22007.7 - Bijlage 5 - Bijlagen bij Toelichting en regels Bestemmingsplan J.P. Coenstraat ongenummerd
Tekst van het document
Bestemmingsplan J.P. Coenstraat ongenummerd Gemeente Best Bijlagenboek
BBO Ruimte I om in te leven
Archiefexemplaar van BL21-20881
- P02077_Bijlagenboek_J.P.Coenstraat ongenummerd_20211021
Bestemmingsplan J.P. Coenstraat ongenummerd Gemeente Best Bijlagenboek
Rapportnummer:
P02077_4
Datum:
21 oktober 2021
Opdrachtgever:
Gemeente Best
Projectteam BRO:
CV
Concept:
Augustus 2019 Z maart 2020
Concept ontwerp
Augustus 2021
Ontwerp:
Oktober 2021
Vastgesteld: Trefwoorden:
Huurwoningen, nieuwbouw, Best
Bron foto kaft:
BRO, Abstract 1
Beknopte inhoud:
„
BRO Hoofdvestiging Bosscheweg 107 5282 WV Boxtel T +31 (0)411 850 400 E info@bro.nl
BflO Ruimte
om in te leven
J.P.Coenstraat ongenummerd
Inhoudsopgave
Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Verantwoording groepsrisico
4
Bijlage 2
Externe veiligheid
9
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek
26
Bijlage 4
Quicscan flora en fauna
63
Bijlage 5
Onderbouwing wateraspect
79
Bijlage 6
Verkennend bodemonderzoek
95
Bijlage 7
Verkeersgeneratie en parkeren
154
Bijlage 8
Aanmeldingsnotitie m.e.r.
157
Bijlage 9
Sti kstofde positieonde rzoe k
170
Bijlage 10
Archeologisch onderzoek
178
Bijlage 11
Endoscopisch onderzoek vleermuizen
221
Bijlage 12
Selectieadvies archeologie
229
2
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Bijlagen toelichting
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
3
Bijlage 1
4
Verantwoording groepsrisico
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
If:"’
—mrm-ì-nriÉnrïrfi
MILIEU
|
ISIT
MANAG
| ADVIES
Notitie BRO046-0001 -VGR 2.0: Verantwoording groepsrisico J.P. Coenenstraat 40 te Best
Herten, 18 oktober 2021
1
Inleiding
In opdracht van BRO is door Windmill Milieu en Management een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een herontwikkeling aan de J.P. Coenstraat 40 te Best. Op de beoogde locatie worden woningen gerealiseerd. In het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt), alsmede het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) is vastgelegd wanneer en op welke wijze de hoogte van het groepsrisico moet worden verantwoord. Deze notitie geeft invulling aan deze verantwoordingsplicht.
2
Situering
De planlocatie is in navolgende figuur weergegeven. —RembrandUaai
A
\
ŕÇ? f
sií*'
APK
-A
Figuur 1: Ligging van de planlocatie (rood omlijnd)
Postbus
5
6267
ZG
Cadier
en
Keer
Tel.: 043
407
09
7
Fax.: 043
407
09
72
Internet: WMMA.nl
MILIEU
3
|
MANAGEMENT
Risicobronnen
Uit een reeds uitgevoerde quickscan externe veiligheid is gebleken dat in de directe omgeving van het plangebied zich diverse risicobronnen bevinden. Transport gevaarlijke stoffen over de weg Voor het plangebied blijken de rijksweg A58 en de provinciale weg N2 relevant te zijn. Het plangebied ligt op respectievelijk 2.300 meter en 3.000 meter van deze weg. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtgebied geen belemmeringen. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van deze wegen. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat zowel over de rijksweg A58 alsook over de N2, ter hoogte van het plangebied, LF1, LF2, LT1, LT2, GF1, GF2, GF3, GT3 en GT4-stoffen worden getransporteerd. Op basis van het transport van deze stoffen blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van toxische gassen (GT4) te liggen. Deze risico’s (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico. Transport gevaarlijke stoffen over het spoor Het plangebied is op circa 580 meter afstand van de tunnelmond van de spoorlijn Boxtel - Eindhoven aansl. gelegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet. Gezien de ruimtelijke scheiding vormt het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied geen belemmeringen voor het plangebied.
Op grond van het aantal transporten over het spoor, volgens Bijlage Tabel II Basisnet spoor, blijkt dat over dit traject A, B2, C3 en D3-stoffen worden getransporteerd. Als gevolg van de stoffen die over de spoorlijn Boxtel - Eindhoven aansl. vervoerd worden, blijkt het plangebied binnen het inlvoedsgebied van B2-stoffen te liggen. Deze risico’s (toxisch scenario) dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
4
Scenario’s
Als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en het spoor dient rekening te worden gehouden met een toxisch scenario. Toxisch scenario Toxische vloeistoffen en gassen kunnen vrijkomen als de tankwagen, -wagon of -container met toxische stoffen het begeeft als gevolg van bijvoorbeeld een incident. Hierbij komen de toxische stoffen vrij in de vorm van een plas of een wolk. Bij een toxische plas zal deze vervolgens (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de windrichting en de weersomstandigheden kan de toxische wolk richting het plangebied drijven.
2
1 ADVIFS
MILIEU
5
|
MANAGEMENT
Wettelijk kader
Besluit externe veiligheid transport (Bevt) Met het invullen van de verantwoordingsplicht wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. Door de verantwoordingsplicht worden gemeenten verplicht het externe veiligheidsaspect mee te laten wegen bij het maken van ruimtelijke keuzes. Deze verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Het Bevt geeft de regionale brandweer/Veiligheidsregio een wettelijke adviestaak bij het invullen van de verantwoordingsplicht. De adviestaak omvat de mogelijkheden om een ramp of zwaar ongeval te voorkomen of de omgang ervan te beperken en de zelfredzaamheid van personen te vergroten. In artikel 7 en 8 van het Bevt is opgenomen wanneer sprake is van het verantwoorden van het groepsrisico. In onderhavige situatie is sprake van een beperkte verantwoordingsplicht waarbij de verantwoording dient in te gaan op de volgende onderdelen: a. de mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op die weg, en b.
voor zover dat plan of die vergunning betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op die weg een ramp voordoet.
6
Uitwerking verantwoordingsplicht
Ad a) Bestrijdbaarheid De bestrijdbaarheid is afhankelijk van de inzetbaarheid van hulpverleningsdiensten. De brandweer moet in staat zijn om haar taken goed uit te kunnen voeren om daarmee verdere escalatie van een incident te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het voldoende/adequaat aanwezig zijn van aanvalswegen en bluswatervoorzieningen. Hierbij hanteert de regionale brandweer richtlijnen zoals beschreven in de publicatie “Beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening van de Veiligheidsregio BrabantZuidoost”. Uit bovengenoemde handleiding volgt het advies dat het plangebied en de risicobronnen goed bereikbaar moeten zijn voor de hulpverleningsdiensten via twee van elkaar onafhankelijke aanvals-wegen, waardoor in geval van calamiteiten het plangebied en de risicobronnen goed bereikbaar zijn. De risicobronnen en het plangebied zijn vanuit verschillende windrichtingen bereikbaar. Opgemerkt wordt dat de vaststelling van het bestemmingsplan geen invloed heeft op de bereikbaarheid en bluswatervoorziening ter plaatse van de risicobronnen. Bestrijdbaarheid toxisch scenario Bij een ongeval met toxische gassen en vloeistoffen kan de brandweer, afhankelijk van de stofintensiteit en het groeiscenario, optreden door de gaswolk neer te slaan of te verdunnen/op te nemen met water. Hiertoe dienen voldoende bluswatervoorzieningen nabij de risicobron aanwezig te zijn.
