CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21072.5 - Bijlage 2.1 - Resultaten internetconsultatie

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21072 - Vaststellen Regionale Energie Strategie 1.023.104 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Regionale Energiestrategie

1.0

Metropoolregio Eindhoven

2. Participatie

Bijlage 2.1 Resultaten internetconsultatie

Metropoolregio Eindhoven

Internetconsultatie Brabantse energieregio’s Rapportage RES Zuidoost Brabant

Internetconsultatie Brabantse energieregio’s Rapportage RES Zuidoost Brabant Drs. Madelon van Duren Bianca Koomen MSc. Dr. Susanne Agterbosch

Het PON & Telos

Colofon Het PON & Telos heeft dit onderzoek verricht in opdracht van

Auteur(s) Drs. Madelon van Duren Bianca Koomen MSc. Dr. Susanne Agterbosch Publicatienummer 201295-06 Datum maart 2021

© 2021 Het PON & Telos Het auteursrecht van deze publicatie berust bij Het PON & Telos. Gehele of gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. Vermenigvuldiging en publicatie in een andere vorm dan dit rapport is slechts toegestaan na schriftelijke toestemming van Het PON & Telos. Hoewel deze publicatie met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kan Het PON & Telos geen enkele aansprakelijkheid aanvaarden voor eventuele fouten. Meer informatie www.hetpon-telos.nl

Het PON & Telos | Colofon

Samenvatting en conclusie Aanleiding en doel De vier Brabantse energieregio’s hebben de ambitie om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden en dat deze mensen uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering ervan. Betrokkenheid van bewoners – als inwoner van een nieuw energielandschap, consument of zelfs als particuliere producent – bij de totstandkoming van de Regionale Energie Strategieën (RES’en) is dan ook belangrijk. Met het uitvoeren van een internetconsultatie onder inwoners van de vier energieregio’s wil de provincie Noord-Brabant een betrouwbaar beeld genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen van de RES’en. Deze rapportage maakt onderdeel uit van deze internetconsultatie en verschaft een representatief en betrouwbaar beeld van de manier waarop de inwoners van Zuidoost Brabant aankijken tegen verschillende onderdelen van de concept-RES Zuidoost Brabant en van wensen, zorgen en ideeën die zij daarbij hebben. Opzet onderzoek Het onderzoek is online uitgevoerd met een vragenlijst. Vanuit de wens om de vragenlijst laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners van de regio beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om te werken met een open link. Deze link is verstuurd via de gemeenten die vallen binnen energieregio Zuidoost Brabant.

Zij hebben de link verspreid via verschillende (social media) kanalen van hun gemeente (gemeentewebsite, Facebook et cetera). Het onderzoek ging op 20 oktober 2020 online en heeft tot en met 14 december 2020 ‘open’ gestaan. In deze periode is tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie in Zuidoost Brabant (Bron: CBS). De vragenlijst is door 1.711 inwoners uit Zuidoost Brabant ingevuld. Bij dit onderzoek zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd. 1. Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio? 2. Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer? 3. Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte? We beantwoorden ze hieronder voor de respondenten van de RES-regio Zuidoost Brabant.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Onderzoeksvraag 1: Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio? We hebben respondenten gevraagd naar hun mening op verschillende thema’s, om zo een beeld te krijgen bij wat zij belangrijk vinden als het gaat om opties, criteria en wat respondenten nodig hebben of al doen op het gebied van duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte. Achtereenvolgend behandelen we de thema’s ‘duurzame energie en besparen’, ‘zonne- en windenergie’ en ‘warmte’. Thema duurzame energie en besparen Richtinggevende criteria energiegebruik Respondenten is gevraagd om aan de hand van een aantal stellingen aan te geven welke criteria zij belangrijk vinden bij het gebruik van hun eigen energie. De meeste respondenten vinden het (zeer) belangrijk dat de energie die zij gebruiken betaalbaar en altijd beschikbaar is, en dat de opwekking hiervan veilig is (90% vindt dit (zeer) belangrijk). Sturing bij energiebesparing Ongeveer dan de helft van de respondenten (48%) is van mening dat zowel de overheid als de huiseigenaren het voortouw moet nemen in het versnellen van energiebesparing. De overheid vanuit een faciliterende rol en de huiseigenaren vanuit een eigen verantwoordelijkheid voor de eigen woning. Dit lezen we ook terug in de concept-RES van Zuidoost Brabant.

Hierin staat dat de gebouweigenaren en gebruikers vooral zelf aan zet zijn als het gaat om energiebesparing. De rol van de (lokale) overheid wordt beschreven als het vervullen van een voorbeeldrol (het zelf verduurzamen van de eigen vastgoed) en als het actief stimuleren en faciliteren van duurzaam gedrag1. Als het gaat om type stimuleringsmaatregelen dan vindt bijna twee derde (63%) dat de overheid voornamelijk moet focussen op het verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen. Respondenten vinden in mindere mate dat de prioriteit op het verstrekken van een lening moet liggen (18%) of op het verplicht stellen van maatregelen (13%). Besparing Veel respondenten passen al (laagdrempelige) mogelijkheden voor energiezuinig leven toe. Zo zet 82% de verwarming een paar graden lager als ze niet thuis zijn en doet 91% het licht uit als zij een ruimte verlaten. Het aandeel mensen dat bereid is in te leveren op comfort ligt duidelijk lager: 50% is bereid om de verwarming op 19 graden te zetten. Investeren in de eigen woning We zien dat 60% van de woningeigenaren onder de respondenten al heeft geïnvesteerd in isolatie, 27% van de respondenten is bereid om hierin te investeren. 47% heeft al energiezuinige apparaten aangeschaft, 43% is bereid dit te doen. We zien dat de

1

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.21.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

respondenten het minst bereid zijn om de komende tien jaar te investeren in de aanschaf van een elektrische auto of in het plaatsen van een warmtepomp (beiden 35%). We zien dat een ruime meerderheid van de respondenten de bereidheid heeft om te investeren in zonnepanelen. 45% van de respondenten met een koopwoning geeft aan al zonnepanelen te hebben geplaatst. Dat is fors meer dan de daadwerkelijke cijfers laten zien: 14% van alle woningen in Zuidoost Brabant heeft geregistreerde zonnepanelen. Het hoge percentage van 45% kan op verschillende manieren verklaard worden, bijvoorbeeld doordat werving van de respondenten via een open link is gebeurd. Dit veronderstelt dat mensen met affiniteit met het onderwerp eerder (of enkel) geneigd zijn te reageren. Hoewel we ook via een panel geworven hebben voor dit onderzoek is deze verhouding niet volledig rechtgetrokken met panelleden. Thema zonne- en windenergie Zonne-energie We hebben gevraagd of respondenten van plan zijn om in de toekomst zonnepanelen op hun dak te gaan leggen. Van de respondenten die (misschien) in de toekomst zonnepanelen op hun dak willen leggen (16%), geeft bijna de helft (49%) aan dat zij een advies op maat nodig hebben om te weten wat er past bij het dak en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn.

Verder geeft ruim een derde van de respondenten aan dat zij informatie over zonnepanelen en leveranciers nodig hebben (36%). 14% van de respondenten heeft aangegeven dat er over 10 jaar geen zonnepanelen op hun dak zullen liggen, 15% weet dit niet omdat zij in een huurhuis wonen. Combinaties zonne- en windenergie Met alleen zonnepanelen op daken kan de regio Zuidoost Brabant niet aan haar energieopgave voldoen. Ook niet als er maximaal wordt ingezet op energiebesparing. Daarom zal ook ingezet worden op de aanleg van zonneparken (parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar) en windmolenparken (parken met meerdere windmolens bij elkaar). Als het gaat om locaties voor het aanleggen van zonne- of windparken, dan geven respondenten de voorkeur aan het koppelen van zonneparken (44%) of windmolens (41%) aan (energie)infrastructuur (zoals wegen, kanalen en hoogspanningslijnen). In de conceptRES van Zuidoost Brabant lezen we dat energiemaatregelen aan grootschalige infrastructuur gekoppeld worden, bijvoorbeeld langs de grote snelwegen die de regio doorkruisen2. Dit sluit aan bij de voorkeur van respondenten. Respondenten zijn verdeeld als het gaat over de vraag of de regio volop zou moeten inzetten op windenergie en/of zonne-energie. 40% van de respondenten vindt dat de regio volop moet inzetten op windenergie, 30% is het hier niet mee eens.

