22046.10 - Bijlage 8.12 - Ruimtelijke onderbouwing Boslaan Zuid 11
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11, gemeente Best
Gemeente Best Datum: 20-04-2022
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
Inhoud 1
Inleiding
2
1.1 1.2 1.3 1.4
Aanleiding Projectgebied Vigerend bestemmingsplan Leeswijzer
2 2 2 3
2
Planbeschrijving
4
2.1 2.2
Huidige situatie Beoogde situatie
4 4
3
Beleid
5
3.1 3.2 3.3
Omgevingsvisie Noord-Brabant Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant Structuurvisie Buitengebied (gemeente Best)
5 5 7
4
Planologische en ruimtelijke inpasbaarheid
8
5
Uitvoerbaarheid
15
1
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
In voorliggende ruimtelijke onderbouwing staat het perceel aan de Boslaan-Zuid 11 in de gemeente Best centraal. Het bosperceel is al meer dan 50 jaar ingericht om te gebruiken voor de scouting. Het huidige gebruik is niet voldoende geregeld in het bestemmingsplan Buitengebied Best 2002. Op basis van voorliggende ruimtelijke onderbouwing wordt het huidige gebruik toegestaan planologisch geregeld in het nieuwe bestemmingsplan. In het kader hiervan dient aangetoond te worden dat het initiatief passend is binnen de relevante beleidskaders en inpasbaar is als het gaat om de diverse omgevings- /milieuaspecten.
1.2
Projectgebied
Het projectgebied betreft de Boslaan-Zuid 11 in het buitengebied van de gemeente Best. Onderstaande figuur 1 geeft globaal het projectgebied weer.
Figuur: globale begrenzing van het projectgebied Boslaan-Zuid 11 in Best
1.3
Vigerend bestemmingsplan
Het projectgebied kent enige voorgeschiedenis. In 2006 heeft de gemeente het Bestemmingsplan Buitengebied Best 2006 vastgesteld. Hierbinnen gold voor het projectgebied de bestemming ‘Recreatie’ en specifiek werd ‘Groepsaccommodatie en jeugd- en jongerenwerk’ toegestaan. Echter, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ABRvS) in 2010 het besluit vernietigd voor zover het onder andere betreft de bestemming ‘Recreatieve doeleinden’ en de daarbij ingevolge de Tabel Recreatieve Voorzieningen behorende recreatieve voorziening ‘Groepsaccommodatie en jeugd- en jongerenwerk’. Een reden hiervoor was dat in het plan (bestemmingsplan 2006) niet was vermeld wat onder het begrip ‘groepsaccommodatie en jeugd- en jongerenwerk’ moest worden verstaan. De ABRvS oordeelde, op basis van informatie uit de zitting, dat de raad een uitbreiding van activiteiten ten opzichte van de destijds huidige situatie (Bestemmingsplan Buitengebied Best 2002) beoogde. Een tweede reden was dat in het bestemmingsplan van 2006 een toetsing aan de ligging in GHS-natuur ontbrak. Hierbinnen is een uitbreiding voor dag- of verblijfsrecreatie slechts mogelijk als dat noodzakelijk is voor kwaliteitsverbetering en onder strikte voorwaarden.
2
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
Gezien de vernietiging van de bestemming ‘Recreatieve doeleinden’, kan het bestemmingsplan Buitengebied Best 2006 niet meer als vigerend bestemmingsplan worden beschouwd. In het vorige bestemmingsplan, Buitengebied Best 2002, is het projectgebied bestemd als ‘Bosgebied’ (zie figuur 2). Tevens is de aanduiding ‘scoutingactiviteiten’ aanwezig. In dit plan is het begrip ‘scoutingactiviteiten’ niet gedefinieerd. Het ontbreken van een definitie, en het feit dat de ontwikkeling destijds niet getoetst was aan het streekplanbeleid, maakte dat de ABRvS in 2004 onder andere de aanduiding ‘scoutingactiviteiten’ op de plankaart heeft vernietigd. In het bestemmingsplan Buitengebied goedgekeurd door de provincie in 1984 had de locatie de bestemming ‘Bijzondere doeleinden III – verenigingsgebouw’. Verenigingsgebouw was daarin niet gedefinieerd. Samenvattend wordt gesteld dat het de eerdere plannen ontbrak aan een definiëring van de begrippen (en dus begrenzing aan wat er op het projectgebied mag plaatshebben), en aan een toetsing aan streekplan/natuurbeleid. Voorliggende onderbouwing voorziet in het motiveren van de al meer dan 50 jaar aanwezige activiteiten, om ze daarmee planologisch te regelen. In 2019 heeft de gemeente Best het voorontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2019’ (voorontwerp 6 februari 2019) opgesteld.
Het projectgebied heeft hier de bestemming ‘Maatschappelijk’ en de aanduiding ‘scouting’ gekregen. Onder scouting wordt hierin verstaan ‘groepsgewijze spel- en verenigingsactiviteiten voor kinderen en jongeren tot 21 jaar, inclusief incidentele overnachtingsmogelijkheid (groepsaccommodatie en/of kamperen)’. Tevens is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ aanwezig, evenals de aanduidingen ‘gebiedsaanduiding luchtvaartverkeerzone’ en ‘overige zone –beperkingen veehouderij’.
Figuur: Projectgebied binnen het bestemmingsplan Buitengebied Best 2002 en Buitengebied Best 2019
1.4
Leeswijzer
Deze ruimtelijke onderbouwing beslaat inhoudelijk gezien vier onderdelen. Hoofdstuk 2 geeft een nadere omschrijving van de ontwikkeling. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 de ontwikkeling getoetst aan de relevante beleidskaders en in hoofdstuk 4 aan milieu- en omgevingsaspecten. Tot slot gaat hoofdstuk 5 in op de uitvoerbaarheid van de ontwikkeling.
3
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
2 Planbeschrijving 2.1
Huidige situatie
De locatie betreft een voormalig bosperceel van circa 6.500 m2 welke al sinds ruim 50 jaar in gebruik is door de Scouting Oud Best en haar voorgangers. Op het terrein bevindt zich een gebouw (ook wel ‘De Blokhut’) en ten zuiden en oosten van het gebouw tevens speelvelden met daarop een kampvuurkuil. Binnen het gebouw zijn geen slaapruimten aanwezig, overnachting vindt plaats op veld- of luchtbedden. Rondom het gebouw en de speelvelden is volop beplanting, met name in de vorm van bomen, aanwezig. De locatie heeft één oprit in de richting van het gebouw en één oprit richting het speelveld.
