CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21072.24 - Visie duurzame energieopwekking Buitengebied Best

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21072 - Vaststellen Regionale Energie Strategie 1.013.258 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

4.2.5 Bodemleven; geef de bodem leefruimte Door de plaatsing van zonnepanelen kan de inval van licht en (regen)water op de bodem afnemen, met negatieve gevolgen voor bodemkwaliteit en ecologie. Het is belangrijk om de bodem genoeg ademruimte te geven. Hiervoor gelden de volgende aandachtspunten/randvoorwaarden: a) Onderbouw de afstand tussen de panelenrijen. Zorg bijvoorbeeld voor een brede buitenrand, een verticale opstelling van panelen, of zonnepanelen die aan twee zijden een glasplaat hebben waardoor er licht doorheen komt; b) Plaats de panelen niet direct tegen de bodem aan, maar zorg voor enige afstand tussen het maaiveld en de panelen; c) Opstelling. De klassieke zuid-opstelling kent een lagere dekkingsgraad (ongeveer 50%) dan de oostwest opstelling, omdat in verband met de schaduwwerking er een grotere ruimte tussen 2 rijen vrijgelaten wordt. Dit is in principe beter voor de bodem. Nadeel van deze oost-west opstelling is de hoge dekkingsgraad (75%) en de onduidelijkheid in hoeverre dit nadelige gevolgen heeft voor het bodemleven en de mogelijke beplanting van de beschaduwde delen, die zonder extra maatregelen waarschijnlijk ook relatief droog zullen zijn.

Een optimalisatie ten gunste van het bodemleven van de oost-west opstelling kan gezocht worden in het ruimer opzetten van de paneelrijen met niet alleen onderhoudspaden aan de lage zijde van de panelen, maar ook een -adem- ruimte in de nok. Een andere variant die zorgvuldiger is voor het bodemleven is, een opstelling van zonnepanelen in de vorm van een verticale opstelling van de panelen.

Pagina 26 van 42

BL20-14171

Houd ruimte onder en naast de opstellingen

Creëer meervoudig ruimtegebruik Afbeelding 10: richtlijnen opstelling. Bron: illustraties zijn opgesteld door landschapsarchitecten Vincent Janssen en Corine Zwart van Royal HaskoningDHV.

4.3

Specifieke voorwaarden en uitgangspunten bij windmolens

4.3.1 Provinciaal beleid Conform het provinciaal beleid zijn windmolens denkbaar ter hoogte van grootschalige lijnvormige infrastructuur: autosnelweg, spoorlijn en kanalen. Wanneer hiervan uit wordt gegaan, blijft er een nog beperkter gebied over, waar de plaatsing van windmolens mogelijk is in het buitengebied. Daarbij gaat het provinciaal beleid ook uit van clustering van windmolens en hanteert de provincie een minimumaantal van drie windmolens per projectlocatie (zie ook hoofdstuk 2)10.

Voorbeeld: windmolens langs de A58 Een lokaal bekend voorbeeld zijn de windmolens zoals deze ook zijn geplaatst evenwijdig aan de rijksweg A58, binnen de gemeenten Oirschot en Oisterwijk. Hier zijn windmolens geplaatst met een masthoogte van 90 meter en een rotordiameter van 116 meter. De tiphoogte (bovenkant rotorblad) bedraagt dan 148 meter. Deze windmolens staan op een afstand van circa 500 meter van elkaar.

4.3.2 Invliegfunnel en radarverstoringsgebied De gemeente Best ligt in het zuiden tegen het vliegveld Eindhoven Airport dat met meer dan 40.000 vliegbewegingen per jaar het tweede vliegveld van Nederland is. Rondom het vliegveld gelden diverse zones en beperkingen. Het gaat hierbij om de zogenaamde invliegfunnel voor de vliegtuigen en het radarverstoringsgebied11. Beide tezamen liggen ruim over Best heen. Bijna de gehele bebouwde kom en het zuiden en zuidoosten van Best vallen hier onder. De invliegfunnel en het radarverstoringsgebied zijn erg bepalend voor de mogelijkheden van eventuele plaatsing van windmolens in Best en daarom beide opgenomen op de Visiekaart.

