CConstaterende datBest
Koppel je AI →
Document · PDF

21072.19 - Concept RES 1.0

Raadsvergadering 13 december 2021, gemeente BestBij agendapunt: 21072 - Vaststellen Regionale Energie Strategie 1.016.136 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

^ Gemeenten, provincie en waterschappen werken samen om optimaal

indicatoren, zoals landschappelijke inpassing, laagste kosten eindgebruiker, toegang tot alternatieve oplossingen, draagvlak, etc.

lijke voorzieningen. ^ Gemeenten kunnen voor het opstellen van hun lokale Transitie Visies

gebruik te maken van de schaarse bovenlokale bronnen en/of gezamen­

Warmte gebruik maken van de informatie uit de Regionale Structuur äü'**'.

Actueel informatieplatform

Warmte. ^ We besparen maximaal om de toename in het elektriciteitsverbruik

We werken aan een platform waarop alle informatie is verzameld. Dit

Kennis- en leerprogramma

platform biedt een actueel overzicht van de beschikbare bronnen en hun potentie, de lopende en de geplande warmteprojecten. Dit platform helpt

Gemeenten krijgen met de warmtetransitie een regierol, terwijl het

voor de warmtetransitie te minimaliseren en daarmee de aanvullende

gemeenten bij het opstellen en aanscherpen van hun lokale Transitie Visies Warmte en geeft inzicht in mogelijke samenwerkingen (bijvoorbeeld met

momenteel nog ontbreekt aan kennis en expertise op dit vlak. In een korte tijd leren we al doende in projecten rondom duurzame warmte. Een gezamenlijk kennis- en leerprogramma kan dan een grote hulp zijn om

belasting op het net te beperken, evenals de vraag naar duurzame elektriciteit. ^ In december 2021 weten we met welke wijken we beginnen en welke

buurgemeenten, een waterschap of bedrijven). De opgave om de bebouwde

grote hoeveelheden informatie begrijpelijk en toepasbaar te maken. Denk

omgeving duurzaam en aardgasvrij te verwarmen is een groot en langdurig traject. Met de tijd wordt er meer ervaring opgedaan en komt er nieuwe informatie beschikbaar. De kennis neemt dus toe en daarmee nemen de

hierbij aan de nieuwe warmtewet of het proces omtrent ontwikkeling van een warmtenet, verschillende vormen van eigendom en eigenaarschap. Daarnaast staat de MRE bekend als technologische topregio. Een regio bij

onzekerheden in warmteprojecten af. Een actueel informatieplatform helpt

uitstek waar we inzetten op innovatie en kennisontwikkeling. Deze innovatie

om de ervaringen en kennis te delen en uiteindelijk het proces te versnellen. (Link platform)

hebben we hard nodig in de transitie naar duurzame aardgasvrije warmte. Des te meer omdat in onze regio geen overvloed aan bronnen is. Omdat we

Regionaal afwegingskader

deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met

De gemeenten in de MRE hebben maar beperkte toegang tot duurzame

kennisinstellingen en bedrijven.

warmtebronnen. Het is waarschijnlijk dat er situaties ontstaan waarin meerdere gebieden aanspraak kunnen maken op eenzelfde warmtebron. Op

Een overzicht van alle afspraken vindt u in de RSW 1.0. Bijlage

Wisselwerking tussen lokale beleidsontwikkeling en regionale visievorming.

įįămm. V.A-

duurzame (regionale) warmtebron wordt ingezet. ^ Er is een online platform met een actueel overzicht van de beschikbare

'':m «

..

bronnen, de potentie en de lopende en geplande projecten. ^ Er komt een gezamenlijke kennis- en leeragenda.

.îùŵTVy ļ.ĵ " .gl

ļķ

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

visievorming. Vroegtijdige en regelmatige uitwisseling van informatie voorkomt de ontwikkeling van onuitvoerbare plannen en desinvesteringen.

36

4.3 Duurzame opwek: op weg naar concrete projecten

37

Zonneladder Metropoolregio Eindhoven Ontwerpend onderzoek in de concept-RES

Verfijning van de resultaten in de RES 1.0

In de concept-RES maakten we gebruik van ontwerpend onderzoeken om te komen tot ons bod en tot globale zoekgebieden voor wind en zon in de regio. We hebben onszelf de vraag gesteld: hoe kan het landschap

Op basis van de voorgenoemde stappen en de doorrekening van het bod door Enexis hebben we in de concept-RES geconcludeerd dat we 2 TWh kunnen

zonnevelden zijn tot stand gekomen door enerzijds de maximale potentie te bepalen op basis van de wet- en regelgeving en technische haalbaarheid

1. Zon op dak

en anderzijds op basis van een ruimtelijke onderbouwing. De ruimtelijke onderbouwing is een regiobrede inventarisatie en eenduidige omschrijving

2. Op braakliggende grond en pauzelandschappen

van de landschapstypes. We hebben een eerste analyse gedaan van de landschappelijke draagkracht van de verschillende landschapstypes en we

3. Langs grootschalige infrastructuur en op industriële plassen (geen natuur)

hebben de mogelijke energiebouwstenen in kaart gebracht. Hierbij is gekeken naar de mogelijkheden voor het inpassen, aanpassen en transformeren van

4. Combinatie van energie met andere opgaven en functies, zoals: ^ Langs stads- of dorpsrand: bijv. gecombineerd met recreatie- en natuurfunctie ^ Landbouwgronden met meervoudig ruimtegebruik ^ Op recreatieplassen (geen natuur) ^ Buffer rondom natuurgebieden: ter vervanging van agrarisch gebruik ^ Recreatiegebieden, zoals: landgoederen, uitloopgebieden, parken en tuinen

