CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

22023.5 - Bijlage toelichting bestemmingsplan Sonseweg 20

Raadsvergadering 30 mei 2022, gemeente BestBij agendapunt: 22023 - Bestemmingsplan Sonseweg 20 - wordt B-stuk (zie agendapunt 9a)22.061 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Conclusie........................................................................................................................................................................................................... 8

BETROUWBAARHEID VAN HET ONDERZOEK.............................................................................................................. 9

BIJLAGEN: 1. Locatie, ligging object 2. Situatietekening 3. Informatiebronnen Z Literatuurlijst

įŷ

Omgevingsvergunning

ļj1

Bestemmingspianadvies

ļ*

Bodemonderzoek

íS1

Geluidadvles

Ŵ

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 1

Amitec 1

INLEIDING

1.1

Algemeen

Op verzoek van de opdrachtgever is, door milieuadviesbureau Amitec BV te Uden, een HISTORISCH BODEMONDERZOEK uitgevoerd ter plaatse van Sonseweg 20 te best. Onder verwijzing naar de verplichte functiescheiding tussen opdrachtgever en adviseur zoals bedoeld in de Kwalibo-regeling (zie http://www.vrom.nl/kwalibo), verklaren wij hierbij dat tussen Amitec BV en de opdrachtgever, geen sprake is van enige relatie die de onafhankelijkheid en integriteit van de werkzaamheden van Amitec BV zou kunnen beïnvloeden. 1.2

Aanleiding

Aanleiding voor het vooronderzoek is de uitbreiding van het bestaande recreatiebedrijf op de locatie, waarvoor de gemeente Best een historisch bodemonderzoek verlangt. 1.3

Doelstelling

Doel van het bodemonderzoek is het onderzoek is het, nagaan of de aanwezige bodemkwaliteit geschikt is voor het huidig of toekomstig gebruik van de bodem. Als uitgangspunt geldt dat een, eventuele, aanwezige bodemverontreiniging geen onaanvaardbaar risico oplevert voor de gebruikers van de bodem. Het onderzoek is niet bedoeld om de exacte aard en omvang van een eventuele verontreiniging aan te geven. 1.4

Uitvoering werkzaamheden

Het historisch vooronderzoek is uitgevoerd conform NEN 57251, zoals uitgegeven door het Nederlands Normalisatie Instituut te Delft. In dit rapport wordt verslag gedaan van de verrichtte werkzaamheden en worden de resultaten van het uitgevoerde onderzoek gepresenteerd. 1.5 Ligging locatie De percelen staan kadastraal bekend als: Gemeente Best Sectie L Nummer(s) 253, 255 en 923 RD-coördinaten 157153, 391751 De onderzoekslocatie is gelegen aan de Sonseweg, buiten de bebouwde kom van Best. De percelen beslaan een totale oppervlakte van ca. 22.450 m1 2, waarvan ca. 675 m2 bebouwd is. Op de onderzoekslocatie zijn klinkers en tegels als verharding aanwezig. De ligging van de locatie is weergegeven op bijlage 1. In bijlage 2 is een situatietekening toegevoegd.

1 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek (NEN, oktober 2017) Omgevingsvergunning

Bestemmingsplanadvies

íJ*

Bodemonderzoek

ïj»

Geluidadvies

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 2

5^

Amitec 1.6

Luchtfoto onderzoekslocatie

Mm

onderzoekslocatie

(bron: PDOK)

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

ŵ

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 3

Amitec 2 2.1

VOORONDERZOEK Inleiding

Het vooronderzoek (archiefonderzoek/interview/locatie-inspectie) is uitgevoerd voorafgaand aan het feitelijk onderzoek (veld- en laboratoriumonderzoek) van de bodem. Doel van het vooronderzoek is het vormen van een totaalbeeld van mogelijke bodembedreigende activiteiten die op het perceel hebben plaatsgevonden of nog plaatsvinden. In dit hoofdstuk wordt verslag gedaan van de verrichte werkzaamheden en wordt de ingewonnen informatie van het uitgevoerde vooronderzoek gepresenteerd. Voor de geraadpleegde bronnen zie bijlage 3. 2.2

Voormalig bodemgebruik

Voor 1900 wordt het perceel ter plaatse van de Schietbaanlaan ontwikkeld. Hiervoor wordt een schuur Z stal op de onderzoekslocatie opgericht. Tot medio jaren '50 was de onderzoekslocatie aan de Sonseweg onbebouwd terrein, met een agrarische bestemming.

Topografische kaart uit 1953

(bron: Kadaster)

In 1955 wordt door dhr. Sanders aan de Sonseweg een woning met een kippenstallen opgericht. In 1961 wordt zuidelijk van het woonhuis een varkensstal opgericht.

Topografische kaart uit 1963 Omgevingsvergunning

íjf

(bron: Kadaster Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

ŵ

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 4

5^

Amitec

In 1972 wordt een paardenstal aan de Schietbaanlaan 1 opgericht. Eind jaren '70 vindt de conversie plaats van het houden van varkens naar het houden van vleeskuikens. Nadat de opdrachtgevers het perceel aan de Sonseweg hebben gekocht, vindt eind 2001 een omschakeling plaats van het houden van vleeskuikens naar het houden van schapen. In 2010 wordt op de locatie Sonseweg 20 een Bed & Breakfast (B&B) opgericht. Hierbij wordt de oostelijke stal verbouwd en tot logies ingericht. In oktober 2016 wordt het perceel aan de Schietbaanlaan door de opdrachtgevers aangekocht, met oog op de voorgenomen ontwikkeling. Bij de Omgevingsdienst Zuidoost Brabant (ODZOB) is een omgevingsrapportage van de onderzoekslocatie opgevraagd. Tevens zijn bij het bodemloket, de provincie Noord-Brabant, het Brabants Historisch Informatie Centrum en bij de opdrachtgever is informatie over de onderzoekslocatie opgevraagd. Hierbij zijn de volgende gegevens naar voren gekomen. Sonseweg 20 te Best: Bodemonderzoek

»

In juni 1997 is door laboratorium Iwaco een aangeleverd mengmonster (kenmerk 704639, d.d. 24 juni 1997) geanalyseerd op het NEN5740 pakket.

Conclusie: Er zijn in het mengmonster geen overschrijdingen van de geanalyseerde parameters aangetroffen .

In oktober 2011 vindt er tijdens de renovatie van de oostelijke stal een calamiteit met een graafmachine plaats. Hierbij is diesel in het grond en grondwater terecht gekomen.

(foto 1: calamiteit)

Door Tritium Advies is medio 2015 een saneringsplan opgesteld. De sanering van de grond en grondwaterverontreiniging vindt in de periode 2015-2017 plaats. Naar beoordeling van de resultaten van de grondwatersanering concludeert de ODZOB, (kenmerkZ.70313/D236474, d.d. 16 juni2017) dat de saneringdoestelling is behaald en wordt de sanering als afgerond beschouwd.

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

Í&

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 5

5^

Amitec Milieuvergunning

»

In januari 1980 is een Hinderwet vergunning voor de omschakeling van het houden van vleesvarkens naar het houden van vleeskuikens; » Op 18 december 2001 is een revisievergunning verleend voor het houden van schapen. Op de onderzoekslocatie of in de directe omgeving zijn geen ondergrondse brandstoftanks aanwezig. 2.3

Huidig bodemgebruik

Op binnen het plangebied bevindt aan de Sonseweg een woonhuis en een B&B

Foto 2: B&B logies onderzoekslocatie

Op het perceel aan de Schietbaanlaan 'wordt gebruikt als paardenweide

'■frįt vt.

Foto 3: perceel schietbaanlaan

De Sonseweg is noordelijk van de onderzoekslocatie gelegen en de Schietbaanlaan is oostelijk van de onderzoekslocatie gelegen. Ten noorden van de onderzoekslocatie bevinden zich een caravanstalling en een veehouderij. Ten oosten en zuiden zijn de percelen in gebruik als bos en weilanden. Ten westen is een weiland en een veehouderij aanwezig.