Figuur 3: ‘De Blokhut’ binnen het projectgebied
2.2
Beoogde situatie
Het initiatief betreft het gebruik als scoutingterrein, waarbij ‘De Blokhut’ behouden blijft. Er vindt géén sloop of nieuwbouw van bebouwing plaats. Ook de verharding, de op dit moment aanwezige beplanting en de toegang tot de percelen wordt niet gewijzigd. Uit de twee uitspraken van de ABRvS uit 2010 en 2004 blijkt dat een definiëring en daarmee begrenzing van de specifieke activiteiten die op het scoutingactiviteiten worden ontplooid eerder ontbrak. De initiatiefnemer heeft daartoe aangegeven het terrein te willen gebruiken voor de volgende activiteiten: iedere week 2 vaste dagen/avonden scoutingactiviteiten (binnen en buiten) tussen 30-35 weekenden per jaar spelgroepen (20-25 personen) het hele weekend aanwezig (vrij 18.00 tot zo 14.00 uur) inclusief overnachten in de blokhut en in enkele tenten op het terrein verhuur blokhut in vakantieperiodes (mei-zomer-herfst) en ongeveer 4 weekenden per jaar aan derden maximaal 70 personen overnachten verhuur alleen aan scoutinggroepen, Jong Nederland of vergelijkbare verenigingen voor kinderen/jeugd en scholen voor kamp verhuur aan organisaties ten behoeve van dagactiviteiten voor kleine groepen kinderen/jongeren met gedrags- en ontwikkelingsproblematiek 1x per 2 jaar weekend voor alle leden met overnachtingen in blokhut en tenten rechts naast de blokhut en rondom de kampvuurkuil (±200 personen) Bij alle activiteiten (op
het 2-jaarlijkse weekend na) wordt er geen versterkt geluid buiten gebruikt
4
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
3 Beleid 3.1
Omgevingsvisie Noord-Brabant
Eind 2018 heeft de provincie de omgevingsvisie Noord-Brabant vastgesteld (14-12-2018). De Brabantse Omgevingsvisie is een samenhangende visie op de fysieke leefomgeving. De visie bevat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren. De provincie onderscheidt vier hoofdopgaven die voortvloeien in meer concrete ambities: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende, duurzame economie Het gaat om grote maatschappelijke opgaven die we niet los van elkaar zien maar die –vanuit de basis- met elkaar zijn verbonden. De visie is door de provincie vertaald in de provinciale verordening, welke als uitvoeringsinstrument geldt om de genoemde doelen te realiseren. In de verordening worden kaderstellende elementen uit het provinciaal beleid vertaald in regels die van toepassing zijn op gemeentelijke bestemmingsplannen. Deze toetsing van de ontwikkeling aan de verordening wordt hierna besproken.
3.2
Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant
Op 25 oktober 2019 is de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. De Interim omgevingsverordening is op 5 november 2019 in werking getreden en betreft een samenvoeging van verschillende regelingen op provinciaal niveau met betrekking tot de fysieke leefomgeving. Dit betekent dat de regels betrekking hebben op milieu, natuur, ruimtelijke ordening, water, bodem en wegen. De Interim omgevingsverordening heeft de Verordening ruimte Noord-Brabant, de Provinciale milieuverordening, de Verordening natuurbescherming, de Verordening water, de Verordening ontgrondingen en de Verordening wegen vervangen. De Interim omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat de regels uit de voorheen geldende verordeningen zijn gehandhaafd met het daarbij horende beschermingsniveau, en dat er in beginsel geen beleidswijzigingen zijn doorgevoerd. Er zijn alleen inhoudelijke wijzigingen doorgevoerd als die rechtstreeks voortvloeien uit vastgesteld beleid, bijvoorbeeld uit de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven In hoofdstuk 2 van de Interim omgevingsverordening staan rechtstreeks werkende regels voor burgers en bedrijven.
Er gelden onder andere rechtstreeks werkende regels voor activiteiten in grondwaterbeschermingsgebieden en stiltegebieden, voor activiteiten rond provinciale wegen, voor ontgrondingen en voor handelingen die te maken hebben met bepaalde beschermde dier- en plantensoorten. Ook voor het kappen van houtopstanden buiten de bebouwde kom en voor veehouderijen gelden rechtstreeks werkende regels. Instructieregels voor gemeenten In hoofdstuk 3 van de Interim omgevingsverordening zijn instructieregels voor gemeenten opgenomen. De instructieregels zijn overgenomen uit de Verordening ruimte Noord-Brabant en gelden voor bestemmingsplannen en omgevingsvergunningen waarmee van het bestemmingsplan wordt afgeweken. De regels zijn een doorvertaling van het provinciaal beleid uit de Structuurvisie ruimtelijke ordening en de Omgevingsvisie Noord-Brabant. Werkingsgebieden binnen het plangebied Alle regels van de Interim omgevingsverordening zijn gekoppeld aan werkingsgebieden die op de kaart van de verordening zijn weergegeven. Voor de toepassing van de regels in hoofdstuk 3 van de verordening is Brabant onderverdeeld in drie werkingsgebieden: het Natuur Netwerk Brabant (NNB), het stedelijk gebied en 5
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
het landelijk gebied. Binnen het landelijk gebied wordt nader onderscheid gemaakt in de werkingsgebieden gemengd landelijk gebied en groenblauwe mantel. Daarnaast gelden voor een groot aantal regels specifieke werkingsgebieden, bijvoorbeeld voor de gebieden waar verstedelijking afweegbaar is, voor de ecologische verbindingszones en voor de gebieden waar extra beperkingen gelden voor veehouderijen. Relevantie Interim omgevingsverordening initiatief Het projectgebied is gelegen binnen het landelijk gebied, in gemengd landelijk gebied. In het landelijk gebied stimuleert de provincie het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Een deel van het projectgebied is tevens gelegen in het Natuur Netwerk Brabant. Binnen het gemengd landelijk gebied wordt een gemengde plattelandseconomie nagestreefd. De aanduiding van een gebied als gemengde plattelandseconomie impliceert meer ruimte voor niet-agrarische functies. Het gaat daarbij onder andere om het zoeken naar nieuwe economische dragers voor een vitaal platteland.
Met een gebruik van het projectgebied voor scoutingactiviteiten wordt de gemengde plattelandseconomie niet aangetast, omdat het een bestaande functies in gemengd landelijk gebied ruimte biedt aan verschillende andere functies dan landbouw. Het feit dat het perceel al geruime tijd (zie par. 2.1) in gebruik is door Scouting Oud Best toont aan dat er behoefte is aan de functie en dat het een functie is die qua aard past in het buitengebied en voor langere tijd in het buitengebied gevestigd kan blijven. Daarmee wordt een bijdrage geleverd aan een vitaal platteland. Het Natuur Netwerk Brabant strekt tot het behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van de ecologische waarden en kenmerken. De huidige functie is al meer dan 50 jaar aanwezig in het gebied en vraagt geen nieuw ruimtebeslag. Het is daarom onwaarschijnlijk dat de functie het behoud van het Natuur Netwerk Brabant in de weg staat.
In navolgende paragrafen worden de voor de ontwikkeling relevante regels van de verordening toegelicht en wordt de ontwikkeling hieraan getoetst. Artikel 3.71 bestaande niet-agrarische functie in landelijk gebied In artikel 3.71 van de Interim Omgevingsverordening is bepaald dat een bestemmingsplan gelegen in het landelijk gebied regels bevat voor bestaande niet-agrarische functies die: a. De bestaande planologische gebruiksactiviteit vastleggen; b. Een toename van de gebruiksoppervlakte voor mestbewerking uitsluiten; c. Kunnen voorzien in een redelijke uitbreiding, als dat past binnen de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied waarbij de volgende aspecten zijn betrokken: 1. Een gebiedsgerichte benadering welke activiteiten en functies passen in de omgeving; 2. Welke effecten de mogelijke ontwikkeling heeft op andere aspecten, waaronder mobiliteit, agrarische ontwikkeling, leefbaarheid en leegstand elders; 3. Hoe de uitbreiding bijdraagt aan het versterken van de omgevingskwaliteit, waaronder een bijdrage aan de sloop van overtollig en leegstaand vastgoed in het landelijk gebied.
