CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22046.10 - Bijlage 8.14 - RO fiets-voetgangersbrug Wilhelminakanaal

Raadsvergadering 26 september 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22046 - Bestemmingsplan Buitengebied11.020 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Ruimtelijke onderbouwing Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal Gemeente Best

RUIMTELIJKE ONDERBOUWING Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal Gemeente Best

Opdrachtgever:

gemeente Best

Contactpersoon:

E. Hendriksen

Status:

ontwerp

Datum:

8 juni 2020

Pouderoyen Compagnons vormgeving van stad en land is een handelsnaam van Pouderoyen BV St. Stevenskerkhof 2 6511 VZ NIJMEGEN tel: 024-3224579 fax: 024-3241240 e-mail: info@pouderoyen.nl www.pouderoyen.nl IBAN NL29 RABO 0154 8198 75 KVK 14 06 66 14 BTW NL 8104.81.996 B01

Pouderoyen Compagnons

Inhoudsopgave Hoofdstuk1

Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Locatie

5

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

6

1.4

Leeswijzer

9

Hoofdstuk2

Ontwikkeling

11

2.1

Bestaande situatie

11

2.2

Beoogde ontwikkeling

13

Hoofdstuk3

Beleidskader

17

3.1

Rijksbeleid

17

3.2

Provinciaal beleid

20

3.3

Regionaal beleid

25

3.4

Gemeentelijk beleid

27

Hoofdstuk4

Milieu en omgevingsaspecten

29

4.1

Milieu

29

4.2

Leidingen

31

4.3

Natuur

32

4.4

Archeologie en cultuurhistorie

35

4.5

Water

36

Hoofdstuk5

Conclusie

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

37

3

Pouderoyen Compagnons

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

4

Pouderoyen Compagnons

Ruimtelijke onderbouwing

Hoofdstuk 1

1.1

Inleiding

Aanleiding

Gemeente Best is voornemens een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal aan te leggen. De brug dient als directe aansluiting op fietsverbindingen tussen Best en Eindhoven. Deze fietsverbindingen worden gebruikt voor zowel het woon-werkverkeer tussen deze steden als voor recreatief gebruik. Gemeente Best wil met de realisatie van de brug het fietsverkeer tussen de steden stimuleren. De te realiseren brug betreft een herbouw van een in het verleden ingestorte brug. De locatie van de ingestorte brug ligt op ca. 200 meter ten oosten van de beoogde locatie van de te ontwikkelen brug. Met oog op een betere aansluiting op de bestaande fietsverbindingen, is ervoor gekozen om van de voormalige locatie van de brug af te wijken. Ook maakt de brug op de nieuwe locatie onderdeel uit van de calamiteitenroute in geval van festiviteiten bij Aquabest. Om de brug planologisch-juridisch gezien mogelijk te maken, wordt voor een termijn van ten hoogste tien jaar van het vigerend bestemmingsplan afgeweken met toepassing van artikel 2.12, lid 1 onder a, sub 2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) juncto artikel 4, onderdeel 11 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor). Onderhavig document voorziet in de ruimtelijke onderbouwing.

1.2

Locatie

De locatie voor de brug is gelegen in de gemeente Best, ten oosten van de plek waar de rijksweg A2 op een verhoogd niveau het Wilhelminakanaal kruist. De brug verbindt de zuidelijk van het Wilhelminakanaal gelegen Terraweg en de noordelijk van het kanaal gelegen Ncb-weg. De zuidelijke aansluiting van de brug op de Terraweg is gelegen nabij de T-splitsing tussen de Ekkersweijer en de Terraweg. De aansluiting van de brug op de Ncb-weg is ten noorden van dit punt gelegen. Onderstaande afbeelding geeft globaal de locatie van de te ontwikkelen brug weer. Op de afbeelding is, ten oosten van de te ontwikkelen brug, ook nog de locatie van de voormalige brug over het Wilhelminakanaal zichtbaar. Deze brug is echter ingestort en inmiddels geheel verwijderd.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

5

Pouderoyen Compagnons

Globale ligging locatie te ontwikkelen brug en ingestorte brug De beoogde locatie van de brug is gelegen ter plaatse van de volgende kadastrale percelen: Zuidelijke aansluiting van de brug op de Terraweg Gemeente Best, sectie B, nummer 2640 (oostelijk deel van het perceel) Het Wilhelminakanaal en de oevers Gemeente Best, sectie B, nummer 2649 Noordelijke aansluiting van de brug op de Ncb-weg Gemeente Best, sectie B, nummer 2639 (oostelijk deel van het perceel)

Meer specifieke ligging beoogde locatie brug

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

De locatie van de brug valt binnen de plangrenzen van verschillende bestemmingsplannen. Ter plaatse van de gronden ten noorden van het Wilhelminakanaal is het bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006' vigerend. Ter plaatse van het Wilhelminakanaal en de hiervan gronden zuidelijk gelegen gronden is het bestemmingsplan 'Natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer' vigerend. Tot slot geldt voor het gehele gebied het parapluplan 'Parkeernormen en archeologie' vigerend is. In onderstaande wordt de ligging van de van de te ontwikkelen brug binnen deze bestemmingsplannen nader toegelicht.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

6

Pouderoyen Compagnons

1.3.1 Bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006 Het vigerend bestemmingsplan aan de noordzijde van het kanaal is bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006'. Op basis van dit bestemmingsplan zijn de gronden waar de brug is voorzien vrijwel geheel bestemd als 'Groendoeleinden'. Enkel een kleine strook aan de noordzijde van de locatie is bestemd als 'Verkeersdoeleinden'. Verder is de beoogde locatie van de brug gelegen binnen de gebiedsaanduiding 'Invliegfunnel'.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Buitengebied Best 2006' met globale aanduiding beoogde locatie brug bij rode contour Ter plaatse van de bestemming 'Groendoeleinden' is het gebruik van de gronden gericht op het behoud, herstel en/of ontwikkeling van groenvoorzieningen, landschapselementen en landschappelijke waarden. Tevens is het gebruik gericht op het behoud van (onverharde) paden, wegen en parkeervoorzieningen. Tot slot mogen de gronden gebruikt worden voor waterdoeleinden en waterhuishoudkundige voorzieningen en voor extensief recreatief medegebruik. Op de gronden met de bestemming 'Groendoeleinden' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen, gebouwd worden ter grootte van 10 m2 en niet hoger dan 3 meter. Het aanbrengen van verhardingen met een oppervlakte van meer dan 100 m2 is enkel toegestaan middels een aanlegvergunning. Enkel aan de noordzijde is een klein deel van de locatie bestemd als 'Verkeersdoeleinden'. Ter plaatse van de bestemming 'Verkeersdoeleinden' zijn de gronden bestemd voor voorzieningen voor verkeer en verblijf waaronder verharde wegen en paden, parkeervoorzieningen, groenvoorzieningen, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en het behoud van cultuurhistorisch waardevolle laanbeplanting. Op deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

De hoogte van overige bouwwerken, geen palen, masten en portalen voor geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer zijnde en geen gebouwen zijnde, mag niet meer bedragen dan 4 meter. Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Invliegfunnel' gelden restricties ten aanzien van de (nok)hoogte van bouwwerken in verband met de vliegroute van en naar vliegbasis Eindhoven. De toegestane bouwhoogte is dusdanig hoog dat deze geen beperkingen met

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

7

Pouderoyen Compagnons

zich meebrengt voor onderhavige ontwikkeling. 1.3.2 Bestemmingsplan 'Natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer' Het vigerend bestemmingsplan ter plaatse van het kanaal en ten zuiden van het kanaal is 'Natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer', vastgesteld op 24 oktober 2005. Ter plaatse van de beoogde locatie van de brug gelden de bestemmingen 'Natuur' en 'Water'. Aan de zuidzijde van de oever is de aanduiding 'Waterstaatkundige doeleinden' toegekend en ter plaatse van de Terraweg is de aanduiding 'Lokale weg' opgenomen. Verder geldt dat de locatie is gelegen binnen de aanduiding 'invliegfunnel' van de vliegbasis Eindhoven.