5. Op landbouwgronden, mits: ^ Goed ingepast ^ In verbinding met andere gebiedsopgaven Dus. Niet in natuurgebieden:

^ Niet in Natura 2000 ^ Niet in Natuurnetwerk Brabant; uitzondering mogelijk langs infrastructuur

projecten en anderzijds van de verwachte realisatie van duurzame energie projecten in de zoekgebieden en van de 'no regret' maatregelen (zoals zon op grote daken). De afgelopen jaren hebben we al 0,51 TWh aan zonnedaken, -velden en windturbines gerealiseerd. De gerealiseerde projecten rekenen we mee in ons totale bod. Ook 0,64 TWh zonnedaken, -velden en windturbines die in voorbereiding zijn (pijplijn) rekenen we mee. We hebben dus in totaal al 1,15 TWh aan grootschalige duurzame opwek gerealiseerd of in voorbereiding. Vervolgens zetten we ons maximaal in voor realisatie

landschappen waarin op kleine of grotere schaal grootschalige opwekking

van 'no regret' maatregelen, ofwel het laaghangend fruit. Hierbij maken we gebruik van de 'zonneladder', die de voorkeursvolgorde weergeeft van de

is opgenomen. We hebben nadrukkelijk gezocht naar de kansen voor verbinding van de energieopgave met andere opgaven. De zoekgebieden

aanleg van zonnepanelen. Ook hebben we in onze zonneladder aandacht voor zonnevelden in combinatie met andere opgaven en functies. We kijken

met de daaraan gekoppelde potentie aan opwekvermogens zijn tevens doorgerekend door Enexis Netbeheer. Onderzocht is wat de impact is van de

eerst of zonnepanelen op gebouwen gelegd kunnen worden (eerste trede). Daarna op ongebruikte terreinen in bebouwd gebied. Buiten de bebouwde

verschillende zoekgebieden voor grootschalige duurzame opwek via zon en wind op het net met betrekking op tijd, geld en ruimtebeslag.

kom gaat de voorkeur uit naar het combineren van functies. Bijvoorbeeld zonnepanelen op (voormalige) stortplaatsen en in bermen van spoor- en autowegen. Met deze eerste stappen op de zonneladder verwachten we 0,28 TWh te kunnen realiseren. Pas daarna kijken we naar mogelijkheden

We willen in totaal 2TWh bijdragen aan grootschalige duurzame energie-initiatieven in 2030

op landbouwgronden. De Metropoolregio Eindhoven zet zich ervoor in om grootschalige daken optimaal te benutten als zonnedaken. We zetten ons in om de mogelijke belemmeringen weg te nemen. We roepen het Rijk op om ons hierbij te helpen.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

op een gedragen manier geladen worden met de energieopwekking van de toekomst? De zoekgebieden in de concept-RES voor windturbines en

bijdragen aan de landelijke doelstelling van 35 TWh. Deze inschatting is gemaakt op basis van een optelsom van enerzijds de bestaande en geplande

39 Gemeenten geven lokaal ook invulling aan kleinschaliger energie­

Met behulp van de eerste drie stappen zoals weergegeven in het schema zijn

opwekking binnen de categorie 'Ten dienste van andere opgaven'. Deze categorie gaat over de mogelijkheden om energie in te zetten ondergeschikt

de globale zoekgebieden uit de concept-RES nader afgebakend en ontstaat er inzicht in de milieu-effecten (leefomgeving, landschap en ecologie), de

aan een andere gebiedsopgave. In elke gemeente in de regio kunnen kansen liggen voor deze vorm van energieopwekking. Een voorbeeld is de realisatie

kansen voor koppeling aan andere thema's (landbouw, economie, natuur en klimaat) en de mogelijke energie-opbrengst van de zoekgebieden.

van kleinschalige zonnevelden bij de transformatie van uitloopgebieden van de stedelijke regio's naar stadsboerderijen of voedselbossen. De inkom­

Hierbij worden ook de opties voor combinaties van wind- en zonneenergie onderzocht, evenals de mogelijkheden en onmogelijkheden voor de

sten uit de duurzame energieprojecten kunnen dan worden gebruikt om de businesscases rendabel te maken. Doordat energie hier ten dienste

aansluiting op het elektriciteitsnet.

van een andere opgave dient is de bijdrage in TWh minimaal. Vanwege het detailniveau waarop naar inpassing van deze categorie moet worden

De tussenresultaten in de concept RES 1.0 op basis van planMER

gekeken, heeft de regio de ruimtelijke visualisatie op regionaal niveau in de RES 1.0 achterwege gelaten.

de tussenresultaten (stap 1 t/m 3) van de planMER weergegeven. De globale zoekgebieden uit de concept-RES zijn nader afgebakend en meer in detail

Zorgvuldig proces

aangegeven. Van al de zoekgebieden zijn de effecten van duurzame opwek middels wind en zon in beeld gebracht. Er lijkt voldoende potentie aanwezig

Naast de inzet op de 'no-regret maatregelen', zullen we ons ook moeten richten op realisatie van zonnevelden en windturbines. We hebben hiervoor

ter ondersteuning van onze bijdrage van 2 TWh duurzame energie in 2030. Dat een locatie buiten het planMER valt betekent niet per se dat die locatie

Input volksvertegenwoordigers en stakeholders

een zorgvuldig proces ingezet met behulp van ontwerpend onderzoek in de concept-RES. Dit proces zetten we richting RES 1.0 voort door met

onmogelijk is. Gemeenten kunnen onderzoeken of (lokaal) maatwerk mogelijk is. Bijvoor­

a. Reactie volksvertegenwoordigers b. Lokaal participatieproces

een Milieueffectrapport (planMER) het ingezette proces en de resultaten te verfijnen en verdiepen. Aan de milieueffectrapportage (m.e.r.) is een

beeld het ontwikkelen van grootschalige opwek van duurzame energie langs bestaande doorsnijdingen in het landschap zoals de snelweg A67 waarbij

c. Input stakeholders

participatieproces voor stakeholders en inwoners gekoppeld. Het planMER geeft ons een beeld van de keuzemogelijkheden in onze regio en kan

de natuurcompensatie wordt gerealiseerd in aanliggende natuurgebieden. De ontwikkeling van grootschalige opwek biedt de kans om andere

worden gebruikt om de verschillende (conflicterende) belangen af te wegen. De betrokken overheden in de regio kunnen de milieu-informatie later

problemen zoals het klimaatbestendig maken van en versterking van de biodiversiteit in het natuurgebied, aan te kunnen pakken en hiermee

inzetten bij hun planprocedures. In het schema op pagina 36, zijn de stappen aangegeven die we doorlopen in het kader van het planMER.

te zorgen dat de natuurgebieden in de toekomst niet verdwijnen door de klimaatveranderingen.