Voor zonneparken zien we een enigszins vergelijkbaar beeld: 42% vindt dat de regio volop zou moeten inzetten op zonneparken, 25% vindt van niet. Bijna de helft van de respondenten vindt dat windmolens altijd in een cluster geplaatst dienen te worden op daarvoor aangewezen locaties (48%). Een combinatie van windmolens en zonneparken vindt 41% van de respondenten een goede optie, voor ruim een kwart van de respondenten is dit niet het geval (28%).

2

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.29.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Met de suggestie om in iedere gemeente zonneparken en/of windmolens te plaatsen, is 42% het eens en 28% is het hiermee oneens. 33% van de respondenten is van mening dat 1 tot 3 plekken in de regio aangewezen zouden moeten worden voor de plaatsing van zonneparken en windmolens, 34% vindt dit geen goed idee. Tot slot geeft 18% van de respondenten aan sowieso negatief te staan tegenover windenergie, ongeacht waar windmolens geplaatst worden. Ook tegenover zonneparken staat 18% überhaupt negatief. Thema warmte Overstap van aardgas naar andere bron Als het gaat over de overstap van aardgas naar een andere warmtebron dan zien we dat de meerderheid van de respondenten zich zorgen maakt: over de kosten om hun huis aan te passen (60%) en over wat de monopoliepositie van grote energiebedrijven betekent voor de eigen energierekening (56%). 40% van de respondenten vindt het ingewikkeld dat zij zelf hier niet veel in te kiezen hebben als het gaat om het verwarmen van de woning zonder aardgas. Ruim een derde van de inwoners van Zuidoost Brabant (35%) verwacht dat het haalbaar is dat in 2050 alle woningen van het aardgas af zijn. Een iets grotere groep verwacht dat dit niet haalbaar is (37%). Alternatieve warmtebronnen Aan de respondenten zijn verschillende warmtebronnen voorgelegd, waarbij hen is gevraagd een voorkeur uit te spreken.

Driekwart van de respondenten heeft de voorkeur voor rechtstreekse warmte van de zon als warmtebron (71% heeft volledig of een beetje de voorkeur). Ook geeft ruim de helft van de respondenten (volledig) de voorkeur aan restwarmte uit de industrie (57%) of warmte uit de aarde (57%). Respondenten hebben minder de voorkeur voor warmte uit biomassa, voor 41% heeft dit (totaal) niet de voorkeur. We zien bij ongeveer alle warmtebronnen dat gemiddeld genomen een kwart van de mensen neutraal genomen hier tegenover staat. Dit kan betekenen dat zij (nog) geen goed beeld hebben van de warmtebronnen. Bijna de helft van de respondenten (49%) heeft voorkeur voor een individuele warmtevoorziening met eigen installaties voor het verwarmen van de eigen woning. Een vijfde (20%) van de respondenten geeft de voorkeur aan een collectieve warmtevoorziening met (deels) gezamenlijke voorzieningen. 13% heeft hierover (nog) geen mening en 19% geeft aan dat deze afweging voor hen niet van toepassing is: zij wonen in een huurhuis.

Onderzoeksvraag 2: Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer? Rondom het thema betrokkenheid en informatievoorziening hebben we de respondenten verschillende vragen voorgelegd. Zo vroegen we naar wat zij nodig hebben om hun huis te

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

verduurzamen, gaan we in op verschillende aspecten van procesparticipatie en tot slot staan we stil bij de mogelijkheden en voorkeuren bij financiële participatie. Verduurzaming eigen woning We vroegen de respondenten op welke manier(en) zij geholpen zijn om hun woning te verduurzamen en/of om energie te besparen. 41% zou graag algemene informatie willen ontvangen over de mogelijkheden die er zijn. Een derde van de respondenten (33%) heeft baat bij algemene informatie rondom subsidiemogelijkheden. Verder geeft 30% aan dat zij graag ervaringen horen van anderen in een vergelijkbare woning. 8% van de respondenten geeft aan hier überhaupt geen behoefte aan te hebben. Procesparticipatie Een ruime meerderheid van de respondenten geeft aan graag betrokken te willen worden bij het RES-proces. Ze willen kunnen meedenken bij (de invulling van) windprojecten (76%) en bij zonne-projecten (76%). In overeenstemming hiermee geeft een ruime meerderheid aan door de gemeente betrokken en/of geïnformeerd te willen worden over plannen met betrekking tot duurzame energie (79%). Zij willen dan met name betrokken worden bij de locatiekeuze voor windmolens (72%) of zonneparken (70%). Respondenten geven de voorkeur om geïnformeerd te worden middels een nieuwsbrief (61%).

Financiële participatie In de concept-RES lezen we dat er gestreefd wordt naar 50% lokaal eigendom van nieuwe zonne- en windparken, om zo door middel van lokaal eigenaarschap geld te genereren voor de (lokale) samenleving en om de acceptatie en betrokkenheid van mensen bij lokale projecten te vergroten3. Twee vijfde van de inwoners van Zuidoost Brabant (39%) vindt het belangrijk dat een deel van de opbrengsten van een zonne- of windpark ten goede komt aan direct omwonenden, bijvoorbeeld voor de verduurzaming van hun huis. Een derde (33%) is van mening dat een deel van de opbrengsten ten goede moet komen aan alle inwoners van de eigen regio (door middel van een fonds) of dat een deel ten goede moet komen aan alle inwoners van de gemeente (32%). Daarnaast zien we dat de helft van de respondenten zelf wil kunnen investeren in een zonneproject (51%) of een windproject (49%) in de eigen regio en er zo geld aan kan verdienen. We zien ook dat bijna de helft van de respondenten het (heel) belangrijk vindt dat ze mede-eigenaar kunnen worden (45% bij wind- en 49% bij zonneprojecten). Tegelijkertijd geeft 37% aan dat ze nu nog niet kunnen inschatten of ze mee gaan doen als er in de eigen omgeving een zonnepark of windmolen komt. Mochten ze wel willen meedoen, dan gaat de voorkeur van de respondenten uit naar een project met zon op grote daken (32%).

3

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.17.

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Onderzoeksvraag 3: Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte? Om zicht te krijgen op houding van de respondenten van de energieregio Zuidoost Brabant, is gevraagd naar hun algemene houding ten opzichte van klimaatverandering, energietransitie en duurzame energie. Ook de bekendheid met de RES is bevraagd. We zien met name differentiatie naar opleidingsniveaus op de verschillende thema’s. In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen van verschillende vragen te vinden. Algemene houding klimaatverandering, energietransitie en duurzame energie We zien dat respondenten over het algemeen klimaatverandering een groot probleem vinden (64%), al geeft 12% aan dat zij de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven vinden. Ongeveer de helft van de respondenten maakt zich zorgen over de extreme weersveranderingen van de afgelopen jaren, zoals de hete zomers en de extreme stortbuien (49%). Als we kijken naar de algemene houding tegenover de energietransitie, dan zien we dat 54% van de respondenten positief of zeer positief staat tegenover de energietransitie, 15% van hen staat hier (zeer) negatief tegenover.

