21072.15 - Bijlage 7.1 - Gemeenten. Reacties op de (concept) RES 1.0
Tekst van het document
Regionale Energiestrategie 1.0 Metropoolregio Eindhoven 7. Reacties op de (concept) RES 1.0
Bijlage 7.1 Gemeenten
Metropoolregio Eindhoven
7.1 Gemeenten
Gemeente Asten
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Duurzame warmte
Wij vragen extra aandacht voor de (positieve en negatieve) effecten die het gebruik van alternatieve warmtebronnen kunnen hebben op de grote gebiedspopgaven waar wij voor staan, zodat deze effecten meegewogen kunnen worden bij de keuze voor technieken
We geven aandacht aan de (positieve en negatieve) effecten van duurzame warmte en de effecten en ontwikkelingen op systeemniveau, zodat er een afgewogen keuze gemaakt kan worden. Bodemenergiesystemen worden daarin betrokken. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met provincie, waterschappen, kennisinstellingen en bedrijven. We kijken daarbij ook naar innovatie, ook in relatie tot de beperkte netcapaciteit.
Duurzame opwek De drie mogelijke zoekgebieden in Asten zijn kwetsbaar en ze waren bij de De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de conceptRES aangewezen als mogelijke gebieden voor opwek van energie RES 1.0. ten dienste van de gebiedsopgaven (groene gebieden). In de huidige kaart met zoekgebieden is deze aanduiding niet meer zichtbaar. De kwetsbaarheden en gebiedsopgaven zijn echter van belang voor de zienswijze van de gemeente op de aanwijzing als zoekgebied voor opwek van duurzame energie: Gebied 26 Groote Peel (deels in Asten, deels in Someren): Voor dit zoekgebied is zowel bij inwoners in de gemeente (bevraagd via enquête) als bij bewoners en eigenaren in het gebied zelf geen draagvlak vanwege de ligging tegen Natura2000 gebied de Groote Peel. In de zone rond de Groote Peel werken wij middels een gebiedsgerichte aanpak samen met onze partners aan de grote gebiedsopgaven voor landbouw, natuur en bodem. Deze gebiedsopgaven hebben voor ons prioriteit. Wij vinden het daarom niet passend dit gebied, dat zo dicht tegen dit unieke natuurgebied ligt, als zoekgebied voor energie opwek aan te wijzen. Gebied 16 Diesdonk (deels in Asten, deels in Helmond): Het gebied ligt gunstig ten opzichte van de net-infrastructuur en afnemers van energie (Helmond).
Tegen de keuze voor dit gebied als zoekgebied is gemeentebreed de minste weerstand (uitkomsten enquête) terwijl bij inwoners van het gebied zelf wel weerstand is voor het aanwijzen van dit gebied. Uit de gegevens van de planMER blijkt dat dit gebied kwetsbaar is
(beekdal) en dat in het gebied (volgens het beleid van de provincie) geen windmolens kunnen worden geplaatst. Ook de aanwijzing als waterbergingsgebied geeft beperkingen. Hiermee is de mogelijke energieopwek van dit gebied heel beperkt en is het gebied niet geschikt om aan te wijzen als zoekgebied. Gebied 17 Dennendijk (deels in Asten, deels in Deurne): Tegen de keuze voor dit gebied als zoekgebied is gemeentebreed (uitkomsten enquête) enige weerstand terwijl er ook in dit gebied bij inwoners van het gebied zelf weerstand is. Met de gegevens van de planMER kan worden ingeschat dat een deel van dit gebied relatief weinig kwetsbaar is. Het gebied ligt echter ook deels in de zone rond de Groote Peel waar met een gebiedsgerichte aanpak wordt gewerkt aan de grote gebiedsopgaven voor landbouw, natuur en bodem. De ontwikkeling van het gebied voor energie opwek dient daarom in samenhang met deze opgaven plaats te vinden en bij voorkeur gebiedsgericht. De landschappelijke inpassing dient te passen bij -en bij te dragen aan- de nieuwe natuurontwikkeling in het gebied.
Gemeente Bergeijk
Reactie gemeente
Opgave en kader Wij onderschrijven dat de concept RES 1.0 een momentopname c.q. startpunt is. Nieuwe ontwikkelingen/kansen vinden continue plaats waardoor we in de komende jaren flexibel moeten blijven en de mogelijkheid moeten hebben om bij te sturen waar nodig. In ieder geval onderschrijven wij ook het belang van de tweejaarlijkse herijking van de RES. Ook in relatie tot mogelijk nieuwe ontwikkelingen/wijzigingen in wetgeving.
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder De opgave van het Rijk aan de 30 RES-regio’s is om, vóór 2030, 35 TWh aan grootschalige opwek met zon en wind te realiseren, omdat dit bewezen technieken zijn. Andere technieken zijn nog niet voldoende doorontwikkeld en mogen dan ook niet worden meegeteld in het bod per RES-regio voor 2030. De inzet van nieuwe technieken vanaf 2030 richt zich op de nog veel grotere opgave voor duurzame opwek van elektriciteit richting 2050 en na het verstrijken van de 25 jaar het (deels) invullen van die 35 TWh met andere technieken. Er is aandacht voor mogelijke toekomstige veranderende omstandigheden in relatie tot bijvoorbeeld wet- en regelgeving/radarverstoring/innovaties.
Samen de energieambitie realiseren
Wij constateren dat er veel aandacht is voor participatie met onder andere inwoners/stakeholders, maar uiteindelijk zijn het soms andere partijen (zoals de netbeheerder) die bepalen waar/wanneer/welk initiatief gerealiseerd kan worden. Dit is wat ons betreft in sommige situaties tegenstrijdig Wat ons betreft zouden alle inwoners, ook diegene met minder financiële mogelijkheden, de optie moeten hebben om te participeren in de energietransitie. Dan wel participatie voor wat betreft het proces of sociale participatie, dan wel mogelijkheden voor financiële participatie in een specifiek initiatief.
Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).
Besparing
Wat ons betreft zou de verplichting van energiebesparing in beleid, bestemmingsplannen en aanbestedingen opgenomen moeten worden (vrijwilligheid is onvoldoende). In tegenstelling tot enkel stimulering en ondersteuning door de overheid zou energiebesparing een ‘verplichting’ worden.
In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan. Vanuit de regio dragen we instrumenten aan om inwoners te activeren. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen waar ze op in gaan zetten en wat ze in lokaal beleid verankeren. De afstemming daarover vindt op regionaal niveau plaats.
Duurzame warmte
Wat ons betreft zouden we het bestaande (gas)leidingnetwerk onder de grond niet zomaar moeten verwijderen aangezien dit in de toekomst mogelijk ook nog bruikbaar is voor andere duurzame toepassingen/alternatieven, zoals bijvoorbeeld waterstof en/of groen gas.
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Ten aanzien van nieuwbouw hanteren we wel de volgende lijn: bij nieuwbouw is gasloos bouwen verplicht. Waterstof kan pas voldoende geproduceerd worden als een ruimte hoeveelheid groene stroom beschikbaar is. Er is de komende periode nog maar een beperkte hoeveelheid waterstof beschikbaar, en daarbij wordt gekeken naar sectoren waar weinig alternatieven voor waterstof beschikbaar is, zoals in de industrie.