MER en RES ŗ---------------------------------------------------------------------------------------------------------- \ R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

Concept-RES Globale zoekgebieden op basis van: ^ Landschapsanalyse ^ Verbinding met andere opgaven ^ Technische en wettelijke belemmeringen

1. Zoekgebieden concept-RES Belemmeringenkaart en randvoorwaarden 3. Effectbeoordeling zoekgebieden en MER-alternatieven a. Inventarisatie 'slechtste' locaties. b. Check haalbaarheid RES-bod c. Verdere 'objectieve ordening' niet mogelijk

Concept RES 1.0 Verfijning en detaillering zoek­ gebieden op basis van planMER: ^ Milieueffecten ^ Verbinding met andere opgaven

------- Concept RES 1.0 Zoekgebieden minus belemmeringen-------

5. Leidt tot voorkeursalternatief (VKA) a. Vergelijking VKA met MER-alternatieven b. Indien onvoldoende voor RES-bod: aanpassen

------- RES 1.0 VKA-locaties (bijlage MER)-------------------------------

Op de kaart op pagina 42 zijn de zoekgebieden in onze regio op basis van

Voorkeursalternatief RES 1.0

V______________________________________________________________________ z

We werken stap voor stap toe van (globale) zoekgebieden naar concrete locaties voor zonne- en windenergie.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

38

41

40 Vervolg en afronding RES 1.0

no-regret maatregelen heeft daarbij prioriteit omdat dit leidt tot de kleinst

De tussenresultaten van het planMER (stap 1 t/m 3) delen we met onze volksvertegenwoordigers en stakeholders. Met behulp van hun input

mogelijke belasting van de schaarse ruimte in onze regio. Het realiseren van grootschalige zon- en windprojecten vraagt veel voorbereidingstijd en

en de resultaten van de eerste drie stappen zelf, formuleren we een voorkeursalternatief. Voor het voorkeursalternatief wordt een gedetailleerde effectbeoordeling uitgevoerd en wordt vergeleken met de geformuleerde

resulteert direct in grote stappen richting ons doel. Beide routes moeten we tegelijk bewandelen om ons doel voor 2030 te halen.

MER-alternatieven. Indien het voorkeursalternatief onvoldoende bijdraagt aan ons RES bod volgt een aanpassingsronde. Vervolgens wordt het

Wat we gaan doen!

planMER afgerond en kunnen de resterende procedure stappen doorlopen worden. Het planMER wordt gedurende zes weken voor iedereen ter inzage

^ We maken zorgvuldige keuzes over de ruimtelijke inpassing van

gelegd en er worden informatiebijeenkomsten gehouden. De ontvangen zienswijzen worden beantwoord. Tijdens de terinzagelegging wordt tevens

grootschalige opwek en andere opgaven. ^ We hebben al 1,15 TWh aan grootschalige duurzame opwek gerealiseerd

advies gevraagd aan de Commissie voor de m.e.r. Op basis van de planMER, lokale input en overige relevante informatie kan

of in voorbereiding (pijplijn). ^ Het realiseren van no-regret maatregelen heeft prioriteit, in de volgorde

de RES 1.0 worden voltooid.

die onze zonneladder voorschrijft. ^ We bepalen zoekgebieden waarmee we de opgave voor 2030 realiseren.

Landelijke pilot Hoe kan milieueffectrapportage bijdragen aan de RES? Vijf RES-regio's onderzoeken dat in een pilot, samen met het NP RES en de Commissie voor de m.e.r. Naast twee Noord-Hollandse RES-regio's doen de regio's Rivierenland, Holland Rijnland en ook de Metropoolregio Eindhoven mee aan de pilot. De regio's, NP RES en de commissie voor de m.e.r. wisselen onderling ervaringen uit met het gebruik van het instrument m.e.r. voor de RES.

Onze ambitie is om in 2030 in totaal 2 TWh op te wekken. ^ We werken stap voor stap toe naar gedragen locaties voor zon en wind. ^ Gemeenten kunnen lokaal invulling geven aan de categorie 'Ten dienste van andere opgaven'. ^ Actualisatie en nadere duiding van data nemen we op in het monitoringssysteem.

Voorbehoud: de milieueffectenprocedure is nog niet volledig doorlopen. De zoekgebieden voor wind- en zonne-energie op land zijn op de kaarten gebaseerd op de zoekgebieden uit de concept-RES minus de harde belemmeringen op basis van de tussenresultaten van het planMER (stap 1 t/m 3). In de bijlage 'tussenresultaten planMER' is bovendien de effectbeoordeling van elk zoekgebied te raadplegen. Voordat we in het planMER een nadere selectie aanbrengen richting een voorkeursalternatief voor de regio, vragen wij volksvertegenwoordigers en stakeholders op basis van voorgenoemde informatie om hun input. Met behulp van die input wordt een voorkeursalternatief geformuleerd en het planMER verder afgerond. Onderdeel hiervan is de zienswijze procedure en de adviesvraag aan de commissie voor de milieueffectrapportage en Brabant Advies. Het definitieve planMER samen met de lokale input dienen als onderbouwing van de zoekgebieden voor

Vervolgstappen na de RES 1.0 Om het bod van 2 TWh in 2030 te verwezenlijken moet de RES vertaald

wind- en zonne-energie op land. We vertalen deze resultaten naar de RES 1.0 die ter vaststelling wordt voorgelegd bij de provincie Noord-Brabant, de waterschappen en gemeenten.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

worden naar beleid, regels en uitvoeringsprojecten. Het realiseren van de

42

43

Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER totale regio Legenda Globale zoekgebieden concept RES Gemert-Bakel

Gerealiseerd wind en zon o© Pijplijn wind en zon 10

^ Resterend no-regret zon

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

Breugel

(conform volgorde zonneladder) Oirsc

O* Zoekgebied wind en zon op land O Helmond B . 'ŵír-. ’ V - h Ï*AÄ--- -r*

Nuenen

À 'įdŕVsn

(tussenresultaat planMER) Deurne

ļ

y

12

Einríh0ven EİndP0''n

O

[l \ĵ

1

16

-'. (4^eldrop-Mierlo

De ruimtelijke weergave van de mogelijkheden voor duurzame opwek is gelaagd opgebouwd:

17 14

Veldhoven

Waalre Mierden

Someren

Bladel Le

34 27 Bergeijk

Eerder hebben we uitgelegd dat het planMER ons helpt om te komen tot

- „s*

19

Reusel-De

15

Valkenswaardy50 .. Crarïendď :i

.

^ Het eerste deel van ons bod voor grootschalige opwek zijn de gerealiseerde grootschalige hernieuwbare elektriciteitsprojecten (groter dan 15 kWh).