Uitsnede vigerend bestemmingsplan 'Natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer' met beoogde locatie brug bij rode contour Ter plaatse van de bestemming 'Natuur' is het gebruik van gronden gericht op het instandhouden, herstel en/of ontwikkeling van natuurlijke, landschappelijke, cultuurhistorische en abiotische waarden met een zo sterk mogelijke ecologische en ruimtelijk-structurele samenhang. Extensieve recreatie (zoals fietsen en wandelen) is hier ook toegestaan. Op de gronden met de bestemming 'Natuur' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen, gebouwd worden. Het ontgronden, afgraven, egaliseren, diepploegen, ophogen van gronden en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen is enkel middels een vergunning toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding 'Waterstaatkundige doeleinden' is het bouwen van bouwwerken enkel toegestaan indien vooraf positief advies van de beheerder van het Wilhelminakanaal is ontvangen. Ter plaatse van het Wilhelminakanaal geldt de bestemming 'Water'. Naast een belangrijke functie als vaarwater, heeft het kanaal tevens een natuurwaarde, een landschappelijke waarde en een cultuurhistorische waarde. Extensieve recreatie is hier ook toegestaan. Op de gronden met de bestemming 'Water' mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gebouwd worden met een maximale hoogte van 6 meter.

Het is hier niet toegestaan zonder vergunning de bodem te verlagen, af te graven, op te hogen of te egaliseren. Ook is het aanbrengen van oppervlakteverharding en het aanbrengen of aanleggen van kaden of aanlegplaatsen zonder vergunning verboden.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

8

Pouderoyen Compagnons

Ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'Invliegfunnel' gelden restricties ten aanzien van de (nok)hoogte van bouwwerken in verband met de vliegroute van en naar vliegbasis Eindhoven. De toegestane hoogte is dusdanig hoog dat deze geen beperkingen met zich meebrengt voor onderhavige ontwikkeling. 1.3.3 Parkeernormen en archeologie Op 6 februari 2017 is het bestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie' vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet toe op de juridisch-planologische vertaling van de geactualiseerde archeologische beleidskaart en de vastgestelde Nota Parkeenormen 2015. Ter plaatse van de oevers van het Wilhelminakanaal, ter hoogte van de beoogde locatie van de brug, zij de gronden bestemd als 'Waarde - Archeologie 4'. De voor 'Waarde Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor instandhouding en bescherming van de in de grond aanwezige archeologische waarden. Binnen het gebied 'Waarde - Archeologie 4' mogen uitsluitend bouwwerken worden opgericht ten behoeve van de op deze gronden liggende bestemming(en), indien en voor zover het een bouwplan betreft: 1. met een oppervlakte van maximaal 500 m2, of; 2. met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; 3.

met een oppervlakte groter dan 500 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,5 m ten opzichte van het maaiveld, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'overige zone esdekken agrarisch', of; 4. dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd.

1.4

Leeswijzer

Na dit inleidende hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 eerst een beschrijving van de bestaande situatie en de beoogde ontwikkeling gegeven. Daarbij wordt ingegaan op de ruimtelijke en functionele structuur van het gebied. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de huidige de beleidskaders van het Rijk, de provincie en de gemeente. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 aandacht besteed aan de verschillende omgevingsaspecten die van invloed (kunnen) zijn op de opzet en inhoud van de voorgenomen ontwikkeling, zoals milieuaspecten, water, flora en fauna, archeologie en cultuurhistorie, etc. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 en 6 respectievelijk de uitvoerbaarheid aangetoond en de doorlopen procedure beschreven.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

9

Pouderoyen Compagnons

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

10

Pouderoyen Compagnons

Hoofdstuk 2 2.1

Ontwikkeling

Bestaande situatie

2.1.1 Algemeen Het Wilhelminakanaal vormt een fysieke barrière tussen het zuidelijk gelegen natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer en de noordelijk gelegen bos- en heidecomplexen (recreatiegebied 'de Nieuwe Heide') van gemeente Best. Binnen het natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer, is recreatiepark Aquabest gelegen. Recreatiepark Aquabest biedt verschillende recreatieve uitjes en gelegenheden aan zoals een strandpark, een speelpark voor kinderen, een outdoorterrein, een waterskibaan, een escape room en een beachclub. Ook wordt het terrein gedurende het lente- en zomerseizoen veelvuldig gebruikt als locatie van grote(re) festivals. Recreatiegebied de Nieuwe Heide is met name in trek voor fiets- en wandelrecreatie.

Ligging te ontwikkelen brug en ingestorte brug in wijdere omgeving Op ca. 200 meter ten oosten van de te ontwikkelen brug is de locatie van de in het verleden ingestorte brug gelegen. Met oog op een betere aansluiting op de bestaande fietsverbindingen, is ervoor gekozen om van de voormalige locatie van de brug af te wijken. Verder ten oosten van de brug, aan weerszijden van het kanaal, zijn twee kleinschalige bedrijventerreinen gelegen. Nog verder in oostelijke richting (ten zuiden van het kanaal) is bedrijventerrein en meubelboulevard Ekkersrijt gelegen. Ten westen van de brug, op een verhoogd niveau, is de Rijksweg A2 gelegen. De fietspaden aan de Ncb-weg en Terraweg lopen in westelijke richting onder de Rijksweg door. Door de fietspaden in westelijke richting te volgen, is het stedelijk gebied van Best met de fiets, dan wel te voet, bereikbaar.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

11

Pouderoyen Compagnons

2.1.2 Verkeerskundige situatie Aan weerszijden van het Wilhelminakanaal zijn fietspaden gelegen: aan de zuidzijde het fietspad gelegen aan de Terraweg en aan de noordzijde het fietspad gelegen aan de Ncb-weg. Beide fietspaden lopen in west-oost richting en volgen de loop van het Wilhelminakanaal. Het fietspad aan de Ncb-weg is verbonden met de Boslaan Zuid. De Boslaan Zuid loopt in noordelijke richting parallel aan de Rijksweg A2 en is tussen deze Rijksweg aan de westzijde en het heide- en boscomplex aan de oostzijde gelegen. Vanaf de Boslaan Zuid zijn er verschillende mogelijkheden om het heide- en boscomplex per fiets of te voet te betreden. De Boslaan Zuid loopt over in de Boslaan en eindigt ter plaatse van de Sonseweg. Vanaf hier zijn er diverse mogelijkheden om de weg in noordelijke richting (richting Den Bosch), te vervolgen. Het zuidelijk gelegen fietspad aan de Terraweg sluit aan op het fietspad gelegen aan de Ekkersweijer. Dit fietspad loopt vanaf de Terraweg in zuidelijke richting en volgt de begrenzing van recreatiepark Aquabest. Middels een afslag vanaf het fietspad is het mogelijk om via een brug de Rijksweg A50 over te steken en zo per fiets (of te voet) het stedelijk gebied van de gemeente Eindhoven te bereiken. Het fietspad aan de Ekkersweijer en een deel van het fietspad aan de Terraweg maken deel uit van de in ontwikkeling zijnde Slowlane.