Voorliggend initiatief betreft grotendeels een bestaande situatie met bestaande bebouwing en gebruik. Er vindt geen sloop- of nieuwbouw plaats. Daarmee wordt ruimtebeslag elders in het buitengebied voorkomen. Het initiatief belemmert de omliggende functies niet (zie hoofdstuk 4). In het bestemmingsplan wordt (een) bepaling(en) opgenomen waarmee verzekerd wordt dat het initiatief een bij de omgeving passende omvang heeft en behoudt. Er is geen sprake van een kantoor met baliefunctie, lawaaisport, mestbewerking of detailhandel
Artikel 3.73 vestiging niet-agrarische functie in landelijk gebied In artikel 3.73 van de Interim Omgevingsverordening is bepaald dat in het landelijk gebied voorzien kan worden in de vestiging van een niet-agrarische functie op een bestaand bouwperceel als aan enkele voorwaarden is voldaan. De kern van deze voorwaarden betreft: a. De vestiging past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. b. De vestiging heeft een bij de omgeving passende omvang. 6
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
3.3
gemeente Best
Voorliggend initiatief betreft grotendeels een bestaande situatie met bestaande bebouwing en gebruik; er vindt geen sloop- of nieuwbouw plaats. Daarmee wordt ruimtebeslag elders in het buitengebied voorkomen. Het initiatief belemmert de omliggende functies niet (zie hoofdstuk 4). In het bestemmingsplan wordt (een) bepaling(en) opgenomen waarmee verzekerd wordt dat het initiatief een bij de omgeving passende omvang heeft en behoudt. Er is geen sprake van een kantoor met baliefunctie, lawaaisport, mestbewerking of detailhandel.
Structuurvisie Buitengebied (gemeente Best)
Op 4 april 2016 is door de gemeenteraad van Best de ‘Structuurvisie Buitengebied’ vastgesteld. Deze structuurvisie betreft een partiële herziening van de ‘Structuurvisie Best 2030’. De gemeente wil hiermee een verdiepingsslag maken van de ‘Structuurvisie Best 2030’, specifiek voor het buitengebied. Deze structuurvisie is een inspiratiebron én afwegingskader voor initiatieven in het buitengebied en fungeert als opmaat naar de actualisatie van de bestemmingsplannen voor het buitengebied. De gemeente Best ziet (deels) vrijkomende locaties in het buitengebied in toenemende mate als (beleidsmatige) kans voor revitalisering van het landelijk gebied. Hergebruik van vrijkomende (agrarische) gebouwen wordt gezien als belangrijk middel om het buitengebied economisch en sociaal vitaal te houden. Hierbij kan geen extra bebouwingsoppervlakte ontstaan. De locaties krijgen een kwaliteitsslag door sloop van voormalige stallen en loodsen en sanering van asbest en bodemvervuiling. Cultuurhistorisch waardevolle gebouwen en landschapswaarden op de erven blijven daarbij behouden. Door het gebruik van het bestaande perceel en gebouw wordt voorkomen dat elders in het buitengebied nieuw ruimtebeslag plaats moet vinden. Het terrein is al meer dan 50 jaar in gebruik door de Scouting Oud Best, waarmee wordt aangetoond dat voorzien wordt in een behoefte.
Doordat nieuw ruimtebeslag elders wordt voorkomen en er in een behoefte wordt voorzien, wordt een bijdrage geleverd aan een economisch en sociaal vitaal platteland. Er is geen sprake van het oprichten van nieuwe bouwwerken en ander nieuw ruimtebeslag.
7
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
4 Planologische en ruimtelijke inpasbaarheid Milieuaspecten Voorliggend initiatief betreft het toestaan van het gebruik als scoutingterrein. Het initiatief vindt plaats binnen de bestaande bebouwing; er worden geen nieuwe bouwwerken opgericht. Het initiatief betreft toestaan van het huidige gebruik. De ruimtelijke impact van het initiatief ten opzichte van de huidige planologische situatie is daardoor beperkt en derhalve is voor de verschillende milieuaspecten geen nader onderzoek nodig. Hierna wordt per milieuaspect en korte toelichting gegeven. Bodem Met het oog op een goede ruimtelijke ordening dient bij ruimtelijke ontwikkelingen de bodemkwaliteit te worden beschouwd. Bij ruimtelijke plannen met een functiewijziging moet worden aangetoond dat de bodemkwaliteit geschikt is voor de functie die ter plaatse wordt beoogd.
Planologisch gezien is op basis van het vigerende bestemmingsplan, middels de aanduiding ‘scoutingactiviteiten’ het gebruik van scoutingactiviteiten reeds toegestaan. Daarom mag worden aangenomen dat de bodemkwaliteit reeds geschikt is voor het beoogde gebruik als scoutingterrein. Het feit dat de aanduiding ‘scoutingactiviteiten’ op de plankaart in 2004 is vernietigd, doet hier niets aan af, omdat de vernietiging betrekking had op de definiëring van het begrip ‘scoutingactiviteiten’ en de toetsing aan het streekplanbeleid. Er zijn vanuit het oogpunt van bodem daarom geen belemmeringen voor het initiatief.
Water Bij iedere ruimtelijke ontwikkeling is het verplicht om een waterparagraaf op te stellen, waarin de resultaten van de watertoets worden opgenomen. In de waterparagraaf wordt verwoord hoe er in het plan rekening is gehouden met het aspect water, in relatie tot het waterbeleid en de waterhuishouding. Het plangebied valt onder het beheer van Waterschap De Dommel. Het beleid van het waterschap is gericht op het zo lang mogelijk vasthouden van gebiedseigen water, gecombineerd met het zoveel mogelijk scheiden van schoon en verontreinigd water. Het beleid is opgenomen in het Water-beheerplan 2016-2021 ‘Waardevol Water’. Het waterbeheerplan beschrijft de doelen en inspanningen van het waterschap binnen de planperiode. Omdat de wateropgaven feitelijk niet veranderd zijn, zijn de thema’s in het waterbeheerplan hetzelfde als de thema’s in het waterbeheerplan 2010-2015. De vijf waterthema’s zijn: Droge voeten: voorkomen van wateroverlast in het beheergebied, onder meer door het aanleggen van waterbergingsgebieden en het op orde brengen van regionale keringen. Voldoende water: voor zowel de natuur als de landbouw is het van belang dat er niet te veel en niet te weinig water is. Daarom reguleert het waterschap het grond- en oppervlaktewater. Natuurlijk water: zorgen voor flora en fauna in en rond beken en sloten door deze waterlopen goed in te richten en te beheren.
Schoon water: zuiveren van afvalwater en vervuiling van oppervlaktewater aanpakken en voorkomen. Mooi water: stimuleren dat mensen de waarde van water beleven, door onder meer recreatief gebruik. Bij nieuwe ontwikkelingen is het uitvoeren van een watertoets verplicht. Het Waterschap heeft de Handreiking Watertoets 2015 opgesteld, waarin is aangegeven welke onderdelen deel kunnen uitmaken van de waterparagraaf. Voor de verwerking van hemelwater hanteert het waterschap een voorkeursvolgorde: hergebruik - vasthouden/infiltreren - bergen en afvoeren - afvoeren naar oppervlaktewater - afvoeren naar de riolering. De regels omtrent de waterhuishuishouding zijn opgenomen in de Keur 2015. Samen met de legger vormt de Keur het juridisch instrumentarium van het Waterschap. In de Keur zijn onder andere regels opgenomen met betrekking tot compensatiemaatregelen in het geval van een toename van het verhard oppervlak. Daarnaast zijn in de Keur gebods- en verbodsregelingen opgenomen die betrekking hebben op handelingen in en rond watergangen en waterkeringen die zijn opgenomen op de legger. 8
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
Bij voorliggende ontwikkeling vindt geen toename of afname van verharding plaats. De hoeveelheid verharding wijzigt niet. Ook de afvoer van vuilwater wijzigt niet. De waterhuishoudkundige situatie blijft ongewijzigd. Het aspect water vormt zodoende geen belemmering voor voorliggende ontwikkeling.
