22003.0.1 - Sessieformulier Periodieke sessie leefomgeving
Tekst van het document
Sessieformulier
Openbare themasessie Periodieke sessie Leefomgeving Onderwerp: Themasessie: Sessieleider: Sessiegriffier: Portefeuillehouder: Behandelaar: Locatie: Bijzonderheden:
22003 – Periodieke sessie leefomgeving 7 februari 2022 Harry Smits Tom Bartels Rik Dijkhoff / Marc van Schuppen / Hans Ubachs Jolanda van den Berghe / Martijn Groenestein / Anne van de Ven kamer 2.44-2.45 Publiek kan de vergadering online volgen via best.notubiz.nl.
Programma
19:30 uur
Belangrijkste actualiteiten Majeure projecten domein leefomgeving DEEL 1 & DEEL 2 -
DEEL 1
Bijpraten over nieuwe gezamenlijke huisvesting m.b.t.: 1. Aanbesteding 2. Plan van Aanpak
Recentelijk is de aanbesteding afgerond. Er is een keuze gemaakt voor een bureau. U wordt tevens bijgepraat over het vervolgproces. De volgende onderwerpen komen aan bod: 1. Wat gaan we doen aan communicatie en participatie richting de inwoners van Best. 2. Link met Stedenbouwkundige visie wordt gelegd. 3. Stuk planning.
Belangrijkste actualiteiten Majeure projecten domein leefomgeving - Toelichting overige majeure projecten door portefeuillehouders - Gelegenheid tot stellen vragen raads- en burgerleden DEEL 2
Wat zijn de majeure projecten? - Omgevingsvisie / Omgevingswet - BP Buitengebied - Transformatie Stationsgebied - Regionale Energie Strategie (RES) - BP JP Coenstraat (Muziekschool) - GREX - Huisvesting gemeentehuis - Transitievisie Warmte - Woonvisie 2022
20:15 uur
Themasessie Motie Woonplicht Aanleiding: Motie woonplicht Doel: Duidelijk maken waar de gemeente invloed op heeft m.b.t. Woonplicht, en specifiek waar de raad invloed op heeft. Welke instrumenten zijn er voor het college en de raad. Wat kan de raad er concreet mee. Deel 1 informeren (+-20 min) Onderwerpen die naar voren komen in de presentatie zijn: - Huidige woningmarkt - Motie woonplicht - Huidig beleid, ontwikkelingen regionaal en landelijk - Wat zijn de knoppen/beïnvloedingsruimte van de raad, waar heeft de raad behoefte aan? - Wat zijn de knoppen waar ambtelijk aan gedraaid kan worden en waar hebben we behoefte aan? Deel 2 Gesprek (+-25 min) - Hoe kunnen we gezamenlijk ons doel bereiken? Wat heeft de raad nodig van het college / ambtelijke organisatie om in de kaderstellende rol te voorzien en effectief te sturen op het gebied van wonen? Om u gedegen te kunnen voorbereiden en een goede discussie te kunnen voeren, wordt de presentatie uiterlijk 10 dagen van te voren verstrekt.
21:00 uur
Evaluatie opzet Periodieke sessie leefomgeving (PSL) voor nieuwe raad: Onderlinge discussie/evaluatie over: - Wat gaat er goed? - Wat gaat er minder goed? - Wat wilt u eventueel meegeven aan de nieuwe raad?