Wij vragen aandacht voor de beperking van mogelijkheden in relatie tot de warmtetransitie voor een aantal gemeenten binnen de MRE. Bekend is dat we in de MRE geen grote overvloed aan bovenlokale warmtebronnen/restwarmte hebben. Daarbij komt dat in de nieuwe (concept)omgevingsverordening van de Provincie Noord-Brabant opgenomen is dat vanaf 1 januari 2022 strenge regels gesteld worden aan de maximale diepte voor het verrichten van handelingen in de bodem, zoals boringen, grond- of funderingswerken en regels voor bodemenergiesystemen (warmtetoevoeging en onttrekking). Deze regels zijn erop gericht dat de beschermende kleilaag van het grondwater in geen geval wordt doorboord. Voor een aantal gemeenten betekent dit concreet vanaf januari 2022 een dieptebeperking van 20-50 meter. Hiermee worden gesloten bodemenergiesystemen voor een groot aantal gemeenten praktisch uitgesloten.
We geven aandacht aan de (positieve en negatieve) effecten en knelpunten van duurzame warmte en de effecten en ontwikkelingen op systeemniveau, zodat er een afgewogen keuze gemaakt kan worden. Bodemenergiesystemen worden daarin betrokken. Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met provincie, waterschappen, kennisinstellingen en bedrijven. We kijken daarbij ook naar innovatie, ook in relatie tot de beperkte netcapaciteit.
Duurzame opwek voor onze gemeente geldt dat we tijdens de totstandkoming van ons We zien de gegevens over het voorkeursgebied graag terug, we nemen de beleid- en toetsingskader voor grootschalige zonne- en windenergie reeds gegevens over het voorkeursgebied op in de RES 1.0. een planMER procedure hebben doorlopen. In april 2020 is het beleid- en toetsingskader vastgesteld en daarbij is het voorkeursgebied Bergeijk Zuid-West aangewezen voor de integrale ontwikkeling van grootschalige zonne- en/of windenergie. We zien graag de gegevens over dit voorkeursgebied 1-op-1 terug in de uiteindelijke RES 1.0. Daarnaast is met ingang van 1 mei 2020 het gehele grondgebied van de De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de gemeente Bergeijk vrijgegeven voor de ontwikkeling van zonneenergie op RES 1.0. Voormalige Agrarische Bedrijfsbebouwing (VAB-locaties), waarbij een zonneveld gerealiseerd wordt binnen het bestaande bouwvlak, op voorwaarde dat op de VAB-locatie de bebouwing dusdanig teruggedrongen wordt, dat deze aansluit bij de nieuwe bestemming.
Het zoekgebied ‘Koolbliek’ in Valkenswaard (zoekgebied 29) grenzend aan De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de Bergeijk Zuid-Oost, is wat ons betreft niet geschikt/kansrijk voor de RES 1.0. ontwikkeling van grootschalige zonne- en/of windenergie. Uit het uitgebreide planMER-traject van de Kempengemeenten is reeds gebleken dat dit gebied o.a. is aangemerkt als vogelbroedgebied, vogeltrekgebied, gebied met bijzondere soorten, cultuurhistorisch-waardevol gebied en dat dit zoekgebied wordt ingesloten door NatuurNetwerkBrabant (NNB) en Natura 2000 gebieden. Wat ons betreft zou dit gebied onder geen voorwaarde een plek mogen krijgen in de RES 1.0 als potentieel zoekgebied voor grootschalige opwek.
Gemeente Best
Door middel van een financieel voorschot hebben relatief grote initiatiefnemers de mogelijkheid om capaciteit op het elektriciteitsnetwerk te ‘claimen’ zonder dat hiervoor al een concreet initiatief in zicht is. Afhankelijk van het gesloten contract kan deze capaciteit gedurende circa 12-36 maanden geclaimd worden. Deze capaciteit is dus in de tussentijd niet beschikbaar voor andere initiatieven terwijl op voorhand niet duidelijk is of deze capaciteit daadwerkelijk benut gaat worden. Wat ons betreft zou dit in de toekomst niet langer op een dergelijke manier mogelijk moeten zijn.
Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader De Raad van de gemeente Best wil hierbij herhalen dat samenwerking niet alleen binnen de Metropool Regio moet plaatsvinden. Het gebied van onze regio wordt relatief intensief gebruikt en kent een bovengemiddelde druk vanuit bevolkingsgroei en economie. Er zijn in verhouding meerdere regio’s die meer mogelijkheden hebben voor opwekking van duurzame energie en hiermee een relatief groter deel van de opgave voor Nederland voor hun rekening kunnen, en willen, nemen. De alinea over het Planbureau voor de Leefomgeving op bladzijde 9 ondersteunt dit.
Er is zeker afstemming over de regio’s heen, met name met de andere drie Brabantse regio’s en de RES-regio Noord- en Midden-Limburg. Daarnaast is er periodiek landelijke afstemming. Ook zijn er veel contacten met het Nationaal Programma RES.
De Concept RES 1.0 markeert de overgang van gezamenlijke inspanningen naar de uitvoering door de gemeenten. De Raad stelt dan ook voor om in de definitieve versie inzicht te geven in de gewenste solidariteit door per gemeente hun bod op te nemen. Bijvoorbeeld analoog aan het diagram zoals opgenomen in bijlage 1.4. Hiermee wordt tevens inzichtelijk of het gezamenlijke (concept) bod van 2 TwH vanuit onze regio, ook daadwerkelijk door de 21 gemeenten kan worden ingevuld.
In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang. Ons bod is mede gebaseerd op de zienswijzen van de gemeenten op de concept RES 1.0, waarin rekening gehouden is met het lokale draagvlak. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie van hun bijdrage, o.a. via lokale participatie met inwoners. De wijze waarop de regio daarbij kan ondersteunen, wordt meegenomen bij de uitwerking van het samenwerkings- en uitvoeringsprogramma.
In de tekst worden de begrippen kleinschalig en grootschalig gebruikt. In Toelichting van het begrip kleinschalig wordt meegenomen in de RES 1.0 de begrippenlijst wordt alleen het begrip grootschalig verklaard, echter zonder de grens met kleinschalig aan te geven. In de tekst wordt verder aangegeven dat kleinschalige zon-op-dak-installaties niet meetellen voor het doel van 35 TWh. Naar de mening van de Raad dient hier een betere aansluiting te worden gezocht met de verklaring van deze begrippen in het Klimaatakkoord. In ieder geval moet duidelijk worden dat zon-op-dakinstallaties van niet-woningen wel meetellen voor het bod. Hiermee wordt ook recht gedaan aan de zonneladder die is opgenomen. Klimaatakkoord: kleinschalige opwek met zon PV, voornamelijk huishoudens. Klimaatakkoord: grootschalige productie op land en op daken, zoals dit op dit moment wordt gestimuleerd met SDE+ (>15KW). Thema's RES MRE
Van belang is om naast de afstemming binnen de regio ook af te stemmen Er is zeker afstemming over de regio’s heen, met name met de andere drie met de ons aangrenzende regio’s. Zo gaat bijvoorbeeld transportschaarste Brabantse regio’s en de RES-regio Noord- en Midden-Limburg. Daarnaast over regiogrenzen heen. is er periodiek landelijke afstemming. Ook zijn er veel contacten met het Nationaal Programma RES.
