21067.5 - Bijlagen RKC rapport behorend bij het rapport voortvarendheid omwille versnelling woningbouw
Tekst van het document
24 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Informatieve raadsessies Naast de informatievoorziening in de vorm van raadsinformatiebrieven is ook regelmatig gebruik gemaakt van informatieve sessies voor de raad. Uit een scan van de raadsbijeenkomsten in de periode 2017 t/m maart 2021 komt het volgende beeld naar voren: • •
Er zijn 17 informatieve raadssessies georganiseerd over het onderwerp wonen in brede zin; Daarbij ging het om onderwerpen (sommige zijn meerdere malen besproken) als: stadsbouwmeester, wonen met visie, risico’s grondexploitatie, evaluatie bestemmingsplanprocessen, prestatieafspraken en woningbouw, Aarlesche Erven, stimuleringsregelingen (blijverslening, duurzaamheid en levensbestendigheid), haalbaarheid transformatie stationsgebied, visie op wonen Stedelijk gebied Eindhoven, versnellingsopgave woningbouw, themasessie versnellingsopgave en locale consequenties, beschermd wonen, wijkaanpak Wilhelminadorp en Kantonnier, JP Coenstraat.
Met 17 sessies in ruim 4 jaar en met een breed scala van onderwerpen is de raad periodiek geïnformeerd en bijgepraat over elementen van het woonbeleid. Raadsvergaderingen Daarnaast is de raad actief geweest als ‘besluitvormer’. In de oordeelsvormende en besluitvormende raadsvergaderingen zijn onderstaande punten geagendeerd en behandeld door de raad. Jaar
Aantal
Onderwerpen
2017
4
2018
4
2019
5
2020
4
Opdracht werkplaats wonen, rol raad ontwikkelingsproces bij bestemmingsplannen, risico grondexploitatie, overdracht grond tijdelijke wooneenheden. Afsprakenkader woonmilieus SGE, evaluatie bestemmingsplanproces, omgevingsplan Hoge Akker, Speelheide en de Leeuwerik, meerjarenprognose grondexploitatie. Bestemmingsplan Aarlesche Erven, meerjarenprognose grondexploitatie, onderzoek haalbaarheid transformatie stationsgebied, visie wonen SGE, stimuleringsregeling woningeigenaren. meerjarenprognose grondexploitatie, versnellingsopgave woningbouw, wijkaanpak Wilhelminadorp en de Kantonnier, bestemmingsplan JP Coenstraat.
Reguliere planning- en controlcyclus Bij de behandeling van de kadernota, programmabegroting en de jaarrekening wordt de raad ook in positie gebracht kaders te stellen voor het wonen in Best en te controleren hoe de beleidsuitvoering verloopt. Wat betreft het wonen zijn in de begroting 2020 als doelen opgenomen: een aantrekkelijke en duurzame woon- en leefomgeving, meer woningbouwproductie, voldoende woningbouw in het SGE, betaalbaarheid van sociaal en middensegment woningen borgen en vergroten, verduurzamen en levensloopbestendig maken van de bestaande woningvoorraad. Deze onderwerpen vormen ook belangrijke thema’s in de woonvisie. Aan deze doelen zijn in de begroting uitvoeringsacties gekoppeld. Uit voorafgaande overzichten kan worden afgeleid dat de frequentie van de informatievoorziening vanuit college en ambtelijke organisatie naar de raad redelijk hoog is, maar
25 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
dat de kwaliteit van de informatie onvoldoende is in de volgende zin: de informatie is gefragmenteerd, is niet gekoppeld aan het uitgezette beleid en lang niet alle onderdelen van het woonbeleid worden voorzien van voortgangsinformatie. Een meer systematische monitoring vormt voor de raadsleden een randvoorwaarde om goed te kunnen sturen en het gesprek met het college goed te kunnen voeren. In de bijeenkomst met raadsfracties is dit ook aan de orde gesteld. In de volgende paragraaf wordt daarop nader ingegaan. 5.2 De rolvervulling door de gemeenteraad Om inzicht te krijgen in de wijze, waarop de raad zijn rol vervult, zijn meerdere bronnen gebruikt. Zo zijn documenten geanalyseerd en audioverslagen beluisterd. Voorts is een werkbijeenkomst georganiseerd om de ervaringen en opvattingen van de raadsleden zelf te vernemen. Moties en toezeggingen Een belangrijk middel bij de rolvervulling is gebruik te maken van moties en amendementen om zo toezeggingen vanuit het college te krijgen. In onderstaand overzicht is aangegeven hoe vaak hiervan afgelopen jaren gebruik is gemaakt en waar deze betrekking op hebben. Jaar
Motie/ toezegging
Onderwerpen
2017
1
Motie opstellen beleidsplan energie- en materiaal transitie
2018 2019
1 2
2020
6
t/m 32021
1
Motie Verordening starterslening ter voorkoming van speculatie Moties sociale woningbouw Aarlesche Erven en over voorwaarden prijsvraag locatie Muziekschool Moties en toezeggingen over arbeidsmigranten, inzicht in sociale woningbouw bij plannen, versnellingsopgave woningbouw (locale consequenties), starterslening, inzicht in de sociale woningbouw, tiny houses en flexwoningen Toezegging over woonplicht.
