CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.27 - Ruimtelijke onderbouwing Mosselaarweg 26a-28

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied11.292 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

Conclusie Gelet op het bovenstaande zijn er geen verdere gezondheidsbelemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Derhalve kan geconcludeerd worden dat ter plaatse een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden.

4.2.8 Geurhinder Algemeen De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader voor vergunningplichtige veehouderijen, als het gaat om geurhinder vanwege dierenverblijven. De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object. Voor diercategorieën waarvan de geuremissiefactor per dier is vastgesteld, wordt deze waarde uitgedrukt in een ten hoogste toegestane geurbelasting op een geurgevoelig object. Voor dieren zonder geuremissiefactor, zoals melkkoeien en paarden, gelden minimaal de volgende aan te houden afstanden: - ten minste 100 meter indien het geurgevoelige object binnen de bebouwde kom is gelegen, en - ten minste 50 meter indien het geurgevoelige object buiten de bebouwde kom is gelegen. Met de inwerkingtreding van het Activiteitenbesluit per 1 januari 2013 zijn veel veehouderijen onder de werkingssfeer van dit besluit komen te vallen. In het Activiteitenbesluit is voor geurhinder van veehouderijen hetzelfde beoordelingskader opgenomen als in de Wgv. Geurverordening Best De gemeenteraad van Best besloot in 2008 om af te wijken van de wettelijke standaardnormen. Het ging daarbij zowel om een afwijking van de standaard geurnormen. Een gemeente kan dit wanneer zij een gebiedsvisie en een geurverordening vaststellen. De gemeente heeft een geurgebiedsvisie vastgesteld op 16 juli 2008. Doorwerking plangebied.

De meest dichtbijgelegen veehouderij betreft een varkenshouderij aan de Mosselaarweg 22B te Best. De afstand tussen het plangebied en deze veehouderij bedraagt, bouwvlak tot bouwvlak gemeten, 320 meter. Hiermee wordt voldaan aan de eisen uit de VNG-brochure en kan gesproken worden van een goede ruimtelijke ordening. Met betrekking tot het woon- en leefklimaat is het plangebied gelegen in een omgeving waar weinig veehouderijbedrijven zijn gelegen. Dat maat, dat zonder berekening gesteld kan worden dat de ontwikkeling ook in het kader van een goed woon- en leefklimaat (achtergrondbelasting) aanvaardbaar is. Vanuit geurhinder van veehouderijen bestaan er hiermee geen belemmeringen voor de beoogde woningbouw. Bovendien worden de veehouderijen in de omgeving niet beperkt als gevolg van deze ontwikkeling, omdat mede reeds andere woningen in de omgeving dichter bij de veehouderijen zijn gelegen. Conclusie Gelet op het bovenstaande zijn er geen belemmeringen vanuit het aspect geur voor onderhavige ontwikkeling.

4.3 Ecologie De bescherming van de natuur is per 1 januari 2017 in Nederland vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Deze wet vormt voor wat betreft soortenbescherming en BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

