CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21078.4 - Toelichting en regels bestemmingsplan 'Hulst ongenummerd'

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21078 - Vaststelling bestemmingsplan 'Hulst ongenummerd'33.536 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Hulst ongenummerd BESTEMMINGSPLAN

ADVISEURS VOŨR LEEFRUIMTE

- #

Archiefexemplaar van BL21-15533

- 20200808 ontwerpbestemmingsplan Hulst ongenummerd regels en toelichting

Hulst ongenummerd

Best

bestemmingsplan

identificatie

planstatus

identificatiecode:

datum:

status:

NL.IMRO.0753.bpHulstongenummerd-ON01

09-07-2020 11-08-2021

concept ontwerp vastgesteld

projectnummer:

44002893.20200808 opdrachtleider:

ing. R.B.P. Verkooijen auteur:

ing. H.A.Q. Maas

aangesloten bij:

W liltót'

Torenallee 20 Gebouw SFJ (Videolab) 5617 BC Eindhoven T: 040-4022734 E-mail: info@rho.nl

Rho ADVISEURS VOOR LEEFRUIMTE

© Rho Adviseurs bv

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

44002893.20200808

blz 3

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

Inleiding

7

1.1

Aanleiding en doel

7

1.2

Ligging plangebied

7

1.3

Geldend bestemmingsplan

8

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Planvoornemen

11

2.1

Huidige situatie

11

2.2

Toekomstige situatie

13

Hoofdstuk 3

Beleidskader

15

3.1

Inleiding

15

3.2

Rijksbeleid

15

3.3

Provinciaal beleid

17

3.4

Gemeentelijk beleid

20

Hoofdstuk 4

Milieu- en omgevingsaspecten

23

4.1

Inleiding

23

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

23

4.3

Verkeer en parkeren

24

4.4

Milieuhinder

25

4.5

Archeologie en cultuurhistorie

26

4.6

Geluid

28

4.7

Externe veiligheid

30

4.8

Luchtkwaliteit

34

4.9

Kabels en leidingen

35

4.10

Bodem

36

4.11

Water

36

4.12

Ecologie

42

4.13

Duurzaamheid

46

Hoofdstuk 5

Juridische planbeschrijving

49

5.1

Inleiding

49

5.2

Wettelijke eisen

49

5.3

Opzet van de bestemmingsregeling

49

5.4

Toelichting op de gehanteerde bestemmingen

51

5.5

Toelichting op de algemene regels

51

5.6

Toelichting op de overgangs- en slotregels

52

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 4

44002893.20200808

Hoofdstuk 6

Uitvoerbaarheid

53

6.1

Economische uitvoerbaarheid

53

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53

Bijlagen toelichting Bijlage 1

Inrichtingstekening toekomstige situatie

Bijlage 2

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Bijlage 3

Quickscan flora en fauna

Bijlage 4

Vooroverleg Waterschap De Dommel

Bijlage 5

Vooroverleg Provincie Noord-Brabant

Regels Hoofdstuk 1

Inleidende regels

69

Artikel 1

Begrippen

69

Artikel 2

Wijze van meten

73

Hoofdstuk 2

Bestemmingsregels

75

Artikel 3

Wonen

75

Artikel 4

Waarde - Archeologie 3

78

Hoofdstuk 3

Algemene regels

81

Artikel 5 Artikel 6

Anti-dubbeltelregel

81

Algemene bouwregels

82

Artikel 7

Algemene gebruiksregels

83

Artikel 8

Algemene afwijkingsregels

84

Artikel 9

Algemene wijzigingsregels

85

Artikel 10

Overige regels

86

Hoofdstuk 4

Overgangs- en slotregels

87

Artikel 11

Overgangsrecht Slotregel

87

Artikel 12

Rho Adviseurs B.V.

88

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Toelichting ADVISEURS VOOR LEEFRUIMTE

44002893.20200808

Hoofdstuk 1

1.1

blz 7

Inleiding

Aanleiding en doel

De eigenaar van het perceel aan Hulst 2 te Best (kadastraal bekend als gemeente Best, sectie H, perceelnummer 2016) is van plan om het perceel op te splitsen zodat op het betreffende perceel twee woningen zijn toegestaan. Het perceel heeft volgens het geldende bestemmingsplan 'Salderes 2010' (onherroepelijk vastgesteld op 12 juli 2010) de bestemming 'Wonen'. Het initiatief is in strijd met het geldende bestemmingsplan aangezien ter plaatse van het beoogde bouwproject geen bouwvlak is opgenomen. Door middel van een nieuw bestemmingsplan kan de beoogde ontwikkeling juridisch-planologisch mogelijk worden gemaakt.

1.2

Ligging plangebied

Het plangebied op de hoek van de Hulst - Salderes bevindt zich in de woonwijk Salderes, ten noorden van de dorpskern Best. De wijk wordt in het westen begrensd door de spoorlijn Eindhoven 's-Hertogenbosch en Eindhoven - Tilburg en in het oosten door de Rijksweg A2. Ten noorden ligt de wijk Verrenbest. De directe omgeving van het plangebied wordt voornamelijk gekenmerkt door een woonfunctie. De ligging is weergegeven in de figuren 1.1 t/m 1.3.

Figuur 1.1

Ligging plangebied op luchtfoto (Bron: Google Maps)

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 8

44002893.20200808

WFgĘSăffi

JÍV

*Vŗ ţ' 'ĩŞ .XtL

*tí.

Lrf-n BCif

.a whhii ^ .

ám-

ST if

v‘H

r~r

vi to' īVĩfcmit'

Figuur 1.2

U/nnřl^.navé.'í: Ligging plangebied op topografische kaart (Bron: Rijksoverheid)

Figuur 1.3

Ligging plangebied op kadastrale kaart (Bron: Kadaster)

1.3

Geldend bestemmingsplan

1.3.1 Toets geldend plan en strijdigheid Voor het plangebied is het bestemmingsplan 'Salderes 2010' (onherroepelijk vastgesteld op 12 juli 2010) van toepassing. De verbeelding hiervan is weergegeven in figuur 1.4. Het plangebied is in het geldend bestemmingsplan bestemd als 'Wonen'. De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen in een woning en in samenhang daarmee aan-huis-verbonden beroepen en bedrijven; b. bij deze bestemming behorende voorzieningen zoals wegen, paden, parkeervoorzieningen, groen, speelvoorzieningen, water, tuinen en erven.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

44002893.20200808

blz 9

k * f f * 4-

4+4

4 4 4 4 \4

4 4 + 44 4 4 4 4 4 4İ4 4 4 4 4

4.

