22029.1 - Raadsvoorstel Verordening nadeelcompensatie Best
Tekst van het document
Voorstel aan de Raad
Vergadering Raadsvergaderdatum
: Gemeenteraad Best : 07-07-2022
Onderwerp Verordening nadeelcompensatie Best Aanleiding Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de nadeelcompensatieregeling, titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb), in werking. De regeling heeft betrekking op schade die een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van een publiekrechtelijke bevoegdheid of taak veroorzaakt. Het doel van de nieuwe regeling is om te komen tot meer eenduidigheid en overzichtelijkheid in het nadeelcompensatierecht. Hiernaast is de verwachting dat in op 1 januari 2023 ook de Omgevingswet (hierna: Ow) in werking zal treden. De Ow bevat een specifiek op het omgevingsrecht toegesneden nadeelcompensatieregeling die enkele aanvullende regels op de Awb bevat (afdeling 15.1 van de Ow). De VNG heeft hiervoor een Modelverordening opgesteld die als basis kan dienen en waarbij door de gemeente nog keuzen kunnen worden gemaakt ten aanzien van de hoogte van het recht voor de in behandeling neming van een aanvraag, de eisen waaraan een aanvraag dient te voldoen, wanneer over een aanvraag advies van een adviescommissie wordt ingewonnen, wanneer uitbetaling plaatsvindt of in welk geval een voorschot mogelijk is.
Advies 1. De gemeenteraad besluit de Verordening nadeelcompensatie Best vast te stellen. Argumenten
1.1 De inwerkingtreding van titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht in 2023 Zodra titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht in werking treedt, dient een verzoek tot nadeelcompensatie afgehandeld te worden volgens deze regelgeving. Door het vaststellen van de verordening is de regelgeving en de procedure voor de gemeente Best rondom een verzoek tot nadeelcompensatie duidelijk.
1.2 De inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2023 Naar verwachting treedt op 1 januari 2023 de Omgevingswet in werking en treedt ook de nadeelcompensatieregeling zoals deze is opgenomen in afdeling 15.1 van de Omgevingswet in werking. Door het vaststellen van de verordening is de regelgeving en de procedure voor de gemeente Best rondom een verzoek tot nadeelcompensatie op het gebied van de Omgevingswet duidelijk.
1.3 Het heffen van een recht dient bij wettelijk voorschrift geregeld te worden Voor het in behandeling nemen van een aanvraag om schadevergoeding kan een recht geheven worden. Op grond van artikel 4:128, lid 1, Awb dient het heffen van een recht bij wettelijk voorschrift geregeld te
*IN22-01276*
IN22-01276/ Pagina 1 van 3
worden. Dit houdt in dat het heffen van een recht moet zijn vastgelegd in een voorschrift, vastgesteld door een orgaan dat op grond van zijn regelgevende bevoegdheid wettelijke voorschriften kan vaststellen. Voor de gemeente betekent dit dat de heffing van een recht door de raad in de verordening geregeld moet worden. Artikel 4:128, lid 1, Awb bepaalt tevens dat de hoogte hiervan een lokale keuze is, maar ten hoogste €500,- bedraagt. In de voorliggende verordening wordt voorgesteld om te kiezen voor een bedrag van €500,-. In de op dit moment geldende ‘Procedureverordening tegemoetkoming planschade 2010’ wordt eenzelfde bedrag gehanteerd.
1.4 Instellen adviescommissie Op grond van het huidige recht is het inschakelen van een adviseur verplicht bij het afhandelen van aanvragen om planschade. Ook is het vaststellen van een gemeentelijke verordening waarin regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt, verplicht. Onder het nieuwe recht gelden die verplichtingen niet meer. De gemeente heeft wel de mogelijkheid om een adviseur te benoemen. In de verordening wordt het uitgangspunt gehanteerd dat het bestuursorgaan advies inwint bij een adviescommissie indien dat naar zijn oordeel noodzakelijk is om te kunnen beslissen op het verzoek om schadevergoeding. De modelverordening van de VNG bevat twee opties voor het benoemen van de adviescommissie: a. Vaste commissie (benoeming voor een termijn van maximaal 4 jaar (plus mogelijkheid tot herbenoeming); b. Benoeming van een vaste adviescommissie voor advisering met betrekking tot één of meer specifieke aanvragen. In de gemeentelijke verordening is gekozen voor optie b. Dit heeft als voordeel dat de keuze voor de adviseur kan worden afgestemd op de inhoud van de specifieke casus.