Asten 21

^ Het tweede deel bestaat uit de projecten die nu in de pijplijn zitten. Dit zijn windturbineparken, grootschalige zonnedaken en zonnevelden waarvoor

zorgvuldige keuzes voor de zoekgebieden voor grondgebonden zonnevelden en windturbineparken. Er geldt een belangrijke kanttekening voor de zoekgebieden voor zonnevelden. In het milieueffectrapport is voor de zonnevelden een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de intensiteit van

een SDE+ subsidie is aangevraagd. Er is van uitgegaan dat 60ozo van deze projecten daadwerkelijk wordt gerealiseerd.

de verschillende zoekgebieden. De aanpak van inpassen, aanpassen en transformeren die we in de concept-RES hebben ingezet is in dit onderzoek

^ Vervolgens kijken we naar de eerste twee treden van de zonneladder, zodat we de resterende no-regretkansen voor zon optimaal benutten.

verfijnd en verdiept. Binnen de 'zoekgebieden voor zonnevelden' is op basis van dit onderzoek een intensiteit van het gebied bepaald dat daadwerkelijk

We monitoren de ontwikkelingen van deze stappen en zetten ons er gezamenlijk voor in deze kansen maximaal te benutten.

ingezet kan worden voor zonnevelden. Het ene gebied kan daarmee een grotere bijdrage aan ons bod leveren dan het andere gebied. Dit betekent ook dat nooit het volledige gebied als zonneveld wordt ingezet. In het

^ Het resterende gedeelte van ons bod realiseren we in de vorm van grootschalige zonnevelden en windturbineparken.

milieueffectenrapport wordt dit verder uitgewerkt.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

9

Son en

van grote volumes elektriciteit vanuit deze gebieden. De uitbreiding van de

PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD realisatie van onder andere zonnevelden op land. Dit zet grote druk op het D elektriciteitssysteem en leidt tot transportschaarste op het netwerk, ook in PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBFU? de Metropoolregio Eindhoven. PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEÊĹD elektriciteitsnetten, die nodig is om elektriciteit uit deze buitengebieden te transporteren, kost veel tijd en houdt geen gelijke pas met de snelle

vergunningen voor zon- en windprojecten moeten uiterlijk in 2025 zijn PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD De afgegeven om realisatie van projecten in 2030 ook daadwerkelijk mogelijk maken. Al deze projecten zullen uiteindelijk op het elektriciteitsnetwerk PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD teaangesloten moeten worden. Om dit in goede banen te leiden, qua timing, PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD capaciteit van mensen en middelen, kostenefficiëntie en ruimtelijke PTBEELD. CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD

45 afstemming over gemeentegrenzen heen, is continue afstemming tussen de regionale overheden en de netbeheerder noodzakelijk.

partijen, gekeken worden of andere oplossingen mogelijk zijn. Aangezien de netbeheerders TenneT en Enexis grote investeringen moeten doen om het

Onderzoek naar nieuwe aansluit- en opslagmogelijkheden, afstemming in

netwerk geschikt te maken voor de toekomstige energieopgaven en hiervoor investeringsplannen opstellen, is het belang van een planningshorizon van

de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit en juiste prioritering van toekomstige investeringen in het elektriciteitsnet, is noodzakelijk.

projecten en de mate van zekerheid van investeringen van initiatiefnemers groot. Uitbreiding van het elektriciteitsnetwerk vergt langdurige processen

Ook de blik op de toekomst voor gezamenlijke agendering - zoals met het provinciale programma Energiek Brabant - is relevant, evenals inzicht in

met grote ruimtelijke impact zowel ondergronds als bovengronds. Een degelijke en afgestemde uitvoeringsplanning biedt zekerheid om te komen

welke aanpassingen in wet- en regelgeving nodig zijn om onze doelstellingen te kunnen bereiken.

tot nieuwe investeringen. Realisatie van uitbreidingen van het elektriciteitsnetwerk kunnen worden gekoppeld aan het ontwikkelen van projecten.

Afstemming

Hiermee kan efficiënt gebruik worden gemaakt van maatschappelijk geld en komt ook niemand voor verrassingen te staan. Hiermee creëren we eerlijke

Het is belangrijk dat de netbeheerders Tennet en Enexis en de gemeentelijke overheden, die het bevoegd gezag zijn voor het verlenen van vergunningen, meer samenwerken. De netbeheerders zijn gebonden aan wet- en regelgeving, maar door samenwerking kunnen er slimme keuzes worden gemaakt in het haalbaar en betaalbaar houden van netaansluitingen.

en transparante verwachtingen.

Afstemming in de regio over verdeling van de beschikbare capaciteit.

NETBEHEERDER RES-REGIO

PTBEE Pel* Tl

eel

PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD

Maatregelen ^ Locatiekeuze laten aansluiten bij bestaande netcapaciteit. ^ Transport minimaliseren door combineren van energievraag en -aanbod ^ Evenwichtiger verdelen van opgesteld vermogen wind en zon (idealiter een 50-50 verdeling) en waar mogelijk op één aansluiting (cablepooling).

Maatregelen ^ Storingsreserve (redundantie) gebruiken voor het transport van elektriciteit uit duurzame opwek op land.

SYSTEEMEFFICIËNTIE

Door samen te werken, kan regie gevoerd worden aan de voorkant van het proces in plaats van reageren achteraf.

WIND-ZON INITIATIEF­ NEMERS

Afstemming aan de voorkant betekent ook dat gemeenten onderling en in samenspraak met de netbeheerder de bestaande capaciteit in een gebied

Maatregelen ^ Aansluiten van wind en zon op één aansluiting (cablepooling). ^ Afspraken maken over het aftoppen (aansluiten op bijv. 70'ŭ van het productievermogen).

zo goed mogelijk kunnen benutten. Dit voorkomt teleurstelling op het moment dat ontwikkelende partijen een omgevingsvergunning hebben

ito

gekregen maar er op dat moment geen aansluitcapaciteit beschikbaar is. In dat soort gevallen kan, in samenspraak met de netbeheerder en andere

Wat we gaan doen! ^ Er is continue afstemming tussen netbeheerder en de lokale en regionale overheden. ^ We stemmen de verdeling van de beschikbare capaciteit en noodzakelijke investeringen in de toekomst regionaal af. ^ Er wordt gewerkt aan een systeemstudie door de provincie om inzicht te krijgen in de wenselijke energiemix voor 2050.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD Netinfrastructuur en programmering PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD Elektriciteitsnetwerk Elektriciteitsnetten zijn in het verleden ontwikkeld met een capaciteit die is PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEELD gebaseerd op de vraag naar elektriciteit. In meer landelijke gebieden is deze PTBEELD CONCEPTBEELD CONCEPTBEEp vraag relatief beperkt en de netten zijn daarom niet berekend op het afvoeren

Logo's partijen (reminder mre omgevingsagenda) laatste pagina!