4 4 4 4

4 4 4 4 4 4 4

4 4 4 +W

4 4 4 4 4 4 4

4 4 4 4

4 4 4 4 4 4 4 4\4 4 4 4 +1

4

4 4 4

44-444 4\4 4 + 444

4 4 4 4

4 4 4

4 + 4

4

4+44

4 4 4 4 4

44 4 4 4 4 4 4 t 4 VI 4 4 4 4 4 4 4 4, 4 4,4 4 4' t* 4 4 t 4 4 4 4 4S 4 4 4\4 4 4 4 4.^4 4 4 4 4

4 + 44 'îT 4 4 4y* 4

4

4 -4^4 4 4X4^4 4 4

4

4

4 4 4

4

4 4 4

4

4 4 4 4

4

4 4 4 4 4 4 4

4 4 4 + 4 4 4

4 4 4 41

4 4 4 4 4

4 4

4444 + 4 + 44

.44 + 4 4 4 4

4 4

44444 + 444 4 + 4

4 + 4 4 4 4 4

4 4 4 4 4

4 4 4 4 4

44 4/44444444

4 4

4 4 4 4 4' 4 4 4 4 4 44 4 4 1

4 4

4

«K 4 4 4 4 4**V

4 4

4 + 4*4444 + 4 '4-4^4 4» 4 4 4 4 4 W 4 4444444 4”

4 4

4

4

4

4 4 4'

4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4 4 4'

4 4 4 + 4 4

~4 '4 -4

44444 + 44444444444444444 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 4 + 4 4

4*4 4^*. 1.4

4 + 44

44^4 4 4 4 4

4^4 4 4 4 4„4"4 4 + 4 4'

r rs

Figuur 1.4 Bestemmingsplan 'Salderes 2010' met aanduiding plangebied (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Naast de enkelbestemming 'Wonen' geldt tevens de aanduiding 'bijgebouwen' voor een klein gedeelte van het plangebied. De aanduiding is in figuur 1.5 weergegeven.

\\

*** Figuur 1.5

Aanduiding 'bijgebouwen' (Bron: Ruimtelijkeplannen)

Het initiatief om op deze locatie een nieuwe woning te realiseren is in strijd met het geldende bestemmingsplan aangezien ter plaatse geen bouwvlak is opgenomen. Daarnaast wordt in artikel 14.2.1 onder c beschreven dat per bouwperceel ten hoogste één woning met aan- en uitbouwen en bijgebouwen is toegestaan.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 10

44002893.20200808

1.3.2 Paraplubestemmingsplan Parkeernormen en archeologie De gemeente Best heeft via het paraplubestemmingsplan Parkeernormen en archeologie de gemeentelijke Nota Parkeernormen 2015, zoals deze is vastgesteld op 3 november 2014 (en gewijzigd vastgesteld op 18 mei 2015 en 30 november 2015), een juridisch-planologische status gegeven. Hierdoor ontstaat een grotere rechtsgelijkheid en rechtszekerheid en kan een eenduidige regeling voor haar grondgebied worden vastgelegd. In de loop van de tijd zal de Nota Parkeernormen 2015 bij de komende actualisaties, door middel van een verwijzing naar de Nota Parkeernormen 2015 van de onderliggende bestemmingsplannen worden meegenomen, waardoor de werking van dit plan uiteindelijk vervalt. Ten slotte ziet dit bestemmingsplan op de juridisch-planologische vertaling van de geactualiseerde archeologische beleidskaart. Parkeren Voldoende parkeervoorzieningen is een belangrijke voorwaarde voor bijna elke ruimtelijke ontwikkeling. De gemeente Best wenst over de mogelijkheid tot het stellen van eisen aan het parkeren te beschikken. Dit betekent dat de parkeernormen in de planregels van bestemmingsplannen opgenomen moeten worden. Hierdoor is besloten om de parkeernormen door middel van het paraplubestemmingsplan vast te leggen. Daarnaast zijn sinds 29 november 2014 de stedenbouwkundige voorschriften uit de bouwverordening komen te vervallen.

Alle stedenbouwkundige bepalingen uit de bouwverordening moeten sindsdien worden opgenomen in bestemmingsplannen. Een van de consequenties van het vervallen van de stedenbouwkundige voorschriften is dat vanaf dat moment bij het verlenen van een omgevingsvergunning niet meer op basis van de bouwverordening kan worden getoetst aan gemeentelijke parkeernormen. Daarnaast ligt de reden om te kiezen voor het parapluplan in de hierin opgenomen uniforme toerekening van parkeerplaatsen. Voorheen werd in het kader van toepassing van artikel 2.5.30 VNG modelbouwverordening uitgegaan van op de CROW gebaseerde parkeernormen. De CROW geeft evenwel bandbreedtes aan, waar tot op heden op verschillende wijze toepassing aan werd gegeven. In het paraplubestemmingsplan wordt gekozen voor een eenduidige regeling, die strekt tot een grotere rechtsgelijkheid en rechtszekerheid. Archeologie In 2011 is de gemeentelijke archeologiekaart met bijbehorend rapport en bijlagen vastgesteld door de gemeenteraad. Deze kaart vormt samen met het archeologisch beleidsplan de grondslag voor het gemeentelijk archeologiebeleid. De archeologiekaart uit 2011 is onlangs geactualiseerd, waarbij nieuwe archeologische vindplaatsen, uitgevoerde archeologische onderzoeken en bodemverstorende werkzaamheden (nieuwbouw, ontgrondingen e.d.) zijn geraadpleegd, geanalyseerd en verwerkt.

Doel van de actualisatie is om zoveel mogelijk onnodig archeologisch onderzoek in de toekomst te voorkomen. De inventarisatie heeft geleid tot een nieuwe archeologische beleidskaart, die zijn vertaling krijgt in voorliggend bestemmingsplan.

1.4

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een beschrijving van de huidige situatie in en rond het plangebied en geeft inzicht in de beoogde ontwikkeling. In hoofdstuk 3 wordt de beoogde ontwikkeling getoetst aan de beleidskaders van het Rijk, de provincie Noord-Brabant en de gemeente Best. Hoofdstuk 4 omvat de toets aan de sectorale milieu- en omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 komt de juridische planbeschrijving aan de orde. In hoofdstuk 6 wordt nader ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan en de procedure.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

44002893.20200808

Hoofdstuk 2

2.1

blz 11

Planvoornemen

Huidige situatie

Het plangebied op de hoek van de Hulst en de Salderes ligt in de wijk Salderes te Best en kent een grote diversiteit aan woningtypologieën. De wijk kent een groen karakter en er zijn diverse speel- en recreatiemogelijkheden aanwezig. Het plangebied bestaat uit een hoek waar de wijk Salderes aansluit op een gedeeltelijk historisch lint, de Oranjestraat, richting het centrum van Best. Voordat de wijk Salderes was ontwikkeld, was de hoek Oranjestraat - Ceder een tweesprong. Enerzijds de Oranjestraat, de oorspronkelijke weg vanuit het centrum van Best naar de Boschdijk (Eindhoven - 's-Hertogenbosch) en de Hokkelstraat die verderop over het spoor overgaat in de Mosselaarweg richting Oirschot. Bij realisatie van Salderes werd de Hokkelstraat opgeknipt in Ceder, Hulst en Hokkelstraat (gedeelte na de Ringweg). De Hulst is dus een weg die van oudsher een verbinding heeft met het buitengebied van Best, de natuurgebieden de Mortelen en de Scheeken. Aan deze voormalige Hokkelstraat zijn nog een aantal typische Brabantse langgevelboerderijen te vinden. In de Salderes, een nieuwe wijk uit de jaren '80 zijn met name grootschalige woningbouw, rijwoningen en twee-onder-een-kapwoningen gerealiseerd waar de standaard over het algemeen twee bouwlagen met een kap is. In figuur 2.1 is de exacte begrenzing van het plangebied weergegeven.