Flora en fauna De natuurwet- en regelgeving kent twee sporen, namelijk een gebiedsgericht spoor en een soortgericht spoor. De bescherming van beide sporen is geregeld in de Wet natuurbescherming. Ruimtelijke plannen dienen te worden beoordeeld op de uitvoerbaarheid in relatie tot actuele natuurwetgeving. Er mogen geen ontwikkelingen plaatsvinden die op onoverkomelijke bezwaren stuiten door effecten op beschermde natuurgebieden en/of beschermde flora en fauna. In dat kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties vanuit de natuurwetgeving. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt op zeer ruime afstand van Natura 2000-gebieden. Het meest dichtbij gelegen Natura-2000 gebied betreft ‘Kampina & Oisterwijkse Vennen’ (ca. 9,5 km afstand tot het projectgebied). Gelet op de aard van de ontwikkeling (geen sloop, geen nieuwbouw) zijn significant negatieve effecten op het Natura-2000 gebied uitgesloten. In en rondom het plangebied is Natuurnetwerk Brabant (NNB) aanwezig. Het betreft ‘droog bos met productie’. Gezien het feit dat ‘Scouting Oud Best’ al sinds ca.
50 jaar in het projectgebied gevestigd is en er bij voorliggende ontwikkeling géén sprake is van nieuw ruimtebeslag of sloop en/of nieuwbouw, wordt gesteld dat er geen sprake is van oppervlakteverlies, stikstofdepositie (verzuring en vermesting) tijdens bouwwerkzaamheden, verstoring door trillingen en optische verstoring van het NNB. De activiteiten die op het scoutingterrein worden ontplooid zijn zodanig dat van andere verstoringsfactoren zoals versnippering, aanvaringsrisico, verdroging daarmee niet aan de orde zijn. De initiatiefnemer sluit uit dat versterkt geluid voor spraak of muziek in de buitenlucht plaatsvindt. Zodoende is ook geen sprake van verstoring door geluid (en verstoring door licht).
Figuur: ligging projectgebied in/nabij Natuurnetwerk Brabant
9
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
Soortbescherming In verband met de uitvoerbaarheid van ruimtelijke projecten dient rekening te worden gehouden met soortbescherming en met name de aanwezigheid van beschermde soorten in het projectgebied. Dit betekent concreet dat geen mogelijkheden mogen worden geboden voor ruimtelijke ontwikkelingen waarvan op voorhand in redelijkheid kan worden ingezien dat in het kader van de Flora- en faunawet geen ontheffing zal worden verleend.
Met voorliggende ontwikkeling wordt geen nieuw ruimtebeslag mogelijk gemaakt, bestaande bebouwing en verharding behouden en wordt geen vegetatie verwijderd. Het betreft uitsluitend het toelaten van het gebruik van het projectgebied als scoutingterrein. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van een belemmering vanuit de Flora & Faunawet.
Bedrijven en milieuzonering Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen hinderveroorzakende (bedrijfs)functies en gevoelige functies (zoals wonen) noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van milieuzonering, die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies en gevoelige functies om milieuhinder al in het ruimtelijk spoor te voorkomen. Milieuhinder wordt daarnaast gereguleerd via omgevingsvergunningen voor milieu en/of via de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Zonering, afstand houden, is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Ook zorgt dit ervoor dat de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de Handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In deze handreiking zijn richtafstanden opgenomen, waarmee als hier rekening mee wordt gehouden enerzijds kan worden gesteld dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en anderzijds de bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden niet onevenredig geschaad worden. Er is inzichtelijk gemaakt welke planologische rechten in de omgeving aanwezig zijn.
Daarnaast is geanalyseerd of deze bedrijven ook daadwerkelijk worden beperkt in hun bedrijfsvoering door de voorgenomen ontwikkeling. Voor de aan te houden hinderafstanden is het van belang om te bepalen dat het hier gaat om een rustige woonwijk of gemengd gebied. Het begrip Gemengd gebied wordt in de VNG-brochure gebruikt om richtafstanden tussen een bedrijventerrein of bedrijfslocatie en een gebied met een variatie aan functies weer te geven. De VNG-brochure geeft de volgende definitie aan: “Een gebied met een matige tot sterke functiemenging”. Het kan gaan om woningen die direct voorkomen naast andere functies zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden gedefinieerd. Daarnaast gaat het om gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen. Het projectgebied kan worden gekenmerkt als gemengd gebied. In de omgeving is sprake van bedrijfspercelen, wonen en agrarische bedrijvigheid. Bij gemengd gebied horen de volgende richtafstanden: Categorie 1: 0 meter Categorie 2: 10 meter Categorie 3.1: 30 meter Categorie 3.2: 50 meter Beoordeling Een scoutingterrein kan worden getypeerd als een categorie 2 bedrijf: ‘Buurt en clubhuizen’. Aangezien sprake is van een gemengd gebied, geldt een richtafstand van 10 meter.
Op basis van het vigerende bestemmingsplan zijn geen milieugevoelige functies aanwezig op minder dan 10 meter afstand tot het projectgebied. De situering van de gebouwen blijft in de beoogde situatie gelijk aan de huidige situatie, waarmee de afstanden niet wijzigen. Geluid Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die betrekking heeft op de bouw van geluidsgevoelige gebouwen, de aanleg van nieuwe wegen of de reconstructie van bestaande wegen dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. Uit de uitspraak van de ABRvS in 2012 (202004163/1/R2) (omtrent een 10
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
scoutinggebouw in de gemeente Middelburg), blijkt dat een scoutinggebouw niet als woning en eveneens niet als een ander geluidgevoelig gebouw als bedoeld in artikel 1 van de Wgh moet worden gezien. Bij het scoutinggebouw in de gemeente Middelburg was tevens sprake van ‘verblijfsrecreatie in kampeermiddelen uitsluitend toegestaan voor nachtverblijf ten behoeve van scouting’. Zodoende wordt gesteld dat de voorliggende ontwikkeling geen geluidsgevoelig gebouw mogelijk maakt. Geconcludeerd wordt dat een geluidsonderzoek naar hinder veroorzakende bronnen in de omgeving achterwege blijven. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat er op het scoutingterrein geen sprake zal zijn van versterkt geluid in de zin van spraak of muziek. Geluidgevoelige functies (zoals woningen) in de omgeving liggen op voldoende afstand (de meest dichtbij gelegen woning ligt op minimaal 80 meter tot het projectgebied), waarmee van geluidshinder geen sprake zal zijn. Industrielawaai De beoordeling van de akoestische activiteiten vindt plaats in het kader van goede ruimtelijke ordening. De basale toets van het geluidaspect in het plan gebeurt op basis van de volgende criteria: In de nieuwe situatie moet sprake zijn van een ‘aanvaardbaar woon- en leefklimaat’ ter plaatse van de omliggende woningen als gevolg van de functiewijziging.
Op basis van de beschouwing en berekening in de bijgevoegde “Memo geluid in de ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11” kan geconcludeerd worden dat er voor wat betreft de toets aan de Wet geluidhinder geen belemmeringen zijn. Voor wat betreft de toets of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan opgemerkt worden dat met de volgende uitgangspunten: het terrein ten westen van de blokhut is met name bedoeld voor aankomst en vertrek en aan- en afvoer van goederen, wandelend en handmatig. Het terrein ten oosten (en deels noorden bij de kampvuurplaats) wordt gebruikt voor actieve spellen. Het bosterrein ten noorden van de blokhut wordt gebruikt voor spellen, maar niet zo intensief als het terrein aan de oostzijde. voldaan kan worden aan de richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de grenswaarde van 70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau. Geconcludeerd wordt dat het aspect geluid de uitvoering van het initiatief niet in de weg zal staan. Geur Wat betreft het aspect geur geldt dat ter plaatse van geurgevoelige objecten een goed leefklimaat gewaarborgd moet kunnen worden. Tevens geldt dat nieuwe ontwikkelingen geen belemmerende werking mogen hebben op toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden van bedrijven.