10

In de Regionale Energie Strategie (RES) is nu aanvullend de optie in onderzoek naar de mogelijkheid van een solitaire windmolen als landmark. 11 Metalen windturbines kunnen radars verstoren. Bovendien kunnen de reflecties van de snel bewegende wiekpunten als een vliegtuig worden gezien, omdat de snelheid vergelijkbaar is. Dit bemoeilijkt het volgen van vliegtuigen boven windturbines. Bij projecten voor de bouw van windturbines moet daarom worden onderzocht of deze de radars niet verstoren. Pagina 27 van 42 BL20-14171

4.3.3 Voor windmolens 400 meter afstand tot woningen Er zijn landelijk en Europees12 nog geen vaste afstanden bepaald tot woningen. De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geeft in haar publicatie ‘Windmolens en geluid’ in opdracht van het ministerie van Economische Zaken (d.d. april 2016) aan dat windmolens niet worden geplaatst binnen een minimale afstand van 300 meter tot een woning. In het ontwerp van de Visie voor duurzame energieopwekking in het buitengebied werd daarom deze minimale afstand tot woningen aangehouden. Vanuit de disciplines milieu en geluid is hierop geadviseerd een minimale afstand van 400 meter tot woningen aan te houden vanwege m.n. de aspecten slagschaduw (wieken die telkens voor de zon draaien) en geluid. In de vaststellingsversie van deze visie zijn daarom hiervoor afstandscirkels van 400m geprojecteerd om de woningen. In het volgende hoofdstuk zijn deze cirkels over de integrale analysekaart heen gelegd, zodat een visualisering is ontstaan van de mogelijkheden in Best.

4.3.4 In geval van initiatieven; locatiespecifiek omgevingsonderzoek Voor wat betreft de benodigde onderzoeken is het op voorhand niet mogelijk om specifieke locatieuitspraken te doen voor het gehele buitengebied van Best. In geval van initiatieven zullen deze met uitgebreid onderzoek, specifiek gericht op de situatie en de omgeving rondom de te plaatsen windmolen(s), moeten aantonen of de plaatsing van een windmolen op een specifieke locatie mogelijk en aanvaardbaar is. De toelaatbare afstand van een windmolen tot woningen (gevoelige functies zoals ook een kinderdagverblijf, ziekenhuis, etc.) en daarmee de exacte situering van de windmolen, hangt sterk af van meerdere aspecten. Het gaat hierbij onder andere om; veiligheid13 (o.a. brandveiligheid, mastbreuk) en het geluid en de slagschaduw die een windmolen zal veroorzaken. Het geluid van een windmolen mag gemiddeld niet meer dan 47 decibel per jaar zijn bij woningen, gemeten op de gevel. Het karakter van het geluid (zwiepen/zoeven) speelt een belangrijke rol in de discussie over geluid van windturbines. In hoeverre laagfrequent geluid zorgt voor overlast (onder andere verstoring nachtrust) wordt momenteel op landelijk niveau vervolgonderzoek naar gedaan. Tenslotte zijn windmolens ook van invloed op vogelpopulaties. Vogels kunnen in dodelijke aanvaring komen met de rotorbladen van windmolens.

De extra sterfte leidt tot een afname van vogelpopulaties. In de ruimtelijke onderbouwing voor de besluitvormingsprocedure van windmolens moet daarom worden onderbouwen of de risico’s van windmolens op vogelpopulaties aanvaardbaar zijn14.

4.3.5 Kleinschalige windmolens Vanuit de visie is het passend om bij bijvoorbeeld een (agrarisch) bedrijf ruimte te geven voor de plaatsing van solitaire, meer kleinschalige windmolens tot 15m hoogte. Ook voor dergelijke windmolens (met kleinere afmetingen) moeten initiatiefnemers rekening gehouden worden met de aspecten van veiligheid, geluid en slagschaduw op de omgeving.