Tegenover het stimuleren van duurzame energie staat een meerderheid van de respondenten (zeer) positief (60%), 14% van de respondenten staat hier (zeer) negatief tegenover staan. We zien dat laag opgeleiden relatief vaak neutraal staan tegenover de energietransitie (45% tegenover 22% bij hoogopgeleiden). Hoog opgeleide respondenten staan vaker dan gemiddeld zeer positief tegenover de energietransitie (33% t.o.v. 16% bij laagopgeleiden) en tegenover duurzame energie (36% tegenover 22% bij laag- en middelbaar opgeleiden). Bekendheid met de RES Als we kijken naar de bekendheid met de RES en het RES-proces, dan zien we dat 18% van de respondenten aangeeft op de hoogte te zijn van zowel het proces als de inhoud van de RES. Nog eens 28% heeft wel eens gehoord van het RES proces, maar weet niet wat het inhoudt of hoe dit proces verloopt. Iets meer dan de helft van de inwoners in Zuidoost Brabant (54% van de respondenten) is niet op de hoogte. Dat wil niet zeggen dat deze mensen op dit moment nog geen mening hebben over (onderdelen van) de energietransitie – wel is het waarschijnlijk dat meningsvorming op onderdelen van de concept-RES nog moet plaatsvinden. Respondenten met een laag of middelbaar opleidingsniveau geven relatief vaak aan nog niet van de RES op de hoogte te zijn (respectievelijk 59% en 63% tegenover 38% van de respondenten met een hoog opleidingsniveau).

Anderzijds geven respondenten met een hoog opleidingsniveau vaker dan gemiddeld aan wel bekend te zijn met het proces en de inhoud van de RES (30% t.o.v. 14% van de respondenten met een laag opleidingsniveau).

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Thema betrokkenheid We zien op het thema betrokkenheid duidelijke verschillen naar opleidingsniveau, al is de behoefte aan betrokkenheid over de hele linie groot. Zo geeft 71% van de lager opgeleiden aan het (heel) belangrijk te vinden om mee te kunnen denken met windprojecten en 76% bij zonneprojecten, tegenover bijna 85% van de hoger opgeleiden. Mensen met een lager opleidingsniveau geven minder vaak aan geïnformeerd te willen worden door hun gemeente (65%) dan hoger opgeleiden (88%).

Het PON & Telos | Managementsamenvatting

Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding en doel van het onderzoek Opzet onderzoek Leeswijzer

1 1 2 3

2 2.1 2.2

4 4

2.3

Algemene vragen Klimaatverandering Algemene houding ten opzichte van de energietransitie en duurzame energie Bekendheid met de RES

3 3.1 3.2 3.3 3.4

Duurzame energie en besparen Energiegebruik Duurzame energie Besparingsactiviteiten Investeringsbereidheid

9 9 10 11 13

4 4.1 4.2 4.3

Zonne- en windenergie Zonne-energie Combinaties zonne- en windenergie Acceptatie windmolenpark

14 14 18 20

5 5.1

Warmte Van het aardgas af

21 21

6 6.1 6.2 6.3

Betrokken worden Ondersteuning woning verduurzamen Procesparticipatie Financiële participatie

25 25 26 31

7 7.1 7.1.1 7.1.2 7.1.3

Achtergrond onderzoek Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s Werving, respons en representativiteit Significante verschillen naar leeftijds-en opleidingsgroepen Research Community

34 34 34 35 35

5 7

. Achtergrondkenmerken

36

. Significantie naar leeftijds- en opleidingsgroepen

39

. Vragenlijst internetconsultatie RES Zuidoost Brabant

48

Het PON & Telos | Inhoudsopgave

1

Inleiding

1.1

Aanleiding en doel van het onderzoek Brabant telt vier energieregio’s, die net als de andere 30 energieregio’s in Nederland voor de uitdaging staan om de komende jaren een eigen Regionale Energie Strategie (RES) te ontwikkelen en uit te voeren. In een RES-regio maken provincie, gemeenten, waterschappen en netbeheerders afspraken over het opwekken van duurzame elektriciteit, de warmtevoorziening van de gebouwde omgeving en de ontwikkeling van een regionale energie infrastructuur. Een RES bevat een regionaal aanbod van mogelijk op te stellen duurzaam opwekvermogen (minimaal onderverdeeld in zon en wind, inclusief zoekgebieden). Voor de gebouwde omgeving maakt elke RES-regio een Regionale Structuurvisie Warmte met daarin een voorstel hoe het warmteaanbod, de warmtevraag en de benodigde infrastructuur op regionaal niveau met elkaar verbonden kunnen worden. De energieregio’s hebben de ambitie om de duurzame elektriciteits- en warmtevoorziening zo in te richten dat deze aansluit bij wat mensen in de regio belangrijk vinden. En dat de deze mensen uitnodigt om bij te dragen aan de uitvoering ervan. Betrokkenheid van bewoners - als inwoner van een nieuw energielandschap, consument of zelfs particuliere producent - bij de totstandkoming van de RES’en is dan ook belangrijk.

Met het uitvoeren van een internetconsultatie onder inwoners van de vier energieregio’s wil de provincie Noord-Brabant een betrouwbaar beeld genereren van de manier waarop inwoners aankijken tegen verschillende onderdelen van de RES’en. Deze rapportage maakt onderdeel uit van deze internetconsultatie en verschaft een representatief en betrouwbaar beeld van de manier waarop de inwoners van Zuidoost Brabant aankijken tegen verschillende onderdelen van de concept-RES Zuidoost Brabant en van wensen, zorgen en ideeën die zij daarbij hebben. De informatie die dit oplevert kan meegenomen worden bij het vaststellen van de definitieve RES Zuidoost Brabant in het voorjaar van 2021. Onderzoeksvragen

Er zijn drie onderzoeksvragen geformuleerd: 1.

Wat vinden Brabantse burgers belangrijk als het gaat om specifieke opties voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio?

2.

Willen Brabantse burgers betrokken worden bij de plannen voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte in de eigen regio (individueel en collectief)? En zo ja, hoe en wanneer?

3.

Bij welke groepen Brabantse burgers bestaat er meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte?

Inzicht in de vraag bij welke groepen Brabantse burgers meer of juist minder draagvlak voor duurzaam opgewekte elektriciteit en warmte bestaat, hebben we uitgewerkt door te kijken naar verschillen naar leeftijd en opleidingsniveau. De aandacht voor maatschappelijke

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

1

verschillen en scheidslijnen is de afgelopen jaren flink toegenomen. Met name opleidingsniveau blijkt een belangrijke differentiërende factor4. Naast het gegeven dat lager opgeleiden een lager gemiddeld inkomen en vaker een onzeker arbeidscontract hebben en in slechtere woningen wonen (veel vaker huur), doen lager opgeleiden minder vaak mee in de samenleving5. Opleidingsniveau lijkt niet alleen bepalend voor hoe je leven eruit ziet, maar ook voor de wijze waarop je de samenleving ervaart 6. In dit onderzoek zijn we nagegaan of dit ook voor inwoners van Zuidoost Brabant geldt als het gaat om participatie bij het RES-proces.

1.2

Opzet onderzoek Het onderzoek in de regio Zuidoost Brabant is online uitgevoerd met een vragenlijst, die specifiek voor de energieregio Zuidoost Brabant is opgesteld. Vanuit de wens om de vragenlijst laagdrempelig en voor een zo breed mogelijke groep inwoners van de regio beschikbaar te maken, is ervoor gekozen om te werken met een open link. Deze link is verstuurd via de gemeenten die vallen binnen energieregio Zuidoost Brabant. Zij hebben de link verspreid via verschillende (social media) kanalen van hun gemeente (gemeentewebsite, Facebook et cetera). Een paar gemeenten hebben de vragenlijst uitgezet onder leden van een eigen burgerpanel. Het onderzoek ging op 20 oktober 2020 online en heeft tot en met 14 december 2020 ‘open’ gestaan. Werving via een open link vanuit verschillende (social media) kanalen impliceert dat (alleen) mensen met een zekere interesse in of affiniteit met het onderwerp reageren. Gedurende de onderzoeksperiode is tussentijds getoetst op representativiteit van de responsgroep door te kijken naar achtergrondkenmerken: de verdeling naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeenten in de responsgroep is vergeleken met de werkelijke verdeling in de populatie in Noordoost Brabant (Bron: CBS).