De Raad onderschrijft de regionale strategie en de besluitvorming en uitvoering bij de gemeenten. Hierbij verwijzen we naar onze zienswijze over punt 1. Het is dan raadzaam om het gezamenlijke bod te onderbouwen in de RES 1.0, door het (concept) bod per gemeente (bottum-up) op te nemen en op te tellen. De gemeente Best geeft samen met de lokale partner Best Duurzaam nadere invulling aan het model voor lokaal eigenaarschap.
In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de voortgang. Ons bod is mede gebaseerd op de zienswijzen van de gemeenten op de concept RES 1.0, waarin rekening gehouden is met het lokale draagvlak. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie van hun bijdrage, o.a. via lokale participatie met inwoners. De wijze waarop de regio daarbij kan ondersteunen, wordt meegenomen bij de uitwerking van het samenwerkings- en uitvoeringsprogramma.
Samen de energieambitie realiseren
Het is dan raadzaam om het gezamenlijke bod te onderbouwen in de RES In het kader van monitoring op de RES 1.0 brengen we in beeld wat de 1.0, door het (concept) bod per gemeente (bottum-up) op te nemen en op bijdrage is van de verschillende gemeenten om zo zicht te hebben op de te tellen. voortgang. Ons bod is mede gebaseerd op de zienswijzen van de gemeenten op de concept RES 1.0, waarin rekening gehouden is met het lokale draagvlak. De gemeenten zijn zelf verantwoordelijk voor invulling en realisatie van hun bijdrage, o.a. via lokale participatie met inwoners. De wijze waarop de regio daarbij kan ondersteunen, wordt meegenomen bij de uitwerking van het samenwerkings- en uitvoeringsprogramma.
Besparen
Naar de mening van de Raad valt zon op dak, bij niet woningen, dus bij bedrijven (bladzijde 34) niet onder besparen. Dit telt mee voor het bod.
Alleen als het om grootschalige opwek op dak gaat wordt dat meegenomen in het bod.
Duurzame opwek
De Raad van de gemeente Best heeft de "Visie duurzame energieopwekking buitengebied Best" vastgesteld, na een uitvoering participatieproces. Deze Visie met bijbehorend Afwegingskader zijn binnen Best bepalend voor de zoekgebieden uit de RES 1.0 en de PlanMER. Zoals wij eerder hebben aangegeven zal de RES 1.0 hierop aangepast moeten worden. Een nadere toelichting hierover is in de zienswijze opgenomen onder Bijlage 4 en bij kaarten die aan onze zienswijze zijn toegevoegd.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
De prioritering die wordt aangebracht met de zonneladder dient naar onze mening eveneens te gelden voor prioritering bij de schaarse netwerkcapaciteit.
De Raad is van mening dat er een directe relatie bestaat tussen de schaarste op het netwerk en de innovatie van de opslagcapaciteit die we nastreven in de regio. Sterker nog: Indien de innovatie achterblijft dan zal de realisatie van het bod in het gedrang komen.
De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. De Raad onderschrijft deze volgorde in deze bijlage en zal primair De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de inzettten op de zonneladder en No-regret-maatregelen en de gebieden in impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met de PlanMER bezien voor een eventuele delta in ons bod die ontstaat tot netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere 2030 en daarna tot 2050. De gemeente Best heeft intern een voorlopig werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van bod berekend. Hiermee kunnen we de maatregelen voor duurzame opwek energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij kwantificeren en zicht krijgen op eventuele delta waar we mee aan de slag wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, moeten gaan na de MER. Het bod van de gemeente Best zal altijd noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
In voorwaardelijk zijn in verband met de beschikbare beperkte de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling netwerkcapaciteit. van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.
De gemeenteraad van Best is van mening dat de concept RES 1.0 zoals die nu is voorgelegd en in relatie tot de (plan)MER, op belangrijke punten dient te worden aangepast om te komen tot een RES 1.0 die op een later moment voor besluitvorming aan de gemeenteraden wordt voorgelegd. Zoals in een eerder stadium is aangegeven is het beleid in Best, dat met zorgvuldigheid en participatie tot stand is gekomen, voor ons leidend. Dit beleid moet onderdeel uitmaken van de RES dat moet zijn opgebouwd uit de bouwstenen van de 21 gemeenten. Ten aanzien van de opgenomen zoekgebieden voor de ontwikkeling van wind-en zonneparken, is met name Zoekgebied 1 voor een groot deel in strijd met het beleid.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
De Visie voor duurzame energieopwekking buitengebied Best: Deze visie De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de geeft een weergave van de locaties waar in het buitengebied van Best RES 1.0. duurzame energieopwekking plaats kan vinden en waar niet, op basis van natuur & landschap. Daarnaast geeft het kaders en randvoorwaarden mee voor mogelijke ontwikkeling. Afwegingskader duurzame energieopwekking buitengebied Best: Dit is een Gemeenten geven zelf invulling aan de locaties voor wind- en zon. aanvullend uitvoeringsdocument van de door de gemeenteraad vastgestelde visie. Initiatieven c.q. aanvragen voor grootschalige energieopwekking worden hiermee beoordeeld en moeten een minimum aantal punten halen op basis van de locaties genoemd in de Visie. Het hierbij horende kaartmateriaal wordt bijgevoegd bij de zienswijze op De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de de planMER. Hier komt naar voren dat zoekgebied 1 voor een groot deel RES 1.0. in strijd is met ons geldende beleid. Specifiek ten aanzien van de ingetekende windmolens moet worden opgemerkt dat er maatschappelijk en bestuurlijk geen draagvlak is voor windmolens tot in ieder geval 2030.
Zoals wij vorig jaar bij de totstandkoming van het regionale bod van de De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de Metropool regio hebben aangegeven, dient het (vastgestelde) beleid RES 1.0. onderdeel uit te maken van de RES 1.0. Het bod in de RES 1.0 is namelijk, zoals afgesproken, de optelsom van de 21 afzonderlijke bijdragen van de gemeenten. Het is dan ook logisch dat het daaraan ten grondslag liggende beleid, ook onderdeel is van de RES 1.0.