12

De deelstaat Beieren in Duitsland besliste in 2014 dat de afstand tussen een windmolen en het dichtstbijzijnde huis 10x de hoogte van de mast moet zijn. 13 Mogelijke risico's rond een windmolen zijn mastbreuk, het afbreken van de gondel of van een blad. Voordat de overheid toestemming geeft voor de bouw van een windturbine, kan ze om een kwantitatieve risicoanalyse vragen. Een risicoanalyse maakt standaard onderdeel uit van de vergunningaanvraag. Het handboek risicozonering windturbines biedt geactualiseerde faalscenario’s en faalkansen van windturbines. 14 Uit onderzoek van de Universiteit van Wageningen blijkt dat de gevolgen van de extra sterfte op vogelpopulaties onder de huidige normen voor windmolens worden onderschat. Zie; “Mortality limits used in wind energy impact assessment underestimate impacts of wind farms on bird populations”, Universiteit van Wageningen, Peter Schippers, Ralph Buij, Alex Schotman, Jana Verboom, Henk van der Jeugd, Eelke Jongejans.04 Juni 2020. Pagina 28 van 42 BL20-14171

Afbeelding 11: Voorbeeld / impressie van een kleine windmolen bij een agrarisch erf.

Pagina 29 van 42

BL20-14171

5. Mogelijkheden energieopwekking in het buitengebied 5.1

Inleiding

In dit hoofdstuk is een analyse van de mogelijkheden voor energieopwekking in het buitengebied opgenomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de Structuurvisie Buitengebied en de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant (VR15). De kaarten laten zien, aan de hand van aanwezige en beschermde waarden, waar zonne-energie en windmolens toelaatbaar zijn en welke aandachtspunten hierbij gelden, specifiek voor een gebied. Daarbij is een opdeling gemaakt tussen plekken waar geen of beperkte mogelijkheden zijn voor duurzame energieopwekking is, waar het afweegbaar is, en waar het onder voorwaarden kansen biedt. Aan het einde van dit hoofdstuk zijn deze kaarten samengebracht in één kaartbeeld. Hierop is ook de ligging van de energie-infrastructuur opgenomen. Dit biedt inzicht in de meest kansrijke locaties voor duurzame energie, ook vanuit financieel en technisch oogpunt, in het buitengebied van Best. Alle kaarten zijn tevens in de bijlage opgenomen.

5.2

Geen of beperkte mogelijkheden voor opwekking van duurzame energie

5.2.1 Gebieden met beperking Er zijn binnen de gemeente Best gebieden te onderscheiden waarvoor op basis van deze visie, een beperking van mogelijkheden van toepassing is voor grootschalige energieopwekking.  Natuurnetwerk Brabant In de Structuurvisie buitengebied van de gemeente Best en de Interim ongevingsverordening van de provincie Noord-Brabant worden de ter plaatse aanwezige natuur- en landschapswaarden beschermd. De gebieden zijn in de omgevingsverordening aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Door de aanwezige natuur- en landschapswaarden zijn in het Natuurnetwerk Brabant naar het oordeel van de gemeente Best geen mogelijkheden aanwezig voor de toepassing van (grootschalige) duurzame energie Voor wat betreft de (landschappelijke) natuurgebieden binnen de gemeente Best zijn met name de volgende in het Natuurnetwerk Brabant (NNB) gelegen: De Scheeken, de Pailjaart en de Mortelen als onderdeel van Het Groene Woud aan de noordzijde van de gemeente. De Nieuwe Heide aan de zuidoostzijde, en de Aarlesche Heide aan de zuidwestzijde van Best.  Integratie stad-land Daarnaast is er in het zuidelijk gedeelte van Best een aantal relatief kleinere gebieden aanwezig die zowel onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) en ook vallen binnen de provinciale aanduiding ‘Integratie stad-land’.