Het gebied kent een oppervlakte van 893 m2 en bestaat momenteel uit een groen opgezette tuin direct naast de bestaande woning aan Hulst 2. Het gebied is volledig onverhard. Een aantal afbeeldingen van de huidige situatie van het plangebied en de directe omgeving zijn weergegeven in de figuren 2.2 t/m 2.4.

Figuur 2.1

Luchtfoto met aanduiding plangebied (Bron: Google Maps)

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 12

44002893.20200808

í ŝl

't? ‘ Ž3Îr** 'ajĶ

įtsVs,

v

vf. *iriae V-5 *-

‘V

HR MÉ

Figuur 2.2

Foto plangebied vanaf westzijde Salderes (Bron: Google Maps)

Mţg ïiìïïujŠHţ!

..

jHEp

teSps!

-

- ' Vv-O .i-.--■ ăŕ-

Figuur 2.3 Foto bestaande woning met naastgelegen plangebied, gezien vanaf Hulst (Bron: Google Maps)

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

44002893.20200808

blz 13

‘ŕľäįsüŵr 'hr -X - ‘V

Figuur 2.4

2.2

Foto plangebied vanaf oostzijde Salderes (Bron: Google Maps)

Toekomstige situatie

De eigenaar van het perceel aan Hulst 2 te Best is van plan om zijn perceel op te splitsen zodat ter plaatse twee woningen zijn toegestaan. Er zal een nieuwe vrijstaande woning gerealiseerd worden op de zuidzijde van het perceel, naast de bestaande woningen aan Hulst 2 en Oranjestraat 55A. Figuur 2.5 toont een inrichtingstekening van de toekomstige situatie. Deze is eveneens opgenomen in bijlage 1 van voorliggend bestemmingsplan.

aerastfi**1

Figuur 2.5

Inrichtingstekening toekomstige situatie (Bron: NBArchitecten)

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 14

44002893.20200808

Er zal een vrijstaande woning worden gerealiseerd met een goothoogte van maximaal 4 meter en een bouwhoogte van 11 meter. De bouwmassa bedraagt 10 x 15 meter en de kopzijde met inrit bevindt zich aan de zijde van de Hulst. De diepte van de voortuin tot de straten Hulst en Salderes bedraagt ten minste 4 meter. Er zal een hellend dak van 40 tot 60 graden worden gerealiseerd. Positie en bouwmassa De bouwmassa vindt enerzijds aansluiting met het historische lint, de typologie van de boederij en de massa die terug te vinden in de bebouwing aan de Salderes. De gemiddelde goothoogte is hier 5 meter met een nok van circa 10 meter. De woning is met name georiënteerd op de hoek. Het heeft de voorkeur dat de woning ook goed zichtbaar is vanaf de hoek Hulst - Salderes en dat ook aan de Salderes aandacht wordt geschonken aan het gevelbeeld. Hierbij dient rekening gehouden met de erfafscheiding aan de Salderes waarbij het zicht op de hoofdmassa van de woning zoveel mogelijk gehandhaafd blijft en niet aan het zicht onttrokken wordt door een erfafscheiding. De erfafscheiding dient van natuurlijk groen te zijn met een voorkeur van een beukenhaag. De ontsluiting van het kavel is aan de Hulst.

Materialisering: » Gevels : metselwerk (natuurlijke tinten); gevelbekleding (natuurlijke materialen, hout) » Gevelplint: afwijkende kleur (genuanceerde grijstinten) » Kozijnen, ramen, deuren: hout of houtgelijkend (wit of antraciet); ramen in de kleur van het kozijn; deuren.( warm grijs); » Dakgoot: bij overstek een getimmerde goot; of muurgoot » Overstekken: getimmerde overstek in overeenstemming met goten of doorstekende kopgevel met verholen goot » Hellend dak : vlakke dakpannen (antraciet); zonnepanelen (all black) uitvoeren als indaksysteem of zink » Daktrimmen in kleur of zink Niet toegestaan zijn: » Luiken » Kunststofgevelbekledingen, gootbetimmering of beplatingen

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp 7

44002893.20200808

Hoofdstuk 3

3.1

blz 15

Beleidskader

Inleiding

Door de verschillende overheden is beleid geformuleerd ten aanzien van ruimtelijke ontwikkelingen. Paragraaf 3.2 behandelt het rijksbeleid. Het provinciaal beleid is opgenomen in paragraaf 3.3. Het relevante regionale beleid is opgenomen in paragraaf 3.4. Tot slot wordt in paragraaf 3.5 de beoogde ontwikkeling getoetst aan het gemeentelijk beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (2020) De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050? Als we alle wensen naast elkaar leggen, ontstaat het volgende beeld. We willen een land: » dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; » met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; » waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; » met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; » waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

» dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; » waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; » dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit noemen we 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem-verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 16

44002893.20200808

in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: » Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. » Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. » Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: » Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit » Ruimte voor overgang naar een circulaire economie » Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden » Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Wonen is voor dit project het meest relevant. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de ruimtelijke ordening. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied, zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige, gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer, veilige fiets- en wandelpaden, meer groen, ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad, en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad.

Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod, maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing Het mogelijk maken van de beoogde ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied van Best past binnen de belangen van de Nationale Omgevingsvisie. 3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Barro is de juridische vertaling van het beleid dat geschetst is in het SVIR. Dit beleidsdocument bevat regels die doorwerken naar lagere overheden. Dit betekent dat de regels uit het Barro ook geïmplementeerd moeten worden in provinciale en gemeentelijke ruimtelijke plannen. Evenals de SVIR wordt het Barro gekenmerkt door een hoog abstractie- en schaalniveau. Het Barro bevat regels voor bijvoorbeeld de mainportontwikkeling van Rotterdam, het kustfundament en defensie. Toetsing Op het plangebied zijn geen voorwaarden van toepassing op basis van het Barro. 3.2.3 Ladder voor duurzame verstedelijking (art. 3.1.6 lid 2 Bro) Zorgvuldig ruimtegebruik is het uitgangspunt van de (rijks)overheid. Om dit principe beter te borgen is in 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6). Hieruit volgt dat alle ruimtelijke besluiten die een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maken, aandacht moeten besteden aan de ladder voor duurzame verstedelijking.

De grens van een stedelijke van een stedelijke ontwikkeling ligt bij woningen op basis van jurisprudentie op circa 11-14 woningen. De ladder voor duurzame verstedelijking bestaat uit twee stappen: de eerste stap bestaat uit het aantonen van de behoefte voor de beoogde ontwikkeling. Voor de tweede stap wordt er in beginsel vanuit gegaan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling in bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. Indien de nieuwe stedelijke ontwikkeling voorzien wordt buiten het bestaand stedelijk gebied, dient dit nadrukkelijk gemotiveerd te worden in de toelichting van het bestemmingsplan.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

44002893.20200808

blz 17

Toetsing De toevoeging van één nieuwe woning binnen bestaand stedelijk gebied, is geen stedelijke ontwikkeling (uitspraak Raad van State van 16 september 2015, zaaknummer 201501297). Derhalve is toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk. 3.2.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het Rijksbeleid.

