22023.7 - Nota zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan Sonseweg 20
Tekst van het document
Nota Zienswijzen en ambtshalve wijzigingen bestemmingsplan ‘’Sonseweg 20, Best’’
1.
Algemeen
Het ontwerpbestemmingsplan ‘’Sonseweg 20, Best’’ heeft met ingang van 3 november gedurende zes weken ter inzage gelegen in het gemeentehuis te Best en is gepubliceerd op de gemeentelijke website. Het bestemmingsplan was tevens digitaal raadpleegbaar op de landelijke voorziening www.ruimtelijkeplannen.nl. Tijdens deze periode kon een ieder een zienswijze over het bestemmingsplan en de welstandscriteria indienen. Gedurende de ter inzage legging zijn er 2 zienswijzen binnengekomen.
2.
Wijze van behandeling
Onder 3 en 4 is een overzicht van de ingekomen zienswijzen opgenomen. Iedere reclamant (indiener zienswijze) heeft een nummer gekregen om de reactie te kunnen onderscheiden. In het overzicht is de beantwoording van gemeentewege op de ingebrachte zienswijze opgenomen. Per reclamant zijn opgenomen: -
adres van reclamant (geanonimiseerd in kader van Wbp1);
-
datum van indiening zienswijze (dagtekening) en datum van ontvangst;
-
een samenvatting van de zienswijze;
-
per zienswijze is de reactie van de gemeente opgenomen;
-
in de conclusie is aangegeven of de reactie leidt tot een wijziging of aanvulling van het bestemmingsplan ‘’Sonseweg 20, Best’’
Alle zienswijzen zijn ontvankelijk verklaard. De zienswijzen zijn in hun geheel beoordeeld. Naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen kan er sprake zijn van door te voeren wijzigingen in het vast te stellen bestemmingsplan. Voor zover dit het geval is, wordt dit vermeld in de betreffende zienswijze en het onderdeel wijzigingen van de nota zienswijzen.
3.
Overzicht indieners zienswijzen
Onderstaande tabel bevat een overzicht van de ingekomen zienswijzen van de reclamanten. Naam
1
Nr
Provincie Noord-Brabant
1
Waterschap De Dommel
2
Wet bescherming persoonsgegevens
1
Archiefexemplaar van BL22-08044
- Nota zienswijzen bestemmingsplan Sonseweg 20
4.
Ingekomen zienswijzen
Hieronder worden de ingekomen zienswijzen in samenvatting weergegeven (links), daarnaast een reactie van de gemeente en onderaan een conclusie ten aanzien van de noodzaak om het bestemmingsplan aan te passen op basis van de overwegingen ingebracht in de zienswijzen.
1.
Provincie Noord-Brabant
Ingekomen 13 december 2021 Zienswijze
Reactie gemeente
a. In de toelichting van het plan wordt gesproken over een uitbreiding van een bestaand recreatief bedrijf. Naar onze mening is echter sprake van de (planologische) vestiging van een recreatief bedrijf. De vestiging van een recreatief bedrijf is mogelijk op grond het provinciale beleid. De plantoelichting moet dan een verantwoording met betrekking tot de artikelen 3.73 IOV en 3.75 IOV bevatten. Deze verantwoording missen wij nu in de plantoelichting. b. Ook moet het bestemmingsplan het bedrijfsmatige beheer van de verblijfsrecreatie borgen. Naar onze mening is dit nu onvoldoende geborgd in de planregeling.
Geconstateerd is dat er sprake is van een vestiging van een recreatief bedrijf. In de toelichting van het bestemmingsplan is het planvoornemen gewijzigd van een uitbreiding van het bestaande recreatiebedrijf naar een de nieuwvestiging van een recreatiebedrijf. Ook bevat de toelichting een verantwoording met betrekking tot de genoemde artikelen uit de IOV.
c. Het plangebied ligt direct aan het Natuur Netwerk Brabant (NNB). Wij missen in de plantoelichting echter nog een onderbouwing met betrekking tot de mogelijke (nadelige) externe effecten van de ontwikkeling op het aangrenzende NNB.
d. Dit geldt ook voor de afwijkingsbevoegdheden in de planregeling. De verschillende afwijkingsbevoegdheden zijn, naar ons oordeel, niet op elke plek binnen het plangebied wenselijk gezien de korte nabijheid van het NNB.
Geconstateerd is dat het bedrijfsmatige beheer van de verblijfsrecreatie onvoldoende is geborgd in de planregels. Artikel 3.1.1 van de planregels is om deze reden aangepast om ook het gebruik als recreatief bedrijf toe te staan. Geconstateerd is dat de externe effecten op het naastgelegen NNB onvoldoende zijn onderbouwd. Derhalve zijn de externe effecten beschouwd in een NNB-toets die is opgenomen als bijlage 7 bij de toelichting. In bijlage 4 behorend bij de toelichting is naar deze nieuwe bijlage een verwijzing opgenomen. Uit de beoordeling kan worden geconcludeerd dat de beoogde ontwikkeling geen significante invloed heeft op de ecologische waarden en kenmerken van het aangrenzende NNB. Wanneer de te treffen maatregelen worden opgevolgd zijn er geen compensatiestappen of beperkende maatregelen benodigd. Geconstateerd is dat de externe effecten van afwijkingsbevoegdheden op het naastgelegen NNB onvoldoende zijn onderbouwd. De verschillende afwijkingsbevoegdheden zien echter enkel op het verruimen van de gebruiksmogelijkheden van reeds gerealiseerde bebouwing. Daarmee is het niet mogelijk om op elke plek binnen het plangebied gebruik te maken van de afwijkingsbevoegdheden.