De Slowlane wordt een 32 kilometer lang fietspad langs alle belangrijke Eindhovense economische locaties. Het is vier meter breed, vrijliggend en wordt gecombineerd met een ecologische verbindingszone. Het fietspad verbindt bedrijventerreinen en campussen, zoals het Flight Forum, de Brainport Innovatie Campus en de High Tech Campus Eindhoven, ASML, Tue en Philips. De route voert naast de economische toplocaties ook door natuur. Samen met de gemeenten Eindhoven, Waalre en Son en Breugel, is gemeente Best betrokken bij de ontwikkeling van de Slowlane.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

12

Pouderoyen Compagnons

Route Slowlane met aanduiding beoogde locatie brug bij blauwe contour (bron: Brainport Avenue)

2.2

Beoogde ontwikkeling

2.2.1 Algemeen De voorgenomen fiets- en voetgangersbrug vormt een verbinding voor fiets- en voetverkeer en aanverwante voertuigen, zoals e-bikes en scooters, tussen de bestaande fietspaden aan weerszijden van het Wilhelminakanaal (aan de Terraweg en aan de Ncb-weg). Het gebruik van de brug door landbouwverkeer is niet toegestaan. Het doel van de brug is het fiets- en voetverkeer rondom Best en tussen Eindhoven en Best te stimuleren door werkgebieden en recreatiegebieden beter met elkaar te verbinden. Met de ontwikkeling van de brug wordt voor fiets- en voetverkeer een verbinding gecreëerd tussen de gebieden gelegen ten noorden en ten zuiden van het Wilhelminakanaal. Hiermee wordt tevens een aansluiting op de Slowlane gerealiseerd voor de personen die aan de

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

13

Pouderoyen Compagnons

noordzijde het Wilhelminakanaal wonen of werken. Door de gebieden ten zuiden en ten noorden van het Wilhelminakanaal middels de fiets- en voetgangersbrug te verbinden, wordt o.a. de bereikbaarheid van recreatiegebied Ekkersweijer en recreatiegebied de Nieuwe Heide verbeterd. Ook leidt de ontwikkeling van de brug ertoe dat werkgebieden, zoals de bedrijventerreinen gelegen aan het Wilhelminakanaal en de bedrijventerreinen gelegen aan de Slowlane, beter bereikbaar zijn per fiets of te voet. Hiermee worden de nu veelal drukke ontsluitingswegen bij de bedrijventerreinen ontlast. Tot slot geldt dat wanneer er festiviteiten bij Aquabest plaatsvinden, de brug deel kan uitmaken van de calamiteitenroute. 2.2.2 Ontwerp van de brug De fiets- en voetgangersbrug komt als het ware uit drie delen te bestaan, namelijk: 1. De aansluiting van de brug op het fietspad aan de Ncb-weg; 2. De brug zelf die de oversteek over het Wilhelminakanaal vormt; 3. De aansluiting van de brug op het fietspad aan de Terraweg. Onderstaande afbeelding geeft de drie onderdelen schematisch weer.

Schematische weergave delen van de brug Ten noorden van het Wilhelminakanaal wordt de brug aangesloten op het bestaande fietspad aan de Ncb-weg. Parallel ten zuiden van dit bestaande fietspad wordt hiervoor een strook van ca. 35,8 meter lang en 5,65 meter breed als nieuw fietspad ingericht. Dit nieuwe fietspad wordt met een korte bocht aangesloten op het bestaande fietspad aan de Ncb-weg. Het hoogteverschil tussen de aansluiting van het fietspad op de Ncb-weg en de uiteindelijke aansluiting op de brug bedraagt ca. 1,6 meter. Om aan te sluiten op de vereiste hoogte van de brug, wordt het nieuwe fietspad daarom onder een hellingshoek van 1:20 uitgevoerd. Na 35,8 meter maakt het fietspad een haakse bocht. Direct na deze bocht is het fietspad voor vier meter lang nog onder een hellingshoek van 1:25 uitgevoerd. Hierna is de hoogte van het fietspad gelijk aan de hoogte van de brug. De brug over het Wilhelminakanaal is ca. 30 meter lang. Om te voldoen aan de minimale eisen voor de doorvaarroute vanuit Rijkswaterstaat, is de brug relatief hoog gebouwd. De afstand tussen het waterpeil van het Wilhelminakanaal en de onderzijde van de brug

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

14

Pouderoyen Compagnons

bedraagt zodoende 6,1 meter. De brug zelf is niet onder een bepaalde hellingshoek uitgevoerd. Dit houdt in dat gedurende de oversteek van 30 meter lang er geen sprake is van hoogteverschil is. Ten zuiden van het Wilhelminakanaal wordt de brug aangesloten op het bestaande fietspad aan de Terraweg. Parallel ten noorden van dit bestaande fietspad wordt hiervoor een strook van ca. 40 meter lang en 5,65 meter breed als nieuw fietspad ingericht. Dit nieuwe fietspad wordt met een korte bocht aangesloten op het bestaande fietspad aan de Terraweg. Het hoogteverschil tussen de aansluiting van het fietspad op de Terraweg en de uiteindelijke aansluiting op de brug bedraagt ca. 1,8 meter. Om aan te sluiten op de vereiste hoogte van de brug, wordt het nieuwe fietspad onder een hellingshoek van 1:20 uitgevoerd. Hierna is de hoogte van het fietspad gelijk aan de hoogte van de brug. De constructie van de brug is zo ontworpen dat deze na tien jaar zou kunnen worden verwijderd. 2.2.3 Strijdigheden vigerende bestemmingsplannen Aan weerszijden van het kanaal worden verhardingen aangebracht om zo een verbinding te creëren voor het langzaamverkeer komend vanaf de Ncb-weg en de Terraweg met de te ontwikkelen brug.

De aanleg van verhardingen aan weerszijden van het kanaal is conform de bestemmingsregels ('Natuur' en 'Groendoeleinden') uit de vigerende bestemmingsplannen (respectievelijk 'Buitengebied Best 2006' en 'Natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer') niet toegestaan. Verder geldt dat ter plaatse van de aanduiding 'Waterstaatkundige doeleinden' (ter plaatse van de zuidelijke oever) het bouwen van bouwwerken enkel is toegestaan indien vooraf positief advies van de beheerder van het Wilhelminakanaal is ontvangen. Daarnaast is de realisatie van de brug, met een hoogte van meer dan 6 meter, niet toegestaan conform de bouwregels behorend bij de bestemming 'Water' (bestemmingsplan 'Natuur- en recreatiegebied Ekkersweijer').

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

15

Pouderoyen Compagnons

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

16

Pouderoyen Compagnons

Hoofdstuk 3

Beleidskader

Gemeentelijk beleid moet worden getoetst aan bovengemeentelijke belangen. Rijk en provincies geven met het door hen gevoerde en vastgelegde beleid de kaders aan waarbinnen gemeenten kunnen opereren. In dit hoofdstuk wordt aangetoond dat de beoogde ontwikkeling niet strijdig is met het voor het plangebied relevante nationale en provinciale beleid en dat het in lijn is met het van toepassing zijnde beleid van de gemeente Best

3.1

Rijksbeleid

3.1.1 Nationale omgevingsvisie In het kader van de nieuwe omgevingswet, die per 1 januari 2022 in werking treedt, wordt momenteel de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) door het rijk opgesteld. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 wordt hierin de langetermijnvisie in beeld gebracht. Op nationale belangen wil het Rijk (net als nu) sturen en richting geven. Hiervoor worden vier prioriteiten onderscheiden: 1. Ruimte voor klimaat adaptatie. 2. Duurzaam economisch groeipotentieel. 3. Sterke en gezonde steden en regio's. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Om invulling te kunnen geven aan deze vier prioriteiten hanteert het rijk de volgende drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaat voor enkelvoudige functies. 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. 3. Afwentelen wordt voorkomen. Vooralsnog is totdat de NOVI van kracht wordt, het rijksbeleid vastgelegd in respectievelijk de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). 3.1.2 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 vastgesteld en in werking getreden.