Ten aanzien van de bereikbaarheid is bij een toxisch scenario met name de bereikbaarheid van de risicobron maatgevend.
3
1 ADVIFS
MILIEU
|
MANAGEMENT
Ad b) Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchten. Mobiliteit van de aanwezigen Binnen het plangebied worden geen functies specifiek voor minder zelfredzame personen gerealiseerd. Uitgangspunt is dat personen die binnen het plangebied aanwezig zijn, zich zelfstandig in veiligheid kunnen brengen. Mogelijkheden voor ontvluchting/schuilen Bij incidenten zal een afweging gemaakt moeten worden tussen schuilen of vluchten. Bij een toxische wolk kunnen mensen komen te overlijden als gevolg van blootstelling aan de toxische stof. Het beste advies bij het vrijkomen van een toxische wolk is schuilen, ramen en deuren sluiten en ventilatie afschakelen. Indien desalniettemin bij een toxische wolk wordt besloten het gebied te ontruimen, moeten personen haaks op de wolk kunnen vluchten. Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwingsen alarmeringssysteem en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het eerder genoemde scenario). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden.
De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen.
7
Samenvatting en restrisico
De planlocatie is niet gelegen binnen plaatsgebonden risicocontouren en plasbrandaandachtsgebieden van spoor of weg. De afstanden tot de betreffende risicobronnen zijn groot. De beleidsregels bereikbaarheid en bluswatervoorziening worden gevolgd. Er wordt gebouwd conform het Bouwbesluit 2012. Gezien bovenstaande wordt het door de gemeente Best acceptabel geacht om het plan te realiseren. Externe veiligheid vormt geen belemmering voor het plan.
WINDMILL MILIEU I MANAGEMENT I ADVIES
ing. P.E.M. Coenen-Stalman
4
1 ADVIFS
Bijlage 2
Externe veiligheid
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
9
Quickscan externe veiligheid J.P. Coenstraat 40 te Best
ļS
WINDMILL ,iVm milieu I management í advies
Rapportnummer: 20190717-BRO046-0001-RAP-EV 1.0
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
Opdrachtgever:
BRO
Contactpersoon:
Mevr. C. Verberne
Onderzoek:
Quickscan externe veiligheid J.P. Coenstraat 40 te Best
Rapportnummer:
20190717-BRO046-0001-RAP-EV 1.0
Datum:
17 juli 2019
Uitgevoerd door:
WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 5 6267 ZG Cadier en Keer
Contactpersoon:
ing. P.E.M. Coenen-Stalman
2
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
Inhoudsopgave 1
Inleiding....................................................................................... 4
2 Transportassen...........................................................................5 2.1 2.2 2.2.1 2.3 2.4 2.5
Inleiding............................................................................................................................ 5 Wettelijk kader.................................................................................................................5 Risiconormen...................................................................................................................5 T ransport over waterwegen........................................................................................... 6 Transport over wegen..................................................................................................... 6 T ransport over het spoor................................................................................................8
3 Buisleidingen............................................................................ 10 3.1 3.2 3.3
Inleiding.......................................................................................................................... 10 Wettelijk kader...............................................................................................................10 Inventarisatie lokale buisleidingen...............................................................................10
4 Externe veiligheid inrichtingen............................................... 12 4.1 4.2 4.3
Inleiding.......................................................................................................................... 12 Wettelijk kader...............................................................................................................12 Inventarisatie relevante inrichtingen............................................................................12
5 Conclusie................................................................................... 14
3
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
1 Inleiding In opdracht van BRO is door Windmill Milieu en Management een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een herontwikkeling aan de J.P. Coenstraat 40 te Best. Op de beoogde locatie worden woningen gerealiseerd. De globale ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. -Rembr-andUaafv
^ŵ v M *
.
v
\ * v
,
*
\ Figuur 1.1: Ligging van het plangebied
In het kader van het onderzoek naar de ruimtelijke inpassing van het plan dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen. In deze quickscan zijn de risicobronnen geïnventariseerd en is beoordeeld of de genoemde risicobronnen mogelijk een belemmering vormen voor de invulling van het plangebied. Indien risicobronnen een mogelijke belemmering vormen, is een vervolgonderzoek noodzakelijk.
4
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
2 Transportassen 2.1
Inleiding Eén van de aandachtspunten bij het ontwikkelen van een plan waar mensen verblijven, zoals de voorgenomen ontwikkeling, zijn de externe veiligheidsrisico’s vanwege het transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Bepaald dient te worden of het vervoer van gevaarlijke stoffen consequenties kan hebben voor de gewenste ontwikkeling.
2.2
Wettelijk kader Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt in de richtlijnen voor stationaire bronnen en transportassen. De regelgeving rond de risico’s van het transport van gevaarlijke stoffen volgt per 1 april 2015 uit de Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs, Stb. 2013, nr. 307). De Wvgs vervangt de nota en de circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen (Rnvgs). In de Wvgs en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) worden normwaarden gegeven voor twee verschillende typen risico’s, het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. In de bijlagen van de Regeling Basisnet is opgenomen voor welke transportroutes de externe veiligheidsrisico’s bepaald moeten worden. In de Handleiding Risicoanalyse Transport (HART) is vastgelegd hoe de risico’s van transport van gevaarlijke stoffen berekend en geanalyseerd moeten worden.
2.2.1
Risiconormen Het begrip risico wordt in beeld gebracht door middel van twee begrippen: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats langs een transportroute verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met het vervoer van gevaarlijke stoffen. De hoogte van het GR representeert de kans per jaar per kilometer transportroute dat een groep van 10 of meer personen in de omgeving van de transportroute in één keer het dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval op die transportroute. Overeenkomstig het Bevt (artikel 8, lid 1) en de HART (paragraaf 2.1) hoeven geen beperkingen aan het ruimtegebruik van een plan te worden gesteld in het gebied dat op meer dan 200 meter van een route of tracé ligt. Indien de risicobron op meer dan 200 meter afstand van het plangebied is gelegen, hoeft geen berekening plaats te vinden van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico. Een (beperkte) verantwoordingsplicht voor de hoogte van het groepsrisico is aan de orde indien een plangebied zich bevindt binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt bepaald door de 17o letaliteitsafstand van de stofcategorieën die getransporteerd worden.