Verder dient er om gebruik te kunnen maken van deze bevoegdheid een omgevingsvergunning aangevraagd te worden, waarbij (bijvoorbeeld bij ‘’vergroten oppervlakte horeca en detailhandel’’) als voorwaarde geldt dat de in het gebied aanwezige waarden niet onevenredig aangetast mogen worden. Daarmee wordt het NNB (en de provinciale belangen)
2
e. Ook vragen wij nog aandacht voor de paardenstal inclusief ontsluiting van dat deel van het terrein (en de functie daarvan binnen het recreatieve concept) in relatie tot het NNB. Vooralsnog is onduidelijk wat de mogelijke effecten daarvan op het NNB zijn. Een onderbouwing met betrekking tot dit aspect ontbreekt in het plan en is derhalve in strijd met ons provinciale beleid.
beschermd. De functie van de paardenstal binnen het recreatieve concept is nader omschreven in de toelichting van het bestemmingsplan, inclusief de ontsluiting van dat deel van het terrein. Het gebouw behoudt zijn huidige functie als stal zoals specifiek aangegeven in de regels en aangeduid op de verbeelding (feitelijk gebruik wijzigt niet ten opzichte van de bestaande situatie). Een intensieve vorm van recreatie is hier dus niet mogelijk en er is dus ook geen sprake van een wijziging van effect op het NNB. Een nadere onderbouwing is daarom niet noodzakelijk. Er wordt geconstateerd dat een voorwaardelijke verplichting ten aanzien van het beplantingsplan ontbreekt. Dit is juist geconstateerd en is alsnog opgenomen in de verbeelding en de planregels van het bestemmingsplan.
f. Op grond van artikel 3.9 IOV moet een ruimtelijke ontwikkeling in het buitengebied gepaard gaan met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. Wij zien dat het plan aandacht heeft voor deze verplichte kwaliteitsverbetering. Wij missen echter nog de planologische borging van de aanleg en instandhouding van het beplantingsplan middels een voorwaardelijke gebruiksbepaling in de planregeling. Conclusie
1 a. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1 b. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1 c. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1 d. de zienswijze geeft geen aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1 e. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 1 f. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
2.
Waterschap de Dommel
Ingekomen 7 december 2021 a. Alleen huishoudelijk afvalwater mag worden geloosd op gemeentelijke drukriolering. Over de toename van het afvalwater dient verdere afstemming te zijn met de gemeente en zou kunnen worden geregeld in het omgevingsvergunning- of in een eerder, ander traject.
b. Het schoon hemelwater mag niet worden geloosd op het gemeentelijke drukriolering en dient op eigen terrein een plaats te krijgen. Indien de parkeerplaatsen worden aangelegd in open terrein/gras/verharding of halfverharding met bv
De opmerkingen van het waterschap worden overgenomen in bijlage 4 behorend bij de toelichting van het bestemmingsplan. Vooralsnog is het planvoornemen niet volledig definitief, waardoor het onduidelijk is op welke wijze de toename van het afvalwater precies geloosd gaat worden. De kans bestaat dat niet al het afvalwater via het drukriool afgevoerd kan worden, maar dit kan zonder definitief plan niet worden onderzocht. Dit is met de initiatiefnemer afgestemd. Een definitief plan voor de afvoer van het afvalwater wordt, in samenspraak met de initiatiefnemer, tijdens de aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen ontwikkeld. Geconstateerd wordt dat schoon hemelwater niet op het drukriool mag worden geloosd en niet versneld naar een oppervlaktewater mag worden gebracht. Voor de verharding zal het hemelwater vertraagd
3
grint zonder fundering en puin, zonder straatkolken en tot afstroming komt in de bodem/groen door die kant op te leggen (op een oor leggen) dan is dat niet versnelde afvoer naar oppervlaktewater. Graag hier meer uitleg over geven en aangeven dat schoon hemelwater niet wordt geloosd op het riool. c. Het extra verharde oppervlak (als gevolg van de bebouwing en terreinverharding) kan simpel in de bodem infiltreren. Dit zou beter afgestemd kunnen worden.