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

47

5. Stap voor stap naar uitvoering We hebben als gemeenten, provincie en waterschappen binnen de regio grote ambities op het gebied van de energietransitie die we met elkaar

overheden, in samenwerking met de betrokken stakeholders, slimmer en efficiënter stappen te zetten in de realisatie van de energietransitie.

gerealiseerd willen zien. Om deze RES naar een efficiënte en effectieve uitvoering te brengen zijn grote stappen nodig. Op het strategische niveau is de samenwerking goed georganiseerd, waarbij de afstemming plaatsvindt

Doorvertaling naar omgevingsbeleid

in de wethoudersoverleggen en ambtelijke overleggen met de 21 gemeenten. De uitdaging is nu om dit ook op het tactische en uitvoeringsniveau samen

provincies en waterschappen. Het Rijk heeft voor klimaat en energie in de NOVI richtinggevende principes opgenomen. Vanaf 1 januari 2022 kunnen

goed te organiseren tussen gemeenten, maar ook met maatschappelijke partners, die ook van de gemeenten vragen om eenduidig op te treden. De

de afspraken uit de RES verankerd worden in de instrumenten van de

De RES 1.0 wordt verankerd in het omgevingsbeleid van de gemeenten,

Omgevingswet.

uitvoering is immers bij verschillende partijen belegd, op verschillende schaalniveaus (lokaal, subregionaal, regionaal). De beleidsmatige afspraken/ plannen moeten worden omgezet in concrete (uitvoerings)programma's en onderliggende projecten.

Aanbevelingen aan het Rijk Met de andere Brabantse regio's en de provincie vindt afstemming plaats over de inhoud van de RES'en en over wat de rol van het Rijk moet zijn om tot uitvoering van de RES te komen. Er is een lijst met aanbevelingen en knelpunten opgesteld die vanuit de RES-regio's en de Provincie aan

Op veel fronten zijn we al aan de slag.

het Rijk is meegegeven. Ook andere RES-regio's en partijen zoals de netbeheerders, de Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie, de Nationale Milieufederaties en het Planbureau voor de Leefomgeving hebben

Het gaat erom dat de gemeenten de regionale opgaven ook daadwerkelijk

lįj'S

şf?

gerealiseerd krijgen. In het nadenken over realisatiekracht en de verschil­

knelpunten benoemd die het realiseren van de RES'en in de weg staan. Deze knelpunten kunnen we alleen in samenwerking tussen de verschillende

lende rollen die iedereen daarin heeft is het van belang dat we dezelfde begrippen gebruiken. Bestuurlijke samenwerking vraagt een andere vorm

partijen tot oplossingen brengen. Dit omdat we vaak te maken hebben met verschillende inzichten en tegenstrijdige belangen. Het gaat bijvoorbeeld

van organisatie en inzet dan bijvoorbeeld de uitvoeringskracht in de operatie. Met en door betrokken (gemeente)ambtenaren verkennen we verschillende

om knelpunten in de netcapaciteit, bij knelpunten bij de realisatie van zon op dak en financiële regelingen. Vanuit het Nationaal Programma RES zijn

varianten van samenwerkingsvormen en samenwerkingsafspraken die bijdragen aan de te realiseren projecten om zo de uiteindelijke

werkgroepen opgericht met een onafhankelijk karakter. De leden van de werkgroepen zijn werkzaam voor een breed palet aan organisaties, met

ambities op energietransitie gezamenlijk te halen. Naar verwachting zullen we halverwege 2021 verschillende scenario's voor samenwerking

deskundigheid en /of ervaring op de betreffende thema's. De werkgroepen werken aan oplossingsrichtingen voor korte en middellange termijn, binnen

in de uitvoering kunnen voorleggen aan de gemeenten, provincie en waterschappen. Om vervolgens afspraken te maken om als gezamenlijke

en buiten bestaande kaders.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

46

Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER Stedelijk Gebied Eindhoven

49

Effectbeoordeling wind zoekgebieden SGE LEEFOMGEVING

LANDSCHAP

ECOLOGIE

NET

BREDERE THEMA'S

Grote kans op negatieve effecten of kans op grote negatieve effecten

Legenda .os ■yŞ'

-Os

Globale zoekgebieden concept RES O© Gerealiseerd wind en zon

Son R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

Best

©@ Pijplijn wind en zon

Breugel

Resterend no-regret zon (conform volgorde zonneladder)

Oirsc

y ^ 4^ 4^ 4^ 4^ 1 13 19

6

90

3

45

16

240

(tussenresultaat planMER)

Nuenen

^

negatieve effecten Kans op positieve effecten Grote kans op positieve effecten of kans op grote positieve effecten

Effectbeoordeling zon zoekgebieden SGE LANDSCHAP

OPBRENGST

6

16

Geldrop-Mierlo

-V'

1 13

Eersel

14

Ä

Waalre

15

Someren f

-

22

ECOLOGIE

NET

Disclaimer: BREDERE THEMA'S

Deze effectbeoordeling betreft voorlopige resultaten van het MER die nog aan verandering onderhevig kunnen zijn. Voor enkele beoordelingscriteria is de

E|ndhoven

Veldhoven

Kans op negatieve effecten Kleine kans op positieve/negatieve effecten of kans op kleine positieve/

Zoekgebied wind en zon op land

ÌÂ

Netuitbreiding urgent

98 4

332 7

14 0 19 25 36 16 38 133

1 49 61 319

-F

m

effectbeoordeling nog niet afgerond. Deze resultaten worden later toegevoegd. Aan deze resultaten kunnen geen rechten worden ontleend.

m

m

N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij het gebruik van deze tabel wordt aanbevolen. De hier getoonde samenvattingstabel kan pas in samenhang met het volledige milieueffectrapport juist worden geïn terpreteerd.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

48

Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER De Peel

LEEFOMGEVING

LANDSCHAP

ECOLOGIE

NET

BREDERE THEMA'S

JL

o

Z) Globale zoekgebieden concept RES g©

Gerealiseerd wind en zon

o© Pijplijn wind en zon R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

^ Resterend no-regret zon (conform volgorde zonneladder) O© Zoekgebied wind en zon op land

'/Gemert-Bakel Laarbeek

(tussenresultaat planMER) Ä

Son en

10

Breugel

ap*

2 3 4 7 15 17 18 20 21 25 26

4/•v

V 3 3 3 7 3 10 3 11 3 3 3

Z4

4

45 45 45 105 45 150 45 165 45 45 45

Kans op negatieve effecten

V'

4

u U u u u u um

u u u u u

He|mond

Nuenen

12

{/•ŕ

AP*

r-

2 3 4 5 6 7 8 9

rop-Mierlo

17 Z

14

Asten

.