3.3

Provinciaal beleid

3.3.1 Omgevingsvisie Noord-Brabant In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050. Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend, verbonden, klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zin vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: » Werken aan de Brabantse energietransitie » Werken aan een klimaatproof Brabant » Werken aan de slimme netwerkstad » Werken aan een concurrerende, duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen, werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Toetsing Stedelijke ontwikkelingen dienen in principe plaats te vinden binnen 'bestaand stedelijk gebied'. Herbestemmen wordt gezien als het nieuwe bouwen: als gevolg van economische, technologische en maatschappelijke ontwikkelingen staan de steden en dorpen van Brabant steeds vaker voor (omvangrijke) herbestemmings- en transformatieopgaven in hun bebouwde gebied.

Hier liggen namelijk de kansen om de forse woningbouwopgave van circa 120.000 woningen in de komende tien jaar te realiseren. De beoogde ontwikkeling draagt hieraan bij. 3.3.2 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant Op 1 januari 2022 treedt naar verwachting de Omgevingswet in werking. Vanwege de Omgevingswet moet de provincie haar regelsysteem aanpassen. Straks heeft de provincie nog maar één verordening waarin alle regels zijn opgenomen over de fysieke leefomgeving. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is een eerste stap op weg naar de definitieve omgevingsverordening. De Interim omgevingsverordening Noord-Brabant is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de Omgevingsvisie Nood-Brabant. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd. In hoofdstuk 3 van de omgevingsverordening zijn zogenaamde instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun bestemmingsplannen. Vooruitlopend op de Omgevingswet richten de instructieregels zich op een evenwichtige toedeling van functies (in plaats van het bestemmen van ontwikkelingen). Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd.

Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit, inclusief een veilige en gezonde leefomgeving (in plaats van een goede ruimtelijke kwaliteit). Tevens zijn een aantal algemene basisprincipes opgenomen.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 18

44002893.20200808

Het volgende artikel is relevant voor de beoogde ontwikkeling. Artikel 3.42 duurzame stedelijke ontwikkeling Lid 1 Een bestemmingsplan dat voorziet in de ontwikkeling van een locatie voor wonen, werken of voorzieningen ligt binnen 'stedelijk gebied' en bevat een onderbouwing dat: a. de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken, bedoeld in afdeling 5.4 Regionaal samenwerken; b. het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. Lid 2 Een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen, werken of voorzieningen: a. bevordert een goede omgevingskwaliteit met een veilige en gezonde leefomgeving; b. bevordert zorgvuldig ruimtegebruik, waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden; c. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie; d. houdt rekening met klimaatverandering, waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water; e. geeft optimaal invulling aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit; f. draagt bij aan een duurzame, concurrerende economie. Toetsing Het 'stedelijk gebied' zoals gehanteerd door de provincie bestaat uit het 'stedelijk concentratiegebied' en de 'kernen in landelijk gebied'. Het plangebied ligt binnen de aanduiding 'stedelijk concentratiegebied' zoals gehanteerd binnen de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant en weergegeven in figuur 3.1.

Binnen deze gebieden kan worden voorzien in de ruimte voor wonen, werken en andere voorzieningen om zo de verstedelijking zo veel mogelijk te bundelen. Binnen het stedelijk gebied liggen verschillende mogelijkheden voor inbreiding, herstructurering en intensief, meervoudig ruimtegebruik. De ontwikkeling kan daarnaast ook gezien worden als duurzame stedelijke ontwikkeling. Het terrein wordt herontwikkeld tot een woongebied waarbij nieuwe, duurzame en gasloze, bebouwing wordt gerealiseerd. De provincie wil dat de kansen voor functiemenging, inbreiding, herstructurering en zo nodig transformatie in het stedelijk gebied goed worden benut, inclusief de mogelijkheden voor intensivering en meervoudig ruimtegebruik. Hierdoor is minder ruimte nodig voor stedelijke uitbreidingen. De openbare ruimte wordt zodanig ontworpen, dat deze levensloopbestendig wordt uitgevoerd en dat deze toegankelijk is voor verschillende doelgroepen, waaronder starters en senioren. Verder zullen maatregelen getroffen worden ten behoeve van de benodigde watercompensatie. Het mogelijk toepassen van halfverharding bij de parkeerplaatsen is daarbij voorzien. Daarnaast wordt er voldoende groen aangelegd als infiltratiemogelijkheid voor regenwater.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

44002893.20200808

.

Come" tl dtieęebied Thema: verstedelijking Gebiedsbegrenzing: exact

blz 19

........1

İ \ V. EM&įį - M Figuur 3.1 Uitsnede Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (Bron: Provincie Noord-Brabant) De provincie wil dat nieuwe ontwikkelingen meer inspelen op het karakter en de kwaliteit van de plek. Door bij stedelijke ontwikkelingen uit te gaan van het verschil in omvang en karakter van de verschillende kernen, wordt het contrast tussen stad en dorp behouden. Dit versterkt de identiteit en aantrekkelijkheid van kernen en hun relatie met het omliggende landschap. In de kernen in het landelijk gebied hanteert de provincie als uitgangspunt dat er alleen voorzieningen worden gevestigd die qua aard, schaal en functie passen. Dit zijn voorzieningen met een lokaal verzorgingsgebied. De kernen in het landelijk gebied bouwen voor de eigen woningbehoefte volgens het principe van 'migratiesaldo-nul'. 3.3.3 Bevolkings- en woningbehoefteprognose 2017 De provincie Noord-Brabant heeft in 2017 de bevolkings- en woningbehoefteprognose geactualiseerd. Vergeleken met de vorige prognoses ligt zowel de groei van de Brabantse bevolking als de groei van de woningvoorraad in de nieuwe prognose hoger. Hierbij spelen de naar boven toe bijgestelde levensverwachting en de sterke huishoudensgroei (onder invloed van de vergrijzing en de individualisering) een grote rol.

In lijn met het provinciale verstedelijkingsbeleid concentreert de groei van de woningvoorraad zich in de stedelijke gebieden. Voor de gemeenten in het landelijk gebied gaat de provinciale prognose uit van het principe dat die gemeenten bouwen voor de eigen natuurlijke bevolkingsaanwas (migratiesaldo-nul). In de bevolkings- en woningbehoefteprognose is per gemeente een indicatie gegeven van de benodigde toename van de woningvoorraad. Deze programmeringsindicatie is richtinggevend voor de regionale woningbouwafspraken. Voor de gemeente Best wordt voor de periode 2017-2029 uitgegaan van een indicatieve gemiddelde toename van de woningvoorraad met 1.420 woningen. Met dit bestemmingsplan wordt één woning mogelijk gemaakt. 3.3.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de kaders en randvoorwaarden van het provinciaal beleid.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 20