De SVIR vervangt de Nota Ruimte, de Structuurvisie Randstad 2040, de Nota Mobiliteit, de MobiliteitsAanpak en de Structuurvisie voor de Snelwegomgeving en vervangt enkele ruimtelijke doelen en uitspraken uit andere documenten. In deze visie schetst het Rijk de ambities tot 2040 en de doelen, belangen en opgaven tot 2028. Daarmee moet Nederland concurrerend, bereikbaar en veilig worden. Anders dan in de Nota Ruimte gaat de structuurvisie uit van het adagium 'decentraal, tenzij'. Het rijk kiest voor een selectievere inzet van rijksbeleid op slechts 13 nationale belangen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Afspraken over verstedelijking, groene ruimte en landschap laat het Rijk over aan de

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

17

Pouderoyen Compagnons

provincies en gemeenten. Gemeenten krijgen ruimte voor kleinschalige natuurlijke groei en voor het bouwen van huizen die aansluiten bij de woonwensen van mensen. Bij het beheren en ontwikkelen van natuur krijgen boeren en particulieren in het landelijk gebied een grotere rol. Radarverstoringsgebied Onderhavige ontwikkeling is gelegen in de wijdere omgeving van vliegbasis Eindhoven. Het Rijk heeft hier een nationaal belang aangewezen, namelijk ruimte voor militaire terreinen. Om de werking van het radarstation voor vliegbasis Eindhovens niet te beperken, is om dit station een radarverstoringsgebied aangewezen waarbinnen windmolens en hoge gebouwen beperkt mogelijk zijn. Onderhavige ontwikkeling is in dit radarverstoringsgebied gelegen. Gezien met de ontwikkeling van een brug geen sprake is van de ontwikkeling van een windmolen of hoog gebouw, vormt de ontwikkeling van de brug geen beperking voor de werking van het radarstation en vormt de ligging binnen het radarverstoringsgebied geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling.

Hoofdwatersysteem Ook is de ontwikkeling gelegen nabij een rijkskanaal (het Wilhelminakanaal). Een rijkskanaal behoort tot het hoofdwatersysteem. Het beheer van het watersysteem is gericht op het meebewegen met natuurlijke processen waar het kan en het bieden van weerstand waar het moet. Naast preventie als primaire pijler bij de bescherming tegen overstromingen, is het waterveiligheidsbeleid ook gericht op het beperken van de gevolgen van een overstroming door keuzes in de ruimtelijke planning en het op orde krijgen en houden van de rampenbeheersing (meerlaagse veiligheid). Onderhavige ontwikkeling voorziet in de realisatie van een brug over het Wilhelminakanaal. De ontwikkeling leidt niet tot extra overstromingsrisico's en doet geen afbreuk aan de waterkwaliteit. De ligging nabij het hoofdwatersysteem leidt niet tot belemmeringen voor onderhavige ontwikkeling. EHS Tot slot geldt dat het Wilhelminakanaal onderdeel uitmaakt van de ecologische hoofdstructuur (EHS). De natuur in de EHS blijft goed beschermd met een ‘nee, tenzij’-regime. Binnen de EHS zijn nieuwe projecten, plannen en handelingen met een significant negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van de EHS niet toegestaan, tenzij er sprake is van een groot openbaar belang en reële alternatieven ontbreken. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een brug over het Wilhelminakanaal.

Deze ontwikkeling leidt niet tot negatieve effecten op de ecologische verbindingsfunctie, de wezenlijke kenmerken en waarden van het kanaal. Dit is nader toegelicht in paragraaf 3.2.2. De ligging in c.q. nabij de EHS vormt derhalve geen belemmering voor de ontwikkeling van de brug.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

18

Pouderoyen Compagnons

3.1.3 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro voorziet in de juridische borging van het nationale ruimtelijke beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. Navolgende onderwerpen met nationaal belang zijn opgenomen in het Barro en de eerste aanvulling (Stb. 2012, nr. 388): 1. project Mainportontwikkeling Rotterdam; 2. kustfundament en de daarbuiten gelegen primaire waterkeringen; 3. grote rivieren en rijksvaarwegen en de veiligheid daarom heen; 4. toekomstige rivierverruiming van de Maastakken; 5. Waddenzee en Waddengebied, en IJsselmeergebied; 6. verstedelijking in het IJsselmeer; 7. defensie; 8. erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde; 9. hoofdwegen en landelijke spoorwegen; 10. Elektriciteitsvoorziening; 11. ecologische hoofdstructuur. Onderhavige ontwikkeling is gelegen in of nabij een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen, namelijk defensie en de ecologische hoofdstructuur. In paragraaf 3.1.2 is reeds besproken dat onderhavige ontwikkeling geen afbreuk doet aan deze nationale belangen. Derhalve leidt het Barro niet tot risico's voor voorliggend plan.

3.1.4 Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) Naast het Barro is ook de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) in werking getreden. In het Barro is bepaald dat bij ministeriële regeling verschillende militaire terreinen, gebieden, objecten en zones worden aangewezen, waar gemeenten bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening mee moeten houden. In de Rarro wordt daar uitvoering aan gegeven. Onderhavige ontwikkeling is gelegen in een gebied waarin het Rijk een nationaal belang heeft aangewezen, namelijk het militaire luchtvaartterrein en het radarverstoringsgebied van vliegbasis Eindhoven. In paragraaf 3.1.2 is reeds besproken dat deze ligging geen belemmering vormt voor onderhavige ontwikkeling. Derhalve leidt het Rarro niet tot risico's voor voorliggend plan. 3.1.5 Bro: Ladder voor duurzame verstedelijking Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is per 1 oktober 2012 op onderdelen gewijzigd. In artikel 3.1.6 van het Bro is de 'ladder duurzame verstedelijking' opgenomen. Deze ladder stelt eisen aan de onderbouwing in bestemmingsplannen die nieuwe stedelijke ontwikkelingen mogelijk maken. De ladder voor duurzame verstedelijking richt zich op substantiële veranderingen en bouwplannen, die qua aard en omvang zodanig zijn, dat voor mogelijke leegstand elders gevreesd zou kunnen worden.

Het doel is om overbodige bouwplannen (kantoren, woningen) te voorkomen en hergebruik te stimuleren.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

19

Pouderoyen Compagnons

De realisatie van een fietsvoorziening c.q. fiets- en voetgangersbrug valt niet onder het begrip 'stedelijke ontwikkeling'. Toetsing aan de Ladder is derhalve niet aan de orde en vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1 Omgevingsvisie De Kwaliteit van Brabant Vooruitlopend en anticiperend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet hebben Provinciale Staten op 14 december 2018 de Brabantse omgevingsvisie vastgesteld. Met deze omgevingsvisie geeft de provincie richting aan wat zij voor Noord-Brabant wil bereiken en biedt daarmee handvatten voor haar handelen in de praktijk. De Omgevingsvisie bevat de belangrijkste provinciale ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. Conform de Omgevingswet staan de waarden veiligheid, gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie, een klimaatproof Brabant, Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende, duurzame economie. De visie geeft daarbij richting aan deze opgaven vanwege de ingrijpende veranderingen waarmee zij gepaard gaan. Daarnaast geeft de Omgevingsvisie ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Onderhavige ontwikkeling heeft betrekking op de realisatie van een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal. Met de brug wordt een verbinding voor langzaamverkeer tussen Best en Eindhoven gecreëerd met als doel het fietsverkeer te stimuleren.