Op basis daarvan is de vragenlijst aanvullend uitgezet onder panelleden van PanelClix met een lager en middelbaar opleidingsniveau en onder de leeftijdsgroepen ’16 tot en met 30 jaar’ en ’31 jaar tot en met 40 jaar’ binnen de energieregio Zuidoost Brabant. De vragenlijst is door 1.711 inwoners uit Zuidoost Brabant ingevuld. De resultaten zijn gecorrigeerd voor de achtergrondkenmerken leeftijd, opleidingsniveau en gemeente. Daarmee is een representatieve respons naar leeftijd, opleidingsniveau en gemeente gegarandeerd en kunnen betrouwbare uitspraken worden gedaan over de gehele regio.

4 Boelhouwer, J., Gijsberts, M. & Vrooman, C. (red.) (2014) Verschil in Nederland. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau. 5 Ridder, J. den, Campen, C. van, Josten, E. & Boelhouwer, J. (2020) De sociale staat van Nederland 2020 op hoofdlijnen. Kwaliteit van leven in onzekere tijden. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau: pp. 20-21. 6 Dekker, P, Tiemeijer, W. en M. Bovens (2016) Het zijn de academici: opleiding als sociale en politiek-culturele scheidslijn. Bronner, A.E. Ontwikkelingen in het marktonderzoek: Jaarboek MarktOnderzoekAssociatie, dl. 41. Haarlem: SpaarenHout, 2016.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

2

Vragenlijst RES Zuidoost Brabant7

De vragenlijst voor de energieregio Zuidoost Brabant bevat, naast vragen over bekendheid met de RES, over duurzame energie en energiebesparing, over de verwachtingen met betrekking tot het plaatsen van (eigen) zonnepanelen, over zonne- en windenergie, en over het duurzaam opwekken van warmte. Ook zijn er vragen gesteld over de manier waarop mensen betrokken zouden willen worden bij de doorontwikkeling en uitvoering van de RES. Tot slot is aan respondenten de vraag gesteld of ze zouden willen deelnemen aan een groepsgesprek via een besloten Research Community platform: de ‘Regionale Energie Community’ (zie ook hoofdstuk 7.1.3). Dit om de resultaten van het vragenlijstonderzoek te verdiepen en op onderdelen van een nadere duiding te voorzien.

1.3

Leeswijzer Bij de opbouw van de rapportage hebben we de volgorde van de vragenlijst grotendeels gevolgd. In hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 6 komen de thema’s uit de vragenlijst de aan bod. In hoofdstuk 7 staat de achtergrond van het onderzoek centraal. Aan deze rapportage voegen we drie bijlagen toe. In de eerste bijlage (Bijlage A) geven we een overzicht van de achtergrondkenmerken van de respondenten. Significantietabellen naar leeftijd en opleidingsgroepen staan in de tweede bijlage (Bijlage B). De gebruikte vragenlijst is opgenomen in bijlage drie (Bijlage C). Naast deze rapportage, ontvangen de provincie Noord-Brabant en de betrokkenen van regio Zuidoost Brabant een Excel-bestand waarin gestructureerd de antwoorden op de open vragen per gemeente zijn gerangschikt.

7

De gebruikte vragenlijst voor RES-ZOB is toegevoegd als bijlage C aan deze rapportage.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

3

2

Algemene vragen De vragenlijst is opgebouwd uit verschillende thema’s. We hebben gevraagd naar hoe de respondenten aankijken tegen verschillende aspecten van klimaatverandering. Ook is gevraagd naar de houding van respondenten ten opzichte van de energietransitie in zijn algemeenheid en ten opzichte van het stimuleren van duurzame energie. Vervolgens is gekeken naar de bekendheid van mensen met de Regionale Energiestrategie (RES).

2.1

Klimaatverandering Tabel 1. Vraag 8: Kun je aangeven in hoeverre je het eens of oneens bent met de volgende stellingen? (%). N

(Helemaal) eens

Niet eens, niet oneens

(Helemaal) oneens

Klimaatverandering is een groot probleem

870

64

23

12

Ik maak mij zorgen over de extreme weersveranderingen van de afgelopen jaren (zoals de hete zomers en stortbuien)

1.199

49

29

21

Ik vind de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven

1.610

12

18

70

Het stimuleren van energiebesparing is nutteloos

1.666

6

12

82

Klimaatverandering

Over het algemeen vinden de respondenten de klimaatverandering een groot probleem (64%). Bijna een kwart van de respondenten heeft hier geen mening over (23%), en 12% geeft aan het hiermee (helemaal) oneens te zijn. 12% geeft aan dat zij de aandacht voor klimaatverandering sterk overdreven vinden, 70% is het hier (sterk) mee oneens. Ongeveer de helft van de respondenten maakt zich zorgen over de extreme weersveranderingen van de afgelopen jaren, zoals de hete zomers en de extreme stortbuien (49%). Verder is 6% van de respondenten van mening dat het stimuleren van energiebesparing nutteloos is, terwijl 82% dit juist een goede zaak vindt. Een vijfde van de respondenten maakt zich hier (totaal) geen zorgen over (21%).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

4

2.2

Algemene houding ten opzichte van de energietransitie en duurzame energie Figuur 1. Vraag 5a: Als je kijkt naar wat je nu weet over de energietransitie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover de energietransitie? (N = 1.711/ %)

5% 10%

21%

31% 33%

Zeer negatief

Negatief

Neutraal

Positief

Zeer positief

Houding tegenover de energietransitie

We zien dat ruim de helft van de respondenten (54%) positief of zeer positief staat tegenover de energietransitie. 15% van hen staat hier (zeer) negatief tegenover. Ten slotte staat 31% van de respondenten neutraal ten opzichte van de energietransitie. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. Alleen wanneer we daar opmerkelijke uitschieters of trends in waarnemen zullen we deze expliciet benoemen. Zo zien we bij deze vraag differentiatie naar opleidingsniveaus: laag opgeleiden staan relatief vaak neutraal tegenover de energietransitie (45% tegenover 33% bij middelbaar en 22% bij hoogopgeleiden). Hoog opgeleiden staan vaker dan de andere opleidingsgroepen zeer positief tegenover de energietransitie (33% t.o.v. 15% bij middelbaar en 16% bij laag opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

5

Figuur 2. Vraag 5b: Als je kijkt naar wat je nu weet over duurzame energie, hoe sta je dan in het algemeen tegenover het stimuleren van duurzame energie in Zuidoost Brabant? (N =1.711/ %)

5%

9%

27%

27%

33%

Zeer negatief

Negatief

Neutraal

Positief

Zeer positief

Houding ten opzichte van duurzame energie

Ook tegenover het stimuleren van duurzame energie staat een meerderheid van de respondenten (zeer) positief (60%). Ruim een kwart van de respondenten staat neutraal ten opzichte van duurzame energie (27%) en 14% staat hier (zeer) negatief tegenover. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. Wat opvalt is dat jongere respondenten (tussen de 16 en 30 jaar) vaker dan gemiddeld positief staan tegenover het stimuleren van duurzame energie (39% t.o.v. 33% gemiddeld). Oudere respondenten (respondenten tussen de 51 en 60 jaar, en van 71 jaar en ouder) staan juist vaker dan gemiddeld negatief tegenover het stimuleren van duurzame energie (respectievelijk 12% en 21% tegenover 9% gemiddeld). Laag en middelbaar opgeleiden staan vaker dan hoogopgeleiden neutraal tegenover het stimuleren van duurzame energie (32% en 29% bij laag- en middelbaar opgeleiden tegenover 19% bij hoogopgeleiden). Hoogopgeleiden staan juist vaker (zeer) positief tegenover het stimuleren van duurzame energie (36% t.o.v. 22% bij zowel laag- als middelbaar opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

6

2.3

Bekendheid met de RES Figuur 3. Vraag 6: Heb je [voordat je met deze vragenlijst startte] wel eens iets gehoord over de Regionale Energie Strategie (RES)? Eén antwoord mogelijk. (N =1.711/ %)

18%

54%

28%

Ja, ik ben op de hoogte van het proces en de inhoud. Ja, ik heb wel eens van een RES gehoord, maar ik weet weinig of niets van het proces of de inhoud. Nee, ik was hiervan niet op de hoogte.