3.4

44002893.20200808

Gemeentelijk beleid

3.4.1 Structuurvisie Best 2030 De Structuurvisie Best 2030 is op 9 mei 2011 vastgesteld door de gemeenteraad. De structuurvisie bevat het toekomstbeeld van de gemeente tot 2030. De visie heeft tot doel om ontwikkelingen meer in onderlinge samenhang tot stand te brengen en biedt een toetsings- en inspiratiekader voor ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied is binnen de structuurvisie aangewezen als 'bestaand woongebied' (figuur 3.2). In de nieuwe ruimtevraag voor het wonen speelt de bebouwde kom van Best een belangrijke rol. Herstructurering en intensivering zijn in beginsel in het gehele bestaand woongebied mogelijk. Belangrijk daarbij is om aan te sluiten op de kwaliteiten en mogelijkheden van het woongebied waarbinnen de ontwikkeling zich afspeelt. De structuren en duidelijke variatie van de verschillende buurten en wijken dienen te worden behouden en waar mogelijk versterkt te worden. Nieuwbouw moet daarom in maat en schaal passen in de omgeving. Gelet op het dorpse karakter van Best ligt de nadruk bij inbreiding op het bouwen in verschillende typologieën en prijsklassen. Hoogbouw is slechts op beperkte schaal mogelijk. Gestapelde woningen van beperkte omvang kunnen, mits passend in de stedenbouwkundige structuur, binnen het bestaand woongebied worden gerealiseerd. UffChU

a Ŗsçtaand wmřļMtnņrļ l-İėïIjiii d EiedriveniĒrrein ēestsaníi l»ŗfJljsmrv|Brrąin

re herslruClurSiĚii trëdnivůnlfrirein 'oiíŭHîd 'tfXJr dQ'ņr.iiitnriîiD iR.

LV Vl

Gefeted ŵūř meuwe bedrijven in hel groei □rŵw*ckfllmŕ íVľnhņr-'vşfllxM ņn çRfïmjmęflhięc

1

i

BćbūuwmĖicůiiuenlraliÉ buiíĚitffilxed

I

^rorffcinjrrpiiii.^

Miteiŵef recreatie' gemed ____ 1

BĖertìaiiĖVG poţirt Bestaande «iriasbueiiAir

ra

į~2~] SpöOfwng. rVļ

m

Sntlwijļ

fliidsi'in;]

Agrsnşch iwrwöef landschBp BŭslariilüĽľap

LandboijvíDriwiišHeiirţs&seir'ůļ (LOGi fcctìoļį&iřie vCrhentŭngsĩŭnË Laiwfltìiappfliijkfl miw Groene burre*

Figuur 3.2 Het plangebied (gele stip) aangewezen als bestaand woongebied in de Structuurvisie Best 2030 (Bron: Gemeente Best)

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp 7

44002893.20200808

blz 21

Toetsing Onderhavig plan voorziet in de mogelijk tot het realiseren van één woning binnen bestaand woongebied. Bij het opstellen van het bouwplan zal rekening worden gehouden met de karakteristieken van de omgeving van het plangebied zodat de woning qua maat en schaal past in de omgeving. Zo geldt dat er plaatse van het bouwvlak enkel de ontwikkeling van een vrijstaande woning met een maximale bouwhoogte van 11 meter en een maximale goothoogte van 4 meter is toegestaan. Zo sluit het plan qua maat en schaal bij de reeds aanwezige woningen aan de Hulst en de Salderes. Daarmee staat onderhavig plan de doelstellingen van de structuurvisie niet in de weg. In een eerder stadium is reeds beoordeeld dat er hier sprake is van een ruimtelijk aanvaardbare ontwikkeling. Onder de huidige omstandigheden zijn er geen redenen hiervan af te wijken. 3.4.2 Woonvisie gemeente Best 2017 De Woonvisie van de gemeente Best 'Wonen met visie' is op 6 maart 2017 door de gemeenteraad vastgesteld. In de nieuwe Woonvisie worden nieuwe keuzes op het vlak van volkshuisvesting voor de komende jaren gemaakt.

De Woonvisie gaat specifiek op een aantal aandachtspunten, namelijk: » regionaal bouwperspectief; » rol van woningcorporaties; » een evenwichtige verdeling tussen huur en koop; » uitbreiding van het woningbestand met gemiddeld 160 woningen per jaar; » starters; » stimuleren van CPO projecten; » maken van afspraken met woningcorporaties over betaalbare woningen voor sociaal zwakkere. De gemeente Best zet tevens nadrukkelijk in op kwalitatieve toevoeging van woningen. De nieuwe ruimtelijke koers van Best biedt de mogelijkheid voor kwalitatieve toevoeging in bestaand gebied door herstructurering of transformatie, maar laat ook ruimte voor verdunning en toevoegen van groen of parkeren. Groeien in inwonersaantal is geen doel op zich. Beide kwaliteiten van Best (het stedelijk voorzieningenniveau en de dorpse woonwijken) kunnen nog versterkt worden. In de komende 10 jaar gaat de gemeente het woningbestand uitbreiden met 1.600 woningen. Deze uitbreiding vindt vooral plaats in Steegsche velden, Dijkstraten, Aarle en door particuliere initiatieven (vaak inbreidingslocaties). Toetsing Het initiatief valt binnen de woonvisie onder een kwalitatieve toevoeging binnen het bestaand stedelijk gebied. De grootste toekomstige opgave is niet het bouwen van nieuwe locaties maar het transformeren en intensiveren van bestaande locaties.

Op deze wijze kan slim gebruik worden gemaakt van de bestaande ruimte. Bij de ontwikkeling in het bestaand stedelijk gebied is het belangrijk dat er vraag bestaat naar de beoogde toekomstige bestemming. In de woonvisie staat omschreven dat in de gemeente Best 28'^ van de woningvoorraad in het duurdere segment valt, terwijl er een vraag van 30'^ bestaat. Er is dus ruimte voor uitbreiding in de woningvoorraad en er bestaat voldoende vraag naar dit type woningen. Een van de uitgangspunten uit de woonvisie is dat de 40'^ van de huidige sociale woningvoorraad minimaal gehandhaafd blijft. Middels onderhavig initiatief wordt niet aan dit vereiste voldaan. Gezien de stedenbouwkundige structuur van het gebied waarin het plan gelegen is en de opbouw/samenstelling van de wijk is het op deze plek meer voor de hand liggend om uit te gaan van nieuwbouw van een vrijstaande woning zonder sociale component. Geconcludeerd kan worden dat er bij deze ontwikkeling rekening gehouden wordt met de verschillende aspecten uit de woonvisie van de gemeente Best waardoor het project bij deze woonvisie aansluit.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 22

44002893.20200808

3.4.3 Uitvoeringsprogramma Lucht 2015-2020 Het Uitvoeringsprogramma Lucht 2015-2020 is een vervolg op het Inventarisatierapport Luchtkwaliteit 2008 en het Luchtkwaliteitsplan 2009 en geeft invulling aan de daarin gestelde doelen. Tevens geeft het invulling aan het beleidsakkoord 2014-2018 en het Milieubeleidsplan dat de raad heeft vastgesteld. Het Uitvoeringsprogramma Lucht schetst het actuele beleid van regelgeving, beleid en getroffen maatregelen omtrent luchtkwaliteit. Daarnaast geeft het een overzicht van de SAB 16 maatregelen voor de komende vijf jaar met een positieve bijdrage op de luchtkwaliteit en een gunstig effect op de gezondheid. Met het Uitvoeringsprogramma Lucht wil de gemeente bereiken dat: » de concentraties (ultra)fijnstof (PM10; PM2,5) en stikstofdioxide (NO2) onder de wettelijke norm blijft; » luchtkwaliteit structureel wordt meegenomen in de besluitvorming omtrent ruimtelijke en infrastructurele ontwikkelingen ten aanzien van wonen en werken; » kwetsbare groepen niet worden gehuisvest op nieuwe locaties waar sprake is van hogere concentraties luchtverontreinigende stoffen, in casu drukke (snel)wegen; » door communicatie, voorlichting, acties en maatregelen de bijdrage van inwoners, bedrijven en gemeente aan een verbetering van de luchtkwaliteit toeneemt. Toetsing Onderhavig plan wordt in paragraaf 4.8 getoetst aan het haalbaarheidsaspect luchtkwaliteit.