d. De halfverharding beschouwen als 70% is wel erg hoog ingeschat. Het is de bedoeling dat hemelwater niet versneld tot afvoer gaat komen op het oppervlaktewater. Dus de kavelsloot dient te worden afgedamd en te zijn voorzien van een leegloop en noodoverloop en mag geen overlast bij derden veroorzaken. e. het is onduidelijk waar de kavelsloot wordt aangelegd. Het is ook onduidelijk waar de waterput zonder bodem is gesitueerd. Verduidelijking hierover in de waterparagraaf is wenselijk. f. De tabel in bijlage 4 is niet correct. De totale hoeveelheid verhard oppervlak van de daken is niet meegenomen er totaal extra verhard oppervlak is dus 2.418 m2. g. De hoogtekaarten ontbreken in de waterparagraaf.
naar een aan te leggen kavelsloot (oostelijk op het terrein) worden geleid en voor de bebouwing bevindt zich een waterput (zonder bodem) westelijk op het terrein, waar infiltratie plaats kan vinden. Hemelwater wordt, indien mogelijk, zoveel mogelijk zichtbaar afgevoerd richting de wadi/kavelsloot/waterput. Daar waar dit niet mogelijk blijkt zal afvoer verbuisd plaatsvinden. Het plangebied biedt verder voldoende ruimte voor bijvoorbeeld wadi’s langs paden en wegen, om zo een vertraagde afvoer naar de kavelsloot en waterput te realiseren. Wanneer een wadi wordt aangelegd, met een max diepte van 0,3 meter en 1 meter breed, kan al snel veel water geborgen en/of vertraagd afgevoerd worden. Door vervolgens de kavelsloot af te dammen en te voorzien van een leegloop en noodoverloop, wordt geen overlast op percelen van derden veroorzaakt. Bovenstaande uitleg is opgenomen in bijlage 4 behorend bij de toelichting van het bestemmingsplan. Vanwege de openheid van deze verharding wordt met een 80% toename van de verharding gerekend. Door vervolgens de kavelsloot af te dammen en te voorzien van een leegloop en noodoverloop, wordt geen overlast op percelen van derden veroorzaakt. Bijlage 4 behorend bij de toelichting van het bestemmingsplan is hierop aangepast. In de toelichting van het bestemmingsplan is in hoofdstuk 3 de inrichtingsschets aangepast, om de sloot beter weer te geven.
Geconstateerd wordt dat de berekening van de toename in het verharde oppervlak onjuist is. Dit is juist geconstateerd en aangepast in bijlage 4 behorend bij de toelichting. De hoogtekaarten zijn toegevoegd in bijlage 4 behorend bij de toelichting. Conclusie
2 a. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2 b. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2 c. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2 d. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2 e. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2 f. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan. 2 g. de zienswijze geeft wel aanleiding tot aanpassing van het bestemmingsplan.
4
5.
Wijzigingen ten opzichte van het ontwerp-bestemmingsplan
Hieronder wordt ingegaan op de aanpassingen die ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan “Sonseweg 20, Best” worden doorgevoerd op basis van de ingebrachte zienswijzen en ambtshalve verbeteringen. De wijzigingen zijn geordend naar wijzigingen op de toelichting, de planregels en de verbeelding naar aanleiding van de ingebrachte zienswijzen alsmede de ambtshalve verbeteringen.
Bestemmingsplan Plantoelichting N.a.v. zienswijzen o De toelichting is aangepast waarbij niet aan artikel 3.71 IOV, maar aan artikel 3.73 IOV en 3.75 IOV is getoetst. Hieruit volgt dat het plan passend is binnen het provinciale beleid. o In hoofdstuk 3 is de kavelsloot (en de beoogde wadi’s) duidelijker weergegeven op de inrichtingsschets. Bijlage 1 behorend bij de toelichting is hier ook op aangepast. o In bijlage 4 behorend bij de toelichting van het bestemmingsplan is paragraaf 2.7 aangevuld op de onderdelen hemelwater en afvalwater om te verduidelijken hoe de initiatiefnemer om gaat met het schone hemelwater (en versnelde afvoer voorkomt) en het afvalwater. o Als bijlage 7 is een NNB-toets opgenomen om de eventuele externe werking van het plan te beoordelen op het naastgelegen NNB. Een verwijzing naar deze bijlage is opgenomen in bijlage 4 behorend bij de toelichting. Ambtshalve aanpassingen o Geen aanpassingen. De planregels N.a.v. zienswijzen
o Artikel 3.1.1 is aangepast om ook het gebruik als recreatief bedrijf toe te staan. o In artikel 3.4.1 is opgenomen dat permanente bewoning van de logieskamers en minicamping in strijd is met de gegeven bestemming. o In artikel 3.4.1 is opgenomen dat recreatiedoeleinden zonder bedrijfsmatig beheer van de recreatieve voorzieningen in strijd is met de gegeven bestemming. o In artikel 3.4.4 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de landschappelijke inpassing. Het beplantingsplan hiervoor is opgenomen als bijlage 3 bij de regels. Ambtshalve aanpassingen o Geen aanpassingen. De verbeelding N.a.v. zienswijzen o Er is een aanduiding opgenomen ten behoeve van de voorwaardelijke verplichting van de landschappelijke inpassing. Ambtshalve aanpassingen o Geen aanpassingen. 5