Someren

20 22 25

27

NET

‘i'ĩ:‘-ŠTÌ Deurne

Waalre

LANDSCHAP

OPBRENGST

28

21

56 44 15 64 33 77 40 56

225 88 29 252 87 304 160 111

10 40 11 6 12 70 15 12 16 15 17 143 18 13 20 63 21 48 25 199 26 83

161 12 250 25 24 415 54 249 126 790 327

4

«o

/4/4/4 4 4/4 ■s* u u u u u u

Z4Z4 V* u u

4ŕ

Kleine kans op positieve/negatieve effecten of kans op kleine positieve/ negatieve effecten Kans op positieve effecten | Grote kans op positieve effecten of kans op grote positieve effecten

Disclaimer:

Effectbeoordeling zon zoekgebieden De Peel ç. r J ŵ-«'ò "'BI.''' Ÿ *-*i .. * .... '

ļ Netuitbreiding urgent Grote kans op negatieve effecten of kans op grote negatieve effecten

Legenda

5

51

Effectbeoordeling wind zoekgebieden De Peel

BREDERE THEMA'S

Deze effectbeoordeling betreft voorlopige resultaten van het MER die nog aan verandering onderhevig kunnen zijn. Voor enkele beoordelingscriteria is de effectbeoordeling nog niet afgerond. Deze resultaten worden later toegevoegd. Aan deze resultaten kunnen geen rechten worden ontleend. N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij

u u m

u

het gebruik van deze tabel wordt aanbevolen. De hier getoonde samenvattingstabel kan pas in samenhang met het volledige

u u u u

uu

u

u u

milieueffectrapport juist worden geïn terpreteerd.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

50

52

LEEFOMGEVING

CE Legenda

14

53

Effectbeoordeling wind zoekgebieden A2 gemeenten

Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER A2 gemeenten

LANDSCHAP

ECOLOGIE

BREDERE THEMA'S

NET

| Netuitbreiding urgent Grote kans op negatieve effecten of kans op grote negatieve effecten

15

Kans op negatieve effecten

4v 4 V# mmm m m mm mm

O© Gerealiseerd wind en zon

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

O© Pijplijn wind en zon

Waalre

Someren

^ Resterend no-regret zon

V

(conform volgorde zonneladder) ©# Zoekgebied wind en zon op land (tussenresultaat planMER)

.

■E ■E mm mmm mmm mm mmm

,o

22

'e

19 20 24 29 31

16

240

11

165

4

60

8

120

4

60

negatieve effecten Kans op positieve effecten | Grote kans op positieve effecten of kans op grote positieve effecten

Disclaimer:

25

■■/.e

Effectbeoordeling zon zoekgebieden A2 gemeenten OPBRENGST

LANDSCHAP

ECOLOGIE

NET

28 •

4*

Kleine kans op positieve/negatieve effecten of kans op kleine positieve/

BREDERE THEMA'S

Deze effectbeoordeling betreft voorlopige resultaten van het MER die nog aan verandering onderhevig kunnen zijn. Voor enkele beoordelingscriteria is de effectbeoordeling nog niet afgerond. Deze resultaten worden later

T-ř»'

Bergeijk

/*F Cranend 32

**

19 20 22 23 24 27

25 63 0 6 93 0

49 249 0 19 296 0 163 | İ80 |

28 29 30 31 32

42 20 10 40 21 İ73 | 55 | 177 |

iŕ /Ĺ& -1'f 4* 4 m m M M m m mm m m m m m so

*0

4* 4* 4? E* m m m m m m m M M m m m m m m m m m m m m m

toegevoegd. Aan deze resultaten kunnen geen rechten worden

,o

m mm

ontleend. N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij

m m m m

het gebruik van deze tabel wordt aanbevolen. De hier getoonde samenvattingstabel kan pas in samenhang met het volledige milieueffectrapport juist worden gein terpreteerd.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

Globale zoekgebieden concept RES

Ruimtelijke weergave tussenresultaten planMER De Kempen

LEEFOMGEVING

LANDSCHAP

ECOLOGIE

NET

BREDERE THEMA'S

Legenda ái ^

OO Gerealiseerd wind en zon O© Pijplijn wind en zon

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

Netuitbreiding urgent Grote kans op negatieve effecten of kans op grote negatieve effecten

Globale zoekgebieden concept RES

^ Resterend no-regret zon

55

Effectbeoordeling wind zoekgebieden De Kempen

y ^ 4^ 4^ 4^ 4^ 33

17

^

iŷ’ s? Jr ^ A* A* Vŵ

.os ■yŞ'

-Os

Kans op negatieve effecten Kleine kans op positieve/negatieve effecten of kans op kleine positieve/ negatieve effecten

255 Kans op positieve effecten

Oirsc

(conform volgorde zonneladder) O* Zoekgebied wind en zon op land (tussenresultaat planMER)

Effectbeoordeling zon zoekgebieden De Kempen OPBRENGST

LANDSCHAP

ECOLOGIE

NET

Grote kans op positieve effecten of kans op grote positieve effecten

BREDERE THEMA'S

Disclaimer: Deze effectbeoordeling betreft voorlopige resultaten van het MER die nog aan verandering onderhevig kunnen zijn. Voor enkele beoordelingscriteria is de

Veldhoven

VWaalrè Mierden

Bladel

346 81 14 61 57

effectbeoordeling nog niet afgerond. Deze resultaten worden later toegevoegd. Aan deze resultaten kunnen geen rechten worden ontleend. N.B. Gepaste zorgvuldigheid bij het gebruik van deze tabel wordt aanbevolen. De hier getoonde samenvattingstabel kan pas in

í '

samenhang met het volledige

fflr

Bergeijk

Valkenswaard^

31

milieueffectrapport juist worden gein terpreteerd.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

54

56

57

Begrippenlijst A - Z Ter verduidelijking van de begrippen en ander jargon die in de RES 1.0 regelmatig worden gebruikt, is de onderstaande begrippenlijst opgesteld. Aardgasvrij

Bio-energie en biomassa Energie die gewonnen wordt uit biomassa heet bio-energie. Biomassa bestaat uit hout en organisch afval, zoals planten, groente- en fruitresten. Bij de verbranding van deze materialen komt energie vrij en die energie noemen we bio-energie.