Omdat deze gebieden onderdeel zijn van het NNB, zijn er volgens deze visie in principe geen mogelijkheden aanwezig voor de toepassing van grootschalige duurzame energie. In het Integratie stad-land gebied zijn de landschapswaarden beperkter dan in de andere NNB-gebieden van Best. Qua natuur zijn de NNB-locaties in het zuiden van Best erg versnipperd. Ingeval aangetoond wordt dat waarden in deze gebieden daadwerkelijk beperkt zijn, zou het opwekken van duurzame energie niet onmogelijk hoeven te zijn. Ingeval initiatiefnemers met initiatieven komen, moeten zij hierover vanwege de NNB in overleg met de provincie en hun initiatief met grote zorgvuldigheid onderbouwen.

15

De Verordening Ruimte van de provincie Noord-Brabant is een onderlegger ivoor de structuurvisies van de gemeente Best. De Interim Verordening Ruimte waar deze Visie op is gebaseerd handhaaft in feite dezelfde beleidslijn. Pagina 30 van 42 BL20-14171

 Waterwingebied Best In Best is ook een waterwingebied gelegen. Deze is in deze visie op rood gezet omdat hiervoor relatief zware bescherming geldt. Volgens de Interim Verordening Ruimte16 van de provincie is het in ieder geval verboden om “op of in de bodem” een constructie aan te brengen of (andere) werkzaamheden uit te voeren.

5.2.2 Heroverweging vanwege inspraak en participatie Naar aanleiding van input vanuit met name de inspraak en participatie en ook nadere interne afweging, is ten opzichte van de inspraakversie het zogenaamde ‘rode’ gebied (geen mogelijkheden voor grootschalige opwekking van duurzame energieopwekking) uitgebreid met een aantal gebieden. Het gaat daarbij om een uitbreiding met de volgende gebieden:  Gebieden in de Scheeken ten noorden van de Broekdijk en ten westen van de waterloop tussen de Hogevleutweg en de Kanterseveldenweg, vanwege de natuur- en recreatieontwikkeling die daar heeft plaatsgevonden.  Enkele gebieden ten zuiden van de Pailjaart en ten noorden van de Nieuwe Dijk, vanwege natuuren recreatieve waarden.  Enkele gebieden ten zuiden van de Huiskenshoek vanwege landschappelijke en natuur waarden bij de Mortelen.  De gebieden tussen de Schietbaanlaan en de Hogekampenweg, grenzend aan de Nieuwe Heide, vanwege het belang die deze weilanden hebben voor begrazing door reeën, herten. Op de bijgevoegde afbeelding zijn alle gebieden weergegeven die nu onder rood gebied vallen.

16

Binnen een Waterwingebied zijn de volgende activiteiten verboden: a) een locatiegebonden milieubelastende activiteit; b) het gebruik of aanwezig hebben van een (potentieel) schadelijke stof; c) het aanbrengen van een constructie of uitvoeren van andere werkzaamheden op of in de bodem; d) het op of in de bodem brengen van mogelijk schadelijke stoffen, waaronder het toepassen van grond en baggerspecie, het gebruik van meststoffen en het uitstrooien van as; e) het toepassen van uitloogbare materialen; f) het (laten) gebruiken als parkeerterrein of voor evenementen. Pagina 31 van 42 BL20-14171

Afbeelding 12: Geen mogelijkheden voor opwekking van duurzame energie.