Tabel 2. Vraag 7: Op welke manier ben je aan informatie gekomen over de RES? Meerdere antwoorden mogelijk.* (N = 929). % Mijn gemeente

31

Televisie, krant of radio

31

Mensen in mijn omgeving

28

Sociale media

21

Via mijn werk (beroepsmatig)

14

De website van Meteropoolregio Eindhoven / van de Energietransitie regio Zuidoost Brabant

13

Anders

9

De RES-nieuwsbrief *Deze vraag is enkel gesteld aan respondenten die ‘ja’ hebben geantwoord bij vraag 6.

6

Bekendheid met de RES

18% van de respondenten geeft aan op de hoogte te zijn van het proces en de inhoud van de RES. 28% van de respondenten geeft aan wel eens van de RES gehoord te hebben, maar geen zicht te hebben op het proces en/of de inhoud. Meer dan de helft van de Zuidoost Brabantse respondenten is niet op de hoogte van de RES (54%). Dat deze respondenten niet op de hoogte zijn van het RES-proces of van de inhoud wil niet zeggen dat zij op dit moment ook geen mening hebben over de energietransitie. Wel is het waarschijnlijk dat ze op onderdelen van de concept-RES hun mening nog moeten vormen. Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B zijn de uitsplitsingen naar leeftijds- en opleidingsgroepen te vinden. We zien vooral differentiatie naar opleidingsniveau: 59% van de respondenten met een laag

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

7

opleidingsniveau en 63% van de respondenten met een middelbaar opleidingsniveau is niet op de hoogte van de RES (tegenover 38% van de respondenten met een hoog opleidingsniveau). Respondenten met een hoog opleidingsniveau geven dan ook vaker dan gemiddeld aan weleens van de RES te hebben gehoord (32% tegenover 27% bij laag opgeleide respondenten) of bekend te zijn met het proces en de inhoud van de RES (30% t.o.v. 14% van de respondenten met een lage opleiding). Verder zien we dat jongeren (16 tot en met 30 jaar) vaker dan gemiddeld aangeven nog niet van de RES gehoord te hebben (respectievelijk 70% tegenover 54% gemiddeld). De leeftijdsgroepen vanaf 51 jaar en ouder geven vaker dan gemiddeld aan op de hoogte te zijn van het proces en de inhoud van de RES. Manier van bekendheid met de RES

Respondenten die wel eens van de RES hebben gehoord, hebben we gevraagd op welke manier zij hiervan hebben gehoord. Dit was met name via de eigen gemeente (31%) of via televisie, krant of radio (31%). Ook geeft een deel aan via mensen in de omgeving (28%) over de RES te hebben gehoord. Bij ‘anders’ benoemen respondenten verder bijvoorbeeld Best Duurzaam, energiecoöperaties, internet en ZLTO als manieren hoe zij van de RES hebben gehoord.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

8

3

Duurzame energie en besparen De meest duurzame energie is energie die niet hoeft te worden opgewekt. Isoleren van huizen, nieuwe huizen die energieneutraal worden gebouwd en het opslaan van energie zijn daarbij belangrijk. Onder het thema ‘Duurzame energie en besparen’ komen vragen aan bod over de criteria die van belang zijn voor (toekomstige) keuzes op het gebied van energiegebruik, over wie het voortouw zou moeten nemen bij het stimuleren van energiebesparing en duurzame energie en waar de prioriteiten van de overheid zouden moeten liggen. Vervolgens vragen we naar wat respondenten zelf al aan besparingsactiviteiten doen of bereid zijn te doen, en kijken we naar de investeringsbereidheid van respondenten.

3.1

Energiegebruik Tabel 3. Vraag 9: Als je kijkt naar jouw energiegebruik, wat vind je dan belangrijk? (N =1.711/ %). (Zeer) belangrijk

Een beetje belangrijk

Niet belangrijk

Dat weet ik niet / geen mening

Dat de energie die ik gebruik betaalbaar is

90

8

1

2

Dat de energie die ik gebruik altijd beschikbaar is

90

7

1

3

Dat de opwekking van de energie die ik gebruik veilig is

90

6

2

3

Dat de opwekking van de energie, die ik gebruik, geen hinder oplevert voor omwonenden

78

16

3

3

Dat de energie die ik gebruik geen schade veroorzaakt aan natuur, milieu en klimaat

75

19

3

2

Dat er zo min mogelijk aan het landschap verandert op plekken waar energie wordt opgewekt

68

21

8

3

Dat de energie die ik gebruik wordt opgewekt met duurzame bronnen, zoals wind, zon en biomassa

67

19

10

4

Dat ik zelf de energie opwek, die ik gebruik

48

24

20

7

Dat mijn energiegebruik goed is voor de werkgelegenheid in Brabant

47

24

19

9

Dat de energie die ik gebruik in mijn eigen directe omgeving wordt opgewekt

30

25

37

8

Criteria energiegebruik

Respondenten hechten veel waarde aan de beschikbaarheid, betaalbaarheid en veiligheid van de energievoorziening: 90% van de respondenten vindt deze aspecten (zeer) belangrijk. Minder belang wordt toegekend aan het zelf opwekken van de energie (48% van de respondenten vindt dit (zeer) belangrijk) en aan het gegeven dat energie in de directe omgeving wordt opgewekt (30% vindt dit (zeer) belangrijk). Het merendeel van de respondenten vindt het belangrijk dat de opwekking van energie geen hinder oplevert voor omwonenden (78% vindt dit (zeer) belangrijk) en dat er zo min mogelijk aan het landschap verandert als gevolg van energieopwekking (68% vindt dit belangrijk tot zeer belangrijk). Driekwart van de respondenten vindt het van groot belang dat de energie die zij gebruiken geen schade veroorzaakt aan natuur, milieu en klimaat.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

9

De link met werkgelegenheid wordt door bijna de helft van de respondenten belangrijk gevonden: 47% vindt het belangrijk dat het eigen energiegebruik goed is voor de werkgelegenheid. De grootste verdeeldheid zien we bij de vraag of de gebruikte energie in de eigen directe omgeving opgewekt dient te worden: 30% vindt dit (zeer belangrijk), een kwart vindt dit een beetje belangrijk en 37% vindt dit niet belangrijk.

3.2

Duurzame energie Tabel 4. Vraag 10: In de RES hebben we de ambitie om het besparen van energie te versnellen. Wie vind je dat daarin het voortouw moet nemen? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). Koopwoning

Huurwoning

Anders

Gemiddeld RES-ZOB

N

1.451

235

25

1.711

Zowel de overheid als de huiseigenaren: de overheid faciliteert, de huiseigenaren nemen de eigen verantwoordelijkheid en moeten aan de slag

53

35

15

48

De overheid: door goede communicatie, betrouwbare informatie, hulp bij advies, aantrekkelijke aanbiedingen en subsidies

27

42

43

31

Alle huiseigenaren: iedereen draagt hierin eigen verantwoordelijkheid (zij kunnen dit doen of niet, en eventueel gebruik maken van een duurzaamheidslening of subsidieregeling)

7

9

16

8

Dat weet ik niet / geen mening

3

9

9

5

Niemand: deze ontwikkeling gaat vanzelf, extra tijd en geld van de overheid is niet nodig

5

2

5

4

Anders

4

3

14

4

Tabel 5. Vraag 11: Waar moet de overheid prioriteit aan geven als het gaat om energiebesparing? Maximaal 2 antwoorden mogelijk. Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). Koopwoning