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

ŵ

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 6

Amitec

Bij de gemeente Best zijn gegevens over niet gesprongen munitie en archeologische verwachtingswaarden (zie onderstaande afbeelding) van op en rondom de onderzoekslocatie

Categorie 4: Gebied met hoge verwachting

;;; z ;;

Categorie 5: Gebied met middelhoge verwachting

Categroie 6: Gebied met lage verwachting

(bron: gemeente Best)

In de voormalige oostelijke stal waren asbesthoudende materialen verwerkt, deze zijn met de renovatie in 2011 verwijderd. Naar aanleiding van de gevonden informatie zijn de verwachtingswaarden van de onderstaande parameters opgesteld: Tabel 1: verwachtingswaarden aantreffen asbestresten, archeologische waarden en niet gesprongen explosieven verwachtingswaarde aantreffen van: Laag Gemiddeld Hoog

asbestresten in gebouwen en/of grond archeologische waarden niet gesprongen explosieven 2.4

x x x

Toekomstig bodemgebruik

Aanleiding van dit onderzoek is uitbreiding van het bestaande B&B naar volwaardig recreatiebedrijf met een oa. een mini camping, horecagelegenheid. De bestemming in de toekomst zal hierdoor worden gewijzigd.

(bron: ruimtelijkeplannen.nl.)

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

ŵ

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 7

Amitec 2.5

BodemopbouwX Geohydrologie

De gegevens met betrekking tot de bodemopbouw zijn ontleend aan de bodemkaart van Nederland, afkomstig van TNO, Geologische Dienst Nederland. Tabel 2: bodemopbouw Dikte (in meters)

Samenstelling

Geohydrologische eenheid

Ca. 20 m

Formatie van Boxtel: Zand, zeer fijn tot matig grof (105-300 |jm), zwak tot sterk siltig, lichtgeel tot donkerbruin, kalkloos tot sterk kalkhoudend.

Deklaag

Ca. 30m

Formaties van Sterksel: Zand, matig grof tot uiterst grof (210 - 2000 |jm), zwak tot sterk grindig, kalkloos tot kalkrijk, grijsbruin, roodbonte (rossige) componenten, matig tot sterk glimmerhoudend.

De gegevens met betrekking tot de geohydrologische situatie zijn ontleend aan de grondwaterkaart van Nederland, Dienst Grondwaterverkenning TNO. De regionale grondwaterstroming in het eerste watervoerende pakket is volgens de grondwaterkaart (TNO/DGV) overwegend noordwestelijk gericht. De verwachting is dat het freatisch grondwater zich op een diepte tussen 2,0 - 2,5 m-mv bevindt. In het onderzoeksgebied komt geen brak/zout freatisch grondwater voor. Langs de westelijke- en oostelijke perceelsgrens van het plangebied zijn zinksloten aanwezig. De onderzoekslocatie bevindt zich niet in een grondwaterbeschermingsgebied. 2.6

(financieel) juridische situatie

De onderzoekslocatie is gelegen aan de Sonseweg, buiten de bebouwde kom van Best. De percelen staan kadastraal bekend gemeente Best, sectie L, nummers 253, 255 en 923. Uit gegevens van het kadaster blijkt dat de opdrachtgever als eigenaar van de perceel geregistreerd staat. Uit informatie van de ODZOB en de opdrachtgever blijkt dat er, buiten de beschreven calamiteit met een graafmachine, in het verleden geen bodemrelevante calamiteiten hebben plaatsgevonden.

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

Í&

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 8

Amitec 3

CONCLUSIE

Op verzoek van de opdrachtgever is, door milieuadviesbureau Amitec BV te Uden, een HISTORISCH BODEMONDERZOEK uitgevoerd ter plaatse van Sonseweg 20 te best. Aanleiding voor het vooronderzoek is de uitbreiding van het bestaande recreatiebedrijf op de locatie, waarvoor de gemeente Best een historisch bodemonderzoek verlangt. 3.1 Conclusie De onderzoekslocatie is gelegen aan Sonseweg , buiten de bebouwde kom van Best. De percelen staan kadastraal bekend gemeente Best, sectie L, nummers 253, 255 en 923. De percelen beslaan een totale oppervlakte van ca. 22.450 m2, waarvan ca. 675 m2 bebouwd is. In 1955 wordt op de locatie Sonseweg een woonhuis met veehouderij opgericht. op de locatie zijn varkens en vleeskuikens gehouden. Eind 2001vindt er een omschakeling plaats van het houden van vleeskuikens naar het houden van schapen. In 2010 wordt er op de onderzoekslocatie een B&B opgericht. In oktober 2016 wordt het perceel aan de Schietbaanlaan door de opdrachtgevers aangekocht. In oktober 2011 vindt er tijdens de renovatie van de oostelijke stal een calamiteit met een graafmachine plaats. Hierbij is diesel in het grond en grondwater terecht gekomen. De sanering van de grond en grondwaterverontreiniging vindt in de periode 2015-2017 plaats. Naar beoordeling van de revaluatierapportages concludeert de ODZOB, dat de saneringdoestelling is behaald en wordt de sanering als afgerond beschouwd.

Zover bekend hebben er in het verleden op onderzoekslocatie geen grondroerende werkzaamheden zoals slootdempingen, ophogingen met puin /grond plaatsgevonden. Tijdens het historisch onderzoek zijn er geen aanwijzingen gevonden welke erop duiden dat er op de onderzoekslocatie een potentiële verdachte deellocatie aanwezig is. Op basis van dit vooronderzoek bestaan er géén belemmeringen voor het huidige gebruik en voor de voorgenomen ontwikkeling.

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

Í&

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk: 20.726 - NEN.01 pagina: 9

5^

Amitec 4

BETROUWBAARHEID VAN HET ONDERZOEK

Volgens het algemeen gebruikelijke inzichten en methoden is het in dit rapport beschreven onderzoek op zorgvuldige wijze verricht. Amitec BV streeft bij elk onderzoek naar een optimale representativiteit. Hoewel het bodemonderzoek op zorgvuldige wijze is voorbereid en uitgevoerd, kan niet worden uitgesloten dat er in werkelijkheid afwijkingen optreden ten opzichte van de in dit rapport gepresenteerde gegevens. Immers, elk bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een aantal steekmonsters, welke representatief worden geacht voor het onderzochte gebied, maar waarbij (lokale) afwijkingen niet volledig kunnen worden uitgesloten. Amitec BV is voor de hieruit voortvloeiende schade of gevolgen, van welke aard dan ook, niet aansprakelijk. Het uitgevoerde bodemonderzoek is een momentopname. Beïnvloeding van grond- en grondwaterkwaliteit kan ook plaatsvinden na uitvoering van dit onderzoek (bijv. bouwrijp maken/aanvoer grond van elders). Er dient meer voorzichtigheid/reserves te worden betracht bij het hanteren van de onderzoeksresultaten, naarmate er een langere tijd verlopen is na uitvoering van het onderzoek. Amitec BV is een gerenommeerd adviesbureau met een kwaliteitssysteem conform ISO 9001:2015.