Resultaat/conclusie Alle fracties zijn vertegenwoordigd tijdens deze raadsavond. Actualiteiten majeure dossiers domein leefomgeving Deel 1: Portefeuillehouder Ubachs licht het onderwerp kort toe waarna vervolgens de ambtelijke ondersteuning een presentatie verzorgd over het onderwerp. In de presentatie wordt toegelicht waar we op dit moment staan m.b.t. het “Samen gaan”. Portefeuillehouder Ubachs licht kort toe dat de Kaderstelling stedenbouwkundige visie in juli naar de raad komt. In Q2 2024 komt vervolgens het voorstel van het gemeentehuis. In de presentatie wordt o.a. uitleg gegeven over de verschillende vormen van eigendom en beheer van het
2
nieuwe gemeentehuis. Houden we het in eigen beheer, of bijvoorbeeld via een VvE constructie? Ook de bouworganisatievorm wordt besproken. De heer Verheijen vraagt of er bewust enkele scenario’s van design-and-construct niet zijn meegenomen. Dit is niet het geval omdat in de presentatie op dit moment enkele hoofdvormen zijn gepresenteerd. Met betrekking tot het programma van eisen is aangepast dat het flex-percentage van de werkplekken terug kan van 70% naar 60%. Het voorlopig ontwerp en berekening van de kosten is het moment wanneer er om een GO wordt gevraagd aan de raad. De heer Verheijen vraagt tot welk moment het project nog niet locatie specifiek is. Welke datum is dat? De portefeuillehouder stelt dat dat op dit moment nog niet bekend is maar dat dit punt wel zo dicht mogelijk in de toekomst moet liggen. Met betrekking tot de communicatie en participatie licht de ambtelijke organisatie toe hoe inwoners en andere betrokkenen worden bijgepraat. Hierbij wordt o.a. van PleinBest en Groeiend Best gebruik gemaakt. Ook zijn inmiddels brieven verspreid in 2021. De heer Kennis vraagt na wie nu eigenlijk de eigenaar is van het proces, en wie borgt dat wat naar buiten gaat ook op de juiste plaats terecht komt. De portefeuillehouder licht toe dat dit de stuurgroep is.
In deze stuurgroep zitten de burgemeester, wethouder van Schuppen, gemeentesecretaris en afdelingshoofd R&O, aangevuld met een vertegenwoordiging vanuit de LEV-groep. De heer Vrijburg heeft nog een vraag m.b.t. het aanjaagteam. Waar komt het enthousiasme vandaan om de groepen samen te brengen. De ambtelijke ondersteuning licht toe dat dit nu al plaats moet vinden omdat het niet voldoende is om beide organisaties in één gebouw te zetten. Deel 2: Portefeuillehouder Dijkhoff licht toe dat de voorbereidingen op de RES 2.0 in gang zijn gezet. Hierin moet de gemeente meer alleen doen t.o.v. de RES 1.0. De agenda wat we precies gaan doen op dit gebied wordt later dit jaar met de raad gedeeld. Met betrekking tot de TVW wordt binnenkort informatie verstrekt aan inwoners wat er tot 2030 in hun wijken moet gebeuren. De heer Verheijen vraagt om verduidelijking over de brief die verstuurd wordt. Eerst wordt een brief naar de inwoners verstuurd. Daarna wordt een integraal plan gemaakt, waarvoor we terugkomen bij de raad. N.a.v. de vraag van de heer Vrijburg wordt gesteld dat de doorlooptijd voor dit proces is dat het integrale plan voor de zomer van 2022 naar de raad komt. Portefeuillehouder van Schuppen heeft als mededeling dat de Omgevingswet is uitgesteld tot 1 oktober 2021 of 1 januari 2022.
De heer Vrijburg vraagt of dit uitstel gewenst is voor de gemeente of dat het eigenlijk niet veel uitmaakt. De portefeuillehouder ligt toe dat het kostenaspect hierdoor wel hoger wordt en het ook niet prettig is. Hierover is een signaal gestuurd richting de minister via de VNG. De heer Vader vraagt of de gemeente ook last heeft van het DSO (waar in de Omgevingswet vooral de problemen zaten). De portefeuillehouder licht toe dat vanuit de gemeente hier het probleem niet zit. Wel de inzichtelijkheid voor andere partijen die de gegevens ook moeten inzien. Het zit vooral in degenen die de digitale voorziening moeten realiseren.
3
Themasessie Motie Woonplicht De portefeuillehouder licht het onderwerp kort toe. Vervolgens verzorgd de ambtelijke organisatie een presentatie over het onderwerp. De heer Vader vraagt hoe de scherpe daling in de mutatiegraad van corporatiehuur kan ontstaan. Waar dit precies door komt is niet duidelijk. De ambtelijke organisatie interpreteert het als het aantal mensen wat jaarlijks van huurwoning wisselt. Dit percentage is scherp dalend. Dit wordt ook bevestigd door het STEC onderzoek dat er eigenlijk meer sociale huurwoningen bij moeten komen. de heer Verheijen vraagt naar de sancties bij de zelfbewoningsplicht. Een boete van 5.000 euro werkt niet als er een ton overboden wordt. Ambtelijk wordt geantwoord dat het inderdaad om substantiëlere bedragen gaat en vooralsnog ook alleen over nieuwbouwwoningen. Inmiddels is de wet aangepast m.b.t. het opkoopverbod. Dit is een nieuw instrument. De heer Vader vraagt verduidelijking over de doelgroepenverordening. Gaan percentages alleen over het aanbod of ook over de vraag? De ambtelijke ondersteuning stelt dat dit enkel over percentages in aanbod kan. De wethouder voegt toe dat vervolgens niet kan worden nagegaan of iemand met het inkomen die voor sociaal in aanmerking komt ook daadwerkelijk in de woningen komt. Hiervoor hebben we een ander instrument nodig.