In de periode 2017 t/m maart 2021 is dit instrument in totaal 11 keer ingezet. Vooral in 2020 is hiervan door de raad actief gebruik gemaakt. Als inhoudelijke rode draad komt daarbij naar voren: de zorg van de raad over voldoende sociale huur en sociale koop woningen, het aanbod voor kleinere huishoudens en het daadwerkelijk gebruik van de woningen door de betreffende doelgroepen. Uit de documenten en audioverslagen blijkt ook dat de raad actief betrokken wil zijn aan de voorkant van de beleidsprocessen. Enkele voorbeelden daarvan worden hierna kort aangestipt: •
•
Bij de bestuursopdracht voor de Nota wonen en zorg is afgesproken dat er eerst een uitgangspuntennotitie wordt voorgelegd, waarin de speerpunten zijn aangegeven en op basis waarvan het beleid wordt uitgewerkt. In november 2020 wordt een motie aangenomen die onder meer het volgende afdwingt o ‘bij ieder nieuw te ontwikkelen bouwproject vanaf 2021 een percentage van minimaal 40% sociale woningbouw(huur en koop) te realiseren;
26 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
o
•
•
Om de raad tijdig te informeren als duidelijk wordt dat dit bijeen nieuw te plannen bouwproject niet haalbaar blijkt en dan meteen aan te geven waar men dit tekort concreet denkt te gaan compenseren’
Ook de motie over de voorwaarden over de prijsvraag voor de locatie Muziekschool JP Coenstraat kan in dat licht worden gezien. Bij de behandeling van dit agendapunt in de raadsbijeenkomst van december 2020 komen overigens ook andere belangwekkende aspecten naar voren, waar het gaat om de sturende rol van de raad, in relatie met de rol van het college. Hierbij wordt gedoeld op: o Geen eenduidige opvattingen tussen het college en de raad over beleidsbepaling versus uitvoering (welke invloed bij de prijsvraag en bij het concept ontwerp bestemmingsplan); o Het meegeven van wensen uit de raad aan de voorkant wordt door de raadsleden als lastig ervaren, omdat men eerst nadere informatie wil; o Onduidelijkheid over het doel van de raadsessie, over de in te zetten procedure (een vervolg organiseren voor een inhoudelijke verdiepingsslag) en over het in te zetten instrument (motie). Ook de vragen van diverse fracties rond de discussiesessie over de versnellingsopgave (waarbij Best 750 woningen extra moet bouwen in de komende 5 jaar) laten de betrokkenheid van de raad zien. In de vraagstelling komen ondermeer aan de orde: het benodigde budget om deze taakstelling te realiseren, de risico’s, de monitoring, de relatie met de omgevingswet en de woningdifferentiatie.