Stap voor stap naar uitvoering
Buiten zoekgebied 1 heeft Best ook mogelijkheden voor opwek van duurzame energie, zoals blijkt uit ons voorlopig bod.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
De kaart in de concept-RES1.0 legt het zwaartepunt voor grootschalige opwek in het noorden van Best bij Het Groene Woud, met forse delen in de Pailjaart en de Scheeken. Best heeft hier vanwege van het belang van natuur en landschap juist niet het zwaartepunt gelegd. Grote delen daarvan zijn reeds in het beleid uitgesloten dan wel worden door voorwaarden ontmoedigd. Daarbij er is op deze locatie geen draagvlak bij inwoners en stake-holders. Voor wat betreft de in Zoekgebied 1 van de concept RES 1.0 geprojecteerde windmolenlocaties nabij de Vleutstraat en in het gebied tussen de Sint-Oedenrodenseweg en Sonseweg het volgende. In de toelichting van de concept RES 1.0 wordt hierbij gerekend met in totaal 6 windmolens in deze twee gebieden. Merendeels passen deze niet in het geldende beleid en daarnaast is er ons inziens te weinig draagvlak (zowel gebaseerd op het Inwonerspanel alsook politiek-bestuurlijk) om hier – in ieder geval voor 2030 – windmolens te gaan realiseren.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
De Raad staat open voor samenwerking in de uitvoering en zal Best Duurzaam als lokale energie coöperatie hierin betrekken
Dit wordt meegenomen in het traject om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
Het bod van de gemeente Best is voorwaardelijk in verband de De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de beschikbare beperkte netwerkcapaciteit. Als de oppervlakte van Best en impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met de omliggende gemeenten vergeleken wordt en we nemen in ogenschouw netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere dat deze gebieden ook aan gaan sluiten op het station in Best, dan zal het werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van station Best op korte termijn op ‘rood’ komen te staan en geen ruimte energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij meer beschikbaar hebben. Hierdoor kan zelfs zon op dak (prioriteit 1) bij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, de industrieterreinen in het gedrang komen. Dat is niet acceptabel. Een noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. In eenvoudige rekensom: indien in 2022 wordt gestart met nieuwe stations de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling elders, waarbij de aanleg hiervan duurt ca. 6 tot 7 jaar, komt het bod van van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste de gemeente Best voor 2030 in het gedrang. meegenomen.
Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.
Gemeente Bladel
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Voor betere structuur en leesbaarheid, zeker voor inwoners, zouden wij graag een meer beknopte tekst zien.
Meer beknopte tekstvakken voor de leesbaarheid worden toegevoegd in de RES 1.0. Er komt ook nog een publieksversie van de RES 1.0.
Thema's RES MRE
Wij missen de wens voor meer regie op lokaal niveau voor het flexibel kunnen schakelen bij de introductie, opschaling en implementatie van eventuele nieuwe technologieën. Hoewel technieken al beschikbaar zijn, zijn we nog te afhankelijk van het gedateerde energiesysteem én de partijen die hierin nog alleenrecht hebben om in energiesystemen te voorzien. Mede hierdoor komen onder andere oplossingen voor de netcongestie niet van de grond.
De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma.
Samen de energieambitie realiseren
Tot nu toe is de opkomst vanuit inwoners voor participatie binnen de RES nog erg laag naar onze mening. Dat komt mede doordat het voor inwoners pas lading krijgt als het gaat over specifieke locaties voor grootschalige opwekking. In onze gemeente hebben wij de grove fout gemaakt inwoners alleen bij de PlanMER te betrekken en vanuit daar te pogen zoekgebied aan te wijzen. Zo werd geen echte participatie mogelijk. Achteraf hadden we dit kunnen voorspellen, vanuit de ervaring met de landbouwontwikkelingsgebieden (LOG’s). Wij zijn tot de conclusie gekomen dat het verstandiger is om géén zoekgebieden aan te wijzen vanuit de PlanMER, maar juist gebieden waar het in ieder geval niet kan én een toetsingsmechanisme voor de gebieden waar het mogelijk kan. Voor die laatste gebieden kunnen initiatieven worden aangemeld, die dan onder andere op draagvlak getoetst worden. Hiermee voorkom je teveel top-down besluitvorming wat leidt tot weerstand en geen ruimte biedt voor echte participatie.
De 21 gemeenten, waterschappen en provincie hebben er samen voor gekozen om zoekgebieden te benoemen en daarvoor een PlanMER procedure te doorlopen. Daarmee benoemen we ook gebieden waar het in ieder geval niet kan. Uit de PlanMER blijkt dat het een voorkeur heeft om wind- en zon te concentreren in een beperkt aantal gebieden. Daarvan bekijken we nu met elkaar of we het gewenst vinden om deze gebieden aan te wijzen als zoekgebieden.
Opgave en kader
Besparing
Om de biodiversiteit – energietransitie discussie wat te doorbreken adviseren wij het mogelijk te maken dat winst van windmolens (deels) kan worden besteedt aan de realisatie van nieuwe natuur, zowel in de vorm van natuurgebieden als landschapselementen in agrarisch of stedelijk gebied.
In de RES 1.0 is een leidend principe dat de energietransitie de regio versterkt en dat er een koppeling wordt gemaakt met andere opgaven. Opbrengsten kunnen besteed worden aan andere projecten. In de RES 1.0 zullen we dit breder trekken en natuurprojecten als optie noemen in kader bladzijde 25.
Wij constateren dat er veel aandacht is voor participatie met onder andere inwoners/stakeholders, maar uiteindelijk zijn het soms andere partijen (zoals de netbeheerder) die bepalen waar/wanneer/welk initiatief gerealiseerd kan worden. Dit is wat ons betreft in sommige situaties tegenstrijdig.
Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Wat ons betreft zouden alle inwoners, ook diegene met minder financiële mogelijkheden, de optie moeten hebben om te participeren in de energietransitie. Dan wel participatie voor wat betreft het proces of sociale participatie, dan wel mogelijkheden voor financiële participatie in een specifiek initiatief.
Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.).
In 2020 was het verzoek van onze gemeenteraad om in kaart te brengen Energiebesparing is cruciaal in onze energietransitie; de energie die we wat de verwachte opbrengst is van de inzet op besparing door de niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken. Daarom overheden. Dit vinden we niet terug, vandaar dat we nogmaals vragen een zetten wij als regio primair en maximaal in op besparing. Het is een beschrijving te geven van doelstelling en haalbaarheid. De energievraag is bewuste keuze geweest om geen getal op te nemen als ambitie voor de afgelopen jaren, ondanks besparingsmaatregelen, nauwelijks gedaald. besparing in de concept RES 1.0. Het besparingspercentage is per Landelijk gaat het PBL in de energieverkenning 2019 uit van een besparing individuele woning of bedrijf namelijk verschillend en is achteraf niet te van 0,9% per jaar voor de periode 2020-2030, hoeveel zou inzet op meten in relatie tot de genomen maatregelen. Voor de RES 1.0 is ervoor besparing dan volgend het MRE kunnen bijdragen? gekozen om geen kwantitatieve doelstelling voor het onderdeel besparing op te nemen, maar om de besparingsaanpak af te stemmen op zowel de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. In de vervolgstappen richting RES 2.0 willen we komen tot een verdere concretisering.
We hebben vastgelegd dat we maximaal gaan besparen, we zullen onze inspanningen monitoren om te zien of we besparingsmaatregelen waarmee we grote impact kunnen realiseren over het hoofd zien.
Duurzame warmte
Wat ons betreft zou de verplichting van energiebesparing in beleid, bestemmingsplannen en aanbestedingen opgenomen moeten worden (vrijwilligheid is onvoldoende). In tegenstelling tot enkel stimulering en ondersteuning door de overheid zou energiebesparing een ‘verplichting’ worden.