Biogas

Adaptatie

Biogas is een gasmengsel dat ontstaat als gevolg van gisting van biologisch materiaal, zoals GFT-afval, mest of rioolslib. Het gas kan gebruikt worden

Adaptatie omvat het aanpassen aan de gevolgen van een probleem, bijvoorbeeld aan veranderende omstandigheden zoals een veranderend

Vínden Zoek of typ hier

als brandstof in warmtekrachtcentrales, of worden bijgemengd in het aardgasnet. Wanneer dit laatste gebeurt, spreken we van 'groen gas'.

klimaat. Onder klimaatadaptatie valt ook het verminderen van de kwetsbaarheid van de samenleving voor klimaatverandering of het

Broeikaseffect

profiteren van de kansen die een veranderend klimaat kan bieden.

Het broeikaseffect is de werking van gassen in de atmosfeer die warmte op

Afwegingskader

aarde vasthouden. Zonder broeikaseffect is leven op aarde niet mogelijk. Het zou hier namelijk gemiddeld zo'n -30 graden Celsius zijn. Broeikasgassen

Afwegingen en keuzes ten aanzien van de RES worden gemaakt op basis van een afwegingskader. Dit omvat een viertal onderdelen:

zijn onder andere methaan, koolstofdioxide en waterdamp. Door verbranding van fossiele brandstoffen worden er meer broeikasgassen uitgestoten,

^ Kwantitatieve bijdrage ^ Ruimtelijke kwaliteit

die bijdragen aan de klimaatverandering. Dit noemt met het versterkte broeikaseffect.

^ Energiesysteemefficiëntie ^ Bestuurlijk en maatschappelijke draagvlak

Cultuurhistorische waarden en kenmerken

Een nadere uitwerking hiervan staat in de concept-RES beschreven.

Waarden en kenmerken van een gebied of daar aanwezige zaken, verband houdend met het bouwkundig erfgoed, het stedenbouwkundig erfgoed, de

Aquathermie

historische groenwaarden, het historisch-geografisch erfgoed en de bekende en verwachte archeologische waarden.

Bij aquathermie wordt gebruik gemaakt van de temperatuur van het water voor de verwarming en/of koeling van gebouwen. De warmte en/of koude wordt daarbij gewonnen uit oppervlaktewater (zoals meren, rivieren en kanalen), uit (gezuiverd)afvalwater of uit drinkwater.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

Niet aangesloten op de fossiele brandstof aardgas. Dit betekent niet gasloos; er kan groen gas worden toegepast.

58

59 Duurzame energie of groene energie is energie die is opgewekt met behulp

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

van duurzame, hernieuwbare energiebronnen. Bij winning en omzetting van duurzame energie zijn er nauwelijks schadelijke effecten voor het klimaat. Voorbeelden zijn windenergie of zonne-energie.

Gebouwde omgeving

Joule

Klimaattafels

De verzameling van alle gebouwen, waaronder woningen en maatschappelijk en commercieel vastgoed (incl. bedrijfsgebouwen). Bedrijfsprocessen in

Een joule is de natuurkundige eenheid voor energieverbruik. Een megajoule

Circa 150 partijen overlegden in het kader van het Klimaatakkoord aan vijf klimaattafels over Elektriciteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Landbouw

de industrie en landbouw maken geen onderdeel uit van de gebouwde

(MJ) is een miljoen joule. Een gemiddeld huishouden verbruikt circa 1.500 m3 gas en 3.300 KWh. Dit staat gelijk aan jaarlijks 54.000 MJ aan warmte en

en Landgebruik en Mobiliteit. Daarnaast en ten dienste van die tafels hebben

omgeving.

11.880 MJ aan elektriciteit. In totaal gebruikt dus een huishouden 65.880 MJ aan energie. Een petajoule (PJ) is een biljard joule. Het totale energieverbruik

vele werkgroepen en taakgroepen gewerkt aan onderdelen van sectoren en aan gemeenschappelijke thema's zoals innovatie, financiering en de

Ecologisch verbindingszone (EVZ)

Geothermie

(elektriciteit en warmte) in Nederland is ongeveer 3.000 PJ per jaar.

arbeidsmarkt.

De ecologische verbindingszones vormen een essentiële bouwsteen van het Natuurnetwerk Brabant. Door groene verbindingen te leggen tussen de

Dit wordt ook vaak aardwarmte genoemd. Bij geothermie wordt gebruik gemaakt van warmte uit de grond. Warm water wordt hieruit omhoog

Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om alle informatie aan te

Kilowattuur

gepompt om bijvoorbeeld water in een warmtenet te verwarmen. Dit kan als

duiden in TWh.

In Nederland wordt elektrische energie veelal uitgedrukt in het aantal Watt

Klimaatakkoord

per uur. Bijvoorbeeld van een machine met een vermogen van 1.000 Watt (1 kW) en die een uur draait, is het energieverbruik 1 kilowattuur (kWh). Het

Groene energie of duurzame energie is energie die is opgewekt met behulp

Op 28 juni 2019 heeft het kabinet het Klimaatakkoord gepresenteerd en zijn we begonnen met de uitvoering. In het akkoord staan meer dan 600

gemiddelde Nederlandse huishouden gebruikt jaarlijks ongeveer 3.300 kWh aan elektriciteit en 15.000 KWh aan warmte. Het elektriciteitsverbruik wordt

elektriciteitsinfrastructuur en warmte-infrastructuur.

van duurzame energiebronnen. Duurzaam betekent dat de energiebron onuitputtelijk is, dat de groene energie schoon en betrouwbaar is en dat er

afspraken om de uitstoot van broeikasgassen tegen te gaan. Op regionaal niveau wordt onder andere via de RES vorm gegeven aan de afspraken in

op nationaal en regionaal niveau vaak uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te wekken zijn er circa 50/60 windturbines

Energiecorridor

bij winning en omzetting nauwelijks schadelijke effecten voor het klimaat zijn.

het Klimaatakkoord. De RES gaat over de klimaattafels gebouwde omgeving en elektriciteit.

van 5,6 MW of 110/130 windturbines van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark nodig.

Grootschalige opwek

Klimaatneutraal

Het bod voor grootschalige opwek van elektriciteit is op basis van TWh. Voor de leesbaarheid van de RES is er gekozen om de meeste cijfers daarom

Binnen de concept-RES is dit de opwek van schone/duurzame energie op

Dit betekent dat bij het opwekken van de energie die gebruikt wordt geen broeikasgassen worden uitgestoten, waardoor deze opwek niet bijdraagt

aan te duiden in TWh. Als uitgangspunt is gehanteerd dat 1 TWh gelijk staat aan 3,6 Petajoule.

natuurgebieden zorgen zij ervoor dat dieren en planten niet geïsoleerd raken.

alternatief dienen voor aardgas.

