21038.10 - Beantwoording Technische vragen CDA over Kaderbrief 2022
Tekst van het document
Beantwoording technische vragen Vragen: U kunt uw vraag mailen naar raadsgriffie@gembest.nl * Naam + politieke partij Raadsvoorstel/onderwerp Vragen en antwoorden:
Marieke Gondrie 21038 – Kaderbrief 2022
CDA
Dorpsplein 2 Postbus 50 5680 AB Best T: 0499 360 375 raadsgriffie@gembest.nl www.gemeentebest.nl
Vraag 1:
Financiën In de inleiding van de kaderbrief wordt gesproken van de grote ambities van Best zoals gemeentehuis, integraal huisvestingsplan scholen, stationsomgeving, woningbouw, duurzaamheid et cetera. Er wordt in de paragraaf Financiën gesteld dat het college een nagenoeg sluitende begroting en meerjarenraming aan de raad voorlegt maar dat zij zich zorgen maakt over de financiële toekomst waarbij zij stelt: de ambities zijn fors en de financiële middelen beperkt. Vraag 1: Aangezien het college zich zorgen maakt over de financiële toekomst vragen wij om de raad deelgenoot van die zorgen te maken door indicatief in een globale tijdslijn aan te geven een voorzichtige schatting van de benodigde investeringen/exploitatie en kapitaallasten van de belangrijkste ambities. Denk hierbij bijv. aan (financiële foto) lasten aanpassing huisvesting die nu als p.m. post is opgenomen in 2024 in 2025.
Antwoord 1:
Naast de vertaalde financiële risico’s zijn er nog enkele ontwikkelingen die nog niet financieel te vertalen zijn op dit moment of die buiten de scope van de meerjarenraming vallen. Hierbij kan gedacht worden aan de ontwikkelingen in het stationsgebied, een deel van de gevolgen van het IHP scholen en de ontwikkelingen met betrekking tot de huisvesting. Het financieel vertalen van deze ontwikkelingen zal de druk op onze begroting doen toenemen. Ook is het definitieve effect op de algemene uitkering n.a.v. de herverdeling nog een onzekere factor. De 1e doorrekening heeft plaatsgevonden op basis van landelijke/gemeentelijke cijfers 2017. Dit wordt nog geactualiseerd naar het basisjaar 2019.
Vraag 2:
Financiële foto Vraag 2: graag nadere toelichting op personele mutaties a.g.v. ontwikkelingen grondexploitatie van structureel 265K
Antwoord 2:
Het betreft hier de lasten van personeelsleden waarvoor geraamd was dat ze werkzaamheden voor de grexen doen, maar die in werkelijkheid werkzaamheden verrichten die buiten de grexen vallen en/of niet meer toegerekend mogen worden. Structureel kan € 265k niet meer aan de grexen worden toegerekend, waardoor er een extra last in onze begroting ontstaat. Het MT draagt zorg voor betere ramingen zodat in de toekomst deze grote afwijkingen zich niet meer voordoen.
Vraag 3:
Vraag 3: Inschatting herverdeeleffecten gemeentefonds: 260 K in 2023 en 400 K in 2024 en 2025. In de toelichtende tekst wordt echter gesproken van een doorrekening die heeft plaatsgevonden en die uitkomt op een nadeel van 450 K in 2023 oplopend toe een structureel bedrag van 700K gebaseerd op basisgegevens 2017. Graag nadere toelichting op de totstandkoming van de nu in de financiële foto gepresenteerde cijfers.
Antwoord 3:
Het voorstel voor de invoering van de nieuwe verdeling gaat samen met een voorstel voor een ingroeipad waarmee de herverdeeleffecten verspreid over een aantal jaren worden ingevoerd. Met de VNG is afgesproken een generiek ingroeipad te hanteren met een herverdeeleffect van maximaal € 15 per inwoner per jaar, oftewel voor onze gemeente betekent dit een maximum van € 450.000 per jaar. De 1e doorrekening laat zien dat de herverdeling een nadelig effect voor ons is van € 700.000. Echter zijn deze gegevens in de doorrekening gebaseerd op cijfers uit 2017. Bij de definitieve berekening wordt rekening gehouden met gemeentelijke kengetallen uit 2019. Dit kan dus mogelijk nog een effect hebben. Daarnaast is één van de maatstaven voor de berekening van de algemene uitkering het aantal woningen dat een gemeente kent. Door de woningbouwversnelling verwacht het college dat het aantal toeneemt en dit een positief effect heeft op de algemene uitkering.