Pagina 32 van 42

BL20-14171

5.3

Kansrijk voor opwekking van duurzame energie

In het buitengebied van Best zijn kansen aanwezig voor het opwekken van duurzame energie door middel van zonnepanelen en/of windmolens. Het betreft hier locaties en gebieden die kunnen worden getypeerd door zowel hun ligging in het buitengebied als door hun verstedelijkt karakter, nu dan wel in de toekomst. Het gaat hierbij om de volgende locaties en gebieden: • Daken van woningen, (agrarische) bedrijven en schuren/loodsen en de bouwblokken • Toekomstig woongebied. • Grootschalige infrastructuur. • Het gebied dat wordt getypeerd als ‘Integratie stad-land’.  Daken en bouwblokken Als kansrijk voor het opwekken van duurzame energie ziet de gemeente Best het benutten van de daken van woningen en (agrarische) bedrijven, inclusief schuren/loodsen. Hiervoor kan zowel bestaande als nieuwe bebouwing worden benut. Daarnaast is het mogelijk om de (bouw)kavels van (agrarische) bedrijven te benutten voor het opwekken van duurzame energie. Hierbij zijn er ook kansen voor het versterken van de landschappelijke kwaliteit door het opwekken van duurzame energie te combineren met de sloop van vrijkomende stallen, het verwijderen van asbest (op daken) en het nemen van maatregelen ten behoeve van landschap en natuur.

 Zoekgebied verstedelijking Gronden nabij de kern van Best die nog niet in ontwikkeling zijn maar waar op termijn woningbouw mogelijk is, bieden mogelijkheden voor de plaatsing van zonnevelden. Dit kan met name gaan om de delen van Aarle en Steegsche Velden die nog niet binnen afzienbare termijn (10 jaar) tot ontwikkeling komen. In de Interim omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant zijn deze gronden aangeduid als gemengd landelijk gebied en tevens als woningbouwlocatie, omwille van de stedelijke ontwikkeling. Zo lang op deze locaties nog geen woningbouw plaatsvindt, kunnen gronden worden ingezet ten behoeve van het opwekken van duurzame energie. Hierbij kan gedacht worden aan zowel zonnevelden als windmolens. Dit houdt in dat hoe sneller deze gebieden ingezet worden voor het opwekken van duurzame energie, des te langer er energie kan worden opgewerkt. Zodra namelijk de woningbouw van start gaat, dienen de duurzame energiebronnen te worden verwijderd om de nieuwe woningen te kunnen realiseren. Ondanks het feit dat sprake is van het tijdelijk plaatsen van zonnevelden, dient rekening te worden gehouden met waardevolle structuren ter plaatse (landschappelijk, ecologisch, cultuurhistorisch).

 Overgangsgebied tussen Best en Eindhoven: zone Integratie stad-land Het zuidelijk gedeelte van de gemeente Best is in de Interim omgevingsverordening aangewezen als ‘Integratie stad-land’. Het gaat om een gebied dat vrijwel geheel wordt begrensd door infrastructuur; autosnelwegen, spoorlijn, kanalen. Dit gebied valt buiten de Structuurvisie buitengebied, maar is wel meegenomen in deze visie op duurzame energie, omdat het volgens de Interim omgevingsverordening is gelegen in ‘gemengd landelijk gebied’. Hier liggen binnen ‘Integratie stad-land’ gronden met een meer stedelijk karakter en deels wat met minder natuur- en landschapswaarden. Op deze gronden zijn vormen van duurzame energie (o.a. zonneenergie) kansrijk. Daarnaast zijn binnen dit gebied in de Interim omgevingsverordening ook gronden aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Brabant. Zie hiervoor ook de opmerking in de voorgaande paragraaf. In het natuurnetwerk zijn in principe geen mogelijkheden aanwezig voor het opwekken van duurzame energie.  Grootschalige infrastructuur In de gemeente Best is veel grootschalige infrastructuur aanwezig. Het gaat hierbij om de volgende:  De snelwegen A2, A50 en A58.  De spoorlijnen vanuit ’s-Hertogenbosch en Tilburg naar Eindhoven.  De kanalen Wilhelminakanaal en Beatrixkanaal.

Voor het opwekken van duurzame energie kan aansluiting worden gezocht bij deze grootschalige infrastructuur. Vanwege de vele woningen in het buitengebied van Best zijn er weinig kansen voor Pagina 33 van 42

BL20-14171

windmolens. Voor wat betreft de zonnevelden geldt dat deze wellicht gekoppeld kunnen worden aan de infrastructuur.