In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan. Vanuit de regio dragen we instrumenten aan om inwoners te activeren. Het is aan gemeenten zelf om te bepalen waar ze op in gaan zetten en wat ze in lokaal beleid verankeren. De afstemming daarover vindt op regionaal niveau plaats.
Wij missen maatregelen binnen de sector mobiliteit. Deels kan hierin een koppeling naar de nationale agenda laadinfrastructuur volstaan, maar wij zien ook graag dat we als regio streven naar besparing op het gebruik van grijze brandstoffen door een andere aanpak binnen onze mobiliteitsvraagstukken.
Aan het totale energieverbruik van Mobiliteit wordt in MRE 6,3 TWh verbruikt. Het trekkerschap voor de energie-opgave voor Mobiliteit ligt echter bij het Rijk en de ‘Klimaattafel mobiliteit’ en daarmee niet bij de regio.
Wat ons betreft zouden we het bestaande (gas)leidingnetwerk onder de grond niet zomaar moeten verwijderen aangezien dit in de toekomst mogelijk ook nog bruikbaar is voor andere duurzame toepassingen/alternatieven, zoals bijvoorbeeld waterstof en/of groen gas.
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties. Ten aanzien van nieuwbouw hanteren we wel de volgende lijn: bij nieuwbouw is gasloos bouwen verplicht. Waterstof kan pas voldoende geproduceerd worden als een ruimte hoeveelheid groene stroom beschikbaar is. Er is de komende periode nog maar een beperkte hoeveelheid waterstof beschikbaar, en daarbij wordt gekeken naar sectoren waar weinig alternatieven voor waterstof beschikbaar is, zoals in de industrie.
Duurzame opwek In bijlage 4.2, pagina 36 is de zin opgenomen “In de andere twee Deze foutieve informatie zal gecorrigeerd worden in de RES 1.0 gemeenten (Bladel en Eersel) zijn wel zoekgebieden bepaald, maar is het beleidskader niet vastgesteld.”. Deze informatie is onjuist. In onze gemeente is geen zoekgebied aangewezen. Wij verzoeken dit te herstellen om onjuiste beeldvorming en onrust te voorkomen. Om dezelfde reden verzoeken wij zoekgebied nummer 34 te verwijderen uit het overzicht of in ieder geval te vermelden dat dit gebied tijdens het proces is afgevallen. Hier wordt geen medewerking verleend aan grootschalige opwekking. Wel realiseren wij windpark de Pals, direct aan de A67 gelegen.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
Onze gemeenteraad heeft zich uitgesproken vóór zonnevelden tot 2 hectare op en/of tegen voormalige bouwvlakken aan. Dit is een optie die voor meer gemeenten mogelijk interessant is als zij terughoudend willen zijn met grotere zonnevelden en kan als zodanig wellicht in de RES opgenomen worden.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
Door middel van een financieel voorschot hebben relatief grote initiatiefnemers de mogelijkheid om capaciteit op het elektriciteitsnetwerk te ‘claimen’ zonder dat hiervoor al een concreet initiatief in zicht is. Afhankelijk van het gesloten contract kan deze capaciteit gedurende circa 12-36 maanden geclaimd worden. Deze capaciteit is dus in de tussentijd niet beschikbaar voor andere initiatieven terwijl op voorhand niet duidelijk is of deze capaciteit daadwerkelijk benut gaat worden. Wat ons betreft zou dit in de toekomst niet langer op een dergelijke manier mogelijk moeten zijn
De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Mede door bovenstaande werkwijze van partners als Enexis is het onmogelijk om de zonneladder toe te passen. Immers, als het erop neer komt is het ‘wie het eerst komt het eerst maalt’. Als gemeenten geen vergunning verlenen aan een grootschalig initiatief boven aan de lijst, kan deze haar positie misbruiken om hiermee gedurende 3 jaar de initiatieven op daken te blokkeren. Wij zien graag duidelijke uitspraken in de RES tégen deze werkwijze ten bate van een koerswijze in de gang van zaken
De zonneladder is opgenomen in de RES en is een belangrijk uitgangspunt bij grootschalige opwek en wordt dus toegepast. Deze bestaat uit maatregelen in de volgorde van wat wenselijk is. Daarom is de eerste trede “zon op dak”. De opgave is echter zo groot dat alleen “zon op dak” niet voldoende is. We kunnen en moeten daarom ook volgende treden uit de zonnelader toepassen, echter sturen we in eerste instantie aan op “zon op dak”. Om ons bod te onderbouwen hebben we gerekend met een maximale potentie van zon op dak. In het samenwerking- en uitvoeringsprogramma gaan we invulling geven aan de verdere uitwerking. Voor invulling van het bod aan het Rijk is ook zon en wind op land nodig.
Stap voor stap naar uitvoering
Waar extra netwerkcapaciteit al op korte termijn mogelijk gemaakt kan worden, bijvoorbeeld door de inzet van redundantie (reserve-kabel) of noodoplossingen (bijv. batterijen), moet daar op worden ingezet en deze capaciteit eerlijk worden verdeeld op basis van potentiële opwekking, in plaats van technische of financiële overwegingen zoals dat nu het geval is. Hierbij moet extra aandacht zijn voor subregio’s zoals de Kempengemeenten, waarbij al langere tijd de status ‘ernstige congestie van het elektriciteitsnetwerk’ van kracht is en er reeds een flinke wachtlijst aan initiatieven ontstaan is. In dergelijke regio’s staat daarbij ook het draagvlak onder druk. Het planMER is een momentopname gebaseerd op de op dat moment geldende restricties, technische haalbaarheid en alle bijbehorende hardeen zachte belemmeringen (bijvoorbeeld radartoets vliegveld). Op basis van onder andere het planMER worden uiteindelijk keuzes gemaakt voor onder andere zoekgebieden voor grootschalige opwek. Onze gemeente wil graag aandacht voor mogelijke toekomstige veranderende omstandigheden in relatie tot bijvoorbeeld wet- en regelgeving/radarverstoring/innovaties. Tijdens de verplichte tweejaarlijkse herijking van de RES zou ook expliciet aandacht moeten zijn voor deze mogelijke veranderingen.
De netbeheerders rekenen ons bod door en krijgen daarmee inzicht in de impact in relatie tot kosten, ruimtebeslag en planning. Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen.
Wij missen als aanbeveling aan het Rijk om andere partijen dan netbeheerders toe te staan in netwerkoplossingen te voorzien, al is het maar via proefprojecten. De monopolistische positie van netbeheerders is niet meer van deze tijd en zorgt voor een blokkade in de energietransitie.
Met netbeheerders, gemeenten, provincie en het Rijk wordt een andere werkwijze verkend voor het programmeren en prioriteren van energieprojecten. Dit zal ook meegenomen worden in de RES 2.0. Hierbij wordt ook gekeken naar innovatieve oplossingen, inzet van redundantie, noodoplossingen (zoals bijvoorbeeld batterijen) of andere oplossingen. In de aanbevelingen aan het Rijk hebben we ook randvoorwaarden opgenomen over netschaarste.
Er is aandacht voor mogelijke toekomstige veranderende omstandigheden in relatie tot bijvoorbeeld wet- en regelgeving/radarverstoring/innovaties.
