CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.14 - RO fiets-voetgangersbrug Wilhelminakanaal

Raadsavond 5 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied11.020 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Ligging locatie brug t.o.v. Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS.nl) Doordat de locatie buiten Natura2000-gebieden zijn gelegen, kunnen alleen effecten optreden als gevolg van externe werking. Negatieve effecten door oppervlakteverlies, versnippering en verstoring door mechanische effecten zijn derhalve op voorhand uit te sluiten. De ontwikkeling voorziet in de realisatie van een fiets- en voetgangersbrug . Op basis van de kleinschalige en lokale aard van de voorgenomen (bouw)plannen en de afstand tot de dichtsbijzijnde Natura2000-gebieden (>10 kilometer), worden ook overige effecten zoals verstoring door stikstof, licht, geluid en optische verstoring uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen EHS genoemd) heeft als doel om natuurgebieden te vergroten en met elkaar te verbinden. Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Vanaf 2014 zijn de provincies verantwoordelijk voor het Natuurnetwerk Nederland. Het Wilhelminakanaal maakt onderdeel uit van het Brabants Natuurnetwerk. In paragraaf

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

32

Pouderoyen Compagnons

3.2.2 is reeds onderbouwd dat de voorgenomen ontwikkeling niet leidt tot aantasting van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden van het NNB. Geconcludeerd wordt dat de locatie van de te ontwikkelen brug t.o.v. beschermde gebieden niet leidt tot belemmeringen voor het plan. 4.3.2 Beschermde soorten De locatie van de te ontwikkelen fiets- en voetgangersbrug is gelegen aan het Wilhelminakanaal in het buitengebied van de gemeente Best, in de directe omgeving van natuur- en recreatiecomplexen. Ter realisatie van de brug zullen een aantal bomen worden gekapt en een klein deel van de oevers aan de weerszijden van het Wilhelminakanaal worden verhard, om zo een verbinding te creëren tussen de brug en de bestaande fietspaden aan de Terraweg en Ncb-weg. Toets flora en fauna Op 9 april 2020 heeft een veldbezoek plaatsgevonden waarbij op voorhand kennis is genomen van de Quick-scan Flora en Fauna van BK Bouw & Milieuadvies (d.d. 10 februari 2020 zie Bijlage 1). Tijdens het veldbezoek zijn geen holtes in de grondtaluds aangetroffen van niet-vrijgestelde zoogdieren in het kader van de Wet natuurbescherming en ook geen holtes in bomen die geschikt zouden kunnen zijn voor holenbewonende fauna. In de struiklaag zijn wel diverse soorten zingende, kleine zangvogels waargenomen, wat duidt op waarschijnlijke broedterritoria.

De waargenomen vogelsoorten betreffen geen soorten met jaarrond beschermde nesten. Vleermuizen Ten aanzien de te kappen bomen geldt dat deze mogelijk onderdeel uitmaken van de (aan)vliegroute van vleermuizen.De bomenrijen worden echter slechts in beperkte mate onderbroken: ca. 50 meter aan de zuidoever en ca. 40 meter aan de noordoever van het kanaal. Daarbij blijft de bosrand ten noorden van de NCB-weg en de bomenrij/-groep ten zuiden van de Terraweg onaangetast, waardoor een negatief effect van de ruimtelijke ingreep op de vliegroutes van vleermuizen nihil is. Voor wat betreft het foerageergebied van de vleermuizen geldt dat onderhavige lcoatie in een bos- en vennenrijk gebied is gelegen dat wordt doorsneden door het Wilhelminakanaal. Binnen het gebied is volop geschikt foerageergebied voor verschillende soorten vleermuizen aanwezig. De fiets- en voetgangersbrug neemt in dit grote (foerageer)gebied een zeer bescheiden oppervlakte in. Daarbij dient te worden vermeld dat de oude ingestorte brug ruwweg in een zelfde omvang een plek had in dit gebied. Aangezien deze brug weg is (en blijft) en de te kappen bomen worden gecompenseerd met een grotere diversiteit aan boomsoorten, gaat er per saldo in vierkante meters geen foerageergebied verloren en neemt deze qua kwaliteit zelfs iets toe.

Op basis van de aard en omvang van de ruimtelijke ingreep, wordt geconcludeerd dat deze de gunstige staat van instandhouding van vleermuizen niet aantast. Marterachtigen Ten aanzien van marterachtigen geldt dat onderhavige locatie een (mogelijk) geschikt leefgebied voor deze soort betreft. In dit kader wordt gemotiveerd dat de ruimtelijke ingreep een bescheiden oppervlakte inneemt (ca. 300 m2 aan de zuidoever en ca. 250 m2 aan de