In de HART zijn per stofcategorie en per modaliteit vaste afstanden opgenomen voor de begrenzing van het invloedsgebied. De ligging van het invloedsgebied per modaliteit is in navolgende tabel 2.1 weergegeven.
5
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
Tabel 2.1: Invloedsgebied per stofcategorie Invloedsgebied 1%-letaliteitsafstand (m)
Stofcategorie Weg, water
Spoor
Spoor
LF1
Water
45
35
LF2
C3
35
45
35
LT1
D3
375
730
600
880
880
^.000
n.v.t.
LT2 LT3
D4
^.000
LT4
n.v.t.
n.v.t.
GF1
40
n.v.t.
GF2
280
65
GF3
A
460
GT2
2.3
Weg
355
90
245
n.v.t.
GT3
B2
995
560
1.070
GT4
B3
^.000
^.000
n.v.t.
GT5
B3
^.000
^.000
n.v.t.
Transport over waterwegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het water zijn uitsluitend waterwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op grond van de bovenstaande tabel, bedraagt het maximale invloedsgebied van de stoffen die over water getransporteerd worden 1.070 meter. Binnen deze afstand rondom het plangebied zijn geen waterwegen gelegen. Geconcludeerd wordt dat de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over water geen aandachtspunt vormen uit het oogpunt van externe veiligheid voor het plan.
2.4
Transport over wegen Ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg zijn uitsluitend de transportassen van belang waar structureel vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. In beginsel zijn dit A- en N-wegen. Voor het plangebied zijn de volgende wegen voor vervoer van gevaarlijke stoffen mogelijk relevant (liggend binnen een straal van 4 km om het plangebied): A2 A58 N2 A50. In figuur 2.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van de bovengenoemde wegen weergegeven.
6
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
-Sonseweg-BestsevJ
'tJř
\
V
s
Figuur 2.1: Ligging wegen t.o.v. het plangebied
A2 Het plangebied ligt op ca. 1.600 meter afstand van de rijksweg A2 (wegvak B62). Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico PR 10-6 en het PAG geen belemmeringen voor het plan. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is het niet noodzakelijk de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de rijksweg A2, ter hoogte van het plangebied, LF1, LF2, LT1, LT2, GF3 en GT3-stoffen worden getransporteerd. Op basis van het transport van deze stoffen blijkt dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied deze stoffen te liggen. Het transport van gevaarlijke stoffen over de A2 vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is voor deze weg niet aan de orde. A58 Het plangebied ligt op ca. 2.300 meter afstand van de rijksweg A58 (wegvak B141). Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormt het plaatsgebonden risico en het PAG geen belemmeringen voor het plangebied. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de rijksweg A58, ter hoogte van het plangebied, LF1, LF2, LT1, LT2, GF1, GF2, GF3, GT3 en GT4-stoffen worden getransporteerd.
Op basis van het transport van deze stoffen blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van GT4-stoffen is gelegen. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen (toxisch scenario) over de A58 dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoordingsplicht.
7
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
N2 Het plangebied ligt op ca. 3.000 meter afstand van de provinciale weg N2 (wegvak B63). Deze weg, waarover gevaarlijke stoffen worden getransporteerd, is niet opgenomen in het Basisnet. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico PR 10-6 en het PAG geen belemmeringen voor het plan. Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is het niet noodzakelijk de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de N2, ter hoogte van het plangebied, LF1, LF2, LT1, LT2, GF1, GF2, GF3, GT3 en GT4-stoffen worden getransporteerd. Op basis van het transport van deze stoffen blijkt dat het plangebied binnen het invloedsgebied van een van GT4-stoffen is gelegen. De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen (toxisch scenario) over de N2 dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording. A50 Het plangebied ligt op ca. 3.800 meter afstand van de rijksweg A50 (wegvak B62). Deze weg is opgenomen in het Basisnet weg. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico PR 10-6 en het PAG geen belemmeringen voor het plan.
Aangezien het plangebied op meer dan 200 meter van de weg is gelegen, is het niet noodzakelijk om de invloed van de planvorming op de hoogte van het groepsrisico kwantitatief inzichtelijk te maken. Uit de jaarintensiteiten van Rijkswaterstaat blijkt dat over de rijksweg A50, ter hoogte van het plangebied, LF1, LF2, LT2 en GF3-stoffen worden getransporteerd. Op basis van het transport van deze stoffen blijkt dat het plangebied niet binnen het invloedsgebied deze stoffen te liggen. Het transport van gevaarlijke stoffen over de A50 vormt geen belemmering voor de planontwikkeling. Een verantwoordingsplicht is voor deze weg niet aan de orde.
2.5
Transport over het spoor Ook ten aanzien van de veiligheidsrisico’s in het plangebied als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor zijn uitsluitend spoorwegen van belang waar vervoer van gevaarlijke stoffen in bulkvervoer is toegestaan. Op circa 580 meter van het plangebied is de tunnelmond spoorlijn Boxtel - Eindhoven aansl. (route 12) gelegen, waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet. Door de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied geen belemmeringen voor de planontwikkeling. Op grond van het aantal transporten over het spoor, op grond van Bijlage Tabel II Basisnet spoor blijkt dat over dit traject A, B2, C3 en D3-stoffen worden getransporteerd. Als gevolg van de stoffen die over de spoorlijn Boxtel - Eindhoven aansl. vervoerd worden, blijkt het plangebied binnen het inlvoedsgebied van toxische gassen (B2) te liggen.
8
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
De risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorlij n dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording voor de hoogte van het groepsrisico.
9
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
3 Buisleidingen 3.1
Inleiding Bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten dient tevens rekening te worden gehouden met het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen waarvoor bepaalde aan te houden risicoafstanden gelden. Deze afstanden zijn onder andere afhankelijk van de aard van de stof, de druk waaronder deze wordt getransporteerd, de diepteligging en de diameter en wanddikte van de buisleiding. Ten aanzien van de externe veiligheid gaat het vooral om de risico’s in het geval er iets fout gaat met een hogedruk aardgastransportleiding. Maar ook andere buisleidingen kunnen een aandachtsgebied voor externe veiligheid hebben dat tot over het plan reikt. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige buisleidingen consequenties kunnen hebben voor het plangebied.
3.2
Wettelijk kader Per 1 januari 2011 is het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) in werking getreden. Dit besluit sluit aan bij de risiconormering uit het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Dat betekent dat de toetsings- en bebouwingsafstand worden vervangen door een afstand voor het plaatsgebonden risico (PR) en een afstand voor het invloedsgebied van het groepsrisico (GR). Voor het PR geldt dat er binnen de 10-6risicocontour geen kwetsbare objecten mogen worden gerealiseerd. Voor beperkt kwetsbare objecten geldt deze waarde als een richtwaarde. Voor het GR geldt, indien er objecten binnen het invloedsgebied liggen, een verantwoordingsplicht.