gebiedsbescherming een uitwerking van de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Daarnaast vindt beleidsmatige gebieds-bescherming plaats door middel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), de voormalige Ecologische Hoofdstructuur (EHS). Door ecoloog M. v.d. Schoot is op de locatie een natuurtoets uitgevoerd. In deze toelichting zijn de belangrijkste conclusies opgenomen, voor het gehele onderzoek wordt verwezen naar de bijlage. Doorwerking plangebied Gebiedsbescherming Het plangebied ligt niet binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000gebied. De meest in de nabijheid gelegen Natura 2000-gebied, de Kampina & Oisterwijkse Vennen, bevindt zich op een afstand van circa 6,5 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Gelet op het planvoornemen waarbij er sprake is van een feitelijke verplaatsing van een woning (sloop bestaande woning en nieuwbouw binnen plangebied) binnen een bestaand bebouwingslint én de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als licht en geluid uitgesloten. Daarnaast is er geen sprake van een toename van stikstofdepositie op het nabijgelegen Natura 2000-gebied omdat er feitelijk geen nieuwe woning wordt toegevoegd. Derhalve verandert de huidige situatie niet en is de toename aan stikstofdepositie redelijkerwijs uitgesloten. Tevens ligt het plangebied niet binnen het Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNB Natuurnetwerk ligt op circa 500 meter ten noorden en ten westen van het plangebied. Gezien de afstand tot het NNB en de kleinschalige aard van de voorgenomen plannen zullen omgevingscondities op het NNB gelijk blijven en zullen de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNB niet worden aangetast. Vervolgonderzoek in het kader van het NNB wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. Soortbescherming Het plangebied betreft een weiland die wordt begraasd en agrarisch in gebruik is. De gronden hebben daardoor zeer weinig ecologische waarden. Binnen het plangebied worden daarom geen zwaarder beschermde soorten vaatplanten, vogels, grondgebonden zoogdieren en amfibieën verwacht. Daarnaast is het voorkomen van vissen, amfibieën (voortplantingswater), reptielen en overige ongewervelden (zoals bijv. zeldzame dagvlinders en libellen) binnen het plangebied uit te sluiten, vanwege de afwezigheid van geschikt habitat. Negatieve effecten voor deze soortgroepen zijn niet te verwachten. Incidenteel kan op binnen de wei hooguit een algemene (vrijgestelde) soort als egel, konijn, mol, bruine kikker of gewone pad worden waargenomen. Hiervoor is werken met in achtneming van de zorgplicht afdoende. Dit houdt in dat al het redelijkerwijs mogelijke gedaan dient te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Dieren moeten de gelegenheid krijgen om het werkgebied zelfstandig en veilig te kunnen verlaten. Indien noodzakelijk dienen soorten zorgvuldig te worden verplaatst naar buiten het werkgebied. Daarnaast is een onverhoopt broedgeval van een houtduif of Turkse tortel in de omliggende bomen niet volledig uit te sluiten en kunnen vleermuizen hier tussen zonsondergang en zonsopkomst foerageren. Hieromtrent dient verlichting in de richting van de bomen op voorhand te worden vermeden. Doordat vogels in de omliggende bomen kunnen broeden, kan werken buiten het broedseizoen of middels een controle voorafgaand aan de werkzaamheden, het verstoren/ vernietigen van een broedgeval, en daarmee overtreding, worden voorkomen.

BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

Met de ontwikkeling binnen het plangebied is er geen sprake van inbreuk op de gunstige staat van instandhouding van lokale populaties. Het uitvoeren van een nader (veld)onderzoek naar flora en fauna in het besluitgebied is dan ook niet aan de orde, met uitzondering van een controle op een broedgeval bij start van de werkzaamheden in het broedseizoen. Daar waar de voorgenomen ontwikkeling een feitelijke verplaatsing van een woning (sloop bestaande woning en nieuwbouw binnen plangebied) betreft, dient indien tijdens de werkzaamheden onverhoopt individuen worden aangetroffen, geldt hiervoor de algemene zorgplicht. Conclusie Op basis van het bovenstaande, bestaan er vanuit het aspect ecologie geen belemmeringen en kan het voorgenomen plan in overeenstemming met de nationale natuurwetgeving en het provinciale natuurbeleid worden uitgevoerd, mits voorafgaand en tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden rekening wordt gehouden met het broedseizoen en de zorgplicht in acht te worden genomen.

4.4 Waterhuishouding Sinds 1 november 2003 is het verplicht om bij ruimtelijke ingrepen de watertoets te doorlopen. Hierin dient inzicht worden geboden in de effecten van het initiatief op de waterhuishouding. In het kader van de watertoets dient de gemeente wateradvies in te winnen bij de waterbeheerder. De gemeente en het waterschap kunnen praktische afspraken maken over de wijze waarop het aspect water in het ruimtelijk plan is opgenomen. Voor ieder ruimtelijk plan is een formele watertoets noodzakelijk. De watertoets is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen op een evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem. Beleidskaders Provinciaal beleid Relevante beleidsstukken op het gebied van water is het provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 van de provincie Noord-Brabant, het Waterbeheersplan 2016-2021 van Waterschap De Dommel, het Nationaal Waterplan, WB21, Nationaal Bestuursakkoord Water en de Europese Kaderrichtlijn Water. Belangrijkste gezamenlijke punt uit deze beleidsstukken is dat water een belangrijk sturend element is in de ruimtelijke ordening. De bekende driestapsstrategieën zijn leidend: • •

Vasthouden-bergen-afvoeren (waterkwantiteit); Voorkomen-scheiden-zuiveren (waterkwaliteit).