Tevens bestaat de mogelijkheid de brug onderdeel uit te laten maken van de calamiteitenroute bij festiviteiten die plaatsvinden bij Aquabest. Dit is van belang in het kader van de veiligheid. De realisatie van de brug draagt daarmee mede bij aan de ontwikkeling van een gezonde leefomgeving als aan een veilige leefomgeving. In de Interim omgevingsverordening zijn de concrete beleidskaders gebaseerd op de uitgangspunten zoals opgenomen in de Omgevingsvisie uitgewerkt. In de volgende paragraaf (3.2.2) vindt toetsing van het initiatief aan deze beleidskaders plaats.

3.2.2 Interim omgevingsverordening Provinciale Staten hebben op 29 oktober 2019 de Interim omgevingsverordening vastgesteld. De Interim omgevingsverordening betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening is daarbij een eerste stap op weg naar een definitieve omgevingsverordening, die op grond van de Omgevingswet wordt vastgesteld en die verplicht is voor provincies. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid zoals de Omgevingsvisie. De beleidsneutrale omzetting betekent overigens niet dat

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

20

Pouderoyen Compagnons

er in het geheel geen wijzigingen ten opzichte van de huidige verordeningen zijn verwerkt. Belangrijke uitgangspunten vanuit de Omgevingsvisie zijn verwerkt.

Uitsnede Interim omgevingsverordening met beoogde locatie brug bij rode contour Zoals weergegeven op bovenstaande afbeelding, is de beoogde locatie van de brug gelegen binnen drie verschillend aangeduide gebieden, namelijk: het gemengd landelijk gebied, het Natuur Netwerk Brabant en de groenblauwe mantel. Meer specifiek: De gronden ten noorden van het Wilhelminakanaal, waar de brug wordt aangesloten op het fietspad gelegen aan de Ncb-weg, zijn aangeduid als groenblauwe mantel Het Wilhelminakanaal zelf is aangeduid als Natuur Netwerk Brabant (ecologische verbindingszone) De gronden ten zuiden van het Wilhelminakanaal, waar de brug wordt aangesloten op het fietspad gelegen aan de Terraweg, zijn aangeduid als gemengd landelijk gebied Gemengd landelijk gebied De provincie beschouwt het hele landelijk gebied als een gebied waarbinnen een menging van functies aanwezig is: het gemengd landelijk gebied. Binnen het gemengd landelijk gebied is naast ruimte voor de land- en tuinbouw, ook ruimte voor de ontwikkeling van niet-agrarische functies, zoals toerisme, recreatie, kleinschalige bedrijvigheid, zorgfuncties etc..

In de gebieden rondom steden en dorpen is daarbij meer ruimte voor de ontwikkeling van functies die zich richten op de inwoners van die kernen, in de gebieden rondom de groenblauwe structuur is de ontwikkeling van functies meer afgestemd op het ondernemen in een groene omgeving en de versterking van natuur- en landschapswaarden. De ontwikkeling van een fiets- en voetgangersbrug ter bevordering van zowel utilitair als recreatief fiets- en voetverkeer wordt als passend beschouwd voor de ontwikkeling van het gemengd landelijk gebied. Groenblauwe mantel De groenblauwe mantel is in de Interim omgevingsverordening opgenomen als verbinding tussen het Natuur Netwerk Brabant en het Landelijk gebied. Het beleid in de groenblauwe mantel is gericht op het behoud en vooral de ontwikkeling van natuur, watersysteem en landschap. Ook richt het beleid zich op een toename van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van het landschap. Binnen de groenblauwe mantel is daarom volop ruimte voor de ontwikkeling van gebruiksfuncties zoals landbouw en recreatie, met een

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

21

Pouderoyen Compagnons

meer extensief karakter en als die bijdragen aan de kwaliteiten van natuur, water en landschap. Ter behoud en ontwikkeling van de groenblauwe mantel, is in de Interim omgevingsverordening een concreet kader opgenomen waar ruimtelijke ontwikkelingen binnen de Groenblauwe mantel aan dienen te voldoen (artikel 3.32): 1. Een bestemmingsplan van toepassing op de Groenblauwe mantel: a. strekt tot behoud, herstel of duurzame ontwikkeling van het watersysteem en de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken van de onderscheiden gebieden; b. stelt regels ter bescherming van de ecologische, landschappelijke en hydrologische waarden en kenmerken van het gebied; c. borgt dat een ontwikkeling gepaard gaat met een positieve bijdrage aan de bescherming en ontwikkeling van de ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. 2. De toelichting bij een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid bevat een beschrijving van de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken. Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal. De brug vormt een verbinding tussen de bestaande fietspaden aan weerszijden van het Wilhelminakanaal (aan de Terraweg en aan de Ncb-weg).

Hiermee wordt aangesloten op een bestaande ontwikkeling binnen de groenblauwe mantel en wordt verdere aantasting van de groenblauwe mantel zoveel mogelijk beperkt. De realisatie van de brug heeft tot doel het fiets- en voetverkeer rondom Best en tussen Best en Eindhoven in te stimuleren en faciliteren. Daarnaast draagt de realisatie van de brug bij aan het verhogen van de belevingswaarde en de recreatieve waarde van de omgeving. De recreatiegebieden en natuurgebieden aan weerszijden van het kanaal raken door de ontwikkeling van de brug namelijk beter met elkaar verbonden. Dit maakt het gebied voor fietsers en voetgangers nog aantrekkelijker en het nodigt deze doelgroepen uit tot een recreatief bezoek aan het gebied. Het is onvermijdelijk dat de oevers van het Wilheliminakanaal worden aangetast ten behoeve van de bouw van de brug. Echter, met de realisatie van de brug wordt geprobeerd de oevers van het Wilhelminakanaal zoveel als mogelijk intact te houden. Ter realisatie van de brug worden de oevers daarom maar voor een klein deel verhard (zie ook paragraaf 2.2.2) en wordt klein aantal steunpilaren op de oevers aangebracht die de constructie van de brug dragen. Tussen deze steunpilaren in blijft voldoende bewegingsruimte voor kleine fauna behouden. Het Wilhelminakanaal zelf blijft onaangetast.

Doordat de brug (inclusief verhardingen) aansluit op de bestaande fietspaden aan weerszijden van het kanaal, zijn de benodigde bouwingrepen ter realisatie van de brug minimaal. Afgezien van de verhardingen en steunpilaren die ter realisatie van de brug worden aangelegd, is geen afbreuk de aanwezige ecologische en landschappelijke waarden en kenmerken te verwachten. Hierbij dient nog opgemerkt te worden dat de te ontwikkelen brug de op ca. 200 meter oostelijk gelegen ingestorte brug vervangt. De ecologische en landschappelijke waarden ter plaatse van de locatie van de ingestorte brug worden in dit

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

22

Pouderoyen Compagnons

kader zoveel als mogelijk hersteld. De realisatie van de nieuwe brug zou daarom ook als enkel een verplaatsing van de voormalige brug kunnen worden gezien. Er zijn ter plekke van de te ontwikkelen brug verder geen significante negatieve effecten veroorzaakt door fiets- en voetverkeer op de groenblauwe mantel te verwachten. De ontwikkeling van de brug is om voorgaande redenen niet in strijd met de ontwikkelingsdoelstellingen van de groenblauwe mantel. Natuur Netwerk Brabant Het Wilhelminakanaal maakt onderdeel uit van het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Het NNB is een samenhangend netwerk van natuurgebieden en landbouwgebieden met natuurwaarden van (inter-)nationaal belang, zoals de bossen, de heide en vennen, de stuifduinen, de schraalgraslanden, de rivieren en beken. Het doel van het NNB-beleid is het veiligstellen van ecosystemen en het realiseren van leefgebieden met goede condities voor de biodiversiteit. Deze leefgebieden zijn belangrijk voor dier- en plantensoorten. Om de populaties gezond te houden en de genetische uitwisseling te bevorderen, moeten de gebieden groot genoeg zijn en de mogelijkheid bieden voor migratie tussen de gebieden. Om het NNB als zo'n netwerk te laten functioneren, werkt de provincie samen met andere partijen aan het aanleggen van ecologische verbindingszones en het oplossen van faunaknelpunten in de wegenstructuur.