3.3
Inventarisatie lokale buisleidingen Eventuele risico’s van buisleidingen zijn pas relevant indien de effecten van een ongeval het plangebied kan overschrijden. Om inzicht te krijgen in de bandbreedte van het invloedsgebied van buisleidingen wordt is het Handboek buisleiding in bestemmingsplannen-Handreiking voor opstellers van bestemmingsplannen (geactualiseerde versie 2016) geraadpleegd, waarin uit tabel 5.1 1%-letaliteitsgrens bij hogedrukaardgastransportleidingen blijkt dat de grootst mogelijke 1%-letaliteitsafstand van een buisleiding 580 meter bedraagt. Voor plannen op méér dan 580 meter afstand van een buisleiding kan dan ook worden geconcludeerd dat geen beperkingen gelden voor het plan; de berekening van de ligging van de plaatsgebonden risicocontouren of de (toename van) de hoogte van het groepsrisico is dan niet aan de orde. Op basis van de risicokaart is geconstateerd dat ca. 370 meter ten westen van het plangebied een leiding van Defensie Pijpleidingen Organisatie (DPO) aanwezig is voor het vervoer van K2^3-stoffen. Het plaatsgebonden risico levert op deze afstand geen belemmeringen op.
10
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
Het groepsrisico bij K2 en K3-buisleidingen is beperkt. Bij personendichtheden lager dan 100 personen/ha wordt 0,1 maal de oriëntatiewaarde niet behaald. In de onderhavige situatie blijkt de personendichtheid minder dan 50 personen/ha te zijn. De risico’s als gevolg van transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen derhalve geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
11
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
4 Externe veiligheid inrichtingen 4.1
Inleiding Naast het vervoer van gevaarlijke stoffen over transportroutes en door buisleidingen, dient bij de realisatie van het plan ook rekening te worden gehouden met de opslag en het gebruik van gevaarlijke stoffen bij inrichtingen waarvoor ook aan te houden risicoafstanden gelden. Bepaald dient te worden of eventueel aanwezige risicovolle inrichtingen belemmeringen kunnen vormen voor de planrealisatie.
4.2
Wettelijk kader Voor risicovolle activiteiten en/of risicovolle installaties bij inrichtingen worden ten aanzien van het milieuhygiënische aspect externe veiligheid regels gesteld in het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het Activiteitenbesluit milieubeheer wordt aangesloten op de van toepassing zijnde publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen (PGS). Daarnaast is een aantal rechtstreeks geldende besluiten van belang waarin te respecteren veiligheidsafstanden en/of risicocontouren zijn opgenomen. Hierbij kan gedacht worden aan het Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo 2015), het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik en het Vuurwerkbesluit. Voor zover het Bevi, Brzo 2015 en de Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik niet van toepassing is, vallen activiteiten met gevaarlijke stoffen onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. Indien de drempelwaarden uit bijlage 1 van het Activiteitenbesluit milieubeheer niet wordt overschreden, vallen activiteiten met de opslag van ontplofbare stoffen zoals genoemd in het Vuurwerkbesluit eveneens onder het Activiteitenbesluit milieubeheer. In specifieke gevallen kunnen aanvullende voorschriften zijn opgenomen in een individuele milieuvergunning.
De effecten met betrekking tot externe veiligheid worden uitgedrukt in te respecteren veiligheidsafstanden, plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
4.3
Inventarisatie relevante inrichtingen Met behulp van de risicokaart is bepaald of het plangebied binnen de plaatsgebonden risicocontouren, dan wel invloedsgebieden van omliggende risicovolle inrichtingen is gelegen. In de uitsnede in navolgende figuur is de ligging van relevante inrichtingen in de directe omgeving van het plangebied weergegeven.
12
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
Verrenbest Salderes
Straten
Speeiheide Naastenbest Heivelden
Heuveleind
Baiadorp
Figuur 4.1
Uit figuur 4.1 blijkt dat de PR 10-6 risicocontouren en de invloedsgebieden van de inrichtingen in de omgeving van het plangebied niet reiken tot aan het plangebied. Ingevolge het Bevi wordt geconcludeerd dat risicovolle inrichtingen geen beperkingen veroorzaken voor het plan.
13
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
5 Conclusie
In opdracht van BRO is door Windmill Milieu en Management een inventarisatie uitgevoerd van de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van een herontwikkeling aan de J.P. Coenstraat 40 te Best. Op de beoogde locatie worden woningen gerealiseerd.
Transport over het water Het plangebied is niet gelegen binnen het invloedsgebied van een waterweg. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over het water vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
Transport over de weg Het plangebied ligt op circa 2.300 meter van de rijksweg A58 en op circa 3.000 meter van de provinciale weg N2. Op grond van de ruimtelijke scheiding vormen het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtgebied geen belemmeringen. Wel ligt het plangebied binnen het invloedsgebied van deze wegen. De rijkswegen A2 en A50 vormen geen aandachtspunt voor het plangebied. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen over de rijksweg A58 en de provinciale weg N2 dienen meegenomen te worden in een beperkte verantwoording van het groepsrisico.
Transport over het spoor Het plangebied is op circa 580 meter afstand van de tunnelmond van de spoorlijn Boxtel - Eindhoven aansl. gelegen. Deze spoorlijn is opgenomen in het Basisnet. Gezien de ruimtelijke scheiding vormt het plaatsgebonden risico en het plasbrandaandachtsgebied geen belemmeringen voor het plangebied. Wel blijkt het plan binnen het inlvoedsgebied van toxische gassen te liggen, waardoor de risico’s als gevolg van het transport van gevaarlijke stoffen over deze spoorlijn meegenomen moeten worden in een beperkte verantwoording van de hoogte van het groepsrisico.
Buisleidingen Het plangebied bevindt zich op circa 370 meter afstand van een buisleiding van DPO. Het plaatsgebonden risico vormt op deze afstand geen belemmering. Op grond van de personendichtheid is het groepsrisico lager dan 0,1 maal de oriënterende waarde. De risico’s als gevolg van de transporten met gevaarlijke stoffen door buisleidingen vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
14
WINDMILL milieu I management I advies
20190717-BR0046-0001 -RAP-EV 1.0/17 juli 2019
Inrichtingen Het plangebied bevindt zich niet binnen een PR 10"6-risicocontour of een invloedsgebied van een risicovolle inrichting in de omgeving. De risico’s als gevolg van de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen vormen geen aandachtspunt voor de planlocatie. Een verantwoordingsplicht is derhalve niet aan de orde.