Huurwoning

Anders

Gemiddeld RES- ZOB

N

1.451

235

25

1.711

Verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen

64

60

36

63

Advies geven over de mogelijkheden tot aanpassing in en rond de woning

34

27

27

32

Organiseren van collectieve acties (zoals het gezamenlijk inkopen van isolatie of interessante aanbiedingen voor duurzame apparaten)

28

30

16

28

Het verhogen van de urgentie bij inwoners, bedrijven en maatschappelijke instellingen

21

22

26

21

Geven van een lening voor energiebesparende maatregelen

19

17

20

18

Verplicht stellen van maatregelen

10

20

21

13

Anders

7

3

16

6

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

10

Prioriteiten overheid

Bijna de helft van de respondenten (48%) vindt dat de overheid samen met de huiseigenaren het voortouw moeten nemen in het versnellen van energie besparing. Drie op de tien (31%) geven aan dat de overheid het voortouw moet nemen en 8% vindt dit primair de verantwoordelijkheid van alle huiseigenaren. Huurders vinden bovengemiddeld vaak dat de overheid aan zet is als het gaat om het versnellen van energiebesparing. In de concept-RES van regio MRE lezen we dat gebouweigenaren en gebruikers vooral zelf aan zet zijn als het gaat om energiebesparing 8. De rol van de (lokale) overheid wordt beschreven als het vervullen van een voorbeeldrol (het zelf verduurzamen van de eigen vastgoed) en als het actief stimuleren en faciliteren van duurzaam gedrag. Bij de antwoordcategorie ‘anders’ benoemen respondenten nog dat bedrijven en de industrie het voortouw moeten nemen in het versnellen van energie besparing. Als het dan gaat over het type stimuleringsmaatregelen, dan vindt bijna twee derde dat de overheid voornamelijk dient te focussen op het verlenen van subsidies voor energiebesparende maatregelen (63%). Verder vindt een derde dat de overheid advies moet geven over de mogelijkheden van woningaanpassing (32%) en 28% vindt dat de aandacht moet gaan naar het organiseren van collectieve acties.

Respondenten geven dus niet de voorkeur aan een lening (18% heeft dit als voorkeur) en ook het verplichten van maatregelen wordt minder gewaardeerd (13%). Respondenten die ‘anders’ hebben ingevuld hebben een flink aantal andere prioriteiten genoemd: zorgen dat het betaalbaar wordt voor iedereen, vooral inzetten op isoleren, grootgebruikers / bedrijven stimuleren meer te besparen, vervuilers laten betalen of meer richten op innovatie. Een klein deel van de respondenten (circa 13 personen) geeft hieraan dat zij vinden dat de overheid prioriteit moet geven aan het ontwikkelen van kernenergie. We lezen onder meer: • • • •

3.3

“(Groot)vervuilers laten betalen” “Alle huizen met een laag energielabel moeten worden geïsoleerd. Dat bespaart heel veel energie.” “Inzetten van nieuwe technologieën, zoals nanotechnologie.” “Kerncentrales installeren omdat deze tot nu toe het milieu vriendelijkste zijn.”

Besparingsactiviteiten Om als bewoner (of bedrijf) energie te kunnen besparen zijn verschillende dingen nodig: 1. Gedragsverandering (bijv. thermostaat structureel paar graden lager of korter douchen); 2. Duurzame aankopen (bijv. vervangen oude koelkast door energiezuinige A++versie); 3. Duurzame verbouwingen (bijv. isolatie van dak of muren).

8

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.21.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

11

Tabel 6. Vraag 12: Welke van volgende besparingsactiviteiten doe jij al of overweeg je in de komende 10 jaar te doen? (N = 1.685/ %) Doe ik al

Bereid om dit te gaan doen

Niet bereid om dit te gaan doen

Ben er niet mee bekend

N.v.t. / dat weet ik niet

Ik doe het licht uit wanneer ik een ruimte verlaat

91

4

3

1

1

Ik zet de verwarming een paar graden lager als ik niet thuis ben / gedurende de nacht

82

6

4

1

5

Ik gebruik energiezuinige huishoudelijke apparaten (met label A+, A++ of A+++)

59

28

2

2

8

Ik zet de televisie uit in plaats van op standby als ik geen televisie kijk

56

21

14

3

6

Ik zet de verwarming op 19 graden en trek een warme trui aan

50

17

28

1

5

Ik pas binnen de komende 10 jaar mijn huis aan door duurzame maatregelen te nemen, bijvoorbeeld muur- of dakisolatie of isolerende ramen

45

27

8

2

18

Ik vervang bestaande apparaten versneld voor duurzamere apparaten als ik weet dat ik de besparing terugverdien

29

42

15

4

9

Ik kies bewust voor een energiezuinige of elektrische auto

19

32

25

5

18

Besparingsactiviteiten

Heel veel respondenten passen al (laagdrempelige) mogelijkheden voor energiezuinig leven toe. Zo zet 82% de verwarming een paar graden lager als ze niet thuis zijn en doet 91% het licht uit als zij een ruimte verlaten. Het aandeel mensen dat bereid is in te leveren op comfort ligt duidelijk lager: 50% is bereid om de verwarming op 19 graden te zetten en een warme trui aan te doen. Als het gaat om het aanschaffen van duurzame apparaten zien we dat 59% dit al heeft gedaan en nog eens 28% bereid is om dit te gaan doen. Voor de aanschaf van een energiezuinige of elektrische auto ligt dat nog lager: 19% geeft aan dit al te hebben gedaan en nog eens 27% is bereid om dit te gaan doen. Via een open vraag konden respondenten aangeven welke andere energiebesparende maatregelen zij nemen. We lezen hier verschillende reacties, zoals korter douchen, hergebruiken van spullen of minder / geen vlees eten. Ook pakken respondenten bijvoorbeeld bewust de fiets in plaats van de auto en gaan sommigen niet meer met het vliegtuig. Verder benoemen respondenten dat zij best besparingsactiviteiten of -maatregelen zouden willen ondernemen, maar dat dit voor mensen met een kleine beurs niet altijd haalbaar is of dat zij afhankelijk zijn van hun verhuurder. Enkele reacties: • “Zo min mogelijk auto gebruiken. Bijna alles op de fiets. Niet vliegen. Alleen ruimte waar we zijn verwarmen.” • “Fietsen i.p.v.

de auto pakken. Overal LED verlichting. Vloerverwarming op een constante temperatuur houden in de herfst. Minder vlees eten.” • “Allemaal prachtige gedachten, maar mensen met een smalle beurs krijg je niet mee. Het kost hen teveel geld wat ze niet hebben.”

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

12

3.4

Investeringsbereidheid Tabel 7. Vraag 13: In hoeverre ben jij bereid om de komende tien jaar te investeren in energiebesparing of duurzame energie rondom jouw woning?* (N = 1.430/ %) Heb ik al

Bereid om hier in te investeren

Niet bereid om hier in te investeren

Ben er niet mee bekend

N.v.t. / dat weet ik niet

Het plaatsen van zonnepanelen op het dak van mijn woning / de woning waarin ik woon

459

34

13

2

6

Het investeren in isolatie, bijvoorbeeld muur- of dakisolatie of isolerende ramen

60

27

6

2

5

Het aanschaffen van een elektrische auto

7

38

35

4

15

Het plaatsen van een warmtepomp

11

30

35

12

12

Het aanschaffen van energiezuinige apparaten (bijvoorbeeld een energiezuinigere wasmachine of koelkast)

47

43

5

2

3

*Alleen ingevuld door woningeigenaren (zie vraag 1).