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

33

Pouderoyen Compagnons

noordoever). Uitgaande van de marterachtige met het kleinste territorium, namelijk de wezel met een territoriumgrootte van 1 tot 7 en 25 hectare, zou in theorie maximaal 3% van het leefgebied aangetast worden. Deze aantasting in vierkante meters wordt vrijwel geheel gecompenseerd, doordat de locatie van de oude ingestorte fietsbrug als (potentieel) nieuw leefgebied beschikbaar komt. Verder geldt dat de fiets- en voetgangersbrug het leefgebied van marterachtigen kwalitatief zou kunnen kunnen aantasten als de beoogde brug tot aan de keerwand van het kanaal aangelegd zou worden. Het zou dan een fysieke barrière kunnen vormen op de foerageeren migratieroutes van marterachtigen waardoor deze gedwongen zouden zijn een druk fietspad over te steken. Echter, tussen de voet van de fietsbrug en de keerwand van het kanaal blijft aan de noordoever een grondstrook over van minimaal ca. 3 meter en aan de zuidoever van minimaal 1,5 meter. Hierdoor kunnen marterachtigen zich nog steeds veilig van west naar oost (en vice versa) bewegen. Op basis van de aard en omvang van de ruimtelijke ingreep, wordt geconcludeerd dat deze de gunstige staat van instandhouding van marterachtigen niet aantast. Overige soorten Voor wat betreft de overige soorten geldt dat ten alle tijden de algemene zorgplicht in acht dient te worden genomen.

Daarnaast geldt dat de ruimtelijke ingrepen buiten het broedseizoen van vogels plaats dient te vinden. Er dient daarom op voorhand tijdig gecontroleerd te worden of broedende soorten op de locatie aanwezige zijn. Daarbij dient aangetekend te worden goed te letten op vroeg broedende soorten (zoals bosuil die al in januari/februari kan broeden) en laat broedende soorten (zoals houtduif die nog tot in november kan broeden)). Men dient dus op voorhand tijdig te controleren of in het projectgebied vogels broeden. Verder hangt aan één van de zomereiken op de noordoever een mezenkast van gemeente Best (met kastnummer 322). Deze nestkast dient buiten broedseizoen in een nabij staande boom opnieuw opgehangen te worden. Tot slot geldt dat bij graafwerkzaamheden de locatie vóór de graafwerkzaamheden afgezet dient te worden met een amfibieënscherm om rugstreeppad te weren. Hoewel de geplande projectuitvoering (namelijk oktober-december) buiten de bekende activiteitenperiode van de rugstreeppad (april-september) ligt, is het niet uit te sluiten dat enkele exemplaren langer actief zijn. Vooral van juvenielen zijn ook waarnemingen in oktober bekend en zelfs incidenteel in november. Het Langven-gebied direct grenzend ten noorden van de locatie is een gebied waar rugstreeppadden aanwezig zijn.

Herplant bomen Er zijn mogelijkheden verkend om de te kappen bomen op een nabijgelegen locatie te herplanten. Het plan voor de herplant van bomen ter compensatie van de te kappen bomen rondom het Wilhelminakanaal is als bijlage toegevoegd (zie Bijlage 2) Conclusie Indien bovenstaande maatregelen in acht worden genomen, de Wet natuurbescherming . Het aspect flora en fauna vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

34

Pouderoyen Compagnons

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

4.4.1 Archeologie Ter plaatse van de locatie voor de brug, aan beide oevers van het Wilhelminakanaal, geldt de archeologische dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 4'. De voor 'Waarde Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Binnen het gebied 'Waarde - Archeologie 4' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: 1. met een oppervlakte van maximaal 500 m2, of; 2. met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; 3. met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone esdekken agrarisch', of; 4. dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd. Ter plaatse van de noordelijke oever van het Wilhelminakanaal bedraagt de voetprint van bebouwing ca. 250 m2. Ter plaatse van de zuidelijke oever van het Wilhelminakanaal bedraagt dit ca. 300 m2.

Alhoewel de gezamelijke oppervlakte (voetprint) van het bouwplan meer dan 500 m2 bedraagt, is er geen sprake van een noodzaak voor het doen van onderzoek: : voor de realisatie van de brug worden aan weerszijden van het kanaal enkel twee taluds ter verhoging van het huidige maaiveld aangebracht; alleen ter ondersteuning van de brug wordt een fundering aangebracht. De totale funderingsoppervlakte is ruim kleinder dan 500 m2. Een archeologisch onderzoek is op basis van het bovenstaande niet noodzakelijk. Het aspect archeologie vormt derhalve geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.4.2 Cultuurhistorie De provincie ziet het Brabantse erfgoed als belangrijk onderdeel van haar identiteit en wil het een plaats geven in de verdere ontwikkeling van Brabant. Daarom heeft ze haar ruimtelijk erfgoed opgenomen op de Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). De CHW is vastgesteld in 2010 en op kleine onderdelen aangepast in de herziening 2016. Op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart wordt geconcludeerd dat er zich geen cultuurhistorisch waardevolle elementen van provinciaal belang in de omgeving van de locatie van de te ontwikkelen brug bevinden. Wel worden het Wilhelminakanaal en de beplanting aan de noordzijde van het Wilhelminakanaal op basis van de Cultuurhistorische Waardenkaart aangemerkt als respectievelijk element met 'hoge historische geografie' en 'historisch groen'.

Het Wilhelminakanaal blijft onaangetast en het historisch groen blijft zoveel als mogelijk intact.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

35

Pouderoyen Compagnons

Maatregelen ten behoeve van het beschermen van cultuurhistorische waarden zijn niet noodzakelijk. Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de onderhavige ontwikkeling.