Gemeente Cranendonck
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Opgave en kader
RES 1.0 is gericht op wind- en zonne-energie, te realiseren voor 2030. Daarnaast is ook het jaar 2050 van belang. Vanuit die optie achten we het van belang dat ook nieuwe energiebronnen, zoas Metafuels, aandacht krijgen. Zij kunnen een rol gaan spelen in een duurzame energiemix.
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.
Samen de energieambitie realiseren
Ten aanzien van financiële participatie is van belang dat ook deelname door minder kapitaalkrachtige inwoners wordt geborgd, zodat zij ook een bijdrage kunnen leveren aan onze duurzaamheidsopgave. Het profijt dient niet alleen te landen bij de beter bedeelden.
Duurzame opwek
Een leidend principe binnen de RES is "iedereen doet mee". Daar hebben we bepaalde invulling aangegeven richting het samenwerking en uitvoeringsprogramma. In de RES 2.0 geven we extra aandacht aan de invulling van de participatie van bepaalde doelgroepen (mensen met een kleine beurs, jongeren, ouderen, etc.). t.a.v. Zonne-energie: Wij concluderen hieruit dat zoekgebieden 28 en 32 uit De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden Concept Res en het no-regret gebied bij Nyrstar in overeenstemming zjin met in de RES 1.0. de zoekgebieden kaarten uit de Visie zonneparken. Ook zoekgebied 24, deels gelegen in Heeze-Leende en Cranendonck, ligt een strook aan de A2 waar kansen voor zonne-energie worden gezien. Deze strook stemt teven overeen met de Cranendonckse zoekgebiedenkaart. Binnen deze gebieden wordt momenteel invulling gegeven aan de realisatie van zonneparken. t.a.v. Windenergie: Zoekgebied 24 is verder aangemerkt als zoekgebied voor De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden wind. In de opmaat naar de Concept RES in 2020 zijn vanuit Cranendonck, in de RES 1.0. met betrekkingen tot dit zoekgebied voor wind, onze bedenkingen geuit. Er is destijds aangegeven dat de technische mogelijkheden voor factoren in de omgeving (cultuurhistorie, recreatiefunctie en aanwezige natuurgebieden) niet onze goedkeuring konden dragen.
Via de PlanMER-procedure is dit zoekgebied verder verfijnd. Er zijn mogelijk kansen in zoekgebied 24 voor windenergie maar niet op het Cranendoncks zoekgebied.
Stap voor stap naar uitvoering
Eenduidig nationaal beleid, financiële en non-financiële steun aan de lagere In de RES 1.0 onderschrijven we dit, in hoofdstuk 5 (Stap voor stap overheden zijn van groot belang om de stappen te kunnen maken zoals ze van naar uitvoering) hebben we hierover ook aanbevelingen aan het Rijk de overheid worden verwacht. opgenomen.
Gemeente Deurne
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Duurzame opwek
Het gemeentebestuur heeft omwille van de wenselijkheid enkel geen (grote) bezwaren tegen aanwijzing van zoekgebied 12 als mogelijke locatie om duurzame energie op te wekken. De andere vier locaties dienen in de ogen van het gemeentebestuur te worden uitgesloten. In Concept RES 1.0 wordt het Glastuinbouwontwikkelingsgebied als no-regret maatregel opgenomen Het college denkt ook in de toekomst op andere locaties in te kunnen zetten zoals het glastuinbouwgebied, ook al maakt dit gebied nu geen deel uit van planMER.
De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden in de RES 1.0.
Zoekgebied 11: De zienswijze wordt meegenomen in het overzicht van zoekgebieden - Significant minder lokaal draagvlak in de RES 1.0. - Significante negatieve effecten op het milieu - Aanwezigheid van de Groenblauwe mantel Zoekgebied 17: - Voor zon negatieve effecten op het milieu - Voor de windlocatie is geen lokaal draagvlak door de ligging in het waardevolle beekdallandschap. Beekdalen zijn belangrijke verbindende elementen voor behoud van biodiversiteit en zij vervullen een belangrijke functie in het klimaatbestendig worden. Zoekgebied 18: - Negatief effect op herkomstwaarde van het landschap; - Negatief effect op gebruikswaarde van het landschap en - De Peelvenen en de randzone daaromheen zijn onderwerp van nieuwe gebiedsontwikkeling. Samen met betrokkenen in het gebied, provincie, waterschap en Rijk zijn recent twee trajecten gestart: Gebiedsgerichte aanpak Peelvenen en Nationaal Park nieuwe stijl Peelvenen. Zoekgebied 18 ligt in deze randzone. - De N2000-gebieden, zoals Peelvenen, zijn de meest waardevolle natuurgebieden van de regio. Daarnaast ligt nabij zoekgebied 18 in de Peelvenen een van rijkswege beschermd dorpsgezicht: Griendtsveen. Zoekgebied 21: - Voor zon en wind geen lokaal draagvlak voor grootschalige opwekking - De windlocatie is in afstand ook een belemmering voor Helenaveen als beschermd dorpsgezicht.
- Daarnaast hebben de wieken overdraai boven natura 2000 gebied. Een omgevingsdialoog met om/aanwonenden zien wij voor elk project van grootschalige energie opwekking als een vereiste. Waarbij de definitie omgeving niet alleen geldt voor inwoners van de gemeente waarbinnen het projectgebied valt maar ook voor inwoners van aangrenzende gemeenten. In RES 1.0 van de MRE missen wij een zorgvuldige omgevingsdialoog als randvoorwaarde. Hierbij verwachten wij van MRE dat dit met de aangrenzende RES-regio’s wordt afgestemd zodat ook zij in RES 1.0 (of RES 2.0) deze randvoorwaarde opnemen.
Binnen de RES-regio vindt afstemming plaats tussen gemeenten. Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven.
Gemeente Eersel
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
Besparing
Het onderdeel participatie binnen de concept RES 1.0 gaat voornamelijk over het informeren van inwoners over de inhoud van de RES en ervoor zorgen dat de Regionale Energiestrategie een breed bekende term wordt binnen de Metropoolregio Eindhoven. ln onze ogen gaat het betrekken van de inwoners van de gemeente Eersel over het gezamenlijk uitvoering geven aan de opgave. Of een inwoner daarbij de doelstellingen van onze RES wel of niet kent maakt daarin geen verschil. De RES moet veel meer gericht zijn op het activeren van inwoners om te gaan besparen, in plaats van het informeren van inwoners. Samenwerking met energiecoöperaties en omgevingspartijen (zoals dorpsraden) dient daarvoor nadrukkelijker te worden opgenomen in de RES 1.0. De grondhouding van de concept RES 1.0 is gericht op een zo groot mogelijke grootschalige opwekking van zon-en-wind-energie binnen de Metropoolregio Eindhoven. Het onderdeel besparing is voornamelijk gericht op het verkleinen van de opgave die op grootschalige wijze opgewekt dient te worden. De gemeente Eersel beredeneert dit vanuit de andere kant: we dienen grootschalig op te wekken wat er in onze gemeente écht niet door middel van besparing ingevuld kan worden.