Investeringsbereidheid

We zien dat 60% van de woningeigenaren al heeft geïnvesteerd in isolatie, 27% van de respondenten is bereid om hierin te investeren. 47% heeft al energiezuinige apparaten aangeschaft, 43% is bereid dit te doen. We zien dat de respondenten het minst bereid zijn om de komende tien jaar te investeren in de aanschaf van een elektrische auto of in het plaatsen van een warmtepomp (beiden 35%). We zien dat een ruime meerderheid van de respondenten de bereidheid heeft om te investeren in zonnepanelen. 45% van de respondenten met een koopwoning geeft aan al zonnepanelen te hebben geplaatst. Dat is fors meer dan de daadwerkelijke cijfers laten zien: 14% van alle woningen in Zuidoost Brabant heeft geregistreerde zonnepanelen. Het hoge percentage van 45% kan op verschillende manieren verklaard worden, bijvoorbeeld doordat werving van de respondenten via een open link is gebeurd. Dit veronderstelt dat mensen met affiniteit met het onderwerp eerder (of enkel) geneigd zijn te reageren. Hoewel ook gewerkt is met een panel is deze scheve verdeling niet volledig rechtgetrokken met panelleden.

9

Het daadwerkelijke percentage woningen met geregistreerde zonnepanelen in Zuidoost-Brabant was in 2019 14%. Bron: CBS 2019, verkregen van https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/woningen/.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

13

4

Zonne- en windenergie In dit hoofdstuk kijken we naar duurzame opwek via zon en/of wind. Het thema ‘zonneenergie’ bevat vragen omtrent zonnepanelen op daken van respondenten. Vervolgens is er aandacht voor de combinatie(s) tussen zon en wind. We leggen verschillende opties voor de aanleg van zonneparken en windmolens voor en vragen naar de voorkeuren voor het plaatsen hiervan.

4.1

Zonne-energie In de toekomst wil energieregio Zuidoost Brabant maximaal gebruik maken van de energie die via de zon op daken van huizen en op grote daken van bedrijven opgewekt kan worden. Tabel 8. Vraag 14: Liggen er in 2030 ook zonnepanelen op jouw dak? Eén antwoord mogelijk. Uitgesplitst naar woningeigenaren en huurders (%). Anders

Gemiddeld RES- ZOB

229

25

1.684

21

27

4110

17

6

23

14

Weet ik niet, ik woon in een huurhuis

1

58

25

15

Misschien

20

4

16

16

Nee

15

11

10

14

Koopwoning

Huurwoning

N

1.430

Ja, ik heb ze nu al

48

Ja

Respondenten konden hierbij aangeven waarom ze wel, niet of misschien verwachten over tien jaar zonnepanelen op hun dak te hebben liggen. De respondenten die bij deze vraag hebben aangegeven dat ze deze over 10 jaar wel hebben (14%), geven daarbij aan dat ze er nu al mee bezig zijn, dat ze verduurzamen belangrijk vinden of het een goede (financiële) investering vinden. Enkele reacties: • • •

“Goed voor klimaat, energie geleverd door de natuur, zelfvoorzienend, wil onafhankelijk zijn van energiebedrijf.” “Als we weer gespaard hebben komen die vast binnen een paar jaar.” “Het ook de portemonnee spaart.”

De respondenten die aangeven misschien over tien jaar zonnepanelen op hun dak zullen hebben (16%), geven als reden veelal aan dat ze dit laten afhangen van de mogelijkheid voor subsidie of hun eigen financiële situatie, ze twijfelen of zonnepanelen economisch rendabel zijn of niet weten wat de terugverdient tijd is, of ze weten niet of ze over tien jaar nog in dit huis wonen. Ook vragen een aantal zich af of hun dak er wel geschikt voor is of weten sommigen nog niet of ze over 10 jaar nog in dit huis wonen. We lezen onder meer:

10

Het daadwerkelijke percentage woningen met geregistreerde zonnepanelen in Zuidoost-Brabant was in 2019 14%. Bron: CBS 2019, verkregen van https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/dashboard/woningen/.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

14

• • •

“Ik niet weet of ik die investering terugverdien.” “Ons dak er nu nog niet geschikt voor is.” “Ik afwacht of er financieel meer aantrekkelijke subsidies of giften komen.”

Respondenten die aangeven dat er over tien jaar geen zonnepanelen op hun dak liggen (14%) geven onder meer aan dat hun dak hiervoor niet geschikt is of ongunstig ligt, ze in een appartement wonen, ze in een huurwoning wonen, ze het te duur of te lelijk vinden of dat ze vermoeden dat de kosten en baten niet tegen elkaar opwegen. Enkelen geven aan dat zij via andere zonnepanelen energie afnemen, bijvoorbeeld via een postcoderoos-regeling. • • •

“De kosten en terugwinning en hetgeen je terugkrijgt in geld zo onduidelijk is dat ik het niet overweeg.” “Geen geld om eerst dak te vernieuwen en te saneren.” “Het zware investering is die je niet snel terugverdient. Bovendien brandgevaarlijk.”

Verschillen tussen leeftijds- en opleidingsgroepen

In bijlage B is een uitsplitsing te vinden van deze vraag naar leeftijds- en opleidingsgroepen. We zien dat respondenten tussen de 41 en 70 jaar oud vaker dan gemiddeld aangeven al zonnepanelen op hun daken te hebben liggen. Jonge respondenten (tussen de 16 en 30 jaar oud) geven vaker dan gemiddeld aan dat zij misschien in 2030 zonnepanelen op hun dak hebben liggen (18% t.o.v. 16% gemiddeld) of dat ze dit niet weten omdat zij in een huurhuis wonen (28% t.o.v. 15% gemiddeld). Respondenten tussen de 41 en 50 jaar, en van 71 jaar en ouder geven vaker dan gemiddeld aan dat er in 2030 geen zonnepanelen op hun dak zullen liggen (respectievelijk 21% en 25% t.o.v. 14% gemiddeld). Mensen met een laag of middelbaar opleidingsniveau geven relatief vaak aan dat zij niet weten of ze in 2030 zonnepanelen op hun dak hebben liggen, aangezien ze in een huurhuis wonen (19% van de laag- en 21% van de middelbaar opgeleiden tegenover 5% van de mensen met een hoge opleiding). Mensen met een hoog opleidingsniveau geven daarentegen vaker aan dat ze al zonnepanelen hebben (51% tegenover 38% bij laag- en 35% bij middelbaar opgeleiden) of dat deze er dan zullen liggen (17% tegenover 12% bij laag en 13% bij middelbaar opgeleiden).

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

15

Figuur 4. Vraag 15: Wat heb je nodig om in de toekomst zonnepanelen op je dak te leggen?* Meerdere antwoorden mogelijk. (N = 453).

Advies op maat wat past bij mijn dak en welke aanpassingen daarvoor nodig zijn

49%

36% Informatie over zonnepanelen en leveranciers Een duurzaamheidslening, bijvoorbeeld om noodzakelijke aanpassingen te doen aan mijn dak (isolatie) of om zonnepanelen te kunnen betalen

29%

25% Anders Een aanbod waarbij ik met mijn buren zonnepanelen kan kopen

22% 0%

10%

20%

30%

40%

50%

60%

*Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 14 ‘ja’ of ‘misschien’ hebben ingevuld. Figuur 5. Vraag 16: Op welke termijn verwacht je zonnepanelen op jouw dak te installeren?* (N = 453).

< 1 jaar

15%

1 – 5 jaar

32%

5 – 7 jaar

12%

> 7 jaar

12%

Dat weet ik niet

30%

*Alleen ingevuld door respondenten die bij vraag 14 ‘ja’ of ‘misschien’ hebben ingevuld.