Een geurgevoelig object is volgens artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv): een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. Het gebouw (de Blokhut) op het scoutingterrein wordt gebruikt als onder meer keukenruimte en wasruimte en kan zodoende worden aangemerkt als een gebouw dat is ingericht voor menselijk verblijf. Hoewel de scoutingleden niet dagelijks hier verblijven, zal het terrein regelmatig bezocht worden door hier uitgegaan van ‘scoutingterrein zonder definitie’ naar ‘scoutingterrein waarvan de activiteiten wel worden vastgelegd’. Ik heb het verwoord als geen tot hoogstens beperkte verandering van het aantal verkeersbewegingen, want: We weten niet of de exacte activiteiten die in het initiatief binnen de scoutingactiviteiten zijn voorzien/worden ‘aangevraagd’, meer activiteiten zijn dan in de huidige vigerende situatie (omdat in de huidige situatie geen definitie van het begrip scoutingactiviteiten is opgenomen). Dus daarom voor de zekerheid gesteld dat sprake is van geen tot hoogstens een beperkte verandering van het aantal verkeersbewegingen. hier uitgegaan van ‘scoutingterrein zonder definitie’ naar ‘scoutingterrein waarvan de activiteiten wel worden vastgelegd’.
Ik heb het verwoord als geen tot hoogstens beperkte verandering van het aantal verkeersbewegingen, want: 11
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
We weten niet of de exacte activiteiten die in het initiatief binnen de scoutingactiviteiten zijn voorzien/worden ‘aangevraagd’, meer activiteiten zijn dan in de huidige vigerende situatie (omdat in de huidige situatie geen definitie van het begrip scoutingactiviteiten is opgenomen). Dus daarom voor de zekerheid gesteld dat sprake is van geen tot hoogstens een beperkte verandering van het aantal verkeersbewegingen. scoutingleden. Daarom is getoetst of er op dit moment sprake is van een goed leefklimaat ter plaatse en of het scoutingterrein omliggende veehouderijen in de bedrijfsvoering beperkt. Op basis van de indicatieve geurkaart achtergrondbelasting uit de omgevingsatlas van de ODZOB is er sprake van een goed leefklimaat ter plaatse. Verder is er geen sprake van belemmering van omliggende veehouderijen, doordat deze op geruime afstand tot het projectgebied liggen (minimaal 400 meter). Geconcludeerd wordt dat het aspect geur de voorliggende ontwikkeling niet in de weg staat. Luchtkwaliteit Hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen) bevat de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit. In de Wet milieubeheer zijn luchtkwaliteitseisen opgenomen voor diverse verontreinigende stoffen, waaronder stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10).
In artikel 5.16 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat bestuursorganen bevoegdheden (zoals het vaststellen van een bestemmingsplan mogen uitoefenen wanneer sprake is van één of meer van de volgende gevallen: er is geen sprake van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden; hier uitgegaan van ‘scoutingterrein zonder definitie’ naar ‘scoutingterrein waarvan de activiteiten wel worden vastgelegd’. Ik heb het verwoord als geen tot hoogstens beperkte verandering van het aantal verkeersbewegingen, want: We weten niet of de exacte activiteiten die in het initiatief binnen de scoutingactiviteiten zijn voorzien/worden ‘aangevraagd’, meer activiteiten zijn dan in de huidige vigerende situatie (omdat in de huidige situatie geen definitie van het begrip scoutingactiviteiten is opgenomen). Dus daarom voor de zekerheid gesteld dat sprake is van geen tot hoogstens een beperkte verandering van het aantal verkeersbewegingen. a. de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht verbetert of blijft tenminste gelijk; b. het plan draagt ‘niet in betekenende mate’ bij aan de concentratie van de desbetreffende stoffen in de buitenlucht; c. de ontwikkeling is opgenomen in een vastgesteld programma, zoals het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
De voorgenomen ontwikkeling heeft geen effect op de uitstoot van stikstofdioxide en fijnstof afkomstig van bedrijfsactiviteiten. Het initiatief heeft geen tot hoogstens een beperkte verandering van het aantal verkeersbewegingen tot gevolg. In de huidige situatie blijkt, uit de monitoringstool van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, dat ter plaatse van het projectgebied in de huidige situatie de jaargemiddelde concentraties van NO2 en PM10 ruimschoots onder de grenswaarden van 40 microgram per kubieke meter lucht liggen. Het aantal dagen per jaar dat de etmaalgemiddelde concentratie van PM10 groter is dan 50 microgram per kubieke meter lucht ligt eveneens ruimschoots onder de grenswaarde van 35 dagen per jaar. De grenswaarde van 25 microgram per kubieke meter lucht als jaargemiddelde concentratie voor PM2,5 wordt eveneens niet overschreden. Aangezien de luchtkwaliteit in de huidige situatie voldoet aan de normen en het initiatief geen tot hoogstens een beperkte toename in aantallen verkeersbewegingen tot gevolg heeft, wordt geconcludeerd dat het aspect luchtkwaliteit uitvoering van het initiatief niet in de weg staat.
Externe veiligheid Het wettelijk kader voor het aspect externe veiligheid wordt gevormd door het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Binnen het beleidskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In het Bevt is een verplichting tot verantwoording van het groepsrisico opgenomen. Bij deze verantwoordingsplicht dient het bevoegd gezag op een juiste wijze de toename en ligging van het groepsrisico te onderbouwen en te verantwoorden. Hierbij geeft het bevoegd gezag aan of het groepsrisico in de betreffende situatie aanvaardbaar wordt geacht. Op grond van het Bevt en het Bevb kan de verantwoording 12
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
beperkt blijven indien het groepsrisico minder dan 0,1 maal de orientatiewaarde bedraagt en/of het groepsrisico minder dan 10% toeneemt. In dat geval dient ingegaan te worden op de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid. Beoordeling Binnen het projectgebied zijn geen risicobronnen aanwezig. In de omgeving zijn de volgende risicobronnen aanwezig (zie figuur). De afstanden worden beschreven ten opzichte van het projectgebied: Rijksweg A2 (150 meter ten zuidwesten) Inrichting Shell (ca. 630 meter ten zuiden) Van Loon Best B.V., Zwembad de Dolfijn (beide ca. 1,3 km ten zuiden) en Autofood Gebr. van der Sande (ca. 1,3 km ten noorden) Risicobronnen Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de rijksweg A2 (invloedsgebied van 880 meter, zie bijlage bij de toelichting van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Externe veiligheid’). Plaatsgebonden risico De Rijksweg A2 heeft geen veiligheidszone, en heeft ook geen plasbrandaandachtsgebied (PAG). Het plaatsgebonden risico vormt geen belemmering voor het plangebied (PR 10-6 = 0 m). Groepsrisico De planlocatie ligt op 150 meter van de Rijksweg A2. Conform artikel 8 lid 2 Ten behoeve van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Buitengebied Best 2019’ is een onderzoek uitgevoerd naar externe veiligheid, waarin de ligging van de rijksweg A2 in het buitengebied is opgenomen.
In de toelichting van het voorontwerp bestemmingsplan wordt vermeld dat in het buitengebied de waarde 0,1 maal de oriëntatiewaarde nergens wordt overschreden en dat het groepsrisico niet toeneemt. In geval van voorliggende ontwikkeling is hoogstens sprake van een beperkte toename in aantal mensen op het scoutingterrein. Verondersteld mag worden dat een dergelijke beperkte toename nagenoeg geen verhoging van het groepsrisico tot gevolg heeft (< 10%). Daarom kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico en kan een berekening van het groepsrisico achterwege blijven.