Zon op dak heeft niet alleen in onze aanpak de hoogste prioriteit, maar is ook de eerste trede op de zonneladder in de concept RES 1.0 ln de RES 1.0 dient besparing, met name zon op nadrukkelijker terug te komen in de vorm van een meetbare regionale doelstelling.
In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan.
De focus ligt op besparing in de RES 1.0. Energiebesparing is cruciaal in onze energietransitie; de energie die we niet (meer) verbruiken hoeven we ook niet meer op te wekken. Daarom zetten wij als regio primair en maximaal in op besparing. Het is een bewuste keuze geweest om geen getal op te nemen als ambitie voor besparing in de concept RES 1.0. Het besparingspercentage is per individuele woning of bedrijf namelijk verschillend en is achteraf niet te meten in relatie tot de genomen maatregelen. Voor de RES 1.0 is ervoor gekozen om geen kwantitatieve doelstelling voor het onderdeel besparing op te nemen, maar om de besparingsaanpak af te stemmen op zowel de doelgroep, de stakeholders en het gebouw. In de vervolgstappen richting RES 2.0 willen we komen tot een verdere concretisering. Verder zijn we door het Rijk gevraagd zon- en windenergie op te wekken en in te passen op ons grondgebied, los van de hoeveelheid energie die we besparen. We gaan onze besparingsaanpak monitoren en op basis daarvan bepalen wat een realistische ambitie is.
Duurzame opwek
Stap voor stap naar uitvoering
Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad van Eersel het beleid grootschalige zonne-energie gemeente Eersel 2020-2030 vastgesteld. Dit lokale beleid vormt het bod dat de gemeente Eersel doet richting de RES 1.0. De bepalingen die voor de gemeente Eersel staan opgenomen in de concept RES 1.0 kunnen nooit afwijkend zijn van dit lokaal vastgestelde beleid. ln het beleid is opgenomen dat de lokale grootschalige opwekkingsopgave voor de gemeente Eersel tot en met 2030 is vastgesteld op 0,055 TWh. Deze opwekkingsopgave zullen we invullen door de ontwikkeling van een zonnepark in de vorm van een geluidwerende en energieopwekkende voorziening langs de A67. Het restant van de opwekkingopgave zal een plek gaan vinden binnen het aangewezen zoekgebied ten noorden van Wintelre, dat in de concept RES 1.0 wordt aangeduid als zoekgebied 36. Het door de gemeenteraad van Eersel aangewezen zoekgebied rond de A67 dient te worden verwerkt in de RES 1.0. Netwerkbeheerder Enexis waarschuwt al geruime tijd voor schaarste op haar elektriciteitsnetwerk. Ook het zonnepark dat onderdeel uit zal maken van de geluidwerende en energieopwekkende voorziening langs de A67 heeft te maken met schaarste in het meest nabije hoogspanningsstation. Landelijke wetgeving en het (te) laat opstarten van opschaling van de capaciteit zijn de oorzaak van deze uitdaging.
ln de concept RES 1.0 wordt de bal neergelegd bij de netbeheerder en de lokale en regionale overheden Wij zijn van mening dat de RES-organisatie een regisserende rol moet nemen in het landelijke, regionale en lokale gesprek over de netwerkcapaciteit in de Metropoolregio Eindhoven. De innovatiekracht in de Metropoolregio Eindhoven is essentieel als één van de oplossingen voor deze uitdaging. ln de RES 1.0 dient te worden opgenomen dat het voeren van regie in het gesprek over de netwerkcapaciteit in de Metropoolregio Eindhoven en het stimuleren van innovatie ten behoeve van het vergroten van de netwerkcapaciteit een prioriteit is van de RES-organisatie. Wanneer de planning zou zijn gevolgd die sinds de start van de RESsamenwerking in 2018 was voorzien, zouden wij op dit moment de definitieve RES 1.0 vaststellen. Door gebrek aan een voldoende scherpe planning lukt dat op dit moment niet. Ten tijde van het publiceren van de concept RES in het voorjaar 2020 was onduidelijk welk bestuurlijk proces u van ons verwachtte. Al vaker in het RES-traject hebben wij aangedrongen op structureel meer
Dit wordt meegenomen bij de selectie van zoekgebieden in de RES 1.0.
Dit wordt meegenomen in de RES 1.0
Er is continue aandacht voor het organiseren van een ordentelijk bestuurlijk proces. Via de wethouders die deelnemen aan het Poho en de Stuurgroep RES wordt de vinger hiervoor ook aan de pols gehouden om dit te waarborgen.
aandacht voor het bestuurlijk proces. Nogmaals vragen wij aandacht voor het organiseren van een ordentelijk bestuurlijk proces bij de voltooiing van de RES 1.0. met begrip voor de in de Gemeentewet opgenomen relevante artikelen en het Reglement van Orde van onze gemeenteraad.
Gemeente Eindhoven Opgave en kader Reactie gemeente
Thema's RES MRE
Reactie gemeente
Wat nemen we mee in de RES 1.0 en verder
De raad onderschrijft de RES opgave en het afwegingskader van NP RES maar wil hier “klimaatrechtvaardigheid” aan toevoegen als prominent uitgangspunt. Hieronder verstaan wij dat de vervuiler betaalt en dat duurzame oplossingen voor iedereen (financieel) bereikbaar zijn. Verder ziet de raad van de vier onderdelen in het afwegingskader de eerste twee (kwantiteit en de ruimtelijke inpassing van grootschalige opwek) geborgd in de Concept RES 1.0. Voor de onderdelen systeemefficiëntie en met name maatschappelijk draagvlak zijn nog er nog flinke stappen te zetten. De raad benadrukt dat elke gemeente een eigen focus in de energietransitie kent door de mix van stad, dorp en land in onze regio: waar voor sommige gemeenten de nadruk ligt op opwekking van duurzame energie, heeft Eindhoven vooral een opgave om energiebesparing te realiseren en een duurzame, betaalbare warmtevoorziening vorm te geven. Beide vormen een grote uitdaging als het gaat om draagvlak en uitvoering.
De leidende principes zijn het uitgangspunt, waaronder het principe dat de energietransitie voor iedereen haalbaar en betaalbaar is. Dit wordt verder geconcretiseerd in het vervolgproces naar een RES 2.0 en verder. In de RES 1.0 zullen de onderdelen systeemefficiëntie en maatschappelijk draagvlak nog verder uitgewerkt gaan worden ter verduidelijking van het afwegingskader.
Dit wordt meegenomen in de regionale bestuurlijke afstemming.
Ook de afstemming met de subregio Stedelijk Gebied Eindhoven vindt de raad Dit wordt meegenomen in de regionale bestuurlijke afstemming. belangrijk. Er zijn tenslotte belangrijke raakvlakken tussen de regionale energietransitie en de thema’s Economie, Wonen, Ruimte en Voorzieningen die belegd zijn in het SGE samenwerkingsverband en uitgewerkt in de Samenwerkingsagenda 2018-2025.