1
Beantwoording technische vragen Er is nu gekozen om dit positieve effect te verwerken i.r.t. de ingeschatte nadelige effecten van de herverdeling. Dit is uit financiële voorzichtigheid een gekozen vorm, waarbij wel het risico nog kleeft dat de gevolgen van de herverdeling nog groter zijn. zie ook het antwoord op vraag 1.
Vraag 4:
Antwoord 4:
Vraag 4: betreft optimaliseren belastingcapaciteit. Herverdeling gemeentefonds gaat in per 1 januari 2023. In mei 2021 meer duidelijkheid daarover en in mei 2022 definitief. a. Gezien het vorenstaande: waarom al in 2022 beginnen met verhoging OZB en niet een jaar later wanneer er meer duidelijkheid is? b. OZB verhogen met 4% per jaar gedurende 4 jaar betekent cumulatief een uiteindelijke verhoging met 17%. Gesteld wordt dat dit nodig is om ons huidige voorzieningenniveau te handhaven en de daarvoor noodzakelijke investeringen te kunnen bekostigen. Het begrip voorzieningenniveau is erg ruim. Waar denkt het college dan aan en waaraan zeker niet? c. Stel dat de raad zou instemmen met het voorstel om de OZB te verhogen kan zij die extra opbrengst oormerken v.w.b. de aanwending? a.
b.
c.
Vraag 5:
Feitelijk zijn er 2 factoren die hier een rol spelen. Enerzijds is dat de verwachte ontwikkeling van het Gemeentefonds, anderzijds liggen onze tarieven 40% onder het landelijk gemiddelde. Door al in 2022 te starten met de aanpassingen van de ozb, kunnen we de tarieven geleidelijker laten stijgen. Overigens, ook na de verhogingen zijn onze ozb tarieven ten opzichte van landelijke gemiddelden nog alleszins redelijk. Het gaat hier met name over de uitvoering van bestaand beleid (het in stand houden van al onze huidige voorzieningen) en het nieuw beleid wat opgenomen is in de kaderbrief. Daarnaast is een gezonde financiële basis nodig om ook nog niet te vertalen financiële ontwikkelingen op te kunnen vangen. Zie hiervoor antwoord 1. Ozb is wettelijk gezien een algemeen dekkingsmiddel voor onze begroting en daarmee niet bedoeld om te oormerken voor bestedingsdoelen.
Toekomstverwachting Vraag 5: (zie ook vraag 1). De financiële consequenties van onze ambities worden de komende periode nader concreet uitgewerkt. a. Klopt onze constatering dat de financiële consequenties daarvan niet in de voorliggende kaderbrief zijn verwerkt? b. De geprognotiseerde begrotingssaldi 2022-2025 laten weinig ruimte over voor extra structurele exploitatie/kapitaallasten en ook onze vrije algemene reserves zullen onder druk komen te staan bij uitvoering van onze ambities. Het college stelt dat e.e.a. mogelijk betekent of bezuinigen of een lager weerstandsvermogen. Graag een toelichting op de urgentie van deze stelling in de tijd gezien. Dit mede in het licht van de ontwikkeling van de VAR die de komende jaren al met ruim een kwart afneemt (circa 5,7 mln.) naar circa 17 mln.
Antwoord 5:
a. b.