Uit deze toetsing volgt dat het plan 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Ook blijkt er geen sprake te zijn van (dreigende) grenswaarde-overschrijdingen. De blootstelling aan luchtverontreiniging is hierdoor beperkt en leidt niet tot onaanvaardbare gezondheidsrisico's. Daarmee vormt het aspect lucht geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit plan. 3.4.4 Welstand met beleid 2003 Beeldkwaliteit gaat over planologische aspecten in combinatie met randvoorwaarden voor de architectuur. De planologische aspecten zijn verwerkt in de regels van het bestemmingsplan met bijbehorende verbeelding. Met deze paragraaf wordt invulling gegeven aan de randvoorwaarden voor de architectuur. Op 29 september 2003 heeft de raad van Best de nota 'Welstand met beleid' vastgesteld waarin is bepaald dat voor nieuwe ontwikkelingen pas concrete criteria worden opgenomen wanneer een project actueel wordt. Toetsing Omdat het hier een bestemmingsplan voor een ontwikkeling betreft, is ervoor gekozen om de beschrijving als onderdeel van de beeldkwaliteit in paragraaf 2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan op te nemen om deze vervolgens te laten vaststellen op grond van artikel 12a van de Woningwet. De welstandscriteria zullen in de vorm van een beleidsregel op grond van de Algemene wet bestuursrecht worden geformaliseerd.

Bij de opstelling ervan is rekening gehouden met het vanuit stedenbouwkundig oogpunt gewenste beeld van de bebouwing. Hiermee ondersteunen de planologische regels de (welstands)criteria en omgekeerd. Bij de beoordeling of een bouwwerk voldoet aan 'redelijke eisen van welstand' wordt eveneens acht geslagen op de architectonische kwaliteit van het ontwerp op zichzelf. Hierbij gelden de criteria zoals die 'objectief' uit de architectuur kunnen worden afgeleid. 3.4.5 Conclusie Het gemeentelijk beleid staat de uitvoerbaarheid van onderhavig plan niet in de weg.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp 7

44002893.20200808

Hoofdstuk 4

4.1

blz 23

Milieu- en omgevingsaspecten

Inleiding

Op grond van de Wet ruimtelijke ordening en op basis van jurisprudentie dient de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan te worden aangetoond en dient in het plan te worden onderbouwd dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. In dit hoofdstuk zijn de sectorale aspecten beschreven die voor dit plan relevant zijn. De resultaten en conclusies van eventuele onderzoeken zijn per aspect opgenomen in de betreffende paragraaf.

4.2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

4.2.1 Normstelling en beleid In onderdeel C en D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van de omgevingsvergunning planmer-plichtig, projectmer-plichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempelwaarden opgenomen. Daarnaast dient het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, na te gaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: » » »

de kenmerken van de projecten; de plaats van de projecten; de kenmerken van de potentiële effecten.

Sinds 7 juli 2017 is een aanpassing van het Besluit m.e.r. in werking getreden met daarin een nieuwe procedure voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling. Zo moet voor de ontwerpbestemmingsplanfase een m.e.r-beoordelingsbeslissing worden genomen, waarin wordt aangegeven of wel of geen milieueffectrapportage nodig is, gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. 4.2.2 Toetsing en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject mer-beoordelingsplichtig is in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer of een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat (Besluit milieueffectrapportage, Bijlage onderdeel D11.2). De beoogde ontwikkeling bestaat uit de realisatie van één extra woning in het bestaand stedelijk gebied van Best. De beoogde ontwikkeling blijft daarmee ruim onder de drempelwaarde.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 24

44002893.20200808

Opgemerkt dient te worden dat voor activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, toch dient te worden nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke gevolgen voor het milieu. Gelet op de kenmerken van het plan zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drempelwaarden uit het Besluit m.e.r., de plaats van het plan en de kenmerken van de potentiële effecten zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit de onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. Voor dit bestemmingsplan is dan ook geen mer-procedure of mer-beoordelingsprocedure noodzakelijk conform het Besluit m.e.r.

4.3

Verkeer en parkeren

De ontwikkeling zal leiden tot veranderingen op het gebied van verkeer en parkeren. In deze verkeersparagraaf wordt ingegaan op de verkeerskundige gevolgen van deze ontwikkeling. 4.3.1 Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer De toekomstige woning is gelegen op de hoek van de Hulst en de Salderes, erftoegangswegen met een maximum snelheid van 30 km/u. Beide wegen hebben als erftoegangsweg een wijkontsluitende functie en vormen daarmee ook een belangrijke ontsluiting voor het plangebied. In oostelijke richting gaat de Salderes over in de Oranjestraat, welke aansluit op de Oude Rijksweg, een gebiedsontsluitingsweg met een maximum snelheid van 50 km/u. Openbaar vervoer Op circa 550 meter loopafstand van het plangebied zijn bushaltes gelegen aan het Raadhuisplein. Hier halteren overdag 4 keer per uur bussen vanuit het dorpscentrum van Best van en naar de treinstations van Best en Eindhoven. Langzaam verkeer Op de Hulst, Salderes en omliggende erftoegangswegen maken fietsers gebruik van dezelfde rijbaan als het gemotoriseerd verkeer. De gebiedsontsluitingswegen zijn voorzien van vrijliggende fietspaden. De Hulst en de Salderes zijn voorzien van ruime trottoirs aan beide zijden van de weg. 4.3.2 Parkeren De gemeente Best heeft de thema's archeologie en parkeren juridisch-planologisch vastgelegd in het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie'.

In dit paraplubestemmingsplan is ten aanzien van parkeren vastgelegd dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning enkel wordt verleend indien vaststaat dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. Dit dient overeen te komen met de normen uit de 'Nota Parkeernormen 2015'. De regeling uit het paraplubestemmingsplan ten aanzien van parkeren is ook in onderhavig bestemmingsplan opgenomen. In deze parkeernota is vastgelegd dat voor een vrijstaande woning in 'restant bebouwde kom' een parkeernorm van 2,0 geldt. Om de parkeerbehoefte voor de ruimtelijke ontwikkeling vast te kunnen stellen dient ook rekening te worden gehouden met de correctiefactor die geldt bij de functie wonen. Indien hiermee rekening wordt gehouden, kan middels het realiseren van bijvoorbeeld een dubbele oprit zonder garage voorzien worden in de parkeerbehoefte. Hiervoor is voldoende ruimte aanwezig in het plangebied. Binnen het plangebied zullen minimaal 2 parkeerplaatsen gerealiseerd worden. In het kader van de omgevingsvergunningverlening voor het bouwen zal dit op tekening inzichtelijk gemaakt worden.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp 7