Energie infrastructuur De energie infrastructuur omvat het gehele netwerk van opwek en transport van energie, van de energiebron via de leidingen, verdeelinstallaties naar de gebruiker. Dit kan per energietype worden uitgesplitst, bijvoorbeeld

Groene energie

Zone (bijvoorbeeld een snelweg) waarlangs veel duurzame/groene energie wordt opgewekt.

Energieneutraal Dit houdt in dat alle gebruikte energie uit duurzame/hernieuwbare bronnen wordt opgewekt.

grote schaal, met name zonneparken en windparken.

aan de klimaatverandering.

Landschappelijke waarden en kenmerken Gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van het landschap,

Energietransitie

gericht op ruimtelijke, ecologische, cultuurhistorische en recreatieve

De energietransitie omvat het omschakelen van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen, zoals overeengekomen in het Parijs­

aspecten.

akkoord.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

Duurzame energie

60

61 Leidende principes

Natuur Netwerk Brabant

Ruimtelijke kwaliteit

De concept-RES wordt uitgewerkt op basis van een kader van (maatschap­

Samenhangend netwerk van natuurgebieden van nationaal en internationaal belang met als doel de veiligstelling van ecosystemen met

De kwaliteit van een plek of gebied die bepaald wordt door een goed

Een warmtenet is een netwerk van leidingen onder de grond, waardoor warm

de daarbij behorende soorten bestaande uit de meest waardevolle natuur-

samenspel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde.

en bosgebieden en andere gebieden met belangrijke aanwezige en te ontwikkelen natuurwaarden.

water stroomt. Dat warme water wordt gebruikt om huizen en gebouwen te verwarmen. Het water in een warmtenet kan verwarmd worden door duurzame warmtebronnen zoals zonthermie, geothermie en aquathermie.

SDE

Daardoor hoeft er niet meer in ieder huis een cv-ketel te hangen die op aardgas brandt.

Het bedrijf verantwoordelijk voor het beheer van het elektriciteitsnet. Voor

Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie. Dit omvat subsidies voor het realiseren van schone en duurzame energiebronnen. Deze subsidie kent verschillende latere versies zoals SDE+. Vanaf 2020 heet deze regeling SDE++.

Zoekgebieden

de provincie Noord-Brabant is dit Enexis.

De regeling richt zich met name op bedrijven en (non-profit) organisaties.

Gebieden die potentieel in aanmerking kunnen komen om grootschalige opwek door zonneparken en windparken te realiseren. De zoekgebieden in concept-RES zijn tot stand gekomen door de maximale potentie te bepalen

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

leidende principes benoemd: 1. Een toekomstgerichte strategisch visie; 2. Een gezamenlijke opgave en iedereen draagt bij; 3. Focus op maximaal behouden van ruimtelijke kwaliteit; 4. De energietransitie als kans voor de regio; 5. Maatschappelijk draagvlak en bewustzijn staan centraal.

Netbeheerder

Meekoppelkansen

Opgave

Terrawattuur (TWh)

Meekoppelkansen zijn de kansen die zich aandienen om de RES te koppelen aan andere projecten, waardoor er een win-win situatie ontstaat. Denk

De landelijke opgave is om voor 2030 ten minste 35 TWh aan schone

Het elektriciteitsverbruik wordt op nationaal en regionaal niveau vaak

elektriciteit op te wekken.

uitgedrukt in terrawattuur (TWh). Dit is 1 miljard kWh. Om 1 TWh op te

Regionale Structuur Warmte (RSW)

wekken zijn er circa 50/60 windturbines van 5,6 MW of 110/130 windturbines van 3 MW of 1100 tot 1500 HA zonnepark nodig.

hierbij aan bouwprojecten, waarin klimaatmaatregelen mee kunnen worden genomen.

Dit is een onderdeel van de RES. Hierin maken gemeenten, waterschappen

op basis van de geldende restricties, technische haalbaarheid en ruimtelijke onderbouwing. De zoekgebieden worden in het vervolgproces naar RES 1.0 verder op milieueffecten gewogen door middel van een PlanMER. Ook wordt het maatschappelijk en bestuurlijk draagvlak getoetst met gemeenteraden en inwoners.

Mitigatie

en de netbeheerder in de Metropoolregio Eindhoven op hoofdlijnen regionale

Transitievisies Warmte (TVW)

Mitigatie omvat het aanpakken van een probleem door de oorzaak weg te nemen. In het geval van het klimaat omvat dit maatregelen om de

afspraken over hoe in de nabije toekomst om te gaan met de beschikbare bronnen, ruimte en infrastructuur ten aanzien van warmte. De RSW wordt

Zonthermie

opwarming van de aarde tegen te gaan, door bijvoorbeeld de uitstoot van broeikasgassen te reduceren via besparing en duurzame opwek.

door gemeenten op lokaal en wijkniveau vertaald naar een transitievisie warmte.

Naar aanleiding van de RES werken de gemeenten met hun partners op lokaal niveau de plannen voor duurzame warmte verder uit in de zogeheten Transitievisies Warmte (TVW). Hierin staat de aanpak omschreven hoe een gemeente, onder andere op wijkniveau, de overstap naar een duurzame

niet omzetten in elektriciteit, maar in warmte.

Zonthermie is het opwarmen van water met behulp van zonlicht. Dit gebeurt door zonnecollectoren. Zie dit als zonnepanelen die de energie van de zon

warmtevoorziening wil realiseren.

Natura 2000

Restwarmte

Zonne-energie

Om kwetsbare natuurgebieden te beschermen is er Natura 2000. Dit is een Europees netwerk van beschermde natuurgebieden.

Restwarmte is warmte-energie die overblijft bij een energieomzetting. Bijvoorbeeld warmte die ontstaat bij een productieproces. Deze warmte

Bij zonne-energie wordt zonlicht opgevangen op zonnepanelen en direct omgezet in elektriciteit. Zonne-energie is een duurzame energiebron.

kan worden opgevangen en nuttig worden ingezet door koppeling met een warmtenet.

R egionale E nergiestrategie 1.0 | M e tro p o o lre g io Eindhoven

pelijke) uitgangspunten, richtinggevende afspraken en hoofdlijnen: dit zijn de leidende principes. Voor de Metropoolregio Eindhoven zijn de volgende

Warmtenet

ooo Regionale Energiestrategie 1.0 (RES)

Metropoolregio Eindhoven Februari 2021

Metropoolregio Eindhoven Regionale

iH

Energie Strategie

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10728593/1