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

Í&

Luchtonderzoek

datum: 3 juli 2020 kenmerk:: 20.726 - NEN.01 Bijlage - 1 -

Amitec

BIJLAGE 1 Locatie, ligging object

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

Í&

Luchtonderzoek

Amitec 5681

Molenh

SÓNSEWEG

25026

•\

De Blokhut

Nieuwe Heit

Ligging locatie

28 Best

Longven S'n

*

datum: 3 juli 2020 kenmerk:: 20.726 - NEN.01 Bijlage - 2 -

Amitec

BIJLAGE 2 Situatietekening(en)

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

Í&

Luchtonderzoek

Onderzoekslocatie

Perceelsgrens

«Ć

i!

lí

LEGENDA:

schaal:

formaaf

A4

20.726

1: 1250

OnderzoekslocaNe:

datum-­

Sonseweg 20 5681 BJ Best

2 juli 2020

Onderdeel:

Wijziging:

Bijlage 2: Situatietekening

tekenaar-

MH

ŵ »

yV 1 w \l 1

Hobostraat 1 E » 5402 CB - Uden T.041 3-26909 1 * F. 041 3-25251 3 info@amitec.nl » www.amitec.nl Amitec bv is gecertificeerd volgens ISO 9001:2015

7r\D\Denieuweneiae\Z(r725^S0nsewegZfl7Desr

datum: 3 juli 2020 kenmerk:: 20.726 - NEN.01 Bijlage - 3 -

Amitec

BIJLAGE 3 Informatiebronnen 7 Literatuurlijst

Omgevingsvergunning

íjf

Bestemmingsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ŵ

Geluidadvies

Í&

Luchtonderzoek

Amitec Informatiebronnen I Literatuurlijst »

NEN 5725:2017 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van een milieuhygiënisch vooronderzoek

»

Brabants Historisch Informatie Centrum www.bhic.nl

»

Ruimtelijke plannen www.ruimtelijkeplannen.nl

»

Atlas leefomgeving www.atlasleefomgeving.nl

»

Indicatieve Kaart Militair Erfgoed www.ikme.nl

»

PDOK viewer www.PDOK.nl

(NEN, Delft, oktober 2017)

»

»

Amitec Hobostraat 1e 5402 CB Uden Tel. 0413-269091 Opdrachtgever

»

Gemeente Best Dorpsplein 2 5683 GA Best www.gemeentebest.nl

»

Omgevingsdienst Zuidoost Brabant Postbus 8035 5601 KA Eindhoven www.noord-brabant.omgevingsrapportage.nl

ļj»

»

Bodemloket Postbus 93144 2509 AC Den Haag www.bodemloket.nl

»

Kadaster Eindhoven Anna van Engelandstraat 8 Postbus 950 5600 AZ Eindhoven

»

Actueel hoogtebestand Nederland www.ahn.nl

»

Provincie Noord-Brabant http://atlas.brabant.nl/wateratlas/

»

DINOloket TNO Bodem en Water Postbus 80015 22508 AT Utrecht www.dinoloket.nl

Ũmgevíngsvergunnìng

İ51

Bestemmíngsplanadvies

Ŵ

Bodemonderzoek

Ij1

Geluidadvies

ļj-

tuchtonderzoek

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

ŵ'

» T- -'

. *V" .ţî^

; ;ŵ

S*»-

^v- ‘ ;

.

Ültsi

•- '‘ v M a*®»® ;

'ļŵjļ^į1

. .

'ŵAĽįi' f

v ř ':

' - .1

ÍĨJkí I-Myňf' Jv

;

Į

A

" ! 'i * ’yl

. m ŗVf’ţí^'įv

#1^ Jį i ĹĒ

3ŕ- ľ " , I: í'

,

y.

?

*

'■'■■■V'._______

Lomans Ecoworks Ecologisch onderzoek en advies

1

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best Status:

Definitief In opdracht van:

Fam. Van Heesch Sonseweg 20 5681 BJ Best Contactpersoon:

De heer H.J. van Griensven Van Griensven & van Griensven Uitgevoerd door:

Lomans Ecoworks Boerenkamplaan 75 5712 AB Someren Veldwerk en rapportage:

M. Lomans Datum: 8-11-2017

Betrouwbaarheid

Dit onderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regelgeving ten aanzien van de huidige natuurwetgeving. Het onderzoek betreft een momentopname en geeft een inschatting van de geschiktheid van de onderzoekslocatie voor beschermde soorten. Het incidenteel voorkomen van beschermde soorten is echter nooit met zekerheid te voorspellen. Lomans Ecoworks accepteert daarom op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Lomans Ecoworks uitgevoerde onderzoek neemt.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

2

Inhoud 1. INLEIDING............................................................................................................................................3 1.1 Aanleiding..........................................................................................................................................3 1.2 Ligging en beschrijving plangebied................................................................................................ 3 1.3 Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling......................................................................................4 1.4 Bestemmingsplan............................................................................................................................. 6 1.5 Doel van het natuurwaardenonderzoek.......................................................................................6 2. Natuurbescherming in Nederland....................................................................................................7 3. Werkwijze ........................................................................................................................................ 11 4. Gebiedsbescherming ......................................................................................................................

12 4.1 Natura 2000.................................................................................................................................... 12 4.2 Natuurnetwerk Brabant (EHS)...................................................................................................... 13 5. Soortenbescherming........................................................................................................................14 5.1 Flora.................................................................................................................................................14 5.2 Vogels...............................................................................................................................................14 5.3 Landzoogdieren.............................................................................................................................. 15 5.4 Vleermuizen.................................................................................................................................... 16 5.5 Vlinders en libellen.........................................................................................................................17 5.6 Insecten en kevers........................................................................................................................

17 5.7 Vissen, reptielen en amfibieëen ..................................................................................................18 6. Samenvatting en conclusie............................................................................................................. 19 7. Aanbevelingen ................................................................................................................................ 20 8. Foto- impressie plangebied............................................................................................................. 22 9. Geraadpleegde bronnen..................................................................................................................23

Bijlage 1. Beschermde soorten Vogelrichtlijn Bijlage 2. Beschermde soorten Habitatrichtlijn Bijlage 3. Beschermde soorten Provincie Noord- Brabant, 'Andere soorten' Bijlage 4. Vrijgestelde soorten

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

3

INLEIDING 1.1

Aanleiding

De familie van Heesch heeft plannen om enkele percelen aan de Sonseweg 20 in Best te herontwikkelen voor de uitbreiding van hun bestaande logiesverstrekkend bedrijf. Om de beoogde herontwikkeling mogelijk te maken is een bestemmingsplanherziening noodzakelijk. De heer van Griensven te Amsterdam begeleidt de familie bij de te doorlopen procedure. Bij ruimtelijke ontwikkeling dient in het kader van de Wet natuurbescherming een quickscan Flora en fauna (verkennende natuurtoets) te worden uitgevoerd. Middels deze quickscan worden aanwezige beschermde natuurwaarden in beeld gebracht en de mogelijke effecten op de beoogde herontwikkeling. Aan Lomans Ecoworks is opdracht verleend tot het uitvoeren van deze quickscan.

1.2

Ligging en beschrijving plangebied.

Het plangebied Sonseweg 20 ligt ten oosten van de kern Best in het buitengebied. De percelen in het plangebied zijn kadastraal bekend bij de gemeente Best als Sectie L 253 en L 255 en hebben een gezamenlijke oppervlakte van ruim 2 ha. De directe omgeving kenmerkt zich door bosgebied en agrarische percelen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het fietspad Achterste kampweg. Aan de westzijde ligt akkerland en bosstroken, de zuidzijde wordt begrenst door bos- en natuurgebied de Nieuwe Heide, en aan de oostzijde ligt de Sonseweg met laanbomenstructuur.

Bed&BosI Schepens Caravanstalling Sonseweg,

„

Dė Nieuwe Heide,

Figuur 1. Overzicht plangebied (geel omlijnd) en ligging in de omgeving.

Lomans Ecoworks

Bron: Bing maps

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

4 In het plangebied bevindt zich een vrijstaand woonhuis met tuin en bijgebouwen waarin een Bed ä Breakfast gevestigd is. In de tuin staan vaste planten en heesters. Nabij de bebouwing is opgaand groen aanwezig de in de vorm van grove dennen, sparren en hier en daar een solitaire walnoot. Het overige perceelsdeel met kadastraal nr. L253 bestaat uit grasland. Het zuidelijke deel van het plangebied met kadastraal nr. L255 bestaat uit akkerland met in de zuidoosthoek een klein gemengd bosperceeltje met o.a. gemengd loof- en naaldhout en paardenkastanje. In dit bosje bevindt zich een opslagschuur, een klein paardenstalletje en een tweetal kleine opslagschuurtjes, allen zonder dakbedekking.