44002893.20200808

blz 25

4.3.3 Verkeersgeneratie ä verkeersafwikkeling Voor het maken van een inschatting van de hoeveelheid autoverkeer die wordt gegenereerd bij een bepaalde ontwikkeling, hanteert het CROW kencijfers voor wat betreft verkeersgeneratie. Onder verkeersgeneratie wordt hierbij verstaan de totale hoeveelheid gemotoriseerd verkeer (excl. openbaar vervoer) die gedurende een gekozen tijdsperiode naar de desbetreffende voorziening toe rijdt en hiervan wegrijdt. Onderhavige ontwikkeling richt zich op het bouwen van één vrijstaande woning. Gelet op het feit dat het plangebied aan de rand van het centrum ligt, wordt gesteld dat de kencijfers voor 'restant bebouwde kom' aangehouden kunnen worden. De gemeente Best wordt conform CBS-gegevens ten aanzien van de mate van stedelijkheid gezien als een 'matig stedelijk' gebied. Dit tezamen maakt dat als gevolg van de ontwikkeling van de woning gemiddeld 8,2 extra verkeersbewegingen (minimaal 7,8 en maximaal 8,6) per etmaal zullen ontstaan. Dit extra verkeer kan worden opgenomen in het heersende verkeersbeeld. 4.3.4 Conclusie Het plangebied is goed bereikbaar voor zowel gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer en per openbaar vervoer. De parkeerbehoefte kan worden voorzien binnen het plangebied. De toekomstige verkeersgeneratie kan goed worden afgewikkeld op de omliggende wegen.

De aspecten verkeer en parkeren staan de ontwikkelingen dan ook niet in de weg.

4.4

Milieuhinder

4.4.1 Normstelling en beleid In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: » ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; » rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om in de bestemmingsregeling de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. 4.4.2 Toetsing In de beoogde situatie wordt één woning gerealiseerd. Hiermee wordt een milieugevoelige functie opgericht en moet worden getoetst aan de richtafstanden zoals vermeld in de VNG-brochure.

In het gebied zijn voornamelijk woningen gevestigd, waardoor de omgeving getypeerd kan worden als 'rustige woonwijk'. In tabel 4.1 is een overzicht te vinden van bedrijfsbestemmingen in de omgeving van het plangebied. Uit de tabel blijkt dat aan alle richtafstanden wordt voldaan. Tabel 4.1 Overzicht bedrijfsbestemmingen in de omgeving van het plangebied Bedrijf/bestemming Milieucategorie Richtafstand Afstand tot plangebied Dienstverlening 1 10 138 Metaaloppervlaktebehandelingsbedrijf 3.1 100 220 Garagebedrijf 2 30 280

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp 7

Rho Adviseurs B.V.

blz 26

44002893.20200808

Groothandel in bouwmaterialen Bedrijven mogelijk tot en met milieucategorie

3.1 2

100 30

220 210

4.4.3 Conclusie Er wordt aan de richtafstanden voldaan. Als gevolg van de beoogde ontwikkeling worden geen bedrijven belemmerd en ter plaatse van het plangebied is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat.

4.5

Archeologie en cultuurhistorie

4.5.1 Archeologie Normstelling en beleid Door ondertekening van het verdrag van Valletta (1992) heeft Nederland zich verplicht om bij ruimtelijke planvorming nadrukkelijk rekening te houden met het niet-zichtbare deel van cultuurhistorisch erfgoed, te weten de archeologische waarden. In de Erfgoedwet is geregeld hoe met in de grond aanwezige dan wel te verwachten archeologische waarden moet worden omgegaan. Het streven is om deze belangen tijdig bij het plan te betrekken. Bij ingrepen waarbij de ondergrond wordt geroerd, dient te worden aangetoond dat de eventueel aanwezige archeologische waarden niet worden aangetast. Toetsing De gemeente Best heeft archeologisch beleid opgesteld. Bij dit archeologische beleid behoort onder andere een archeologische beleidskaart en een archeologische verwachtingen en waardenkaart. Ter plaatse van het plangebied geldt volgens deze kaarten een hoge verwachting.

!..V

1 i i : T- :

f 'Q?

MA Leqendi*

latere 1. ācbe: rein:ge se'ivjctarj-Hscnsria r«rn

Caraqana 3 ik'VKMaicr «aantom

C&mçane 4 Getxe# net hcţje verwMitttg

C—p»M 5 Qabnd nat ndMtnpa

lácTOHi

r anyna c uatms nai taq« nmcnitļ

cmpvn 1 Q(M kmii ircfiidDdttM MiMOUtg Figuur 4.1

Archeologische beleidskaart (Bron: Gemeente Best)

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

44002893.20200808

blz 27

De gemeente Best heeft dit archeologiebeleid, samen met het thema parkeren, juridisch-planologisch vastgelegd in het paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie'. Raadpleging van dit paraplubestemmingsplan heeft uitgewezen dat aan het plangebied deels de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 3 (gebied met hoge archeologische verwachting, historische kern)' is toegekend. Navolgende afbeelding toont een uitsnede van het paraplubestemmingsplan met daarop het plangebied globaal weergegeven. 1 V

UË

4 4-’ ± 4 4-4 4 4 4 4

Í2 L+^p- 4 4 4^4 4 y4 4 4 4 4 4 V4 4' 4 .

4 -:-

jļćf

4+4

*

4

4 4 #v

— V,

t44

4 ’V'*-# 44 * +I*

-4^4

'

1 4 4 th-

.

4

4 4 4 4^

4 4 AH i;

^ ^

Figuur 4.2 Uitsnede paraplubestemmingsplan 'Parkeernormen en archeologie' met daarop het plangebied globaal rood omlijnd (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl) Dit betekent dat ter plaatse van de dubbelbestemming enkel bouwwerken mogen worden opgericht ten behoeve van de ter plaatse geldende bestemming en het een bouwplan betreft: » met een oppervlakte van maximaal 250 m2 of; » met een oppervlakte groter dan 250 m2 en een verstoringsdiepte van minder dan 0,3 m ten opzichte van het maaiveld, of; » dat betrekking heeft op vervanging van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte niet wordt uitgebreid en de bestaande fundering wordt benut, dan wel niet meer dan 2,5 m uit de bestaande fundering wordt gebouwd. Indien het bouwplan niet aan bovengenoemde voorwaarden kan voldoen, kan het college van Burgemeester en Wethouders middels het verlenen van een omgevingsvergunning hiervan afwijken, indien op basis van (archeologisch) onderzoek is aangetoond, dat er geen of nauwelijks behoudenswaardige archeologische waarden aanwezig zijn dan wel dat de archeologische waarden door de bouwactiviteiten niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad.

