brabant pm. - Waterschap De Dommel pm. 7.2.2 Dialoog In verband met de beperkingen / maatregelen als gevolg van het Corona-virus zijn betrokkenen schriftelijk geïnformeerd over de voorgenomen wijzigingen. Vervolgens heeft initiatiefnemer in een dialoog half 2020 de eigenaren van aangrenzende percelen omtrent het wijzigingsplan ‘bestemmingsplan Buitengebied Aarleseweg 34’ geïnformeerd. De stukken die ten grondslag liggen aan de dialoog zijn als bijlage(n) toegevoegd. De reacties van omwonenden zijn verwerkt in de het plan. 7.2.3 Publicatie Bij publicatie van pm. hebben burgemeester en wethouders van Best kennis gegeven dat zij medewerking verlenen aan de vormverandering van het bouwvlak ten behoeve van het realiseren van een ki-station.
Het tijdstip van de ter inzage legging van de onderhavig wijzigingsplan ‘bestemmingsplan Buitengebied Aarleseweg 34’ zal bekend worden gemaakt in samenhang met het
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
88
‘bestemmingsplan Buitengebied Best 2021’ in het weekblad en langs elektronische weg (de gemeentelijke internetsite). 7.2.4 Ingebrachte zienswijzen De gemeente Best heeft de aanvraag Omgevingsvergunning van 6 mei 2020 (WABO_VERG20-00661) waarin is verzocht om vormverandering van het bouwvlak voor de realisatie van een nieuw bedrijfsgebouw, ki-station, als gevolg veterinaire Europese regelgeving niet meegenomen in de actualisatie van het bestemmingsplan Buitengebied Best 2021. Het wijzigingsplan ‘bestemmingsplan Buitengebied Aarleseweg 34’ heeft derhalve als ontwerpbestemmingsplan niet ter inzage gelegen.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
89
Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5
Verbeelding Akoestisch rapport, wijziging juni 2021 Landschapsplan Effecten indicator Dialoog
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING BESTEMMINGSPLAN BUITENGEBIED BEST, AARLESEWEG 34 TE BEST – MEI 2020 AANVULLING JUNI 2022V2
90