1.3

Huidig gebruik en beoogde ontwikkeling

De huidige bedrijfsvoering bestaat uit de exploitatie van een logiesverstrekkende onderneming door de beide eigenaren. De eigenaren bewonen het woonhuis en in de twee bijgebouwen bevinden zich kamers en faciliteiten voor de Bed ä Breakfast. De aangrenzende agrarische percelen bestaan momenteel uit grasland en een voormalige maisakker. Tussen het grasland en het braakliggende maisakker ligt een ondiepe greppel en staan enkele loofbomen. De bebouwing in het bosperceeltje aan de zijde van de Schietbaanlaan staat leeg en de golfplaten daken zijn inmiddels verwijderd i.v.m. asbestsanering. Middels de beoogde herontwikkeling wordt de B&B uitgebreid met een aantal kampeerplaatsen, een sanitairgebouw, een open landelijke 'karschop' en een hooiberg/schuur. Ook worden verblijfsaccomodaties gerealiseerd binnen de bestaande bebouwing aan de Schietbaanlaan. Hierbij bestaat de intentie om in de toekomst logies voor langere tijd aan te bieden met kleinschalige horeca als nevenactiviteit. Ook zullen recreatieve voorzieningen worden gerealiseerd zoals een speeltuin, een kinderboerderij met boerderijdieren tussen de wandelpaden. Het geheel wordt in een landelijke stijl met natuurlijke materialen gebouwd. 4MKXV

Kl

kadastrale gemeente Best Uctit. L Hummer. 2S4

ScMaoi. 1 IOOO

hadoslraie yt metric Best Sectie; i

Nummer; ^54 Sc haai. ì.fOOO

Figuur 2. Voorbeeldschets mogelijke inrichtingsplannen, deze kunnen nog worden gewijzigd.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

5 Met de beoogde ontwikkeling vindt tevens een ruimtelijke kwaliteitsverbetering plaats. De voormalige intensief bemeste landbouwgronden zullen plaats maken voor kwalitatief hoogwaardige recreatieve voorzieningen met groene structuren en versterking van de biodiversiteit. Ter bevordering van de biodiversiteit wordt het plangebied ingepast met streekeigen beplanting en zullen maatregelen worden genomen voor biotoopverbetering van diverse soorten erfvogels. Daarvoor wordt o.a. extra nestgelegenheid aangeboden voor huismus en spreeuw. In samenwerking met de lokale uilenwerkgroep wordt een steenuilennestkast geplaats en er worden landschapselementen toegevoegd ter verbetering van het leefgebied voor de steenuil. Voor vleermuizen zullen een aantal vleermuiskasten worden geplaatst. Door ' ErvenPlus' is in samenspraak met de initiatiefnemers hiervoor een inrichtingsschets ontworpen. Met het project 'ErvenPlus' gaan diverse gemeentes samen met natuurwerkgroepen, ZLTO-afdelingen, Brabants Landschap voor meer biodiversiteit op Brabantse erven.

Inrichtingsschets ErvenPlus

Legenda: Solitair*- en/of laanboom 40Oawamfnjl»xx:n K rotboom

t- j

Idāg Otmm « M

na naai Kadastrale kaait schaal

Nestkast

2.500

«Mae r-u,-:-euc

Locatie overiicht schaal 1:20.000

«nreuëi Aĩntĩl üderWndse •ęgrrur.lort JĮļņiMtíiį Nfrŵa^t -irrnjl laac wcoewertpraecl

~ '

ORBiS

v

ŵoci-en Landscnapsxoiccwr

-

Deelnemer «•••.ri

ge-najkl MNjrintrh|lu.i

Best

Brabants Landschap Provincie Noord-Brabont

■ NATIONAL EB

POSTCODE

■ LOTERIJ!

Datum: Formaat Getekend:

Mevrouw van Heoscti Sonseweg 20 5681 6G Best 0499-395306 X 157175.515 Y 391844.837 24-02-2017

A3

SE

Figuur 3. Schets inrichtingsplan voor bevordering biodiversiteit in het plangebied.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

6 1.4

Bestemmingsplan

Ter plaatse van het plangebied Sonseweg 20 te Best is het bestemmingsplan 'Buitengebied Best juni 2006' het geldende bestemmingsplan. Het plangebied is in het bestemmingplan aangeduid als 'agrarisch' en 'wonen', De uitbreiding van een logiesverstrekkend bedrijf is in strijd met het geldende bestemmingsplan. De gemeente Best heeft een 'paraplu- bestemmingsplan' opgesteld met als doel het vereenvoudigen en verkorten van de procedure voor de omzetting naar een dergelijke recreatiebedrijf. 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4, 4444444 4444444

4 4 4 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + İ+

+ +

-I- 4Ĺ4 4- 4

4

+ + + + + + + +J

4- 4- 4-4-4-

4 4 4

4- 4- + 4-4-4++++ ++++++ +++++ +++ ++ + + + ++ 4 4 4 4 4 4 4 4 İ+ 44444 + -I +++++

T+i 41 4- I+ TļT

-f- 4^4 4 4 4j

4- 4

+++++

ŢF++ 4

4 + + +

-4-4 + Z+

4 + + + +

4 + + + + 4 + 4 4 4 4 4 4 4* 4 + 4 + 4

4 + 44 4 + 4

4+4

4 + 44’

4 + 44 4 4 4 4 4 4 + 44 4 + 4 į4 4 4

•4- 4

4 + 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 k4 4 4 4 4 4 + 4

4 4 4 + 4

4 4-4

4 4 4 4 4 4 4

4- +I + + +

4 -KN-

44444 44444 444444 444444 444444444

4/4

4 ™ 4 + 44 4 4'

4 4

4 4 4 4

4+4

4 4

4 + 4 + 4

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 .4 4 4 4 4 4 y. 4 + 44 + + +í

4 4

4 4

4 4/4 4 4 4 + 4 4 + 44 4 4 4 44 4 444

4 44444

4 4ttf4 4 4 4 4 4444444/4 444

44

4 4 4 4

44+4

!

4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

44444 44444 4444 4 444 4 4

444444444444 4 4 4

4 4 4 44

444444 44444 44 444+44 44444 .4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + + +

+

+ +

+ + 4

+

+

444444 44444 44 44 4 4 44444 4 + 4 + 44 4 4 4 4 4 444444 44444

+ -I

444444444444-1

444444 44 4 + 44 4 4 4 4 4 -I 4 + 4 4 4 4 44 4 4 4 4 4 44 4 4 4 44 4 Í+ 4 4 4 4 4 + 444 4(4 4444444444-1

+Í 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4

Figuur 4. Uitsnede bestemmingsplan met aanduiding ligging plangebied in rood.

1.5

Doel van het natuurwaarden onderzoek

De uitbreiding van het logiesverstrekkende bedrijf met de realisatie van recreatieve faciliteiten kan mogelijk effect hebben op beschermde flora en fauna. Het doel van dit onderzoek is het vaststellen, dan wel uitsluiten van aanwezigheid van beschermde soorten die zijn opgenomen in paragraaf 3.1, 3.2 en 3.3 van de Wet natuurbescherming. En op welke wijze en in welke mate de beoogde ontwikkeling effect kan hebben op het (mogelijk) voorkomen van beschermde soorten. Aanvullend wordt bepaald of ontwikkelingen effect hebben op beschermde natuurwaarden van nabijgelegen natuurgebieden. Indien de beoogde ontwikkeling kan leiden tot negatieve effecten, leidt de quickscan tot aanbeveling voor vervolgstappen om te voorkomen dat een verbodsbepaling uit de Wet natuurbescherming wordt overtreden. Het uiteindelijke doel is het afstemmen van de ontwikkeling op de aanwezigheid van beschermde soorten, zodat gewerkt kan worden binnen de kaders van de Wet natuurbescherming.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

7

2.