4.5

Water

De te realiseren fiets- en voetgangersbrug leidt tot een geringe toename in het verhard oppervlak. Enkel ter plaatse van de aansluitingen op de bestaande fietspaden gelegen aan de Ncb-weg en Terraweg zal namelijk een deel van de grond worden verhard. Voor het overige deel geldt dat de brug op steunpilaren rust en hemelwater onveranderd ofwel in de bodem kan infiltreren ofwel afstroomt in het Wilhelminakanaal.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

36

Pouderoyen Compagnons

Hoofdstuk 5

Conclusie

Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal. De brug dient als directe aansluiting op fietsverbindingen tussen Best en Eindhoven. Deze fietsverbindingen worden gebruikt voor zowel het woon-werkverkeer tussen deze steden als voor recreatief gebruik. Gemeente Best stimuleert met de realisatie van de brug het fiets- en voetverkeer tussen de steden. Er zijn met betrekking tot realisatie van de fiets- en voetgangersbrug vanuit ruimtelijk en stedenbouwkundig oogpunt geen bezwaren te verwachten, aangezien ook aan de volgende uitgangspunten c.q. randvoorwaarden wordt voldaan: de ontwikkeling is niet strijdig met het Rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk beleid; door de realisering van de fiets- en voetgangersbrug treden er geen conflicterende belangen op ten aanzien van bedrijven en woningen in de omgeving; de milieuaspecten bodem, geluid, milieuzonering, luchtkwaliteit en externe veiligheid vormen geen beletsel voor de realisatie van de ontwikkeling; de ontwikkeling heeft geen negatieve invloed op de archeologische waarden, kabels en leidingen, verkeer en parkeren, de waterhuishouding, natuur en landschap en flora en fauna; Op grond van vorenstaande overwegingen kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling van de fiets- en voetgangersbrug niet bezwaarlijk is.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

37

Plan herplant bomen Kanaalzone t.b.v. fietsbrug Terraweg – NCB-weg (gemeente Best) Ten behoeve van de nieuwe fietsbrug over het Wilhelminakanaal vanaf de oever langs Terraweg naar de oever langs NCB-weg in gemeente Best dienen 22 bomen te worden gekapt, namelijk 21 eiken en 1 grove den. Het voorstel is om de gekapte bomen te compenseren op vier diverse locaties in de directe nabijheid van de locatie van de nieuwe fietsbrug. Zomereiken zijn erg dominant in het gebied aanwezig. Het voorstel is dan ook om verschillende boomsoorten te herplanten en geen eiken. Dit bevordert de biodiversiteit in het gebied. De nieuw te planten bomen worden op royale afstand (variërend van 12 tot 16 meter) van elkaar geplant voor voldoende groeiruimte ten opzichte van elkaar en ook enigszins ten opzichte van de reeds aanwezige en overblijvende bomen. Herplant locatie 2 Herplant locatie 1

Herplant locatie 3

Locatie beoogde fietsbrug

Herplant locatie 4

Figuur 1: luchtfoto projectgebied

Pagina 1 van 2

Herplant locatie 1 Ten zuiden van het fietspad NCB-weg en globaal tussen lichtmast 19 en lichtmast 21, herplant van: 2 winterlinden (Tilia cordata, plantmaat 18-20 cm met draadkluit) en 1 Noorse esdoorn (Acer platanoïdes, plantmaat 18-20 cm met draadkluit); waarbij de Noorse esdoorn in het midden van het bomenrijtje wordt geplant. Herplant locatie 2 Noordwestzijde van de fietsersoversteekplaats NCB-weg, herplant van west naar oost in chronologische volgorde: 2 Noorse esdoorns (Acer platanoïdes, plantmaat 18-20 cm met draadkluit) en 1 ruwe berk (Betula pendula, plantmaat 18-20 cm met draadkluit). Herplant locatie 3  Zuidoostzijde van de fietsersoversteekplaats NCB-weg, herplant van west naar oost: 2 ruwe berken (Betula pendula, plantmaat 18-20 cm met draadkluit),  Kale talud ten zuiden van de NCB-weg op locatie oude fietsbrug, herplant van noord naar zuid: 2 Noorse esdoorns (Acer platanoïdes, plantmaat 18-20 cm met draadkluit). Herplant locatie 4 Ten noorden van het fietspad Terraweg en globaal tussen lichtmast 24 en lichtmast 25, herplant van: 2 wilde lijsterbessen (Sorbus aucuparia, plantmaat 16-18 met draadkluit) en 1 winterlinde (Tilia cordata, plantmaat 18-20 cm met draadkluit); waarbij de winterlinde in het midden van het nieuwe bomenrijtje wordt geplant.

Totalen In totaal worden dus 13 bomen herplant, namelijk:  5 stuks Noorse esdoorn (Acer platanoïdes)  3 stuks ruwe berk (Betula pendula)  3 stuks winterlinde (Tilia cordata)  2 stuks wilde lijsterbes (Sorbus aucuparia)

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11749797/1