De heer Snellen stelt dat er ook extra normen mogen worden gesteld behalve de dabnorm, zoals eigen vermogen. De ambtelijke ondersteuning licht toe dat hiervoor een ander instrument beschikbaar is, de huisvestingsverordening. De heer Vermeulen vraagt na hoe het zit met scheidingen binnen het gezin. Ambtelijk wordt toegelicht dat er een hardheidsclausule is en dat je altijd kan beoordelen dat er geen boete noodzakelijk is. De heer van Kuik vraagt of omzettingsvergunningen ook mogelijk zijn in het buitengebied. Ambtelijk wordt toegelicht dat het beleid is dat in het buitengebied de woningen in principe niet mogen toenemen. Hierin zijn we ook beperkt door provinciaal beleid. De heer Vrijburg stelt dat gemeenten niet dezelfde opties hebben als woningbouwcorporaties om bepaalde doelgroepen te huisvesten. Is er de mogelijkheid als gemeente om wel specifiek voor je eigen bewoners te bouwen? Bijvoorbeeld de mogelijkheid om jongeren te helpen door zelf die handschoen op te pakken als gemeente. De portefeuillehouder licht toe dat de gemeente hier serieus over nadenkt, maar dat dit wel in SGE verband wordt opgepakt. De heer Vrijburg vraagt vervolgens of Best hier ook een eigen koers in kan vragen. Wethouder van Schuppen licht toe dat dit in principe mogelijk is.
Discussie: De heer Verheijen wijst erop dat het mogelijke oplossingen zijn om nader te kijken naar woningsplitsingen of inwoningsregelingen voor bijvoorbeeld jongeren. Naar zijn mening zijn er momenteel allerlei maatregelen die alleen maar tot prijsopdrijving leiden zoals de jubelton. Soortgelijke regelingen als woningsplitsingen of inwoningsregelingen zouden de prioriteit moeten hebben.
4
De heer Vrijburg voegt hier aan toe dat we wel iets moeten doen, want ook koopwoningen die vervolgens worden verhuurd, worden verhuurd voor dermate hoge bedragen dat het voor jongeren bijvoorbeeld alsnog te duur is. Doelgroepenmaatregelen zouden hier ook een uitkomst kunnen bieden. Of eventueel echt actief als gemeente grond opkopen. De heer van Kuik stelt dat het vooral de noodzaak is om woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Op welke manier dan ook. Financieel stimuleren heeft geen zin, het gaat om instrumentele maatregelen aldus de heer Verheijen. De heer van den Boogaard vraagt, als we nu bijvoorbeeld aangeven dat het doelgroepenbeleid belangrijk is als oplossing, we dit ook terugzien als later dit jaar de Woonvisie behandeld wordt. Suggestie van de heer Verheijen is dat de raad verplicht stelt dat sociale huurwoningen bijvoorbeeld niet slechts tien jaar maar vijfentwintig jaar in bezit van woningbouwcorporaties gehouden moeten worden, en wat het effect hierin is bij anterieure overeenkomsten. Gaat dit plannen tegenwerken of juist niet. De heer Vrijburg vraagt wat de meest effectieve maatregel is om zo snel mogelijk zo veel mogelijk woningen te bouwen op dit moment. De portefeuillehouder antwoord hierop dat dat op dit moment vooral is door te kijken en prioriteren in plannen die de gemeente in de plancapaciteit heeft waar het meeste aantal woningen mee is gemoeid.