NATUURBESCHERMING IN NEDERLAND

Op 1 januari 2017 is de nieuwe Wet Natuurbescherming van kracht geworden. Deze wet vervangt 3 wetten: de Natuurbeschermingswet 1998, de Boswet en de Flora- en faunawet. De Wet natuurbescherming staat in het teken van verbinding tussen ecologie en economie en bescherming van natuur. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Zowel in de voorgaande als nieuwe wetgeving zijn de nationale natuurwetgeving en internationale richtlijnen en verdragen verankerd, zoals Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn, Wetland-Conventie, Conventie van Bern, Cites en Verdrag van Ramsar. De wet is opgesplitst in 1. Soortenbescherming en 2. Gebiedsbescherming.

1. Soortenbescherming Beschermingsniveaus

De Wet natuurbescherming kent drie categorieën beschermde soorten: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels worden beschermd volgens het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn. 2. Soorten worden Europees beschermd op grond van de Habitatrichtlijn, het verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn. In de bijlagen van de Verdragen van Bern en Bonn worden ook vogels genoemd. 3. Het derde beschermingsregime betreft: 'Andere soorten,' waaronder soorten vallen die vanuit nationaal oogpunt beschermd zijn. Het zwaarst beschermingsregime gelden voor de Europees beschermde soorten welke vallen onder de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en worden hier als strikt beschermd aangeduid. Voor nationaal beschermde soorten 'Andere soorten' geldt een zwakker beschermingsregime en kan per provincie en per soort vrijstelling verleend worden voor ingrepen die betreffen ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer en onderhoud. Van de soorten die worden beschermd onder de Vogelrichtlijn is geen limitatieve lijst beschikbaar. Het gaat om ca. 700 soorten die van nature op het grondgebied van de Europese unie voorkomen. In de praktijk betreft het alle soorten die in Nederland als broedvogel, standvogel, wintergast of doortrekker aanwezig kunnen zijn, in totaal ca. 290 soorten. (met uitzondering van exoten die hier ook kunnen broeden).

Op alle vogels is het beschermingsregime van Ş 3.1 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De Europees beschermde soorten bestaan uit soorten van de Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a inclusief het verdrag van Bern bijlage II en het verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke verspreidingsgebied zich in Nederland bevindt. Op deze soorten (zie bijlage 2) is het beschermingsregime van Ş 3.2 van de Wet natuurbescherming van toepassing. De 'andere' nationale soorten staan vermeld in een bijlage van de wet die hoort bij artikel 3.10 en 3.11. Op deze bijlage staan soorten uit de soortgroepen zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen, kevers en vaatplanten. Het betreft een limitatieve lijst. Op deze soorten (zie bijlage 3), is het beschermingsregime van Ş 3.3 van de Wet natuurbescherming van toepassing.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

8

Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn Ş 3.1 Wnb

Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn Ş 3.2 Wnb

Beschermingsregime andere soorten Ş 3.3 Wnb

Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen.

Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen

Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen

Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen

Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen

Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben

Art 3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen

Niet van toepassing

Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort

Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren

Niet van toepassing

Niet van toepassing

Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun Natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen

Tabel 1. Overzicht beschermingsregime met verbodsbepalingen Wet natuurbescherming.

Jaarrond beschermde verblijfplaatsen

Naast soorten beschermt de Wet Natuurbescherming ook verblijfplaatsen die als 'vast' kunnen worden aangemerkt. Deze bescherming geldt alleen de vaste verblijfplaatsen van vogels en zoogdieren. (zie bijlage 1 en 2) Een vaste verblijfplek betreft een verblijfplek waar een dier regelmatig terugkeert en niet slechts eenmalig voor een specifieke functie gebruikt wordt, zoals de nesten van de meeste vogels. Ook hier zijn er verschillende gradaties in beschermingsniveau, afhankelijk hoe kwetsbaar de instandhouding van de soort is in relatie tot gebruik van de vaste verblijfplek. In samenhang met de verblijfplek wordt ook de leefomgeving beschermd zover voor deze van belang is om het functioneren van de verblijfplek mogelijk te maken.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

9

Ontheffingsplicht en vrijstelling

Onder de Wet natuurbescherming is niet altijd een ontheffing nodig bij handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten. Vaak kunnen maatregelen getroffen worden zodat verbodsbepalingen niet worden overtreden, zoals de werkzaamheden uitvoeren buiten de kwetsbare periode, het aanpassen van de werkvolgorde of de werkzaamheden faseren in ruimte en tijd. In sommige gevallen kan er gebruik gemaakt worden van vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod, die wordt vastgelegd voor een van te voren bepaalde categorie van gevallen. Een toegepaste vorm van vrijstelling is onder meer door het werken met een door het ministerie van EZ goedgekeurde gedragscode, door middel van een Programmatische Aanpak of via een provinciale verordening. Toetsing

Elke categorie beschermde soorten kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. Voor de drie categorieën beschermde soorten moeten de effecten op populatieniveau worden getoetst. Daarbij dient de staat van instandhouding van de gehele populatie in aanmerking genomen te worden. Een ontheffingsaanvraag wordt o.a. beoordeeld op de volgende punten: » aanwezigheid van aanvaardbare alternatieve mogelijkheden » aanwezigheid van een wettelijk belang » de staat van instandhouding van de soort en behoud van functionaliteit van de verblijfplek. Het wettelijk belang betreft, afhankelijk van de status van de soort, een Nationaal wettelijk belang (Vrijstellingsbesluit) of een Europees wettelijk belang (Habitatrichtlijn of Vogelrichtlijn). Deze wettelijke belangen hebben o.a. betrekking op de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid luchtvaart en bescherming van flora en fauna. Zorgplicht

De wet erkent de intrinsieke waarde van in het wild levende dieren. Dit is de waarde die de plant of dier in zichzelf heeft. De waarde die wordt gehecht aan kwaliteiten van een soort, ongeacht de waarde die soort heeft voor mensen. Artikel 1.11 van de Wnb stelt dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende dieren en planten, alsmede voor hun directe leefomgeving. De zorg houdt in ieder geval in dat een ieder die weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna kunnen worden veroorzaakt, verplicht is alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van hem kunnen worden gevergd om zodoende die gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. De zorgplicht geldt altijd, en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend.

Rode lijsten

Rode lijsten geven een overzicht van soorten die uit Nederland zijn verdwenen of duidelijk achteruit zijn gegaan. Rode lijsten hebben een signaleringfunctie en geen juridische status. Plaatsing op de lijst betekent daarom niet automatisch dat de soort beschermd is. Daarvoor is opname van de soort nodig onder de Wet natuurbescherming. De Rode lijsten zijn richtinggevend voor toekomstig beleid. Van overheden en terreinbeherende organisaties wordt verwacht dat zij bij beleid en beheer rekening houden met de Rode lijsten.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

10

2. Gebiedsbescherming De gebiedsbescherming onderscheidt twee typen beschermde natuurgebieden »

»

Gebieden die op Europees niveau beschermd zijn en aangewezen zijn in het kader van de Habitatrichtlijn (HR), Vogelrichtlijn (VR) en Verdrag van Ramsar (wetlands) en vallen onder de noemer Natura 2000- gebieden. Planologisch beschermde natuurgebieden en verbindingsstructuren die op landelijke basis zijn ingesteld en vallen onder het Natuurnetwerk Nederland (EHS). In de provincie NoordBrabant geheten; Natuurnetwerk Brabant (NNB).