De werkbijeenkomst met de raadsleden op 8 juni 2021 was ook gericht op de rol van de raad en de wijze, waarop daar inhoud aan wordt gegeven. Hierna worden de belangrijkste bevindingen uit de werkbijeenkomst weergegeven. De rollen van volksvertegenwoordiger, kadersteller en controleur Wat betreft de rol van volksvertegenwoordiger wordt erop gewezen dat het belangrijk is om signalen op te pikken over de zich voordoende knelpunten in het woonbeleid, de behoeften bij de bevolking te inventariseren en deze te agenderen in de raad. Daarbij moet er voor worden gewaakt dat individuele belangen niet de overhand krijgen, maar dat wordt gelet op alle doelgroepen in Best. Individuele signalen moeten in een breder kader worden afgewogen, zo wordt gesteld. Daarbij geven raadsleden aan dat rekening moet worden gehouden met afspraken op regionaal niveau. Tenslotte hoort bij de volksvertegenwoordigende taak ook het aan achterkant uitleggen waarom besluiten zijn genomen, zoals ze genomen zijn. Wat betreft de rol van kadersteller en controleur van het woonbeleid wordt opgemerkt dat de beleidsmarges soms klein zijn, omdat er al stringente randvoorwaarden gelden. Geconstateerd wordt dat de raad nogal reactief opereert en weinig zicht en grip heeft op het totaal. Dat komt soms ook voort uit het feit dat de informatievoorziening vanuit het college niet op orde is, zo wordt opgemerkt.
Actualisering woonbeleid en monitoring Het woonbeleid is door allerlei ontwikkelingen achterhaald. De marktsituatie is gewijzigd in vergelijking met de periode toen de huidige woonvisie werd opgesteld. Een actualisering van de woonvisie is dan ook nodig. Belangrijke ingrediënten daarbij zijn: de versnellingsopgave en de te ontwikkelen locaties, de doorvertaling van het de quick scan woningmarkt, de differentiatie in het woningbouwprogramma en doelgroepenbeleid. Daarbij moet ook
27 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
worden aangegeven waar de mogelijkheden voor sturing liggen en wat al vastligt, gelet op de gesloten overeenkomsten met ontwikkelaars en de regionale afspraken. De doorvertaling en uitwerking van de geactualiseerde woonvisie naar een meerjarig uitvoeringsprogramma, kan de raadsleden meer concrete informatie bieden over de realisatie van het beleid. Daarmee kan ook zicht op de volle breedte van het woonbeleid worden geboden. Dit totaaloverzicht ontbreekt nu. Nu worden per thema van het woonbeleid of per locatie beslissingen genomen, zonder de consequenties voor het totale woonbeleid goed te overzien. Het is allemaal te fragmentarisch. Goede afwegingen en goede besluitvorming vragen om zicht op het geheel. Overigens geven de raadsleden aan ook zelf onvoldoende te hebben doorgepakt richting college om de bijstelling van het beleid te bewerkstelligen. Wezenlijk is, in de ogen van de raadsleden, dat vanuit het college en de ambtelijke organisatie een goed monitoringsysteem wordt opgezet. De monitoring moet gekoppeld worden aan een (geactualiseerde) woonvisie en het meerjarig uitvoeringsprogramma. Het ontbreken van goede informatie over het woonbeleid en de uitvoering daarvan wordt op dit moment als een groot gemis ervaren. Ook de informatie in de P&C cyclus is op dit moment te beperkt. Het gaat daarbij om slechts enkele indicatoren uit het woonbeleid.
Duidelijker moet worden of en op welke fronten de gemeente op schema ligt met de doelrealisatie. Dat inzicht kan vervolgens aanleiding zijn voor actualisering en bijstelling van beleid of inzet van middelen. 5.3 Conclusies Uit de voorafgaande bevindingen worden de volgende conclusies getrokken: •
•
•
•
•
•
Over een grote diversiteit van onderwerpen op het terrein van wonen wordt de raad via raadsinformatiebrieven door het college van B&W actief geïnformeerd. Wel valt het op dat deze informatievoorziening fragmentarisch is en een zwakke relatie laat zien met de woonvisie. Ook via raadssessies wordt de raad geïnformeerd. Met 17 sessies in ruim 4 jaar en met een breed scala van onderwerpen is de raad periodiek geïnformeerd en bijgepraat over elementen van het woonbeleid. Ondanks deze periodieke informatievoorziening richting raad, is het voor de raad lastig de rol van kadersteller en controleur in te vullen. Dit hangt samen met het feit dat deze informatievoorziening geen systematische uitwerking vormt van de doelen uit de woonvisie en meer gericht is op onderdelen of deelprojecten van het woonbeleid, zonder zicht te hebben op de totale breedte van het woonbeleid. Via de jaarlijkse producten uit de P&C cyclus en via afzonderlijke voorstellen neemt de raad besluiten over tal van woononderwerpen. In dat opzicht probeert de raad zijn rol inhoud te geven. Zo wordt in de afgelopen 4 jaar 11 keer gebruik gemaakt van moties en toezeggingen. Uit de discussies blijkt regelmatig dat er geen eenduidigheid bestaat over de rollen van de raad en het college of de verwachtingen naar elkaar toe. Dat zorgt voor ruis, onduidelijkheid en soms ook voor onnodige verlenging van procedures.