WINDMILL MILIEU I MANAGEMENT I ADVIES
ing. P.E.M. Coenen-Stalman
15
Bijlage 3 Akoestisch onderzoek
26
Bestemmingsplan "J.P.Coenstraat ongenummerd" (ontwerp)
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai J. P. Coenstraat 40 Best
WINDMI milieu! management! advies
Rapportnummer: 20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0
WIINIDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
Opdrachtgever:
BRO
Contactpersoon:
Mevrouw C. Verberne
Onderzoek:
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai J. P. Coenstraat 40 Best
Rapportnummer:
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0
Datum:
12 augustus 2019
Uitgevoerd door:
WINDMILL Milieu I Management I Advies Postbus 14 6040 AA Roermond Tel. 088 33 66 333
Contactpersonen:
D. van der Moere BHAS ir. J.W.F. Schuddeboom
2
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
Inhoudsopgave 1
Inleiding.......................................................................................4
2 Uitgangspunten...........................................................................5 2.1 2.2 2.3 2.4
Situering............................................................................................................................5 Omschrijving....................................................................................................................5 Verkeersgegevens..........................................................................................................6 Rekenmethode................................................................................................................ 7
3 Toetsingskader............................................................................9 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.2 3.3 3.4
Wet geluidhinder............................................................................................................. 9 Algemeen......................................................................................................................... 9 Wegverkeerslawaai.........................................................................................................9 Cumulatie....................................................................................................................... 10 Gemeentelijk geluidbeleid............................................................................................. 10 Goede ruimtelijke ordening...........................................................................................11 Bouwbesluit.................................................................................................................... 11
4 Rekenresultaten........................................................................12 4.1 4.2 4.3 4.3.1 4.3.2
Wet geluidhinder........................................................................................................... 12 Gemeentelijk geluidbeleid............................................................................................. 12 Goede ruimtelijke ordening...........................................................................................12 30km^ur-wegen............................................................................................................ 12 Cumulatie....................................................................................................................... 12
5 Conclusie...................................................................................14
Bijlagen I II
Invoergegevens Rekenresultaten
3
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
1 Inleiding In opdracht van BRO is door Windmill Milieu Management en Advies een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Aanleiding is de realisatie van een woningbouwplan gelegen aan de Jan Pietersz. Coenstraat te Best. In verband met de realisatie van het plan wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidbronnen waarvan de zone het plangebied overlapt. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uurwegen in de directe nabijheid van het plan in het onderzoek betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In voorliggende rapportage zijn de uitgangspunten, rekenresultaten en conclusies van het onderzoek beschreven.
4
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
2 Uitgangspunten 2.1
Situering Het woningbouwplan is gelegen in stedelijk gebied aan de Jan Pietersz. Coenstraat te Best. In navolgende afbeelding is een geografisch overzicht opgenomen van de ligging van het woningbouwplan.
Ŵ. 2 Plangebied , m
* 14į Afbeelding 1: Ligging van het plangebied (blauwe kader)
De planlocatie is gelegen binnen de wettelijke geluidzone van de Prins Bernhardlaan. De locatie is niet gelegen binnen de zone van andere wegen, industrieterreinen of spoorwegen. Verder is de planlocatie gelegen binnen de invloedsfeer van de 30 km/uurwegen de Jan Pietersz. Coenstraat, Prins Clauslaan, Jan van Rietbeeckstraat, Jan van Brakelstraat, Jacob Roggeveenstraat en Johan Frisopark.
2.2
Omschrijving Het plan betreft de nieuwbouw van 7 woningen op het perceel (sectie H nummer 917), gelegen aan de Jan Pietersz. Coenstraat te Best. In navolgende afbeelding de indeling van het plan weergegeven.
5
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
___ Afbeelding 2: Indeling plangebied (gele kader; woningen)
2.3
Verkeersgegevens De verkeersgegevens van de gemeentelijke wegen zijn gebaseerd op informatie verstrekt door de gemeente Best. De ontvangen gegevens van de gemeente Best betreffen telgegevens voor de Prins Bernhardlaan en het Johan Frisopark voor respectievelijk het jaar 2015 en 2017. De etmaalintensiteiten zijn opgehoogd met 20Zo per jaar (worst case) naar het maatgevende jaar 2030. Van de Jan Pietersz. Coenstraat, Prins Clauslaan, Jan van Rietbeeckstraat, Jan van Brakelstraat en de Jacob Roggeveenstraat zijn geen telgegevens of andere gegevens beschikbaar. In onderhavig onderzoek zijn voor de Jan Pietersz. Coenstraat, Jan van Rietbeeckstraat, Jan van Brakelstraat en de Jacob Roggeveenstraat de telgegevens van de Johan Frisopark gehanteerd. Voor de Prins Clauslaan is, gezien het meer doorgaande karakter van de weg een etmaalintensiteit van 500 motorvoertuigen aangehouden. Voor de verdeling is aangesloten bij de Prins Bernhardlaan. In bijlage I zijn de aangereikte gegevens weergegeven. verkeersgegevens zijn in navolgende tabel samengevat. Tabel 1: Verkeersgegevens (2030) Weg
De
gehanteerde
Etmaalintensiteit [mvt/etm]
Type wegdek
Rijsnelheid [km/uur]
Prins Bernhardlaan
3.203
Dicht asfaltbeton
50
J.P. Coenstraat
124
Dicht asfaltbeton
30
Prins Clauslaan
500
Dicht asfaltbeton
30
Jan van Rietbeeckstraat
124
Dicht asfaltbeton
30
Jan van Brakelstraat
124
Klinkers in keperverband
30
Jacob van Roggeveenstraat
124
Klinkers in keperverband
30
Johan Frisopark
124
Klinkers in keperverband
30
6
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
Voor een volledig overzicht van de verkeersgegevens wordt verwezen naar bijlage I.
2.4
Rekenmethode De te verwachten geluidbelastingen vanwege het wegverkeer zijn bepaald conform Standaard Rekenmethode II zoals beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Hiervoor is gebruik gemaakt van het computerprogramma Geomilieu, versie 5.0. Voor Jan Pietersz. Coenstraat, Prins Clauslaan, Jan van Rietbeeckstraat, Jan van Brakelstraat, Jacob Roggeveenstraat en Johan Frisopark, waar de maximum toegestane snelheid 30 km/uur bedraagt, is de Standaard Rekenmethode niet toepasbaar en is de berekening uitgevoerd volgens CROW publicatie 965 “Handreiking berekenen wegverkeerslawaai bij 30 km/uur”. De omgeving van het plan is gemodelleerd overeenkomstig de aangeleverde tekeningen, de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en het Actueel Hoogte Bestand Nederland (AHN2). Akoestisch zachte gebieden, zoals groenstroken en bos, zijn ingevoerd als absorberend (bodemfactor 1,0). Erven en tuinen zijn vanwege de combinatie van bestrating en beplanting als half-verhard gemodelleerd (bodemfactor 0,5). Buiten de gemodelleerde bodemgebieden wordt gerekend met een standaard reflecterende bodem (bodemfactor 0,0). De geluidbelastingen zijn invallend bepaald op een rekenhoogte van 1,5, 4,5 en 7,5 meter boven het lokale maaiveld. In navolgende afbeelding is de ligging van de toetspunten weergegeven.
7
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
Afbeelding 3: Ligging rekenpunten
Voor een overzicht van de invoergegevens van het rekenmodel wordt verwezen naar bijlage II.