Zon op daken

We hebben bij vraag 15 en 16 alleen gekeken naar woningeigenaren die verwachten in 2030 (misschien) zonnepanelen op hun dak te hebben liggen. Voor deze woningeigenaren geldt dat zij de investeringen in zonnepanelen op moeten kunnen brengen én de bereidheid moeten hebben om te investeren. Voor huurders is de situatie anders. Voor het verduurzamen van de woning is een huurder afhankelijk van de verhuurder.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

16

Van de eigenaar-bewoners die verwachten in 2030 (misschien) zonnepanelen op hun dak te hebben liggen, geeft bijna de helft aan dat zij advies op maat nodig hebben over wat bij hun dak past om daadwerkelijk de zonnepanelen te leggen (49%). Verder geeft 36% aan informatie over zonnepanelen en leveranciers nodig te hebben. 29% van de respondenten heeft een duurzaamheidslening nodig om in de toekomst zonnepanelen te kunnen betalen. Individuele ondersteuningsopties hebben de voorkeur boven collectieve ondersteuningsopties. Oftewel, respondenten zijn iets vaker geïnteresseerd in een duurzaamheidslening (29%) dan in een aanbod waarbij zij met bijvoorbeeld buren gezamenlijk zonnepanelen kunnen aanschaffen (22%). Respondenten die bij vraag 15 (Wat heb je nodig om in de toekomst zonnepanelen op je dak te leggen?) ‘anders’ hebben ingevuld geven bijvoorbeeld aan dat ze ook toestemming van de VVE nodig hebben of dat ze goede informatie nodig hebben over wat betrouwbare bedrijven zijn die zonnepanelen kunnen plaatsen. Ook geven respondenten aan dat ze graag informatie/zekerheid willen over het economisch rendement of dat zij geld nodig hebben om de investering te kunnen doen. Zo lezen we onder meer: • • •

“Goede berekening wat ik kan besparen. Volgens mij kan ik beter mijn hypotheek aflossen.” “Betrouwbare firma’s die ook doen wat ze beloven.” “Zekerheid dat het niet over 2 jaar niet meer werkt omdat men dan een hoog gebouw op mijn vrije uitzicht heeft geplaatst.”

Ongeveer een derde van de respondenten die denkt in 2030 (misschien) zonnepanelen op hun dak te hebben liggen geeft aan te verwachten dat dit tussen de 1 en 5 jaar zal gebeuren (32%). Drie op de tien van deze respondenten geeft aan nog niet te weten op welke termijn zij zonnepanelen zullen nemen.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

17

4.2

Combinaties zonne- en windenergie Met alleen zonnepanelen op daken kan de regio Zuidoost Brabant niet aan haar energieopgave voldoen. Ook niet als er maximaal wordt ingezet op energiebesparing. Daarom zal een ook een combinatie van zonneparken (parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar) en windmolenparken (parken met meerdere windmolens bij elkaar) toegepast moeten worden. Tabel 9. Vraag 17: Welke oplossingen spreken jou het meest aan? Maximaal 3 antwoorden mogelijk. (N = 1.670) % Zonneparken gekoppeld aan (energie)infrastructuur (zoals wegen, kanalen en hoogspanningslijnen)

44

Windmolens gekoppeld aan (energie)infrastructuur (zoals wegen, kanalen en hoogspanningslijnen)

41

Zonneparken met ruimte voor biodiversiteit aan de randen van natuurgebieden (biodiversiteit is de aanwezigheid van verschillende soorten dieren en planten in een bepaald gebied)

24

Zonneparken bij boerenbedrijven in mijn gemeente

21

Ik heb geen voorkeur

19

Windmolens bij boerenbedrijven in mijn gemeente

16

Windmolens plaatsen in nieuwe bossen die natuurgebieden uitbreiden en met elkaar verbinden

11

Ik wil überhaupt niet dat er wordt geïnvesteerd in zonne- en windenergie

9

Voorkeuren voor oplossingen

We zien dat zonneparken (44%) of windmolenparken (41%) gekoppeld aan (energie)infrastructuur oplossingen zijn die voor de grootste groep van de respondenten aanspreken. Verder ziet een kwart van de respondenten een oplossing in zonneparken met ruimte voor biodiversiteit aan de randen van natuurgebieden (24%). Een vijfde van de respondenten ziet een oplossing in zonneparken bij boerenbedrijven in de eigen gemeente (21%). Voor windmolens bij boerenbedrijven is dit 16%. Een vijfde van de respondenten heeft (nog) geen voorkeur (19%) en 9% van de respondenten wil überhaupt niet dat er wordt geïnvesteerd in zonne- en windenergie. Ook in de concept-RES van regio Zuidoost Brabant lezen we dat energiemaatregelen aan grootschalige infrastructuur gekoppeld kunnen worden 11. Bijvoorbeeld langs de snelwegen die de regio doorkruisen. De hoofdinfrastructuur biedt tevens kansen voor het transport van duurzame energie. De koppeling met bestaande infrastructuur sluit aan bij de voorkeuren van de respondenten.

11

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.29.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

18

Tabel 10. Vraag 18: Om een goed beeld te krijgen van wat jij vindt van zonne- en windenergie leggen wij je enkele stellingen voor. Met zonneparken bedoelen we parken met meerdere zonnepanelen bij elkaar. In hoeverre ben je het eens of oneens met de volgende stellingen? (N = 1.660 / %) (Helemaal) eens

Niet eens, niet oneens

(Helemaal) oneens

Weet niet / geen mening

A. Ik zou willen dat mijn regio volop inzet op windenergie en ook gebieden hiervoor aanwijst in mijn regio

40

23

30

7

B. Ik vind dat windmolens altijd in een cluster van windmolens op enkele aangewezen locaties neergezet moeten worden en niet als een mozaïek door het landschap

48

22

19

11

C. Ik sta sowieso negatief ten opzichte van windenergie, ongeacht waar windmolens geplaatst worden

18

18

60

4

D. Ik zou graag willen dat mijn regio volop inzet op zonneparken en ook gebieden hiervoor aanwijst in mijn regio

42

28

25

5

E. Ik vind dat zonneparken altijd in een cluster op enkele aangewezen locaties neergezet moeten worden en niet als een mozaïek door het landschap

42

25

23

10

F. Ik sta sowieso negatief ten opzichte van zonneparken, ongeacht waar de zonneparken geplaatst worden

18

17

59

5

G. Ik vind dat mijn regio volop moet inzetten op een combinatie van windmolens en zonneparken en ook gebieden aanwijst voor een combinatie van beiden in mijn regio

41

25

28

6

H. Ik zie graag dat in iedere gemeente zonneparken en/of windmolens geplaatst worden en iedere gemeente hiermee bijdraagt aan de energieopgave

42

24

28

6

I. Ik vind dat we 1 tot 3 plekken in mijn regio (ook al is dit bij mij in de buurt) moeten aanwijzen voor de plaatsing van zonneparken en windmolens, dat voldoende is voor de gehele regio

33

25

34

8

Inzetten op wind en/of zonne-energie

We zien dat ongeveer de helft van de respondenten vindt dat windmolens altijd in clusters op de daarvoor aangewezen locaties geplaatst dienen te worden (48%). Ongeveer vijfde van de respondenten staat sowieso negatief of neutraal ten opzichte van windenergie, ongeacht waar windmolens geplaatst worden (beiden 18%). Ook staat 18% van de respondenten sowieso negatief tegenover zonneparken, ongeacht waar deze geplaatst worden. Bij de overige stellingen zien we dat ongeveer 40% het eens is, en een kwart van de respondenten het nog niet zo goed weet. In de concept-RES van regio Zuidoost Brabant is te lezen dat clusters van zonneparken of windmolens langs infrastructuur het best passen bij het mozaïekenlandschap van de regio12.

12

Concept RES Metropoolregio Eindhoven. Energiek en innovatief! P.29.

Het PON & Telos | Internetconsultatie Brabantse energie-regio’s

19

4.3

Acceptatie windmolenpark Tabel 11. Vraag 27: Wanneer ben jij bereid om een windpark (park met meerdere windmolens bij elkaar) in jouw directe omgeving te accepteren? (N = 1.621). % Als ik samen met andere inwoners en/of grondeigenaren kan beslissen over het ontwikkelgebied, bijvoorbeeld over de inrichting van het windpark en de verdeling van de opbrengsten

28

Als ik heb kunnen meebeslissen over waar het windpark komt

27

Ik ben hiertoe nooit bereid

23

Als ik kan investeren en daardoor meeprofiteren van de opbrengsten van het windpark

21

Dat weet ik niet / geen mening

18

Als ik weet dat er in mijn omgeving op veel andere plekken ook windparken worden geplaatst

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10728578/1