De ecologische verbindingszones zijn (vaak) langgerekte landschapselementen die als groene schakels de Brabantse natuurgebieden met elkaar verbinden.

Uitsnede Interim omgevingsverordening met beoogde locatie brug bij rode contour In onderhavige situatie geldt dat het Wilhelminakanaal, inclusief de oevers, is aangeduid als ecologische verbindingszone. Ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen binnen de ecologische verbindingszone geldt het volgende (artikel 3.25): 1. Een bestemmingsplan van toepassing op Natuur Netwerk Brabant - ecologische verbindingszone strekt tot verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone met een breedte van: a. ten minste 50 meter in Stedelijk Gebied en in Verstedelijking Afweegbaar; b. ten minste 25 meter in alle overige gebieden. 2. Een bestemmingsplan als bedoeld in het eerste lid stelt regels, om te voorkomen dat het gebied minder geschikt wordt voor de verwezenlijking, het behoud en het beheer van een ecologische verbindingszone, die in ieder geval:

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

23

Pouderoyen Compagnons

a. het oprichten van bebouwing beperken; b. het aanbrengen van oppervlakteverhardingen of verharde oppervlakten beperken. 3. Na realisatie van de ecologische verbindingszone is artikel 3.15 Bescherming Natuur Netwerk Brabant van overeenkomstige toepassing De aanleg van ecologische verbindingszones dient ter bevordering van verplaatsing van fauna tussen diverse gebieden. De ecologische verbindingszone ter plaatse van het Wilhelminakanaal en haar oevers dient er zodoende toe dat fauna zoals vissen, insecten, amfibieën en kleine zoogdieren zich in en rondom het kanaal kunnen vestigen of verplaatsen. Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een brug over het kanaal. Zoals reeds besproken, is het onvermijdelijk dat de oevers van het Wilheliminakanaal worden aangetast ten behoeve van de bouw van de brug. Echter, de functie van de ecologische verbindingszone wordt als gevolg van de ontwikkeling niet aangetast. Hierbij dienen de volgende uitgangspunten in acht te worden genomen: Er wordt geprobeerd de oevers van het Wilhelminakanaal zoveel als mogelijk intact te houden.

Ter realisatie van de brug worden de oevers daarom maar voor een klein deel verhard en wordt een klein aantal steunpilaren op de oevers aangebracht die de constructie van de brug dragen; Tussen de steunpilaren in blijft voldoende bewegingsruimte voor fauna als insecten, amfibieën en kleine zoogdieren behouden; Het Wilhelminakanaal zelf blijft onaangetast; De brug (inclusief verhardingen) sluit aan op de bestaande fietspaden aan weerszijden van het kanaal. Hierdoor wordt aangesloten op een bestaande ontwikkeling nabij de ecologische verbindingszone en zijn de benodigde bouwingrepen ter realisatie van de brug geminimaliseerd; De brug dient ter vervanging van de ingestorte brug die op ca. 200 meter afstand ligt. De ecologische en landschappelijke waarden ter plaatse van de ingestorte brug worden zoveel als mogelijk hersteld. De realisatie van de nieuwe brug zou daarom ook als enkel een verplaatsing van de voormalige brug kunnen worden gezien. Tot slot dient opgemerkt te worden dat het Wilhelminakanaal is aangemerkt als onderdeel van het Natuur Netwerk Brabant. De fiets- en voetgangersbrug wordt echter over het Wilhelminakanaal aangelegd en leidt daarmee niet tot aantasting van het kanaal zelf. Daarnaast is het zo dat de ontwikkeling van de brug tot doel heeft het recreatief en utilitair fiets- en voetverkeer rondom Best en tussen Best en Eindhoven in te stimuleren.

Er zijn ter plaatse van de brug geen significante negatieve effecten veroorzaakt door fiets- en voetverkeer op de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden van het NNB te verwachten. Ook geldt, zoals reeds genoemd, dat met de ontwikkeling van de brug wordt aangesloten op een bestaande ontwikkeling en dat de ontwikkeling van de brug als het ware een verplaatsing van de voormalige brug over het Wilhelminakanaal betreft. De ecologische en landschappelijke waarden ter plaatse van de locatie van de ingestorte brug worden zoveel als mogelijk hersteld. Verdere aantasting van het Brabants natuurnetwerk wordt met de ontwikkeling van de brug dan ook zoveel mogelijk beperkt Gelet op bovenstaande wordt gesteld dat de realisatie van de fiets- en voetgangersbrug er niet toe leidt dat het Wilhelminakanaal en haar oevers minder geschikt worden voor de

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

24

Pouderoyen Compagnons

verwezenlijking, het behoud en het beheer van de ecologische verbindingszone. Ook leidt de ontwikkeling van de brug niet tot aantasting van de aanwezige landschappelijke en ecologische waarden van het NNB. Het feit dat de brug als het ware een verplaatsing van de voormalige brug betreft en dat de ecologische en landschappelijke waarden ter plaatse de voormalige brug zoveel als mogelijk worden hersteld, dient hierbij ook in acht te worden genomen. Geconcludeerd wordt dat onderhavig voornemen niet in strijd is met het provinciaal beleid ten aanzien van het behoud en de ontwikkeling van het Natuurnetwerk Brabant en de ecologische verbindingszone. Water De beoogde locatie van de brug is tevens gelegen binnen de gebieden 'Behoud en herstel van watersystemen', 'Attentiezone waterhuishouding' en 'Diep grondwaterlichaam'. Het beleid is hier vanuit regionaal belang gericht op behoud, verbetering en herstel van het natuurlijke watersysteem. Hier vindt bescherming van de waterhuishouding plaats en functies en activiteiten die een negatief effect hebben op de hydrologische instandhoudingsdoelen van het hierbinnen gelegen Natuur Netwerk Brabant worden uitgesloten. Ook gelden beperkingen voor functies en activiteiten die het realiseren van watersysteemherstel belemmeren of onnodig kostbaar maken.