Zie het antwoord op vraag 1. De reserve is op basis van het vertaalde financieel beleid in de kaderbrief 2022 vergeleken met de jaarrekening 2020 nauwelijks lager in 2025. Het klopt inderdaad dat de ruimte voor nieuw beleid inclusief de ozb aanpassing beperkt zal zijn. Het is aan de raad om te bepalen of aanvullend bezuinigingen nodig zijn, het ambitieniveau naar beneden bijgesteld moet worden (via het schrappen van beleid) of dat een verdere extra verhoging van de ozb noodzakelijk is. De volgende tabel geeft u inzicht in de ontwikkeling van het weerstandsvermogen (uitgangspunt: jaarrekening 2020) i.r.t. ratio weerstandsvermogen waarvan de raad nu heeft vastgelegd in het beleidsakkoord dat deze > 2 dient te zijn.
2
Beantwoording technische vragen
De verticale as laat de ratio weerstandsvermogen zien. En de horizontale as laat een onttrekking uit de vrije algemene reserve zien. De totale tabel laat zien wat er gebeurt bij bijvoorbeeld een investering van € 10 miljoen uit de vrije algemene reserve en wat dan het effect is op de ratio. Dan is de score nog > 2.
Vraag 6:
Bijlagen Nieuw beleid Volgnummer 3: Gebouwenbeheer. Circa 40 K structureel. Graag toelichting over ‘… nu verricht door formatie die niet op de exploitatie drukt’. Volgnummer 4,5,6 en 8: Betreft dit kosten organisatieontwikkeling? Waarom wordt geen gebruik gemaakt van reeds bestaande fondsen zoals het budget organisatieontwikkeling van circa 200 K? Volgnummer 13.a: Graag toelichting op de genoemde exploitatiekosten 2023 t/m 2025. Volgnummer 29: is meer duidelijkheid over de co-financiering?
Antwoord 6:
Volgnummer 3: Dit betreft een interne verschuiving van ambtelijke capaciteit. Oftewel de loonkosten van deze persoon werden eerst ten laste van investeringen geboekt en nu dienen ze vanwege deze functie ten laste van de exploitatie te worden opgenomen. Volgnummer 4,5,6,8: Van het budget voor organisatieontwikkeling dat wordt genoemd is bij de begrotingswijziging W09-2020 een bedrag van € 175.000 overgeheveld. Het restant is verwerkt in het resultaat 2020. Dit overgehevelde budget is nodig voor lokaal arbeidsvoorwaardenbeleid (o.a. het verbeterplan) in 2021. De aanvraag bij nummer 4 betreft de structurele kostenpost van de uitvoering van dit arbeidsvoorwaardenbeleid. Volgnummer 13a: we hebben de verwachte lasten voor de bouw van scholen op basis van het IHP verwerkt en rekening gehouden met een doorlooptijd. Investeringsbedragen zijn hier weggelaten en als p.m. opgenomen omdat deze nog niet definitief zijn. De uitvoering van het IHP betreft de Zevensprong, Aarlesche erven en Bricks/Paarsakker. De vraag is of het haalbaar is om 3 scholen in 3 jaar te bouwen? Volgnummer 29: zie de stukken bij de raadsessie voor as maandag:
Meer vragen over hetzelfde onderwerp? Voeg dan rijen toe met de tab-toets.
*Als u de vragen woensdag voorafgaand aan de raadsavond/raadsvergadering vóór 12.00 uur mailt, beantwoordt het college uw vragen de dag van raadsavond/raadsvergadering uiterlijk om 15.00 uur.
Artikel uit het Reglement van Orde gemeenteraad Best 2020: Artikel 3.36 – Technische vragen 1.
2.
3.
Technische vragen worden kort en bondig geformuleerd. Het zijn informatieve vragen die bedoeld zijn om een beter begrip van een onderwerp of raadsvoorstel te krijgen. Het kunnen vragen zijn over feiten, omstandigheden en de uitleg daarvan of over de gevolgen van een besluit. Technische vragen moeten ingediend worden bij de griffie. Dit kan tot uiterlijk woensdag voor 12.00 uur, voorafgaand aan de dag van de raadsavond waarop het onderwerp geagendeerd staat. Het college spant zich in om de technische vragen zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk vóór 15.00 uur van de dag van de vergadering of raadsavond te beantwoorden. De antwoorden van het college of de burgemeester worden door de griffie op het raadsinformatiesysteem geplaatst. 3