Afbeelding 13: Kansrijk voor opwekking van duurzame energie in het buitengebied.

Pagina 34 van 42

BL20-14171

5.4

Opwekking van duurzame energie afweegbaar in Agrarisch-recreatief gebied

Het grootst gedeelte van het buitengebied van de gemeente Best bestaat uit Agrarisch-recreatief gebied (zie ook de Structuurvisie buitengebied van de gemeente Best). In dit gebied is sprake van een coulisselandschap dat gekenmerkt wordt door de aanwezigheid van linten, verspreide bebouwing en beplanting, een gevarieerd grondgebruik en een veelheid aan functies. In het Agrarisch-recreatief gebied worden drie gebieden onderscheiden met betrekking tot de mogelijkheden voor het opwekken van duurzame energie door middel van zonnevelden en/of windmolens:  De linten  De Groenblauwe Mantel  Het overige agrarisch-recreatief gebied

5.4.1 De linten In het agrarisch-recreatief gebied ligt een groot aantal linten die gevormd worden door de landwegen door het buitengebied. Deze linten bestaan uit bebouwing (woningen en bedrijven) en beplanting (tuinen, erfbeplanting, wegbeplanting). Er is geen sprake van aaneengesloten bebouwing en beplanting.  Zonnepanelen kunnen in de linten worden geplaatst op de daken van woningen, (agrarische) bedrijven, schuren en stallen en afweegbaar ook op (bouw)kavels. De plaatsing van de zonnepanelen mag de karakteristieken van de linten en het landschap niet teniet doen. Met andere woorden: de ruimtelijke opbouw van de linten en de ruimtelijke relaties tussen de linten en het omringende landschap mogen niet worden verstoord.  Vanwege het bovenstaand geldt daarom bij het plaatsen van zonnepanelen in de linten dat rekening moet worden gehouden met de kenmerkende zichtlijnen en vergezichten vanaf het lint op het afwisselend ‘open en besloten’ coulisselandschap. De ruimtelijke karakteristiek en de ruimtelijke relaties worden niet verstoord, dit geldt ook voor bij zonnevelden behorende voorzieningen zoals trafostations en omheiningen.  Als gevolg van de afstanden die moeten worden aangehouden tussen bebouwing en windmolens, is de plaatsing van windmolens in de linten in principe niet mogelijk.

5.4.2 De Groenblauwe Mantel De Groenblauwe Mantel (overgangszone tussen Het Groene Woud en het buitengebied van de gemeente Best) is globaal de zone langs de zuidelijke rand van Het Groene Woud. De Groenblauwe Mantel bestaat overwegend uit gemengd landelijk gebied met belangrijke nevenfuncties voor natuur en water. Het zijn meestal gebieden die grenzen aan de kerngebieden voor natuur en water en die bijdragen aan de bescherming van de waarden in deze gebieden. Het beleid van de provincie Noord-Brabant is erop gericht dat hier ook de belevingswaarde en de recreatieve waarden van het landschap toenemen. De waarden in de Groenblauwe Mantel zijn vaak gekoppeld aan landschapselementen (zoals houtwallen en heggen), het watersysteem en het voorkomen van bijzondere planten en dieren. Nieuwe ontwikkelingen binnen de Groenblauwe Mantel zijn mogelijk, als deze bestaande natuur-, bodem- en waterfuncties respecteren of bijdragen aan een kwaliteitsverbetering van deze functies of het (cultuurhistorisch waardevolle) landschap. De versterking van de binnen de Groenblauwe Mantel aanwezige leefgebieden voor plant- en diersoorten vraagt daarbij specifieke aandacht. In de Groenblauwe Mantel biedt het provinciale Groenontwikkelfonds extra mogelijkheden voor het duurzaam opwekken van energie.