Onderhavige ontwikkeling leidt niet tot wijzigingen in de waterhuishouding of verslechtering van de waterkwaliteit. Beperkingen veehouderij & Stalderingsgebied Tot slot geldt dat de beoogde locatie van de brug is gelegen binnen het gebied 'Beperkingen veehouderij' en 'Stalderingsgebied'. Gezien het feit dat onderhavige ontwikkeling enkel betrekking heeft op de realisatie van een fiets- en voetgangersbrug , gelden er geen beperkingen voor de realisatie van de brug wegens de ligging binnen deze gebieden. Conclusie De ontwikkeling en het gebruik van de brug leidt niet tot significante negatieve effecten op de groenblauwe mantel, het Brabants natuurnetwerk en de ecologische verbindingszone. Verder geldt dat de realisatie van de brug niet leidt tot negatieve effecten op de watersysteem. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling passend is binnen de beleidskaders van de provincie Noord-Brabant.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1 Integrale Strategie Ruimte De Integralie Strategie Ruimte is een beleidsdocument van de Metropool Regio Eindhoven. De Integrale Strategie Ruimte schetst de ambities, prioriteiten en (gebieds)accenten en agendeert vraagstukken en opgaven die de 21 gemeenten behorend bij de Metropool Regio Eindhoven samen met andere partijen oppakken.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

25

Pouderoyen Compagnons

Uit de Integrale Strategie Ruimte blijkt dat het buitengebied van Best met name wordt gezien als groen-recreatief uitloopgebied van stedelijk gebied Eindhoven. De kern Best maakt onderdeel uit van die 'City of Villages', zoals de gemeentelijke samenwerking Stedelijk Gebied Eindhoven wordt getypeerd. Een belangrijke opgave richt zich op versterking van de fysieke relatie tussen het stedelijk gebied (de mal) en de landschappelijk-recreatieve contramal. In de Ontwikkelingsvisie Het Groene Woud (zie volgende paragraaf 3.3.2) is beschreven dat het gebied ten noorden van het Wilhelminakanaal, de Nieuwe Heide, hier een belangrijke schakel in vormt. De ontwikkeling van de fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal leidt ertoe dat deze schakel optimaal benut kan worden. 3.3.2 Ontwikkelingsvisie Het Groene Woud In 2011 heeft de toenmalige Streekraad Het Groene Woud & De Meierij de Ontwikkelingsvisie Het Groene Woud 2011-2025 vastgesteld. Het Groene Woud vormt het groene hart van Brabant en BrabantStad. Van belang is de versterking van de relatie met de omliggende steden en van de kwaliteiten die de contramal vormen van de steden. In de ontwikkelingsvisie wordt het gebied ten noorden van het Wilhelminakanaal, de Nieuwe Heide, als dé vergeten schakel binnen Het Groene Woud beschouwd.

Het gebied De Nieuwe Heide en omgeving heeft vooralsnog vooral een uitloopfunctie voor de kernen Best en Son, maar is vanuit Eindhoven moeilijk bereikbaar door barrièrewerking van grootschalige infrastructuur (A58, A2, A50, Wilhelminakanaal), Aquabest en Ekkersrijt. Ten tijde van de ontwikkeling van de visie, was er één fietsroute vanuit Eindhoven Noord naar het gebied, namelijk over de A58, via Aquabest, over het Wilhelminakanaal. Echter, de toenmalige brug over het Wilhelminakanaal is ingestort en inmiddels geheel verwijderd. De Nieuwe Heide heeft geen doorgaande fiets- en wandelroutes in noord-zuidrichting. Het gebied wordt daarom als vergeten schakel binnen Het Groene Woud aangemerkt. Ondanks de korte afstand tot het stedelijk gebied van Eindhoven functioneert het gebied niet als uitloopgebied of verbinding naar Het Groene Woud. Kansen worden nog niet voldoende benut. Dit heeft negatieve gevolgen voor vitaliteit en ontwikkelingsmogelijkheden van recreatieve functies in het gebied. Met de ontwikkeling van de fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal, wordt de fiets- en wandelroute vanuit Eindhoven Noord naar het gebied de Nieuwe Heide hersteld. Hiermee wordt een eerste aanzet gedaan tot verbetering van de bereikbaarheid van het Groene Woud en wordt bijgedragen aan de vitaliteit en ontwikkelingsmogelijkheden ervan.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

26

Pouderoyen Compagnons

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Best 2030 Op 29 mei 2011 heeft gemeente Best de structuurvisie 'Structuurvisie Best 2030' vastgesteld. De structuurvisie schetst het toekomstbeeld van de gemeente tot 2030. In de Structuurvisie Best 2030 is een tweedeling gemaakt tussen de visie met het ontwikkelingskader en het uitvoeringsprogramma waarin het programma voor de korte en middellange termijn is benoemd.

Uitsnede Structuurvisie Best 2030 met beoogde locatie brug bij rode cirkel Op de visiekaart is het ontwikkelingsperspectief van Best in beeld gebracht. De beoogde locatie van de brug is gelegen nabij de aanduiding 'groene dorpsentree'. Een groene dorpsentree kan bijdragen aan de relatie tussen het stedelijk gebied en het buitengebied. De gemeente wenst deze relatie ook te versterken. Verder geldt dat de locatie is gelegen ter plaatse van de aanduidingen Ecologische Hoofdstructuur en Ecologische verbindingszone. De gemeente streeft ernaar het bestaande karakter van deze zones te behouden en uit te breiden langs het hele tracé van zowel het Wilhelminakanaal als het Beatrixkanaal. Ook de recreatieve functie van de ecologische verbindingszone dient behouden te blijven en kan worden versterkt. Tot slot geldt dat de gemeente wil inzetten op een groene leefomgeving, met goede speelvoorzieningen en voldoende wandel- en fietsroutes. Op deze manier wil de gemeente inwoners stimuleren meer te bewegen. Het in stand houden en realiseren van goede verbindingen tussen de wijken onderling en naar het omliggende landschap is hierbij essentieel. In het uitvoeringsprogramma heeft de ontwikkeling van het fietsroutenetwerk speciale aandacht. Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal.

De ontwikkeling draagt bij aan het realiseren van een goed aansluitend fietsroutenetwerk voor zowel utilitair als recreatief gebruik. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan de beleving van aanwezige natuurwaarden en blijft het karakter van

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

27

Pouderoyen Compagnons

de ecologische verbindingszone behouden. 3.4.2 Structuurvisie Buitengebied Op 4 april 2016 is door de gemeenteraad van Best de structuurvisie 'Structuurvisie Buitengebied. Vitaal vooruitzicht. Samen doen!' vastgesteld. De gemeente wilde hiermee voor haar buitengebied een verdiepingsslag van de Structuurvisie Best 2030 maken. De Structuurvisie Best 2030 geeft aan wat de overkoepelende doelen zijn voor de gemeente Best. De structuurvisie voor het buitengebied maakt keuzes op basis van actuele ontwikkelingen in het landelijke gebied (zoals wonen en werken, veehouderij, milieu) en gaat specifiek in op onderwerpen als landschap, landbouw en recreatie. In de Structuurvisie buitengebied wordt het landelijk gebied van Best beschreven als een aantrekkelijke 'landschapstuin' om in te wonen, te werken en te recreëren. Het is een belangrijke 'achtertuin' van de stadsregio Eindhoven: het leent zich prima voor dagrecreatie 'om de hoek'. Best maakt als onderdeel van Het Groene Woud deel uit van het groene hart van Brabant én Brabantstad. In het buitengebied van de gemeente Best is er behoefte aan meer en veilige wandel- en fietsverbindingen, zowel in noord-zuidrichting als in oost-westrichting (vice versa). De A2 en A58 en het spoor Eindhoven-Boxtel, maar ook het Wilhelminakanaal, het Beatrixkanaal, de Sonseweg en de Sint-Oedenrodeseweg vormen barrières in routes voor wandelaars en fietsers.