Het sturen op basis van de woonvisie is voor de raad lastig, omdat er een gat zit tussen de ambities uit de visie en de afzonderlijke voorstellen over tal van ‘woononderwerpen’. Het overzicht op het geheel ontbreekt. Vanuit meerdere spelers wordt aangegeven dat een uitvoeringsprogramma (bijvoorbeeld tweejaarlijks) een prima brugfunctie kan vervullen.
28 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
•
•
Ook mist de raad een systematische monitoring van het woonbeleid. Een goed zicht op de ontwikkelingen in het woonbeleid (zowel in de markt als in beleidswijzigingen), op de doelrealisatie en op eventuele wenselijke bijstellingen ontbreekt. Vanuit de raadsleden wordt gewezen op de monitor sociaal domein als een goed voorbeeld, ook in de totstandkoming daarvan. Een actualisering van de woonvisie is - ook in de ogen van de raadsleden - geboden, gelet op de wijzigingen in beleid op verschillende overheidsniveaus en vooral ook gelet op de gewijzigde marktsituatie.
29 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Bijlagen
30 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Bijlage 1
Overzicht geïnterviewde personen Gemeentelijk beleidsadviseur wonen Gemeentelijk beleidsadviseur planeconomie/grondzaken Gemeentelijk projectmanager Gemeentelijk afdelingsmanager Wethouder wonen Vertegenwoordigers GOEB (Gezamenlijk Overleg Erkende Bewoners Groepen) Vertegenwoordiger woningcorporatie Woonbedrijf Vertegenwoordiger woningstichting Thuis Vertegenwoordiger private vastgoedontwikkeling Vertegenwoordiger private projectontwikkeling
31 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Bijlage 2 Reactie van het College van Burgemeester en Wethouders
32 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
33 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Bijlage 3 Verslag van de werksessie met raadsleden over het gemeentelijk woonbeleid Datum: 8 juni 2021 Deelnemers: Rekenkamercommissie en de woordvoerders woonbeleid namens de fracties van: Best Open, CDA, ChristenUnie, D66, Gemeentebelangen, Jongerenpartij JO, PvdA en VVD. Inleiding: In een eerder overleg tussen rekenkamercommissie en een vertegenwoordiging van het Presidium is aangegeven, dat het wenselijk zou zijn om de raad eerder en intensiever bij een rekenkameronderzoek te betrekken. In dat licht moet deze werksessie worden bezien. Woonbeleid is een belangrijk item voor de lokale politiek en de rekenkamercommissie wil aan de hand van een viertal vragen ophalen welke opvattingen daarover leven bij de raad. In deze sessie staan rollen, processen en verantwoordelijkheden centraal. Het is nadrukkelijk geen uitwisseling van politieke standpunten. 1: Hoe ziet u uw eigen rol als • Volksvertegenwoordiger • Kadersteller • Controleur van het woonbeleid in Best? Volksvertegenwoordiger Signalen oppikken met betrekking tot knelpunten, inventariseren welke behoeften er leven bij de bevolking en agenderen in de raad; Individuele belangen spelen in principe geen rol, raad moet een brede visie ontwikkelen.