8
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
3 Toetsingskader 3.1
Wet geluidhinder
3.1.1
Algemeen Conform het gestelde in de Wet geluidhinder wordt de geluidbelasting van een weg in de Europese dosismaat L day-evening-night (Lden, in dB) bepaald. De Wet geluidhinder geeft grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen gelegen binnen de geluidzone van een weg.
3.1.2
Wegverkeerslawaai Geluidzones Overeenkomstig artikel 74 van de Wet geluidhinder heeft een weg een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de weg. De breedte van de zone wordt, overeenkomstig artikel 75 van de Wet, aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. De ruimte boven en onder de weg behoort ook tot de zone van de weg. Een weg is niet zoneplichtig indien deze is gelegen binnen een woonerf, of als voor de weg een maximum snelheid van 30 km/uur geldt. De breedte van de geluidzone van een weg is afhankelijk van het aantal rijstroken van de weg en de stedelijke of buitenstedelijke ligging van de weg. In tabel 3.1 zijn de zonebreedtes samengevat. Gebieden binnen de bebouwde kom, met uitzondering van de gebieden binnen de bebouwde kom gelegen binnen de zone langs een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens, worden als stedelijk aangemerkt. Als buitenstedelijk gebied worden gebieden buiten de bebouwde kom, evenals het bovengenoemde uitgezonderde gebied binnen de bebouwde kom aangemerkt. Tabel 2: Breedte geluidzones aan weerszijden van de weg in meters Gebied
Binnenstedelijk Buitenstedelijk
Aantal rijstroken
1 of 2 rijstroken 3 of meer rijstroken 1 of 2 rijstroken 3 of 4 rijstroken 5 of meer rijstroken
Breedte geluidzones in meter (art. 74)
200 350 250 400 600
De Prins Bernhardlaan is gelegen in stedelijk gebied en heeft 2 rijstroken waardoor de zonebreedte 200 meter bedraagt. Voorkeurswaarde en ontheffingswaarden In onderhavige situatie is sprake van nieuw woningen in stedelijk gebied. De voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevel van woningen bedraagt 48 dB (art. 82 Wgh). Onder bepaalde voorwaarden kunnen door het bevoegd gezag hogere waarden worden vastgesteld. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB in stedelijk gebied (art. 83, lid 2 Wgh).
9
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
Aftrek artikel 110g Op grond van verdere ontwikkelingen in de techniek en het treffen van geluidreducerende maatregelen aan de motorvoertuigen is te verwachten dat het wegverkeer in de toekomst minder geluid zal produceren dan momenteel het geval is. Binnen de Wet geluidhinder is in artikel 110g juncto artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 de mogelijkheid geschapen om deze vermindering van de geluidproductie in de geluidbelasting door te voeren. Deze aftrek bedraagt: - 3 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 56 dB is; - 4 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting vanwege de weg zonder toepassing van artikel 110g van de Wet geluidhinder 57 dB is; - 2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of meer bedraagt en de geluidbelasting afwijkt van de eerder genoemde waarden; - 5 dB voor de overige wegen; - 0 dB bij de bepaling van de geluidwering van de gevel. De snelheid op de Prins Bernhardlaan bedraagt minder dan 70 km/uur, waardoor de aftrek 5 dB is.
3.1.3
Cumulatie Artikel 110f van de Wet geluidhinder schrijft voor dat bij het vaststellen van hogere grenswaarden rekening gehouden dient te worden met cumulatie van meerdere geluidbronnen. De wijze waarop de cumulatieve geluidbelasting dient te worden bepaald is beschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Deze rekenmethode wordt toegepast als er sprake is van blootstelling aan meer dan één geluidbron. Allereerst dient te worden vastgesteld of van een relevante blootstelling door meerdere bronnen sprake is. Dit is alleen het geval indien de zogenaamde voorkeurswaarde van die te onderscheiden bronnen wordt overschreden. In dat geval berekent de methode de gecumuleerde geluidbelasting rekening houdend met de verschillen in hinderbeleving van de verschillende geluidsbronnen.
3.2
Gemeentelijk geluidbeleid De gemeente Best heeft een hogere waarde beleid opgesteld (“Ontheffingenbeleid hogere waardeprocedure”). In dit beleidsstuk is vastgelegd onder welke voorwaarden kan worden meegewerkt aan het vaststellen van een hogere waarde. Ingevolge hoofdstuk VIIIA (nieuwe Wet geluidhinder) kan de gemeente een hogere grenswaarde vaststellen in die gevallen waarin de toepassing van maatregelen, gericht op het terugbrengen van de te verwachten geluidbelasting, vanwege de weg/spoorweg of industrie, van de gevels van de betrokken woningen onvoldoende doeltreffend zal zijn of er bezwaren zijn van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard (hoofdcriteria). Hieronder volgt een omschrijving van de verschillende ontheffingscriteria. Vaak gaat het om een combinatie van deze hoofdcriteria. * Bronmaatregelen zijn niet mogelijk. * Stedenbouwkundige maatregelen zijn niet mogelijk * Verkeerskundige maatregelen zijn niet mogelijk
10
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
* Landschappelijke bezwaren * Financiële overwegingen Naast de bovengenoemde hoofdcriteria moet aan één van de onderstaande subcriteria worden voldaan. Alleen dan kan worden afgeweken van de voorkeursgrenswaarde:
Subcriteria voor weg- en railverkeerslawaai Indien er sprake is van nog niet geprojecteerde1 woningen buiten de bebouwde kom, die: - verspreid gesitueerd worden; - nodig zijn vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid; - een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; - bestaande bebouwing vervangen; Indien er sprake is van nog niet geprojecteerde woningen binnen de bebouwde kom, die: - in een dorps- of stadsvernieuwingsplan worden opgenomen; - door situering of bouwvorm een doelmatige akoestisch afschermende functie gaan vervullen voor andere woningen; - nodig zijn vanwege grond- of bedrijfsgebondenheid; - een open plaats tussen aanwezige bebouwing opvullen; - bestaande bebouwing vervangen; Indien er sprake is van een geprojecteerde, in aanbouw zijnde of aanwezige woningen en een nog niet geprojecteerde (spoor)weg, voor zover die (spoor)weg: - een noodzakelijke verkeers- en vervoersfunctie zal vervullen. N.b. Bij aanleg of wijziging aan een hoofdspoorweg is GS bevoegd gezag.
Daarnaast specifiek voor wegverkeerslawaai Indien er sprake is van: - een aan te leggen weg die een zodanige verkeersverzamelfunctie zal vervullen, dat de aanleg van die weg zal leiden tot aanmerkelijk lagere geluidsbelastingen van woningen binnen de zone van een andere weg. (Bijvoorbeeld de aanleg van randwegen.)
3.3
Goede ruimtelijke ordening In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen van de relevante 30 km/uur-wegen inzichtelijk gemaakt. Tevens zijn de gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelastingen door het wegverkeer berekend.