Dit fonds houdt in dat op door de provincie aangegeven locaties in Het Groene Woud en in de Groenblauwe Mantel, zonnevelden kunnen worden gerealiseerd waaronder zich natuur kan ontwikkelingen, waarna deze locaties na circa 25 jaar een onderdeel moeten worden van het Natuurnetwerk Brabant. In Best bestaat de bijzondere karakteristiek van het landschap langs de randen van Het Groene Woud uit een afwisseling van hoog opgaande beplanting (bos, houtwallen, perceelsbeplanting) en open ruimten.  Om deze karakteristiek van het landschap met openheid en beslotenheid te behouden geldt in deze visie als voorwaarde bij de ontwikkeling van zonnevelden in de Groenblauwe mantel, dat de percelen ook in de toekomst hun open karakter behouden, nadat ze gebruikt zijn als zonneveld en Pagina 35 van 42

BL20-14171

onderdeel worden van nieuw Natuurnetwerk Brabant. Met andere woorden: deze gronden moeten niet zonder meer omgevormd worden naar bos maar moeten in overleg met de gemeente Best, een natuurdoeltype krijgen waarbij de openheid van de percelen wordt gegarandeerd, door bijvoorbeeld bloemrijk grasland toe te passen. In de Groenblauwe Mantel zijn er beperkt ook mogelijkheden aanwezig voor het plaatsen van windmolens. Hiervoor zijn, in tegenstelling tot de ondersteuning door het Groenontwikkelfonds bij het realiseren van zonnevelden, geen extra provinciale middelen aanwezig.  Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant Binnen de Groenblauwe Mantel is ook het Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant gelegen (voorheen Natte Natuurparel). Deze aanduiding is opgenomen om negatieve effecten op waterstanden en grondwaterstanden door bijvoorbeeld grondverzet, drainage of het aanbrengen oppervlakteverhardingen te voorkomen. Mits hieraan wordt voldaan en er wordt aangetoond dat er daadwerkelijk sprake is van het toevoegen van een landschappelijke meerwaarde, bestaan er mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en/of windmolens binnen de aanduiding Attentiegebied Natuurnetwerk Brabant.  Grondwaterbeschermingsgebied. Binnen Best ligt ook een grondwaterbeschermingsgebied. Het valt binnen een gedeelte van de Groenblauwe Mantel en heeft de aanduiding Grondwaterbeschermingsgebied.

Binnen deze aanduiding bestaan er – mits per locatie aantoonbaar op basis van onderzoek en onderbouwing – mogelijkheden voor het plaatsen van zonnepanelen en/of windmolens. Er mag in ieder geval geen sprake zijn van negatieve effecten op (grond)waterstanden. De Interim Verordening Ruimte van de provincie bepaalt hier regels voor17. Zo mogen bepaalde bouwstoffen daar niet worden toegepast. Als schadelijk uitloogbaar (bouw)materiaal wordt in ieder geval aangemerkt: zink, lood, koper, gewolmaniseerd (geïmpregneerd) hout en teerbitumen.

5.4.3 Het overige Agrarisch-recreatief gebied Voor het overige Agrarisch-recreatief gebied geldt dat de plaatsing van zonnevelden en windmolens tot de mogelijkheden behoort. De realisatie hiervan moet worden afgestemd op (het behoud van) de bestaande landschappelijke structuren. Het buitengebied van de gemeente Best wordt gekenmerkt door een kleinschalig landschap, bestaande uit waardevolle structuren die niet teniet mogen worden gedaan door het opwekken van duurzame energie (behoud van het landschappelijk casco; zie ook de Structuurvisie buitengebied Best). Het buitengebied heeft voor de burgers in de gemeente Best grote waarde. Daarom wordt van initiatiefnemers verwacht dat er een (blijvende) bijdrage wordt geleverd aan maatschappelijke doelen en/of de ontwikkeling van het landschap (zie de kaders in H4). Het grootste gedeelte van het overige Agrarisch-recreatief gebied ten oosten van de autosnelweg A2 is door de provincie Noord-Brabant aangewezen als zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling. Tevens is een deel van het overige Agrarisch-recreatieve gebied tegen de grens met de gemeenten Son en Breugel en Meierijstad, aangewezen als grondwaterbeschermingsgebied. Voor beide gebieden gelden voor duurzame energie dezelfde mogelijkheden als beschreven bij het overig Agrarisch-recreatief gebied.