Onderhavige ontwikkeling ziet toe op de realisatie van een fiets- en voetgangersbrug over het Wilhelminakanaal, waardoor de barrièrewerking van dit kanaal voor wandelaars en fietsers wordt weggenomen. De ontwikkeling draagt bij aan de realisatie van een veilige wandel- en fietsverbinding tussen recreatie- en werkgebieden in Best.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

28

Pouderoyen Compagnons

Hoofdstuk 4

Milieu en omgevingsaspecten

4.1

Milieu

4.1.1

Bedrijven en milieuzonering

Vanuit het aspect 'goede ruimtelijke ordening' dient voldoende ruimtelijke scheiding te zijn tussen hinderveroorzakende (o.a. bedrijven) en hindergevoelige functies (waaronder woningen). Hiervoor worden de afstanden uit de VNG publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' als maatgevend beschouwd. Bovenstaande moet op twee manieren getoetst worden. Enerzijds wordt er gekeken of het perceel zelf veroorzaker is van hinder en anderzijds wordt bekeken of het perceel kwetsbaar is voor hinder. Met onderhavige ontwikkeling wordt een fiets- en voetgangersbrug gerealiseerd. Dit betreft geen hindergevoelige of -veroorzakende functie. Het aspect 'Bedrijven en milieuzonering' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.

4.1.2 Bodem Indien sprake is van een planologische functiewijziging, dient te worden bezien of de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem ter plaatse geschikt is voor het voorgenomen gebruik. Met voorgenomen ontwikkeling wordt voorzien in de ontwikkeling van een fiets- en voetgangersbrug . Gezien het voormalig gebruik van de voor de ontwikkelingen beoogde gronden en het feit dat mensen niet lang op de beoogde plekken zullen verblijven, wordt in dit geval van bodemonderzoek afgezien. Het aspect bodem vormt geen belemmering voor onderhavige ontwikkeling. 4.1.3 Geluid Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient op basis van de Wet geluidhinder te worden onderzocht of sprake is van geluidsoverlast, in het bijzonder in verband met verkeer, spoor of bedrijven. In de Wet geluidhinder is bepaald dat ten aanzien van zogenaamde 'geluidgevoelige objecten' wettelijke eisen gelden ten aanzien van de maximale belasting. De ontwikkeling voorziet niet in het toevoegen van een geluidsgevoelig object. Tevens is geen sprake van een functie die geluidhinder veroorzaakt. De geluidseffecten veroorzaakt door het gebruik van de fiets- en voetgangersbrug zijn te verwaarlozen, zeker wanneer deze in verband met de reeds bestaande fietspaden en wegen langs het Wilhelminakanaal worden beschouwd. Het aspect 'Geluid' vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

29

Pouderoyen Compagnons

4.1.4 Geur De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) vormt het toetsingskader bij vergunningverlening voor geur veroorzaakt door dierenverblijven van veehouderijen. Indirect heeft de Wgv consequenties voor de ruimtelijke ordening, dit wordt wel de omgekeerde werking genoemd. Voor het beoordelen van ruimtelijke plannen moet een toets op de 'omgekeerde werking' van de Wgv worden uitgevoerd. Met de voorgenomen ontwikkeling worden geen geurgevoelige of -veroorzakende functies toegevoegd. Het aspect geur vormt dan ook geen belemmering voor onderhavig voornemen.

4.1.5 Externe veiligheid Externe veiligheid heeft betrekking op locaties waar een ongeval met gevaarlijke stoffen kan plaatsvinden, waardoor personen die geen directe relatie hebben tot de risicovolle activiteit zouden kunnen komen te overlijden. Bij een ruimtelijke besluit voor het toelaten van (beperkt) kwetsbare objecten moet worden getoetst aan risiconormen en veiligheidsafstanden. Dit is met name relevant op korte afstand van risicobronnen. Indien een (beperkt) kwetsbaar object wordt toegelaten binnen het invloedsgebied van een belangrijke risicobron, moet ook het groepsrisico worden verantwoord. Bovendien is het van belang om af te wegen in hoeverre nieuwe risicobronnen binnen een gebied worden toegestaan. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet voor externe veiligheid worden vastgesteld of de locatie is gelegen binnen het invloedsgebied van specifieke risicovolle inrichtingen, relevante transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen of relevante buisleidingen. Toetsingskaders zijn het "Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi), het "Besluit externe veiligheid transportroutes" (Bevt) en het "Besluit externe veiligheid buisleidingen" (Bevb). Daarnaast zijn in het Vuurwerkbesluit en het Activiteitenbesluit milieubeheer veiligheidsafstanden genoemd die rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting, moeten worden aangehouden.

Een fiets- en voetgangersbrug c.q. fietspad wordt niet aangemerkt als (beperkt) kwetsbaar object: de kans dat bij de brug of op een fietspad een dodelijk ongeval plaatsvindt door de opslag of transport van gevaarlijke stoffen, overige risicobronnen of risicovolle inrichtingen is verwaarloosbaar klein. Het aspect 'Externe veiligheid' vormt derhalve geen belemmering voor onderhavig plan. 4.1.6 Luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit is op 15 november 2007 in werking getreden en opgenomen in de Wet milieubeheer en vervangt het 'Besluit luchtkwaliteit 2005'. De wet is één van de maatregelen die de overheid heeft getroffen om: negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken; mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkeling te creëren ondanks de overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit.

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

30

Pouderoyen Compagnons

De wet voorziet onder meer in een gebiedsgerichte aanpak van de luchtkwaliteit via het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). De programma-aanpak zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen. Van bepaalde projecten met getalsmatige grenzen is vastgesteld dat deze 'niet in betekenende mate' (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze mogen zonder toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Luchtkwaliteitseisen vormen onder de nieuwe wet geen belemmering voor ruimtelijke ontwikkeling als: er geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project, al dan niet per saldo, niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit leidt; een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging (meer dan 3%) ten opzichte van de grenswaarde (een grenswaarde van 3% staat gelijk aan de bouw van circa 1500 woningen met één ontsluitingsweg); een project is opgenomen in een regionaal programma van maatregelen of in het NSL. Voornemens het plan wordt een fiets- en voetgangersbrug gerealiseerd die tot doel heeft fiets- en voetverkeer te stimuleren en faciliteren. Hiermee is geen sprake van een toename in auto- of vrachtverkeer en er vindt geen overschrijding van een grenswaarde of verslechtering van de luchtkwaliteit plaats.

De ontwikkeling draagt niet in betekende mate bij aan verslechtering van de luchtkwaliteit en het aspect 'Luchtkwaliteit' vormt geen belemmering voor onderhavig plan.

4.2

Leidingen

Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient er te worden onderzocht of er leidingen in of nabij het plangebied aanwezig zijn, om te voorkomen dat de leiding bij werkzaamheden wordt beschadigd. Daarnaast kan er een omgevingsvergunning benodigd zijn om bepaalde werkzaamheden uit te voeren.

Uitsnede risicokaart met locatie brug bij blauwe contour (bron: risicokaart.nl) Ter plaatse van de locatie van de brug liggen geen leidingen. Op ca. 50 meter ten zuiden van het Wilhelminakanaal loopt een DPO-leiding. In verband met de werkzaamheden, wordt

Fiets- en voetgangersbrug Wilhelminakanaal

31

Pouderoyen Compagnons

defensie over voorgenomen ontwikkeling ingelicht. Het aspect 'Leidingen' vormt verder geen belemmering voor onderhavig plan.

4.3

Natuur

4.3.1 Beschermde gebieden Natura 2000 De locatie van de te ontwikkelen brug is niet binnen of in de omgeving van Natura 2000-gebied gelegen. Er zijn geen Natura 2000-gebieden die zich binnen een straal van 10 kilometer vanaf de locatie van de brug bevinden. De dichtsbijzijnde Natura 2000-gebieden betreffen Kampina & Oisterwijkse Vennen op ca. 10,5 kilometer en Kempenland-West op ca. 10,2 kilometer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11755795/1