3.4
Bouwbesluit Overeenkomstig artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 volgt dat een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een volgens NEN 5077 bepaalde karakteristieke geluidwering heeft met een minimum van 20 dB. Conform artikel 3.3, eerste lid van het Bouwbesluit 2012, blijkt dat bij een krachtens de Wet geluidhinder of de Tracéwet vastgesteld hogere-waardenbesluit, de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie bepaald volgens de NEN 5077 niet kleiner mag zijn dan het verschil tussen de in dat besluit opgenomen hoogst toelaatbare geluidbelasting voor wegverkeer en 33 dB. Artikel 3.3. van het Bouwbesluit is niet van toepassing op woningen die niet zijn gelegen binnen een zone van een weg.
11
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
4 Rekenresultaten 4.1
Wet geluidhinder De berekende geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Prins Bernhardlaan bedraagt ten hoogste 31 dB. De voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt gerespecteerd. Voor een volledig overzicht van de rekenresultaten wordt verwezen naar bijlage II.
4.2
Gemeentelijk geluidbeleid Aangezien wordt voldaan aan de voorkeurgrenswaarde is in onderhavige situatie geen sprake van een hogere waarde en is derhalve het geluidbeleid van de gemeente Best niet van toepassing.
4.3
Goede ruimtelijke ordening
4.3.1
Sūkm/uur-wegen In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn de geluidbelastingen vanwege de omliggende 30 km/uur-wegen inzichtelijk gemaakt. De geluidbelasting (incl. aftrek artikel 110g Wet geluidhinder) bedraagt maximaal: - 43 dB ten gevolge van de Jan Pietersz. Coenstraat - 41 dB ten gevolge van de Prins Clauslaan - 46 dB ten gevolge van de Jan van Rietbeeckstraat - 39 dB ten gevolge van de Jan van Brakelstraat - 35 dB ten gevolge van de Jacob Roggeveenstraat - 28 dB ten gevolge van de Johan Frisopark De normen uit de Wet geluidhinder zijn niet van toepassing op 30 km/uur-wegen. Ter vergelijk worden de geluidbelastingen wel beoordeeld aan de hand van de normstelling uit de Wet geluidhinder (voorkeurswaarde 48 dB, maximale ontheffingswaarde 63 dB). De geluidbelasting van de alle beschouwde 30 km/uur-wegen voldoen aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening.
4.3.2
Cumulatie De gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelasting door het wegverkeer (gezoneerde en niet-gezoneerde wegen) bedraagt 39 tot 50 dB. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt tevens inzichtelijk gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Voor de beoordeling hiervan wordt aangesloten bij de ‘methode Miedema’. In deze milieukwaliteitsmaat wordt de gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelasting geclassificeerd en beoordeeld op basis van klassen van 5 dB. In navolgende afbeelding is de classificering volgens methode Miedema opgenomen.
12
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
Tabel 3.3: Ljcn classificering volgens de methode Miedema
Geluídklasse
Beoordeling
Urn < 50 dB
Goed
Un 50 - 55 dB
Redelijk
Ldn
55 - 60 dB
Matig Tamelījfc slecht
Un 60 - 65 dB Uw, 65 - 70 dB
Slecht
Ldcn ^ 70 dB
Zeer slecht
Afbeelding 4: Classificering conform methode Miedema
Indien de milieukwaliteit als goed of redelijk wordt beoordeeld is er zondermeer sprake van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Bij de beoordeling matig of slecht dient te worden bezien of met maatregelen de geluidbelasting doelmatig kan worden teruggedrongen. De berekende geluidbelasting is te beoordelen als ‘redelijk’ tot ‘goed’, daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening.
13
WIIMDIVIILL milieu I management I advies
20190812-BRO046-RAP-AKO-WVL 1.0/12 augustus 2019
5 Conclusie
In opdracht van BRO is door Windmill Milieu Management en Advies een akoestisch onderzoek wegverkeer uitgevoerd. Aanleiding is de realisatie van een woningbouwplan gelegen aan de Jan Pietersz. Coenstraat te Best. In verband met de realisatie van het plan wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. In het kader van deze procedure is conform het gestelde in de Wet geluidhinder (Wgh) een onderzoek uitgevoerd naar de geluidbelasting ten gevolge van de zoneringsplichtige geluidbronnen waarvan de zone het plangebied overlapt. De geluidbelasting is getoetst aan het stelsel van voorkeurswaarde en maximale ontheffingswaarde uit de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn tevens de relevante 30 km/uur-wegen in de directe nabijheid van het plan in het onderzoek betrokken. Het onderzoek is uitgevoerd volgens de regels van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Wet geluidhinder De berekende geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op de Prins Bernhardlaan bedraagt ten hoogste 31 dB. De voorkeurswaarde van 48 dB uit de Wet geluidhinder wordt gerespecteerd. Goede ruimtelijke ordening (30 km/uur-wegen) De normen uit de Wet geluidhinder zijn niet van toepassing op 30 km/uur-wegen. Ter vergelijk worden de geluidbelastingen wel beoordeeld aan de hand van de normstelling uit de Wet geluidhinder (voorkeurswaarde 48 dB, maximale ontheffingswaarde 63 dB).
De geluidbelasting van de alle beschouwde 30 km/uur-wegen voldoen aan de voorkeurswaarde uit de Wet geluidhinder. Geconcludeerd wordt dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Cumulatieve geluidbelasting De gecumuleerde ongecorrigeerde geluidbelasting door het wegverkeer (gezoneerde en niet-gezoneerde wegen) bedraagt 39 tot maximaal 50 dB. Conform de methode Miedema is de berekende gecumuleerde geluidbelasting is te beoordelen als ‘redelijk’ tot ‘goed’, daarmee is er sprake van een goede ruimtelijke ordening. Het aspect geluid vanwege de omliggende wegen vormt geen belemmering voor de realisatie van het woningbouwplan.
WINDMILL MILIEU I MANAGEMENT I ADVIES
D. van der Moere BHAS
14
I. BIJLAGE Invoergegevens
Wegverkeerslawaai
Kragten BV
12 aug 2019, 10:34 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen 391600
schaal = 1 : 5000
v
391200
390800
154400 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1.0 - Wegverkeerslawaai], Geomilieu V5.00
Figuur 1: Grafische weergave rekenmodel
154800
Invoergegevens rekenmodel Rapport: Model:
Rekenparameters
Lijst van model eigenschappen Wegverkeerslawaai
Model eigenschap Omschrijving Verantwoordelijke Rekenmethode
Wegverkeerslawaai dvdm #2|Wegverkeerslawaai|RMW-2012|
Aangemaakt door Laatst ingezien door Model aangemaakt met
dvdm op 16-7-2019 JSchu op 12-8-2019 Geomilieu V5.00
Dagperiode Avondperiode Nachtperiode Samengestelde periode Waarde Standaard maaiveldhoogte Rekenhoogte contouren Detailniveau toetspunt resultaten Detailniveau resultaten grids Zoekafstand [m] Max. reflectie afstand tot bron [m] Max. reflectie afstand tot ontvanger Standaard bodemfactor Zichthoek [grd] Maximale reflectiediepte Reflectie in woonwijkschermen Geometrische uitbreiding Luchtdemping Luchtdemping [dB/km]
07 00 - 19 00 19 00 - 23 00 23 00 - 07 00 Lden Gem(Dag, Avond + 5, 0 4 Bronresultaten Groepsresultaten
Meteorologische correctie Waarde voor C0
Geomilieu V5.00
Nacht + 10)
[m] 0,00 2 1 Ja Volledige 3D analyse Conform standaard 0,00; 0,00; 1,00; 2,00; Conform standaard 3,50
4,00;
10,00;
23,00;
58,00
12-8-2019 10:44:33
Invoergegevens rekenmodel
Rekenparameters
Commentaar
Geomilieu V5.00
12-8-2019 10:44:33
Wegverkeerslawaai 12 aug 2019, 10:34
391000
390800
390600
154600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1.0 - Wegverkeerslawaai], Geomilieu V5.00
Figuur 2: Grafische weergave rekenmodel Wegen
Wegen
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
Omschr.