Natura 2000

Natura 2000- gebieden betreffen gebieden van grote ecologische waarde. In Nederland zijn 164 Natura 2000- gebieden aangewezen. Per Natura 2000- gebied zijn instandhoudingsdoelen voor soorten en vegetatietypen opgesteld. Iedereen die vermoedt, of kan weten dat zijn handelen of nalaten, gelet op de instandhoudingdoelen, nadelige gevolgen voor een Natura 2000- gebied kan hebben, is verplicht deze handelingen achterwege te laten of te beperken. Uitgezonderd zijn activiteiten binnen Natura 2000- gebied die uitgevoerd worden in het kader van vastgelegde beheersplannen ten behoeve van Natura 2000- doelen. Een ontheffing wordt alleen verleend indien er geen reële alternatieven zijn, de staat van instandhouding van soorten niet in gevaar komt en er sprake is van een groot openbaar belang, dat o.a. de volksgezondheid en openbare veiligheid kan betreffen. De ontheffingsverlening gaat veelal gepaard onder strikte voorwaarden en beperkingen en er is altijd sprake van een compensatieplicht. Natuurnetwerk Nederland

De natuurgebieden die vallen onder het Natuurnetwerk Nederland vormen door hun onderlinge verbindingen een samenhangend ecologisch netwerk. Het Natuurnetwerk Nederland is de opvolging van de Ecologische Hoofdstructuur (EHS) waarvan de naam de EHS nog in de wetgeving verankerd is. De beleidsmatige bescherming van het Natuurnetwerk Nederland is vastgelegd in de Verordening Ruimte 2014. In de provincie Noord- Brabant (Natuurnetwerk Brabant) bestaat het Natuurnetwerk Nederland uit de Rijks EHS en de provinciale EHS. In de Verordening ruimte wordt echter geen onderscheid gemaakt tussen de Rijks- en de provinciale EHS. Provincies kunnen zelf bepalen welke gebieden beschermd worden via het provinciaal beleid. De provincie voegt dan gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of - landschap. De wezenlijke kenmerken en waarden van het Natuurnetwerk Nederland mogen niet door een ingreep worden aangetast. Alle mogelijke effecten van een voorgenomen ingreep moeten daarop dan ook worden getoetst. De bescherming van NNNgebieden verloopt via het ruimtelijk ordeningsrecht Barro (bestemmingsplannen) en niet via natuurwetgeving.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

11

3.

WERKWIJZE

Bronnenonderzoek

In het kader van de quickscan heeft een bronnenonderzoek plaatsgevonden, waarbij is gekeken naar gebiedsgerichte bescherming en mogelijke aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied. Voor de gebiedsgerichte bescherming is gekeken naar de aanwezigheid van relevante natuurterreinen in de omgeving. (Natura 2000- gebieden) en het Natuurnetwerk Nederland (EHS) in de nabijheid van het plangebied zijn onderzocht. Daarvoor is o.a. gebruik gemaakt van de website van het Ministerie van Economische zaken de provincie Noord- Brabant. Voor het soortenonderzoek is gebruikgemaakt van gegevens van o.a. het Beheerplan Bos & Natuur 2016-2026 gemeente Best, de website van de provincie Brabant en diverse verspreidingsatlassen.

Veldbezoek

Er heeft een veldbezoek plaatsgevonden op 1 november 2017 in de voormiddag. Het weer was zonnig tot licht bewolkt met een zwakke wind bij een temperatuur van 12^. Door de hoge temperaturen van de afgelopen periode waren de meeste loofbomen nog opvallend groen en relatief weinig bladval. Tijdens het veldbezoek zijn de aanwezige biotopen in het plangebied en directe omgeving opgenomen. Aan de hand van de aanwezige biotopen kan worden bepaald of er mogelijk beschermde soorten voorkomen. Naast de biotopen zijn directe en indirecte aanwijzingen opgenomen, die kunnen duiden op het voorkomen van beschermde soorten. Behalve het fysiek aantreffen van exemplaren van soorten is er ook gelet op bijv. holen, uitwerpselen, prooiresten, braakballen vraat-, loop- en veegsporen. Deze waarnemingen zijn bij de beoordeling betrokken. De aanwezige biotopen zijn vergeleken met de habitateisen van beschermde planten- en diersoorten. Op basis van deze vergelijking is beoordeeld welke van deze soorten in het plangebied kunnen voorkomen.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

12

4.

GEBIEDSBESCHERMING

4.1

Natura 2000

Op het kaartje met beschermde Natura 2000- gebieden op de website van het Ministerie van Economische zaken is te zien dat het dichtstbijzijnde Natura 2000- gebied (geel) ligt op ca. 10 kilometer ten westen van het plangebied (blauw omcirkeld). Het betreft het N2000- gebied 'Kampina & Oisterwijkse vennen.' Een divers natuurgebied met heide, vennen en bijzondere schraallanden waar zeldzame planten en diersoorten leefgebied vinden. Ten aanzien van Natura 2000-gebieden dient er o.a. zekerheid geboden te worden betreffende het niet optreden van een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten. Gezien de afstand tot het Natura 2000- gebied zijn effecten op voorhand uit te sluiten. įţ

Kampina ä Oisterwijkse Vennen

Liempde N279

Sint-Oedenrode

Boskant

Mariahout

Besteest Lieshout Son en'Breugel

jpoordor k

Son en Breugel N615

Oirschot íkkersrijt Ekkersrijt KnoopfAMj/Ekkersweijer

•Ńederwetten

N395

Gerwen Stiphou ţBoiadorp

Oost West

Woensel-Noord

Generaal - Majoor I .^De Ruyter 'vprįjStevenlnck LvKajerne

Oirschotsche Helde

en Middelbeers

Nuenen Eindhoven Airport

CenĩfùţnļStrijp s. Wintelre

Eindhoven Airport

3Õkį

•I,

Brandevoort

Nuenen

Woensel-Zuid

Eeneind

Str.jp ĩtřiio

Meerhoven-Zuid 30a

Mierií

Eindhoven

Luchensche' Heide

Figuur 5. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. Natura 2000- gebied (geel). Bron: www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/googlemapszoek2.aspx

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

13 4.2

Natuurnetwerk Brabant | Ecologische Hoofdstructuur

Op het kaartje van het natuurbeheerplan op de website van de provincie Brabant is te zien dat het plangebied aan de zuid- en oostzijde grenst aan natuurgebied de 'Nieuwe Heide' dat behoort tot het Natuurnetwerk Brabant. Een breed onverhard bospad vormt de scheiding tussen het plangebied en het NNB gebied. De Nieuwe Heide is een bosgebied op de Midden- Brabantse dekzandrug met heiderestanten en een vennencomplex gelegen tussen Best en Son. Het bosgebied bestond oorspronkelijk voornamelijk uit aanplant van grove den met als functie productiebos, maar geleidelijk wordt ontwikkeld naar natuurlijk bos. Nabij het Langven komen beschermde plant- en diersoorten voor. Ter plaatse van het plangebied is het bosgebied aangeduid met het beheertype N16.03, 'Droog bos met productie. Dit bostype bestaat meest uit aangeplante bosopstanden met loof- en naaldhout op voedselarme tot lemige zure zandgrond in een droog zandlandschap.

Şř* Bedrijventerrrein 't Zand

Figuur 6. Ligging plangebied (blauwe cirkel) t.o.v. NNB (groen). Bron: http://kaartbank.brabant.nl/viewer/app/natuurbeheerplan/

Tijdens het veldbezoek is het NNB bosgebied in de directe omgeving van het plangebied onderzocht op actuele natuurwaarden. Het bosgebied bestaat uit gemengd loof- en naaldbos zonder struiklaag een slecht ontwikkelde kruidlaag, met soorten als Amerikaanse- en inlandse eik, berk, grove den met een ondergroei van stekelvaren. Dit type bos vertegenwoordigd een matige natuurwaarde. In of in de nabijheid van een NNB gebied geldt het 'Nee, tenzij' principe. In principe zijn geen ontwikkelingen toegestaan die de 'wezenlijke kenmerken of waarden' aantasten. Het plangebied is niet gelegen binnen het Natuurnetwerk Brabant. De voorgenomen uitbreiding van het logiesverstrekkend bedrijf in een groene setting draagt bij aan de ecologische waarden ter plaatse. De landschappelijke inpassing met streekeigen beplanting en de maatregelen voor meer biodiversiteit dragen bij aan versterking van het aangrenzende NNB gebied. Wel wordt aanbevolen om in het nieuwe plan de verlichting te beperken. (zie aanbevelingen paragraaf 7 blz. 21)

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

14

5.