13
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
Figuur: risicobronnen in de omgeving van het projectgebied (het projectgebied is aangeduid als blauwe ster) Beperkte verantwoording groepsrisico Toxisch scenario Een toxisch scenario ontstaat wanneer een tankwagen lek raakt en toxische stoffen ontsnappen. Toxische vloeistoffen kunnen verdampen waardoor een gifwolk ontstaat die over de omgeving uit kan waaien. Bij inademing van deze toxische stoffen kunnen de aanwezigen letaal letsel of andere gezondheidsklachten kunnen ondervinden. Bij het toxische scenario's zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. De omvang, verplaatsingsrichting en verstrooiing van de gaswolk is mede afhankelijk van de weersgesteldheid op dat moment. Mogelijkheden van zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid bij een toxisch scenario Het gewenste handelingsperspectief bij een gifwolk is zo snel mogelijk schuilen in een gebouw. Bij een calamiteit met toxische gassen zit er enige tijd tussen het ontstaan van het ongeval en het optreden van letsel bij aanwezigen. Daarbij is ook de duur van de blootstelling van invloed op de ernst van het letsel. Snel reageren, naar binnen vluchten, ramen en deuren sluiten en het afschakelen van mechanische ventilatie is bij dit scenario dus van belang.
Bij een ongeval met toxische vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stof, hoeveelheid vrijgekomen stof en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Advies Veiligheidsregio Conform artikel 9 van het Besluit externe veiligheid transportroutes dient de Veiligheidsregio BrabantZuidoost in de gelegenheid te worden gesteld om advies uit te brengen. Omdat er wordt voldaan aan enkele criteria, kan het standaard advies (januari 2020) worden toegepast. Het standaard advies van de Veiligheidsregio luidt als volgt:
14
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
1.
Communiceer actief met de omwonenden in het plangebied over de risico’s van de gevaarlijke stoffen. Geef daarbij aan wat omwonenden moeten doen bij een incident, namelijk vluchten van de risicobron af. Dit bevordert de zelfredzaamheid van omwonenden. Dit advies geldt ook voor bedrijfshulpverleningsorganisaties. 2. Pas de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van VRBZO toe. Wanneer een beoogde oplossing aan de beleidsregels voldoet, kunt u ervan uitgaan dat een goede bereikbaarheid voor de hulpdiensten en een adequate bluswatervoorziening gerealiseerd wordt. De beleidsregels staan op https://www.vrbzo.nl/wp-content/uploads/2018/04/170307beleidsregelsbereikbaarheid-en-bluswatervoorziening-brabant-definitief-1-0-vastgesteld.pdf Heeft u ten behoeve van de bereikbaarheid en bluswatervoorziening behoefte aan een advies op maat? Neem dan contact op met planvormingbrandweer@vrbzo.nl 3. Nieuw op te richten gebouwen moeten aan het Bouwbesluit 2012 voldoen. In dit besluit is geregeld dat gebouwen uitgevoerd moeten worden met een mechanische ventilatie die uitgezet kan worden. Aanvullend op deze regelgeving adviseren wij om de aanzuigopeningen van deze ventilatie bij voorkeur hoog en afgekeerd van de risicobron te realiseren. Reactie op advies van de Veiligheidsregio: Ad 1. Voor snelle waarschuwing zijn zgn. WAS-palen (Waarschuwings Alarm Systeem) aanwezig.
Daarnaast wordt gebruik gemaakt van NL-Alert. Ad2. De gemeente zal toetsen aan de beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening. Ad 3. Ventilatie is geregeld in het Bouwbesluit 2012. Conclusie Gesteld kan worden dat de planlocatie niet is gelegen binnen de plaatsgebonden risicocontour (PR 10 -6 contour/jaar) van de Rijksweg A2. De hoogte van het groepsrisico is < 0,1 x oriëntatiewaarde. De geringe toename van de populatie ten gevolge van de scouting zal nagenoeg geen verhoging van het groepsrisico tot gevolg hebben. Er kan worden volstaan met een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Samengevat kan worden gesteld dat externe veiligheid geen belemmering vormt voor het plan Archeologie Ter bescherming van archeologische waarden in de ondergrond zijn de gebieden die bescherming behoeven in het huidige bestemmingsplan en in het voorontwerpbestemmingsplan aangeduid. Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Best valt het projectgebied in: Categorie 5: gebied met middelhoge verwachting. In de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’ in het voorontwerp bestemmingsplan heeft de gemeente bepaald dat hier uitsluitend bouwwerken mogen worden opgericht met een oppervlakte van maximaal 2500 m2 of met een oppervlakte groter dan 2500 m2 en verstoringsdiepte van minder dan 0,3 meter ten opzichte van maaiveld.
Tevens zijn bouwwerken die betrekking hebben op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 meter uit de bestaande fundering gebouwd toegestaan. Bodemverstoringen die binnen deze grenzen blijven zijn uitgesloten van archeologisch onderzoeksplicht. Voorliggende ontwikkeling voorziet niet in sloop of nieuwbouw van bouwwerken. Als gevolg hiervan wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen zijn vanuit het aspect archeologie.
15
Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
gemeente Best
5 Uitvoerbaarheid Financiële uitvoerbaarheid en kostenverhaal De realisering van het initiatief is een particulier initiatief. Alle kosten die samenhangen met de realisering en exploitatie zijn voor rekening van de particuliere initiatiefnemer. Het initiatief heeft voor de gemeente geen negatieve financiële gevolgen en is economisch uitvoerbaar. Overeenkomstig artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening dienen gemeentelijke kosten die worden gemaakt bij de uitvoering van nieuwe bouwplannen te worden verhaald op de ontwikkelende partijen. Indien deze overeenkomst niet privaatrechtelijk tot stand kan worden gebracht (door middel van een anterieure overeenkomst) is de gemeente verplicht een exploitatieplan op te stellen om haar kostenverhaal te verzekeren. In artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven voor welke bouwplannen kostenverhaal verplicht is. Hiervan is met het initiatief geen sprake, het opstellen van een exploitatieplan is daarom niet verplicht. Wel wordt een overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer (i.v.m. leges en planschade). Maatschappelijke uitvoerbaarheid In het ontwerpbestemmingsplan wordt de beoogde functiewijziging op basis van de motivering in deze ruimtelijke onderbouwing verwerkt. De ruimtelijke onderbouwing wordt als bijlage aan de toelichting van het bestemmingsplan toegevoegd.
Het ontwerpbestemmingsplan doorloopt de procedure van artikel 3.8 van de Wet ruimtelijke ordening. Het ontwerpbestemmingsplan is in het kader van die procedure gedurende een periode van zes weken ter inzage gelegd, waarbij de mogelijkheid is geboden tot het indienen van zienswijzen.
16
MEMO aan
:
Gemeente Best
van
:
J. van den Borne/H. Janssen
datum
:
18 december 2020 aangevuld 15 april 2022
afschrift
:
Maartje van Tienen
onderwerp
:
Paragraaf geluid in de ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11
kenmerk
:
Inleiding Algemeen In het kader van het bestemmingsplan buitengebied Best 2020 is het voor bovenstaande locatie noodzakelijk dat er een ruimtelijke afweging plaats vindt waarbij de planologische en ruimtelijke inpasbaarheid van de beschreven activiteiten beschouwd worden. Door de gemeente Best is een voorzet gedaan voor het opstellen van deze ruimtelijke onderbouwing waarbij alle aspecten aan de orde komen. Een van de aspecten die hierbij beschouwd worden is het onderdeel geluid. Onderstaande onderbouwing is ter aanvulling/vervanging van de paragrafen bedrijven en milieuzonering en geluid in hoofdstuk 4 van deze onderbouwing (Ruimtelijke onderbouwing Boslaan-Zuid 11, gemeente Best, 14 augustus 2020). Onderstaande uitwerking moet dan ook gelezen worden in samenhang met de door gemeente Best opgestelde ruimtelijke onderbouwing. Uitgangspunten Het initiatief betreft het gebruik als scoutingterrein, waarbij ‘De Blokhut’ behouden blijft. Er vindt géén sloop of nieuwbouw van bebouwing plaats. Ook de verharding, de op dit moment aanwezige beplanting en de toegang tot de percelen wordt niet gewijzigd. Het initiatief betreft toestaan van het huidige gebruik. Uit de twee uitspraken van de ABRvS uit 2010 en 2004 blijkt dat een definiëring en daarmee begrenzing van de specifieke activiteiten die op het scoutingactiviteiten worden ontplooid eerder ontbrak.