Je oor te luisteren leggen is een bron van informatie, maar nog geen besluit; Belangrijk om aanwezig te zijn bij bijeenkomsten waar ontwikkelingen met de inwoners worden besproken, daar info ophalen. Daar zijn vaak brede groepen aanwezig; Je wordt als raadslid overal geconfronteerd. In de kroeg, op verjaardagsfeestjes e.d. Je moet een afweging maken tussen het afgegeven signaal en het bredere kader; Mensen die signalen afgeven vertegenwoordigen niet altijd dé Bestenaar; Woonbeleid is breder dan Best alleen, is ook een regionale aanpak; Mensen niet alleen raadplegen maar ook laten meebeslissen; Hoe vlieg je de verkregen signalen aan in de besluitvorming; Veel individuele signalen bij elkaar vormen ook een groepssignaal; Een belangrijke informatiebron is ook het aantal en de soort van de ingediende zienswijzen; Bij de volksvertegenwoordigende taak behoort ook het aan de achterkant uitleggen waarom besluiten zijn genomen. Kadersteller en controleur: Raad gaat wel over woonbeleid maar de marges zijn heel beperkt; Als voorbeeld waar de raad wel duidelijk kaders meegaf is genoemd het project Molenstraat. Daar werden 37 sociale woningen gesloopt en de raad heeft afgedwongen dat er minimaal 37 teruggebouwd zouden worden Op dit moment is de raad vrij reactief;
34 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Informatievoorziening en structuur van de voorstellen in relatie tot elkaar is niet helder. Besluitvorming vindt vaak per project plaats terwijl het totaaloverzicht ontbreekt; Overzicht van initiatieven in relatie tot gemaakte afspraken wordt niet gegeven; Raad heeft nog geen grip op het totaal; Op dit gebied opereert een sterke vakwethouder maar deze geeft vooralsnog geen handen en voeten aan de vraag om een integraal monitoringsysteem; als goed voorbeeld wordt genoemd het monitoringsysteem sociaal domein, dat samen met de raad is ontwikkeld; Raad wil bepaalde onderdelen uit de Woonvisie concreet maken en inzichtelijk hebben wat de effecten van initiatieven zijn op het totaal; Raad vindt dat hij onvoldoende gefaciliteerd wordt; als uitwerking van de Woonvisie ziet men graag een woningprogramma met daaraan gekoppeld een monitoringssysteem.
2: Hoe stuurt u vanuit de woonvisie op het woonbeleid in Best? En… heeft u de juiste informatie om aan die sturing vorm te geven?
Huidige Woonvisie is ingehaald door de tijd: huizenprijzen zijn gigantisch gestegen, grote tekorten etc. Marktsituatie is totaal veranderd; Na de woonvisie is er een woonbehoefteonderzoek geweest. Visie is niet meer actueel. Er is veel veranderd wat toen niet te voorzien was; Vragen daar alle jaren om facilitering om de raad in staat te stellen te sturen op de hoofdlijnen in plaats van op incidenten, maar dit verzoek legt de wethouder naast zich neer. Onvoldoende doorgepakt door de raad op het vernieuwen/up-to-date maken van de Woonvisie Er moet duidelijker worden aangegeven hoe, waar en wanneer wordt gecompenseerd als bepaalde zaken niet worden gehaald; Projectontwikkelaars drukken een sterke stempel op ontwikkelingen. Hebben een groot deel van de beschikbare gronden al in bezit; De vraag is of je wel een nieuwe Woonvisie nodig hebt, kan wellicht ook via de Omgevingsvisie; Huidige Woonvisie is deels abstract, deels heel concreet. Een brug tussen visie en concrete uitwerkingsprojecten ontbreekt. Met een meerjarig woonprogramma werken, zou helpen om een relatie met de visie te creëren; Er ontbreekt een goed instrumentarium om te kunnen monitoren. Bij het Sociaal Domein is dat in samenspraak met de raad wel tot stand gebracht en dat werkt daar prima; Willen niet achter gaan lopen op huidige sociale woning aanbod. Aanvullend op de woonvisie is een woonprogramma wenselijk.
Hierin kunnen zaken concreet worden gemaakt en blijft het totaaloverzicht behouden. Of op basis daarvan een jaarlijks debat nodig is hangt van de resultaten af; Er passeren veel losse voorstellen. De verhouding tot het grote geheel en de gemaakte afspraken moet de raad vaak zelf uitzoeken; Er is meer en betere informatievoorziening nodig om dat integrale beeld vorm te geven; Raad bundelt de krachten te weinig als het gaat om een monitoringsinstrument. Als dat instrument er komt, moet de raad daar wel gezamenlijk achter gaan staan.