SOORTENBESCHERMING

De aangetroffen soorten en het mogelijk voorkomen van beschermde soorten in het plangebied wordt beschreven. Per soortgroep wordt beschreven welke soorten er zijn waargenomen tijdens veldbezoek, welke soorten worden verwacht, en welke effecten (mogelijk) aan de orde zijn.

5.1

FLORA

Voorkomen

Het plangebied bestaat uit bebouwing, een tuin met gecultiveerde heesters en bomen, voormalige sterk bemeste landbouwgronden en een droog gemengd loof- en naaldhout bosperceeltje zonder ondergroei waar de exoot Japanse duizendknoop woekert. Tijdens het veldbezoek zijn een aantal algemene plantensoorten van voedselrijke en bewerkte bodem aangetroffen zoals o.a. dagkoekoeksbloem (silene dioica), witte dovenetel (lamium album) en akkerviooltje (viola arvensis). Er worden geen plantensoorten verwacht die op de lijsten vermeld staan van de strikt beschermde plantensoorten van de Habitatrichtlijn en Provinciale beschermde soorten. Voor dergelijke soorten, die veelal specifieke eisen stellen aan hun leefomgeving, ontbreken geschikte biotopen in het plangebied. Conclusie

In het plangebied zijn geen beschermde plantensoorten aanwezig en worden gezien de aanwezige biotopen ook niet verwacht.

5.2

VOGELS

In de Wet natuurbescherming worden alle broedende vogels strikt beschermd op grond van de Vogelrichtlijn. De Wet natuurbescherming kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het gaat erom of er een broedgeval aanwezig is. Van een aantal vogelsoorten worden de nesten ook buiten het broedseizoen beschermd. De zogenaamde 'Jaarrond beschermde verblijfplaatsen' (zie bijlage 1). Als deze nesten door een ruimtelijke ontwikkeling verdwijnen, kan afhankelijk van de soort die het nest gebruikt, een ontheffingsaanvraag noodzakelijk zijn. Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen

Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen aangetroffen. In het plangebied zijn wel mogelijkheden voor vogels met jaarrond beschermde nesten zoals in het woonhuis en bijgebouwen, en in het bosperceeltje. Het bestaande woonhuis en aangrenzende bijgebouwen bieden nestgelegenheid voor o.a. huismus en huiszwaluw. Het woonhuis en de bijgebouwen die in gebruik zijn als verblijfsaccomodatie, blijven in hun huidige vorm gehandhaafd.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

15 Het bosperceeltje is in principe wel geschikt voor jaarrond beschermde nesten uit categorie 1 zoals Buizerd, echter ter plaatse is redelijk wat verstoring door het intensieve gebruik van de doorgaande zandpad. Tijdens het veldbezoek zijn boomklever en grote bonte specht waargenomen nabij het bosperceeltje. Er zijn nestmogelijkheden voor deze holenbroeders in het bosperceeltje. Genoemde soorten behoren tot de vogels met jaarrond beschermde nesten categorie 5. Hun nesten zijn alleen beschermd wanneer geen alternatieven in de omgeving aanwezig zijn. Echter zijn er ruim voldoende alternatieven in het uitgestrekte bosgebied van de Nieuwe Heide. De bebouwing in het bosperceeltje is ongeschikt voor vogels met jaarrond beschermde nesten door het ontbreken van dakbedekking. Overige Vogelrichtlijnsoorten

In het plangebied en directe omgeving werden vogelsoorten waargenomen die op de beschermde lijst staan van de Vogelrichtlijn zoals koolmees en pimpelmees. Verder werden overige vogelsoorten gespot zoals houtduif en merel. Conclusie

In het plangebied zijn geen vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen aangetroffen. Deze zijn mogelijk wel aanwezig in het woonhuis of de bijgebouwen/gastenverblijven. Deze bebouwing blijft onveranderd gehandhaafd. Met de realisatie van de nieuwe plannen blijft in principe alle aanwezige groen gehandhaafd. In het bosperceeltje worden één of twee zomereiken gekapt die zeer dicht tegen de bebouwing staan. Verder wordt in de nieuwe situatie het gehele plan landschappelijk ingepast met inheems groen met een aantal bes, vrucht- of nootdragende soorten. Op deze manier worden geschikte broed- en foerageermogelijkheden voor een groot aantal vogelsoorten sterk uitgebreid. De noodzakelijk kap van de zomereiken zal buiten het broedseizoen plaatsvinden zodat geen negatieve effecten zullen optreden ten aanzien van broedende vogels.

5.3

LANDZOOGDIEREN

Voorkomen Jaarrond beschermde verblijfplaatsen

Volgens bronnenonderzoek komen enkele beschermde landzoogdieren met jaarrond beschermde verblijfplaatsen voor in de omgeving van het plangebied zoals das, steenmarter en eekhoorn (Ş 3.3 Wnb). Er is gelet op sporen in het landschap die duiden op aanwezigheid van de das zoals graafsporen, mestsporen of een wissel. Er zijn geen sporen van aanwezigheid van de das aangetroffen. De steenmarter heeft vaste verblijfplaatsen in o.a. schuren waar weinig menselijke activiteit is. In de bebouwing in het bosperceeltje is gelet op sporen van een vaste verblijfplaats van de steenmarter zoals uitwerpselen of prooiresten in een hoekje. Deze zijn niet aangetroffen. De eekhoorn komt voor in het bosgebied in de omgeving. In het bosperceeltje in het plangebied zijn verblijfs- en foerageermogelijkheden aanwezig voor de eekhoorn. Er zijn geen sporen die duiden op aanwezigheid zoals knaagsporen of een nestlocatie van de eekhoorn aangetroffen. Het voorkomen van beschermde zoogdieren met vaste verblijfplaatsen kan worden uitgesloten.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

16

Overige soorten zoogdieren

Tijdens het veldbezoek zijn reeënsporen aangetroffen op het akkerland nabij het bosperceeltje. De ree behoort tot de 'Vrijgestelde soorten'. Verder worden enkele zoogdieren verwacht die gebruik maken van het plangebied zoals egel, mol en een aantal algemene muizensoorten. Egels en algemene muizensoorten behoren eveneens tot de 'Vrijgestelde soorten'. Bij een ruimtelijke ontwikkeling betekend dit dat vaste rust- of verblijfplaatsen opzettelijk beschadigd of vernield mogen worden, wanneer geen andere bevredigende oplossing bestaat. Conclusie

Mogelijk benut de strikt beschermde eekhoorn het bosperceeltje om te foerageren. In de directe omgeving zijn voldoende alternatieven in het bosgebied. Verder komen in het plangebied geen beschermde soorten voor die op de lijsten staan van de Habitatrichtlijn of de 'Andere soorten', (provinciaal beschermde soorten). Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor een aantal landzoogdieren waarvoor een vrijstelling geldt bij ruimtelijke ontwikkeling. Echter de zorgplicht is wel altijd van kracht.