De initiatiefnemer heeft daartoe aangegeven het terrein te willen gebruiken voor de volgende activiteiten: iedere week 2 vaste dagen/avonden scoutingactiviteiten (binnen en buiten) de helft van alle weekenden per jaar spelgroepen (20-25 personen) het hele weekend aanwezig (vrij 18.00 tot zo 14.00 uur) inclusief overnachten in de blokhut en in enkele tenten op het terrein verhuur blokhut in vakantieperiodes (mei-zomer-herfst) en ongeveer 4 weekenden per jaar aan derden maximaal 70 personen overnachten verhuur alleen aan scoutinggroepen, Jong Nederland of vergelijkbare verenigingen voor kinderen/jeugd en scholen voor kamp 2 dagdelen per week verhuur locatie aan Active4 you: dagactiviteiten voor kleine groepen kinderen/jongeren met gedrags- en ontwikkelingsproblematiek 1x per 2 jaar weekend voor alle leden met overnachtingen in blokhut en tenten rechts naast de blokhut en rondom de kampvuurkuil (±200 personen) Bij alle activiteiten (op het 2-jaarlijkse weekend na) wordt er geen versterkt geluid buiten gebruikt Uit het kampreglement volgt dat er ten hoogste 75 personen kunnen overnachten. Er mogen tot uiterlijk 23:00 uur geluidproducerende activiteiten plaatsvinden op het buitenterrein. Er zal met name jeugd tot 15 jaar aanwezig zijn als deelnemers. Voertuigen mogen niet op het terrein komen. Aan- en afrijden en laden/lossen gebeurt vanaf de weg.
Parkeren moet ook langs de Boslaan-Zuid gebeuren.
pagina 1 van 17
Akoestische uitgangspunten Gebruik van het terrein en de blokhut in de dag-, avond- en nachtperiode. Geluid vanuit de blokhut is niet relevant hoorbaar, en in de nachtperiode is er enkel sprake van slapen, dus de nachtperiode is akoestisch niet relevant. Er is geen sprake van muziekgeluid of versterkt geluid in de RBS, maar wel tijdens het 2-jaarlijkse weekend. Dit 2-jaarlijkse weekend zal als incidentele activiteit of ontheffing op de standaardnormen via de APV moeten worden gehouden. Stemgeluid vanwege spelende kinderen op het buitenterrein betreft de maatgevende geluidbron. Personenauto’s en vrachtwagens blijven op de openbare weg.
Op basis van VDI-richtlijn Stemgeluid van spelende kinderen: worstcase 80 dB(A) LAeq en 115 dB(A) LAmax. Dit komt met name voor aan de oostzijde van het gebouw en de noordzijde (vuurplaats), waar het terrein is ingericht voor spelactiviteiten. Aanname hierbij is dat 50% van de personen gedurende de dag- en avondperiode stemgeluid produceren. De gemiddelde bronhoogte bedraagt 1,5 m+mv. Aan de westzijde van het gebouw is het terrein niet ingericht voor spelactiviteiten maar meer voor arriveren en vertrek van bezoekers en aan- en afvoer van spullen, wat wandelend en handmatig gebeurt. Er wordt aangenomen dat er hier in de dagperiode gedurende 2 uur en in de avondperiode gedurende 30 minuten stemgeluid wordt veroorzaakt door 75 personen. Omdat hier geen spelactiviteiten plaatsvinden, zal het rustiger verlopen: 65 dB(A) LAeq en 100 dB(A) LAmax. Aan de noordzijde van het terrein is veelal sprake van bos. Wellicht zal dit voor activiteiten gebruikt worden, maar niet zo intensief als de oostzijde van het terrein. Aanname is dat 50% van 75 personen hier gedurende de dag- en avondperiode ietwat verheven stemgeluid produceren: 70 dB(A) LAeq en 105 dB(A) LAmax. Bovengenoemde bronvermogens zijn afgeleid van de Duitse richtlijn VDI 3770 “Emissionskennwerte von Schallquellen Sport- und Freizeitanlagen”.
Bedrijven en milieuzonering Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving is een juiste afstemming tussen hinderveroorzakende (bedrijfs)functies en gevoelige functies (zoals wonen) noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van de systematiek van milieuzonering, die uitgaat van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies en gevoelige functies om milieuhinder al in het ruimtelijk spoor te voorkomen. Milieuhinder wordt daarnaast gereguleerd via omgevingsvergunningen voor milieu en/of via de algemene regels van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Zonering, afstand houden, is een belangrijk middel om te voorkomen dat er hinder ontstaat. Ook zorgt dit ervoor dat de bestaande bedrijven niet onevenredig in hun belangen worden geschaad. Een belangrijk hulpmiddel hierbij is de Handreiking ‘Bedrijven en Milieuzonering’ van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). In deze handreiking zijn richtafstanden opgenomen, waarmee als hier rekening mee wordt gehouden enerzijds kan worden gesteld dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat en anderzijds de bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden niet onevenredig geschaad worden. Er is inzichtelijk gemaakt welke planologische rechten in de omgeving aanwezig zijn.
Daarnaast is geanalyseerd of deze bedrijven ook daadwerkelijk worden beperkt in hun bedrijfsvoering door de voorgenomen ontwikkeling. Voor de aan te houden hinderafstanden is het van belang om te bepalen dat het hier gaat om een rustige woonwijk of gemengd gebied. Het begrip Gemengd gebied wordt in de VNG-brochure gebruikt om richtafstanden tussen een bedrijventerrein of bedrijfslocatie en een gebied met een variatie aan functies weer te geven. Onderhavige locatie is gelegen in gebied dat in eerste aanleg te omschrijven is al een gebied met het omgevingstype 'rustige woonwijken en rustig buitengebied' vanwege het feit dat het een bosgebied
pagina 2 van 17
betreft. Een gemengd gebied wordt gekenmerkt door een matige tot sterke functiemenging. In de omgeving bevinden zich dan naast woningen ook andere functies zoals o.a. agrarische en niet agrarische bedrijven. Conform de VNG-publicatie zijn gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur zijn gelegen tevens te beschouwen als gemengd gebied. In onderhavige situatie is de locatie gelegen op niet al te grote afstand van de Rijksweg A2. Bij 'rustige woonwijken en rustig buitengebied' gebied horen de volgende algemene richtafstanden: Categorie 1: 10 meter Categorie 2: 30 meter Categorie 3.1: 50 meter Categorie 3.2: 100 meter Stap 1: Indien de richtafstand voor het aspect geluid niet wordt overschreden, kan verdere toetsing voor het aspect geluid in beginsel achterwege blijven, inpassing is dan mogelijk. Een Buurt- en clubhuis kan beschouwd worden als een categorie 2 activiteit. Voor gebiedstype “rustig woonwijk en buitengebied ” is de richtafstand 30 meter. De werkelijke afstand is kleiner dan 30 meter. In onderhavige situatie de bedrijfsvoering alsnog akoestisch inzichtelijk gemaakt. Stap 2: Indien stap 1 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidsbelasting op woningen van maximaal 50 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau.