Daarnaast is de Beleidsbrief regenwater en riolering nog relevant. Hierin staat hoe het best omgegaan kan worden met het hemelwater en het afkoppelen daarvan. Ook hier gelden de driestapsstrategieën. De twee meest relevante beleidsstukken zijn hieronder verder toegelicht. Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 (PMWP), Provincie Noord-Brabant Het Provinciaal Milieu- en Waterplan 2016-2021 integreert de milieu- en wateropgave. Het PMWP geeft richting aan het milieu- en waterbeleid van de provincie, met specifieke nadruk op een aantal thema’s, waaronder grondwaterbeheer, waterveiligheid, klimaat en gezondheid. In het plan hanteert de provincie de principes van de people-planet-profitbenadering. In NoordBrabant zijn deze uitgangspunten vertaald in de Telos-driehoek. De drie P’s bepalen het leef- en vestigingsklimaat van Brabant. Het doel van de provincie is om zowel economisch, sociaal als

BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

ecologisch vooruitgang te boeken. De drie P’s, ook wel de drie kapitalen genoemd, zijn hierbij in balans. In dit PMWP staat het ecologisch kapitaal centraal, en dan vooral de onderdelen water en milieu en de relatie onderling. Daarbij ligt de nadruk op de relatie van Brabant met gezondheid en veiligheid (onderdeel van het sociaal-cultureel kapitaal). Ook wordt aandacht besteed aan groene groei (de relatie met economisch kapitaal). Gezondheid en veiligheid horen bij dit plan omdat die de drijvende kracht zijn achter al het milieu- en waterbeleid. Gezondheid wordt hierbij breed op ingezet; een gezonde leefomgeving voor mens, plant en dier. Economie verdient aandacht omdat economische activiteiten onze fysieke leefomgeving niet alleen sterk beïnvloeden, maar tegelijkertijd ook afhankelijk zijn van onze fysieke leefomgeving. Bijvoorbeeld omdat voor een economische activiteit bepaalde grondstoffen nodig zijn. Door aandacht te geven aan de drie P’s en de relaties daartussen, wordt de provincie duurzamer. In één beweging wordt het economische, ecologische én het sociaalculturele kapitaal verbeterd. Gelijktijdig, en zonder nadelen of minpunten af te wentelen op andere kapitalen, andere generaties of andere gebieden en landen. Verschillende wet- en regelgeving stellen kaders in de PMWP.

Zo worden kaders gesteld door de Wet milieubeheer, Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Wet bodembescherming, Wet geluidhinder, Waterwet en Kaderrichtlijn Water (inclusief Natura 2000). Op grond van de Waterwet fungeert het Provinciaal Waterplan tevens als structuurvisie. De ruimtelijke aspecten die in dit plan de status van structuurvisie krijgen, zijn de gebieden voor hoogwaterbescherming, de regionale waterbergingsgebieden, de ruimte voor watersysteemherstel (onder andere hermeanderingszones langs beken en ruimte voor ecologische verbindingszones), de Natte Natuurparels inclusief de attentiegebieden, de beschermingszones voor grondwaterwinningen voor de openbare watervoorziening, de beschermingszones voor innamepunten van drinkwater uit oppervlaktewater en wijstgebieden. Met de inwerkingtreding van de Waterwet is de provincie ook bevoegd gezag voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving van de milieunormen die gelden voor bedrijven. Waterschap De Dommel Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Sinds maart 2015 is een gezamenlijke Keur door de Brabantse Waterschappen opgesteld. Op grond van de Keur zijn Algemene regels (Algemene regels Keur Waterschap De Dommel 2015) en een aantal Beleidsregels opgesteld. Door samenwerking met de verschillende bevoegdheden (Gemeente, Provincie, Waterschap, Rijk) wordt gestreefd naar een duurzaam watersysteem.

De doelen van het waterschap voor de periode van 2016 tot 2021 staan beschreven in het waterbeheerplan “Waardevol Water” en zijn gericht op een veilig en bewoonbaar beheergebied, voldoende, schoon, natuurlijk en recreatief water. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder nieuwbouwplannen, hanteert het waterschap een aantal uitgangspunten ten aanzien van het duurzaam omgaan met water, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het Waterschap is verantwoordelijk voor het waterkeringenbeheer, het waterbeheer en het transporteren en zuiveren van afvalwater. In aansluiting op het landelijke beleid hanteert het Waterschap het beleid dat bij nieuwe plannen onderzocht dient te worden hoe omgegaan wordt met het schone hemelwater. Het uitgangspunt is om ontwikkelingen hydrologisch neutraal uit te voeren. Kortom, het initiatief mag niet leiden tot een verandering in de waterhuishoudkundige situatie ter plaatse en in de directe omgeving. Daarnaast is het streven om het schone en het verontreinigde water zoveel mogelijk te scheiden.

BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

Kenmerken van het watersysteem De kenmerken van de watersystemen, zoals die voorkomen in het plangebied (en omgeving), kunnen het beste beschreven worden door een onderverdeling te maken in de soorten van water die in het gebied aanwezig zijn. De belangrijkste zijn: grondwater, oppervlaktewater, ecosysteem, hemel- en afvalwater. Grondwater Zoals het bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2006’ en de Interim Omgevingsverordening NoordBrabant aantonen. Middels de beoogde ontwikkeling wordt geen invloed uitgeoefend op het grondwater. Oppervlaktewater In de omgeving en binnen het plangebied is geen primair oppervlaktewater aanwezig. Middels de voorliggende ontwikkeling wordt hierin ook niet voorzien. De voorgenomen ontwikkeling heeft daarnaast geen invloed op nabijgelegen oppervlaktewateren. Ecosystemen Het plangebied ligt niet in een bijzonder droog of nat ecosysteem en ligt ook niet in een hydrologisch gevoelig natuurgebied. In het plangebied zijn geen grondwateronttrekkingen voorzien. Dit initiatief heeft geen negatieve invloed op nabijgelegen natuurgebieden. Afvalwater Het afvalwater is en blijft aangesloten op de bestaande gemeentelijke riolering.

Hemelwater Daar waar de voorgenomen ontwikkeling de feitelijke verplaatsing betreft van een woning binnen een bestaand bebouwingslint, waarbij er sprake is van sloop van de bestaande woning en nieuwbouw binnen het plangebied, is er slechts sprake van een geringe toename van het verhard oppervlak. In artikel 15 van de Keur wordt het volgende over deze toename van verhard oppervlak vermeld ‘Vrijstelling wordt verleend van het verbod, bedoeld in artikel 3.6 van de Keur, voor het afvoeren van hemelwater via toename verhard oppervlak of door afkoppelen van verhard oppervlak, naar een oppervlaktewaterlichaam voor zover … b. De toename van verhard oppervlak maximaal 2.000 m2 is.’ De toename is niet meer dan 2.000 m2, waardoor geen compensatie voor de afvoer van hemelwater hoeft te worden uitgevoerd. Hoewel geen compensatie hoeft te worden uitgevoerd conform de Keur, dient het hemelwater afkomstig van het nieuwe verharde oppervlak wel afgevoerd te worden in de nabije omgeving en de aanwezige sloot gelegen om het perceel. Verwerking van water vindt dus plaats op eigen terrein met een noodoverloop naar de sloot. Hiermee wordt gehoor gegeven aan de trits ‘vasthouden-bergenafvoeren’ conform het gemeentelijk waterbeleid (water- en rioleringsplan 2016-2020) en ontstaat geen wateroverlast bij derden.

Conclusie Bij de voorgenomen ontwikkeling bestaan naar verwachting geen knelpunten tussen grondgebruik, bestemmingen of waterhuishoudkundige functies in relatie tot waterbeheer. Het plan voldoet aan de eisen die gesteld worden aan de waterhuishouding. Het aspect water vormt derhalve geen belemmering voor de realisatie van het onderhavige plan. Verkeerskundige aspecten.

BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

4.5 Leidingen en infrastructuur Er liggen binnen het plangebied, op basis van het vigerende bestemmingsplan en de Risicokaart Nederland, geen kabels of leidingen die een zodanige bescherming behoeven, dat een bestemmingsplan plichtige beschermingszone nodig is. Hiermee hoeft geen rekening te worden gehouden. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 4.2.6 en paragraaf 4.2.7.

4.6 Archeologie en Cultuurhistorie 4.6.1 Archeologie Algemeen Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) per 1 september 2007 is de gemeente verantwoordelijk voor het archeologiebeleid en heeft de provincie zich hiervan teruggetrokken. In de Wet op de Archeologische Monumentenzorg is een raamwerk gegeven dat regelt hoe Rijk, provincies en gemeenten om moeten gaan met het aspect archeologie in ruimtelijke plannen. De uitgangspunten van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg zijn als volgt: de archeologische waarden dienen zoveel mogelijk in de bodem te worden bewaard; er dient vroeg in het proces van de ruimtelijke ordening al rekening te worden gehouden met het aspect archeologie. Op 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden. Een aantal onderdelen van de Monumentenwet 1988 gaat over naar de Omgevingswet. Tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet blijven deze onderdelen van kracht binnen het overgangsrecht van de Erfgoedwet. Voor archeologie gaat het onder meer om: • • •

•

het meewegen van het archeologische belang bij het opstellen van bestemmingsplannen; de mogelijkheid om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning ter bescherming van archeologie; de mogelijkheid van de Minister van OCW om bij (dreigende) schade aan archeologische monumenten na een toevalsvondst voorschriften te stellen aan de uitvoering de werkzaamheden of die stil te leggen; de mogelijkheid van het bevoegd gezag of de Minister van OCW om toegang tot een terrein af te dwingen om archeologisch onderzoek te kunnen doen.