5.4

VLEERMUIZEN

Alle in Nederland voorkomende vleermuizen zijn strikt beschermd. Alle vleermuizen staan vermeld in de Europese Habitatrichtlijn (Ş 3.2 Wnb). Dit betekent dat ze beschermd zijn tegen verstoring van vaste rust- en verblijfplaatsen. Onder deze vaste rust- en verblijfplaatsen wordt verstaan: "het gehele systeem waarvan een populatie gebruik maakt tijdens de jaarcyclus van de soort". Dit houdt in dat niet alleen verblijfplaatsen, maar ook belangrijke verbindingen hiertussen (vlieg- en foerageerroutes) beschermd zijn. Voorkomen

Volgens het cursusdictaat "Vleermuizen en planologie", (Limpens et al 2014), kunnen in dit deel van het land o.a. de volgende soorten voorkomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, rosse vleermuis, laatvlieger, gewone- en grijze grootoorvleermuis. Belangrijke vliegroutes en foerageergebied

Vleermuizen oriënteren zich op lijnvormige elementen in het landschap zoals bomenlanen, kanalen of houtwallen om zich te verplaatsen van verblijfplaats naar foerageergebieden. Aan de randen van het plangebied zijn dergelijke structuren aanwezig. De Sonseweg, de Achterste kampweg, de Schietbaanlaan met laanbomenstructuur, en het zuidelijk aangrenzende bosgebiedje zijn allen geschikte lijnvormige landschapselementen die mogelijk dienst doen als belangrijke vlieg­ en foerageerroutes voor vleermuizen. Het plangebied zelf vormt geschikt foerageergebied voor vleermuizen. Alle lijnvormige landschapsstructuren en foerageergelegenheid blijft behouden. Verblijfplaa tsen

Er zijn vleermuizen die in bomen hun verblijfplaatsen hebben en soorten die in gebouwen verblijven. De geschikte dikke bomen in het bosperceeltje zijn onderzocht op holtes, stamspleten of loshangende schors waar mogelijk vleermuizen in kunnen verblijven. Er is een zomereik aangetroffen met een holte in de stam, echter bij nadere inspectie met zaklamp bleek deze holte niet naar boven toe ingerot. De holte is daarom ongeschikt als vleermuizenverblijfplaats. De opslagschuur in het bosperceeltje is ongeschikt als vleermuizenverblijfplaats. Het dak ontbreekt en ook is er geen spouwmuur aanwezig.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

17 Mogelijk zijn vleermuisverblijfplaatsen aanwezig in de bestaande woning of bijgebouwen/ gastenverblijven. Deze bebouwing blijft in de huidige vorm gehandhaafd. In het nieuwe plan worden extra vleermuisverblijfplaatsen aangeboden in de vorm van vleermuiskasten. Door de landschappelijke inpassing met inheems groen zullen foerageermogelijkheden voor vleermuizen sterk verbeteren t.o.v. de huidige situatie. Conclusie Belangrijke vliegroutes en foerageergebied

Aan alle zijden van het plangebied zijn landschappelijke structuren aanwezig die mogelijk dienst doen als vaste vlieg- en foerageerroute voor vleermuizen. Al deze structuren blijven ongewijzigd. Binnen het plangebied zijn foerageermogelijkheden aanwezig. Deze worden in het nieuwe plan sterk verbeterd door de aanplant van inheems groen. Verblijfplaa tsen

Mogelijk zijn in de bestaande woonhuis en gastenverblijven vaste rust- of verblijfplaatsen van vleermuizen aanwezig. Deze bebouwing blijft ongewijzigd. Verblijfplaatsen in bomen kunnen worden uitgesloten door het ontbreken van geschikte holtebomen. Indien rekening wordt gehouden met verlichting in het nieuwe plan, kunnen negatieve effecten op vleermuizen worden uitgesloten.

5.5

VLINDERS EN LIBELLEN

Voorkomen

Tijdens het veldbezoek zijn geen dagvlinders en libellen aangetroffen. In deze tijd van het jaar vliegen er nog maar weinig dagvlinders en libellen. Op ca. 1 km ten zuiden van het plangebied nabij het Langven komen mogelijk enkele dagvlinder- en libellensoorten voor die op de beschermde lijsten staan zoals het gentiaanblauwtje (Ş 3.3 Wnb) en enkele witsnuitlibellen (Ş 3.2 Wnb). In het plangebied komen geen voedselarme wateren of vegetaties voor die geschikt leefgebied vormen voor beschermde libellen en dagvlinders. Het voorkomen van beschermde libellen en dagvlinders kan uitgesloten worden. Conclusie

Tijdens het veldbezoek zijn geen vlinders en libellen waargenomen. Het plangebied biedt uitsluitend leefgebied voor algemene vlinder- en (zwervende) libellensoorten. Het voorkomen van beschermde dagvlinders en libellen vermeld op de lijsten van de Habitatrichtlijn of de 'Andere soorten' kan uitgesloten worden door het ontbreken van geschikt leefgebied.

5.6

INSECTEN EN KEVERS

Voorkomen

Beschermde soorten insecten, hout- en waterkevers zijn afhankelijk van bijzondere habitattypen als oude (eiken)bossen met boomholtes en rottend hout, of onvervuilde, voedselarme wateren met specifieke vegetaties. Deze biotopen zijn niet aanwezig in het plangebied. Conclusie

Er komen geen beschermde soorten insecten en kevers voor in het plangebied.

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

18 5.7

VISSEN, REPTIELEN EN AMFIBIEËN

Voorkomen

In het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig, daarmee kan de aanwezigheid van (beschermde) vissoorten bij voorbaat uitgesloten worden. Uit bronnenonderzoek blijkt dat nabij het Langvennencomplex (op ca. 1 km ten zuiden van het plangebied) o.a. Levendbarende hagedis (Ş 3.3 Wnb), Heikikker en Rugstreeppad (Ş 3.2 Wnb) voorkomt. Het plangebied vormt geen geschikt (voortplantings) biotoop voor reptielen en strikt beschermde amfibieën door het ontbreken van heidevegetaties, poelen of voedselarme wateren. De rugstreeppad is een ander verhaal. Rugstreeppadden komen voornamelijk voor in terreinen met hoge dynamiek. Hieraan voldoet het plangebied niet. De aanwezigheid van de Rugstreeppad is in de huidige omstandigheden op voorhand uit te sluiten. Wel komt het soms voor dat in de omgeving verblijvende rugstreeppadden terreinen koloniseren die bouwrijp gemaakt worden om ter plaatse de zandige bodem en plasjes water te benutten als voortplantingsbiotoop. Gezien de relatief geringe afstand tot het Langvennencomplex bestaat de kans dat rugstreeppadden het plangebied gaan bezetten. Er worden maatregelen aanbevolen om te voorkomen dat rugstreeppadden het plangebied koloniseren tijdens het bouwrijp maken. Conclusie

Beschermde vissoorten, reptielen en amfibieën komen niet voor in het plangebied. Het plangebied wordt mogelijk benut door gewone pad en bruine kikker als landbiotoop. Gewone pad en bruine kikker behoren tot de 'Vrijgestelde soorten' waarvoor bij ruimtelijke ontwikkeling vrijstelling geldt. Er worden maatregelen aanbevolen ter voorkoming van kolonisatie van de rugstreeppad tijdens het bouwrijp maken van het terrein. (zie paragraaf 7 blz. 20).

Lomans Ecoworks

Quickscan Flora en fauna Sonseweg 20 te Best

19

6.

SAMENVATTING EN CONCLUSIE

Beschermde gebieden Natura 2000- gebieden

Het plangebied ligt op ruim 10 kilometer afstand van een Natura 2000- gebied. Gezien de afstand tot het Natura 2000- gebied kunnen negatieve effecten uitgesloten worden. Natuurnetwerk Brabant

Het plangebied grenst aan de zuid- en oostzijde aan bosgebied dat behoort tot het Natuurnetwerk Brabant. Met de uitbreiding van het logiesverstrekkend bedrijf zijn geen redenen om aan te nemen dat de wezenlijke waarden en kenmerken van het aangrenzende NNB gebied zullen worden aangetast. De te nemen maatregelen ter versterking van de natuurwaarden ter plaatse, zullen een positieve uitwerking hebben op het nabij gelegen NNB bosgebied. Er dient wel rekening te worden gehouden met verlichting om verstoring van vleermuizen en uilen te voorkomen.

Beschermde soorten Vogels beschermd op grond van de Vogelrichtlijn art. 3.1 Wnb

In het plangebied zijn geen vogels met jaarrond beschermde nesten aanwezig. Met de beoogde ontwikkeling gaan geen vaste rust- of verblijfplaatsen van jaarrond beschermde soorten verloren. Door de landschappelijke inpassing met inheems groen, het aanbrengen van landschapselementen, en de realisatie van extra nestgelegenheid zullen leiden tot een biotoopverbetering voor een aantal kwetsbare (erf)vogels. Europees beschermde soorten op grond van de Habitatrichtlijn art. 3.2 Wnb

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11498907/1