Dit komt neer op: - 50 dB(A) in de dagperiode; - 45 dB(A) in de avondperiode; - 40 dB(A) in de nachtperiode; -50 dB(A) etmaalwaarde als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. - Maximaal 70 dB(A) piekgeluiden. Dit komt neer op: - 70 dB(A) in de dagperiode; - 65 dB(A) in de avondperiode; - 60 dB(A) in de nachtperiode. Stap 3: Indien stap 2 niet toereikend is, dan is inpassing mogelijk bij een geluidsbelasting op woningen van maximaal 55 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau. Dit komt neer op: - 55 dB(A) in de dagperiode; - 50 dB(A) in de avondperiode; - 45 dB(A) in de nachtperiode. -65 dB(A) etmaalwaarde als gevolg van de verkeersaantrekkende werking. - Maximaal 70 dB(A) piekgeluiden (exclusief piekgeluiden door aan- en afrijdend verkeer). Dit komt neer op: - 70 dB(A) in de dagperiode; - 65 dB(A) in de avondperiode; - 60 dB(A) in de nachtperiode; Het bevoegd gezag dient echter te motiveren waarom het deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Stap 4: Bij een hogere geluidsbelasting dan aangegeven in stap 3 zal inpassing doorgaans niet mogelijk zijn.
Indien het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, dient het dit grondig te onderzoeken, onderbouwen en motiveren, waarbij tevens de cumulatie met eventueel reeds aanwezige geluidsbelasting moet worden betrokken.
pagina 3 van 17
Naast het RO-spoor gelden tevens de normen afkomstig uit het Activiteitenbesluit. Conform het Activiteitenbesluit artikel 2.17 lid 1 mag het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau (LAr,LT) ter plaatse van de geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan 50 dB(A) etmaalwaarde, ofwel: 50 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur 45 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur 40 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur Het maximaal geluiddrukniveau (LA,max) mag ter plaatse van geluidgevoelige bestemmingen niet meer bedragen dan: 70 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur 65 dB(A) tussen 19.00 en 23.00 uur 60 dB(A) tussen 23.00 en 07.00 uur De in de periode tussen 07.00 uur en 19.00 uur opgenomen waarden zijn niet van toepassing op laad- en losactiviteiten. Rekenmethode Alle relevante bronnen, objecten en immissiepunten zijn ingevoerd in een grafisch rekenmodel conform de Handleiding Meten en Rekenen Industrielawaai (VROM 1999). Hiervoor is DGMR Geomilieu, versie V2020.1, gehanteerd als rekenmodel. In de bijlage zijn de modelgegevens opgenomen. In bijlage 1 zijn tevens de bedrijfsduurcorrecties van alle relevante geluidbronnen opgenomen. bronvermogen relevant is.
Rekenresultaten Er zijn van enkele varianten de geluidsbelastingen bepaald: 1: worstcase-invulling, waarbij 75 personen verspreid over het gehele plangebied gedurende 50% van de tijd luid stemgeluid produceren in de dag- en avondperiode met bronvermogens van 80 dB(A) L Aeq en 115 dB(A) LA,max. In deze variant zal het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bij de maatgevende woning, het naastgelegen Boslaan-Zuid 11A, ten gevolge van het stemgeluid
ten hoogste 57 dB(A) etmaalwaarde
bedragen en het maximale geluidsniveau ten hoogste 95 dB(A) in de dag- en avondperiode. Uit deze variant volgt dat er in ieder geval nabij de woning Boslaan-Zuid 11A geen drukke spelactiviteiten gehouden kunnen worden en dat er, ook bij rustiger gebruik, zeer waarschijnlijk ook afscherming nodig is om deze woning te beschermen tegen een te hoge gemiddelde- en piekgeluidsbelasting. 2: worstcase-invulling, zie 1, met afscherming langs het perceel van Boslaan-Zuid 11A met een hoogte van 2,5 m+mv. Indien er een afscherming wordt geplaatst langs de erfgrens met de woning Boslaan-Zuid 11A, met lengte van ongeveer 50 meter en hoogte van 2,5 meter zal het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bij de maatgevende woning, het naastgelegen Boslaan-Zuid 11A, ten gevolge van het stemgeluid ten hoogste 46 dB(A) etmaalwaarde bedragen en het maximale geluidsniveau ten hoogste 79 dB(A) ) in de dag- en avondperiode. De afscherming zal niet voldoende werken bij dergelijke hoge piekgeluiden, om de maximale geluidsniveaus beperkt te houden tot 70 dB(A) in de dag- en 65 dB(A) in de avondperiode.
pagina 4 van 17
3: realistisch maximale invulling, waarbij het terrein ten westen van de blokhut met name bedoeld is voor aankomst en vertrek en aan- en afvoer van goederen, wandelend en handmatig. Hierbij wordt beperkt geluid veroorzaakt gedurende 2 uur in de dag- en 30 minuten in de avondperiode: 65 dB(A) LAeq en 100 dB(A) LA,max. Het terrein ten oosten (en deels noorden bij de kampvuurplaats) wordt gebruikt voor actieve spellen. Hierbij wordt continue door 50% van de gebruikers worstcase-geluid geproduceerd gedurende de dag- en avondperiode: 80 dB(A) LAeq en 115 dB(A) LA,max. Ten noorden van de blokhut bestaat het terrein uit bos, waar ook personen aanwezig zullen zijn ten behoeve van spelactiviteiten, maar niet zo intensief als ten oosten van de blokhut. Ook hier wordt door 50% van de gebruikers continue geluid geproduceerd: 70 dB(A) LAeq en 105 dB(A) LA,max. In bovenstaande situatie (zonder maatregelen) bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bij de maatgevende woning, het naastgelegen Boslaan-Zuid 11A, ten gevolge van het stemgeluid ten hoogste 49 dB(A) etmaalwaarde bedragen en het maximale geluidsniveau ten hoogste 80 dB(A) in de dag- en avondperiode. 4: realistische maximale invulling, zie 3, met een afscherming van ongeveer 50 meter lengte en 2,5 meter hoogte.
In bovenstaande situatie (met afscherming) bedraagt het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau bij de maatgevende woning, het naastgelegen Boslaan-Zuid 11A, ten gevolge van het stemgeluid ten hoogste 45 dB(A) etmaalwaarde bedragen en het maximale geluidsniveau ten hoogste 64 dB(A) in de dag- en avondperiode. Conclusie Een scoutingterrein kan worden getypeerd als een categorie 2 bedrijf: ‘Buurt en clubhuizen’. Aangezien sprake is van een 'rustige woonwijken en rustig buitengebied', geldt een richtafstand van 30 meter. Hiermee wordt niet voldaan aan de richtafstanden. Uit een berekening blijkt dat een afscherming nodig is langs de perceelsgrens met de woning Boslaan-Zuid 11A met een lengte van ongeveer 50 meter en een hoogte van 2,5 m+mv om geen overschrijdingen te veroorzaken van de richtwaarde van 45 dB(A) etmaalwaarde voor het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau en de grenswaarde van 70 dB(A) voor het maximale geluidsniveau. Toets aan de Wet geluidhinder Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling die betrekking heeft op de bouw van geluidsgevoelige bestemming, dient te worden aangetoond dat wordt voldaan aan de Wet geluidhinder. Wat een geluidgevoelige bestemming is, is eerste aanleg vastgelegd in artikel 1van de wet geluidhinder en in artikel 1.2 van het besluit geluidhinder.