X-1
Y-1
X-n
Y-n
H-1
H-n
M-1
W01 W02 W03 W04 W05
Prins Bernhardlaan J.P. Coenstraat Prins Clauslaan Jan van Rietbeeckstraat Jan van Brakelstraat
154831,68 154698,76 154586,45 154840,73 154689,45
391218,36 390815,22 390897,63 390970,88 390889,48
155005,17
390688,87
154875,80 154864,50 154668,53 154608,05
390915,35 390523,91 390870,12 390999,66
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
W06 W07
Jacob van Roggeveenstraat Johan Frisopark
154823,46 154626,68
390725,87 390883,67
154757,53 154777,42
390848,36 390510,46
0,00 0,00
0,00 0,00
0,00 0,00
Geomilieu V5.00
12-8-2019 10:45:52
Wegen
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
M-n
Helling
Wegdek
Wegdek
V(LV(D))
V(LV(A))
V(LV(N))
Totaal aantal
W01 W02 W03 W04 W05
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
0 0 0 0 0
W0 W0 W0 W0 W9a
Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Referentiewegdek Elementenverharding in keperverband
50 30 30 30 30
50 30 30 30 30
50 30 30 30 30
3203,00 124,00 500,00 124,00 124,00
W06 W07
0,00 0,00
0 0
W9a W9a
Elementenverharding in keperverband Elementenverharding in keperverband
30 30
30 30
30 30
124,00 124,00
Geomilieu V5.00
12-8-2019 10:45:52
Wegen
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Naam
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Wegen, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012 %Int(D)
%Int(A)
%Int(N)
%LV(D)
%LV(A)
%LV(N)
%MV(D)
%MV(A)
%MV(N)
%ZV(D)
%ZV(A)
%ZV(N)
W01 W02 W03 W04 W05
6,86 6,68 6,86 6,68 6,68
3,53 3,65 3,53 3,65 3,65
0,45 0,65 0,45 0,65 0,65
92,20 57,10 92,20 57,10 57,10
95,80 57,10 95,80 57,10 57,10
93,00 80,00 93,00 80,00 80,00
4,60 31,20 4,60 31,20 31,20
2,40 35,70 2,40 35,70 35,70
4,70 20,00 4,70 20,00 20,00
3,20 11,70 3,20 11,70 11,70
1,80 7,10 1,80 7,10 7,10
2,30 -2,30 --
W06 W07
6,68 6,68
3,65 3,65
0,65 0,65
57,10 57,10
57,10 57,10
80,00 80,00
31,20 31,20
35,70 35,70
20,00 20,00
11,70 11,70
7,10 7,10
—
Geomilieu V5.00
--
—
12-8-2019 10:45:52
Wegverkeerslawaai
Kragten BV
12 aug 2019, 10:34 Wegen Toetspunten
d
Bodemgebieden i
Gebouwen
Om
20 m
schaal = 1 : 500
154680 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1 0 - Wegverkeerslawaai], Geomilieu V5.00
Figuur 3: Grafische weergave rekenmodel Toetspunten
i
Toetspunten
Invoergegevens rekenmodel Model: Groep:
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten, voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Naam
Omschr.
X
Y
Maaiveld
Hoogte A
Hoogte B
Hoogte C
Hoogte D
Hoogte E
01 02 03 04 05
Noordgevel Westgevel Westgevel Westgevel Westgevel
154693,94 154691,71
390872,87
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
--
390854,84 390849,28
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
06 07 08 09 10
Westgevel Westgevel Zuidgevel Oostgevel Oostgevel
154705,78 154709,10 154716,20 154718,96 154715,67
390843,04 390837,44 390837,20 390842,25 390847,89
0,00 0,00 0,00 0,00 0,00
1,50 1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50 7,50
------
11 12 13 14
Oostgevel Oostgevel Oostgevel Oostgevel
154712,04 154708,84 154705,11 154701,07
390854,10 390859,58 390865,98 390872,90
0,00 0,00 0,00 0,00
1,50 1,50 1,50 1,50
4,50 4,50 4,50 4,50
7,50 7,50 7,50 7,50
-----
Geomilieu V5.00
154695,30 154698,79 154702,08
390866,78 390860,71
Hoogte F
----—
----—
----
12-8-2019 10:48:19
Invoergegevens rekenmodel Model:: Groep::
Naam
Wegverkeerslawaai (hoofdgroep) Lijst van Toetspunten,
Toetspunten
voor rekenmethode Wegverkeerslawaai - RMW-2012
Gevel
01 02 03 04 05
Ja Ja Ja Ja Ja
06 07 08 09 10
Ja Ja Ja Ja Ja
11 12 13 14
Ja Ja Ja Ja
Geomilieu V5.00
12-8-2019 10:48:19
Wegverkeerslawaai
Kragten BV
12 aug 2019, 10:34 Wegen Toetspunten Bodemgebieden, Thema: Bodemfactor
391600
0.5
r
i 1
Gebouwen
0m
schaa = 1 : oOOO
391200
CffiHL
390800
154400 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1.0 - Wegverkeerslawaai], Geomilieu V5.00
Figuur 4: Grafische weergave rekenmodel Bodemgebieden
154800
Wegverkeerslawaai
Kragten BV
12 aug 2019, 10:34 Wegen Toetspunten Bodemgebieden Gebouwen
391000
schaal = 1 : 2000
390800
jrlt-
w. -ĩi-
390600
154600 Wegverkeerslawaai - RMW-2012, [versie 1.0 - Wegverkeerslawaai], Geomilieu V5.00
Figuur 5: Grafische weergave rekenmodel Gebouwen
154800
II. BIJLAGE Rekenresultaten
Rekenresultaten rekenmodel Rapport: Model: Groep: Groepsreductie
Prins Bernhardlaan Lden exclusief aftrek artikel 110g Wgh
Resultatentabel Wegverkeerslawaai LAeq totaalresultaten voor toetspunten Prins Bernhardlaan Nee
Naam Toetspunt
Omschrijving
Hoogte
Dag
Avond
Nacht
Lden
01 A 01" B 01" C 02" A 02" B