17 Binnen een grondwaterbeschermingsgebied is het volgende verboden: a. een locatiegebonden milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 2.9; b. het bedrijfsmatig gebruik of aanwezig hebben van voor het grondwater schadelijke stoffen; c. de toepassing van IBC-bouwstoffen; d. de aanleg van een buisleiding; e. opslag van dierlijke mest zonder bodembeschermende maatregelen; f. een begraafplaats of uitstrooiveld als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging of een dierenbegraafplaats of uitstrooiveld voor dierlijke as; g. activiteiten waarvan de werking berust op het direct of indirect onttrekken of toevoegen van warmte aan het grondwater, waaronder bodemenergiesystemen. Pagina 36 van 42 BL20-14171

Afbeelding 14: Opwekking van duurzame energie afweegbaar in Agrarisch-recreatief gebied.

Pagina 37 van 42

BL20-14171

5.5

Analysekaart totaaloverzicht mogelijkheden duurzame energie

Het kaartbeeld van onderstaande afbeelding laat in één oogopslag de mogelijkheden voor duurzame energie in het buitengebied van Best zien, zoals hiervoor onderbouwd /omschreven met daaraan toegevoegd de ligging van het elektriciteitsnetwerk. De kaart is het resultaat van de samenvoeging van de voorgaande afbeeldingen.

Afbeelding 15: Totaaloverzicht mogelijkheden duurzame in het buitengebied van Best, inclusief de bestaande energie-infrastructuur. Pagina 38 van 42

BL20-14171

5.6

Visiekaart windmolens

5.6.1 Relevante aspecten  Woningen Vanwege de beperking van overlast van geluid en slagschaduw wordt in deze visie een afstand van 400 meter aangehouden tot aan woningen. Vanwege de vele woningen langs de infrastructuur, geldt deze beperking ook voor de voor de hand liggende zones langs de rijkswegen, spoorlijnen en kanalen.  Vliegveld Daarnaast gelden er in Best beperkingen, vanwege het vliegveld Eindhoven Airport die bestaan uit de zogenaamde ‘invliegfunnel’ voor de het vliegverkeer en het radarverstoringsgebied voor de luchtverkeersleiding.  Natuur Daarnaast is op basis van deze visie geen grootschalige opwek mogelijk in het Natuurnetwerk Brabant en aangrenzende gebieden. Het gaat om de Bestse natuurgebieden de Pailjaart, de Scheeken en een deel van de Nieuwe Heide, waarbinnen natuur en landschap leidend zijn.

5.6.2 Opbouw eindbeeld Voor een beeld van de mogelijkheden voor het plaatsen van windmolens in het buitengebied is bijgevoegde overzichtskaart gemaakt, die over elkaar heen legt.: a) de afstandscirkels vanuit de woningen; b) de invliegfunnel voor de vliegtuigen; c) het radarverstoringsgebied van de luchtverkeersleiding, en; d) het totaaloverzicht van de visie op natuur en landschap. Onderstaand de visiekaart met het eindbeeld.

Pagina 39 van 42

BL20-14171

Afbeelding 16: Overzichtskaart mogelijkheden windmolens.

Pagina 40 van 42

BL20-14171

Bijlage 1: Kaart afstandscirkels van 100 meter voor zonnevelden Onderstaand is opgenomen de analysekaart van het totaaloverzicht met de afstandscirkels van 100 meter van zonnevelden tot aan woningen van derden en objecten en locaties met cultuurhistorische waarden.

Pagina 41 van 42

BL20-14171

Visie voor duurzame energieopwekking Buitengebied Best Een coproductie van:

Vastgesteld door de gemeenteraad van de gemeente Best op 2 november 2020

Pagina 42 van 42

BL20-14171

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10728592/1