Archeologische beleidskaart De gemeente Best heeft een archeologische verwachtingen en waardenkaart voor het eigen grondgebied laten opstellen. Op deze kaart is het plangebied aangeduid met ‘Hoge verwachting – Historische kern’. Dit betekent dat de kans op het vinden van archeologische resten in de grond groot is. Het uitvoeren van een archeologisch onderzoek is noodzakelijk indien het oppervlakte van het bouwplan groter is dan 250 m2 en of een verstoringsdiepte heeft van meer dan 0,3 meter ten opzichte van het maaiveld. Deze ondergrenzen worden in dit plan niet overschreden aangezien het bouwplan van de nieuw te bouwen woning minder dan 250 m2 bedraagt. Derhalve is een nader archeologisch onderzoek niet noodzakelijk. Conclusie Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor onderhavig initiatief.

4.6.2 Cultuurhistorie De Mosselaarweg is aangemerkt als lijn van redelijk hoge waarden. Daar waar de voorgenomen ontwikkeling de feitelijke verplaatsing betreft van een woning binnen een bestaand bebouwingslint, BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

waarbij er sprake is van sloop van de bestaande woning en nieuwbouw binnen het plangebied, is er sprake van een verbetering van het straatbeeld. De noodwoning (Mosselaarweg 28) wordt gesloopt en wordt vervangen voor een kwalitatief hoogwaardige vrijstaande burgerwoning. Tevens wordt het plangebied landschappelijk ingepast. Het planvoornemen heeft derhalve geen negatieve invloed op de lijn van hoge waarden. Om deze reden zal het initiatief de cultuurhistorische waarden van de regio ook niet belemmeren.

4.7 Verkeer en Parkeren 4.7.1 Parkeren De Nota Parkeernormen uit 2011 van gemeente Best is geactualiseerd met de normen bepaald door het CROW in 2012. Deze actualisatie heeft geleid tot een Nota Parkeernormen 2015. De parkeerkencijfers in de Nota uit 2015 sluiten beter aan op de recente ontwikkelingen in automobiliteit. Het plangebied is gelegen in de zone ‘Buitengebied’. Om het benodigd aantal parkeerplaatsen en verkeerseffecten in te kunnen schatten wordt gebruik gemaakt van zowel deze Nota Parkeernormen als de CROW-publicatie 317 daar waar de Nota parkeernormen niet voorziet in een norm. Het plangebied wordt in de CROW getypeerd als een ‘matig stedelijk gebied’ en ‘buitengebied’. Bij een vrijstaande woning in het plangebied (buitengebied) wordt een kencijfer van 2 parkeerplaatsen per woning gehanteerd in het CROW en gemeentelijk beleid. Er is voldoende ruimte om 2 parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren.

4.7.2 Verkeer Een ruimtelijk plan mag geen dusdanige toename van het aantal verkeersbewegingen genereren zodat het omliggende wegennetwerk in de knel komt. De verkeergeneratie als gevolg van het onderhavige plan dient derhalve in beeld gebracht te worden. Bij verkeergeneratie wordt dezelfde indeling aangehouden als bij parkeren. Daar waar de voorgenomen ontwikkeling de feitelijke verplaatsing betreft van een woning binnen een bestaand bebouwingslint, waarbij er sprake is van sloop van de bestaande woning en nieuwbouw binnen het plangebied, zullen er geen extra verkeersbewegingen zijn ten opzichte van de huidige situatie. De Mosselaarweg kan de vervoersbewegingen prima afwikkelen.

4.8 Duurzaam bouwen NBA Architecten heeft door middel van diverse duurzaamheidsmaatregelen rekening gehouden met een duurzame ontwikkeling van de voorgenomen functie(s) aan de Mosselaarweg 26a-28 te Best. De duurzaamheidsmaatregelen zijn opgenomen in de omgevingsvergunning. Geconcludeerd wordt dat rekening gehouden wordt met het aspect ‘duurzaam bouwen’ bij uitvoering van onderhavige ontwikkeling.

BP Mosselaarweg 26a-28 te Best

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755786/1