De raad vraagt aandacht voor het stimuleren en implementeren van innovatie. De RES kan antwoorden bieden hoe ideeën, producten en systemen die voortkomen uit het Brainport ecosysteem van bedrijven en kennisinstellingen gevalideerd kunnen worden in onze regio en op systeemniveau oplossingen kunnen bieden voor de energietransitie. De raad heeft, middels de motie M4 ‘Stimuleer duurzame innovaties in de regio om klimaatdoelen te halen’ op 15 december 2020 bij het behandeling van het Klimaatplan, opgeroepen de in- en externe financieringsmogelijkheden van een stimuleringsfonds voor innovatieve duurzaamheidsoplossingen te onderzoeken. De raad ziet hier graag een vervolg op in de RES 1.0
In de RES 1.0 hebben we afgesproken dat we ons inzetten op ontwikkeling van innovatieve technieken. Daarbij wordt het thema van netschaarste meegenomen. Innovatie is onderdeel van de RES 1.0, dit is een van de thema's die verder uitgewerkt worden om te komen tot een samenwerking- en uitvoeringsprogramma. We gaan een overzicht opstellen van de relevante innovaties.
Samen de energieambitie realiseren
Meer aandacht vraagt de raad voor het vergroten van draagvlak onder inwoners door de kans om mee te denken in het RES proces. Hoewel inspraak niet verplicht is voor de Regionale Energie Strategie, acht de raad samenspraak volgens de Verordening Samenspraak en Inspraak (2008) van belang voor enerzijds draagvlak voor de RES en anderzijds de kwaliteit van de RES. Dat het animo om mee te denken groot is, blijkt wel uit het aantal aanmeldingen voor de Research Community.
Vanuit onze regio worden er handreikingen gedaan om overal hetzelfde verhaal te vertellen. Bijvoorbeeld met de PlanMER en de publieksversie van de RES. Het lokale gesprek vraagt maatwerk, het is aan gemeenten om hier invulling aan te geven.
Besparing
Wel ziet de raad het belang om de voortgang in energiebesparing te monitoren en de samenwerking regelmatig te evalueren. Door de vrijblijvendheid van het module-model ontstaan steeds wisselende coalities van gemeenten, waardoor het risico ontstaat dat het regionale overzicht verloren raakt en er ongewilde verschillen tussen gemeenten ontstaan.
Monitoring en evaluatie is opgenomen in hoofdstuk 5 als een van de thema's in het op te stellen samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Daarnaast is er aan monitoring en evaluatie bij sommige thema's ook een concrete invulling gegeven. Bijvoorbeeld in het hoofdstuk besparing om inzicht te krijgen in de haalbaarheid en opbrengst van de verschillende besparingsaanpakken. Monitoring en evaluatie wordt ook meegenomen in de herijking richting RES 2.0. De raad vraagt aandacht voor afstemming, kennisdeling en gezamenlijke Kennisuitwisseling komt terug in hoofdstuk 5 stap voor stap naar aanpakken met de woningcorporaties. uitvoering, en dit nemen we mee voor het samenwerking- en uitvoeringsprogramma. Voor sommige thema's (zoals besparing) is al een nadere uitwerking opgenomen. De raad benadrukt de voorbeeldrol die de gemeenten kunnen nemen met het In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. De verduurzaming van eigen omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk panden biedt bovendien kans om een ‘vliegwiel’ vorm te geven waarbij handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan andere partijen kunnen aanhaken en leren. besparing kan worden gedaan.
Duurzame warmte Eindhoven is afhankelijk van elektriciteitsbronnen buiten haar gemeentegrenzen. Om die reden heeft de raad bij de uitgangspunten voor de Warmtevisie vastgesteld eerst in te zetten op energiebesparing en rest- en omgevingswarmte te benutten bij het selecteren van alternatieve warmtevoorzieningen voor onze buurten.
In de Warmtevisie 2020 staat biomassa omschreven als een transitiebrandstof, nodig om op korte termijn te voldoen aan de warmtevraag. Uitgangspunt is geen nieuwe biomassacentrales, tenzij er vanuit de energievoorziening een aantoonbaar zwaarwegend belang is. Voor een warmtetransitie met Impact is het cruciaal dat biomassa op een verstandige en duurzame manier wordt toegepast.
In de RES 1.0 laten we het deels aan de lokale autonomie hoe omgegaan wordt met besparing maar reiken we wel zoveel mogelijk handelingsperspectief aan, zodat zo makkelijk mogelijk iets aan besparing kan worden gedaan. Gemeenten hebben een regierol in deze lokale warmtetransitie. Gemeenteraden stellen daarvoor uiterlijk in 2021 hun Transitievisie Warmte (TVW) vast met plannen voor het isoleren en/of aardgasvrij maken van deze woningen en gebouwen in de periode tot en met 2050. De TVW wordt concreet uitgewerkt in uitvoeringsplannen (op buurt, wijk, of warmtekavelniveau). In de uitvoeringsplannen besluiten gemeenten over het alternatief voor aardgas. Naast het gemeentelijk schaalniveau is het regionale schaalniveau van belang voor het slagen van de warmtetransitie. Op het regionale niveau kunnen partijen zorgen voor een efficiënte inzet van bovenlokale bronnen, infrastructuur en het betrekken van bovenlokale stakeholders. Dit niveau wordt als onderdeel van de RES 1.0 uitgewerkt in de Regionale Structuur Warmte (RSW). Binnen de RSW wordt ook naar een breed scala van warmtebronnen gekeken waaronder ook innovatieve toepassingen en technieken. We geven aandacht aan de (positieve en negatieve) effecten van duurzame warmte en de effecten en ontwikkelingen op systeemniveau, zodat er een afgewogen keuze gemaakt kan worden. Bodemenergiesystemen worden daarin betrokken.
Omdat we deze moeilijke opgave slim aan willen pakken, maken we afspraken over een gezamenlijke kennis- en leeragenda waarbij we samenwerken met provincie, waterschappen, kennisinstellingen en bedrijven. We kijken daarbij ook naar innovatie, ook in relatie tot de beperkte netcapaciteit.
De raad hecht dan ook belang aan een goed afwegingskader en goede Er komt een afwegingskader voor bovenlokale warmtebronnen. afspraken over bovenlokale warmtebronnen. Per type bron is een kader nodig Gemeenten hebben een regierol in deze lokale warmtetransitie. voor onder meer de wenselijkheid van inzet en de verdeling van kosten en Gemeenteraden stellen daarvoor uiterlijk in 2021 hun Transitievisie baten. Zowel tussen gemeenten, die in hun Transitievisies Warmte een Warmte (TVW) vast met plannen voor het isoleren en/of aardgasvrij regierol krijgen over de warmtevoorziening op wijkniveau, als tussen overheid maken van deze woningen en gebouwen in de periode tot en met en commerciële partijen die een rol (gaan) spelen in de regionale 2050. De TVW wordt concreet uitgewerkt in uitvoeringsplannen (op warmtemarkt. De raad vraagt daarbij aandacht voor de afstemming met de buurt, wijk, of warmtekavelniveau). In de uitvoeringsplannen Ministeries, Provincie en de waterschappen als kennispartijen maar ook als besluiten gemeenten over het alternatief voor aardgas. bevoegde autoriteit voor verschillende typen vergunningen Naast het gemeentelijk schaalniveau is het regionale schaalniveau van belang voor het slagen van de warmtetransitie.