Risico’s Zoals hierboven al werd vermeld geldt op grond van het huidige recht (Wet ruimtelijke ordening) de verplichting om een adviseur in te schakelen bij de afhandeling van een verzoek om planschade plus de verplichting tot het vaststellen van een gemeentelijke verordening waarin regels worden gegeven over de aanwijzing van een adviseur en de wijze waarop deze tot een advies komt verplicht. De huidige ‘Procedureverordening tegemoetkoming planschade 2010’ voorziet hierin. Door de wettelijke wijzigingen rijst de vraag aan de hand waarvan een verzoek om een vergoeding voor planschade na inwerkingtreding van de nieuwe titel 4.5 Awb en de Ow zal moeten worden beoordeeld: is dat aan de hand van de huidige planschaderegeling uit de Wro (en de daarop gebaseerde procedureverordening) of is dat aan de hand van de nieuwe titel 4.5 Awb in combinatie met afdeling 15.1 Ow? Deze vraag wordt beantwoord aan de hand van het overgangsrecht zoals dit is opgenomen in de Invoeringswet Omgevingswet.
Daaruit volgt de volgende hoofdregel: De Wet ruimtelijke ordening blijft van toepassing op een verzoek om schadevergoeding dat wordt ingediend binnen vijf jaar ná de inwerkingtreding van de Omgevingswet, als vóór de inwerkingtreding van die wet de schade is veroorzaakt door een onherroepelijk besluit omtrent een omgevingsvergunning voor afwijking van het bestemmingsplan of het van kracht worden van een bestemmingsplan, beheersverordening, wijzigingsplan of uitwerkingsplan. Dit betekent dat de ‘Procedureverordening tegemoetkoming in planschade 2010’ (zoals die is opgesteld op basis van het huidige recht) in elk geval voorlopig in stand dient te blijven. De Verordening nadeelcompensatie is gebaseerd op toekomstige wetgeving: titel 4.5 Awb en de Omgevingswet zijn nog niet in werking getreden. De inwerkingtreding wordt voor beide regelingen verwacht op 1 januari 2023. Dit betekent dat de raad weliswaar kan besluiten tot vaststelling van de verordening maar dat de verordening nog niet in werking kan treden. Dat kan immers pas als de wettelijke grondslagen van deze verordening in werking zijn getreden. De inwerkingtredingsbepaling van de verordening luidt daarom als volgt: ‘Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking ervan maar
*IN22-01276*
IN22-01276/ Pagina 2 van 3
niet eerder dan nadat titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet in werking zijn getreden’. Kosten en dekking Er zijn geen financiële gevolgen verbonden aan dit voorstel. Participatie Participatie heeft niet plaatsgevonden, aangezien dit een technische aanpassing betreft van de Procedureverordening tegemoetkoming planschade 2010 naar de wetgeving onder de Omgevingswet. Communicatie Na besluitvorming door de raad wordt de verordening bekendgemaakt via het Elektronisch gemeenteblad. De bekendmaking is een vereiste voor het inwerking treden van de verordening. Procedure en planning Na besluitvorming door de raad wordt de verordening bekendgemaakt. De verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking ervan maar niet eerder dan nadat titel 4.5 van de Algemene wet bestuursrecht en de Omgevingswet in werking zijn getreden. Evaluatie n.v.t. Bijlagen die horen bij dit raadsvoorstel: Nummer IN22-01273
Titel Verordening nadeelcompensatie Best
Openbaar (ja/nee) ja
Geheim wegens (klik hier voor informatie) n.v.t.
07-07-2022
Jolie Hasselman secretaris
Hans Ubachs voorzitter
*IN22-01276*
IN22-01276/ Pagina 3 van 3