35 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Als er aanbevelingen van de rekenkamercommissie op dat punt komen, zal de raad die in het algemeen overnemen en dat houdt dan tevens een opdracht aan het college in om die uit te voeren. Het is dan uiteraard wel aan de raad zelf om in de gaten te houden of dat gebeurt en het college daar eventueel op aan te spreken; Uitgangspunten moeten zijn openheid en vertrouwen. De raad heeft behoefte aan een verbetering van de informatieverstrekking vanuit het college. Vragen worden niet altijd naar behoren beantwoord maar men geeft wel aan dat men dat zelf laat gebeuren. Er wordt vanuit de raad onvoldoende druk daarop gelegd. Een integraal beeld wordt gemist. Het zijn allemaal fragmenten. Je kunt pas afwegen als je overzicht hebt. Dat werkt bovendien ook veel efficiënter.
3: Vindt u het wenselijk om de woonvisie te actualiseren? Zo ja, waarom en op welke onderdelen?
Zie ook een aantal punten genoemd onder 2.; Er is sprake van een regionale markt. Men bouwt niet alleen voor Best; Analyseren van de onderdelen uit de Woonvisie die zijn veranderd en deze aanpassen. Woonvisie op hoofdlijnen. Belangrijke onderdelen zijn: - Woningbehoefte; - Woningmarktanalyse; - Differentiatie, doelgroepenbeleid (ouderen-jongeren-migranten e.d.,). Behoeftebepalen; kijken waar we staan en wat er moet veranderen; Er is maar beperkte sturing mogelijk, alleen op gronden die gemeente in eigendom heeft. De marktpositie van ontwikkelaars is erg sterk in Best. Maak duidelijk waar voor de gemeente nog sturingsmogelijkheden liggen; Regioafspraken doorvertalen naar concrete plannen;
4: Wat zou helpen om uw rol (nog) beter in te vullen? Zou u bijvoorbeeld willen werken met een één of tweejarig uitwerkingsprogramma, een jaarlijks woondebat, wijziging in de informatievoorzieningen, andere indicatoren in de P&C cyclus, etc.
Ontwikkelingen beknopt aangeven en wat die betekenen voor het woonbeleid; Overzicht en informatie in relatie tot de doelen die de raad geformuleerd heeft is noodzakelijk; onderstaande informatie is nodig om de rol van de raad beter te kunnen invullen: - Wat staat er op stapel (aantallen) - Welke behoefte voor woningen (soort/differentiatie-doelgroepen) - Wanneer financierbaar in relatie tot inkomen. - Knelpunten verschillende doelgroepen - Rol van Best in de regio
Betere sturingsinformatie, ook via de P. & C-cyclus. Niet alleen financieel maar vooral ook inhoudelijk. Met de vroeger gehanteerd stoplichtmethode is beter te zien waar we uit de pas lopen. Eventueel kan je dan andere afspraken maken. Gaat ook over transparantie. Als goed voorbeeld wordt genoemd het sociaal domein, Hier praat de wethouder de raad 4x per jaar goed inhoudelijk bij.
36 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best
Iets vergelijkbaars opzetten als monitoring sociaal domein. Transparantie en vertrouwen zijn daarbij noodzakelijk. Goede gedragslijn nodig. Monitoringsinstrument ontwikkelen in een goed samenspel tussen raad en college; Raad is opdrachtgever aan college. Besluit dan ook over het inzetten van hulpmiddelen. Je moet dat als raad wel gezamenlijk oppakken; Actualiseringssuggesties voor visie en/of programma voorleggen aan de raad; Als vastgestelde normeringen in incidentele gevallen een onnodige blokkade vormen van plannen, moet de raad daar gemotiveerd van af kunnen wijken; Eenmaal per jaar/2-jaarlijks een discussie over het totaalinzicht aan de hand van visie/ programma. Als bepaalde doelen niet worden gehaald kan met de raad overlegd worden hoe en waar er bijgestuurd wordt. Dan voer je een goede discussie.
37 Bijlagenboek behorende bij Rapport Woonbeleid Best