De heer van den Boogaard vraagt hoe het zit met de thuiswonende jongeren boven de 21 die inmiddels zelf verdienen waardoor eventuele uitkeringen van de ouders in het gedrang komen. De portefeuillehouder geeft aan dat hier geen urgentieaanvraag in zit helaas. Toezegging wethouder van Schuppen: De wethouder zegt toe een versimpelde versie van het vanavond gepresenteerde gemeentelijke instrumentarium op de lokale woningmarkt te maken. Deze wordt vervolgens gepresenteerd aan de klankbordgroep van het project Wilhelminadorp/Kantonnier om te inventariseren wat volgens de inwoners de hoogste prioriteit heeft. Geconcludeerd wordt dat de mogelijke instrumenten worden meegenomen in het proces tot het komen van het nieuwe bestuursakkoord. Naschrift griffie: Uit de Memorie van Toelichting - Wijziging van de Huisvestingswet 2014 (waarschijnlijk in 2022 van kracht): 3.1.3 Toewijzen van sociale koopwoningen Als gevolg van het grote woningtekort en de schaarste aan woningen in den brede, hebben veel doelgroepen, zoals starters en mensen met een middeninkomen, behoefte aan een betaalbare (nieuwbouw) koopwoning. Deze schaarste leidt tot een verdelingsvraagstuk wat op de vrije koopwoningmarkt wordt beslecht door een biedprocedure waarbij de hoogste bieder wint en aspirant-kopers met een midden- of meer bescheiden inkomen buiten de boot vallen.
Vooral mensen met een lager inkomen, zoals starters of eenverdieners in loondienst hebben het daardoor moeilijk op de koopwoningmarkt. Hoewel gemeenten
5
reeds de mogelijkheid hebben om via een doelgroepenverordening te regelen dat woningen in de categorie sociale koop worden gebouwd (op grond van de Wet ruimtelijke ordening), kunnen zij niet regelen dat deze woningen ook daadwerkelijk bewoond gaan worden door mensen die tot de doelgroep behoren en daardoor in aanmerking komen voor een huisvestingsvergunning (op grond van de Huisvestingswet 20145). In de vorige Huisvestingswet was dit nog wel mogelijk. Deze situatie is onwenselijk, ook vanuit het perspectief van de betaalbaarheid en beschikbaarheid van het wonen voor mensen met een laag en middeninkomen. Het wetsvoorstel regelt daarom dat de gemeente sociale koopwoningen, die in het bestemmings- of omgevingsplan ook al zodanig als woningcategorie gebouwd zijn, toe kan gaan wijzen aan de doelgroep. Voor een goede uitvoering is het van belang dat het wetsvoorstel duidelijkheid verschaft over wat onder sociale koop wordt verstaan. In dit kader is ervoor gekozen om sociale koop te definiëren als een koopwoning met een sociaal karakter, wat inhoudt dat deze voldoet aan een aantal voorwaarden, te weten (I) dat de woning niet meer kost dan de geldende NHG-grens van het betreffende kalenderjaar (€325.000 op 1 januari 2021, red.) en (b) dat de woning kan worden bewoond door mensen met een aantoonbare behoefte aan betaalbare koopwoning.
Om binnen deze en de bredere kaders van de Huisvestingswet 2014 lokaal maatwerk toe te staan, krijgen gemeenten de ruimte om nadere voorwaarden te stellen aan de doelgroep die in aanmerking komt om in een sociale koopwoning te wonen. Evaluatie opzet PSL voor nieuwe raad In deze sessie wordt een vragenronde langs alle aanwezige fracties gemaakt, met hun open of aanmerkingen over de opzet van de Periodieke Sessie Leefomgeving. De heer Verheijen geeft mee dat het noodzaak is informatie bij elkaar te houden. Hoe kunnen we informatie uit verschillende sessies makkelijker bij elkaar houden? De heer van den Boogaard is heel tevreden, zeker ook over deze sessie. Aandachtspunt is inderdaad dat vragen in een sessie worden beantwoord waar een ander raadslid niet bij is geweest en die vervolgens in een andere sessie exact dezelfde vraag stelt. De heren van Kuik, Vrijburg, Vermeulen en Vader sluiten zich hier bij aan. De heer Vader voegt hier nog aan toe dat wat hem betreft deze periodieke sessies vaker mogen plaatsvinden. Mevrouw van Zandwijk is enthousiast over de sessies tot dusver. Vooral zo doorgaan. Vanuit portefeuillehouder en ambtelijke organisatie bevalt de huidige verbeterde structuur ook.
6