Teneinde dit te bereiken kunnen aan de omgevingsvergunning in ieder geval de volgende regels worden verbonden: » de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor (ondanks de uitvoering van een bouwplan) monumenten in de bodem worden behouden; » de verplichting tot het doen van opgravingen; » de verplichting de activiteit die tot de bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige die voldoet aan door burgemeester en wethouders bij de omgevingsvergunning te stellen kwalificaties.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp 7

Rho Adviseurs B.V.

blz 28

44002893.20200808

In dit bestemmingsplan wordt een bouwvlak opgenomen met een maximale oppervlakte van 250 m2. De woning zelf zal echter een maximale bruto vloeroppervlakte krijgen van 150 m2. Conform het archeologische beleid is er derhalve geen sprake van een onderzoeksplicht aangezien uitgesloten is dat de oppervlakte van 250 m2 wordt overschreden. Het is dan ook niet noodzakelijk dit aspect nader te onderzoeken. Het aspect archeologie vormt geen belemmering voor het planvoornemen en het plan is niet in strijd met het archeologiebeleid. 4.5.2 Cultuurhistorie Normstelling en beleid Op grond van artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) moeten naast de in de grond aanwezige of te verwachten monumenten ook cultuurhistorische waarden worden meegewogen bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Toetsing Na raadpleging van de Cultuurhistorische Waardenkaart van de provincie Noord-Brabant (figuur 4.3) blijkt het plangebied niet aangewezen als cultuurhistorisch waardevol gebied. Het plangebied is op de kaart aangeduid met een rode ster. In de directe nabijheid van het plangebied bevindt zich echter wel een monumentale langgevelboerderij uit de 19e eeuw (Hulst 1-3-5).

Gelet op het feit dat er tussen de monumentale boerderij en het plangebied nog een groenstrook en een openbare weg aanwezig zijn, is een eventuele aantasting van cultuurhistorische waarden niet te verwachten.

I Provinciaal belang cultuurhistorie Reg o

Complex van cultuurhistorisch belang

Archeologische landschappen

Cuhucrhistorsche waardevol geb ed

sche landschappen

Figuur 4.3 Cultuurhistorische waardenkaart provincie Noord-Brabant met aanduiding plangebied (Bron: provincie Noord-Brabant) Conclusie Het aspect cultuurhistorie vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van onderhavig plan.

4.6

Geluid

4.6.1 Normstelling en beleid (algemeen) De Wet geluidhinder en het Activiteitenbesluit vormen het wettelijk kader voor de beoordeling van geluid voor wegen, windturbines en bedrijven. In de Wet geluidhinder zijn normen voor wegverkeerslawaai, railverkeerslawaai en industrielawaai (industrieterreinen) opgenomen. In het Activiteitenbesluit zijn normen voor individuele inrichtingen en windturbines opgenomen. Daarnaast heeft de gemeente nog beleid ten aanzien van evenementen.

Rho Adviseurs B.V.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp 7

44002893.20200808

blz 29

4.6.2 Wegverkeerslawaai Normstelling en beleid Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/uur-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg getoetst moet worden. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidbelasting wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day evening night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Nieuwe situaties Voor de geluidbelasting aan de buitengevels van woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen binnen de wettelijke geluidzone van een weg geldt een voorkeursgrenswaarde van 48 dB. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde in onderhavige situaties bedraagt 63 dB (binnenstedelijk gelegen woning). Aftrek ex artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden aan de buitengevels ten aanzien van wegverkeerslawaai betreffen waarden inclusief aftrek op basis van artikel 110g Wgh.

Dit artikel houdt in dat voor het wegverkeer een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het wegverkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. De toegestane aftrek bedraagt: 5 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen minder dan 70 km/u bedraagt. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of meer is de hoogte van de aftrek afhankelijk van de geluidbelasting exclusief aftrek. Bij een geluidbelasting van 56 dB en 57 dB mag een aftrek toegepast worden van respectievelijk 3 dB en 4 dB. Bij overige geluidbelastingen wordt een aftrek van 2 dB toegepast. De aftrek mag alleen worden toegepast bij toetsing van de geluidbelastingen aan de normstellingen uit de Wgh. In voorliggend onderzoek is gebruik gemaakt van een aftrek van 5 dB. Resultaten 30 km/uur Zoals gesteld zijn wegen met een maximumsnelheid van 30 km/h of lager op basis van de Wgh niet-gezoneerd. Akoestisch onderzoek zou achterwege kunnen blijven. Op basis van jurisprudentie dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening inzichtelijk te worden gemaakt of er sprake is van een aanvaardbaar akoestisch klimaat. Indien dit niet het geval is, dient te worden onderbouwd of maatregelen ter beheersing van de geluidsbelasting aan de gevels noodzakelijk, mogelijk en/of doelmatig zijn.

Ter onderbouwing van de aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting wordt bij gebrek aan wettelijke normen aangesloten bij de benaderingswijze die de Wgh hanteert voor gezoneerde wegen. Vanuit dat oogpunt wordt de voorkeursgrenswaarde en de uiterste grenswaarde als referentiekader gehanteerd. De voorkeursgrenswaarde geldt hierbij als richtwaarde en de uiterste grenswaarde als maximaal aanvaardbare waarde. In dit kader is rekening gehouden met de ligging van het plangebied langs de Hemelrijken en Kerkstraat. Op deze wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/h. Toetsing Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is opgenomen als bijlage 2. Hierna wordt volstaan met een beknopte samenvatting.

bestemmingsplan Hulst ongenummerd Status: ontwerp Z

Rho Adviseurs B.V.

blz 30

44002893.20200808

Het plan betreft de realisatie van een extra woning aan Hulst 2 te Best. De ontwikkeling past niet binnen het geldende bestemmingsplan. Het onderzoek is derhalve uitgevoerd ten behoeve van de hiervoor noodzakelijke juridisch-planologische procedure. Voor wegverkeerslawaai is het plan gelegen binnen de geluidzone van de Rijksweg A2. Het plan is tevens gelegen in de nabijheid van diverse 30 km/uur wegen. Voor de Rijksweg A2 geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op geen enkele gevel van de nieuwe woning overschrijdt. Derhalve is een procedure hogere waarde ten gevolge van wegverkeerslawaai niet aan de orde. Voor de 30 km/uur wegen Hulst en Oranjestraat geldt dat de geluidbelasting op de gevels van de nieuwe woning de richtwaarde van 48 dB op geen enkel toetspunt overschrijdt. Voor de 30 km/uur weg Salderes geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de richtwaarde met maximaal 6 dB overschrijdt. Ondanks dat voor onderhavige woning geen hogere waarde aangevraagd kan worden, wordt in het kader van een goed woon- en leefklimaat alsnog geadviseerd een aanvullend onderzoek uit te voeren ter bepaling van de geluidwering van de gevels. Een dergelijk onderzoek kan tevens worden geëist door de gemeente.

Geadviseerd wordt aan te sluiten bij voornoemde nieuwbouweis waarbij voor de hogere waarde de cumulatieve geluidbelasting op de gevel kan worden aangehouden. Een aanvullend onderzoek ter bepaling van de geluidwering van de gevels dient te worden overlegd bij de aanvraag voor de omgevingsvergunning voor het bouwen. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor de vaststelling van het bestemmingsplan. 4.6.3 Inrichtingslawaai Het plan ligt niet binnen de geluidzones van gezoneerde industrieterreinen. Het aspect industrielawaai vormt geen belemmering voor de ontwikkeling. 4.6.4 Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorweg. Railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan. 4.6.5 Conclusie Het aspect geluid staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.7

Externe veiligheid

4.7.1 Normstelling en beleid Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: » Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; » Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriëntatiewaarde. Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde wordt overschreden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10859250/1